Vrijdag 22 september 2006
ART . NR . 54 . b , - DE KLEUR IN DE COMPOSITIE
Art . Nr . 54 . b ,
De kleur in de compositie
In het algemeen zal de verdeling van de gekleurde massa's ongeacht het toegepaste kleurengamma , de grote bouw van de compositie moeten ondersteunen ,want hij vormt immers een begeleiding van de beweging der lijnen , onderstreept hen en voltooit de indruk die het rythme , dat door die lijnen geschapen werd , verwekt . Maar het is wel duidelijk dat het gebruikte kleurengamma in nauw verband moet staan met het karakter van het onderwerp in kwestie . Van kleur kan een grote ontroerende kracht uitgaan en wanneer van deze kracht een goed gebruik wordt gemaakt , zal hij de indrukken , die de bouw van de compositie te voorschijn roept , aanzienlijk kunnen versterken . In het lesdeel over de kleur heeft je het verschil leren zien tussen warme en koude tonen en je kent ook de betekenis die men hechten moet aan het woord " dominante " . Je weet ook dat kleuren elkaar onderling beinvloeden en dat zij van aard veranderen , wanneer zij naast elkaar gezet zijn : de ene zal naast een andere in kracht afnemen , een andere zal juist versterkt worden door een derde naast zich te hebben .
Zoals er in een schilderij een dominante voor de waarden dient te bestaan , zo moet er ook een zijn bij de kleuren als zodanig . Je weet wel dat om een overheersende waarde tot zijn recht te doen komen , men zich van een tegenstelling moet bedienen , dus de oppositie van een lichte tot een donkere dominante .
Bij de kleuren doet men hetzelfde : tegenover een bepaalde kleur plaatst men zijn complementaire , of , als men wat fijner te werk wil gaan , een toon die samengesteld is met behulp van deze laatste . Op het terrein van de kleur echter " gebruikt de schilder de tegenstellingen slechts op bescheiden wijze en met een zekere voorzichtigheid , want de hoogste wet van de kunst blijft de harmonie . Zo zal hij nooit twee complementaires van dezelfde omvang en kracht naast elkaar schilderen met het doel hun kracht te versterken . Om een dergelijke gewelddadige botsing te vermijden zal hij ofwel de ene van afmetingen sterk verkleinen , ofwel zijn kleurenintensiteit verminderen " ( Jules Brabant ) . Men moet daarbij niet uit het oog verliezen dat men , om ook hier tot een eenheid te geraken , de tonen , die de dominante vergezellen , zodanig van aard zal moeten wijzigen dat hij ( die dominante ) zijn heerschappij over het gehele schilderij voortzet . Men zal hem dus moeten terugvinden , waarbij een
" vermoeden " vaak voldoende is , in de meeste andere tonen . Wij hebben immers reeds gezegd dat zij in tegenstelling staan ; op deze wijze handhaafd men de eenheid en bereikt men een harmonie : zo zijn er blauwe schilderijen , rode en groene of , als men wil , schilderijen van een algemene toon die de dominante te zien geeft . Zeer zeker moet men ook op dit gebied gelijkvormigheid uit de weg trachten te gaan en nu zult je ons misschien gaan opwerpen dat dit alles toch wel erg moeilijk is ! We zullen je echter zo dadelijk gaan geruststellen , als we je gaan verzekeren dat vrijheid en fantasie altijd hun rechten blijven behouden , op voorwaarden natuurlijk dat zij onderworpen blijven aan een zekere matiging en aan de goede smaak .
Nog eens ons voorbeeld
In het besproken schilderij heeft de schilder als contrast tegen de lange zilverachtige banden evenwijdige banen aangebracht in een afwisseling van koele en warme tonen , de laatsten in een gamma van blond naar donkerbruin . Daarbij wilde hij zo sterk mogelijk het verband van de geschilderde materie met de werkelijke , die van het hout zelf dus , tot uitdrukking brengen .
De grijze tonen in de gebarsten stammen worden gecompenseerd door de vlakken met donkergroene ( " olijfgroene " natuurlijk ) tonen om , dik in de verf , een contrast te vormen met het strogeel van het gras , dat zich op de bodem voortgewoekerd had .
Achter de olijfbomen is een " menselijk " element te bespeuren in de drie huizen in het ronde doorkijkje . Deze huizen hebben slechts zeer kleine ramen , als om de eenzaamheid en teruggetrokkenheid van hun bewoners te onderstrepen . Zij zijn rose en wit geschilderd , zoals de landhuizen in de Provence en , ook al weer een contrast , tekenen zich , overigens niet al te heftig , twee donkere cypressen af tegen een donkerblauwe hemel .
