Woordbreuk
| WOORDBREUK Je kan niet lachen nu niet meer je kan niet wenen nimmer meer Ooit was liefde nu niet meer Voorbij de droom de wolkenloze hemel het blijde hart de aandacht de warmte Die lieve tijd zo kort de zachte woorden Bitter nu ontnuchtering na parelende dagen Eén wou niet meer kon niet meer Nu radeloze vragen geen antwoord Voortdurend gissen raden Rusteloos het moede hoofd in handen woelen in de haren gevangen in verdriet om achterblijven Een stuk reist met de andere mee |
Geen mens meer wrakhout de helft slechts van geheel De wind huilt dorre bladen waaien Het denken omfloerst door hemwee en verlangen De weg loopt dood niets meer als akkerland en sloten Her pril begin de weg vol rozen Nu trap je op stekels de doornen in het vlees de voeten open Wie zal zalven niemand iemand ooit © Nest Martens |


