Meng de grondstoffen in de bovenstaande volgorde. Het moet een heel soepele deeg zijn : dus niet hard bewerken Laat 15 à 20 minuten rijzen Sla het deeg door, en verdeel het in bolletjes van +- 40 gram Laat ze eventjes rijzen, en ga ze langsteken, dwz. er "worstjes van rollen" Nadat deze half gerezen zijn worden ze ingestreken met geklopt ei op 230 à 240° afbakken in circa 10 minuten.
Je zal bij weinig bakkers zo'n lekkere sandwichen vinden!! Smakelijk
Van de ingredienten een deeg maken door ze te mengen in de opgegeven volgorde Van het deeg bolletjes vormen van 150 gram en gedurende 30 minuten laten rijzen
Uitrollen op 3 millimeter, een weinig laten rijzen in schoteltjes met een lage boord, en opvullen met crème patissière. Dan bakken in een matige oven tot men ziet dat de boordjes lekker lichtbruin en gerezen zijn.Deze hoeveelheid is voor vier taartjes van ong. 20 cm. diameter.benodigde crème: 3/4 liter
Het spreekt vanzelf dat men de taartjes na afkoeling volgens de eigen fantazie versiert met fruit, en eventueel ook nog met slagroom
Crème patissière.
1 liter melk, 250 gr. suiker, 80 gr. maizena (of crèmepoeder) 2 eieren.
De melk aan de kook brengen met 3/4 van de suiker. De eieren kloppen, eerst met de rest van de suiker, vervolgens met de maizena of de crème. Met een weinig van de kokende melk opkloppen, en dan alles bij de melk gieten.
Voor ongeveer 200 gram matten : 1 liter melk (van de beste kwaliteit!) aan de kook brengen, en dan 1/2 liter botermelk bijgieten. Wanneer de melk terug begint te zieden (niet meer koken!) van het vuur nemen Door een zeefdoek gieten, en tot s'anderendaags laten uitdruipen
Opgelet : tijdens deze bereiding de hele tijd roeren
Bereiding van de taart.
per 100 gram matten : 1 ei 65 gram fijne suiker (s2)
De matten fijn maken (passe vitte)Eerst de suiker er flink doorkloppen en daarna hetzelfde met de eigelen.Een weinig amandelextract toevoegen Het eiwit kloppen (met een weinig suiker om goed vast te kunnen kloppen en voorzichtig onder de bereiding mengen.
Bladerdeeg uitrollen, de schoteltjes ermee bedekken, en de bereiding over de schoteltjes verdelen. Toedekken met een laag bladerdeeg. Deze goed vastknijpen aan de boord en er een paar maal in knippen met een schaar om het barsten te voorkomen. Eventueel bestrijken met geklopt eigeel om een mooie kleur te bekomen
1. Een jongeling van 21 jaren Een enig kind van eenen rijken heer Bracht zijn ouders in droevige bezwaren Hij wierd d'oorzaak van lijden en hartzeer Tot hun droefheid wierd hij verleid Ja, door slechte kameraden Geene klachten konden baten Hij bleef in hunne boosheid.
2. Zijne moeder sprak met tranen in de oogen Gij wordt verleid door al het duivels kwaad Ziet hier de borst waaraan gij hebt gezogen Luister toch eens al naar mijnen goeden raad. In haar getraan sprak hij haar aan Nu zult gij mij mijn erfdeel geven Of ik beneem er u het leven En het is met u gedaan.
3. Zijne moeder kreeg van hem nog vele slagen Hij nam veel geld en ging al op den zwier Hij heeft den weg naar Frankrijk ingeslagen Met groot getier in d'huizen van plezier Zijn ouders liet hij in 't verdriet En zoo werd er maar geschonken Alles wierd er opgedronken Zoodat hij kwam terug
4. Alles was verkwist, en zijne kameraden Keerden hem den rug en lieten hem in nood Nu gansch alleen van iedereen verlaten Zo moest hij daar nu gaan vragen een stuk brood Ten einde raad wierd hij soldaat Voor zes jaar bij de keizeren Geen geld kwam hij te sparen Hij smeet het schier op straat
5. Voor zijne overheid kwam hij zich niet generen Niemand was over zijn gedrag tevree Op zekeren keer kwam hij te deserteren Hij nam zijn goed en ook zijn wapens mee. Maar langs zijne baan bleef hij daar staan Voor eene kapel en hij zag in 't midden Eene vrouw die was er aan 't bidden Hij sprak haar vloekend aan
6. Vertrekt hier uit of gij sterft door mijne handen Dit houten beeld kan u niets vergoen Deze sieraden en ood de offeranden Het zijn de mijne want ik heb het geld vandoen Hij riep met kracht : toont hier uw macht En ik zal ook de mijne tonen En wilt u niet verschoonen Gij wordt van mij veracht
7. De vrouw had nu de vlucht naar huis genomen Maar den soldaat die volgde haar achterna Met eene wreedheid heeft hij haar genomen Hij riep voor u is er geen gena Gij sterft hier nu tot mijn plezier En zo heeft hij haar dood gestoken Zij kon geen woord meer spreken en zonk ter aarde neer.
