Art .Nr . 35 .
Het Naakt .
Nadat alle elementen van ons onderwerp je bekend zijn en wij de nodige gegevens verstrekt hebben , gaat het er nu om het geleerde toe te passen op de voorgenomen studie . Om je te helpen zullen wij het samen stuk voor stuk bespreken .
Studie naar de antieken
De keuze van het model is hier bijzonder belangrijk . Wij hadden het voorbeeld van een levend model moeten kunnen tonen , maar omdat het niet mogelijk is het duidelijk onder uw ogen te brengen , moesten wij met een foto genoegen nemen . Hoe goed een foto ook mag zijn , hij laat toch maar weinig zien van wat er onder de oppervlakte niet te zien is : men moet zo iets kunnen " lezen " en dat valt niet mee .
( Wij zullen hier later op terugkomen ) . De les , hoe briljant zij ook zijn zou , zou weinig uithalen . Dat geven wij eerlijk toe in overtuiging dat je ons begrijpt . Wij hebben dus een bekend , duidelijk zichtbaar , voorbeeld nodig . Er bestaat geen beter voorbeeld dan het beroemde anatomische beeld van Houdon . Volgen de algemene opvatting is dit het meest artistieke , mooiste en levendigste werk van deze soort . De voornaamste reden voor deze keuze is heel duidelijk : wat de beeldhouwer onder een voorstelling van de anatomische mens verstaat is een lichaam ondaan van alles wat de structuur min of meer zou verbergen . Men ondekt in deze opbouw van beenderen , spieren , pezen en gewrichten de samenstelling van het lichaam als door een doorzichtig omhulsels . Bovendien zijn de richtpunten die wij in onze bespreking niet genoeg naar voren kunnen brengen , op het levende onbeweeglijke model moeilijk te onderscheiden ( laat staan op een foto ) ; op de anatomische voorstelling daarentegen zijn zij talrijk , nauwkeurig en duidelijk aangegeven . Een oneindig groot voordeel .
Voor het gemak van onze uiteenzetting zullen wij het werk in vier stadia indelen , waarvan ieder op zich een afgerond geheel vormt .
Eerste stadium
Dit is gewijd aan het onderzoeken en vaststellen van de belangrijkste aanknopingspunten . Hoe worden deze bepaald ? Het zijn die delen van het geraamte die door geen spieren of vetweefsel omgeven zijn , beenderen die duidelijk herkenbaar zijn aan de buitenkant . Het kind kent deze plekken al bij ondervinding : " het doet pijn " als het zich stoot en wel daar waar niets tussen bot en voorwerp als stootkussen fungeert . De bekende voorbeelden hiervan zijn : het bovenuitsteeksel van de ellepijp ( elleboog ) , de enkels , de buitenkant van het scheenbeen enz. Zelfs bij dikke mensen zijn deze plaatsen door geen enkele vetlaag omgeven . De overige merktekens vormen nog het
borst - en het sleutelbeen . Deze richtpunten zijn dus altijd vast te stellen en worden door de tekenaar beenpunten genoemd .
Op de eerste plaat " richtpunten "
( fig . 52 ) , zijn zij duidelijk aangegeven . Je ziet zelfs niets anders ( behalve de navel en een vage aanduiding van het schaambeen ) .
Nadat je met uw ogen de richtpunten heeft vastgesteld , geeft je deze op uw papier aan . Als hulp zult je enkele afmetingen opnemen , zoals je het reeds geleerd heeft , en de loodrechte lijnen trekken . Om dit hoofdstuk niet al te uitgebreid te maken , willen wij hier niet verder op ingaan , want de hulpmiddelen zijn je goed bekend , je heeft deze vanaf de eerste les toegepast . Je trekt dus uw hulplijnen : boven de grenslijn ( de top van de schedel ) , onderaan bij de voeten , tenslotte de middellijn , die dwars door het schaambeen loopt . Wij herinneren je aan de z.g. " canon " , de vastgestelde regels , volgen welke je de afmetingen moet opnemen , de afstanden schatten en steeds vergelijkend toepassen ; bij ieder model moet je de eigen proporties en de individuele eigenschappen nagaan en de afstand berekenen .
OPMERKINGEN : De juiste bepaling van het " midden " is uiterst belangrijk . Het moet heel precies worden uitgevoerd . Als je dus maar één hoogtemaat opneemt dan moet het beslist deze zijn . Op deze manier zult je een herhaaldelijk voorkomende fout vermijden n.l. de benen te kort te tekenen .
Wij zijn niet nader op de linkerarm ingegaan , omdat hij ten eerste voor de rest van de tekening niet noodzakelijk is en ten tweede , omdat hij in dit voorbeeld geen beenderuitsteeksel vertoont .
Wij zijn ons pas met de rechterarm bezig gaan houden , nadat de rest klaar was ; de plaatsing van het polsgewricht kan zonder moeite gevonden worden als men het hoofd heeft bepaald . Het is onontbeerlijk tenminste één of twee loodrechte lijnen te trekken , want zij geven de houding of de beweging duidelijk aan . De tekenaar moet vanzelfsprekend altijd een schietlood bij de hand hebben . Hij kan bijv . de de verticale lijn door een voet of langs de enkel laten lopen en dan nauwkeurig vaststellen op welk punt de loodlijn de kop snijdt .
