Naar de inhoud

Teken en schildercursus fritske3

TEKEN EN SCHILDERTECHNIEKEN EERSTE DEEL VANAF 14/10/06
akke.beakke.be

Archief

FIG . 68 EN 69 . - FRIEZEN

Fig . 68  en  69 .

Friezen :  Egypte .
                  Indochina  ( XVIIe  eeuw ) .

ART . NR . 59 . b , - FIG . 63 , 64 , 65 , 66 EN 67 . - VORMEN VAN VERSIERINGEN .

Art . Nr . 59 . b ,

Fig . 63 , 64 , 65 , 66  en  67 .

Enige  randen , ontwerpen  door  Adrée  Creuzot , die  ook  de  meeste  andere  versieringen  van  dit  hoofdstuk  maakte .  De  voorlaatste  is  echter  ontleend  aan  het  oude  Peru .  Bewonderenswaardig  is  de  verscheidenheid  van  vondsten  van  de  kunstenaar  en  hun  fraai  decoratief  effect .   

ART . NR . 59 . b , - VOORNAAMSTE VORMEN VAN VERSIERING .

Art . Nr . 59 . b , 

         Vorrnaamste  vormen  van  versiering

  De  voornaamste  vormen  van  versiering  zijn  de  band , het  fries , de  rozet  en  de  achtergrond  buiten  degene  die  toegepast  worden  op  vastgestelde  vlakken  of  in  verband  met  de  bijzondere  eisen  van  bepaalde  materialen .   
  Gedurende  onze  studie  zullen  we  nagaan  uit  welke  bronnen  de  versieringskunstenaar  kan  putten  om  zijn  inspiratie  te  bevruchten .   
  De  rand .  -  Velen  hebben  de  neiging  om  een  rand  en  een  fries  met  elkaar  te  verwarren .  De  rand  is  een  versierend  ontwerp , dat  een  bepaalde  oppervlakte  begrenst .  Het  is  een  opeenvolging  van  motieven , die  herhaald  worden , afwisseld  of  omgedraaid  worden  volgens  de  verschillende  methodes  die  eerder  opgenoemd  werden .  In  tegenstelling  met  het  fries  heeft  de  rand  niet  een  vastgestelde  richting , dat  wil  zeggen  dat   hij  even  goed  horizontaal  als  verticaal  geplaatst  kan  worden .  De  kunstenaar  moet  zijn  motieven  dus  zo  kiezen  en  zo  rangschikken  dat  zij  tegemoet  komen  aan  hun  rol  van  rand , wanneer  dit , om  een  voorbeeld  te  noemen , een  vierkant  moet  afsluiten .  We  merken  op  dat  de  rand  vaak  binnen  twee  evenwijdige  lijnen  valt , die  voor  " vastheid " zorgen , wanneer  de  motieven  waaruit  hij  is  samengesteld , met  elkaar  verbonden  moeten  worden  of  dat  hun  afgronde  vormen  een  rechte  lijn  nodig  hebben  als  tegenwicht  tegen  de  weekheid  van  hun  bewegingen . 
  Waar  planten  en  bloemen  aan  de  versierder  onuitputtelijke  mogelijkheden  bieden  moeten  dieren  met  grote  voorzichtigheid  in  een  randversiering  gebruikt  worden :  men  moet  nl.  vermijden  om  hem  op  een  onwaarschijnlijke  manier  op  hun  kop  te  zetten  met  de  poten  in  de  hoogte .  De  opstelling  mag  niet  in  conflict  komen  met  ons  gevoel  voor  evenwicht  en  dat  te  minder  waar , we  herhalen  het  nog  eens , een  rand  in  verschillende  richtingen  geplaatst  moet  kunnen  worden . 
  Het  fries .  -  Hoewel  aan  dezelfde  wetten  onderworpen  als  de  rand , kan  een  fries  toch  niet  als  omlijsting  dienst  doen .  Hij  kan  dus  slechts  in  horizontale  stand  toegepast  worden . 