Maar waarom , zo zult je misschien vragen , zijn bomen en landschap niet gewoon weergegeven zoals men ze ziet op een
" natuurlijke " wijze ?
We zeiden het al : " de kunst is de natuur plus de mens " . En die mens heeft ook hier zijn eigen gesteldheid , zijn eigen oorspronkelijkheid en zijn persoonlijke opvattingen . Hij wil ons niet in de eerste plaats een landschap laten zien maar veeleer de indrukken die hij daarvan onderging . En nu kan men toch niet loochenen dat het karakter van strengheid van deze landstreek niet zeer intensief werd uitgedrukt door de hardheid en de hoekigheid van de lijnen en vlakken , die toch ook weer wat verzacht worden door de grote , alles omvattende spiraal , die als een verflauwde echo beantwoordt aan de golvingen van de heuvels met zijn begroeide " treden " . Die strengheid komt ook naar voren in de door de schilder gebruikte kleuren .
De hardheid in het licht van die streken zien we immers uitgedrukt in die heftige en plotselinge tegenstellingen van de toonwaarden . En voelt men de samenstelling van de bodem zelf en de rotsachtige opstijgingen van de muurtjes niet heel goed in de als het ware stukgehakte grond met zijn fel botsende lijnen ?
Enkele overdenkingen
Laten we uit alles een grote les trekken . Voor een kunstwerk , welk dan ook , moet je niet te vlug uw gevolgtrekkingen gaan maken . Bekijk het heel goed en neem daar rustig de tijd voor . Bestudeer het en denk er over na . Je bent thans in kennis gebracht met die grondbeginselen die het je mogelijk zullen maken om een compositie op verstandige wijze te ontleden en om hem te " beredeneren " , zoals je dat ook moet doen , wanneer je er zelf een gaat maken . In het vervolg zult je in staat zijn om uw eigen smaak en voorkeur tot gelding te brengen en dat niet blindelings , in het wilde weg , maar door hem een rechtvaardiging te geven , hem te veranderen en zelfs te verbeteren .
Stellig mag de amateur , zoals Alfred Leroy eens schreef , " niet blindelings een anders denkbeelden aanvaarden , herhalen wat hij in handboeken las of op lezingen te horen kreeg . Hij moet blijven zoeken naar een aanpassing van zijn eigen neigingen met het ontvangen onderricht . Hij moet een afstand gaan doen van zijn persoonlijkheid en op zijn hoede blijven voor medeverschijnselen en snobisme .... " Maar anderzijds moeten we , zoals de veel aangehaalde Dr . Brabant ons heeft aanbevolen , " voor een schilderij ieder vooroordeel laten wegwallen , onze eigen voorkeuren trachten te vergeten om te proberen de " boodschap " van de kunstenaar te begrijpen . En vooral moeten wij hen niet van onbekwaamheid gaan beschuldigen , wanneer zijn schoonheidsopvattingen niet overeenkomen met de onze ! Wanneer men de studietekeningen van een Picasso of een Permeke ziet , staat men verbaasd over hun knapheid . Niettemin hebben deze beide schilders in hun schilderijen de ene deformatie na de andere opgesteld , zodat de leek er volkomen van in de war raakte . Laten we trachten om het doel van dergelijke afwijkingen te begrijpen , die zeker zo gewild en berekend zijn ... Maar , mochten we er niet altijd in slagen om het
" geheim " van een schilderij te ontdekken , dan moeten we daarom nog niet gaan denken dat we voor altijd gesloten zouden zijn voor kunstzinnige ontroeringen . Zelfs indien men de gave heeft , moet men nog studeren om kennis te verwerpen en wat de moeite waard is om van te houden , levert zich nooit aanstonds aan ons over " .
BESLUIT
Laatste raadgevingen
Thans moeten we gaan besluiten .
In de eerste plaats moet je zich niet laten hypnotiseren door voorschriften , die ongetwijfeld nuttig zijn en zelfs wel eerbiedwaardig , zoals bijvoorbeeld dat van de gulden snede . Er bestaan geen formules , zelfs niet digene die uit meetkundig oogpunt volmaakt zijn , die automatisch in alle gevallen toegepast kunnen worden en een leek in een kunstenaar zouden kunnen veranderen . We hebben het al gezegd en zeggen het nogmaals : " Verwar niet doel en middelen " . De toepassing van de gulden snede bijv . verschaft ons een middel om gemakkelijk een goed uitgewogen verhouding tussen een geheel en zijn verschillende onderdelen te vinden en heel wat kunstenaars passen hem op intuïtieve wijze , als het ware instinctmatig toe .