8. Op het geroep is haren man gekomen Vanop zijn bed waarop hij ziekelijk lag Zo stond hij daar te kermen en te schromen Bij het bezien hoe dat zijne vrouw daar lag Maar den soldaat razende kwaad Heeft hem ook eenen kap gegeven Hij benam er ook zijn leven Dan vlucht hij weer op straat
9. Dan wilde hij weer in die kapelle dringen Hij sprak het beeld weerom al vloekend aan Een aardig dier kwam op hem te springen Verscheurde zijn lichaam dat hij was gansch doorwond Hij viel terstond al op den grond En hij slaakte bittere klachten Het dier uit al zijn krachten Heeft hem nog eens doorwond.
10. Den soldaat kon daar geen hulp verwerven Hij werd gestraft en door het dier verscheurd Zoo kwam hij daar in zoo nen staat te sterven 't Is een mirakel hier door God gebeurd Geburen lieden kwamen zien Elkeen stond erbij te schromen Eenen priester is gekomen Die bad voor zijne ziel
11. Des s'anderdaags als zij naar 't kerkhof gingen Dacht al het volk aan deze groote straf Hetzelfde dier kwam op de baar te springen 't Achtervolgde het lijk ja tot aan het duister graf En eene stem die riep met klank En wilt toch nooit mijn beeld verachten Bidt daar met goe gedachten Dan zal ik u bijstaan.
Daar was laatstmaal een kwezel, wil mij wel verstaan Die wilde stillekens naar den hemel toegaan Op hare zokjes, schoentjes, holleblokjes Maar onze lieve Heer die alles voorziet Die wilde deze kwezel in de Hemel niet
Ach lieve Heer heb 'k U dan niet wel gediend Mijnen evennaasten als mij zelven bemind Ik ben U komen aanroepen Met zeven kerkeboeken En nooit ben ik uit de kerk gegaan Zonder duizendmaal op mijne borst te slaan
Ach, lieve Heer, wat heb ik toch misdaan Dat ik in Uwen schonen Hemel niet mag gaan Ik heb nooit gezongen Gedansen of gesprongen En als al de anderen naar 't bal zijn gegaan Heb ik alleen een potje koffie gedaan
Ja, Lucifer zelf die heeft het ook verklaard Dat hij in de hel geen kwezels vergaart Zij doen niets dan hem kwellen De hel in oproer stellen En hij roept met een helsch getier Alle kwezels moeten naar het vagevier
Toen kwam zij wederom aan de hemelsche poort Sinte Pieter sprak, mijn kwezeltje hoort Wij hebben het besloten De Hemel blijft gesloten En alle Heiligen die riepen van 't balkoen Wij hebben in den Hemel geene kwezels vandoen
Maar op het laatst wat dan toch gedaan Wat dan toch met die arme kwezel gedaan Zet dan de kwezel Op eenen ezel Dan kan zij rijden ofwel zij kan gaan Wij trekken ons van de kwezel of van den ezel niets Niets meer aan !
opmerking : geen snelkookrijst gebruiken, anders wordt het een slappe bedoening
De melk opzetten met een de helft van de suiker en de kaneelstok. Als de melk goed heet is de rijst bijvoegen en de kaneelstok en laten koken zonder deksel tot de rijst gaar is (ongeveer 45 minuten) Steeds roeren !!
De eieren kloppen met de rest van de suiker en een snuifje zout bijvoegen.
Als de rijst mals is, van het vuur nemen en een weinig bij de geklopte eieren voegen opdat deze warm worden.
