Landen - Santiago de Compostela 1999 - (5).
28. Domingo 6 de junio.
De toffe Tenerifers slapen op zondagmorgen uit, ofwel luieren zij, ofwel vlammen zij razend verder op hun mountainbikes als waren zij bezig met de Crocodile Trophy in het centrum van Australië. Ik fiets langzamer, langer, en behoorlijker.
Te Estella opnieuw aangekomen weet ik dat de wielerkoers Vuelta a Navarra daar het vertrek van een belangrijke rit heeft. Dat had ik reeds gelezen in de krant en gezien op de televisie de vorige dag. Ik wist zelfs dat mijn landgenoot Stijn Devolder op zaterdag had gewonnen. Ik verbroeder even te Estella met Herman Frison, met het personeel van de twee aanwezige beloftenploegen uit België en met de jonge renners. Ook ik rijd immers in een trui van de ASLK- FORTIS mijn ex-werkgever die een van die ploegen sponsort. Mijn randonneursfiets met zoveel bagage, mijn verzetten, interesseert die mannen wel, alsook de lengte en de bestemming van mijn wekenlange fietstocht. Ik groet aan de startlijn ook de Luikenaar Fléchet van de U.C.I. die er official is.
Daarna vervolg ik mijn weg op de Camino tot aan het klooster van Irache waar ik de koperen kraantjes vind om gratis rode wijn te drinken. Ik wijs die bron van puur genot ter ere van Bacchus ook aan personen uit Holland, die op banale gewone fietsen rondrijden, toeristen met geen interesse wat betreft wijn, klooster, pelgrimsweg. Ik zou wel eens willen praten met een van de paters uit dat klooster, maar ik stel vast dat de hoogmis bezig is en zij allen tussen de geweldige muren aan het bidden zijn, samen met misschien wel tweehonderd gelovigen.
Verder daarom naar Los Arcos en Viana, waar een bestofte man aankomt die met een metalen slede getrokken door zes huskies reist op de onverharde wegen. De dieren hebben veel afgezien en drinken gretig. Logrono. Albergue por los Peregrinos, voor 300 pesetas een slaapplaats bekomen. Pas heb ik uitgepakt of een wandelaarster wil met mij van bed ruilen om terug bij stappers te zijn die zij al kent van vorige dagen. Voor mij blijft het goed, alhoewel ik later tijdens de nacht toch wel op een wankele matras zal moeten liggen. Maar de pelgrims te voet zijn zo moe en verdienen voor de nacht een beter bed dan ik.
Ik stap wat rond te Logrono, bezoek de Iglesia San Jacobeo, en ga een grote ijskreem eten. Wat later word ik aangetrokken door dos cervezas en tapa's. Ook de man met de half wilde huskies kwam te Logrono aan. Zoals andere voorbijgangers doen, geef ik hem duizend pesetas om wat eten te kopen voor die prachtige honden. Terug in de albergue gekomen word ik door mijn dames kamergenoten uitgenodigd om de rest van hun spaghetti met chorizo op te eten. Daar heb ik geen probleem mee. Met mijn buikje vol slaap ik dan toch goed in mijn slecht bed.
29. Lunes 7 de junio.
Pélerin du matin, n'attend pas la pluie sur son chemin. Zo gauw het klaar is, kruipen alle wandelaars uit hun bed, en weldra zijn er geen rugzakken, geen stokken, hoeden, stinkende kousen en schoenen, geen slecht gewassen T-shirts op de kamer. Ik draai me dus nog eens rond en slaap nog twee uurtjes verder, geholpen door het groot openstaand venster waar frisse lucht binnenkomt en geuren van de pelgrims van divers pluimage buitenwaaien zoals van de rook van een kampvuur dat is uitgebrand.Wanneer ik uiteindelijk toch wakker ben, doorklieft een vraagteken mijn wazige kop . Waar is mijn geel thermovestje met blauwe mouwen ? Ben ik het ergens vergeten, werd het gepikt door een kamergenoot, werd het per ongeluk meegescharreld door mijn buurman tijdens het vullen van zijn rugzak ? Oh, maar het is vandaag hier te Logrono kouder dan gisteren. Het is dus waarschijnlijk dat een 'slimme' stapper met te lichte kledij op dat moment mijn vestje aan het gebruiken is in de frisse ochtend. Nog voor de middag zal hij dat jasje dan weer zichtbaar ergens hangen op de Camino . Ja, zoals elders op onze planeet, zijn er op de heilige weg van de tocht naar Finis Terrae parasieten, profiteurs, gauwdieven, ... 'coquillards'... dat is de echte benaming.
