Naar de inhoud

Het laatste woord is ~ zacht ~

akke.beakke.be

De zomers - Kees Stip

.



2210644-f8526bbf5deb02f3c153ccd1330b17cd.jpg




De zomers


 
Klaprozen, korenbloemen, barstenvolle
goudgele aren streelden mijn gezicht.
Groengouden vliegen zoemden een gedicht.
Rood liet het ooft de appelwangen bollen.


Zomernachtdonker is gesmolten licht.
Niet bang zijn voor kabouters en voor trollen.
Ze komen 's nachts het grasveld voor je rollen.
Alleen een dom kind houdt zijn ogen dicht.


Zullen wij dit soort zomers nooit meer zien?
Ging dan het paradijs voorgoed verloren
omdat wij aan de wereld toebehoren?
Huil niet, huil niet, de hemel zal misschien
een zolder in een huis zijn zonder zorgen.
Daar hebben ze die zomers opgeborgen.



Kees Stip


O, ik weet het niet - Uvi










O, ik weet het niet



O, ik ken je niet,
mijn liefste,
ik weet niet wie je bent

maar ik houd van de O in jou


je blozende ogen,
je mond en tong
hoe ze kijken en zwijgen


soms ben je mijn dagelijks brood


dan weer een appel
die ik opnieuw wil plukken
ook al ben ik honderdmaal


je rood vergeten


vandaag nog leer ik vliegen
zonder handen
om dan dicht bij jou


dicht bij jou alles te verliezen.



Uvi

link naar: "Dagboek van de onvoltooid verleden tijd."

De sonnetten van de kleine waanzin nr. 4



2208231-8481af971dd6a24f5891e2c3e5f33965.jpg


De sonnetten van de kleine waanzin nr. 4


Ik loop waar ik val en mij op moet rapen.
Geen boom en geen struik en geen horizon.
Er hangen alweer stormen voor die zon.
Ik wou dat ik één uur, één uur kon slapen.


Heet mij toch welkom, wereld van vandaag.
Of van vandaag niet dan misschien van morgen.
Ik ga in mijn splinters en onweer verborgen
en ga alleen en weet niet wat ik vraag.


Maar ik wil de moed hebben tot het laatste,
niet meer aan mij denken of aan die ander
of aan wat mijn woorden aan zon terugkaatsten.


Dood is hier. Ik wil zien hoe ik verander
en of ik weggaan of alweer leven moet.
Maar ik wil niet zonder zijn, niet zonder moed.

Hans Andreus



Het luchtkasteel - Paul Snoek



Het luchtkasteel



Ik wil, voor ik verander
in een kei, een mier
of een papaverbloem,
de schepper worden
van een luchtkasteel.


Ik zal de daken knippen
uit inktpapier,
de kamers vouwen
uit vochtige kranten
en op de muren van muziekpapier
zal ik lachgezichten
voor de ramen schilderen
met metaalinkt.
In mijn slot zullen wonen
duiven van oud zilver.


Ik zal, voor ik verander
in een steen, een dier
of in een slingerplant,
de schepper worden van
een luchtkasteel,
want ik beschik
over de zachte handen
van een uitvinder.



Paul Snoek



Sneeuw - Gerda Van Erkel

.



2206291-cce9758f5b6ffc39340027300ff0554d.jpg




Wat je hebt, weegt zelden op tegen het gemis. Maar wat er dan precies in je leven ontbreekt, kun je niet onder woorden brengen.
Je weet alleen dat je erop wacht, elke dag, al jarenlang, en dat het met je uiteindelijke bestemming te maken heeft; met je vervulling.
Je wacht op één of ander teken dat je de zin, de noodzaak van jouw leven duidelijk zal maken.
Omdat je ervan overtuigd bent dat er voor elk mens één heel speciale taak is weggelegd die niemand anders in zijn plaats kan doen.
En omdat hij die taak moet volbrengen met alle geloof en alle wilskracht die hij in zich heeft, tegen alle wanhoop en twijfel en tegenkantingen in en ongeacht de offers die het van hem vraagt.
Opdat hij één keer in zijn leven zichzelf zal overwinnen. Maar het teken blijft uit.
En je wacht nog, geduldig of plotseling wanhopig,
dat je het niet zult herkennen als het zich uiteindelijk toch aandient en dat het dan onherroepelijk te laat zal zijn,
nooit meer te achterhalen, of dat je tevergeefs wacht,
dat er niets is om op te wachten dan de dag van vandaag,
dat elke dag de grote kans van je leven voorbijgaat
en dat de tijd die je rest steeds korter wordt.
Steeds korter.



Uit 'Sneeuw' - Gerda Van Erkel





Ik ga nu slapen met mijn verdriet - Geert van Istendael



Ik ga nu slapen met mijn verdriet...



Ik ga nu slapen met mijn verdriet.
Zelf slaapt het al. Het voelt mij niet.
Jaagt het zich op van droom naar droom,
zo bang als ik voor dwalende vragen?


Ik weet het niet. Ik lig en kijk
het zwart in. Ik ben ver van het lijf
dat naast me ademt. Ik gebied
mijn hersens , tervergeefs, te doven.


