Vrijdag 23 juni 2006
ART . NR . 30 . - DE UITVOERING .
Art . Nr . 30 .
De uitvoering.
Iedere kunstenaar maakt gebruik van een techniek en een uitvoering welke het beste past bij zijn aanleg . Voorlopig moet je bij het portrettekenen pen en penseel nog laten rusten . Later , wanneer je meer ervaring heeft gekregen kunt je eens proberen
pen - en penseeltekeningen te maken . Beide materialen eisen in het begin nog teveel aandacht voor zichzelf op .
De potloodtekening .
Potlood is verreweg het gemakkelijkste materiaal en de effecten welke je daarmee kunt bereiken zijn vele .
Je kunt het potlood op verschillende manieren hanteren , namelijk door met een scherpere of stompere punt te tekenen , of wel dat je gebruik maakt van een schuin afgeslepen - beitelvormige - punt . Potloodstreken laten zich voorts uitwrijven met de vinger of met een doezelaar , waarbij je dan met vlakgum de hoge lichten kunt inzetten . Bij de laatste werkwijze moeten wij er wel op letten dat de tekeing niet te week wordt . De vlakken moeten dus niet
" doodgepoetst " worden , zoals men dit noemt . De meest eenvoudige werkwijze is evenwel de beste en een bewijs hiervoor is fig . 57 , een meesterlijke portretstudie van Berthold - Mahn , van wiens hand er in deze les vele portretten zijn afgebeeld . Zie eens hoe hier met eenvoudige middelen een levendige uitdrukking verkregen is . Dergelijke tekeningen doen ons toch werkelijk meer dan die waarin met goedkope effecten een twijfelachtig resultaat is verkregen . In de tekeningen van Berthod - Mahn worden we getroffen door de lenigheid van de grijze potloodlijnen met hier en daar een versterking , zoals de ogen , de neusvleugels en de bovenlip , welke voldoende is om een indruk van leven te geven . Bekijken we nu eens het profiel - portret van fig . 47 . Door deze tekening is een heel andere manier gevolgd . Met brede streken zijn de voornaamste schaduwpartijen gearceerd . De tekenaar verkreeg hierdoor dus een sterk plastisch effect . De binding tussen de donkerste partijen en de lichtere schaduwen verkreeg hij door met de platte kant van het potlood luchtig over het papier te gaan . De hoge gedeelten van het papier zullen voldoende potlooddeeltjes vasthouden , waardoor de bindende toon onstaat . Voor deze techniek moet dus wel een iets grovere papier soort worden gebruikt .
Het portret en face van fig. 51 is uitgevoerd in zwart en wit conté op lichtgetint papier .
Door je deze verschillende voorbeelden te laten zien , hopen wij dat je die werkwijze gaat toepassen welke het meest bij uw persoonlijke aanleg en smaak past . Tekent je met gewoon potlood , maak dan uw opzet b.v. met HB en werk het geheel verder af met 5 of 6B . Je kunt hiermede het beste resultaat bereiken . Conté of contépotlood geeft direct een veel krachtiger en zwarte streek . Een prachtig materiaal overigens , doch je moet er in het begin heel voorzichtig mee omgaan , want een contélijn is niet weg te vlakken . Gebruik nimmer gewoon potlood en conté tesamen . Doordat het conté de potloodstreken niet dekt ontstaat er in zo'n tekening een onaangename schittering .
Voor grotere portretstudies is houtskool aan te bevelen . Het wordt verkocht in een hardere en een zachtere soort . Houtskool laat zich gemakkelijk wegvlakken met gekneed brood of met kneedgum . Met houtskool kan men mooie , fluweelachtige zwarten verkrijgen . Werken wij op getint papier dan kunnen de hoge lichten met wit conté worden aangezet . Na voltooiing moet de houtskooltekening gefixeerd worden . Overigens hebben wij al deze technieken besproken in de les " Licht en
Schaduw " .
Tenslotte vragen wij nog uw aandacht voor de kopjes van Watteau (fig . 60 ) . Deze kopjes , waarvan de hoogtemaat 6 tot 8 cm bedraagt , werden uitgevoerd in drie kleuren krijt - zwart , wit en sanguine - op getint papier . Dat " ophogen " met sanguine en wit moet wel voorzichtig gebeuren , want heel gemakkelijk zou je een goede zwartkrijttekening kunnen bederven door teveel wit en teveel rood . Tussen de hoeveelheid zwart , wit en rood moet namelijk een mooie harmonie zijn . Ook de tint van het papier speelt een belangrijke rol . Beige of heel lichtblauwe tinten zijn wel de meest dankbare .
