ART . NR . 51 . a , - TWEEDE VOORBEELD
Art . Nr . 51 . a ,
Tweede Voorbeeld
Door talrijke , ofschoon merendeels verwante , elementen ten tonele te voeren kunnen wij daar thans een rijkere , meer afwisselende en vollediger compositie mee tot stand gaan brengen . Je ziet hem op
fig . 14 . Door zijn costrutie te bestuderen zult je constateren ( fig . 15 ) dat deze nieuwe compositie gebaseerd is op een stelsel van assen en lijnen , die bepaald werden met behulp van de gulden snede , waaruit een indeling van de vlakken volgens de middelste en uiterste rede voortvloeit .
De as AB van de fruitschaal valt ongeveer samen met de gulden snede van de totale breedte van het doek , waarbij B bij benadering overeenkomst met het gulden punt van de lijn EJ . De as van het gordijn links van de schaal speelt dezelfde rol met O als tweede mogelijk gulden punt van EJ . De achterlijn van de tafel ( CD ) brengt een soortgelijke verdeling tot stand in de hoogte JK met D als gulden punt van deze verticale zijde .
Nu verbinden wij rechts D met A en links A met de onderhoek E . Wij verkrijgen dan de driehoek E1 AD , een regelmatige meetkundige figuur , waarin het bovenste deel van de schaal met zijn vruchten een plaats gaat vinden . Aangezien de horizon op LH ligt , zullen wij de bovenomtrek van de schaal als een nogal platte ellips te zien krijgen . Zijn horizontale as valt samen met FG , een lijn die op symmetrische wijze met GB in het vlak gelegen is ; hij deelt JK bijna precies volgens de middelste en uiterste rede in en derhalve ook het totale oppervlak in de hoogte volgens de gulden snede .
Aan de onderzijde blijven er aan weerszijden van de fruitschaal twee leegtes over , die beide een ongeveer rechthoekige vorm vertonen . Wij zullen die op de een of andere manier moeten gaan opvullen .
Door de belangrijkheid van de schaal en zijn verschuiving naar de rechterzijde , zal de rechterbenedenhoek van de compositie minder belangrijke massa's moeten gaan bevatten dan de linkerbenedenhoek en wel om een bevredigend evenwicht tussen
rechter - en linkerhelft te verkrijgen . De beide leegten zullen bijgevolg opgevuld worden , waarbij een gelijkheid in omtrekken vermeden zal moeten worden van de uit te kiezen voorwerpen .
Hierna blijft de linkerbovenhoek nog leeg . Laten wij daar eens een raam aanbrengen , waarvan het formaat gelijk zal zijn aan de rechthoek in hoek J . waardoor een volkomen evenwicht in acht genomen blijft .
Als je nu de twee figuren 14 en 15 goed bekijkt , zult je zien dat de twee bovengenoemde rechthoeken een nieuw voorbeeld bieden van een geslaagde toepassing van de wet van het evenwicht , waarover wij het hadden bij onze eerste copositie . Zij zijn tegengesteld door hun ligging en door hun toonwaarden , immers de ene is licht en de andere grotendeels donker , maar hun algemen vorm vertoont een overeenkomst ( overeenkomst der tegenstellingen ) .
Maar deze wet van het evenwicht is niet alleen op die plaats toegepast . Aan iedere zijde van het centrum van belangstelling ( de fruitschaal ) , waarvan het middelpunt niet samenvalt met het geometrische middem van de compositie , houden ook de andere elementen , gelijksoortige en tegengestelde , elkaar in evenwicht .
De werking op het oog door de overheersende lichte toon ( ter hoogte van de schaal ) wordt verlengd door talrijke herhalingen en deze wet van de herhalingen wordt recht gedaan zowel in de toonwaarden als de volumes : herhaling van gebogen lijnen ( in de schaal en de vruchten ) , waar tegenover staat de herhaling van rechte , horizontale en verticale , lijnen : in het raam , het gordijn en de tafel .
De compositie is dus goed uitgewogen en deze evenwichtigheid heeft niets gemeen met een eentonige symmetrie . Integendeel , zijn verscheidenheid brengt een harmonieus rythme voort , veroorzaakt door de verschuiving van de voornaamste onderdelen en bijkomstigheden , hun afwisselende " bewegingen " , waarbij de algemene horizontaliteit van het onderwerp bestreden wordt door het op geslaagde wijze aanbrengen van verticale en schuine lijnen , zoals die van het servet , die zelf weer in twee tegengestelde richtingen lopen .
Men zal opmerken dat sommige rechtstaande elementen afgesneden zijn ( een mogelijkheid , die wij eerder onder ogen zagen ) ten gunste van het algemene aspect . Ook ziet men dat de verhouding van licht - tot schaduwpartijen , voor wat betreft de grootte van hun oppervlakken , een op drie is volgens het reeds uiteengezette beginsel . Het clair - obscuur is in feite een tegenlicht - effect met krachtige tegenstellingen in de toonwaarden . Dit beantwoordt ook aan de bedoelingen van de kunstenaar , die er op uit was om tot een grote rijkdom van expressie in zijn onderwerp te komen . Hij bereikt dit door " verscheidenheid in eenheid " . Een volkomen overeenstemming van alle bestanddelen van het schilderij wist hij tot stand te brengen en daardoor werd ook aan de wet van de harmonie tegemoet gekomen .
