Zij spinnen een eentonig lied,
verjagen slaap maar niet verdriet,
dat in zijn droom mijn slaap verbiedt.


En als het ontwaakt? Vlucht ik dan? Sla ik?
Omhels ik het? Het lichaam naast me
beweegt. Het kreunt. Ik ken het niet.



Geert van Istendael


Nieuwjaarsbrief - Leonard Nolens



Nieuwjaarsbrief



Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.


Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.



Leonard Nolens
uit: En verdwijn met mate,




Zijn we je nu kwijt - Rik Gerard

2203986-ab4afac9cccd9b3f0976815a5decd952.JPG



zijn we je nu kwijt

of niet

je ogen
maar je kijken niet
je lippen
maar je lachen niet
je handen
maar je strelen niet
je adem
niet je praten

en ook de liefde niet

alles wat je was
heb je bij ons gelaten

zo mooi is ons verdriet




Rik Gerard






Moeder - Herman de Coninck




Moeder


Wat jij met de tijd doet
is wat een ouwe grootmoedersklok
ermee doet: twaalf uur slaan
en daar alle tijd voor nemen.
Jij bent de klok: de tijd gaat voorbij
maar jij blijft. Jij wacht.

Wachten is wat een tuin overkomt
onder sneeuw, een boomstam
onder mos, hoop op betere tijden
in de 19de eeuw,
woorden in een gedicht.

 Want poëzie heeft te maken met het lang
samen laten liggen beschimmelen van dingen,
het alkohol laten worden van druiven,
het konfijten van feiten, het inmaken
van woorden, in de kelder van jezelf.


Herman de Coninck

Winter - Herman de Coninck




2200502-d38537e775d58dd97a6f925f63a4f669.jpg


Winter


winter. je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
Uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
Is het nooit volledig duister, nee,
Er is de klaarte van een soort geloof
Dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.


Herman de Coninck

uit: Zolang er sneeuw ligt (Brugge, 1981)

 


Ontmijner - Herman de Coninck



Ontmijner



Nee, liefde was dit niet, dit was te vol gevaar.
Mijn handen die voorzichtig tastten naar,
naar jouw borst, als handen van een ontmijner.

Liefde was dit niet, het was tegelijk groter en kleiner.
Zo groot als je borst en zo klein
als je tepel, zo klein als je zwijgende mond

en zo groot als je lachende mond.
Zo groot als het strelen, dat nu al de wond
wil genezen die later pas komt.

En zo klein als je wou dat de pijn zou zijn.


Herman de Coninck

Night and day - Virginia Woolf



2196443-507370aae864387386bf66731e853b45.jpg



Never are voices so beautiful as on a winter's evening,
when dusk almost hides the body,
and they seem to issue from nothingness
with a note of intimacy seldom heard by day.


Virginia Woolf  
uit: Night and Day

Misschien vergis ik me wel - Uvi



2196087-a1b9e5b99dedf5de38f5f6439ed2929a.JPG



Misschien vergis ik me wel



Mijn lief,
jij laat me sterven dus
nu ik door jou vergeten ben


geen ogenblik
geen geur
geen licht gemis


dat mij voor even maar
laat leven


in een streling door je haar
of een aarzeling


van je stem
je lippen


o, regen wil jij dan voor mij wenen
o, wind wil jij huilen in de bomen
o, zee wil jij in twijfel je even terugtrekken


misschien vergis ik me wel.


Uvi

link naar "Dagboek van de onvoltooid verleden tijd"

Waakvlam - Reine De Pelseneer



Waakvlam


Warrig zucht de vrouw om wat er is:
niet meer de nachten die een man vol vuur
voor haar verzon, maar de lakens
van een witte slaap. Ze leest


een blad in deinend licht, telt af
en toe een schaap en ademt dieper
opdat kalmte om haar dicht.


Maar het duister blijft breed als de borst van de man
die ze mist, en het bed is een boek
waarin de vrouw zich keer op keer
van pagina vergist.



Reine De Pelseneer
Uit: Aan alles vast

Zonder vraagteken - Uvi

Zonder vraagteken



Hoe hark ik me samen
in de herfst van m'n jaren.
Wat valt er te oogsten.
Hoe hard zal de winter zijn.


Kunnen mijn dagen nog trager.


Wie zal er mij dragen.
Als de ochtend en de avond
één zullen zijn.


Voor het venster achtergelaten.


Wie zal er mij nog iets vragen.




Uvi

link naar "Dagboek van de onvoltooid verleden tijd"

Verhouding - Victor Vroomkoning



Verhouding

 

Wij kwamen aan mijn oude bos, maar
wat er stond had omvang van een oog-
opslag. Een man die er zicht op had
gaf te verstaan - nooit was er gerooid.
 

Mijn zoon versprong van stam naar stam
en terug, verwisselde de handvol bomen.
Zo zag hij hout voor heel wat staan,
het schoot tot woud op in zijn ogen.

 
Wat hij voor huilen van wolven
hield was wind die, vlaagziek
als in polder, aan je oren trok.

 
Hoe ik ook wilde, ik zag niet meer
dan wat er was. Ik werd mijn vader
die de maat der dingen kende.


 
 
 
Victor Vroomkoning

Meer van Het laatste woord is ~ zacht ~

↑ Terug naar de berichten