FIG . 18 . - PÖPULIER .

Teken en schildercursus fritske3
FIG . 18 . - PÖPULIER .
FIG . 17 . - WILG .
FIG . 16 . - BERK .
FIG . 14 . en 15 . HOUTJE MET O . I . INKT EN DAARNA GEWASSEN .
FIG . 14 . en 15 . HOUTJE MET O . I . INKT EN DAARNA GEWASSEN .
ART . NR . 21 . - DE BOMEN .Art . Nr . 21 .
De Bomen .
De boom is vaak een aantrekkelijk element in het landschap . Maar het tekenen van bomen brengt voor de leerling in het algemeen nogal moeilijkheden met zich mee . De beginner staart zich vaak blind op een overvloed van details , die afbreuk doen aan de uitdrukking van het geheel , het silhouet , het volume , het karakter van het onderwerp . Iedere boom , in zijn eigen stijl , drukt kracht of gratie uit of verrast ons door zijn onverwachte grilligheid .
Als men eerlijk werk wil leveren , waarheidsgetrouw , wat echter niet ten koste mag gaan van uw persoonlijke stijl , is het noodzakelijk de bijzondere kenmerken , het karakter van de boom die men wil tekenen , te laten uitkomen . Een typisch voorbeeld vormen de coniferen , dennen en sparren : de takken van de conifeer vertonen een bepaalde willekeur in tegenstelling tot de regelmaat van de takken van de den . En vergelijkt je eens de bijna horizontale vertakking van de beuk , de verticale , opwaartse vertakking van de Italiaanse populier in tegenstelling weer met de neerwaartse van de treurwilg . Wat een verscheidenheid ! Bij de berk is de vertakking tenger en grillig , bij de kastanje knoestig en sterk , hier dun , daar weer dicht enz. Vandaar ook de zeer duidelijke verschillen in karakter , die men gemakkelijk kan bestuderen . Het gebladerte telt ook mee bij het weergeven van het karakter , maar het komt nog meer tot uitdrukking door de vorm van de bladermassa's dan van het enkele blad . Hoe " construeert " men nu een boom ? Wij moeten ons niet zozeer bezighouden met de soort , maar meer met het vinden van een algemene regel , wat voor boom het ook is . Wij dienen eerst het silhouet in z'n geheel te bekijken en kunnen haar dan opzetten in een vereenvoudige vorm zoals fig . 14 ons laat zien . Daarna kijken wij naar het gebladerte . Het kan samengesteld zijn uit verschillende bladermassa's die wij ook ieder met zijn eigen omtrek heel schetsmatig neerzetten . Tenslotte geven wij in elke massa de schaduwpartij aan . En dan is de beginconstructie klaar . Nu moeten wij alleen nog de juiste plaats van de gaten in het gebladerte aangeven , waardoor de bladermassa's op zichzelf komen te staan . Het geheel verlevendigen wij door de toonwaarden van de schaduwen , waardoor samen met de grondtoon van de gewassen tint het volume van de boom wordt aangegeven ( fig . 15 ) . Het zal ook nuttig zijn 's winters te tekenen als de bomen kaal zijn . Je zult de vorm , de " beweging " en de samenstelling van de bladermassa's beter kunnen bepalen , als je de grondvorm goed heeft bestudeerd . Je moet niet vergeten dat het karakter van een boom niet alleen ligt in de stam en de voornaamste takken maar ook in de kleinere vertakkingen . De vorm van het gebladerte , die iedere boom z'n eigen karakter geeft , is bepaald door de rangschikking van de takken , die tot het kleinste twijgje toe het " skelet " vormen . Je moet ook naukeurig de zichbare wortels met hun grillig verloop gadeslaan . En eveneens de schors die bij elk soort zo verschillend is . Een diepgaande studie van de onderdelen van een boom zal leiden tot een tekening die het karakter van een boom uitdrukt . Het is een goede oefening één enkel blad te tekenen . Daarna een twijgje met enkele bladeren , en dan steeds verder gaande een hele tak en tenslotte de gehele bladermassa waarbij je vereenvoudigingen aanbrengt al naar gelang de uitbeiding van de tekening vordert . Wat ook een goede oefening is ? Tekent de boom zich af tegen een lichte lucht ? Knijp uw ogen half dicht , zodat alleen nog de omtrek van de grote massa te zien is . Het is overigens altijd goed wanneer men waarneemt , vooral wanneer het een ingewikkend onderwerp betreft , de ogen half dicht te knijpen teneinde hoofdzaak en bijzaak beter te kunnen scheiden . Ook de tegenstellingen van de toonwaarden zult je op die manier duidelijker kunnen zien . Dit is zeer belangrijk .