Dan al roerend de geklopte eieren bij de melk voegen, terug op het vuur zetten en steeds roerend nog eens laten koken
+-700 gr. bladerdeeg 5 eiwitten 100 gr suiker per eiwit + wat vanillesuiker vanillecrème van ongeveer 700 cc melk
Hoe kom je aan 5 eiwitten? Telkens je een bereiding (bvb mayonaise) maakt met alleen de dooier giet je het eiwit in een plastiek potje en zet het in de diepvries. Als je een volgende eiwit hebt neem je het potje uit de diepvries en giet er het volgende eiwit bij tot je er genoeg hebt !!
Rol het bladerdeeg uit op ong. 2 mm.en leg het op een schotel of plaat. Hou genoeg bladerdeeg over om een rand zetten aan het uitgerolde deeg, zodat je na het bakken een verhoogde rand bekomt. Bakken op 200 ° gedurende 20 tot 25 minuten, en laten koud worden. Men kan het gerust daags te voren bakken
Tweede stap: Op het gebakken bladerdeeg wordt tussen de randen een laag vanillecrème gelegd De eiwitten opkloppen tot een taai schuim met 1/3 van de suiker en een snuifje zout.
De rest van de suiker voorzichtig onder het schuim spatelen.
Met een spuitzak het geheel "versieren" met een dikke laag schuim in noppen.en een weinig suiker overstrooien
De taart nu bakken gedurende 25 minuten op 180° en daarna lichtjes laten bruinen onder de grill.
Het lekkere van deze taart is DAT ZE WARM MOET GEGETEN WORDEN ! Daarom vind je ze ook niet bij de bakker !!
Komt vrienden lief en ik zal u gaan verklaren Komt vrienden het is toch ongehoord Al van ene maagd van nog maar twintig jaren Die vond men hier zo vreselijk vermoord
Wat droevig lot werd er op aard beschoren Zij werd bemind maar met een valsch gemoed Omdat zij zo jong had hare eer verloren Wenschte zij ook te trouwen met terspoed
Maar haar minnaar en wilde er niet van weten Vertrek van hier sprak hij ik ken u niet meer Vol gramschap vroeg zij hebt gij mij vergeten Den dag dat gij ontroofd hebt mijne eer?
Hij sprak ziedaar en wilt mij nu verlaten Bood haar veel geld opdat zij zwijgen zou Maar het meisje sprak 'k zal u voor eeuwig haten Valsche snoodaard voelt gij geen berouw?
'k Zal uw gedrag aan iedereen kenbaar maken Als ook den brief waarin dat gij mij schreeft Dat gij weldra met mij 't geluk zoudt smaken Verenigd wezen zolang ik leef
Dan heeft hij toch een kort besluit genomen Hij nam haar vast al met een boos besluit Hij heeft haar mee den kelder ingenomen En sprak hier komt gij niet meer levend uit
Hij vroeg den brief die hij had geschreven Hebt medelij sprak zij ik heb hem niet meer Vol gramschap sprak hij kost het dan uw leven En met nen dolk doorstak hij 't meisje teer
Den ganschen dag heeft zij daar zoo gelegen Maar 's anderendaags wie had dat ooit gedacht De dienstmeid is den kelder ingestegen Maar wat zij hoorde had zij niet verwacht
Onder haar werk hoorde zij jammerlijk klagen Geheel ontsteld wist zij niet vanwaar het kwam Denk hoe het meisje daar stond verslagen Als zij dat droevig toneel vernam
Zij riep om hulp maar 't kon zeer weinig baten Een dokter kwam maar hij sprak ik kom te laat Een priester werd er aanstonds bijgelaten Zij biechtte nog bekende haren staat
Een uur nadien heeft zij den geest gegeven Al hare vrienden stortten veel getraan Wat droefheid voor de ouders die nog leven Hun enig kind zoo jong te moeten zien gaan
Spiegelt u gij die nog wilt verkeren Gij jonge lieden zoekt steeds naar uwen stand Want heeft een arme maagd haar eer verloren Denkt altoos dat het is haar duurste pand
En mocht ge een arme uw liefde geven Veracht haar nooit wanneer zij is onteerd Dan zult ge eens met haar gelukkig leven Den armen mensch is steeds den rijken waard !
