Naar de inhoud

Lut De Rudder

akke.beakke.be

Berichten van 1 mei 2014 tot 31 mei 2014

En tussendoor: verkiezingen

Vandaag moeten we onze stem uitbrengen. Ik ben blij dat het eindelijk zo ver is, want ik hou niet van verkiezingscampagnes.

Eerst en vooral zijn er de overvloedige reclamefolders en die eeuwige dezelfde gezichten die je vanaf de zijberm toelachen: pure milieuvervuiling. Dit is wellicht goed voor de werkgelegenheid in de reclamewereld en de drukkersbranche … maar dat is maar een tijdelijk verschijnsel.

Wat me vooral tegenstaat, zijn de debatten op tv. Je hoopt wat meer informatie te verkrijgen door zo’n discussie te volgen, maar voor mij levert het alleen maar ergernis op. Dan leren we onze kinderen, als iemand anders spreekt, niet tussen te komen: je wacht tot de ander uitgesproken is om dan zelf je zeg te doen. Dan moet je de politieke leiders aan het werk zien. Ze gunnen elkaar geen moment spreekruimte om een andere visie te verkondigen. Zelfs in een kleuterklas zal de juf optreden als ze de kleuters zo tekeer gaan. Het is niet alleen niet netjes, je verstaat ook niks van wat er gezegd wordt, ik toch niet. Misschien zijn er kijkers die zo’n Babelse spraakverwarring kunnen ontrafelen, meestal zap ik ontmoedigd naar een andere uitzending.

Dan moet ik de agressie die vanuit zo’n debat opborrelt over me heen laten golven. Het is zo’n hanig gedoe: in deze concurrentieslag willen de deelnemers zeker zijn van de overwinning. Ik heb de indruk dat ze zichzelf willen overtuigen: worden meer lawaai en snerende slogans door het propagandateam dat hen begeleidt als positief geëvalueerd? Ik wil informatie zonder teveel decibels: lawaai bevordert mijn nadenken niet.

Verder heb ik geleerd dat de andere besmeuren door halve waarheden en hele leugens niet fatsoenlijk is. In verkiezingstijd mag dat wel, het is alsof het erbij hoort.

Het is geen mooi beeld dat de verkiezingscampagne laat zien, hoewel elke politicus probeert zich zo sociaal mogelijk te gedragen: markten afdweilen en handjes schudden, deur na deur een foldertje afgeven, aanwezig zijn op eetfestijnen en andere massa evenementen … feitelijk vooral zorgen dat iedereen je gezien heeft.

Het hoort er nu eenmaal bij. Ik neem de vrijheid om het minstens niet leuk te vinden hoewel het woord degoutant soms beter past.

Zondagmorgen zijn we dan gaan stemmen. Karel en ik zijn te voet naar het stemlokaal gegaan: een twintigtal minuten lopen. Met zo’n prachtig weer: heerlijk. Bij het stemlokaal hadden we geluk: we konden direct onze stem uitbrengen zonder in de rij te staan.

Toen we terug naar buiten gingen, kwam er een heel feestelijk gevoel over mij: wij kunnen gaan stemmen zonder overhoop geschoten te worden, daarbij wordt er rekening gehouden met onze stem en van fraude is bij ons geen sprake. Ik vind het evident dat je als vrouw kan stemmen … maar mijn moeder heeft nog een periode gekend dat ze van de stembusgang uitgesloten was. Ik zal maar de verkiezingslasten van de democratie stil verdragen: het is een voorbijgaand verschijnsel … en wellicht leert men zich nog ‘beleefd’ gedragen tijdens een debat op tv. Nooit de hoop opgeven.

Zaterdag

Tussen 9 uur en 11 uur komen de deelnemers toe met hun werken. Er wordt met tafels en ezels gesleurd en doeken met wat meer omzichtigheid gedragen. Iedereen is druk bezig. Stilaan groeien de tentjes tussen de bomen uit tot een openlucht museum. Vooral Jeroen en Goedele met hun natuurfoto’s leven zich uit. Prachtig om zien hoe vanuit de kaalheid van tenten iets feestelijk groeit. Ik zorg natuurlijk dat ook mijn tent aantrekkelijk wordt en iets te bieden heeft.

En er is zon en nog eens zon. Heerlijk!

En dan is het wachten op 13 uur: dan mogen de bezoekers komen.

De eerste bezoeker is Jan, de tekenleraar waar we met zijn vijven les van krijgen of hebben gekregen: Christel, dochter Indrah, Kathleen, Goedele en ikzelf. We waarderen het enorm dat hij langs komt.