In ieder geval blijft iedereen volkomen vrij om een ander procedé te hulp te roepen , maar ieders eigen temperament , zoals we al eerder zeiden . De een , die van ordening houdt en meer op vormen dan op bewegingen gesteld is , zal zich bij voorkeur van meetkundige stelsels bedienen om zijn werk op te bouwen . De ander die meer gehecht is aan de beweging , onderworpen aan een expressie of gevoelen , zal op meer vrije en spontane wijze zijn gevoeligheid de vrije loop laten , zonder dit op te sluiten in een min of meer uitgerekend netwerk van voerlijnen .
Maar dit wil ook al weer niet zeggen dat men dat " de vrije loop " laten aan het toeval moet overlaten zonder zijn verstand te raadplegen , want het moet tenslotte tot een uiterlijke vorm komen en gestalte krijgen op papier of doek . En daardoor is , ondanks alles , nodig dat men zich weet te bedwingen en aan de rede weet te gehoorzamen .
Eens te meer laten we hier Dr . Brabant aan het woord : " Destijds waren er verhitte geesten die de musea wilden verbranden " ! Dat was in die tijd dat men jonge schilders de raad gaf om niet naar academies te gaan , uit angst dat hun persoonlijkheid gedood zou worden ! Alsof de ware persoonlijkheid zich juist niet zou harden door de gevolgen van een zekere dwang ! "
En tenslotte zullen we besluiten met de woorden van Ad . Giraldon : " Op het terrein van de compositie blijven vrijheid en fantasie de grootste bronnen van inspiratie , al worden deze geremd en in toom gehouden door de natuurlijke wetten van gezond verstand , logica en matiging en bediend door een zo sterk mogelijk vakmanschap . Geen enkele raad kan wet worden voor allen en iedereen , behalve de raad , die we ontlenen aan de ervaring der eeuwen en die eeuwig waar en eeuwig nuttig blijft : zien , denken , begrijpen en werken met liefde , bescheidenheid en oprechtheid " .
De kleur in de compositie
In het algemeen zal de verdeling van de gekleurde massa's ongeacht het toegepaste kleurengamma , de grote bouw van de compositie moeten ondersteunen ,want hij vormt immers een begeleiding van de beweging der lijnen , onderstreept hen en voltooit de indruk die het rythme , dat door die lijnen geschapen werd , verwekt . Maar het is wel duidelijk dat het gebruikte kleurengamma in nauw verband moet staan met het karakter van het onderwerp in kwestie . Van kleur kan een grote ontroerende kracht uitgaan en wanneer van deze kracht een goed gebruik wordt gemaakt , zal hij de indrukken , die de bouw van de compositie te voorschijn roept , aanzienlijk kunnen versterken . In het lesdeel over de kleur heeft je het verschil leren zien tussen warme en koude tonen en je kent ook de betekenis die men hechten moet aan het woord " dominante " . Je weet ook dat kleuren elkaar onderling beinvloeden en dat zij van aard veranderen , wanneer zij naast elkaar gezet zijn : de ene zal naast een andere in kracht afnemen , een andere zal juist versterkt worden door een derde naast zich te hebben .
Zoals er in een schilderij een dominante voor de waarden dient te bestaan , zo moet er ook een zijn bij de kleuren als zodanig . Je weet wel dat om een overheersende waarde tot zijn recht te doen komen , men zich van een tegenstelling moet bedienen , dus de oppositie van een lichte tot een donkere dominante .