Tweede stadium
Nadat men de richtpunten gevonden heeft gaat het er nu om deze elkaar te verbinden . Men weet waar de omtrek en de inwendige verbindingslijnen moeten beginnen en waar zij zullen eindigen . Zij worden getrokken , maar niet schuchter , aarzelend en onzeker ! Nee , gebruik uw conté of potlood flink en teken deze lijnen . Want in dit tweede stadium bepaald je de grote lijnen , dat wil zeggen de belangrijkste richtingen van het spieromhulsel .
Deze lijnen , die het eerst in het oog vallen leggen de grondslag op het papier voor de weer te geven persoon en zijn bewegingen . Dit alles is voor u niet nieuw , het vormt voor u dezelfde bekende onderzoekende bezigheid als voor de schets , alleen met meer overleg en concentratie . Wij hebben de tijd ; het model blijft in zijn houding . En het werk dat wij ons voorgenomen hebben eist meer dan een gewone schets ; de uitvoering moet bondig , streng , grondig en diep zijn , dus : volledig . Je herkent deze lijnen op de tweede tekening ( fig . 53 ) .
De meeste ervan volgen eerst de buiten en daarna de binnenomtrek . Op een zekere lengte begrenzen zij de vorm totdat zij dan in het binnenste dringen . Hier heeft je nu een met opzet overdreven schets van de uitvoerig besproken wijze van de oversnijdingen . Je ziet vaak de verlenging van deze lijnen ongemerkt overgaan in de omtrek van een naburige vorm en dit zelfs wanneer de ontmoeting toevallig en de verlenging zuiver visueel is , geheel onafhankelijk dus van de structuur . Zij zetten zich soms nog buiten de vorm voort , zoals bij het bovengedeelte van de romp ( rechterkant ) , hoewel het door het relief van de krachtige borstspier enigszins verborgen wordt .
Al deze lijnen vormen een onderlinge onafhankelijkheid , die hier enigszins overdreven getekend is , door de manier waarop zij in elkaar grijpen , zich ontwikkelen , elkaar kruisen en inhalen en scheppen een plastisch rythme , waarvan je zeker onder de indruk zult komen . Het geeft door de harmonische evenwichtigheid de indruk van een grote eenheid . Het gaat inderdaad om een verbonden geheel , een samenhangend organisme , dat ineens is ontstaan en niet , zoals bij een etalagepop , uit geduldig aan elkaar gepaste losse stukken . Het is een waarachtig levend wezen .
OPMERKINGEN : de middellijn van het bovenlichaam verbindt het boveneind van het borstbeen met het schaambeen . Deze middellijn wordt door de oorspronkelijke horizontale schouderlijnen , de borst - en de heuplijnen gesneden . Tengevolge van de twee bewegingen van het lichaam , het opheffen van de rechterarm en de bekkenverschuiving , lopen deze lijnen als een soort waaier uiteen .
De halsspieren die het hoofd bewegen en stevig met de romp verbinden , zijn krachtig aangeduid .
Derde stadium
Wij hebben de uiterlijke vorm dus in grote trekken bepaald en dienen nu te beginnen met de constructie . De opzet moet een tekening worden . Wij hebben de juiste plaats voor elk deel van het lichaam gevonden ; wij gaan het nu kundig en waarheidsgetrouw met al zijn gewrichtsverbindingen en vormen opbouwen en modelleren . Nu rest je nog de andere helft van uw taak te verwezenlijken . Hier krijgt het woord constructie weer zijn volle betekenis . Ook de verlijking met de machine is opnieuw toepasselijk . Alle zichtbare delen ( zichtbaar in tegenstelling tot de inwendige organen ) , of bijna alle , vormen de onderdelen van een motor die aandrijft tot een beweging . Die stukken zijn zodanig met elkander verbonden , dat het uitvoeren van bewegingen mogelijk is . Dit kunnen begrijpen en uitdrukken is construeren ( fig . 54 ) .
Opbouwen wil hier dus gewoon zeggen : tekenen . Maar als de leerling voor alles wat we zojuist uiteengezet hebben , geen begrip heeft , als hij deze dingen niet aanvoelt , niet ziet en niet tot uitdrukking brengen kan , dan stelt zijn tekening geen mens voor , geen levend wezen , maar een " mannetje " , een wasfiguurtje of een met zaagsel gevulde pop .
Vierde stadium
Wij komen nu tot het laatste stadium . De grote lijnen verzwakken reeds tijdens het vorige , omdat zij het plaatsen van volumes en vormen verhinderen . De richtlijnen verdwijnen om plaats te maken voor de uitwerking van het relief , waardoor de gestalte leesbaarder , sprekender , wij zouden haast willen zeggen : levendiger wordt . Het maakt een harmonische indruk . Het spel van de schaduwen heeft ertoe bijgedragen dat de derde dimensie naar voren gebracht wordt : de diepte ( fig . 56 , 57 en 58 ) .