Heb lief mijn hart - H.C.Muller
Breek niet, mijn hart, er rijzen schone dagen
Voor ieder, die het ganse leven leeft,
Voor ieder, die volhardend strijdt en streeft –
Heb lief, mijn hart, dan kunt gij alles dragen !
H.C.Muller
Uit: Troost der liefde
Breek niet, mijn hart, er rijzen schone dagen
Voor ieder, die het ganse leven leeft,
Voor ieder, die volhardend strijdt en streeft –
Heb lief, mijn hart, dan kunt gij alles dragen !
H.C.Muller
Uit: Troost der liefde
Geef mij een woord
Een helend woord
Een woord dat maakt
Dat ik weer verder kan
Geef mij een zin
Die mij zin in
Het leven geeft
Geef mij een woord
Zeg iets
Iets liefs
Geef mij een woord
Guillaume Van der Stighele
Je bent gekomen om te blijven
je liet voetsporen na in de tijd
je adem werd ruimte
stilte en woorden tussenin.
Je kwam en je ging
je liet me de mooiste herinering
de tweespraak
van een nooit eindigend begin.
Claire vanden Abbeele
Een witte ochtend
Een witte ochtend, eerste dooi
de lucht wit-grijs, egaal gespreid
en aan de lange horizon
welt nu een witte zon.
Geen wind, beweging of geluid.
Er botten waterdruppels uit;
aan iedre tak en iedre struik
zijn knoppen licht.
Een hartstochtsloze en totale aanwezigheid
maakt zich nu kenbaar en het is
of in een diepe adempauze van de tijd,
dichtbij, een pasgeboren kind
zich stil, volmaakt en ademend bevindt.
M.Vasalis

.

De zomers
Klaprozen, korenbloemen, barstenvolle
goudgele aren streelden mijn gezicht.
Groengouden vliegen zoemden een gedicht.
Rood liet het ooft de appelwangen bollen.
Zomernachtdonker is gesmolten licht.
Niet bang zijn voor kabouters en voor trollen.
Ze komen 's nachts het grasveld voor je rollen.
Alleen een dom kind houdt zijn ogen dicht.
Zullen wij dit soort zomers nooit meer zien?
Ging dan het paradijs voorgoed verloren
omdat wij aan de wereld toebehoren?
Huil niet, huil niet, de hemel zal misschien
een zolder in een huis zijn zonder zorgen.
Daar hebben ze die zomers opgeborgen.
Kees Stip
O, ik weet het niet
O, ik ken je niet,
mijn liefste,
ik weet niet wie je bent
maar ik houd van de O in jou
je blozende ogen,
je mond en tong
hoe ze kijken en zwijgen
soms ben je mijn dagelijks brood
dan weer een appel
die ik opnieuw wil plukken
ook al ben ik honderdmaal
je rood vergeten
vandaag nog leer ik vliegen
zonder handen
om dan dicht bij jou
dicht bij jou alles te verliezen.
Uvi


De sonnetten van de kleine waanzin nr. 4
Ik loop waar ik val en mij op moet rapen.
Geen boom en geen struik en geen horizon.
Er hangen alweer stormen voor die zon.
Ik wou dat ik één uur, één uur kon slapen.
Heet mij toch welkom, wereld van vandaag.
Of van vandaag niet dan misschien van morgen.
Ik ga in mijn splinters en onweer verborgen
en ga alleen en weet niet wat ik vraag.
Maar ik wil de moed hebben tot het laatste,
niet meer aan mij denken of aan die ander
of aan wat mijn woorden aan zon terugkaatsten.
Dood is hier. Ik wil zien hoe ik verander
en of ik weggaan of alweer leven moet.
Maar ik wil niet zonder zijn, niet zonder moed.
Hans Andreus
Het luchtkasteel
Ik wil, voor ik verander
in een kei, een mier
of een papaverbloem,
de schepper worden
van een luchtkasteel.
Ik zal de daken knippen
uit inktpapier,
de kamers vouwen
uit vochtige kranten
en op de muren van muziekpapier
zal ik lachgezichten
voor de ramen schilderen
met metaalinkt.
In mijn slot zullen wonen
duiven van oud zilver.
Ik zal, voor ik verander
in een steen, een dier
of in een slingerplant,
de schepper worden van
een luchtkasteel,
want ik beschik
over de zachte handen
van een uitvinder.
Paul Snoek

.

