ART . NR . 51 . - FIG . 11 .

Art . Nr . 51 . Fig . 11 .
De verschillende in silhouet uitgeknipte elementen zijn hier op een rijtje gezet zonder aan een copositie te denken .
Teken en schildercursus fritske3
ART . NR . 51 . - FIG . 11 .
Art . Nr . 51 .
FIG . 12 . - EERSTE POGING TOT RANGSCHIKKING .
Fig . 12 .
ART . NR . 51 . - FIG . 13 . - EEN NUTTIGE AFWISSELING
Art . Nr . 51 .
ART . NR . 51 . a , - FIG . 14 DE COMPOSITIE
Art . Nr . 51 . a ,
ART . NR . 51 . a , - FIG . 15 . - CONSTRUCTIESCHEMA
ART . NR . 50 . - DE PRAKTIJKArt . Nr . 50 .
DE PRAKTIJK
De COMPOSITIE in het STILLEVEN
Wat men niet moet doen
Vaak hebben wij van sommige leerlingen bij hun studie van het lesdeel Licht En Schaduw of bij die van de kleur werkstukken onder ogen gehad , die in ieder opzicht gelijk zijn aan wat wij zien op
fig . 7 .
Soms vertoonden deze studies onmiskenbare kwaliteiten voor wat betreft de constructie , de uitdrukking van het modelé enz . Maar , hoe uitdrukkingsvol de techniek als zodanig ook zijn kon in een streven tot compositie schoten zij altijd - en op hinderlijke wijze - tekort .
Zoals op onze afbeelding zag men er slechts verspreide elementen , waarvan de opstelling volkomen toevallig of willekeurig was . Het gevolg was een pijnlijke indruk van wanorde , leegte , kortom van arm - tierigheid . Het oog van de beschouwer verplaatste zich , evenals op fig . 7 , om beurtelings bij ieder onderdeel even stil te staan , zonder dat het door iets van speciaal belang werd vastgehouden . Vandaar dan ook een volkomen onverschilligheid , welke de waarheidsliefde van de voorstelling ook zijn mocht .
Eerste Voorbeeld
Wat men wel moet doen
Wij nemen de verschillende elementen die op fig. 7 te zien zijn eens ter hand om te proberen tot een echte compositie te geraken .
Allereerst moeten wij denken aan de ondergrond , dat wil zeggen aan het vel papier , het karton , paneel of doek , waarop geschilderd wordt . Dit zal bestemd zijn voor de uitbeelding van het onderwerp en zijn afmetingen , die heel wat zullen verschillen van die van de studie op fig. 7 , waar zij kennelijk in wanverhouding zijn , zullen aangepast zijn aan een bepaald doel en wel om aan de weer te geven voorwerpen een genoegzame belangrijkheid te verlenen om het oppervlak in kwestie goed te vullen , zonder dat de grootte ons er toe dwingt om de verschillende elementen buitensporige afmetingen te verlenen . Ons verlangen zal uitgaan naar een opstelling in de breedte en niet in de hoogte , zodat onze ondergrond een liggende rechthoek zal worden .
Wij trekken dus een horizontale lijn , die de onderste grens van onze compositie zal vormen en geven hem een lengte DC . Op fig . 8 is deze lengte natuurlijk verkleind , maar in werkelijkheid is hij iets groter dan 23 cm. zodat wij werken op een vel van 27 bij 21 cm . in de breedte , aan alle kanten een marge van ongeveer 2 cm. overhouden .
Welke hoogte gaan wij nu nemen ?
Laten wij ens de gulden punten van DC bepalen : dat worden P1 en P2 . De
" gulden rechthoek " , waarover wij eerder spraken , wordt verkregen met DC als basis en de afstand CP2 of DP1 voor de zijkanten . Maar men ziet aanstonds dat wij dan een zeer gedrukte rechthoek zouden krijgen . Het motief dat wij willen samenstellen met een aantal vrij omvangrijke voorwerpen zou het aan ruimte gaan ontbreken . Laten wij dus de hoogte op redelijke wijze vergroten en hem vaststellen op 18 cm . (CB ) , die overeenkomt met de breedte DC, verminderd met de afstand tussen P1 en P2 , de beide gulden punten van DC .