1. O Vader, o vader kom huiswaarts met mij De klok slaat reeds één op de kerk Gij zegdet o vader te komen naar huis Zoodra als gedaan was uw werk Het vuur is gedoofd geen licht meer in huis En moeder verlangt u te zien Want ach onze Hendrik ligt ziek op haar schoot En niemand haar hulpe komt biên Kom thuis, kom thuis, kom thuis O vader,o vader kom thuis
2. O vader o vader kom huiswaarts met mij De klok op den toren slaat twee 't Is droevig in huis mijn broerken is ziek En hij roept gestadig op u En moeder die denkt dat hij sterven zal nog voor dat de donker zal vliên Daarom lieve Vader kom huiswaarts met mij Als gij hem nog levend wilt zien Kom thuis, kom thuis, kom thuis O vader o vader kom thuis
3. O Vader o vader kom huiswaarts met mij Want moeder die schreit van verdriet Zij kust onzen Hendrik zo teer en zo zacht Terwijl hij geen lachje meer biedt Hij wringt zijne handjes zoo krimpend ineen En moeder die weent toch zo hard Zij zucht, o mijn God, mijn kindje dat sterft En 't lijdt toch zooveel bittre smart Kom thuis, kom thuis, kom thuis O vader o vader kom thuis
4. O Vader o vader kom huiswaarts met mij De klok op den toren slaat drie Het huis is zoo ledig en de uren zoo lang Daar moeder en ik u niet zien Het is er zoo droef onzen Hendrik is dood Door 'd Englen ten hemel gebracht En dit zijn de woorden die stervend hij sprak Kus vader voor mij goeden nacht Goeden nacht goeden nacht goeden nacht Kus vader voor mij goeden nacht.
1. Te Brussel in den kerker Met boeien zwaar bevracht Doorwaakt Anneesens sterker Na vroom gebed de nacht Getimmerd staat voor hem 't schavot Maar eedlen is't een heerlijk lot Te sterven voor hun land. (4 maal)
2. In rouw is 't volk gedompeld De droeve dag is daar Ter galgekarre strompelt De grijze martelaar En als men hem zijn vonnis leest Dan zegt hij kalm en onbevreesd: Ik sterve voor mijn land (4 maal)
3. Me dooden kunt gij veilig Daartoe behoort geen moed Maar 'k zweer u hoog en heilig Ge plengt onnozel bloed Vergeve God u de erge schuld Ik heb mijn burgerplicht vervuld En sterve voor mijn land (4 maal)
4. Nu wordt de kloeke deken Ter groote markt geleid Hij wil den volke spreken Dat luide snikt en schreit Maar door de trommelslagen heen Verneemt men 't schoone woord alleen Ik sterve voor mijn land (4 maal)
5. Hij heft den blik vol stralen Ten stedehuize omhoog Waar hij zo menigmalen Voor 't recht in 't harnas vloog Dan knielt hij voor den naren blok Eén zwaai één slag één zware schok Zoo stierf hij voor zijn land
1. Daar is een schoone klucht gebeurd En dat door kosters fout Door sneeuw en wind, wie weet het niet Is het des winters koud En zekren dag wil 't goed verstaan Wanneer de vroegmis aan moest gaan Toen ging er niemand naar zijn werk Maar elkeen naar de kerk
2. Mijnheer Pastoor kwam aangegaan Ging naar de sacristij En sprak daar zijnen koster aan "Dat hier wijwater zij" Mijnheer Pastoor 't is door den vorst Zoo hard bevrozen als een korst Mijnheer Pastoor kom maar gewis Zien hoe 't bevrozen is.
3. Of het bevrozen is of niet Het moet ook zijn ontdooid Want zoveel vreemden als gij ziet Die waren hier nog nooit De koster nam 't wijwater aan En is ermee naar huis gegaan En zette neder met plezier 't Wijwater aan het vier
4. Des kosters vrouw had pap gekookt Voor knecht en klein en groot Die pap was dik en wel gebrokt Heel stijf van roggebrood De koster ging met goed fatsoen Terwijl nog gauw een druppel doen Dees smaakt zoo 't schijnt wel nooit zo zeer Dan in het winterweer
5. Opeens hoort hij de beênklok slaan De mis was aanstonds uit Dan is hij rap naar huis gegaan Daar lag het spel verbruid Zijn vrouw die was juist bij geval De koeien melken in den stal Zoodat haar man geen licht en vond En in den donker stond.
