FIG . 84 . STUDIE VAN DODE DIEREN

Teken en schildercursus fritske3
FIG . 84 . STUDIE VAN DODE DIEREN
FIG . 85 . - HOOGTE VAN HET DIER
FIG . 86 . - KOE ( NAAR E. HAREUX ) .
FIG . 87 . - PAARDENHOOFD NAAR E . HAREUX .
ART . NR . 46 . a , - FIG . 88 . - BOETSEERWERK IN PLASTICINE.
ART . NR . 46 . - KENNIS VAN HET DIERArt. Nr. 46 .
KENNIS VAN HET DIER
Waarneming - Overdenking - Geheugen
Aangezien de mens egocentrisch is , heeft hij de neiging om alles wat hem omringt met zichzelf in betrekking te brengen .
Het dier nu is een wezen , wiens geestelijke en lichamelijke eigenschappen hem in staat stellen zich min of meer met ons leven te vermengen . Als vriend of vijand kent het beest een instelling verband houdende met zijn eigenschappen en maakt hij gebruik van zijn bekwaamheden . Zijn betrekkingen met ons mensen zijn uiterst afwisselend .
In verschillende graad beschikt hij over de zintuigen van gevoel , smaak , gezicht , gehoor en reuk . Van al deze is het gevoel wel het minst ontwikkeld . Maar toch , wie heeft nooit een paard of een ezel gezien , terwijl hij de grond aftastte met zijn poot om er een vast steunpunt te vinden ? Bij de zoogdieren is de smaak vrij groot , terwijl de reuk bij hen een hoge perfectie bereikt . Het gehoor wint het soms nog van de reuk , hetgeen bijv, niet het geval is bij de hond , bij wie deze zintuigen volmaakt ontwikkeld zijn . Het gezicht van zijn kant bereikt niet de hoogte van de reuk behalve bij de vogels , waar hij van een bijzonder scherpte is .
Men dient veel belang te hechten aan het oog , waarin zich de gevoelens en hartstochten weerspiegelen . Wij spreken nu niet over de blik van de hond of de kat , waarvan wij de uitdrukkingen goed kennen . Maar bekijken wij eens het oog van een haan bijvoorbeeld , of van een konijn en , als daartoe de gelegenheid is , het zeer mooie oog van de ooievaar of dat van de giraffe : een bewonderenswaardige edelsteen !
Dieren bezitten een sterk uitgesproken karakter . Illustratoren en humoristen moeten dat niet vergeten . Wij zullen deze opsoming echter niet verder voortzetten en blijven spreken over de goede en slechte eigenschappen van ieder soort . Laat ons liever volstaan met te herinneren aan de raad van de knappe dierenschilder Léon BARRILLOT :
" Bestudeer de gewoonten en de zeden van het karakter van de dieren , ik zou haast zeggen hun geest ! Je denkt misschien dat ik hen te hoog aansla ? Neen ! Leeft met hen en , na hen goed bestudeerd te hebben , zult je zien dat men hun menige eigenschap zou kunnen benijden . Tegenover de dieren vreesde MICHELET onbillijk te zijn geweest door hen eens " onze minderwaardige broeders " genoemd te hebben " .
Het was dus geenszins overbodig om even stil te staan bij de gedragingen van onze modellen . Die warme belangstelling zal overgaan op uw schetsen en tekeningen , die daardoor meer leven zullen ontvangen en die de gevoelige noot in zich zullen dragen , waarop wij doelden in het begin van dit lesdeel , toen wij zeiden dat een werk zonder gevoel nooit kunst zal kunnen zijn .
Wat heeft het voor zin om naar een potlood te grijpen , als men niets of bijna niets van zijn model weet ? Tekenen is allereerst nadenken en overwegen . Indien je werkelijk uw onderwerp - welk dan ook - goed hebt overdacht , dan , maar ook alleen dan , zal uw schets of tekening " iets " kunnen zijn .
Laten wij het tot slot nog eens hebben over het geheugen . Te vaak , helaas , zet een leerling onder enkele schetsen de mededeling " uit het hoofd " . Maar hoe kan men " uit het hoofd " het sihouet van bijv. een kip of een eend fabriceren ? Zoiets wordt niet
" uitgevonden " ! Zoiets ontstaat door directe waarneming of , na zeer talrijke waarnemingen naar het leven , uit het geheugen en dan met te meer succes naarmate men meer gezien en onthouden heeft . Het visuele geheugen ontwikkelt zich op dezelfde wijze als het gewone geheugen ; het is voldoende om het oefening te geven .