Zonder vestje, maar rijker door deze ervaring, verlaat ik Logrono, en dat lukt me niet goed, ik ben verkeerd aan het rijden. Daarom stop ik, ga een grote koffie drinken, en na enige studie van kaart en documentatie geraak ik terug op tempo en in de goede richting. Beter nog, ik kan me in het wiel plaatsen van een koppel goed getrainde Hollandse fietsers en zo scoor ik gemakkelijk een aantal kilometers tot in Navarrete. Daar bezoek ik aan het kerkhof het Memorial DeCraemer op de plaats waar Vlaamse pelgrims werden doodgereden. Als een van de eerste leden van het Vlaams Genootschap van de Vrienden van Sint Jacob van Compostela had ik daarvoor van mijn geld gegeven. Het is daar nog gevaarlijker dan vroeger. De politie houdt er nochthans alle weggebruikers in het oog. Er ligt vers grint op de wandelweg. Voor de zolen van de voetgangers is dat heerlijk, doch het plakt aan mijn Schwalbe banden en daarom vervolg ik toch maar op de steenweg, ondanks vele gevaarlijke auto's en vrachtwagens.
Najera. Bij het binnenkomen van deze stad, merk ik op dat er een verhuiswagen uit Namen op een parking onder heerlijke bomen staat. Twee mannen halen stoelen en tafels uit deze grote camion. Zij bereiden een picknick voor. Dranken uit frigobox. Koffie en thee uit thermossen. Broodjes. Tomaten. Harde eieren. Halve appelsienen en halve bananen. Wafels. Kip. Klontjes. Vijgen. Plastieken flessen met plat mineraalwater. Zij zijn zo druk bezig dat zij zelfs niet zagen dat ik prompt ben gestopt en mijn fiets tegen de snuit van hun camion plaatste.
' Salut les Copains ! Est-ce ici le Contrôle de Ravitaillement du Tour de Navarre ? '
Aangename kennismaking met deze Walen. Binnen zes minuten verwachten zij een groep van twintig cyclotouristes de Namur en route pour Saint Jacques de Compostelle !
En inderdaad, onder leiding van Colonel Baron van de Para-Commando's met een zilveren valhelm, zullen die twintig sportievelingen op hun koersfietsen daar 40 minuten middagrust nemen. Toen ikzelf als milicien barman zonder baard was van de Mess-Onderofficieren te Marche-le-Dames, toen was die Baron nog maar een gespierd luitenantje. Op die dag, 34 jaren later wegen zowel hij als ik 24 kilo's zwaardern, ook al fietsen wij veel. Hij herkent me niet, want wie was ik toch in 1965, ... een slaafje om pinten te spoelen.... ! Hij was geen zuiper aan mijn bar, maar ik herkende hem toch nog dadelijk.
Hé, Journée, ... klinkt het plots achter mij... en daar staat dan vader Paul , de verschrikkelijke veteraan pingponger van Leuze 65 bekend tot in Mongolië, ex-mekanieker op de basis van Beauvechain, ook hem zag ik sinds 22 jaren niet meer. Nog een derde man uit Namen komt me groeten, iemand die werkt bij de Fortis Bank en die mijn familienaam kent en weet dat de nieuwe wielertrui die ik daar draag moeilijk te vinden is, behalve voor wie een vinger heeft die roert tot diep in de Hoofdzetel van Fortis Bank- en Verzekeringen te Brussel.
