Zaterdag 19 december 2009
De pelgrim te Frascati.

Nu ben ik hier te Frascati, éénenveertig jaren en één maand later. Ik rijd die kleine stad binnen.Het is op een warme namiddag van september en op een toren wijst het uurwerk dat het bijna kwart voor drie is. Ik geen geval wil ik hier sterk finishen zoals wijlen Stan Ockers want niemand zal dat ooit nog kunnen omdat die prestatie van 1955 toch zo enorm was.
Ik moet trouwens niet meer presteren, in niets, sedert drie maanden ben ik uitgestapt uit de actieve bevolking. Ik kon mijn prepensioen bekomen op 52 jarige leeftijd na de fusie van de ASLK en de GENERALE die werden verenigd onder de nieuwe naam FORTIS. Ik ben iemand van de derde leeftijd en heb nu alle tijd om te fietsen. Ik heb daarom 3.022 km gereden van Landen tot Frascati. Mijn tocht eindigt op deze zondag. De Giro, de Vuelta, en de Tour, eindigen op een zondag, en mijn pelgrimstocht doet dat ook. Op zoek naar een hotel toer ik even rond door Frascati. Vandaag mag het wat meer kosten, want dit is een speciale dag. Ik vind een grote villa met naam Hotel Flora, de bloemen voor mijn aankomst over de eindmeet. Op deze ultimo giorno boek ik een kamer met ontbijt voor 140.000 lires. Het is een prachtige kamer, met kleurentelevisie, badkamer in witte keramiek, en ik gooi mijn vuile en vieze fietstassen op een hoopje in een hoek. Dertig seconden later ben ik al poedelnaakt en in de badkamer draai ik de kraan van het warme water open. In de badkuip geniet ik een half uur in veel schuim. Nadien ga ik languit op het grote bed liggen met twee grote witte handdoeken over vermagerd lijf dat er beter uitziet dan aan mijn vertrek, na het verlies van ongeveer acht kilo's vet. Ik voel me als een Imperator, een Keizer van Rome.
Van zodra Antwerpen op de hoogte kwam dat een Sinjoor wereldkampioen was geworden begonnen daar grote feestelijkheden. Stan Ockers kreeg een uitnodiging voor een audiëntie bij de paus, maar zijn vliegtuig staat al klaar om naar huis te vliegen en hij weet dat in de buurt van het Centraal Station zoveel gewone mensen op hem wachten. Inderdaad te Melsbroek staan 5000 gelukkige supporters. Een lange reeks plechtigheden, feesten en ontvangsten zijn gepland. Maar merkwaardig is wel dat Stan en zijn gevolg van Melsbroek eerst naar het kabinet van de Minister van Volksgezondheid en Sport Edmond LEBURTON worden gebracht. - ( zie op datum van 10/10/2009 op deze blog waar niet zonder reden Leburton tussen de heiligen stond ) - . In een open wagen wordt de verse wereldkampioen daarna plechtig langzaam naar Antwerpen gebracht. Langs de wegen staan ontelbare sportliefhebbers om hem toe te juichen. In het centrum aan de Gemeentestraat en op het Astridplein verzamelden 20.000 mensen. De volgende dag wordt de wielerheld ontvangen door Koning Boudewijn op het paleis te Laken. Tijdens die week wordt de sympathieke sportman ook ontvangen door de burgemeester van Antwerpen en weer vieren duizenden supporters feest. Aan de jonge prins Alexander van België schenkt Stan Ockers de fiets waarmee hij had gewonnen. Zo stond toch in alle kranten en dat was een geslaagde publicitaire stunt van fietsenconstructeur Léon Vanderhulst van Elvé-Peugeot.Na de dagenlange feestvreugde moest er weer worden gekoerst, voor dikke contracten uiteraard, maar ook in Parijs-Tours en in de Ronde van Lombardije, met als inzet de Desgrange-Colombo Trofee. Stan Ockers zou Louison Bobet achter zich laten en hij wint dan ook nog dat jaarklassement. Stanneke Ockers uit Antwerpen was een zeer bijzondere wielerheld.
19u 00 . Ik poets mezelf op en vertrek uit mijn hotel voor een wandeling. Iedere zondag stuurt Rome veel van haar verliefde paartjes naar het leuke Frascati met de vele restaurants en wijnkelders.Op het plein voor de kerk staan tenten opgesteld. Een tentoonstelling verzamelt geld voor de gehandicapten en voor de kinderen uit de Derde Wereld. Elders is het markt met plaatselijke delicatessen en wijnen. Bakkers bevelen koeken aan in de vorm van vrouwen die drie borsten hebben. Op de straathoeken laten schilders en artistieke handarbeider hun kunde zien. Voor een portie ijs moet men niet ver lopen. Overal geraken de slenteraars wel van hun lires af. Maar het frissere Frascati, waar wat wind de avond zalig maakt, is vooral bekend door een ring van terrassen. Vanaf de Piazza Marconi is er een wijds uitzicht tot Rome met verrukkelijke silhouetten tussen hemel en aarde.