Bij de kleuren doet men hetzelfde : tegenover een bepaalde kleur plaatst men zijn complementaire , of , als men wat fijner te werk wil gaan , een toon die samengesteld is met behulp van deze laatste . Op het terrein van de kleur echter " gebruikt de schilder de tegenstellingen slechts op bescheiden wijze en met een zekere voorzichtigheid , want de hoogste wet van de kunst blijft de harmonie . Zo zal hij nooit twee complementaires van dezelfde omvang en kracht naast elkaar schilderen met het doel hun kracht te versterken . Om een dergelijke gewelddadige botsing te vermijden zal hij ofwel de ene van afmetingen sterk verkleinen , ofwel zijn kleurenintensiteit verminderen " ( Jules Brabant ) . Men moet daarbij niet uit het oog verliezen dat men , om ook hier tot een eenheid te geraken , de tonen , die de dominante vergezellen , zodanig van aard zal moeten wijzigen dat hij ( die dominante ) zijn heerschappij over het gehele schilderij voortzet . Men zal hem dus moeten terugvinden , waarbij een
" vermoeden " vaak voldoende is , in de meeste andere tonen . Wij hebben immers reeds gezegd dat zij in tegenstelling staan ; op deze wijze handhaafd men de eenheid en bereikt men een harmonie : zo zijn er blauwe schilderijen , rode en groene of , als men wil , schilderijen van een algemene toon die de dominante te zien geeft . Zeer zeker moet men ook op dit gebied gelijkvormigheid uit de weg trachten te gaan en nu zult je ons misschien gaan opwerpen dat dit alles toch wel erg moeilijk is ! We zullen je echter zo dadelijk gaan geruststellen , als we je gaan verzekeren dat vrijheid en fantasie altijd hun rechten blijven behouden , op voorwaarden natuurlijk dat zij onderworpen blijven aan een zekere matiging en aan de goede smaak .
Nog eens ons voorbeeld
In het besproken schilderij heeft de schilder als contrast tegen de lange zilverachtige banden evenwijdige banen aangebracht in een afwisseling van koele en warme tonen , de laatsten in een gamma van blond naar donkerbruin . Daarbij wilde hij zo sterk mogelijk het verband van de geschilderde materie met de werkelijke , die van het hout zelf dus , tot uitdrukking brengen .
De grijze tonen in de gebarsten stammen worden gecompenseerd door de vlakken met donkergroene ( " olijfgroene " natuurlijk ) tonen om , dik in de verf , een contrast te vormen met het strogeel van het gras , dat zich op de bodem voortgewoekerd had .
Achter de olijfbomen is een " menselijk " element te bespeuren in de drie huizen in het ronde doorkijkje . Deze huizen hebben slechts zeer kleine ramen , als om de eenzaamheid en teruggetrokkenheid van hun bewoners te onderstrepen . Zij zijn rose en wit geschilderd , zoals de landhuizen in de Provence en , ook al weer een contrast , tekenen zich , overigens niet al te heftig , twee donkere cypressen af tegen een donkerblauwe hemel .
Maar waarom , zo zult je misschien vragen , zijn bomen en landschap niet gewoon weergegeven zoals men ze ziet op een
" natuurlijke " wijze ?
We zeiden het al : " de kunst is de natuur plus de mens " . En die mens heeft ook hier zijn eigen gesteldheid , zijn eigen oorspronkelijkheid en zijn persoonlijke opvattingen . Hij wil ons niet in de eerste plaats een landschap laten zien maar veeleer de indrukken die hij daarvan onderging . En nu kan men toch niet loochenen dat het karakter van strengheid van deze landstreek niet zeer intensief werd uitgedrukt door de hardheid en de hoekigheid van de lijnen en vlakken , die toch ook weer wat verzacht worden door de grote , alles omvattende spiraal , die als een verflauwde echo beantwoordt aan de golvingen van de heuvels met zijn begroeide " treden " . Die strengheid komt ook naar voren in de door de schilder gebruikte kleuren .
De hardheid in het licht van die streken zien we immers uitgedrukt in die heftige en plotselinge tegenstellingen van de toonwaarden . En voelt men de samenstelling van de bodem zelf en de rotsachtige opstijgingen van de muurtjes niet heel goed in de als het ware stukgehakte grond met zijn fel botsende lijnen ?
Enkele overdenkingen
Laten we uit alles een grote les trekken . Voor een kunstwerk , welk dan ook , moet je niet te vlug uw gevolgtrekkingen gaan maken . Bekijk het heel goed en neem daar rustig de tijd voor . Bestudeer het en denk er over na . Je bent thans in kennis gebracht met die grondbeginselen die het je mogelijk zullen maken om een compositie op verstandige wijze te ontleden en om hem te " beredeneren " , zoals je dat ook moet doen , wanneer je er zelf een gaat maken . In het vervolg zult je in staat zijn om uw eigen smaak en voorkeur tot gelding te brengen en dat niet blindelings , in het wilde weg , maar door hem een rechtvaardiging te geven , hem te veranderen en zelfs te verbeteren .