Nu gaan wij dus onze rechthoek ABCD contrueren en trekken zijn beide diagonalen , waarvan het snijpunt G het meetkundige middelpunt van het vlak zal zijn . Op de punten P1 en P2 trekken wij een loodlijn .
Waar zetten wij nu de rand van de tafel , waarop ons stilleven een plaats zal vinden ? Daarvoor zoeken wij een gulden punt op de lijn BC en vandaar uit trekken wij een horizontale lijn . Als dit gebeurd is hebben wij dus het gekozen oppervlak volgens de uiterste en middelste rede ingedeeld , zowel in de hoogte als in de breedte .
Hoe zullen wij nu onze voorwerpen gaan opstellen ? Waarover hebben wij de beschikking ? Over een peer , die wat groter is dan de drie appelen , een klein tinnen schaaltje en een mes . Aan de ene kant plaatsen wij de peer en een van de beide grote appelen ; aan de andere kant de twee overigen op het schaaltje . Aan het mes denken wij later .
Deze verdeling in twee groepen naast elkaar brebgt een zekere symmetrie van de massa's met zich mee , doordat de onderdelen van de linkerkant in evenwicht zijn met die van de rechterkant .
Maar , let wel , als wij de schaal met zijn twee vruchten zo opstellen dat zij voor het oog in de afdeling P1C terecht komen en aan de andere kant de peer en de appel in het vak DP2 , waabij alles op ongeveer dezelfde hoogte in de grote onderste rechthoek een plaats vindt , dan zouden wij ons ongetwijfeld bedienen van een verdeling van ons oppervlak volgen de gulden snede , maar wat zou het aspect er niet ongelukkig door worden ! Deze symmetrische opstelling aan weerszijde van een verticale lijn door het midden zou wel evenwichtig zijn , maar teven onnozel , gekunsteld en vervelend . En in ieder geval zou het evenwicht niet tot stand gekomen zijn in verhouding tot het totale vlak dat door de omlijsting afgebakend is .
Maar wat dan ? Welnu ( zie fig. 9 ) , wij plaatsen onze schaal rechts op zodanige wijze dat zowel zijn middelpunt als het midden van de rechthoek R1 ongeveer samenvalt met de deellijn van middelste en uiterste rede ; R1 is een eenvoudige constructievorm , die de twee appelen omsluit . Aan de linkerkant plaatsen wij de twee andere vruchten zo , dat de tweede rechthoek R2 , waardoor zij worden ingesloten , een weinig over de linkerkant van de eerste rechthoek heen loopt .
De tweede rechthoek gaan wij nu en klein beetje naar voren verschuiven ten opzichte van de eerste , zodat hun basislijnen niet meer op dezelfde horizontale lijn liggen en dat bijgevolg de omtrekken van de vruchten wat losser van elkaar komen te staan en zich voor het oog wat duidelijker aftekenen , met de bedoeling om wat meer beweging aan het geheel te verlenen .
Wat gaan wij nu doen met het mes ?
Dit gaat ons de mogelijkheid geven om het horizontale van het onderwerp te breken . Zoals je ziet , blijven wij vechten tegen eentonigheid . Laten wij dus een schuine lijn gaan toepassen . Wij nemen daarvoor de verbindingslijn van het hoekpunt D met het snijpunt M van de loodlijn op het gulden punt P1 met de horizontale as van de schaal . Daarop plaatsen wij dan het mes , dat met zijn uiteinde op de schaal komt te rusten . Aldus verlenen wij onze compositie een " helling " , om het zo eens uit te drukken , een voltooiend element , dat het geheel aangenamer zal maken voor het oog , dat ook als dit niet zeer geoefend zou zijn , toch de onderlinge band , de arabesk , zal aanvoelen die thans de verschillende onderdelen samenhoudt , zoals wij die arabesk op fig . 9 hebben aangeduid .
Laten wij hier eens heel duidelijk zijn , teneinde iedere begripsverwarring die samen kan gaan met het gebruik van een woord , dat , naar gelang het individu , verschillende betekenissen kan hebben , te vermijden .
