Weer vijf dagen later
De morgen legt zich stralend over de velden. Vogels maken luidruchtig hun opwachting. Het gaat een lentedag worden vol licht, leven, openheid, uitkijken naar morgen … Niets kan het groeien tegenhouden.
Ondertussen vermeldt het nieuws dat de voorbereidingen klaar zijn voor de begrafenis van de Lommelse kinderen.
Net of een immense droefheid om me heen hangt. Niet alleen het drama van de Lommelse kinderen, de kinderen van Heverlee, de begeleidende volwassenen raken me, beelden van Beslan, Vietnam, Afrika, Bopal, Gaza, Irak, Toulouse … het is een eindeloze litanie van geweld waarin kinderen verdwijnen omdat ze toevallig op de verkeerde plaats staan. We hoeven het nieuws maar op te zetten of de beelden stromen zo maar onze leefwereld binnen. Ik wen er niet aan, maar wellicht went niemand eraan, probeer je je alleen maar af te schermen voor zo’n realiteit om niet in totale wanhoop te vervallen.
Dan zie ik de rabarber dag na dag groeien. Rabarber is een dankbare plant om de groei op te volgen. Je kan bijna fysiek meevoelen hoe hij uit de aarde kruipt, zijn kwetsbare bladeren ontplooit en dan stap voor stap groot en sterk wordt. Alleen, dit jaar heb ik het bijzonder moeilijk. Vragen stellen helpt niet, maar toch, waarom mag zo’n stomme plant wel groeien en terwijl zoveel kinderen omkomen door geweld, door iets dat niet hoeft, dat alleen voortspruit uit een dolgedraaid hoofd van iemand die overtuigd is dat hij het grote gelijk of een god aan zijn kant heeft?
Hoe kunnen we als mensheid hoopvol verder leven als we beseffen dat er zoveel verdriet en stilte in mensenharten leeft omdat gerouwd wordt om gevolgen van beslissingen die elders worden genomen, ver weg van de krijgsverrichtingen. Ik ben naïef: waarom die vechtersbazen niet naar een arena sturen en ze daar hun ‘grote gelijk’ laten verdedigen tot de dood toe? Ze mogen nadien postuum gedecoreerd worden om hun dapperheid. Terwijl de gevechten plaatsvinden becommentarieerd door radio en televisie (als sportwedstrijden, zijn sportevenementen geen plaatsvervangende oorlogvoering?) kunnen dan elders in alle ernst de problemen die er zijn door woorden opgelost worden: sluit de onderhandelaars op met een gevangenisregime en maak een schouw waar witte rook door kan als de oplossing er is.
Ik weet het, zo simpel ligt het niet. Moet ik er me dan bij neerleggen dat kinderen zo maar uit dit leven weggeschoten worden? Tot mijn laatste verfstreep zal ik mijn ‘neen’ uitschreeuwen, rouwen, twijfel toelaten, proberen de moed te vinden om in woorden tegen het ‘er is niets aan te doen’ in te gaan, ook al word je daar soms door geïsoleerd. Ik kan niet verder leven ’alsof er niets gebeurt’ en me nestelen in onze welvaartsmaatschappij. Elke mens is een medemens, ook al ontstaan in het samenleven wrijvingen, problemen. Maar laten we er dan over ‘praten’ …




