Schilderijen en samenwerking
Ik ben goed op tijd bij het Geriatrisch Centrum en kan rustig de schilderijen uitladen. Dat doe ik liever zelf. De grote schilderijen kunnen nauwelijks in de ruimte van de auto. Ik weet hoe ze te hanteren en als er toch een haak in de autobekleding zou komen is het mijn fout en moet ik niet gefrustreerd reageren op anderen. Het leeg maken van de auto klaar ik zonder ongelukken. De schilderijen zijn allemaal nog heel, de auto is ook nog in goede staat en alles is op tijd geleverd. Ik voel me opgelucht: de taak is tot een goed einde gebracht ondanks de verloren gewaande sleutels en het daardoor veroorzaakte tijdsverlies.
Ondertussen zijn de anderen toe gekomen. Kordaat wordt alles aangepakt. Een kar wordt opgesnord en de schilderijen worden naar de plaats van bestemming gevoerd. Daar worden ze naast elkaar geplaatst zodat kan gekozen worden welk schilderij waar gaat hangen. Nu de stress wegebt voel ik me moe worden en beperk mijn bijdrage tot kijken en bijkomende ophangdraden te halen. Een tweede groep neemt de schilderijen mee die gepland zijn voor de tweede verdieping.
Er wordt intens gewerkt. Elk schilderij moet op de juiste hoogte hangen. Flor heeft een machientje bij dat de hoogte meet. Elk schilderij ondergaat dit ritueel, zodat de basislijn over heel de gang dezelfde hoogte heeft, wat rustig aan doet.
Ik heb een zetel uitgezocht waarin ik me neerplof: ik ben uitgeteld voor vandaag. Tussendoor komen bewoners eens kijken wat er gaande is en slaan soms een praatje met een bekende onder ons. Op afstand zie ik hoe een jongere en oudere generatie plezier hebben aan elkaar.
Ondertussen hangen de schilderijen op hun plaats, tot tevredenheid van de groep. Ongelooflijk hoe een beschilderd stuk papier, opgevist uit een verzamelmap, ingekaderd met een passe-partout en opgehangen in een mooie ruimte een totaal andere waarde krijgt. Het is een kleurrijk geheel. Levensblijheid straalt je tegemoet.
Ondertussen verhuis ik naar de tweede verdieping. Daar is Christel het werk van haar broer aan het ophangen. De bewoners hier zijn meer opgesloten in zichzelf. Iemand zit in de gemeenschappelijk ruimte te slapen in een rolstoel, iemand anders zit voor zich uit te mummelen, niet bewust van de omgeving, andere bewoners liggen op bed. Ook hier is alles verzorgd maar komt een vorm van troosteloosheid opzetten. Ik bedenk dat de vrouw die hier ‘slaapt’, ondanks de drukte die we veroorzaken wellicht ooit een mooie vrouw was, huwde, kinderen kreeg, een gezin verzorgde, een sociaal leven leidde. Dan voel ik me opstandig worden: waarom moet het zo eindigen? Maar er is geen keuze: dementie ‘overkomt’ je. Wie weet welke weg ik nog moet gaan? Ik ben denk ik niet bang voor de dood zelf, wel voor de weg daarheen.
Ook de anderen komen erbij … en Flor gaat aan de slag met zijn hoogtemeter. Hier wat millimeters hoger, daar een ietsepietsje lager. En uiteindelijk besluiten we de tentoonstelling als ‘af’ te beschouwen.
Nu moeten we naar de overkant geraken: in Huize De Veuster kunnen we de rest van onze werken kwijt. Maar eerst iets drinken in de kantine. Na het geleverde werk, in temperaturen aangepast aan mensen die nood hebben aan warmte, kunnen we best iets fris gebruiken.
Wanneer we uiteindelijk met onze kar met de rest van de schilderijen in Huize De Veuster aankomen, kunnen we niet verder werken. Er ontbreken onderdelen van panelen en de verantwoordelijke persoon is niet aanwezig. Afspraken worden gemaakt om een ander moment te vinden voor het opstellen van de expositie. Feitelijk ben ik blij dat we naar huis kunnen. We spreken af voor donderdag: om 14 uur is het opening van de tentoonstelling met heerlijke pannenkoeken. Wie wil daar niet bij zijn.