Als je zich gedurende twee of drie zittingen wijdt aan de studie van konijnen , en van hen alleen , zult je als gevolg van deze arbeid overmijdelijk ingelicht zijn over hun vormen , hun verhoudingen en hun typische houdingen . Je zult dan in de geest en in het oog ware beelden bewaren en , in afwezigheid van deze modellen , zal het niet in je opkomen om te gaan verzinnen , maar wel degelijk om uw herleefde herinneringen te gaan natekenen , door een onderzoek van wat in uw hoofd opgetekend staat . Na het werken in de natuur zelf is dat ook de meest aanbevelenswaardige wijze van doen . Zowel het een als het andere is heel wat nuttiger dan copieren , daar zult je wel van overtuigd zijn !
Als je na het werken buiten thuis komt , ga dan niet meer aan de tekening naar de natuur verder werken met de bedoeling deze de verbeteren ; je zult ze juist gaan bederven en spontaniteit , die immers hun ware bekoring uitmaken .
Wijdt je dus zo vaak als mogelijk is aan een vriendschappelijke en niet koude of minachtende observatie van de dieren , wendt je uitsluitend tot een directe vertolking zonder uw inspanningen te verspreiden ; beperk je dus in de aanvraag tot een bepaalde diersoort en versnipper uw belangselling niet over een te groot aantal soorten .
ART . NR . 46 . - FIG . 80 - WERK VAN DIERENSCHILDER RAY - LAMBERT .
ART . NR . 46 . - FIG . 81 . - SCHETS
ART . NR . 45 . f , - DE STUDIE VAN DE HUIDBEKLEDING .
ART . NR . 45 . f , - FIG . 79 .
Art . Nr. 45 . f ,
ART . NR . 45 . e , - DE STUDIE VAN EEN ONDERDEEL
ART . NR . 45 . e , - FIG . 75 . - STUDIES VAN ONDERDELEN
FIG . 76 . - STUDIES VAN ONDERDELEN
FIG . 77 . - STUDIES VAN KOPPEN
ART . NR . 45 . e , - FIG . 78 . - STUDIE VAN KOPPEN
ART . NR . 45 . d , - DE SCHETS VAN EEN GROEPArt . Nr . 45 . d ,
De schets van een groep
Als je veel oefeningen gemaakt hebt , kunt je eens een schets van een groep proberen te maken . Door de aard van het onderwerp moet men hierbij natuurlijk met eenvoud en snelheid te werk gaan . Wanneer bij sommige onderdelen bepaalde zwakheden in de tekening , een gevolg van de omvang van het na te volgen ensemble , aan het licht treden , dan behoeft dat niet al te zwaar te wegen : het is de harmonie van het geheel , die men moet nastreven en het zijn vooral de lijnen , die de arabesk , de golfbeweging , uitdrukken , die men te pakken moet zien te krijgen .
Voor de uitvoering van de schets van
fig . 72 is de kunstenaar op het geschikte ogenblik verschenen , op het uur van de maaltijd , een uitgelezen moment , waarop men de kans heeft de modellen in betrekkelijke rust aan te treffen .
De schets met aanduiding van de omgeving .
Soms is het moeilijk om het verlangen te weerstaan om met het dier ook enkele elementen aan te geven van het décor , waarin het geplaatst is . Is het niet vaak één met die omgeving ? Zonder dat de tekening verder doorgevoerd behoeft te zijn , krijgt de uitbeelding daardoor een grotere suggestieve kracht ...
Het is intussen niet nodig om verder te gaan dan een simpele aanduiding , of dit nu een volle of een kale tak is , een hek of een staldeur , die de kunstenaar met enkele snelle lijnen op zijn papier te voorschijn roept .
Kijk maar naar die zwanen op het water ( fig . 73 ) . De schets krijgt aanstonds een dichterlijke bekoring , die een afbeelding van dezelfde vogels zonder hun natuurlijke omgeving ten enemale missen zou . Het kan zelfs gebeuren dat het dier dat , naar de schijn , van een zeer beperkt belang lijkt , niettemin aan de totaliteit zijn bestaansreden schenkt . Dat is bijv. het geval met ons tweede voorbeeld : wanneer je in de geest het onder het gebladerte slapende eendje wegdenkt , zult je constateren dat de rest bijna zijn gehele betekenis verliest waarbij wij opmerken dat het hier om een werkelijk in de natuur gezien tafereeltje gaat en niet om iets dat kunstmatig gecomponeerd werd (fig . 74 ).
