Art . Nr . 80 . a ,
Bloemen
Waarin schuilt de bijzondere aantrekkingskracht van bloemen voor de ogen van een schilder ? Waardoor wordt hij het meest geprikkeld ? Het antwoord is niet moeilijk ; het is in de eerste plaats de kleur , die het voorwerp van zijn picturale bemoeiingen zal zijn . Het is aan de weergave van de kleur dat hij zijn oplettendheid en zorg zal geven , om er de fijnheid , de uitzonderlijkheid , de schittering en de harmonie van uit te drukken .
Eerder spraken we over de noodzakelijkheid om het palet aan te passen aan de aard van het uit te beelden onderwerp . Wat de bloem kenmerkt is de licht- de fris- de levendigheid en de straling van zijn coloriet . Men moet dus de beschikking hebben over doorschijnende en heldere kleuren , die zo dicht mogelijk de tonen , of hun samenstellingen , van de bloemen zelf benaderen , teneinde niet hun frisheid te ontnemen door te ingewikkelde mengsels .
Zonder dat hierbij iets dwingend voorgeschreven is - we zeiden reeds waarom - volgen hieronder de kleuren , die je kunt toevoegen aan de reeds aanwezige , voor het schilderen van bloemen : aureoline , dat een zeer helder goudgeel - gele alizarine , dat doorzichtiger is dan andere gelen , vooral in verbinding met blauwen voor het verkrijgen van zeer warme en , natuurlijk , transpante groenen - indisch geel , zeer mooie en vrij doorschijnende kleur - rose kraplak , dat fijnere rose tonen maakt dan het gewone kraplak - Kraplak roodbruin , zeer warme bruinachtige lak die evenals de voorgaande kleuren , langzaam droogt en daardoor een
" nat " werken mogelijk maakt -- Chinees geel , waarmee men groenen maakt , die niet " zwaar " zijn - saffierblauw , dat , samen met gelen , zeer zuivere groenen geeft - robijnrood , zeer helder - cobaltviolet , ietwat zwaar , maar kleursterk en levendig .
Een met smaak samengesteld boeket zal een ideaal motief vormen . Natuurlijk speelt de opstelling van de bloemen en het lijnenspel , dat dit tot gevolg heeft , een , zoniet overwegende , dan toch zeer voorname rol en dit nu behoort tot de kunst van de compositie .
Laten we in verband met deze studie enkele beginselen in herinnering brengen , die hun waarde ook op andere terreinen hebben . Het is nodig dat een achtergrond in het geheel van de compositie meespeelt en voor bloemen , zoals voor stillevens , is het gewenst om op enige afstand achter het model een scherm te plaatsen , dat kan bestaan uit een gekleurd vel papier of een lap stof , waarvan de toon of tonen terzelfdertijd in harmonie zijn met en gunstig afsteken tegen de kleuren van het onderwerp . Deze achtergrond mag , wel te verstaan , na de voltooiing van de aquarel , niet op de voorgrond dringen ten koste van het eigenlijke motief . In sommige gevallen wordt de achtergrond het eerst aangebracht , in andere het laatst ; dit hangt geheel af van de tonen van het onderwerp in kwestie . In ieder geval moeten de tint of tinten , die hij bevat , snel met een dikke , goed gevulde penseel worden opgezet . Als de uitsparingen tijdrovend mochten zijn als gevolg van hun " uitgeknipte " vormen , bevochtig dan eerst het papier op de wijze , die we al vermeld hebben . Overigens is het niet altijd noodzakelijk om het gehele terrein van het motief zorgvuldig uit te sparen . Zekere gedeelten ervan kunnen de tint van de achtergrond krijgen , indien deze niet een slechte invloed gaat uitoefenen op de kleuren die , er later overheen komen . Een groen schaduwtoon , bijvoorbeeld , kan wel geplaatst worden over een grijze achtergrond , die natuurlijk het heldere groen van verlichte bladeren onherroepelijk zou bederven . Vaak kleurt men de gehele achtergrond met een lichte tint , die dan later weer herzien wordt met een zwaardere , ofwel " droog " , ofwel " nat " werkend . Denkt in dit verband aan , wat we gezegd hebben naar aanleiding van versterkte en verzwakte tinten .
Observeer en schilder niet van te dichtbij :
laten we nog eens herhalen dat een aquarel synthese moet zijn , hetgeen inhoudt dat men een keuze , een selectie moet maken van de wezensbestanddelen van het model , voor wat betreft hun karakter , hun stijl en hun kleur . Om deze keuze te kunnen maken , moet men er niet met zijn neus op zitten .
De moeilijkheid van de uit te voeren onderwerpen dient geleidelijk aan vergroot te worden . Pak in het begin eenvoudige onderwerpen aan , vooral waar het bloemen betreft . Deze immers zijn onderhevig aan veranderingen , al zijn deze met het oog niet te volgen . In water geplaatst , gaan zij zich langzaam aan openen ; de aanblik van een boeket kan van het begin tot het eind van een zitting dusdanig veranderen , dat men er door in de war kan raken . Men moet dus snel tot een eindresultaat kunnen geraken ; voordat je de vaardigheid verworven hebt om ingewikkelde onderwerpen te kunnen uitvoeren , dient je zich eerst met simpeler modellen bezig te houden . Kies hen met smaak en het zal hun niet aan aantrekkelijkheid ontbreken .
