Bij het samenstellen van de verschillende lesdelen van onze cursus hebben we in de klassieke traditie willen blijven , van oordeel zijnde , en naar wij menen terecht , dat iedere wezenlijke kunstzinnige cultuur op onveranderlijke grondslagen berust . De beginselen waarvan de grootste meesters op het terrein van de teken - en schilderkunst zich door de eeuwen heen onderworpen hebben , blijven het fundament van iedere beeldende opleiding , en zijn hier bijzonder het gevolg op de wetten van de compositie en een geest van ordening en matiging , die door hen worden voorgeschreven . Door zijn aard dient de kunst een genieting te blijven , die voor ieder toegankelijk is en aan iedereen wordt geboden , dus niet gereserveerd moet blijven voor een minderheid , anders verzaakt hij aan de schitterende rol , die hem is toebedeeld ( Alfred Leroy ) , en verzaakt hij zijn grootheid ( Jules Brabant ) . Welnu bepaalde " luchtdichte " en quasi - diepzinnige producten , waarvan de buitensporigheid en de pretentie slechts enkele kringetjes van snobs kunnen bevredigen , daargelaten , verzaakt de hedendaagse kunst - hoe dit ook schijnen of beter niet schijnen mag - niet aan de hiervoor vermelde wetten . Laten we enige voorbeelden aanhalen , niet van schilders maar van schilderscholen . We hebben allereerst het Expressionisme , dat niets ander is dan het verlangen om in een schilderij uitdrukking te geven aan ervaring , een ondervinding of sensatie , die de kunstenaar zelf ondergaan heeft : deze breekt met het zg . Naturalisme , door vormen en kleuren zodanig te wijzigen dat zij beter doen voelen , wat hij ondervindt . VAN GOGH is kenmerkend voor deze stroming , vooral wat de kleur betreft : bij hem vertolkt deze " een pijnlijke verhoogde gevoeligheid , die aan wanhoop grenst " ( J . BRABANT ) . Deze schilder gaat nog wel verder en kan zelfs , door het ware beeld van de natuur te negeren , naar het abstacte toegaan . Welnu , zo schrijft de aangehaalde auteur ook nog in zijn boek . Het ABC voor de Liefhebber van Schilderijen : " Deze term is niet nieuw . Al lang geleden werd daar onder verstaan een min of meer systematische rangschikking van de natuurlijke elementen in een schilderij . Hij heeft dus betrekking op de stijl en , op een meer algemene wijze , op de compositie . De abstractie ontleent zijn voorschriften aan de meetkunde .... In zijn meest absolute vorm verwerpt hij alle bestanddelen , die de natuur ons biedt en stelt zich tevreden met beeldende vormen , die de kunstenaar zelf voortbrengt , zoals arabesken , vlakken , volumes en kleuren . Dat is de abstracte kunst . En ook dit is niets nieuws : Socrates merkte al op dat men met lijnen mooiere figuren kon scheppen dan de mooiste dingen in de natuur " .
Laten we in ieder geval vaststellen dat ook de abstracte kunst niet buiten compositie kan , dat ook hij onderworpen is aan zijn wetten en dat te meer , waar hij nauwer betrokken is bij de meetkunde .
De moderne kunst erkent in CEZANNE een van zijn meesters . Over hem laten wij Dr . Brabant nog eens aan het woord : " ...Zijn visie is diep overdacht . Hij wil terug naar een klassieke compositie en hem , in plaats van hem uit te vinden , losmaken van een onmiddelijke waarneming van de natuur ... " . " ... de klassieke compositie terugvinden ... " . Commentaar is hier , dunkt ons , overbodig .
En het Cubisme ? Dezelfde schrijver spreekt nog eens : " ... In plaats van het onderwerp eenvoudig in zijn uiterlijke gedaante weer te geven , wil het cubisme het uitbeelden , zoals de geest hem kent , en in zijn totaliteit . Daarom vertoont hij dan plat uitspreidt over het schilderij , want voor een bedriegelijk perspectief heeft hij minachting en deze zijden worden dan op verschillende wijze belicht om uitdrukking te geven aan de opeenvolgende verschijningen van het voorwerp in de tijd . Evenzo zal beweging worden gesuggereerd door de uitbeelding van zijn voornaamste stadia , die gedeeltelijk over elkaar heen zullen vallen . Tenslotte biedt het schilderij ons niet een toevallig en onvolledig aspect : hij zal het aanvullen met de eigenschappen en kenmerken , die wij als gebruikelijk van hem kennen . De cubistische schilder is dus een denker en de kleur werd aanvankelijk als factor van bijkomstige aard verwaarloosd . Toen ging de groep groep zich splitsen . Degene die trouw bleven aan figuratieve uitbeeldingen gingen zorg besteden aan de kleur . Andere gingen de werkelijkheid totaal verachten in de overtuiging dat een gedachte zeer wel de plaats kan innemen van een zuiver conventionele verschijningsvorm : dit zijn dan de abstracten " .