Stilaan komen er meer mensen. Ik ontvang de mensen. Sommigen ken ik, met anderen maak ik kennis. Eerst kunnen ze in huis mijn werken bekijken en dan naar buiten: Christel in het atelier en de rest onder de tenten. En de meesten blijven genieten van iets fris of een glas wijn. Mensen blijven praten, vormen groepjes … een feestelijk gebeuren. Zo had ik het gedroomd: veel zon, mensen die tijd hebben, iets drinken en met elkaar kennis maken als ze elkaar niet kennen. Sommigen ontdekken dan dat ze gemeenschappelijke vrienden hebben.

Zoals te verwachten was is het geen stormloop geworden. De zaterdag is voor veel mensen: boodschappen doen, de kinderen naar hun sport, dans, muziek of andere hobby brengen. Maar er kwamen genoeg bezoekers om het gezellig te hebben en ruimte te krijgen om met elkaar te praten.

Tegen zes uur zijn zowat alle bezoekers verdwenen en kan alles binnen gehaald worden, zodat de werken niet ’s nachts om een of andere reden beschadigd worden. Iedereen is moe: buiten zitten, veel praten … en de spanning die toch weggeëbd is nu alles probleemloos verloopt.

Karel en ik kiezen voor een pizza, daar is geen werk aan. Daarna installeren we ons voor tv: we hebben juist nog ruimte genoeg om het beeld te zien. Ik weet niet of ik veel beeld gezien heb, want ik val voortdurend in slaap. Nu, na zo’n dag hoef ik niet veel meer indrukken extra: ik ben voldaan.

 

 

 

Tenten opzetten

Ik heb ruim de tijd om mijn werken binnen op te hangen. Ik toon alleen tekeningen en die zitten achter glas. Dat is wel zwaar om te manipuleren. Bedoelen ze dat als het gaat over ‘het gevecht van de kunstenaar met de materie?’

Wanneer een ladder nodig is, of een schroef moet in de muur bevestigd worden, komt Karel me helpen. Niet dat ik geen schroef in de muur kan boren of een ladder opklimmen … maar het is wel gemakkelijk als iemand dat voor mij wil doen … en met de jaren wordt mijn klimvaardigheid wel beperkter.

Stilaan krijg ik een overzicht van mijn werken tegen de muur. Door een dag op voorhand de plaats van de werken uit te proberen, krijg ik ruimte om nog correcties aan te brengen. Soms passen twee werken niet zo goed samen, dan weer wil ik werken met dezelfde kadervorm samen brengen of is de kleur van passe-partout niet zo gelukt en zoek ik naar een andere kleur. Uiteindelijk is het uitproberen ten einde en voel ik me heel tevreden met het geheel.

’s Avonds komen de deelnemers en enkele vrienden de tenten opzetten. De vele handen maken het werk licht. Degenen die een paar tuinstoelen over hadden hebben die meegebracht, zo kunnen de bezoekers genieten van het goede weer en elkaars gezelschap bij een drankje.

De grote tent staat bij het buitenkomen op het gazon: stel dat het toch zou regenen, dan kunnen we daar schuilen. Maar voorlopig is het weer prima en wordt het volgende dagen nog beter. Dus zal ik de tent kunnen gebruiken om wat kleinere tekenwerkjes te tonen. Die heb ik gisteren nog uitgehaald.

Ondertussen zorgt Christel dat de tuinstoelen een beurt krijgen, zodat we morgen zonder problemen de kussens er in kunnen leggen.

Wanneer de tenten stevig vaststaan, schuiven we aan in een kring om iets te drinken en elkaar wat beter te leren kennen. De sfeer zit er in. De tentoonstelling belooft goed te worden.

 

Karel begint al aan het opzetten van de grote tent voor de anderen toekomen. Waarschijnlijk is het werk te uitnodigend om niet in actie te schieten.

Even bekijken hoe zo’n tent in elkaar zit.

Christel ontfermt zich over de tuinstoelen: het winterstof wegpoetsen voor de kussens er in gelegd worden.

Christel kreeg het te warm en bedacht het beeld met haar sjaal.

De tenten staan klaar: het resultaat van een vlotte samenwerking.

Na het werken nog iets drinken: zo leren de buren en deelnemers elkaar beter kennen.

Een interne verhuis

Donderdag begint het verhuizen. Vandaag is het atelier aan zet. Daar zal Christel ten toon stellen. Behalve een zware kast verhuist de hele inboedel naar de garage. De auto moet buiten blijven staan … en natuurlijk barst er in de namiddag een onweersbui los met nogal forse hagelstenen. Dan heb je een garage om de auto te beschutten … maar juist die paar dagen dat hij moet buiten staan komt zo’n bui opzetten. Hopelijk is er geen schade, maar wat kan je er aan doen als het zo is..