6. Hij meende dat 't wijwater was Hij nam den pappot aan En is ermee al even ras Naar 't sacristij gegaan Pastoor die in den donker stond Stak zijnen kwispel tot op den grond Hij meende ook zonder twijfel Dat hij goed wijwater vond
7. Nu Dries kreeg zijn gezicht vol pap Jan kreeg het in zijn haar Eenieder lachtte met die grap Maar ik was rap vandaar En Klaasken die riep met geweld Ziet eens hoe ik werd gesteld 'k Kreeg gansch den kwispel op mijne kap Van louter roggepap.
8 De vrouwen aan den linkerkant Die 't kregen in het oog Als dat de pap heel dik van brij Zoo duivels vloog omhoog Zij raapten gauw den voorschoot op En smeten hem op hunnen kop De eene drong de andere voorruit Welhaast den tempel uit
9. Mijnheer Pastoor die 't onval zag Sprak zijnen koster aan Ach heer sprak dees in droef beklaag Wat heb ik n u gedaan Mijnheer de Pastoor bekijf mij niet Ik mis den pap tot mijn verdriet En dan mijn vrouw! O heer pastoor Hoe trek ik er mij vandoor
10. Alsdan is hij naar huis gegaan Maar hoort eens hoe zijn wijf Zoodanig vloog aan 't kijven aan Van zo een stom bedrijf Mijnheer Pastoor lacht met die klucht En al de vrienden met gerucht Papkoster wordt hij nu genaamd Gelijk het ook betaamt.
Allen zingen nu mee: Komt vrienden die hier staat in 't rond Al die hier zijt omtrent Het is voor niemand geen affront 't Is iedereen bekend 't Is een abuis, 't is waar geschied Tusschen Pastoor en koster ziet Toe luister dan, onthoud het wel Hetgeen ik hier vertel * * * * * *
1. Vienden, hier zijn wij weer Om u gelijk weleer Iets lekkers aan te biên Schier kostloos bovendien Dus komt maar allen bij Hier hebt ge spekkernij En suikers extra fijn Zoals er nergens zijn Refrein Kom laat u gerieven 't Zij groot of klein Zoekt hier naar u believen Hier moet gij zijn Ja een en twintig spekken Doen wij bij melkaar En voor vijf centen maar Het is voor niet voorwaar
2. Wij zijn zoals gij ziet Van die bedriegers niet Die leuren hier en daar Met een vervalschte waar Alwat hier op ons kraam Hier ligt is vrij van blaam Daarvoor zijn wij geklant Door gansch het Vlaamsche land
3. Is er hier onder 't publiek Soms iemand krank of ziek Welnu hij proeve vrij Eet van mijn lekkernij En zeker op den stond Wordt gij terug gezondGeen pil of medicijn Geneest zo rap en fijn
4. Als er iemand fluimt of hoest Of al eens klagen moest Van pijn aan keel en maag Of influenza plaag Een spekke drij of vier Van 't smakelijk suiker hier Maakt u op een twee drij Van al die plagen vrij
5. Dus ouderling of kind Die uw gezondheid mint Draag dan een pak of twee Maar van mijn spekken mee Een kluitje gelijk gij ziet Is toch de wereld niet En gij blijft vroeg of laat Altijd in goeden staat.
1. Hoort vrienden 't liedje van Domien Ik reisde heel de wereld rond 'k Vertel als gij wat zwijgen kont Wat ik zo heb gezien Vertel ons wat Domien Ja, ja, ja, ja, ja, ja Wat hebt gij zo gezien?
2. Ik zag twee honden in een dreef Ze aten daar elkander op Van aan den steert tot aan den kop Dat er niets overbleef Ha, ha, ha, ha, ha, ha Dat was wreed Domien Ha, ha, ha, ha, ha, ha Wat hebt gij nog gezien?
3. Ik zag in 't land van Kabeljauw Een paling die zijn Dochter sloeg En met een stok den sloot uitjoeg Omdat zij dansen wou Ha, ha, ha, ha, ha, ha Is dat waar Domien? Ha, ha, ha, ha ,ha, ha Wat hebt gij nog gezien?
4. Ik zag een sterfhuis, 't wierd gedeeld En 't geen mij waarlijk wonder scheen Zij kwamen allen overeen Er wierd niet gekrakeeld Ha, ha, ha, ha, ha, ha Is dat waar Domien? Ha, ha, ha, ha, ha, ha, Wat hebt gij nog gezien?