De uitvoering.
Iedere kunstenaar maakt gebruik van een techniek en een uitvoering welke het beste past bij zijn aanleg . Voorlopig moet je bij het portrettekenen pen en penseel nog laten rusten . Later , wanneer je meer ervaring heeft gekregen kunt je eens proberen
pen - en penseeltekeningen te maken . Beide materialen eisen in het begin nog teveel aandacht voor zichzelf op .
De potloodtekening .
Potlood is verreweg het gemakkelijkste materiaal en de effecten welke je daarmee kunt bereiken zijn vele .
Je kunt het potlood op verschillende manieren hanteren , namelijk door met een scherpere of stompere punt te tekenen , of wel dat je gebruik maakt van een schuin afgeslepen - beitelvormige - punt . Potloodstreken laten zich voorts uitwrijven met de vinger of met een doezelaar , waarbij je dan met vlakgum de hoge lichten kunt inzetten . Bij de laatste werkwijze moeten wij er wel op letten dat de tekeing niet te week wordt . De vlakken moeten dus niet
" doodgepoetst " worden , zoals men dit noemt . De meest eenvoudige werkwijze is evenwel de beste en een bewijs hiervoor is fig . 57 , een meesterlijke portretstudie van Berthold - Mahn , van wiens hand er in deze les vele portretten zijn afgebeeld . Zie eens hoe hier met eenvoudige middelen een levendige uitdrukking verkregen is . Dergelijke tekeningen doen ons toch werkelijk meer dan die waarin met goedkope effecten een twijfelachtig resultaat is verkregen . In de tekeningen van Berthod - Mahn worden we getroffen door de lenigheid van de grijze potloodlijnen met hier en daar een versterking , zoals de ogen , de neusvleugels en de bovenlip , welke voldoende is om een indruk van leven te geven . Bekijken we nu eens het profiel - portret van fig . 47 . Door deze tekening is een heel andere manier gevolgd . Met brede streken zijn de voornaamste schaduwpartijen gearceerd . De tekenaar verkreeg hierdoor dus een sterk plastisch effect . De binding tussen de donkerste partijen en de lichtere schaduwen verkreeg hij door met de platte kant van het potlood luchtig over het papier te gaan . De hoge gedeelten van het papier zullen voldoende potlooddeeltjes vasthouden , waardoor de bindende toon onstaat . Voor deze techniek moet dus wel een iets grovere papier soort worden gebruikt .
Het portret en face van fig. 51 is uitgevoerd in zwart en wit conté op lichtgetint papier .
Door je deze verschillende voorbeelden te laten zien , hopen wij dat je die werkwijze gaat toepassen welke het meest bij uw persoonlijke aanleg en smaak past . Tekent je met gewoon potlood , maak dan uw opzet b.v. met HB en werk het geheel verder af met 5 of 6B . Je kunt hiermede het beste resultaat bereiken . Conté of contépotlood geeft direct een veel krachtiger en zwarte streek . Een prachtig materiaal overigens , doch je moet er in het begin heel voorzichtig mee omgaan , want een contélijn is niet weg te vlakken . Gebruik nimmer gewoon potlood en conté tesamen . Doordat het conté de potloodstreken niet dekt ontstaat er in zo'n tekening een onaangename schittering .
Voor grotere portretstudies is houtskool aan te bevelen . Het wordt verkocht in een hardere en een zachtere soort . Houtskool laat zich gemakkelijk wegvlakken met gekneed brood of met kneedgum . Met houtskool kan men mooie , fluweelachtige zwarten verkrijgen . Werken wij op getint papier dan kunnen de hoge lichten met wit conté worden aangezet . Na voltooiing moet de houtskooltekening gefixeerd worden . Overigens hebben wij al deze technieken besproken in de les " Licht en
Schaduw " .
Tenslotte vragen wij nog uw aandacht voor de kopjes van Watteau (fig . 60 ) . Deze kopjes , waarvan de hoogtemaat 6 tot 8 cm bedraagt , werden uitgevoerd in drie kleuren krijt - zwart , wit en sanguine - op getint papier . Dat " ophogen " met sanguine en wit moet wel voorzichtig gebeuren , want heel gemakkelijk zou je een goede zwartkrijttekening kunnen bederven door teveel wit en teveel rood . Tussen de hoeveelheid zwart , wit en rood moet namelijk een mooie harmonie zijn . Ook de tint van het papier speelt een belangrijke rol . Beige of heel lichtblauwe tinten zijn wel de meest dankbare .