Volgens het woordenboek is een arabesk een serie danspassen en figuren gevormd door dansers die in verschillende groepen doorheen werken , met de bedoeling om verschillende gevoelstoestanden door houdingen uit te drukken . In het meervoud gebruikt , betekent dit woord : versieringen in schilder - , beeldhouw - en bouwkunst , zoals speciaal toegepast door de Arabieren . Zij bestaan voornamelijk uit bladeren , vruchten , draperieen , linten enz., die op kunstige wijze tegenover elkaar geplaatst , samengevoegd of dooreengevlochten zijn .
In wezen gaat het dus over rangschikking en beweging . Bestaat een compositie immers niet uiteindelijk uit een rangschikking en het scheppen van bewegingen ? Opstelling en beweging nu kunnen omsloten worden door een algemene beweging , die in één enkele lijn wordt uitgedrukt , die de geest van de compositie samenvat en de algemene band uitdrukt . Het is in deze zin dat wij hier het woord arabesk gebruiken .
Maar , indien ons oog ongetwijfeld behaagd wordt door de hier aangetroffen arabesk , voert deze ons intussen nog niet naar een fragment van de compositie dat belangwekkender is dan de andere . Wij ontberen hier nog een centrum van belangstelling , een aantrekkelijk middelpunt . Men moet dus een keuze gaan maken tussen die elementen , waarvan er één in aantrekkelijkheid duidelijk boven de andere uitsteekt . Door onze voorwerpen op oordeelkundige wijze op te stellen , zijn wij er in geslaagd om eentonigheid in de lijnen , oppervlakken en massa's te ontlopen . Wij moeten ook een eenvormigheid in belangwekkendheid zien te vermijden , hetgeen hetzelfde is als een afwezigheid van die belangwekkendheid .
Dit streven zullen wij kunnen dienen door de werking van het licht en de verschillende toonwaarden , die het zal oproepen , kortom door het z.g. clair - obscur .
Bekijk eens fig . 10 , dan zult je daar aanstonds getroffen worden door de aanwezigheid van een overheersende lichte toon , die lichtender is dan de andere lichte tonen van de compositie en waardoor het oog onweerstaanbaar word aangetrokken . Ziedaar nu een centrum van belangstelling , dat zoals je zult opmerken , niet samenvalt met het meetkundig middelpunt ( gevormd door het snijpunt van de diagonalen op
fig . 9 ) , maar met de appel die een beetje naar links staat en ongeveer samenvalt met de loodlijn uit het gulden punt P2 . Als het centrum van belangstelling samenvalt met het geometrische centrum , zou dit leiden tot een symmetrie en een gelijkvormigheid in de indeling van de compositie , die wij hebben dat herhaaldelijk gezegd , noodlottig zou zijn .
Ofschoon het oog het wordt aangetrokken door het centrum van belangstelling , omvat het niettemin toch het totale beeld , op voorwaarde echter dat de beschouwer de juiste afstand in acht neemt , die minsten drie maal de grootste afmeting van het schilderij moet bedragen .
FIG . 7 . - WERKELIJKE COMPOSITIE ONTBREEKT .
FIG . 8 . - SLECHTE COMPOSITIE
Fig . 8 .
FIG . 9 . - EVENWICHTIGE EN HARMONIEUZE OPSTELLING .
Fig . 9 .
ART . NR . 51 . - FIG . 10 . - UITGEVOERDE COMPOSITIE
ART . NR . 49 . b , - DE GULDEN SNEDE IN DE NATUUR
ART . NR . 49 . b , - FIG . 6 . - DE GULDEN SNEDE EN HET MENSELIJK LICHAAM
ART . NR . 49 . a , - DE THEORIE
ART . NR . 49 . a , - FIG . 1 . - DE GULDEN SNEDE
FIG . 2 . - TWEEDE METHODE - GULDEN SNEDE
Fig . 2 .
FIG . 3 . - GULDEN PUNTEN
Fig . 3 .
FIG . 4 . - COMPOSITIE VERHOUDING ( 1,618 )
Fig . 4 .
ART . NR . 49 . a , - FIG . 5 . - COMPOSITIE
Art . Nr . 49 . a ,
ART . NR 49 . - DE COMPOSITIE - INLEIDING
ONS VOLGEND ONDERWERP IS DE COMPOSITIE