Stellig mag de amateur , zoals Alfred Leroy eens schreef , " niet blindelings een anders denkbeelden aanvaarden , herhalen wat hij in handboeken las of op lezingen te horen kreeg . Hij moet blijven zoeken naar een aanpassing van zijn eigen neigingen met het ontvangen onderricht . Hij moet een afstand gaan doen van zijn persoonlijkheid en op zijn hoede blijven voor medeverschijnselen en snobisme .... " Maar anderzijds moeten we , zoals de veel aangehaalde Dr . Brabant ons heeft aanbevolen , " voor een schilderij ieder vooroordeel laten wegwallen , onze eigen voorkeuren trachten te vergeten om te proberen de " boodschap " van de kunstenaar te begrijpen . En vooral moeten wij hen niet van onbekwaamheid gaan beschuldigen , wanneer zijn schoonheidsopvattingen niet overeenkomen met de onze ! Wanneer men de studietekeningen van een Picasso of een Permeke ziet , staat men verbaasd over hun knapheid . Niettemin hebben deze beide schilders in hun schilderijen de ene deformatie na de andere opgesteld , zodat de leek er volkomen van in de war raakte . Laten we trachten om het doel van dergelijke afwijkingen te begrijpen , die zeker zo gewild en berekend zijn ... Maar , mochten we er niet altijd in slagen om het
" geheim " van een schilderij te ontdekken , dan moeten we daarom nog niet gaan denken dat we voor altijd gesloten zouden zijn voor kunstzinnige ontroeringen . Zelfs indien men de gave heeft , moet men nog studeren om kennis te verwerpen en wat de moeite waard is om van te houden , levert zich nooit aanstonds aan ons over " .
BESLUIT
Laatste raadgevingen
Thans moeten we gaan besluiten .
In de eerste plaats moet je zich niet laten hypnotiseren door voorschriften , die ongetwijfeld nuttig zijn en zelfs wel eerbiedwaardig , zoals bijvoorbeeld dat van de gulden snede . Er bestaan geen formules , zelfs niet digene die uit meetkundig oogpunt volmaakt zijn , die automatisch in alle gevallen toegepast kunnen worden en een leek in een kunstenaar zouden kunnen veranderen . We hebben het al gezegd en zeggen het nogmaals : " Verwar niet doel en middelen " . De toepassing van de gulden snede bijv . verschaft ons een middel om gemakkelijk een goed uitgewogen verhouding tussen een geheel en zijn verschillende onderdelen te vinden en heel wat kunstenaars passen hem op intuïtieve wijze , als het ware instinctmatig toe .
In ieder geval blijft iedereen volkomen vrij om een ander procedé te hulp te roepen , maar ieders eigen temperament , zoals we al eerder zeiden . De een , die van ordening houdt en meer op vormen dan op bewegingen gesteld is , zal zich bij voorkeur van meetkundige stelsels bedienen om zijn werk op te bouwen . De ander die meer gehecht is aan de beweging , onderworpen aan een expressie of gevoelen , zal op meer vrije en spontane wijze zijn gevoeligheid de vrije loop laten , zonder dit op te sluiten in een min of meer uitgerekend netwerk van voerlijnen .
Maar dit wil ook al weer niet zeggen dat men dat " de vrije loop " laten aan het toeval moet overlaten zonder zijn verstand te raadplegen , want het moet tenslotte tot een uiterlijke vorm komen en gestalte krijgen op papier of doek . En daardoor is , ondanks alles , nodig dat men zich weet te bedwingen en aan de rede weet te gehoorzamen .
Eens te meer laten we hier Dr . Brabant aan het woord : " Destijds waren er verhitte geesten die de musea wilden verbranden " ! Dat was in die tijd dat men jonge schilders de raad gaf om niet naar academies te gaan , uit angst dat hun persoonlijkheid gedood zou worden ! Alsof de ware persoonlijkheid zich juist niet zou harden door de gevolgen van een zekere dwang ! "
En tenslotte zullen we besluiten met de woorden van Ad . Giraldon : " Op het terrein van de compositie blijven vrijheid en fantasie de grootste bronnen van inspiratie , al worden deze geremd en in toom gehouden door de natuurlijke wetten van gezond verstand , logica en matiging en bediend door een zo sterk mogelijk vakmanschap . Geen enkele raad kan wet worden voor allen en iedereen , behalve de raad , die we ontlenen aan de ervaring der eeuwen en die eeuwig waar en eeuwig nuttig blijft : zien , denken , begrijpen en werken met liefde , bescheidenheid en oprechtheid " .

