5. Ik zag weleer in de Japon Een wonder ding gansch ongehoord Ik zag, geloof mij op mijn woord Een vrouw die zwijgen kon Ha, ha, ha, ha, ha, ha Dat gaat ver Domien Ha, ha, ha, ha, ha ,ha Wat hebt gij nog gezien?
6. Ik zag twee soldaten op het dak Van een vervallen boetenschuur Zij kookten daar voor 't middaguur Hun soep in enen zak Ha, ha, ha, ha, ha, ha Dat was schoon Domien Ha, ha, ha, ha, ha, ha Wat hebt gij nog gezien?
7. Ik zag zoo menig ezelskop Ik vond dezulke 't allenkant Zoo dik gezaaid als in ons land En 'k draaide hun leugens op! Zwijg,zwijg, zwijg Vertel niet meer Domien Zwijg,zwijg,zwijg Want gij hebt niets gezien
1. Daar reed nen boer naar Leuven Naar Leuven reed nen boer Hij kwam Marieken tegen Marieken zei bonjour Met blanke blinkend eierkens Met boter trok het naar stee Karlijntje kind, Karlijntjen leif Karlijntje rijde nie mee?
2. Geen tweemaal moest ze peizen Stak toe de botermand Stak toe het eierkorveken Stak toe de poezele hand En wip 't zat op den wagen En hop 't zat naast hem neer Ze hielden bei van praten En praatten over 't weer
3. Ze praatten en ze praatten Hoe 't kwam dat wist geen een De bank was lang en groot genoeg En ze zaten zoo dicht bijeen Ze peaatten en ze praatten Hoe dorst hij het bestaan Ze praatten niet meer, ze fezelden En geen levende ziel langs de baan
4. Karlijntjes zwarte kijkers Die hebben het gedaan Hij keek naar heur : zij keek naar hem En hij kon niet weerstaan Uw dievige deugniet oogskens Karlijntje die hebben 't gedaan Hij kuste blij heur wangen Karlijntje, is het misdaan?
5. Daar reed nen boer naar Leuven Een zoentje alhier, aldaar Reed gansch alleen naar Leuven En keerde getweeën van daar Er rijden er veel naar Leuven Zoo jong en vrij voorwaar Ze komen Karlijntje tegen En komen verkocht vandaar
1. Al boven door een vensterken Daar lag een meisken fijn En juist kwam daar een mulder aan Zeg meiske, wilde gij mij O gij mulder, wit gemeeld Gij die iedereen besteelt Gij zult mijne man niet zijn Mijne man zult gij niet zijn.
2. Al boven door een vensterken Daar lag een meisken fijn Daarna kwam daar een slachter aan Zeg meiske wilde gij mij O gij slachter rood van bloed Gijn die alle moorden doet Gij zult mijne man niet zijn Mijne man zult gij niet zijn
3. Al boven door een vensterken Daar lag een meisken fijn En nu kwam daar een smid gegaan Zeg meisken wilt gij mij O gij smid met uw zwart vel Ga naar huis wascht u eerst wel Gij zult mijne man niet zijn Mijne man zult gij niet zijn
4. Al boven door een vensterken Daar lag een meisken fijn En fier kwam daar een studax aan Zeg meisken wilt gij mij Studax lief met veel plezier Kom maar binnen rap langs hier Gij zult wel de mijne zijn De mijne zult gij zijn
Het was van in het begin mijn bedoeling om nu en dan een recept tussen de oude liedjes te plaatsen. Ik zal het niet houden bij recepten die iedereen al kent, maar eerder bij uitzonderlijke recepten. Ik zal er al onmiddellijk eentje laten volgen van de lekkerste taart die je ooit hebt geproefd
'k Wil u verhalen in mijn lied Hoe Pier met Lijn ging trouwen Het huwelijk was pas geschied of 't moest hun al berouwen Den eertsen dag, 't was al gelach Men zag daar niets dan slempen En Pier en Lijn hel vrolijk zijn bij bassen en bij trompen Tra la la la la la la la Tra la la la la la la la Tra la la la la la
2. Jan oom gaf kiekens in het kot Dries oom gaf hun een verken Matthijs gaf eenen koffiepot Een schup om mee te werken En Jannemoei gaf hun een koei Arjaan gaf hun een tange En Pier de Wal gaf hun een val Om muiskens mee te vangen
3 Pier zoo de bruiloft was gedaan Begon te commandeeren Waar dat de meubels zouden staan En ging het huis uitkeeren Maar Lijn die zei Wat braadt gij mij Dat zijn geen mansaffeeren Laat mij dus doen naar mijn fatsoen Gelijk ik zal begeren