Het blijft echter waar dat noch voor de ene , noch voor de andere de compositie zijn rechten moet verliezen , integendeel ; vooral niet voor een kunstvorm , die bij uitstek intellectueel is .
Ons citaat gaat verder : " De fauves ( wilde dieren ) van hun kant wilden geen slaaf worden van een leerstelsel en gaven zich geheel over aan de genietingen van de zuivere kleur , die de vorm nieuwe gestalte gaat geven .... De techniek van het Fauvisme is onstuimig en zal dat blijven bij sommige aanhangers , zoals VLAMINCK . Bij anderen zal hij gaan verstillen , maar toch zal de " sensatie " , die de kunstenaar ondervond , de overhand behouden op de waarheid en de rede , waarvan DUFY en MATISSE voorbeelden zijn " . Wil dit nu zeggen dat die " fauves " hun werken niet gecomponeerd hebben ? Zeer zeker niet . Dit moet trouwens ook gezegd worden van het zg. Surrealisme , waarvan Savator DALI een der voornaamste is . " De surrealisten verwerpen het figuratieve niet , maar zij gaan het ontleden om vervolgens de afzonderlijke delen opnieuw tot onvermoede constructies samen te voegen " - om te geraken tot " vreemde , vaak huiveringwekkende , schepsels " . Dit versnijden en opnieuw samenvoegen , is dat ook niet componeren ? Wij zouden ook nog kunnen spreken over het , zg . Cloisonnisme met zijn later beroemd geworden aanhangers : BONNARD , VUILLARD , Maurice DENIS e.a. " Hun kunst onderscheidde zich door fijne en delicate tinten , die op zachte wijze gemoduleerd werden door scherpe lijnen ( vandaar het woord cloisonnisme ) . Zij herstelden dus zowel de omtrek als de locale kleur ( die het impressionisme had opgeofferd bij zijn streven om de buitenatmosfeer uit te drukken ) ... " ( J . BRABANT ) . Maar was het niet Maurice DENIS , een van hen en niet de minste , die eens schreef : " Men denke er aan dat een schilderij , voordat het een cavaleriepaard , een vrouwennaakt of een willekeurige gebeutenis moet voorstellen , in wezen een plat vlak is dat bedekt is met kleuren , die in een bepaalde ordening zijn samengevoegd " . En wij onderstrepen hier : in een bepaalde ordening samengevoegd " . Al deze richtingen hebben dus een gemeenschappelijke factor , de COMPOSITIE , beschouwd als de mogelijkheid om aan een kunstwerk zijn bewapening , zijn bouw te verlenen . De " modernen " hebben alles omver gegooid , alles twijfelachtig gemaakt , behalve de wetten van de compositie . Wij hebben daarmee immers een blijvend en " waardevast " werktuig , een solide band tussen het heden en het verleden en een die het werk een leven kan geven buiten de eigen tijd zelf . Maar er is meer . Bij alle meesters van de hedendaagse kunst blijven de tekening en de constructie van het hoogste belang . Welke ook de verschillen in opvatting , cultuur , ras of temperament mogen zijn , in de tekening en in de constructie verschijnt het scheppingsproces in zekere zin in zijn zuiverste gedaante en het is hen , dat de kunstenaar zich het eerst wendt om zich te verzekeren van een evenwichtige compositie , hoe de uiteindelijke verfbehandeling bij de gratie van palet en penceel ook worden moet . En dit blijft van kracht , of het nu gaat ( wij noemen hier weer enkele " voormannen " ) over BONNARD of PICASSO , MATISSE of LEGER , of MARQUET , DERAIN of DE SEGONZAC , SOUTINE of GROMAIRE . Welnu , zelfs de werken van het Fauvisme zijn de vruchten van een streven naar een evenwicht , waarbij een volkomen bevrediging gegeven werd aan de geest , zowel als aan het oog . Wanneer men een blik werpt op de laatste tachtig jaren van de hedendaagse schilderkunst dan mag men zich soms enigszins verbijsterd voelen . Allereerst door de overvloedigheid en de uitgestrektheid van de produktie , vervolgens door de veelheid en verscheidenheid van de stijlen en tenslotte ook door de grote gedurfdheid van de vormen en de kleuren . Maar, al hebben deze verschillende scholen de klassieke compositie niet overtroffen , zij hebben hem ook niet kunnen vergeten en dat toont duidelijk aan dat hij " onvergetelijk " is in de ware zin des woords . De breuk tussen ouden en modernen is dus slechts schijnbaar . Welke de onverwachte vernieuwingen ook zijn mochten , de samenvoeging van de bestanddelen van een goed kunstwerk , oud of modern , is nimmer een vrucht van het toeval . Hij is het gevolg van een juiste dosering , die tegelijk rekenkundig en gevoel is en de vrijheid van de kunstenaar is niet de anarchie , maar juist zijn eigen , persoonlijke , bij zijn temperament passende , manier om op meer of minder strikte wijze de in dit lesdeel besproken wetten in toepassing te brengen .