een telefoontje
Een verre vriendin aan de lijn. Eerst had ik haar stem niet herkend, zo lang geleden was het dat ik nog iets van haar had gehoord.
- Hoe gaat het met de gezondheid? vraagt ze.
- Bwa, dat gaat nogal.
- Aha, dat is goed nieuws.
- …
- … niet?
- Wel, ja en neen, ze hebben zopas een nieuwe chemo opgestart en we …
- Oh, maar dat is toch goed he? onderbreekt ze me.
- Hoe bedoel je?
- Awel, dat ze nog steeds iets vinden om je verder te behandelen
- Ah, ja, dat is natuurlijk wel goed.
- Jaja, zo moet je denken he, Karlijntje!
Meteen werd het gespreksonderwerp gekeerd naar de kinderen die allen aan de universiteit studeren. Ook haar kinderen zijn momenteel op wintersport, omdat het lessenvrije week is na de examens van januari. We hebben het erover dat het toch wat raar doet als de kinderen in de week op kot zitten, want dat het lege nest syndroom dan een beetje de kop opsteekt. We spreken over Erasmusuitwisselingen en vergelijken het studentenleven van nu met dat uit onze tijd.
- En wat doe jij zoal om gezond te blijven? vraagt ze zonder enige overgang.
- Euh …
- Welja, wat doe je zoal van sporten? Fietsen misschien?
- Neen, fietsen zit er voor mij niet meer in.
- Waarom niet? vraagt ze oprecht verbaasd
- Omdat ik met poreuze botten zit en een paar botbreuken aan de bekkenbodem. Dan is fietsen een pijnlijke zaak!
- Ah ja, zegt ze ietwat geschrokken. Ze schijnt zich plots te herinneren dat ik met botuitzaaiingen zit. Meteen voegt ze er aan toe:
- Weet je, fietsen is toch maar fietsen, he? Er zijn nog genoeg andere sporten die je kan doen.
- ’t Is te zeggen … tennissen gaat ook niet meer. Dat deed ik nochtans heel graag. En andere sporten? … Er blijft niet veel meer over. In feite gaat geen enkele sport meer waarbij ik gevaar loop te vallen, want dat geeft gegarandeerd botbreuken. Ik kan nog altijd aansluiten bij de biljartclub, of vogelpik gaan spelen …
- Aha …
Hier wist ze heel eventjes niet meer wat zeggen.
- Maar ja, weet je, sport is ook niet alles he? probeert ze.
Dan is het mijn beurt om te zwijgen. …
- Hoe is het met de echtgenoot? draait ze het gesprek opnieuw, daarmee het moeilijke moment ontwijkend.
Nadat de laatste nieuwtjes over de wederzijdse wederhelften zijn uitgewisseld, wordt het gesprek beëindigd.
Hoe voel ik me na zo’n telefoontje? Wel, ik weet het echt niet. De vriendin is een opgewekte vrouw die zelf graag plezier maakt en die blijkbaar geen andere dan opgewekte antwoorden had verwacht op haar vragen.
Vele mensen vragen me hoe ik het stel, maar ze willen eigenlijk niets liever horen dan dat ik zeg dat alles prima is. Als ik anders antwoord, dan weten ze niet meer wat gezegd. Ook deze vriendin is een van de velen die niet weten hoe te reageren op minder goed nieuws. Maar kan ik hen dat kwalijk nemen? We hebben dat immers nooit geleerd op school.
© Karlijn Koninckx