Wat je hebt, weegt zelden op tegen het gemis. Maar wat er dan precies in je leven ontbreekt, kun je niet onder woorden brengen.
Je weet alleen dat je erop wacht, elke dag, al jarenlang, en dat het met je uiteindelijke bestemming te maken heeft; met je vervulling.
Je wacht op één of ander teken dat je de zin, de noodzaak van jouw leven duidelijk zal maken.
Omdat je ervan overtuigd bent dat er voor elk mens één heel speciale taak is weggelegd die niemand anders in zijn plaats kan doen.
En omdat hij die taak moet volbrengen met alle geloof en alle wilskracht die hij in zich heeft, tegen alle wanhoop en twijfel en tegenkantingen in en ongeacht de offers die het van hem vraagt.
Opdat hij één keer in zijn leven zichzelf zal overwinnen. Maar het teken blijft uit.
En je wacht nog, geduldig of plotseling wanhopig,
dat je het niet zult herkennen als het zich uiteindelijk toch aandient en dat het dan onherroepelijk te laat zal zijn,
nooit meer te achterhalen, of dat je tevergeefs wacht,
dat er niets is om op te wachten dan de dag van vandaag,
dat elke dag de grote kans van je leven voorbijgaat
en dat de tijd die je rest steeds korter wordt.
Steeds korter.
Uit 'Sneeuw' - Gerda Van Erkel
Ik ga nu slapen met mijn verdriet...
Ik ga nu slapen met mijn verdriet.
Zelf slaapt het al. Het voelt mij niet.
Jaagt het zich op van droom naar droom,
zo bang als ik voor dwalende vragen?
Ik weet het niet. Ik lig en kijk
het zwart in. Ik ben ver van het lijf
dat naast me ademt. Ik gebied
mijn hersens , tervergeefs, te doven.
Zij spinnen een eentonig lied,
verjagen slaap maar niet verdriet,
dat in zijn droom mijn slaap verbiedt.
En als het ontwaakt? Vlucht ik dan? Sla ik?
Omhels ik het? Het lichaam naast me
beweegt. Het kreunt. Ik ken het niet.
Geert van Istendael
Nieuwjaarsbrief
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Leonard Nolens
uit: En verdwijn met mate,
zijn we je nu kwijt
of niet
je ogen
maar je kijken niet
je lippen
maar je lachen niet
je handen
maar je strelen niet
je adem
niet je praten
en ook de liefde niet
alles wat je was
heb je bij ons gelaten
zo mooi is ons verdriet
Rik Gerard
Moeder
Wat jij met de tijd doet
is wat een ouwe grootmoedersklok
ermee doet: twaalf uur slaan
en daar alle tijd voor nemen.
Jij bent de klok: de tijd gaat voorbij
maar jij blijft. Jij wacht.
Wachten is wat een tuin overkomt
onder sneeuw, een boomstam
onder mos, hoop op betere tijden
in de 19de eeuw,
woorden in een gedicht.
Want poëzie heeft te maken met het lang
samen laten liggen beschimmelen van dingen,
het alkohol laten worden van druiven,
het konfijten van feiten, het inmaken
van woorden, in de kelder van jezelf.
Herman de Coninck


Winter
winter. je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.
En toch is ook de nacht niet
Uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
Is het nooit volledig duister, nee,
Er is de klaarte van een soort geloof
Dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.
Herman de Coninck
uit: Zolang er sneeuw ligt (Brugge, 1981)
In mijn leven worden de winters langer
De kleuren valer, de vrienden banger
De liefde verdwijnt uit mijn gezicht
Ik berg mij op in mijn gedicht
Cees Nooteboom
Het doodsbericht
Langzaam zie ik hen gaan
die ik nog bij me had,
de bocht om van het pad.
Wat gouddoorschenen stof,
dan wordt het in de hof
nog stiller dan voorheen.
De liefsten. - Eén voor één .
Ida Gerhardt
Uit: De ravenveer 1970
Later
Slechts een schrale bries was ik
in het leven van enkele mensen.
Niet eens een rimpeling
op het fabuleuze water.
Later is nu te laat.
Het verleden
zal mij nooit verlaten.
De toekomst
kan ik niet inhalen.
Later komt altijd veel te vroeg.
Uvi
Ontmijner
Nee, liefde was dit niet, dit was te vol gevaar.
Mijn handen die voorzichtig tastten naar,
naar jouw borst, als handen van een ontmijner.
Liefde was dit niet, het was tegelijk groter en kleiner.
Zo groot als je borst en zo klein
als je tepel, zo klein als je zwijgende mond
en zo groot als je lachende mond.
Zo groot als het strelen, dat nu al de wond
wil genezen die later pas komt.
En zo klein als je wou dat de pijn zou zijn.
Herman de Coninck
Aubade
hoe zij de ochtend
nog in haar haren
draagt
het licht rondom
haar lenden
ligt te lonken
naar de jager
en zij een preutse prooi
twee knopjes van haar blouse
open laat
als een belofte.
Uvi
link naar "Dagboek van de onvoltooid verleden tijd"


Never are voices so beautiful as on a winter's evening,
when dusk almost hides the body,
and they seem to issue from nothingness
with a note of intimacy seldom heard by day.
Virginia Woolf
uit: Night and Day