Roma 1996 - Op de Via Appia Antiqua.

In een winkel koop ik voor 25.000 lires een nieuw wegwerpcameraatje. Daarna rijden Olive Green en ik, met mijn rennersplunje weer aan, tot in het midden van het grote plein. Aan een glimlachende Aziaat vraag ik of hij even , met mijn nederige Fuji, een paar kiekjes van onze aanwezigheid wil nemen. In de prille ochtend met haar verse zonnestralen geniet ik van de geweldige omgeving met de vierdubbele zuilengalerij en met de erehaag van meer dan honderd beelden. Ik kwam van zo ver, ik was veertig dagen onderweg, en nu sta ik met mijn koersschoenen op deze heilige plaats. Ik groet nog even de grote apostelen Petrus en Paulus, richt mijn ogen op de voorgevel van de basiliek en naar het balcon waar de pausen de menigte komen zegenen, en dan spring ik op mijn zadel en zoek ik de richting van Napels, en de Via Appia Antiqua. Langs de Tiber en door Trastevere bereik ik vlug de brug naar Viale Marco Polo en Via Christoforo Colombo, grote reizigers die ik graag eer door even te fietsen op de straat die hun naam draagt.
De lange schooljaren die ik in de Humaniora mocht doorbrengen lieten bij mij toch indrukken na die mij van de Romeinse en Latijnse cultuur lieten genieten tijdens mijn kort verblijf te Rome. Ik mijmer weer en denk aan een paar leraars uit mijn jeugd aan wie ik een zichtkaart wil zenden, nadat zij 35 jaren niets meer van mij gehoord of gezien hebben. Tijdens mijn vlotte pedaalstoten, want ik voel me vandaag heel fit, bedenk ik enkele zinnen om op de achterkant van deze kaartjes te schrijven. Ik zal mijn vroegere leraars Latijn danken, hen mijn gelukkige momenten van vandaag melden, en hen vertellen dat ik in mijn hart en in mijn kop geen zand heb, maar wel nog wat Humaniora-restjes die zij met veel moeite en geduld hadden opgelepeld aan de moeilijke teenager die ik eertijds was. Ben ik nog op de goede weg ? Ik twijfel even.
Ik moet meer aandacht geven aan wat ik nu beleef en niet altijd blijven neuzen in bladzijden uit mijn verleden. Mijn parcours loopt door de heerlijke eenzaamheid van het Romeinse platteland, die de dichter Vergilius reeds ontroerde. Schoonheid van akker, tuin en boomgaard, voortdurend en echt eeuwenoud meesterwerk, vrucht van labor improbus, van de aanhoudende arbeid van een zeer belangrijk volk. Na het kruispunt met de zeven kerken ben ik op de Via Ardeatina. Na een tijdje 'extra-muros' rijden neem ik linksaf en daar, een beetje buiten het centrum, ontmoet ik dan meer beweging. Geuren van muntkruid en tijm prikkelen mijn neus. Het landschap is prachtig, en plots besef ik dat ik aan het rijden ben op de stenen van de Queen of Roads, op de echte Via Appia Antiqua. Emotie.
Dit is veel meer dan Het Bos van Wallers uit Parijs-Roubaix. Langs de boorden van deze weg nagelden de Romeinen na de Spartacus Revolte van 73/71 voor Christus niet minder dan zesduizend slaven aan het kruis. Ik moet hier toch zeker van mijn fiets stappen, niet om te plassen maar wel om op deze gladde stenen te knielen en het wegdek te kussen. Zijne Heiligheid de Paus doet zoiets toch ook als hij op reis gaat in het buitenland. Of misschien zal ik even, mijn kop van links naar rechts zwierend, gewoon deze via antiqua wat borstelen met mijn baard. Geen straat ter wereld loopt rechter dan de goede oude Via Appia Antiqua, tussen Rome, Capua en Brindisi. Mijn wielen strelen het wegdek. Prachtige cipressen, pijnbomen,olijfbomen. Monumenten, fragmenten van ruïnes,en velerlei bizarre stenen, die daar 2.350 jaar geleden werden geplaatst, vragen aandacht. Wandelaars, zondagsfietsers, joggers, soms een schilder en ook wel eens een zwarte vrouw die haar lijf te huur aanbiedt, kom ik daar tegen. Ik voel me gelukkiger dan Roger De Vlaeminck, Rebry en Lapize, tesamen, wanneer de ongelijke stenen mijn stuur en mijn kader flink schudden. De oude heirbaan is nog steeds 4,10 m breed, voetgangers en voertuigen kunnen er zich overal kruisen, maar op vele plaatsen ligt nu hedendaags asfalt. Oorspronkelijk was deze weg geplaveid met basaltblokken en op de zijkanten was klei en gras. Alzo had de heirbaanbouwer Appius Claudius het gewild. Deze Via Appia had geen einde, rolde verder tot in finibus terrae, tot Constantopel, tot Jeruzalem, tot Samarkand .
Wat een prachtige zondagmorgen ! Ik besef dat ik bezig ben met een stukje zeldzaam fietsgenot uit heel mijn leven. Dit is een uur dat nooit zal wederbloeien. Kastanjebomen, azalea's, rododendrons, geven schaduw aan de smalle antieke ader met de nauw aansluitende stenen, die het hart van Rome verbonden heeft met de verste gebieden van haar imperium, tot aan de onmetelijke en onbekende bossen, steppen en wateren waar barbaren en andere volkeren de wetten stelden. Aan wandelaars vraag ik of zij op het knopje van mijn fototoestel willen drukken . Ik kom aan een kruispunt waar een autobus met Wisigothen of Longobarden is gestopt. Veel mensen en lawaai. Zij eten bijna allemaal ijsjes en luisteren echt niet genoeg naar de belangrijke uitleg van hun gids.Opeens wordt de historische weg afgesloten door een drukke snelweg. Onmogelijk verder te fietsen. Ik ben gekomen aan de Grande Raccordo Anulare tussen Uscita23 en Torricola. Ik rijd een rondje en zie dan dat er een winkel op vier wielen op die parking staat. Vlees, drank, en gebakken vis zijn te koop. Tijd om te rusten, om wat te drinken en te eten.

























































