Waterlanden
*
zo luchtledig zweeft hij
over kalme waterlanden
achter een libelle aan
bij elke zwenking keert zij
anders stomweg weg
ze speelt met hem
een zig zag lang
en even vluchtig kleeft hij
aan de kalme randen
van te lange zomerdagen
tot het vurig leven
hem verschroeit
want buiten dat
is er immers niets
dat zijn vlucht
zo boeit
---