Daarna schijnt de zon weer en het atelier ligt er zo uitnodigend bij. Vorig jaar zijn de muren nog geschilderd, dit hoeft dit jaar niet te gebeuren. Wel dient er jacht gemaakt op spinnenwebben en hun bewoners want Christel is niet zo’n liefhebber van die diertjes. Dus ga ik op zoek naar mogelijke verstekelingen en als het laatste web weggeveegd is, alle hoekjes onderzocht en spinvrij verklaard, sluit ik de deur met het gevoel: weer een stap dichter bij de tentoonstelling.

Dan begint ook onze leefruimte zich te oriënteren naar de tentoonstelling. Dit jaar is het een ware aardverschuiving: het meeste verhuist naar de tv ruimte en wat mag blijven krijgt een andere plaats toegewezen. Omdat ik een groot werk wil tonen van zowat 1,50m op 1,40m moet ook de kast tegen de muur van plaats veranderen.

Wanneer alles op zijn plaats staat voor de tentoonstelling, is de tuinkamer veranderd in een kale ruimte. Alle gezelligheid en eigenheid zijn weg. Vooral voor Karel een zware dobber, wat heeft hij een hekel aan veranderen van omgeving. Toch blijft hij moedig die vorm van terreur verdragen.

Ondertussen gaan de weersvoorspellingen meer en meer de zonnige kant uit en voel ik de spanning toenemen. Ik weet dat alles op tijd in orde komt … maar pas als het zover is zal ik opgelucht ademen.

 

 

 

Het aftellen begint

Woensdag voor de tentoonstelling ‘Tussen de bomen’ begin ik precies te beseffen dat er niet zoveel tijd meer overschiet om alles klaar te hebben tegen vrijdagavond, wanneer de tenten worden opgezet. De laatste dagen was het ook zo’n ellendig weer dat ik niet eens dacht om buiten te werken, hoewel daar nog heel wat moet gebeuren.

Vandaag is het goed weer en duik ik de tuin in. Het gazon lijkt meer een weide en moet dringend afgereden worden. De voormiddag laat ik het gras wat opdrogen, zodat het wat makkelijker afrijdt. De buienradar geeft regen na twee uur in de namiddag. Dus neem ik alleen maar een kop koffie na het eten en sla mijn siësta over. Ik heb er plezier in: eindelijk, na al die regendagen, weer eens lekker in de zon lopen. Stilaan echter komen er wolken opzetten, dat voorspelt niet veel goeds. Ik zet meer vaart achter de grasmachine, want ik wil droog blijven.

Maar uiteindelijk zal ik toch de eerste regendruppels moeten trotseren om de laatste vierkante meter gras klein te krijgen. En dat lukt me ook. Opgelucht kan ik de grasmaaier terug op zijn plaats zetten: hopelijk blijft het morgen een periode droog zodat ik de zijkanten kan afwerken en de voortuin wat fatsoeneren.

Gelukkig voorspellen ze goed weer voor het weekend. Een tentoonstelling in open lucht komt maar tot haar recht bij zon en warmte. De tentjes geven wel beschutting tegen eventuele wind en een gevoel van ‘mijn ruimte’ aan de gebruiker. Maar regen en koude laten mensen binnen blijven.

De verdere namiddag gebruik ik om nog wat werken in te kaderen die ik ook nog wil tonen. Het verwondert mij elke keer hoeveel voorbereiding zo’n tentoonstelling vraagt. Maar ik vind het leuk om meemaken. De tijd die korter wordt, de groeiende spanning, nadenken hoe ik mijn werken wil tonen … en een paar keren per dag het weerbericht nalezen in de hoop dat de voorspellingen steeds meer mooi weer oproepen.

Godelieve van Amerika

Godelieve van Amerika - Johan de Vos

De schrijver is de jongste in een gezin van zes kinderen: vier meisjes en twee jongens. Een doorsnee West-Vlaams katholiek gezin. Vader is beenhouwer, moeder helpt in de zaak en doet beroep op de oudste dochter om het gezin te helpen runnen… zo kan er een meid uitgespaard worden. Dat was het lot van veel ‘oudste’ dochters. Iedereen vond dit toen normaal: een vrouw was geprogrammeerd om dienstbaar zijn.

Godelieve (°1924) is de tweede in de rij, blijmoedig van karakter, geliefd bij vriendinnen. Al op jonge leeftijd beslist ze dat ze later naar de missies wil gaan. Op 30 november 1941 deelt ze haar moeder in een briefje mee dat ze missiezuster wil worden. Op 7 mei 1942 vertrekt ze naar De Jacht in Heverlee om haar intrede te doen en zich voor te bereiden op de missies. In 1947 reist ze met de boot naar Amerika. Ze heeft ondertussen ontdekt dat het missieleven te zwaar voor haar zal zijn en besluit in te treden bij de ‘Arme Klaren’ in Cleveland. Een klooster met strenge regels achter de tralies. Daar blijft ze tot haar dood.

