Kokkels


Enkele dagen terug heb ik nog eens kokkels gekocht bij mijn geliefkoosde vishandelaar.
Dat was lang geleden, zowel kokkels gekocht als iets gekocht bij die vishandelaar.
Eerst was de winkel gesloten wegens verbouwingswerken, daarna lag de straat open gebroken en zo was er elke keer wel wat, maar nu was er een mooie parkeerplaats vlak bij en er lagen kokkels in het uitstalraam...!
Eigenlijk wilde ik pasta maken met mosseltjes maar nu is dat niet het goede moment. De mosselen zijn niet veel meer waard. Kleine taaie beestjes en ze hebben soms zelfs een rare bijsmaak.
Kokkels zijn dan een goed alternatief, zelfs lekkerder dan mosselen. Wel iets duurder.
Acht euro of zowat per kilo, dus dat valt wel mee. Zeshonderd gram voor twee personen was voldoende. Dat levert uiteindelijk bijna honderd en vijftig gram schelpvlees op.
Het grote nadeel aan kokkels: er zit dikwijls zand in en dat ziet men niet bij aankoop. Men kan alleen maar hopen dat de schelpjes bij de producent goed uitgewaterd zijn. Dat ze lang genoeg in zuiver water vertoefden en aldus hun zand uitgespuwd hebben.
De meeste kokkels worden ingevoerd uit Nederland...
Om zeker te zijn moet je ze nog een uurtje in een kom met ijskoud water zetten waarin een grote greep grof zout opgelost is. Roer daarna niet meer in de schelpjes. Ze zullen zich dan openen waardoor het eventuele zand er uit kan vallen.
Om ze klaar te maken worden ze gewoon behandeld als mosselen. Een beetje fijngesnipperde ui of sjalot, eventueel een takje selderij of peterselie stoof je eerst aan in een beetje olijfolie. De schelpjes gaan er dan bij, een stevige draai van de pepermolen er over en een deksel er op.
Desgewenst kan een scheutje witte wijn toegevoegd worden.
Na twee minuten zijn de schelpjes vermoedelijk klaar. Schud goed met de pan, sommige kokkels hebben de neiging zich niet direct te openen, een goede tik tegen de gesloten schelp doet ze openspringen. Daarom goed schudden met de inhoud. Zo vallen de beestjes er reeds uit en kun je de losse schelpen er zeer gemakkelijk uitvissen.
Vroeger gaf ik ze nogal eens bij het aperitief. In een halve schelp werd een beestje gelegd, bestrooid met gehakte platte peterselie en overgoten met wat goede olijfolie en citroensap.
Maar nu zouden ze dienst moeten doen als garnering bij een pasta alle vongole !
Deze vongole zijn zeer populair in Italië. De bereiding is vooral geschikt voor lange fijne slierten deegwaar zoals spaghetti, capellini en linguini...
Er bestaan zeer veel versies van.
Ik maak het zo:
De schelpjes koken zoals zojuist beschreven. De gebruikte groenten mogen eventueel bij de inhoud blijven als ze mooi fijn gesneden waren. De lege schelpen verwijderen. Sommigen laten de schelpen ook bij de bereiding. Mijn part heeft dat geen zin, je kunt ze toch niet eten.
Controleer nog eens of er geen zand in het kookvocht zit. Eventueel filteren door een gaasdoekje.
De deegwaar koken volgens de normen, dus niet te zacht. Al dente...
Rasp een beetje Parmezaanse kaas. Zoveel als je zelf verkiest.
Nogmaals een klein fijngesnipperd sjalotje en een geplet teentje knoflook lichtjes glazig laten worden in een beetje olijfolie.
Voeg de inhoud van de schelpjes plus het vocht toe en daarna de deegwaar. Goed roeren en meng nu deel van de kaas door de bereiding.
Normaal zal de deegwaar het meeste vocht van de kokkels opslorpen. Daarom mag de pasta ook niet te mals gekookt zijn.
Werk af met zwarte peper. Serveer in en diep bord.
Nu zijn er allerhande varianten mogelijk.
Ikzelf doe er nog een scheut room bij. Dat geeft meer smeuïgheid aan de bereiding.
In de plaats van room kan je ricotta nemen of mascarpone.
Een greep gehakte platte peterselie of een handvol gesneden basilicum kan er ook bij.
Gepelde tomaten in blokjes gesneden.
Zelfs gekookte spinazie...
Een geklutst ei door de bereiding roeren, allemaal mogelijkheden.
Zo zie je maar, iedereen heeft daar een beetje zijn idee over.
En daarom moet je nooit spreken over: dit is het enige recept...!
De Italiaanse vongole zijn wel geen kokkels. Vongole, daarmee worden tapijtschelpen bedoeld.
Tapijtschelpen, ja, zo heten die beestjes in het Nederlands... Misschien zegt de Franse naam “palourdes” je een beetje meer? Wel dat zijn dan de Franse tapijtschelpen... de naam heeft misschien te maken met hun Latijnse naam: Tapes decussatus et Tapes philippinarum. ???
Er bestaan zeer veel schelpen die tapijtschelp genoemd worden...
Op de koop toe spreekt men hier dikwijls over venusschelpen om dergelijke schelpen aan te duiden. Ook dat is niet helemaal juist.
|
Venusschelpen zijn een groep van schelpen waar bijna alle schelpen die voor ons de moeite waard zijn om gegeten te worden, toe behoren. Ook de kokkel... Zelfs de messchelpen, de clams... maar er bestaat één soort die specifiek venusschelp genoemd wordt.
’t Is allemaal niet zo simpel...!
In ieder geval, het was lekker.
Dezelfde bereiding kan zeer gemakkelijk gemaakt worden met andere schelpdiertjes.
Kleine Franse bouchot mosseltjes bijvoorbeeld of palourdes, waarom niet, maar dan wordt het wel een beetje “prijziger”... Palourdes of tapijtschelpen kosten al gauw dertien tot vijftien euro per kilo...!
Maar als het is om feest te vieren, waarom niet...?




































2 reacties op dit bericht
lekker
Kokkels
Ik woonde in de buurt van Philippine (NL) en we gingen daar regelmatig eten (ik vond de mosselen heerlijk), maar na 4x eten=4x ziek worden was het duidelijk: mosselen eten heeft tot gevolg "talking to God on the big, white telephone" ...
( = gebogen over de toiletpot onder het mompelen van 'oh mijn god, mijn god')