Fluitsignaal ! Langzaam zijn die wielertoeristen uit Namur zeker niet, want onder leiding van hun colonel rijden zij tegen 30k/u verder, precies om 13u00 zoals gepland tijdens de briefing van die ochtend aan de start van hun rit. Hoe gedisciplineerd kunnen ook Waalse wielrijders toch wel zijn, op de Weg naar Compostela waar ongewone mensen en dingen zich bewegen en te zien zijn.
Ik kreeg biertjes en hapjes, maar dat wekte mijn eetlust op in plaats van mijn honger te stillen. Bij het uitrijden van Najera dus geen moment twijfel, in plaats van te puffen en zweten aan het tempo van die mannen uit Namen ga ik op een terras zitten en bestel El Menu del Peregrino. Dat wordt niks. Erger nog, ik moet daar wijn van het huis drinken waarin ijsblokjes liggen.
Mijn thermovestje ben ik dus definitief kwijt. Ik doe mijn regenjasje aan. Weldra zweet ik, en daarna krijg ik dan kou. Dat bevordert mijn snelheid niet, maar toch nader ik onweerstaanbaar de mythische plaats op de Camino en dat is SANTO DOMINGO DE LA CALZADA.
Natuurlijk bezoek aan de haan en de kip van de kerk. Heeft betrekking op een oud verhaal dat ik op deze blog nog wel eens zal brengen, alhoewel het wijd en breed is bekend. Ik koop me ook een lichte wollen trui om het wat warmer te hebben. In de keuken van de Refugio praat ik met een oudere man uit Parijs die een spaghetti voor zeven personen maakt, alhoewel hij maar alleen is. Om die avond te kunnen eten in Hostal San Theresita, bij de nonnetjes, moet ik eerst naar een korte eredienst in dat klooster en zo iets kan alleen maar goed wezen voor mijn ziel van arme zondaar.
30. Martes 8 de junio.
Als ontbijt offreer ik mij een groot glas natuurlijke zumo de naranja en ik schrijf een groot aantal postkaarten voor het thuisfront. Op het ogenblik dat ik met dit alles klaar ben , komt het peleton uit Namen aangereden. Zij worden hard toegejuicht door mij en door de Spanjaarden en de andere pelgrims die getuigen zijn van hun doortocht door Santo Domingo de la Calzada.
De gele pijlen moet je volgen, want dan alleen ben je een echte pelgrim, en geen quidam die daar per toeval rondhangt. De N120 is een moderne spookweg, zonder ziel. Te Villafranca Montes de Oca stop ik om nog eens El Menu del Peregrino te proberen. Ik houd een lange siësta en vervolg via de flinke beklimming van de Alto de Pedraya en de bosweg naar San Juan de Ortega.
Siglo na siglo wordt mijn CREDENCIAL aangevuld met klassieke namen van de Camino. Het is een heerlijk fietsmenu dat volgt, dalend naar Burgos. Ik koop er een wegwerp fotocamera en schud terug pesetas uit de telebanco in de muur van een Caja Rural. Midden in de stad , in de winkelstraat Rua San Juan neem ik mijn intrek in Hostal Victoria. Ik vul de avond in Restaurant Pancho.
31. Miercoles 9 de Junio.
Aan het Office du Tourisme van Burgos ontmoet ik twee Nederlanders alsook de Vlaming Julien uit Haacht. Voor de klassieke foto ga ik naast de metalen pelgrim zitten op het plein voor de grote kerk. Samen drinken wij gezellig een koffie. Ik had deze kathedraal en de kapel met het zeer speciale Christusbeeld al vroeger bezocht, ik ben dus de aangewezen vrijwilliger, drink nog een tweede koffie en houd dan ook de wacht op de fietsen van mijn drie nieuwe kameraden want achterlaten en vastketenen is in een grote stad onvoldoende veilig.
