FIG . 22 . - SCHETS

Teken en schildercursus fritske3
FIG . 22 . - SCHETS
FIG . 23 . LIJNTEKENING
FIG . 24 . - PENTEKENG
ART . NR . 17 . a , HET TEKENEN VAN EEN SILHOUET .Art . Nr . 17 . a ,
Het tekenen van een silhouet .
Tijdens de studie van de eerste les heeft je ontegenzeggelijk met veel plezier een aantal silhouetten gemaakt . En ook bij deze les is het nodig dat wij er ons mee gaan bezighouden . Ondanks de zeer eenvoudige tekening van het enkele blad , levert de tekening van de bloem en vooral van een boeket bloemen vele moeilijkheden op . Stap voor stap zullen we deze moeilijkheden overwinnen door eerst een eenvoudige tak met bladeren en bloemen als silhouet te tekenen . Zet deze tak in een vaas voor het venster , zodat je het geheel in tegenlicht ziet . Alle details verdwijnen dan en je zult niet meer dan de algemene partijen waarnemen . Uw aandacht zal zich niet verliezen in de talrijke verwikkelingen van lijnen en vormen , die wel zichtbaar zouden zijn , als de tak in het volle licht werd geplaatst . Uw aandacht zal dus sterk getrokken worden door de algemene aanblik , die eigen is aan de door u gekozen plant . Het gaat er dan ook alleen om dit " karakter " vast te leggen door een juiste weergave van de grote lijnen en partijen en vooral door een zeer nauwkeurige weergave van de contouren ( zie Plaat V ) .
Deze oefening biedt bovendien het voordeel , dat je zich oefent in de hantering van het penseel . Inderdaad kunt je ongetwijfeld beginnen met het schetsen van het sihouet in potlood . Daarna trekt je de omtrekken over met een penseel en Oost - Indische inkt , en tenslotte vult je de grote vlakken van de tekening in .
Na deze eerste oefening echter raden wij je aan , nadat je met een zacht potlood de algemene constructievorm heeft geschetst , direct met het penseel te werken , opdat je de nodige handvaardigheid opdoet en in staat ben de lijnen en vormrn met de nodige vrijheid neer te zetten , waarbij evenwel op een vaste bouw van de vormen gelet wordt . Vrijheid in het weergeven en vastheid van bouw zijn twee begrippen waarom het hier gaat en die afhangen van een nauwkeurig waarnemen van de vormen .
In het derde stadium van deze oefening moet je zich beperken tot het zwart maken van uitsluitend de schaduwpartijen , zoals figuur A van Plaat V laat zien . Op die manier komen wij terecht bij een zeer eenvoudige ruimtelijke weergave , welke al heel wat meer doet vanwege de sterk aangegeven tegenstelling tussen schaduw en licht . Je kunt ook , inplaats van alleen zwart te gebruiken , een zelfde onderwerp uitvoeren in een gamma van grijs , dat meer en meer lichter wordt al naar gelang de partijen verder van uw oog verwijderd zijn . Inderdaad , de bladeren en bloemen van uw tak bevinden zich op verschillende vlakken en zijn onderling op een afstand van elkaar geplaatst , steeds verder weg . Maak daarom gebruik van de witte dekverf die je mengt met de zwarte verf . Je kunt op die wijze zeer genuanceerde " waarden " bereiken , die je vlakke tinten aanbrengt . Je zult versteld staan over het resultaat dat op deze manier te berieken is en dat een zeer decoratieve aanblik geeft ( zie fig. 20 ) . Dit opmerkelijke resultaat met eenvoudige tinten van wit en zwart gedaan , zal je stellig bekoren en het is reeds een kleine beloning van uw naukeurige studie der vormen . Een beloning en een lust voor het oog !
PLAAT V . - SILHOUET .
FIG . 20 . - HET EFFECT .
ART . NR . 17 . DE PRAKTIJK
FIG . 15 . DE PRAKTIJK
Fig . 15 .
FIG . 16 . DE PRAKTIJK
FIG . 17 .
FIG . 18 .
PLAAT . IV
FIG . 18 . bis .