4 Pier hing het zoutvat in de schouw En Lijn begon te kyven En zei dat zij dat niet en wou En het daar niet zou blijven Lijn nam het af en Pier die gaf Haar twee goede souffletten En zei gij prij wat zult gij mij Hier wetten komen zetten
5 Lijn als een duivelin zoo kwaad riep uit moet ik dat lijden Indien gij mij nog eens zo slaat Zal ik u ook niet mijden Pier zei "zwijg stil;Gij zult den wil Van mijn gebod ontvangen Ik draag de broek in dezen hoek Daar zal het zoutvat hangen"
6 Lijn trok haar man dan voor 't gerecht En deed terstond hem dagen Dat hij moest komen voor 't gerecht Om hem daar af te vragen Of eenen man gebieden kan Of hij kan kommandeeren Waar hangen moet het keukengoed Ze raakten aan 't procedeeren
7 Ze procedeerden langen tijd Daar wierd zoveel gelopen Totdat zij waren alles kwijt Men alles moest verkoopen Den helen bras al wat er was Het zoutvat potten pannen Daarbij de koei van Jannemoei En 't vat met kopren banden
75 gr. Créme patissiere 1/2 liter room 3 blaadjes gelatine 1/2 dcl Grand Marnier 500 gr. Fruit : a. perzik b. half geconfijte ananas Alle fruit fijn versneden
Hoe maak ik half geconfijte ananas? Laat een doos ananas uitlekken, en vul de doos met suiker. Laat een nacht in de koelkast Doe de dag erna de ananas in een pannetje en kook op. U hebt nu half geconfijte ananas. laat hem afkoelen
bereiding van de taart
De créme patissiere opkloppen en de geweekte en opgeloste gelatine toevoegen, evenals de likeur De room licht opkloppen en 2/3 ervan bij de créme voegen. Laatst het fijn gesneden fruit onderscheppen Vul een bisquit met een dikke laag charlotte,en bestrijk hem met de rest van de room Naar smaak decoreren
PS: indien u zwaarder geconfijte ananas wil moet u hem een tweede maal opkoken na toevoeging van een weinig suiker.
1 Vrienden, 't is tijd om uw paksken te maken Doet maar uw potjes en pannekes bijeen Tracht als gij kunt nog wat vreugde te smaken Vreugd en verdriet springen 't langst op de been 't Aards firmament begint reeds te verdooven 't Schijnt dat de zon en de maan ons verlaat Niemand plicht ik toch mij te gelooven Maar 't is de roep dat de wereld vergaat
refrein
Dat hij vergaat, dat hij vergaat Dat de wereld vergaat Dat hij vergaat, dat hij vergaat Dat de wereld vergaat.
2
Sommigen zeggen 't is triestig om hooren Dat heel het menschdom zal worden verbrand Anderen zeggen men zal ons versmooren 't Een en het ander is niet plezant 't Ware verduiveld wat ver toch gedreven Ons te behandelen als visch en gebraad 't is om te schrikken te schudden te beven Als m'er aan denkt dat de wereld vergaat
3
Waartoe nog goed ons te wasschen en scheren Waartoe nog goed een schoon hemd aan te doen Laat ons maar drinken en laat ons maar smeren Laat ons maar gansch ons fortuintjen op doen Toe Jan ge moet mij wat kiekens gaan halen Kiekens toch loopen genoeg op de straat Het is onnoodig ervoor te betalen Aangezien dat toch de wereld vergaat
4
Is hier iemand die kleeren wil koopen 'k Laat heel mijn boel aan de prijs van factuur Ik ben van zins in mijjn hemde te loopen 't Is nog te goed voor de solfer en 't vuur Ik ga terstond mijn gereedschap verbranden Wijl ons het werken tot niets meer en baat 'k Neem er geen stuksken niet meer van in handen Aangezien dat toch de wereld vergaat.
5
Endelijk 't moest er dan toch eens van komen 't werd ons voorspeld door de ster mer den steert Ik heb gelukkig mijn voorzorg genomen Mijn laatste cent is Goddank reeds verteerd Ben ik gedwongen nu schulden te maken Zet men mij heden of morgen op straat 'k Lach er mee want 't en kan mij niet raken Aangezien dat toch de wereld vergaat