Wij zullen nu enkele bijzondere soorten bestuderen om ons te oefenen in het waarnemen en het uitdrukken van het karakter .
De Berk . - Dit is sierlijke boom , met een teer groen en dun gebladerte . Een gladde zilverachtig witte stam , zeer sprekend , vooral in het zonlicht tegen een donkere achtergrond . Dit is het geval in ons voorbeeld van fig . 16 . De takken , willekeurig van vorm , ontspruiten romdom uit de stam en vormen een weefsel van zilverachtig wit , hetgeen zelfs te merken is bij de kleinste twijgjes . Enkele donkere vlekjes versieren hier en daar het gebladerte . Deze tekening is gemaakt met zacht contépotlood op enigszins korrelig papier . De werkwijze die gevolgd werd is dezelfde als in ons eerste voorbeeld , maar wij lieten hier de eerste opzet niet zien . Daar in deze tekening niet is gedoezeld heeft het zwarte conté zijn kracht behouden . Let op hoe het gebladerte is weergegeven : nu eens in een grijze toon door potlood streken , dan weer door levendige accenten . De voorgrond , rijk met gras begroeid , is zeer vrij behandeld .
De wilg . - Eveneens een lieflijke boom met dun gebladerte . Wij bedoelen hier vooral de wilgen langs de waterkant , omdat het uiterlijk van deze bomen zeer geprononceerd is . Hij bestaat meestal uit een gedrongen korte stam , waarbij uit de kop een bos takken opwaats gericht is . Overgens is de mens bij de vorm van deze boom tussenbeide gekomen door hem , na een vergevorderde groei , op geringe hoogte te snoeien . De pen leent zich uitstekend om het onrustige en knoestige uiterlijk weer te geven . Het gebladerte is haast even fijn als dat van de berk . De weergave met conté komt sterk overeen met die van de pentekening van fig . 17 .
Italiaanse populier . - Deze hoge boom , elegant en majestueus tegelijk , wanneer hij volgroeid is , verheft zich op de vlakten , in bosjes of langs de wegen . Een zeer geprononceerd silhouet en onderling weinig verschillend ; terwijl de meeste andere boomsoorten , ondanks hun eigen karakter , een grote verscheidenheid vertonen . De tekening van fig . 18 is gemaakt op schaafpapier en deze werkwijze hebben wij reeds besproken in de les " Licht en Schaduw " .
De Eik . - Bewonderenswaardig door zijn krachtig en majestueus uiterlijk , is de eik precies het tegenovergestelde van de berk die naast deze grove reus zo teer uitkomt . Zijn stam is dikwijls zeer zwaar. Men zou bijna kunnen zeggen dat hij " gespierd " is met zijn knoestige uitsteeksels en zijn diepe rimpels , die door de lichtval des te beter uitkomen . De takken ontspruiten min of meer wanordelijk uit de stam en de verwarde vertakkingen ziin soms aan de uiteinden bladerloos ; Het bladerdak is niettemin zwaar en dicht en het vertoont bladermassa's zoals wij dit bij de andere soorten gezien hebben . Het voorbeeld van fig . 19 is uitgevoerd met olieverf in wit en ivoorzwart ( zie onze les Licht en Schaduw ) . De opzet is gedaan met een platte kwast gedoopt in terpentijn en ivoor-zwart . De tekening wordt hierdoor zeer geprononceerd , vooral wat betreft de stam en de takken . Tenslotte doen enkele zeer lichte kleurwaarden het volume van de bladermassa's uitkomen en accentueren ook het ruwe en knoestige karakter van de stam . Het met gras begroeide terrein op de voorgrond is in deze studie ook vrij behandeld .
De Den . - Wij zien hier een buitengewoon mooie tekening van een groep dennen door de Engelse schilder Constable ( fig. 20 ) . De tekening die met potlood is gemaakt laat ons dezelfde eenvoud van uitvoering zien . De kruinen vormen grote massa's ieder ondersteund door één hoofdtak , die zich weer vertakt in massa's van aanzienlijk kleinere omvang . Het is belangrijk te zien hoe het karakter spreekt uit deze grote eenheden en niet uit de gedetailleerde weergave van de bladeren . De bewegelijke tekenwijze , aangepast aan de structuur van de takken , draagt ongetwijfeld bij tot de uitdrukking van het karakter .
ART . NR . 22 . - DE LUCHT - FIG . 23 , AVONDLUCHT
ART . NR . 22 . - DE LUCHT - FIG . 22 , ONWEERSLUCHT.
FIG . 21 . BIS . - VOLTOOIDE STUDIE
ART . NR . 22 . DE LUCHT - FIG . 21 .
Art . Nr . 22 .