Na de dood van eerst moeder en daarna vader, reizen zussen en broers naar Cleveland om hun zus te ontmoeten. Uiteindelijk zal ook Johan gaan, die amper vijf was toen Godelieve het huis verliet.

Na de dood van die ‘onbekende’ zus gaat Johan op zoek naar wie ze was, wat haar bezielde. Door brieven, foto’s, gesprekken met de oudere zussen en vriendinnen van Godelieve, de eigen herinneringen, het dagboek van zijn vader… probeert hij een beeld te krijgen van Godelieve.

De schrijver zelf staat buiten de kerk. Hij probeert zo sereen mogelijk de situatie van zijn ouders en het gezin te plaatsen ‘in de tijd van toen’. Hij zoekt naar het waarom van de keuze van Godelieve, zeker als ze zich terugtrekt in een ‘slotklooster’. Wie is die God die haar leven bepaalt? Hoe leeft ze in de gemeenschap met de anderen zusters?

Tijdens de zoektocht naar dat individuele familielid wordt een wereld opgeroepen die voor ouderen zo ‘herkenbaar’ is. Het katholicisme van toen met de almacht van de (onder)pastoor en kloosterorden. De ontkenning van de seksualiteit: als de onderpastoor zijn handen niet kan afhouden van de zussen is dat ‘een teken van liefde, van aandacht voor de schoonheid van Gods schepsels’ (p.31). Steeds wordt er geld ingezameld. Het kerkelijk gezag wordt niet in vraag gesteld. Naast de devote prentjes en schilderijen (ook Godelieve zal door vrome onderwerpen te schilderen, bijdragen aan het verspreiden van een zoet katholicisme) staan de in onze ogen bijna onmenselijke regels die aan de ordeleden worden opgelegd.

De schrijver registreert wat hij te weten komt met onderkoelde humor in een stijl die gemakkelijk leest. Maar door dat onderkoelde, door die vlotte stijl maakt hij een wereld kenbaar die meestal in het verborgene bleef. Hoe bijvoorbeeld meisjes uit de armoede wilden ontsnappen door in het klooster te treden. Ze werd dan een ‘werknon’. Het waren de vrouwen ‘achter’ de goede werken op scholen en ziekenhuizen: zowat een slavin in naam van God. De nonnen met een rijke bruidschat stonden hoger op de hiërarchische ladder. Zo wordt Godelieve, wanneer haar deel van de erfenis toekomt bij de Arme Klaren plots met meer egards tegemoet getreden en wordt de strenge bezoekersregeling versoepeld voor haar familie.

Het boek is een op zoek gaan naar de individuele geschiedenis van een vrouw. Voor de lezer die dat katholieke gebeuren van binnen uit heeft meegemaakt, maar zoals de meesten afstand genomen heeft van dat ‘rijke Roomse leven’, kan dit boek alleen maar verduidelijken hoeveel misbruik er plaats vond in de naam van een God. Omdat we van kindsbeen af gehersenspoeld werden in deze manier van denken en doen, werd het als ‘normaal’ beschouwd. De pijn en het verdriet die deze normaliteit veroorzaakte hoorde er eenmaal bij, bracht je nog dichter bij die God. Er was geen ontsnappen mogelijk naar een standpunt dat wat helderheid bracht… want waar was die informatie beschikbaar?

Dit boek grijpt aan omdat het zo herkenbaar is, ontroert om het verhaal achter de feiten, van een eigen weg gaan, afscheid nemen, onbereikbaarheid van de andere in afstand en achter fysieke tralies. Het is een verhaal van proberen begrijpen maar toch niet kunnen. De vraag blijft: waarom?

 

 

 

 

Klein en groot

Tijdens het winkelen werd ik aangesproken door een vrouw die me vroeg iets van het bovenste rek te nemen: zijzelf was te klein om er aan te kunnen. We bleven even praten over de problemen van klein zijn. Ook als kind was ze bij de kleinsten. Ik was altijd ‘bij de groten’ van de klas … en daarom mocht ik nooit kabouter zijn. Wat zou ik graag eens kabouter geweest zijn: die kregen bij de opvoering kleurige pakjes en puntmutsen.

