Jef en Charel
De Jef en de Charel hebben jarenlang naast elkaar op de zelfde werkvloer gestaan en zijn beste vrienden geworden. Beiden zijn
reeds enkele jaren met pensioen en hebben elkaar sindsdien niet meer gezien tot ze bij een wandeling op de zeedijk elkander tegen
het lijf lopen. De welligheid en de vreugde bij het weerzien kan
niet op en gaan op een terrasje een pintje pakken om dat te vieren.
Van één komen er twee komen er drie en de tongen komen wat
losser tot de Jef plots vraagt.
"Héwel Charel. Hoe zit da nog tussen de lakens, gaat dat nog een beetje." De Charel bekijkt zo met een scheef oog zijn vriend en zegt. " Jong Jef, toch nog minstens eenmaal per week." De Jef kijkt vol ongeloof naar de Charel en zegt. "Dat kan niet, daar geloof ik niets van." "En toch is het zo" antwoordt de Charel.
"En wat doet ge daarvoor" vraagt de Jef. "Niet zo veel, ik zal het u
uitleggen, 's morgens twee sneden peperkoek, 's middags twee
sneden peperkoek en 's avonds twee sneden peperkoek, dat is alles."
Maar de Jef heeft zo zijn twijfels en is wat wantrouwig.
's Anderendaags begint hij zo te denken, het moest nu toch eens
waar zijn en hij gaat een buurtwinkel binnen en komt met vijf reuze-
peperkoeken aan de kassa. De kassierster zegt tegen hem.
"Meneer. Ge weet toch dat hij beenhard gaat worden."
"Verdomme 't is toch nog waar" zegt de Jef. "Een ogenblikske
mevrouw, 'k ga er snel nog tien gaan halen"