Laten wij , om te besluiten ,nog zeggen dat de schets even nuttig is als de studie , maar op een ander plan . Nochtans is een voorbereiding daartoe wel noodzakelijk en wij raden je aan , zoals wij reeds eerder deden , om eerst studies naar het dode dier te maken opdat je zich met minder tijdnood kunt oefenen in het goed bekijken en begrijpen van het model .
ART . NR . 45 . d , - FIG . 72 . - DE SCHETS VAN EEN GROEP
FIG . 73 . - ZWANEN
ART . NR . 45 . d , - FIG . 74 .
ART . NR . 45 . c , - DE EENVOUDIGE SCHETSArt . Nr . 45 . c ,
De eenvoudige schets
De schematische schetsen , die wij zojuist bespraken , kunnen wij beschouwen als een soort van " karkassen " , waarvan het mogelijk is om zijn omtrekken wat te verzachten door de vormen van het model meer naar waarheid weer te geven . Men kan tenslotte ook nog enkele onontbeerlijke onderdeeltjes aanbrengen , alleen die , teneinde de overheersende kenmerken van het onderwerp goed tot zijn recht te doen komen . Op die wijze zult je uw eerste eenvoudige schetsen tot stand kunnen brengen . Vergeet daarbij niet dat het oorspronkelijke schemabeeld niet op het papier getekend hoeft te worden als men dit goed in de geest heeft weten op te nemen dus door zeer goed te kijken . Dit geestesschema , eenmaal op papier gezet , geeft leiding aan de hand en maakt het dus mogelijk om al tot meer complete uitbeeldingen te geraken waarbij men toch nog steeds binnen een sobere uitdrukkingswijze blijft . Merk ook op dat een aanduidingswijze van deze aard in het algemeen een betere indruk van beweging geeft dan verder doorgevoerde studies ; zozeer is het waar dat , hoe meer détails men aanbrengt , hoe onbeweeglijker men zijn onderwerp maakt . Zodoende is het mogelijk dat men , door het goed te willen doen , soms een zeer levendig dier verandert in een opgezet dier .
Bekijk eens de schetsen van fig . 61 en vergelijk hen met fig . 60 . Fig . 64 toont je een kippenkop en een maraboe met uitgestrekte vleugels . Fig . 65 toont een serie van drie schetsen , de eerste eenvoudig , bijna schematisch , de tweede doorgevoerd en de derde sterk doorgevoerd .
De doorgevoerde schets
Indien bij deze de vormen wat meer benaderd en wat meer gekarakteriseerd kunnen worden , moet hij toch ook enkele accentjes bevatten , die in zekere mate de
" volumes " van het model vermogen uit te drukken ( fig ; 65 - 2 ) . Wanneer uw vaardigheid zich verder ontwikkeld zal hebben , kunt je proberen om hier en daar een mooie , krachtige en decoratieve vlek te plaatsen , zoals die te vinden zijn b.v. op de vleugels van een ooievaar of de huid van een koe . Tot dat doel zoudt je het potlood ( fig . 66 ) kunnen verwisselen voor de pen of het penseel .
De ver doorgevoerde schets
Men kan natuurlijk nog verder gaan . Maar niet te ver !.. net wat nodig is . De lijn zal min of meer doorlopend zijn en ditmaal komen er ook waarden aan te pas . Het resultaat is onloochenbaar van een grotere volledigheid ( fig. 65 - 3 ) .
Maar laat ons eerlijk zijn en erkennen dat wat de beweging betreft , de schets er niet op vooruitgegaan is , misschien zelf wel iets verloren heeft . De schets die op fig. 67 is afgebeeld stelt de overgang voor , een uitbeeldingswijze tussen de doorgevoerde en ver doorgevoerde schets , van welke laatste men in de fig . 68 - 71 meer voorbeelden aantreft . Een schets , die snel neergezet werd in een samenstelsel van fors met potlood of inkt getrokken lijnen , kan opgehoogd worden door enkele gewassen toetsen of waterverfvlekken , zoals wij al gezegd hebben . Maar het is dan nodig dat de toonwaarde van deze toetsen enerzijds overeenkomt met de schaduwpatijen teneinde de plastiek te doen uitkomen en anderzijds met de waarde die " aankleding " van het model bezit : onder eenzelfde belichting vertonen namelijk een lichte verendos en een donkere huid in hun algemeenheid niet dezelfde waarde . Bij de eerste zullen de plans natuurlijk op een teerder wijze moeten worden uitgedrukt dan bij de tweede . In ieder geval zal men de bouw van een model beter begrijpen wanneer hij in het volle licht staat , en wel doordat de schaduwen sterker te voorschijn zullen treden om de volumes beter te markeren .