De gele weg zal ik moeten volgen zo staat duidelijk op een reusachtig uithangbord met de landkaart voor wakkere peregrinos. Van albergue tot albergue, van siglo tot siglo, op onverharde wandelwegen ben ik verder gereden en zo zie ik de dozijnen pelgrims op mijn weg. Met een Hollander loop ik even mee te voet met mijn fiets aan de hand tot op een kruispunt een vijftal kleine wit-zwarte straathonden ons aanvallen. De wandelaar slaat met zijn stok, maar ik wip toch maar rap op mijn fiets om me te verwijderen van die blaffende viervoeters. Het is warm en ik ga wat schuilen in een fris lokaal in de schaduw, waar ik wat lees en schrijf. Een jonge vrouw met rugzak komt ook binnen en zo zijn we al met een tiental stappende pelgrims die wat uitpuffen, en ik die niet veel goesting heb om te fietsen. De jonge vrouw heeft haar notaboek laten liggen. Het water kookt nu eindelijk zodat mijn grote theepot klaar komt, want ik wil ook gesuikerde thee voor mijn drinkbus. Het moet niet altijd water, wijn, of bier zijn dat de pelgrim drinkt, en Spaanse koffie deugt niet voor mijn maag want dat voelde ik na het verlaten van Burgos. Ik zet de grote pot thee op mijn tafel en ga de peregrina haar notaboek terug geven. Ik hoorde al dat zij Engels sprak, maar nu kan zij ook Frans want zij komt uit Canada. Zij is comedienne van beroep. Zij wacht op een man en een vrouw die haar tempo niet konden volgen. Ik vermoed dat zij haar notaboek met opzet als aas had laten liggen om te zien of ik een gentleman was, of denkt zij dat ik en bever of een zalm zou zijn ?
Tussen een rij bomen fietsen die wat schaduw geven, betekent fietsplezier van de bovenste plank.Weldra ben ik te CASTROGERIX in het Hostal Meson La Posada waar ik Julien uit Haacht terugvind die sedert het middaguur verbroederd heeft met een Schot. We eten die avond samen met drie aan dezelfde tafel.
32. Jueves 10 de Junio.
Julien heeft hetzelfde statuut als ik . Hij kreeg vervroegd pensioen van het Gemeentekrediet. We rijden samen langs Boadillo del Camino tot San Martin de Fromista, een plaats waar ik van hou , een prachtig Romaans kerkje, en daarom betaal ik een pintje aan mijn twee tochtgenoten van deze voormiddag, maar ik leg hen ook uit dat het beter is dat wij apart onze tocht verder zetten. Zo kunnen wij sportief verder rijden ofwel stoppen om te rusten of om na te denken, of ook nog om kennis maken met andere pelgrims die Sint Jacob ons zal laten ontmoeten op onze lange weg. Wij kwamen alle drie als individueel tot hier en moeten nu niet samenklitten. Maar ongetwijfeld zullen wij mekaar nog blijven zien alvorens wij Compostela bereiken, vermits onze dagschema's ongeveer overeenstemmen.
Carrion de los Condes. Terradillos, San Nicolas del real Camino. Ik bereik weldra VILLALCAZAR DE SIRGA en ik wacht daar op de warme kerktrappen tot etenstijd. Natuurlijk ken ik Pablo El Mesonero, de grote pionier uit Palencia die zoveel bijgedragen heeft tot de herontdekking van de aloude Camino de Santiago. Voor mij een dagschotel en dat is dan hetzelfde als een autobus Spaanse oude schonen van de Vrouwenbeweging van God weet welke parochie, die daar stipt op het middaguur zich aanmelden. Ik zit gewoon midden in die groep en probeer te vertellen van waar ik kom, in het Frans want mijn Spaans is onvoldoende. Zij verstaan me wel. Met minstens drie zou ik zeker mogen aanpappen want het zijn bijna allemaal lustige weduwen op uitstap.
Heerlijk traag draai ik mijn pedalen verder, tijd om wat te mijmeren, maar Sahagun geeft me niet meer dezelfde gevoelens als in 1984. Het is er allemaal kleinschalig verbouwd en modern geworden. Eeuwen geleden was er te Sahagun een machtig klooster, steen na steen afgebroken door baksteendieven tot er bijna niets meer van overbleef. Hier werd de vader van de moderne etnografie geboren, de minderbroeder Bernardino de Sahagun, die een belangrijk werk schreef in de XVIde eeuw over de religie en cultuur van de Azteken in Mexico.
