ART . NR . 48 . - DE SCHETS
De Schets
Je bent thans klaar om met schetsen te beginnen . Aanvankelijk zult je natuurlijk met schematische aanduidingen te werk gaan en wij vragen je hierom nog eens terug te keren tot het hoofdstuk , dat de verschillende soorten van werk behandelde en waarin wij de volgorde aangaven voor een trapsgewijze vergroting van de moeilijkheden : na de schematische schets komt de eenvoudige schets , vervolgens de meer doorgevoerde , de schets van een groep en die met aanduiding van de omgeving . Als beginner zult je zich aanvankelijk tot onbewegende modellen moeten richten en stap voor stap zult je dan kunnen geraken tot snellere uitbeeldingen van dieren in beweging . Maar vermijd in ieder geval om uw schetsen te overladen , zelfs als het model in kwestie er zich toe leent .
Anders zou je er toe komen om onnodige détails te gaan aanbrengen en , zoals wij reeds zeiden , het zal er dan mee eindigen dat uw model een versteend effect krijgt . Het dier leeft , zelfs al beweegt het zich niet .
Weet je dus te beperken . Het is ook tegen de geest van de schets om hem te gaan veranderen in een studie . Overigens is de werkwijze niet precies dezelfde voor beide soorten van oefeningen . Het is vooral met de geest dat je bij de schets construeert door meteen , vastberaden , een omtreklijn of vorm aan te pakken , terwijl je bij de studie voor alles rustig de tijd neemt . Beperkt je dus hier door alleen het belangrijkste uit te drukken , hetgeen al moeilijk genoeg is , zoals altijd wanneer men snel kiezen moet , waarbij men het minder belangrijke links laat liggen , om alleen de hoofdzaken te zien en op samenvattende wijze te verwerken .
Om nog op het terrein te blijven van de enigszins doorgevoerde schets , kunt je na het aanbrengen van de eenvoudigste lijnen enkele geestige vlekken tekenen ( zie het varken van plaat VI ) . Deze worden natuurlijk niet op willekeurige wijze geplaatst , anders zouden zij uw tekening gaan verwarren en zelf verontreinigen . Hun doel is om hun waarheid te accentueren .
Om relief en plastiek uit de drukken , heeft men licht - en schaduwvlakken nodig , die aan verandering onderhevig zijn voor wat betreft hun afmetingen , vormen en toonwaarden .
Naar gelang het dier en de tijd die hij je gunt gaat je er een paar aanbrengen , een , twee , drie of vier , naar gelang de belangrijkheid van de waarden , niet nalatend om , als het mogelijk is , ook een slagschaduw te tekenen , waardoor het dier beter op de grond komt te staan ( men zie de koe van plaat VI ) . Je kunt ook een denkbeeld geven van de waarde van bepaalde onderdelen van de vacht , zonder in volledigheid te vervallen . Het gaat hier eenvoudig om het versterken van het relief , dat al gesuggereerd wordt door een toepasselijke modulatie van de omtreklijnen . Hier hebben wij bijvoorbeeld een ooievaar ( zelfde plaat ) . Met het wit van het papier , waarmee men zijn voordeel moet doen , drukken wij het relief van de kop uit . Een ander toontje laat het onderlijf naar achteren schuiven . In de schaduwpartij zullen enkele krachtige , in de richting van de vorm zelf geplaatste , potloodstrepen met succes de veren suggeren . Kijk ook eens naar de pauw van dezelfde plaat , waarvan de schets slechts drie waarden bevat : de hals met een diep zwart , de vleugels met een zacht grijs en wit . Merk op dat het grijs van de rots de staart doet uitkomen , die slechts hier en daar een vlekje bevat om op simpele wijze zijn patroon te suggereren .
Wij hebben al gezegd dat de plans altijd gemakkelijker te zien en te begrijpen zijn op een lichte huid en dan des te beter als het licht helder is . Een gier of panter kunnen ons in de war brengen , de eerste door zijn donkere kleur , de tweede door de tekening van zijn huid ( zie plaat VI en
fig . 106 ) .
Als je in het begin last hebt van het halfduister om de plans te doorgronden , dan zal uw oog langzamerhand meer geoefend raken en je zult zich aangetrokken voelen door de effecten van een stalinterieur , bijvoorbeeld juist door de subtiele verhoudingen van de toonwaarden bij het dier en zijn omgeving . Maar in zo'n geval gaat het toch meer om studies dan om schetsen .
Wij merken op dat voor het snel tot stand brengen van grote schaduwpartijen of voor de toon van een donkere vacht , je de beschikking kunt hebben over een volkomen geschikt materiaal en wel het dikke pijpje krijt dat men plat kan gebruiken , zoals men doet met houtskool , maar dat tevens een punt blijft houden , waarmee scherpe lijntjes te maken zijn . Men zie hiervoor de doorgevoerde schetsen van de aap en de vos ( plaat VI ) .