  We  herinneren  er  hier  aan  dat  men  bij  het  zoeken  naar  bepaalde  decoratieve  elementen  en  het  gebruik  van  bepaalde  modellen  ( zoals  planten , voorwerpen  enz . )  met  veel  vrucht  zijn  toevlucht  kan  nemen  tot  een  praktisch  hulpmiddel , waarop  we  reeds  bij  een  andere  gelegenheid  de  aandacht  vestigden  en  wel  het  bekijken  van  het  model  bij  tegenlicht , dus  om  het  als  sihouet  te  zien .  Men  kan  dan  met  één  oogopslag  de  bruikbaarheid  van  het  motief  beoordelen  in  verband  met  een  decoratief  arrangement  en  ook  de  algemene  beweging  en  het  volume  van  het  onderwerp  in  kwestie .
  De  rozet .  -   Dit  is  een  decoratieve   versiering  in  de  vorm  van  een  ontloken  roos , vandaar  zijn  naam , die  in  een  cirkel  is  ingeschreven  of  doet  denken  aan  een  ster  met  talrijke  armen .  Men  kan  dus  beginnen  met   een  cirkel  te  trekken  met  een  passer  en  dan  zijn  oppervlakte  verdelen  in  gelijke  delen  met  behulp  van  middellijnen .  Daarna  ontwerpt  men  een  versieringsmotief  voor  een  der  aldus  onstane  gelijke  delen  en  brengt  dit  dan  met  behulp  van  doorschijnend  papier  over  op  de  andere  ( fig . 70 ) .  Men  kan  ook  combinaties  van  stralingen  gaan  ontwerpen .  Daartoe  trekt  men  bijvoorbeeld  vier  of  zes  cirkels  in  de  oorspronkelijke , waarbij  hun  middellijn  geleidelijk  kleiner  wordt  tot  aan  de   helft  van  die  van  de  achtergrond .  Maar  een  cirkel  ( of  ieder  ander  vlak )  dat  in  drie  of  vijf  delen  verdeeld  zal  worden  zal  een  aangenamer , minder  symmetrisch  décor  opleveren  dan  wanneer  hij  in  tweëen  of  in  vieren  ondergedeeld  zal  zijn , omdat  een  oneven  indeling  het  mogelijk  maakt  een  motief  te  plaatsen  tussen  twee  andere , die  aan  elkaar  zijn .  In  ieder  geval  is  het  ook  hier  een  kwestie  van  constructie , van  het  bouwen  van  een  geraamte , waarvan  de  noodzaak  steeds  weer  zal  blijken , zoals  men  ook  in  het  nu  volgende  voorbeeld constateren  kan . 
  De  achtergrond .   -  Achter -  ( of  onder - )  gronden  worden  meer  speciaal  gebruikt  bij  de  schutbladen  van  een  boek , behangselpapier , stoffen  en  derg .  Men  stelt  hen  samen  met  behulp  van  lijnen , die  een  netwerk  vormen  dat  als  ondersteuning  van  de  tekening  dienst  moet  doen .  De  netwerken  kunnen  oneindig  van  aard   verschillen  en  wel  in  rechthoeken , vierkanten , driehoeken  enz . , die  ofwel  eenvoudig  naast  elkaar  staan , ofwel  in  afwisseling  geplaatst  zijn  ofwel  in  trapvorm  zijn  aangebracht .  Het  is  noodzakelijk  dat  alle  onderdelen  van  iedere  vorm , die  in  een  bepaald  netwerk  terecht  komen , volkomen  aan  elkaar  gelijk  zijn  om  de  regelmatigheid  van  de  motieven  en  hun  onderlinge  afstand  te  waarborgen .  Men  moet  ook  vermijden  dat  de  herhaling  van  het  motief  op  te  nadrukkelijke  wijze  horizontale  en  verticale  lijnen  vormt .  Men  moet  dus  trachten  het  oog  er  van  te  weerhouden  om  samenvoegingen  te  voelen .
Tot  dit  doel  kan  men  de  grens  van  die  samenvoegingen  door  de  uiterste  elementen  van  de motieven  laten  overschrijden  of  door  met  regelmatige  tussenruimten  tussen  de  geometrische  motieven , die  het  voornaamste  patroon  vormen , andere  elementen  inlassen , die  van  vorm  en  afmetingen  verschillend  zijn .
  Deze  soort  van  versiering  staat een  uitgebreide  ontlening  toe , niet  alleen  aan  alle denkbare  meetkundige  figuren , maar  ook  aan  de  flora  en  fauna . 

Meer van Teken en schildercursus fritske3

↑ Terug naar de berichten