Rome 1996 - Langs de kust.

Ik volg de Via Aurelia. Deze weg komt uit het verre Spanje en heet SS1. De Tyrrheense Zee ligt aan mijn rechterzijde. Een mooi panorama zou mijn beloning moeten zijn. Maar de zeewind en de regen die al vroeg valt verplichten mij om te gaan schuilen in een overdekte autobushalte. Mijn trainingsbloes doet me te veel zweten. Ik ben nat door mijn zweet en door de regen. Het is niet koud en het is duidelijk dat de regen langzaam verder zal neerkomen, waarschijnlijk tot op het middaguur. Ik trek een droog T-shirt aan. Om me te beschermen herknip ik met mijn schaartje een vuilzak op maat. Het opschrift " Houd Landen rein" blijft er op, maar de grijze plastiek is netjes rond mijn buik en over mijn billen, nadat ik een opening heb gemaakt voor mijn kop en mijn armen. In andere identieke vuilzakken steekt alles droog en proper in mijn fietstassen. Dun gekleed, profiteer ik maximaal van de zuurstof uit de natte zeelucht. Terwijl het verder regent fiets ik op een weg waar een doorlopende witte lijn een brede zone voor fietsers en wandelaars afbakent. Zo kom ik vlot 25 km verder.
Aan een Agip tankstation stop ik om een expresso te drinken en een warme panini met gesmolten kaas te eten. Er zijn daar wel 100 Agip-wegkaarten te koop van alle regio's van het schiereiland, maar van de streek waar ik nu ben is er niets meer. Ik herinner me de aanbevelingen die ik eerder had gelezen . Een andere randonneur schreef dat je steeds een wegkaart moet kopen twee dagen op voorhand, want de plaatselijke kaart zal onvindbaar of zeer duur zijn. Ik koop daarom reeds een stadsplan van Rome, nodig op het einde van deze week.
Nog meer regen. Dat geselt mijn blote en geschoren benen die ik met zonnebrandolie heb ingesmeerd. Het gaat goed. Ik draai vlot een groot verzet en weldra heb ik reeds 50 km afgelegd. Maar langs de grote steenweg wordt het te eentonig omdat de zee te ver is. Ik verlaat de SS1 op zoek naar San Vincenzo, een badplaats. Kunnen zien wat de combinatie van grauwe wolken en een onrustige zee betekent, is wel de moeite en de omweg waard.
De zon verschijnt weer in al haar glorie. Met mijn mes snijd ik de plastiek rond mijn lijf weg en laat de Landense vuilzak achter in een vuilbak. Ik trek mijn droge koerstrui en windjak terug aan, droog mijn natte voeten goed af en steek deze in nette witte kousjes. In een restaurant met zicht op zee ga ik rusten en eten, want het is bijna dertien uur geworden. Mista van gebakken zeedieren, salade en tomaten, brood, 3/4 liter bier, en dat kost me 26.000 lires. Ik moet een dubbele coperto betalen omdat ik heb gebladerd in de krant die daar op een tafeltje lag.
Ik kan langs de kust niet verder en moet terug naar de SS1. Een kwartier later vind ik wel een leuke weg langs pijnbossen en duinen. Wolkjes komen weer boven mijn hoofd, doch de wind blaast die naar het binnenland alvorens zij beginnen te regenen. Mijn fietstocht loopt verder langs een lijnrechte kustweg langs dennenbossen, boomgaarden en tuinen. Ik bereik Piombino, een havenstad met veel industrie. De boot naar het eiland Elba vertrekt van uit deze haven. Met vleugelboten en andere soorten boten is het te Piombino mogelijk tegen betaalbare prijzen diverse tochten op zee te maken. Ik flaneer door Piombino, bezoek het aquarium waar ik kan kijken naar vissen, schelpen, kreeften en krabben. In het gouden boek van dat museum schrijf ik na goede inspiratie een prachtige zin. Het zicht op de zee van op de versterkte muren is bijzonder mooi, wegens de bootjes, de zeevogels en de eilanden in de verte. Heel mooi ook is te Piombino het kerkhof. De dierbare overledenen , zowel zij die stierven in hun bed als zij die in het zeewater verdronken, liggen er in witte marmeren graven. Veel bezoekers. Veel bloemen. Op dat kerkhof wordt voortdurend gebeden voor de geliefden die niet meer tussen de levenden zijn. Iets van de antieke aard van de Etrusken , een volk dat hier eens heeft geleefd, is nog steeds aanwezig te Piombino.