De akkers, bomen, kastanjebossen, planten, water, lucht en mensen van Frascati behoorden altijd toe aan de rijke Romeinse patriciërs en prelaten. Het landschap ligt er nog zoals tijdens de Renaissance, op voorwaarde dat de ogen van de hedendaagse toeschouwer de auto's niet willen zien. Tussen huisgevels die afschilferen, temidden van volk op straat en rode pannen op de daken, ga ik op zoek naar om het even wat, maar ik vind het nog niet. Soms blijf ik staan omdat ik stil word na het aanschouwen van een oude steen, een fontein, een straatmuzikant, een bloem of een mooie Italiaanse vrouw. Mijn honger wordt ondertussen te groot. Ik stap een gewelfde kelder binnen waar een oven heerlijke pizza's bakt. Ik vertel de ober dat ik per fiets vele dagen heb gereden omdat mijn jeugdidool, de campionissimo uit Antwerpen Stan Ockers in 1955 te Frascati campione del mundo was geworden. Hij zegt flauwtjes dat hij toen nog niet was geboren, noteert antipasta, pizza peperoni, vino bianco, gelati della casa, en loopt vervolgens naar de keuken.
Wat later komt een andere man me een aperitivo special aanbieden. Hij is de baas van het restaurant en de vader van de ober. Hij vult twee glaasjes met een vocht van gele kleur en zegt ' Bravissimo, Stan Ockers ...." . Op 28 augustus 1955 was hij een van de tienduizenden razende tifosi die het allemaal hadden gezien op die warme dag van toen. Over zijn lippen komen de namen ... Monti, Ockers, Coppi, Derrick... maar bij het zeggen van die vierde naam ... slikt hij nog wat aperitief.
Het restaurant is een eenvoudige maar inspirerende ruimte, waar ik me goed voel. Dit uur, waarop mijn grote overwinning in alle stilte gevierd wordt, laat in mijn diepste plooi een onvergetelijke herinnering achter. De lichten van Frascati zijn aangestoken en in de verte fonkelt Rome.Wat onder invloed na een fles wijn stap ik in de richting van mijn luxueuze slaapstee Flora. Aan de receptie is de jonge vrouw van de namiddag vervangen door twee keurig geklede mannen, een kleine Italiaan met grijze haren en een Afrikaan. Deze laatste zegt beleefd ' Bonsoir, Monsieur ...' om te laten horen dat hij ook Frans spreekt. Op de kamer kijk ik wat naar de televisie, maar ondanks mijn gezap kan ik uit die kleurenkast niets halen. Ik ga daarom terug naar beneden in de open lucht om te zien hoe mijn tweewieler het maakt, mijn Olive Green. Mijn tochtgenote staat achter een muurtje, vastgeketend aan zware maar propere vuilbakken, op de parking van Hotel Flora. Vermits onweder dreigt, gebruik ik twee plastieken vuilzaken om haar wat te bedekken. Op dezelfde plaats staan schone wagens van de merken Saab, Mercedes, B.M.W. en Lancia. Luxe-auto's die misschien nog nooit van Rome naar België reden of ooit zullen rijden, terwijl mijn vervoermiddel dat al wel kon.
Vermits ik na het nemen van mijn bad reeds had gerust, heb ik nu nog geen vaak. De bar van het hotel lijkt me een oplossing om nog een uur verder te geraken op weg naar mijn oude dag, want nu ik alle wegen tot Rome heb afgelegd, welke zal in mijn toekomst de volgende bestemming worden. Ik vraag een grote Carlsberg en probeer daarover na te denken aan de toog met veel glitter. Nadat een groepje mensen vertokken is, zit ik daar alleen. Ja, natuurlijk liggen op dit uur al de kerels die met hun schone wagens op de parking staan ondertussen reeds onder de lakens met een aan hun voorkeur aangepaste schone dames.
De negro-barman heeft niet veel werk en wil dus wel wat praten.
Ik vraag uit welk land hij komt, want dat is toch een treffelijk begin volgens mij. " Ik ben Zwitser van nationaliteit antwoordt hij ! "
" Ze zijn daar in princiepe toch niet zwart ...' vervolg ik.
Hij vertelt me dat hij reeds 43 jaar oud is. Hij weet dat iedereen hem jonger schat.
" Ma vie s'est déroulée en Ile Maurice, à Paris, Genève, Zürich, et maintenant Rome. Sans famille, sans frontières, mais toujours dans la restauration et dans les hotels. "
Hij vindt Rome de beste plaats om te leven, te vergelijken met nergens. Er zijn wel enkele maanden nodig om er zich thuis te voelen. Men moet wat geduld hebben. C'est super sympa ici. !
Geschreven door Papoum om 00:00
Reageer op dit bericht











Daan De Groot
de campionissimo Fausto Coppi

















