Het gevolg van een en ander is dat de totale tijdsduur van een complete voltooiing niet meer dan drie of hoogsten vier uren in beslag mag nemen . Overigens zou ook de vermoeidheid een woordje gaan meespreken , waardoor de arbeid te lijden zou hebben . Probeer niet om de volgende dag weer aan uw aquarel te willen werken , want het model zou onherkenbaar geworden zijn . Bewaar hem in de staat , waarin hij zich bevindt , als hij niet voltooid zou zijn en beschouw hem als een document , waarvan het maken voor u een nuttige oefening geweest is .
Wij zullen nu twee verschillende opvattingen van het boeket in beschouwing nemen ; de eerste heeft een lichte en de tweede een donkere achtergrond .
De schilder RENEFER , wiens heengaan zozeer betreurd wordt en die de schepper is van de meeste hier afgebeelde aquarellen , die zo opvallen door hun vrije wijze van uitvoering , hun eerlijke factuur en de geest van vereenvoudiging , die hen beheerst , zal je nu het verloop van de arbeid beschrijven .
Eerste voorbeeld
We hebben een boeket samengesteld van pioenrozen met enkele irissen ( fig . 12 ) . Het rood van eerst genoemden wordt versterkt door het omliggende groen van de bladeren , dus door het contrast met zijn complementaire .
We zijn naar gewoonte te werk gegaan , maar , na een constructie , uitgevoerd met het penseel in een neutrale , zeer zwakke , grijze toon ( fig . 10 ) , zouden we in dit geval de aquarel hebben kunnen beginnen en voltooien zonder de inschakeling van een tweede stadium ( fig . 11 ) . Het onderwerp staat onder een stabiele belichting en de elementen , waaruit het is gevormd , vertonen duidelijk uitgesproken vormen . Men kan dus ieder onderdeel afzonderlijk uitvoeren ; de juistheid van de waarden wordt bepaald door een scherpe waarneming van hun betrekkelijke intensiteit . De aquarel kan dus beschouwd worden als een aaneenschakeling van " fragmenten " , die zich aan elkaar vasthechten en in de slotfase behoeft het werk slechts met zeer weinig aanvullende toetsen verrijkt worden .
Tweede voorbeeld
Hier ( fig. 15 ) zien we een tak seringen in een chinese pot , tegen een donkere achtergrond .
De problemen zijn hier wel wat groter dan bij het vorige voorbeeld , zonder dat zij daarom de leerling behoeven te ontmoedigen .
Moeilijkheden overwinnen is overigens een plicht van ieder , die wat wil leren . In ons geval schuilt deze - hetgeen eigenaardig mag klinken - in de uitvoering van de achtergrond . Meer dan ooit is hier het gebruik van een forse penseel , die rijkelijk van verf is voorzien , noodzakelijk . Na voltooiing van de schets ( fig. 13 ) , zoals die ook gemaakt is voor het boeket pioenen , wordt de toon van de achtergrond zeer royaal opgezet , bovenaan te beginnen en dan geleidelijk naar beneden werkend , waarbij het silhouet van bloemen en bladeren natuurlijk uitgespaard blijft . Tijdelijk moesten we de tint links boven in het smalle gedeelte in de steek laten en lieten op die plaats dan ook een flinke hoeveelheid verf achter , die we later nog nat konden aantreffen , toen ons penseel die verf weer nodig had om hem verder naar beneden aan de linkerzijde uit te strijken . We merken hierbij op , dat we de achtergrond aan de rechterzijde evenim achter elkaar van boven naar beneden hebben voltooid , om niet de kans te lopen dat in die tussentijd de verf aan de linkerzijde geheel zou opdrogen . We hebben dus ook de rechterkant in twee étappes uitgevoerd , daarbij hetzelfde systeem volgend als aan de linker kant , dus ook met tijdelijke achterlating van een hoeveelheid verf , die later weer dienst kon doen . Hiermede werd dus een groot deel van het papier bedekt en we vervolgden met het gebladerte op te zetten in een groene toon , die overeenkomt met de zwakste waarden en die nuances kregen volgens het gamma van warme en koele groenen , dat het vertoont . Terwijl deze groene toon nog enigszins vochtig was , begonnen we dadelijk met de groenen van sterke en van middelwaarden , altijd in hun eigen nuances .
Het wit van het papier blijft uiteraad altijd gereseveerd voor de bloemen zelf , waarop we als slotbewerking ,enkele modulaties van zeer lichte waarde plaatsen van veronees groen , dat lichtjes gebroken werd met kraplak .
Ook moesten de vaas , het palet en het glas met het penseel nog voltooid worden , daarbij steeds van de lichtste toon uitgaande .
Voor het aanbrengen van de achtergrond , zou het papier bevochtigd kunnen worden , maar we hebben dit werkstuk op droog papier tot stand gebracht .