Ik ben op een landtong gereden die ver in zee steekt en dat was een omweg. Ik moet nu verder langs Crotone waar de lucht stinkt door de fabrieken. Maar de wind blaast goed in mijn rug. Met deze bondgenoot houd ik lange tijd gemakkelijk een snelheid van 32km/u. Weldra kom ik aan te Follonica. Is dit de plaats waar ik zal overnachten ? Fietsen is nu gemakkelijk. Ik blijf dus maar in het zadel wachtend op dat kleine hotel waar ik zal stoppen. Er zijn vele campings. Omdat mijn materiaal zo goed werd samengeperst in mijn fietstassen aan de start van deze dag, heb ik geen goesting om alles terug uit te pakken en vuil te maken. Met een sterk tempo geraak ik verder. Ik kom in onbewoonde gebieden, bossen, heide, hellingen. De wind komt uit een andere richting. Omdat ik gedurende meerdere uren niets heb gegeten en ook maar weinig heb gedronken, val ik volledig stil. Ik heb geen eten en geen drinken meer. Hoe dom toch ! Ik heb veel gezien te Piombino en te Follonica, maar ik vergat te gaan winkelen. De avond valt reeds en dat gebeurt snel. Ik kan alleen wat rusten en grote happen Toscaanse lucht naar binnen brengen. Ik geniet van de geuren die de wind van in de bossen en van op zee meebrengt.
Daar zo blijven staan is geen oplossing. Ik had tijdens mijn rustpauze mijn traingsbloes aangetrokken om niet af te koelen maar in de volgende helling krijg ik het door die kledij benauwd. Ik stop en plooi mijn bloes zorgvuldig op tussen de rekkers achteraan. Zo sta ik stil in de duisternis met rechts van mij langs de steenweg varens, onkruid en struiken. Ik zoek ook de lamp die ik op mijn voorhoofd zal dragen, en die dan met mijn fietslampen me de donkerte zal laten overwinnen. Ik laat mijn hartslag wat zakken en snuif nog wat meer boslucht op.
In de heerlijke Toscaanse avond ben ik plots in levensgevaar. Een autorijder op een duivels tuig, misschien een Lamborghini of een opgepepte oldtimer uit de tijd van Stirling Moss, komt tegen minstens 140km/u de helling opgevlogen, scheurend door de nacht. Omdat ik daar sta in een bocht schijnen zijn grote lichten op de bomen van het bos en niet op mij. De sportieve doodrijder vliegt naar me toe. In een reactie om te overleven gooi ik mijn fiets van de weg af en zelf duik ik als een kikvors tussen de varens van de wegkant. Door deze plotse actie ben ik nog niet dood. Oef ... we kunnen verder fietsen door de inktzwarte omgeving. Het vervolg is beter. Ik kom aan een tunnel. Ik zie wegwijzers die me uitleggen dat een bewoond gebied nadert. Met opgewarmde halogeenlampen in de bergaf heb ik veel licht op mijn fiets. Ik zie in de avond weldra tuinen en woningen. Ik rijd met moeizame pedaalstoot door Riva del Sole en Castiglione della Peschiera, waar ik prachtige hotels met vijf sterren tegenkom. In Centro met drie sterren is alles bezet maar ik word naar een adres gestuurd waar ik zal mogen overnachten. In " Pension Souvenir " vind ik inderdaad een kamer met ontbijt en mag ik mijn fiets plaatsen in de tuin. Zodra ik op de kamer kom neem ik een warme douche met veel shampoing want op deze dag kreeg ik veel regen en vuil op mijn oud lijf. In adamskostuum blaas ik daarna een half uurke uit, platte rust op het dubbelbed met lichtblauwe lakens van " Souvenir". Zeer tevreden omdat ik vandaag 135 km heb afgelegd en veilig de rit eindigde.
Het prachtig verlichte Castiglione della Peschiera by night is klaar om mij te ontvangen. Wat een schilderachtige plaats ! Na een evaluatie van de nabije restaurants stap ik binnen in het visrestaurant dat mij werd aanbevolen door de gastvrouw van mijn pension. Ik telefoneer naar huis om uit te leggen dat ik een andere route volg. Op het thuisfront wordt met grote precisie genoteerd waar ik op die avond ben. De plaatselijke specialiteit wordt mijn keuze. Cacciuto met witte wijn. Dit is een plat completo, een uitgebreide vissoep.










































