De samenkomst
De kleindochter van G. van de tekenklas heeft het niet overleefd. Wanneer Jan, de tekenleraar dit meedeelt, wordt het plots muisstil. Iedereen wil het van zich afschuiven, dit kan toch niet. De kleindochter waar G. zo fier op was met de vele verhalen van haar levenslust, pienterheid, haar blij lachen.
Er wordt vanavond een samenkomst georganiseerd zodat vrienden, buren … kans krijgen om de familie hun medeleven te betonen.
Ik had het al via een andere weg vernomen. De zwaarte in mijn lichaam groeit. Ik ben moe van het verdriet van andere mensen, moe van mijn eigen verdriet, weet het verschil tussen die twee niet meer.
In de les maak ik een collage. Een groot wit blad had ik thuis al opgespannen. Nu spat ik er ecoline over en met een haardroger versnel ik het drogen en kan meteen ook de vlekvorming wat beïnvloeden. Het spatten ontlaadt me. Het optreden in de dansschool wordt aangekondigd door o.a. een vurig-rode affiche met zwarte opbouw. De droom van verschillende dansertjes daar ligt nu aan diggelen. Ik heb er een meegenomen voor de collage. Ik scheur er stukken van. Het geluid van het scheuren geeft vorm aan mijn voelen. Bij het nadenken over de collage wou ik iets met klaprozen doen. Een heel uitdagende maar zo kwetsbare bloem … zoals de kinderen op de bus, zoals elke mens.
Het wordt geen papaverveld, ik wil het abstracter houden. Rode verscheurde vlekken. Dan neem ik een grote borstel en witte sterk verdunde acryl verf laat ik aflopen en over het geheel spatten zodat het net is of het regent, tranen uit de hemel. Ten slotte wil ik de chaos en geladenheid van gevoelens oproepen met lijnen in houtskool.
Het is een werk dat therapeutische waarde heeft voor mij, maar ik krijg zin om het verder uit te werken, geprononceerder, met meer durf, op doek. Een schreeuw van onmacht.
Karel gaat mee naar de herdenking. We zijn bij de eersten, daardoor hebben we even de tijd om met G. te praten.
De zaal is erg verzorgd, dat voelt troostend aan. Een diaprojectie met wat zachte muziek roept het leven van het meisje op. Een gedenkboek waarin je iets kan schrijven ligt op een tafel, omringt door een foto waarin de kleindochter het leven uit straalt. Vreselijk om beseffen dat dit kind nu ‘weg’ is, dat er zoveel gemis in de plaats komt. Ik leg er mijn envelop bij: een zelfgemaakt kaartje met woorden die ik meen uit het diepst van mijn hart.
Uiteindelijk zijn we met een achttal mensen van de tekenacademie rond een tafel gaan zitten. Er kan iets gedronken worden. Ondertussen staan de mensen al tot buiten aan te schuiven. Een kleine dorpsgemeenschap heeft het voordeel (soms ook een nadeel) dat iedereen iedereen kent. Ondertussen worden er ballonnen opgeblazen, die zullen straks de lucht ingestuurd worden als een vaarwel van deze groep.
We wachten niet tot dit laatste moment. Ik ben ontzettend moe, veel zin om te huilen. Stil verlaten we via een zijdeur het lokaal.
Woensdag en donderdag worden de kinderen begraven … en dan, wanneer de nieuwswaarde wegzakt, het onderzoek overgaat in een verzekeringsovereenkomst, de buitenwereld de nagelaten lege plaats wat vergeet, dan komt voor de dicht betrokkenen de grote stilte waarin ze de lange weg van rouwen moeten gaan. Ik kan hen alleen heel veel sterkte toewensen, want dat zullen ze nodig hebben.