We bleven even doorpraten … op onze leeftijd hebben we tijd voor een babbeltje. Ze was ooit naar een congres geweest waarbij ‘de professor’ stelde dat kinderen die tijdens de oorlog geboren waren vaak kleiner waren dan andere kinderen omdat ze slecht of te weinig eten hadden gekregen. Ze was van 1942, volop oorlog. Bij haar thuis was het armoe troef. Daarmee dat ze zo klein was. Ik zei haar dat we even oud waren. Bij ons thuis was er af en toe wel schaarste, maar er is nooit honger geleden.

Toen gingen we ieder onze eigen weg.

Ik vond het een leuke ontmoeting. Indien we elkaar opnieuw tegen komen zou het wellicht lukken om nog wat verder te praten over de oorlog, want dat zat haar blijkbaar erg hoog. Natuurlijk, met al die evenementen om WOI te herdenken, komen de herinneringen aan WOII ook wel boven drijven voor de ouderen.

In de namiddag ben ik in de inkomhal met mijn te exposeren werken bezig, als ik op straat plots een vreemde drukte hoor van voorbijrijdende wagens. Wanneer ik ga kijken zie ik een colonne legervoertuigen langs de baan passeren. Op een bepantserde (denk ik toch) wagen zitten twee soldaten met de loop van hun machinegeweer de lucht afspeurend. In volledige uitrusting, met helmen op of zijn het bivakmutsen, zo goed heb ik het niet kunnen zien, een dreigend voorkomen. Toch een benauwende bedoening. Maar erg lang duurt het niet.

Ik herinner me dat enkele dagen geleden op het nieuws werd gemeld dat het leger oefeningen hield. Later wist Karel te vertellen dat die groep op ‘de wei’ (een begrip in Werchter) de nacht had doorgebracht.

Die namiddag kwam het gesprek bij het winkelen en het voorbij rijden van de legervoertuigen nog vaak in mijn hoofd opzetten. Hier was het een soort spel maar er zijn mensen die de echte dreiging van oorlog moeten ondergaan. Hoe overleef je dan?

 

 

 

Anne-Chantal Pitteloud

Met Eddie Wisse stelt Anne-Chantal Pitteloud haar werk ten toon. De ten toon gestelde werken lijken op elkaar afgestemd, zo vormen ze een eenheid.

Anne-Chantal Pitteloud (Sion, Zwitserland) is architecte maar leidt nu een leven als “artiste nomade”. Ze maakt keramische objecten die ze doorgaans verwerkt in thematische installaties. In het Hannah-huis toont ze organische vormen die aansluiten bij de anatomische les.

 nne-Chantal Pitteloud:http://anneloup.ultra-book.com/

       http://ferme-asile.ch/Home/Artist/36

 

Eddie Wisse

Hannah, de kleine galerie in Herent, opent vandaag een nieuwe tentoonstelling met werken van Eddie Wisse en Anne-Chantal Pitteloud. Met Christel en Ludo gaan Karel en ik er naar toe.

Eddie Wisse is doctor in de biologie en hoogleraar. Hij verbindt wetenschap en kunst met foto’s van menselijke en dierlijke cellen en weefsels die verbazen door hun complexiteit en kleurenpracht. De foto’s zijn afgedrukt op Forexplaat (100 cm bij 70 cm). De oplage is telkens beperkt tot 10 genummerde afdrukken. Eddie Wisse steunt met deze tentoonstelling het project “The future of hope”.

Fotografie is een heel aparte kunsttak en zeker vorm van fotografie: het vergroten op grote schaal. Ik kijk mijn ogen uit mijn kop: niet zichtbaar voor het blote oog heeft er zich in de mens een variërende en toch samenhangende structuur opgebouwd; wanneer die structuur het om een of nadere reden laat afweten, wordt men ziek en functioneert men niet meer zoals het hoort.

Sommige foto’s doen heel grafisch aan … wellicht kan ik er inspiratie uit putten.

 

Eddie Wisse: http://sculptures.koenwisse.com/#!album-14

Future of Hope: http://www.thefutureofhope.org/

 

 

Terug naar Werchter

Wanneer we terug keren naar de woning van onze vrienden botsten we op een rij aanschuivende mensen voor een winkel die ‘de echte Bosche bollen’ verkoopt. Ik had die drukte al opgemerkt toen we richting rondvaart gingen. Jacques en Wilna stellen voor dat we binnen een kop koffie drinken met iets zoets. In de gelagzaal is het al even druk. Gelukkig is er juist een tafeltje vrij gekomen.

Een ‘Bosche bol’ is een soort soes opgevuld met slagroom met chocolade er om heen. Karel en ik zijn geen liefhebbers van slagroom, dus kiezen we maar een heerlijk uitziend aardbeientaartje. Jacques en Wilna doen hun stad eer aan.