Zeer vroeg meld ik me voor een kamer in Hostal La Codornitz ( de kwartel) . Ik was me goed en val dan in slaap op de zachte lakens van het bed. Uren later word ik wakker door luidruchtige feeststemming. Een fanfare en majoretten, jeugd en ouderen, meisjes en vrouwen, lopen door de straten en ja, hoor, daar komen dan de stiertjes aangelopen. Ik kijk toe van uit mijn venster op de eerste verdiepeng. Ondertussen werd de straat waar ik verblijf zwart van het volk. Allen begeven zich naar de arena. Ook ik probeer tot daar te geraken. Maar wringen en duwen bij valavond, om in de dichte massa verder te geraken op de Avenida de la Constitucion, maakt me te zenuwachtig en doet me terug zweten. Ik keer dus om, en ga nabij mijn hotel op een terras aan een rustig tafeltje zitten waar ik een fles wijn drink, en wat nootjes en chorizo eet. Rond middernacht volgt er een vuurwerk, maar dan lig ik al terug tussen mijn heerlijke Sahagunse lakens. Was dit het plaatselijke feest van San Firmino ?
Naast mijn fiets, in de ondergrondse garage van dit hostal, stond die avond een prachtige nieuwe tandem die ongetwijfeld 10.000 € waard was, maar ik had geen idee wie daarop aan het rijden was.
32. Viernes 11 de Junio.
Vermits ik een Einzelganger ben, en er geen hetero- noch homosexueel verkeer had plaatsgevonden tijdens de feeststemming op de door mij gehuurde kamer, wordt de prijs verlaagd van 9000 tot 6000 pesetas. Na een miniem ontbijt vertrek ik op de Via Romana.
Ik vorder op mijn tempo over een kiezelweg. Enkele sprintende mountainbikers rijden me voorbij, maar wat later staan zij daar allen terug langs de weg omdat één van hen stukken heeft. Ik roep lachend ' Qui va piano va sano ..' . Maar dat verstaan zij niet, misschien is dat dan toch geen goed Spaans hetgeen zo spontaan uit mijn mond kwam te rollen .
El Burgo Ranero wacht op mij. Aan een baancafé stop ik. Daar zitten al twee wandelaars, toeristen die zo maar even een test komen doen om te weten wat het betekent 30 km te stappen op de Camino. Zij komen uit Zwitserland om te oefenen en willen later de hele pelgrimstocht afleggen . Mevrouw vindt het geweldig wat al die pelgrims op hun lange mars beleven, maar haar echtgenoot is doodmoe, heeft blaren aan zijn voeten door te nieuwe schoenen, en zit daar tegen zijn goesting.
Mansilla de los Mulas. Foto aan het beeld. De groep mountainbikers komt daar ook aangereden, jonge mensen, bijna naakt op hun sportieve tweewieler, met een kleine rugzak maar met grote dure zonnebrillen op hun neus en muziek in hun oren.
Comer con gusto want ik eet daar een 'de tomo y lomo' steak met een fles rosé in de Montana en dat is dan al op een invalsweg naar de grote stad Leon. Ik volg de pijlen en de metalen schelpen op de stoep, en alzo kom ik gemakkelijk terecht op een slaapzaal voor peregrinos bij de nonnetjes.Te voet maak ik wat later een schone wandeling door Leon op zoek naar het beroemste klooster-hospitaal San Marcos de Leon op de weg van Santiago. Nu is dit een schitterende Parador Nacional. In die San Marcos ga ik een biertje drinken. Zo'n bestelling kost daar 420 pesetas, maar dat is de moeite waard omdat het meubilair daar onbeschrijfelijk mooi is. .









Geraldine Farrar.





















































La Tour St-Jacques










Student Willy Kemp

1 reactie op dit bericht
liefs Nikki
Toch kom ik je graag een