Alle graden van uitwerking zijn dus bij een schets mogelijk . De illustraties van dit lesdeel laten je er een uitgegreide demonstratie van zien : hij kan een simpel gemoduleerd lijnenspel zijn , enkele vlekken voor de vacht bevatten , vervolgen ook nog schaduwpartijen , tot hoofdzaken teruggebracht of verder doorgevoerd en van meer onderscheiden waarden . Maar nogmaals , ga hem niet onnodig overladen om hem niet die indruk van leven te ontnemen , waardoor hij gekenmerkt wordt .
Als je zich tot de natuur wendt met het doel om in potlood schema's van bewegingen uit te drukken , zult je de tijd missen om hierbij erg ver te gaan en zult je er aan moeten wennen om met zeer sobere notities te volstaan , teneinde niet op verkeerde wijze te tekenen , waarvoor je niet de tijd gekregen hebt om het werkelijk goed te zien . Al zou je maar vier of vijf lijnen goed op zijn plaats hebben gezet , dan zou dat voldoende kunnen zijn voor een correcte weergave . Van lieverlede zult je er oog op krijgen , zal uw visuele geheugen zich ontwikkelen en zal het waarheidsgetrouwe beelden gaan bevatten met behulp waarvan je , na verdwijning van het model of zijn houding , uw beknopte schema zult kunnen aanvullen . Zijn de voorbeelden van fig . 104 niet welsprekend genoeg ? Als je in een later stadium verder gaat uitwerken , des te beter , maar dan op voorwaarde dat het gebeurt naar waarneming en niet naar fantasie ! Waartoe dient nu die dunne lijn die dwars door de schetsen loopt ? Hij vertegenwoordigt , voor iedere houding , de algemene richting van de beweging . Je moet zich er op toeleggen die lijn met uw gedachten te bepalen door het model goed te observeren ; je moet hem , eveneens in gedachten , op papier zetten , zonder de tijd te nemen - en te verliezen - hem ook werkelijk te tekenen .
Bepaalde bewegingen herhalen zich met betrekkelijk korte tussenpozen : het heen en weer lopen van een dier in zijn kooi , de wandeling van een werkpaard enz . Als je hen voor uw eerste werk zou uitkiezen , is er natuurlijk niets tegen dat je hen , schematiseer op verschillende momenten , door n.l. uw aandacht telkens weer te richten naar dezelde fase van de door het dier te herhalen beweging . Maar als je het schetsen van personen beoefend hebt , zal uw snelheid van waarneming al geoefend zijn . Voor het overige doet je er goed aan om tijdens uw uitstapjes oefeningen
" in het wit " te maken , zoals aanbevolen bij de aanvang van ons onderricht : teken met de geest , in uw hoofd , zonder potlood of papier , wanneer je een of ander ogenblik uw gebruikelijke materiaal niet zou kunnen gebruiken .
Ook bij de vogels zijn de verschillende standen zeer boeiend om te bestuderen . Sommigen lopen als mensen , door nu deze , dan weer de andere poot te verplaatsen , de merel bijvoorbeeld en de duif , de kip en de fazant . De mussen daarentegen , zeer lichte vogeltjes huppelen met beide pootjes en komen met sprongentjes vooruit . En is het gewaggel van een gans niet grappig om te zien ?
De bewegingen van de vlucht zijn ook zeer fascinerend . Iedere vogel houdt er zijn eigen manier op na . De reiger en zijn soortgenoten zijn daarbij de enigen die hun kop naar binnen trekken . Vergelijk ook eens de snelle mechanische vlucht van een zwaluw met de veel lomere van een patrijs..
Maar helaas men kan de vlucht alleen op een afstand , en vaak een grote afstand , bekijken . Het is niettemin mogelijk om met aandacht en... indien mogelijk met een kijker , waardevolle dingen op te merken . Men zie in dit verband de schetsen van
fig . 105 .
Het zwemmen van een vis kan men gemakkelijk beoordelen in een aquarium . De gecombineerde bewegingen van de staart en de zwemvliezen zijn onder die omstandigheden niet moeilijk te pakken te krijgen en men zal hun mechanisme gemakkelijk door krijgen . Men zal dan ook constateren dat iedere vissensoort zijn eigen zwemstijl bezit .
Tracht echter niet het onmogelijke te bereiken ; men moet in het begin niet die bewegelijke en grillige modellen gaan studeren , die uw geduld al te zeer op de proef stellen . Het is logisch dat je zich eerst beperkt tot zeer vertrouwde dieren en als je onze raadgevingen goed opvolgt , zullen uw resultaten voldoende aanmoediging geven om met succes veel moeilijkere onderwerpen te gaan aanpakken . Laat ons nu terugkeren tot de studie anders gezegd tot de analyze van de vormen .

