FIG . 19 . DE PRAKTIJK
ART . NR . 16 . c , - DE BLOEMArt . Nr . 16 . c
De Bloem
De bloem is de trots van de plant . Door de natuur getooid met zijde en fluweel in de tederste en heerlijkste kleuren , is zij te allen tijde een bron van inspiratie voor de kunstenaars geweest . Zij blijft de brengster van vriendschap en tederheid , van eerbied en herinnering . Zij vertegenwoordigt de opgetogenheid van het plantenleven , terwijl haar kroon toch maar onstond uit de omvorming van nederige blaadjes . Zij verzekert op deze aarde de eeuwigheid van heel het plantenrijk . Zij bestaat in het algemeen uit de uitwendige bekleedsels - de kelkbladen , de kelk en de bloembladen , die de bloemkroon vormen - en uit de inwendige bestanddelen : de meeldraden en de stamper ( fig . 6 ) . De rangschikking van al deze organen laat een oneindige verscheidenheid zien . De indelingen welke door de plantkundigen gemaakt zijn gaan echter meer uit van het inwendige leven van de plant als van haar uitwendige verschijningsvorm . We zullen ons dan ook niet te veel aansluiten bij deze wetenschappelijke indelingen . De betekenis van de wetenschappelijke termen kunt je evenwel in de woordenlijst vinden , evenals de verklaring van uitdrukkingen welke wij hier en daar in deze les gebruiken met betrekking tot stengels , takken , bladeren enz. Ons hoofddoel is immers de waarneming naar uiterlijke vorm en kleur en we zullen liever naar aanleiding daarvan onze indeling maken .
Indeling der bloemen
- 1e Schijnbaar enkelvoudige , regelmatige bloemen ; het lijkt erop of de bloembladen gerangschikt zijn in stervormige rosetten met een hart in het midden , waaromheen zich een of meer rijen bladen bevinden , meestal plat en in afwisselende hoeveelheid . In werkelijkheid samengesteld : er is een hoofdje ( margriet - madeliefje - goudsbloem - aster - cosmea - zinnia - zonnebloem - kamille - enkelvoudige dahlia ) .
2e Eveneens enkelvoudige , regelmatige bloemen , maar zich verwijderd tot een bekertje , met of zonder afzonderlijke bloembladen ( egelantier - klaproos - boterbloem - anemoon - papaver - malva ) of tot een trechter ( lelie - veldklokje - winde - tulp - herfststijloos ) met bloembladen die direct van de steel uitgaan en met meer of minder wijde hoorn .
3e Bloemen , afgeleid van deze categorien , maar veredeld door de tuincultuur , die er zich op heeft toegelegd om de bloembladen te vermenigvuldigen en de kleuren te verrijken , om er gevulde of " dubbele " bloemen van te maken ( dahlia - chinese aster - chrysant - roos - pioenroos ).
4e Bloemen , waarvan de bloembladen in 't begin een verticale richting volgen om zich vervolgens te verwijden ter hoogte van meeldraden en stampers ( anjelier - muurbloem - primula - petunia - tabak - blauwe gentiaan ) .
5e Bloemen , die samengesteld en eveneens regelmatig zijn - hoewel op verschillende wijzen gerangschikt ( korenbloem - distel ).
6e Onregelmatige bloemen , waarvan de bloembladen niet alle dezelfde vormen hebben ( iris - viooltje ) of dikwijls tot één geheel vergroeid zijn in grillige vormen , zoals ( driekleurig viooltje - boon - erwt - dovenetel - vingerhoedskruid - monnikskap - robinia - leeuwebek - kamperfoelie - brem - orchidee - goudenregen ) . De afbeeldingen die hieronder zijn afgebeeld illustreren deze indeling .
Plaat III toont je in numerieke volgorde de bloemen van de malva , cosma , goudsbloem , knoopkruid , distel , veldklokje , winde ( 7 en 13 kelk ) , korenbloem , erwt , leeuwenbek , boon , salie en dubbele goudsbloem.
Bloeiwijzen
Andere verschillen zijn op te merken met betrekking tot de rangschikking van het geheel van deze bloemen , die we tot dusver slechts individueel hebben beschouwd : dat noemt men de bloeiwijzen , elk overeenkomend met de wijze waarop bloemen zich onderling groeperen of tevoorschijn komen uit de stengel van eenzelfde plant . Evenals bij deze stengel zelf , gaat het , afgezien van de gevallen waarin de bloem afzonderlijk groeit , om afwisselende vertakkingen , die uitlopen op een bijzondere schikking van de bloembladen . Zonder in te gaan op de bijzonder ingewikkelde en gedetailleerde terminologie , noemen wij ( fig . 11 ) :
1e De aar : Hier zijn de bloemstelen zo kort , dat de bloemen , in een rij langs één enkele stengel , de schijn wekken onmiddellijk aan de stengel vast te zitten . De aar is samengesteld wanneer de eerste bloemstelen worden vervangen door kleinere aren bv : grassen en granen . Andere voorbeelden van planten met aarvormige bloemen zijn : wolkruid - ridderspoor - stokroos - reseda - spaanse klaver - vingerhoedskruid - wilde salie - doddegras .