Het is al na vieren en de Bosche bollen blijven de deur uitgaan. De bakkerij ligt dicht bij het station en het is een gewoonte dat inwoners, als ze ergens op bezoek gaan, die specialiteit meenemen. Ik zie mensen met verschillende dozen van die bollen vertrekken. Ik kan mijn ogen niet geloven. Wij hebben wel onze chocolade om naar onze vrienden mee te nemen … maar dozen vol Bosche bollen is wel even opkijken.

We gaan nog even bij Jacques en Wilna langs. We moeten nog een bord heerlijke aspergesoep oplepelen, zodat we de reis aankunnen … Neen, honger zullen we niet hoeven te lijden.

En dan is het tijd om weer eens op te stappen. Voor de zoveelste keer die dag (om de oude stad te bereiken gaan de bewoners van de nieuwe stad via het station) stappen we met Jacques en Wilna naar het station. Nu zullen ze ons uitwuiven.

De trein komt aangereden wanneer we het perron betreden. We nemen afscheid. Wat merk ik? Zin om te huilen? Nee toch.

Maar als je de ganse dag zo warm samen bent, lijkt het of je iets verliest bij het afscheid. Wanneer de trein vertrekt zwaaien we voor de laatste keer. Ik verdiep me weer in mijn lectuur, maar er blijft een triestig gevoel nawerken. Ook Karel heeft er last van. Nu, dat is teken dat het goed was.

De treinreis verloopt rustig, in Mechelen moeten we wel even wachten op de bus en omdat het koud is, gaan we ergens iets drinken. Het is er nogal druk, een beetje in tegenstelling tot ons gevoel. We zijn moe van de vele indrukken, van de intensheid van het samenzijn. De bus komt ons echter van die verscheurdheid verlossen. De reis verloopt in een normaal ritme en weldra kunnen we de wagen nemen in Tremelo en naar huis rijden: bekomen van de reis.

 

 

Binnendieze

Jacques had ons laten weten dat hij voor een rondvaart kon zorgen als we er zin in hadden. Dat voorstel diende hij niet te herhalen.

Hij had kaartjes gekocht voor de rondvaart van half drie. Het was niet zo ver stappen. We kwamen terecht in straatjes waar nauwelijks een wagen door kon. Die straatjes zijn natuurlijk niet bedoeld voor het huidige verkeer, ze verwijzen nog naar de tijd van paard en kar.

 De Binnendieze is de verzamelnaam van een aantal stromen in de binnenstad van 's Hertogenbosch. De schipper van onze boot kon de naam ‘Binnendieze’ niet verklaren. Er was al heel wat over de naam gepubliceerd, maar alle interpretaties waren maar gissingen.

Omdat de stad in het verleden nauwelijks ruimte had zich uit te breiden, is in de loop van de tijd een groot deel van de Binnendieze overkluisd, dat wil zeggen overbouwd met huizen. De stromen zijn daardoor maar hier en daar zichtbaar in het stadsbeeld. Dit in tegenstelling tot veel andere steden waar het water vaak langs de huizen loopt.

De waterlopen hadden vroeger ook de functie van riool. De knaagdieroverlast moest in toom gehouden worden door rattenvangers. Halverwege de 20° eeuw besloot men de Binnendieze te dempen, maar vanwege het unieke karakter kwam hiertegen vanuit de bevolking verzet dat succesvol was. In 1973 is met een restauratie van het stadswatersysteem begonnen die 1998 gereed kwam.

De schipper die ons rondvaart heeft een heel verhaal te vertellen. Over oorlogen, forten, uitbreidingen … maar ook hoe de stromen als riolen voor de huizen gebruikt werden en met een lamp licht hij zo’n afvoer bij. Het vervoer van goederen verliep ook langs het water en hij toont ons een gat in de overwelving waar de goederen omhoog getrokken werden.

Er was behoorlijk wat wind voor we vertrokken. Uit voorzorg heeft Wilna plastieken kapjes gekocht waaronder we kunnen schuilen als het moet. Voorlopig blijft het droog en genieten we van de langzame rondvaart en zien we de oude stad vanuit de diepte. Omdat de overwelvingen op sommige plaatsen op instorten stonden en andere wel restauratie nodig hadden, heeft men besloten tot grondige renovatie. Er is echter één plaats waar de oorspronkelijke overwelving nog te zien is: daarboven staat de kapel van … de schipper noemde de naam van de orde, maar de naam ben ik vergeten. Wel bedacht ik dat die het meeste geld hadden om aan zo’n gewelf uit te geven: ze hadden het maar samen te bedelen bij de gelovigen

Maar ik was niet naar hier gekomen om kritische ideeën te spuien. Ik wil genieten van het mooie uitzicht met de afwisseling van overwelving en open lucht.