2e Het hoofdje : Talrijke bloemen , ontluikend aan het het uiteinde van hun bloemstelen , vormen een soort schijf , koepeltje of bolletje en deze verzameling kleine nauw aaneengesloten dicht op elkaar gedrukte bloempjes biedt de bedriegelijke aanblik van één enkele bloem ( duifkruid - korenbloem - sneeuwbal - klaver ) .
3e Het scherm : De uitgerekte bloemstelen komen alle uit één zelfde punt van de stengel en waaieren uit om een schijf van bloemen te vormen , zoals die van de wortel bijv. Wij noemen verder : de venkel , de engelwortel , de koekoeksbloem , de primula en ook de klimop . Het scherm kan samengesteld zijn : elke bloemsteel eindigt zelf in een klein schermpje .
4 e De bloemtuil lijkt op het scherm , maar met dit belangrijke verschil dat de bloemstelen onderaan op verschillende hoogten zijn ingeplant ( de vlier - lijsterbes - kerseboom - wolfsmelk - valeriaan ( koninginnekruid ) .
5e De tros : En soort aar , waarvan de algemene aanblik kegelvormig of opgezwollen is . Hij wordt samengesteld genoemd , als hij meerdere vertakkingen heeft ( acacia - goudenregen - sering - druif - aalbes - hyacinth - leeuwenbek ) . Soms draagt hij de naam van tuil ( sering , paardekastanje , liguster ) .
6e Het bijscherm : De hoofdas van bloeiwijze eindigt in een bloem . Hieronder groeien één of twee zijvertakkingen om in dit geval uit te lopen op een eerste vork -achtige vertakking . Die kan op zijn beurt weer op elk van beide tegenover elkaar gelegen zijvertakkingen door een tweede of derde vertakking van dezelfde orde worden gevolgd ( klein duizendguldenkruid , silene en koekoeksbloem . Soms ontrolt de enige eerste zijtak , die hier ontwikkeld is , zich spiraalvormig , terwijl de bloemsteeltjes op de bovenkant van de spiraalbocht , die hij vormt , staan ingeplant ( ver-geet-me-niet - smeerwortel ) . Dit noemen wij dan " schicht " . Onderstaande afbeeldingen laten dit duidelijk zien .
Structuur van de bloem.
Laten wij nu terugkeren tot de bloem , zoals wij haar zien . Of de vorm regelmatig is of niet , enkelvoudig of samengesteld , de bouw laat zich , wat zijn kenmerken betreft , gemakkelijk herleiden tot het schema van figuur 6 . De kelk , het eerste uitwendige beschermende bekleedsel , ontbreekt soms , doch wordt dan vervangen door de bloemkroon , die de eigen kleuren van de bloem bewaart , terwijl een kelk meestal groen is . De kelk kan verschillende vormen aannemen . Hij is samengesteld uit een verzameling blaadjes , die onderling min of meer samengegroeid zijn en soms in verschillende lagen over elkaar heen liggen . Wij hebben reeds een opsomming gegeven van de verschillende rangschikkingen van de bloemkroon , een verzameling gekleurde bloemblaadjes , als het ware een soort juwelenkistje , waarin zich de kunstige voortplantingsorganen bevinden , die we reeds hebben genoemd :
a ) de meeldraden , de mannelijke bestanddelen , in 't algmeen bestaande uit : van onderen , een lang dun deeltje , de helmdraad , en van boven een gezwollen deeltje , de helmklop , die het vruchtbare stuifmeel rondstrooit ( fig . 13 ) ;
b ) de stamper , het vrouwelijk orgaan , neemt bij voorkeur in het centrum van de bloem plaats . Hij bestaat uit één of meer onderling aaneengevoegde of samengegroeide vruchtbladen . Men zou het vruchblad kunnen vergelijken met een klein flesje , waarvan het ronde gedeelte overeenkomt met het vruchtbeginsel en waarvan de zeer sterk uitgerekte hals ( de stijl ) uitloopt op een meer of minder uigesproken verdikking , de stempel , bestemd om het stuifmeel op te vangen en vast te houden . Door het nauwe kanaal , binnen in de stijl , zal het stuifmeel de eitjes gaan bevruchten , allen bijeen in het vruchtbegingsel , dat zich als kelk , kroon , meeldraden en stijl eenmaal zijn verdwenen tot vrucht ontwikkelen zal , terwijl elk bevrucht eitje een zaadje of kiem wordt , waaruit een nieuwe plant groeit . Hoe boeiend dit proces van voortplanting ook moge zijn , hier interesseert het ons slechts voor zover het zichtbaar is aan de dikwijls zo bevallige , kunstige en gevarieerde gestalten , die de verschillende delen van de bloem en zelfs de vruchten aannemen . Het zijn vormen en kleuren die wij als tekenaars , schilders en decorateurs moeten weergeven . Wij zullen dus niet verder over dit onderwerp uitweiden , aangezien er vele botanische handboeken zijn , waarin de nieusgierige leerling alles vindt van wat hij over bepaalde planten en bloemen wil weten .