Wanneer we op een open water komen begint het te druppelen. We trekken onze plastieken bescherming aan die Wilna kocht. Maar dan breekt er zowaar een onweer los: donder en bliksem en geen schuilplaats om onder te varen. De schipper kan niet anders dan verder varen tot hij terug een overwelving bereikt. Daar blijft hij wachten tot het ergste voorbij is.

Dat het onweer losbreekt op het open water geeft wel een speciaal accent bij de rondvaart. Wij zitten in comfortabele boten, hebben beschermende kledij om aan te trekken … maar wat deden de mensen vroeger?

Veilig worden we terug naar de plaats van afvaart gebracht. Ik kan zo’n rondvaart aanbevelen, zeker als je een schipper hebt die een goed verhaal heeft.

 

 



1596467-8df7b73a7820f4aef47864f2a6c5fccf.jpg

1596467-ae566253288191ce5d879e51dae1d8c3.jpg

1596467-8cda81fc7ad906927144235dda5fdf15.jpg

1596467-fe5df232cafa4c4e0f1a0294418e5660.jpg

1596467-18e2999891374a475d0687ca9f989d83.jpg

1596467-30e62fddc14c05988b44e7c02788e187.jpg

1596467-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg

1596467-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

1596467-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

Naar 's Hertogenbosch

Karel had met zijn vriend Jacques afgesproken voor een bezoek in ’s Hertogenbosch … het was een belofte die al twee jaren oningevuld bleef. Maar sinds Karels vertaling van ‘De staatkundige verhandeling van Spinoza’ in boekvorm werd gegoten, was er geen reden meer om dit uit te stellen: hij wou het boek persoonlijk aan Jacques afgeven.

Daar we niet graag reizen en geen ervaren reizigers zijn, is zo’n trip wel een hele onderneming. Natuurlijk gaan we met het openbaar vervoer. Na enig opzoekingwerk besluiten we met de bus vanuit Tremelo naar Mechelen te rijden en daar dan de trein te nemen om via Roosendaal in ’s Hertogenbosch te geraken. De vrienden wonen een tiental minuten lopen van het station af. Ze beloven ons te zullen opwachten, en spreken een bepaald ontmoetingspunt af. Karel bestelt via internet de reistickets. Nu nog op de reisdag op tijd het bed uit en niks kan meer mislopen.

Natuurlijk slapen we niet zo rustig, vooral Karel heeft het lastig. Als hij uit zijn natuurlijke biotoop gehaald wordt vertaalt zich dat in stress.

Maar we halen de morgen, zijn op tijd in Tremelo … en krijgen een zitplaats op de bus. De zitplaatsen op de bussen zijn niet erg ruim, zeker niet als de bus vol is en er nog mensen moeten rechtstaan. Het is een gelede bus die ruim uitzwaait in de bochten. De bus is bovendien een schoolbus met heel wat leerlingen op. Het zijn niet de jongeren die het reizen vermoeiend maken, maar het is volop ochtendspits. Aan elke halte stopt de bus, moet dan aanschuiven voor een stoplicht, rijdt dan traag weer verder naar een volgende halte of stoplicht … en ondertussen schuift de tijd. In Mechelen hebben we ruim de tijd om de trein te nemen … maar zal de bus het halen met deze slakkengang?

Eindelijk halen we dan het station in Mechelen. Wat had ik me zorgen gemaakt over het op tijd komen: de uurregeling van de bussen houdt rekening met die ochtendspits. We zoeken het juiste spoor op. De treinen die op dit spoor in het station stoppen hebben grote vertragingen. Later lezen we op een scherm dat er een locomotief in panne gestaan heeft, maar dat die panne nu verholpen is en dat ze proberen het treinverkeer zo spoedig mogelijk te normaliseren. Gelukkig dat we niet via Haacht naar Mechelen gespoord zijn, want op die lijn heeft de panne zich voorgedaan. De trein naar Roosendaal ondervindt geen hinder. Het brengt toch even spanning mee te bedenken dat je de afspraak kon mislopen door een vertraging van de treinen. Natuurlijk is er een gsm en rijden er die dag nog vele treinen naar ’s Hertogenbosch. De keuze van de bus was vandaag blijkbaar de beste oplossing.

Keurig op tijd vertrekt de trein naar Roosendaal waar we moeten overstappen om richting Zwolle in ‘s Hertogenbosch uit te stappen.

Ik nestel me in een hoek en neem mijn lectuur. Karel kan niet lezen terwijl hij rijdt. Ik vind het zalig. Natuurlijk zie ik niets van het landschap, ik laat Karel daar maar van genieten.

Keurig op tijd komen we aan en nog voor we de trap naar de inkomhal nemen, staan de vrienden ons al toe te zwaaien. Heerlijk.