De Bloemknop .
Zoals er een stengelknop is voor blad en tak , is er ook een bloemknop . Hij bevat in beginsel al de bestanddelen van de ontloken bloem . Zijn kleur is in 't begin meestal zacht groen en dat komt omdat hij geheel door de kelk beschermd wordt . Maar langzamerhand zal hij de kleur van de bloem openbaren , al naar gelang die loskomt uit zijn schede . De bloembladeren zullen zich daarna op de verschillende wijzen ontvouwen en eenmaal volwassen geworden zal de bloem haar maar al te korte bestaan leiden .
Elk van de opeenvolgende stadia van zijn ontluiking vraagt nauwkeurige waarneming . Zij geven het boeket zijn verschillende accenten , die de gratie mengen met de pracht der ontloken bloemen , de kunstigheid met de luister .
Omvang van het plantenrijk .
Het veld , dat wij onderzoeken , is onmetelijk uitgestrekt en wij zijn dan ook genoodzaakt ons beperkingen op te leggen . Alle woekerplanten of parasieten hebben wij buiten beschouwing gelaten , evenals die wonderlijke wereld der orchideeén .
De stof is te uitgebreid . wij kunnen echter niet stilzwijgend voorbijgaan aan enkele merkwaardige planten die buiten onze indeling vallen : de verens , de paardenstaarten , de wolfsklauwen , de mossen , de korstmossen en heel die zeewereld : de algen , de zeewieren , met kleuren en arabesken . Het onderzoek onder water openbaart ons nog steeds onvermoede schoonheden . En de paddestoelen , met hun zo verschillende vormen , waarvan de kleuren mede het toverachtige schouwspel van de bosbodem bepalen . En al de vetplanten , vanaf de bescheiden huislook van daken en muren tot aan die overdonderende Mexikaanse waskaarsen . Om nog niet te spreken van de aloé's , de agaven , de cactussen met hun knobbelige of sponsachtige lichamen ( waterreservoir voor de lange perioden van droogte ! ) . Maar we hoeven niet zo ver te gaan ; dicht bij huis vinden wij onze vruchten , onze bessen , onze groenten , motieven waarvan vele kunstenaars prachtige schilderijen hebben gemaakt . In de natuur is alles harmonie . Wij moeten op ontdekkingstocht zonder vooroordeel , maar oog in oog tegenover dat wat de natuur ons biedt !
Wij moeten er de schoonheid van ontdekken en dit anderen laten zien . Laten wij toch vooral goed leren waarnemen ; bekijken van ver af of van dicht bij , nu eens op zoek naar kleur dan weer naar het kunstig lijnenspel of de minitieus uitgewerkte details , al naar gelang het karakteristiek is voor de betreffende plant of bloem . Dit alles is een zaak van studeren en waar elke studie tot herscheppen leidt , tot een toekomstige persoonlijke schepping . Het onderzoekingsterrein is onbegrensd en hoewel het reeds eeuwenlang is doorkruist en doorvorst verbergt het voor de kunstenaar nog duizenden vruchtbare ondekkingen . Met dit voor ogen gaan wij thans aan ons werk !
FIG . 14 . - KNOP VAN EEN DAHLIA ( POTLOODTEKENING ) .
FIG . 14 . bis . - DAHLIAKNOP ( POTLOODTEKENING ) .
FIG . 6 , - SCHEMA ( VERTICALE DOORSNEDE ) VAN EEN BLOEM
FIGUREN . 7 . TOT EN MET FIG . 10
Figuren . 7 . tot en met fig. 10
PLAAT III