We lopen het eindje naar hun woning. De kern van ’s Hertogenbosch is oud, maar waar zij wonen is het een nieuwe stad. Ik denk niet dat er individuele huizen mogen gebouwd worden. Dit jaar vieren ze de twintigste verjaardag van het opstarten van de werken. Tussen de flatgebouwen, sommige zijn heel hoog, is er veel groen. Voor hun deur wordt zelfs een park aangelegd. Het doet me helemaal niet denken aan een stad met de drukte van auto’s en mensen. Hier is er ruimte, het autoverkeer denkelijk beperkt tot de wagen van de bewoners. We worden a.h.w. in een ongekende wereld gestort.

Tussen de bomen

Voor wie het nog niet wist: tijdens het weekend van 17 en 18 mei stellen 8 kunstenaars ten toon ‘Tussen de bomen’ van onze tuin. Zaterdag 17 mei is de tentoonstelling toegankelijk van 13 tot 18 uur, zondag 18 mei van 13 tot 17 uur.

Het beloven gezellige namiddagen te worden. Iedere deelnemer is zich volop aan het voorbereiden. Niet alleen worden er werken bijeen gezocht en ingekaderd, maar ook aan de tenten wordt gedacht, tuinstoelen uit hun winterslaap gehaald, plooitafels opgepoetst, presentatie staanders zo nodig geleend, Christel heeft al een deel van de drank binnengebracht … m.a.w. er ontwikkelt zich een prettige nervositeit.

Mijn werken zijn ingekaderd en staan klaar om naar buiten te treden. Nu moet aan de tuin gedacht worden. Het gras moet nog afgereden. Als het eens een dagje droog blijft zal je bij ons de grasmaaier in actie horen. Tussendoor proberen het atelier gastvrij te maken … en al wat niet meer bruikbaar is naar het containerpark verhuizen.

De blauwe regen zal tegen het weekend uitgebloeid zijn maar de rododendron is ondertussen komen opzetten. Als het nog een paar dagen warm blijft zal een overvloed van bloemen de bezoekers verwelkomen.

Het weerbericht voor het weekend is voorlopig niet zo denderend … we kunnen alleen maar hopen dat de zon toch aanwezig is en dat de tuin een ontmoetingsplaats wordt voor mensen die zich laten verrassen door wat aangeboden wordt.

Ten huize van Flor Hermans

Als laatste adres dat ik bezoek trek ik naar Flor Hermans, lid van Gesigneerd en een zeer knappe beeldenmaker. Voor het gemeentehuis in Tremelo staat een beeld door hem gemaakt: ‘De Messenvechters’ de bijnaam van de inwoners van Tremelo.

Tremelo was niet het enige dorp dat met messen en geweld af te rekenen had. Ik heb de indruk dat armoede en geweld nogal hand in hand gingen. Maar daar is het mij vandaag niet om te doen. Ik wil mooie dingen zien.

Bij Flor zijn verschillende kunstenaars neergestreken. Lieselt Hermans presenteert juwelen. Sylvia Hens maakt beelden en keramiek. Frans Hannes blijft bij beelden en Sara Hermans toont foto’s.

Van de fototentoonstelling heb ik geen opname gemaakt, die verminking wil ik de fotografe niet aandoen.

Links een beeld van Flor dat bij de ingang van zijn tuin staat: heel aangrijpend.

Flor Hermans

Flor Hermans

Flor Hermans

Flor Hermans

Lieselot Hermans

Met dit materiaal maakt Lieselot Hermans haar sieraden.

Frans Hannes

Frans Hannes

Sylvia Hens

Sylvia Hens

Sylvia Hens

Ten huize van Lieve Slachmuylders

Lieve Slachmuylders is ook lid van kunstkrung Gesigneerd en stelt haar huis en tuin open voor de kunstroute. Zelf is ze keramiste, schildert … en naait, o.a. tassen en kleedjes. In de kelder heeft ze een atelier waar ze haar werken toont. Op het gelijkvloers laat Roger De Haes zijn werken zien. Wat kan die man prachtige schilderijen maken van paarden. Buiten staan dan zijn beelden. Jammer dat ik er maar één foto van kon nemen, toen hield mijn apparaat het voor bekeken.

De man van Lieve, Eddy Verbinnen, maakt gedichten. Dat wist ik niet. Enkele zijn afgedrukt. Ik neem even de tijd om ze met aandacht te lezen. Feitelijk zou je gedichten meerdere malen moeten lezen om ze echt naar waarde te kunnen schatten. Toch laten ze een levendige indruk na.

Links een schilderij van Lieve.

Lieve Slachmuylders

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten