NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Reisverslagen

04-09-2004
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OOSTENRIJK GROSSARL 2004 deel 3
Klik op de afbeelding om de link te volgen








klik eens op de afbeelding

Pension Schützenhof in Grossarl
zie: www.schuetzenhof.at

04-09-2004 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
28-06-2004
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOUFFALIZE 2004

Houffalize – Ol Fosse d’Houth

van 28 juni 2004 tot 2 juli 2004
(samenvatting)

Maandag 28.06.2004

Opstaan om 6 u. Vertrek om 7.30 u. Rijden via Brussel en rechtsaf via de A7, de A 54 naar Namen. Geen file problemen. In Namen nemen we de linkeroever van de Maas (we houden de Maas langs de linkerkant) en rijden naar de abdij van Marredsou. Eten daar een kleinigheid (belegde boterhammen met soep). Keren dan terug naar de Maas en rijden verder via Dinand en daar nemen we de A 4 naar Neufchâteau. We denken vlugger te vorderen met deze omweg dan via de kleinere wegen. Het ganse traject is echter herleid tot één rijstrook in elke richting met een snelheidsbeperking tot 70 km/u. Na Neufchâteau denken we af te zijn van de problemen maar ook hier is de snelweg, de E 25 naar Bastogne, herleid tot één rijstrook in elke richting. In de buurt van Houffalize nemen we de afrit nr. 51 en na enkele minuten zijn we in het dorp. Daar wijzen de borden ons naar Ol Fosse d’Outhe (800 meter van het dorpscentrum). Aankomst omstreeks 14.10 u. Het vakantiecentrum is vrij groot. Het is er nu nog zeer rustig. Aan de receptie krijgen we kamer 8132 toegewezen en krijgen we de afstandsbediening van de TV. De kamer is vrij ver achteraan gelegen. De inrichting van de kamer is zeer doordacht. Een kast scheidt de kamer als het ware in twee (een slaaphoek met twee bedden en een zithoek met een dubbele zetel (kan ook als bed gebruikt worden) en een Tv-toestel. Verder nog een ingemaakte dubbele kast met daarboven een ruimte om een valies in te zetten. Tevens is er een inkomhal met een ruime kapstok en een grote spiegel. De badkamer is eerder naar de kleine kant en uitgerust met een douche en een toilet. Een ruim terras is voorzien van een terrastafel en twee terrasstoelen. De zon kan afgeschermd worden doormiddel van een uitrolbaar scherm.

We verkennen even het gebouw en het terrein. Het geheel is in een diepte (een put) gelegen en omringd door veel groen. Op een tweetal plaatsen staan er speeltuigen voor kinderen. Aan alles is gedacht. Voor de hoofdingang liggen twee borstels om de modder van de wandelschoenen af te borstelen. Even verder is er een wasinstallatie om fietsen en mountainbikes af te spuiten. We kunnen met de wagen tot tegen de kamer rijden en daar een lift nemen. In de kelder zijn er speeltuigen voor de kinderen en ook trekbiljarts.

Wegens het arrangement hebben we vol pension en kunnen we vrij gebruik maken van het zwembad. Ook is er bij het avondeten voor elk een ¼ liter wijn of drank naar keuze en bij het middageten een drank naar keuze. Wel blijkt dat het waarschijnlijk de eerste keer is dat men een dergelijk arrangement aanbiedt want het personeel moet regelmatig eens hierop gewezen worden. Blijkt dat sommige deelnemers ook niet goed ingelicht zijn over waar ze recht op hebben.

Dinsdag 29.06.2004

Etenstijden: ontbijt van 8 u tot 9.30u

middageten om 12.30u

avondeten om 19 u

Het ontbijtbuffet is ruim voldoende. Ook de andere maaltijden zijn voldoende, zeer verzorgd en smakelijk.

In de voormiddag maken we kennis met het zwembad na eerst eens rondgekeken te hebben in het dorp Houffalize. Dit is uitgerust met een gratis sauna, twee stoombaden, een bubbelbad, een glijbaan. Voor het eerst maken we kennis met een sauna en in de loop van de week zullen we hiervan nog veelvuldig gebruik maken.

Na het middageten maken we een wandeling: wandeling nr. 4 “La roche Plate wandeling” – 5 km.

Woensdag 30.06.2004

Zelfde als gisteren: ontbijten (gaan wel vooraf wat fruit kopen in de Sparwinkel in het dorp), zwembad.

Na het middagmaal doen we wandeling nr. 6, de “St-Rochuskapelwandeling” – 7 km.

Voor het avondeten duiken we nog maar eens in het zwembad en de sauna.

Het avondeten zoals gebruikelijk. Daarna nemen we deel aan een bingospel en kunnen nog net een klein prijsje wegkapen.

Tot nu toe was het prachtig weer met temperaturen rond de 22 a 23 graden.

Donderdag 1.07.2004

Na het ontbijt bel ik eerst met de GSM om 9 u naar Free-Time om kaarten te bestellen vooor het Spelleke van Drei Kluiten. Ik geraak vrij vlug bij een operator en kan de kaarten bestellen. De rest van de voormiddag brengen we hoofdzakelijk door in het zwembad. Na het middageten besluiten we niet de wandelen maar wel een rondrit het maken in de omgeving. Het weer is wat bewolkt, er valt een bui af en toe maar ook de zon kom regelmatig ruim schijnen. We rijden naar de Fourneau St –Michel en bezoeken er het museum van “Het IJzer” en vervolgens het openluchtmuseum “La Vie Rurale”. Hiervoor betalen we een combinatieticket (€ 4). Het openlucht museum is wel niet zo groot als dat van Bokrijk, telt nog niet de helft van de gebouwen van dit laatste, maar door zijn langgerektheid is het een behoorlijk eindje stappen. Via kleine wegen keren we terug naar Houffalize. Het is echter te laat om even over de grens (Groothertogdom Luxemburg) onze dieseltank te vullen.

Na het avondeten, dat deze avond uit een gang meer bestaat, (en ook reeds tijdens het eten in de eetzaal) is er een optreden van het orkest Les Macadams. Er zijn slechts 22 deelnemers afgekomen op het speciaal arrangement en andere gasten zijn er op dit moment nauwelijks. De meeste komen echter naar het orkest luisteren en wagen zelfs een dans. Rond 22 u gaan we slapen.

Vrijdag 2.07.2004

Nog voor het ontbijt maken we onze valiezen klaar en brengen die naar de auto. Na het ontbijt geven we de sleutel van de kamer af (dit moet om 9 u tijdens de week en om 12 u op zondag). De kamerservice is beperkt tot het aanvullen van toiletpapier en het ledigen van de vuilnisbak (waarschijnlijk indien nodig ook stofzuigen). Bedden opmaken is voor de gasten zelf.

In de loop van de week bezochten we een appartement. Dit bestaat op het gelijkvloers uit een living, kitchenette, een uitklapbed in de living en TV , een badkamer met douche en op de eerste verdieping een slaapkamer met dubbel bed met TV, een slaapkamer met stapelbed en een badkamer met douche. De kamer met stapelbed en de badkamer kunnen van de rest afgescheiden worden doormiddel van een schuifdeur. Men kan deze ruimte binnenkomen en verlaten via een deur op het eerste verdiep.

De rest van de voormiddag brengen we door in het zwembad en daarna gaan we over de grens tanken.

Na het middagmaal vertrekken we naar huis. Normaal is er nog een afscheidskoffie en een geschenk voorzien (om 15 u) maar daar wachten we niet op.

We rijden nu via Luik en Brussel naar Gent. Op de ring rond Brussel hebben we meer dan anderhalf uur file te verwerken. Houffalize hebben we verlaten om 13.40 u en we bereiken Gent om 17.30 u (228 km).

28-06-2004 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
03-05-2004
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KRETA 2004 deel 1

Kreta

zondag 2 mei 2004

tot

donderdag 13 mei 2004

Wat vooraf ging

Bericht in de krant van 18 maart 2004: Voor de zuidkust van het Griekse eiland Kreta heeft zich gisteren een hevige aardbeving voorgedaan. Ze had een kracht van 6,3 op de schaal van Richter. Ondanks de intensiteit van de beving vielen er geen slachtoffers. Er werd ook geen materiële schade aangericht.

Het zou te verwonderen zijn dat we op reis gingen zonder dat er eens iets niets gebeurde.

Zondag 2 mei 2004 – 1ste dag

Om 3 uur loopt de wekker af. Voor alle zekerheid heb ik ook de wekdienst van Belgacom ingeschakeld. Het zal je maar gebeuren dat net tijdens die ene nacht er een stroomonderbreking is en je elektrische wekker veel te laat afloopt. Na de gebruikelijk ochtendrituelen en het drinken van een kop koffie wekken we Marijke om 3.40 u. Zij zal ons naar de luchthaven brengen.

4.00 u: vertrekken met de wagen richting Brussel Nationale Luchthaven en komen er aan omstreeks 5.00 u. Na het afhalen van de gebruikelijk tas aan de balie van Thomas Cook worden we verwezen naar de incheckbalie 7.15. We hoeven niet lang te wachten want men is volop bezig met het inchecken. We vragen een plaats vooraan in het vliegtuig maar deze plaatsen zijn voorbehouden aan de “premium”-klanten. Die betalen een bepaald bedrag boven de gewone prijs en krijgen daarvoor enkele extra’s zoals een krant, een glaasje fruitsap bij het ontbijt, een plaats vooraan in het vliegtuig en een afzonderlijke incheckbalie waar het normaal wat vlugger zou moeten gaan maar in de praktijk dikwijls zelfs trager. Voor zover we er zicht op hebben is het de opleg niet waard. Onze grote valies weegt iets meer dan 20 kg en de kleine een stuk minder zodat we zeker onder het toegelaten gewicht van 2 x 20 kg blijven. Om bij aankomst onze valiezen gemakkelijke te herkennen, je kijkt ervan op hoeveel gelijkuitziende valiezen er zijn, hebben we langs weerszijden een schreeuwerige gele zelfklever aangebracht die Marijke ons bezorgt heeft. Nadat we onze bagage kwijt zijn en we onze instapkaart op zak hebben gaan we nog vlug een kleinigheid eten en drinken. Het duurt nogal wat vooraleer we besteld geraken en eens we het bestelde hebben binnengewerkt stappen we door de pascontrole. We vertrekken in de nieuwe vertrekhal die echter op een afstand ligt van een klein kwartier stappen. Aan de veiligheidscontrole moet ik even terug want mijn sleutelbos laat het alarm afgaan. Ook Lea heeft blijkbaar problemen met de metalen ritssluiting van haar trui. Zij moet haar jas uittrekken en deze in een afzonderlijk detectietoestel deponeren. Daarna moet ze even in een hokje met een vrouwelijke beambte die haar met een detector aftast. Uiteindelijk kunnen we dan toch doorlopen en plaatsnemen in de zetels van de vertrekhal. Na een 10-tal minuten stellen we vast dat Lea haar jas niet meer heeft (een bodywarmer – jas zonder mouwen). Eerst denken we dat we die vergeten hebben daar waar we koffie dronken. Ik ga bij de man van Thomas Cook die de uitgang bewaakt en die tracht het telefoonnummer van de koffiebar te achterhalen, wat niet al te gemakkelijk lukt. Plots herinneren we ons dat de jas achterbleef aan de veiligheidscontrole. De bediende wijst me de weg naar de lift alwaar ik twee verdiepingen lager de veiligheidscontrole kan vinden en hopelijk ook de jas. Ik loop nog vlug in de aangewezen richting maar kan de bewuste dienst niet onmiddellijk vinden. Ik keer terug naar de vertrekhal omdat ik denk dat het instappen reeds begonnen is. Mijn vermoeden is juist en we stoppen onze zoektocht naar de jas waarin niets van belang in zit. Bij onze terugkomst zullen we deze proberen te recupereren bij de dienst gevonden voorwerpen van BIAC.

Om 6.25 u stappen we het vliegtuig in, een Airbus, waarvan de motoren gestart worden om 7 u. Het vliegtuig heeft 2 x 3 zitplaatsen op een rij. We zitten op de 9de rij en ik zit aan het raam. Het toestel is uitgerust met kleine tv-schermen waarop men de veiligheidsvoorschriften uitlegt en ook films kan vertonen. Het is 7.10 u wanneer het vliegtuig van de grond komt. Omstreeks 8 u vliegen we over de besneeuwde Alpentoppen die reeds veel van hun sneeuw verloren hebben. Om 8.30 u meldt de gezagvoerder dat we over Rimini (Italië) vliegen en vervolgens over de Griekste eilanden zullen vliegen. Ik verzet mijn uurwerk want de Griekse tijd verschild 1 uur van de onze (9 u wordt 10 u). Onderweg krijgen we een lichte maaltijd voorgeschoteld. Op de vlucht zitten een aantal heel jonge kinderen die het op het einde van de reis wat lastig kregen. De aankomst is voorzien om 11.20 u (plaatselijke tijd).

Precies op het voorziene uur landen we op het vliegveld van Iraklion. Deze luchthaven wordt enkel door chartervluchten aangedaan, geen lijnvluchten. Het is er zeer druk daar het gebouw wat naar de kleine kant is om al de bezoekers te ontvangen (men is bezig met bijbouwen). We moeten even wachten op de valiezen. Eens we die hebben gaan we naar de uitgang alwaar we worden opgevangen door de stuwards en de hostessen van Thomas Cook. Die wijzen ons de juiste bus aan (iedere bus heeft een nummer) die zal instaan voor de transfer naar het hotel. Het is licht bewolkt en het is 20 graden. Wij moeten nog een afstand van een kleine 80 km afleggen van Iraklion[1] naar Rethymnon en dit grotendeels via de kustweg E 75 die men hier een “snelweg” noemt maar in vergelijking met onze wegen nog niet eens het statuut van expresweg zou krijgen. Het is trouwens de enige zogenaamde snelweg van Kreta. Hij loopt van het oosten naar het westen van het eiland langsheen de noordkust. Vanaf ongeveer halfweg worden hier en daar hotels aangedaan om de nieuwe hotelgasten te laten uitstappen. Wij zijn de laatste van de ganse bus die onze bestemming bereiken, dit samen met een viertal afkomstig uit Boom. Het is dan ca 15 u.

Aan de receptie wordt de logementfiche ingevuld en krijgen we kamer 421 (op de 4de verdieping) toegewezen. Ik huur tevens een kluis en moet, naast de huurprijs, een waarborg voor de sleutel betalen. De receptionist heeft blijkbaar geen goede dag want terwijl hij met ons bezig is wordt hij diverse keren opgebeld door een lastige klant. Door de vermoeidheid heb ik niet door dat ik waarschijnlijk bij het betalen van de kluis € 5 teveel betaal. Ik veronderstel dat dit niet opzettelijk gebeurd is maar dat de receptionist door het herhaald bellen van de lastig klant een beetje het noorden kwijt is want voor de rest van ons verblijf aldaar hebben we geen andere onfrisse praktijken ervaren, noch in het hotel, noch ergens anders op Kreta.

Het hotel is gelegen vlak aan de “haven” van Rethymnon. Haven is wel een groot woord want het is een ruime parking waar een ferryboot van de Aneklines aanlegt. Die vertrekt ’s avonds om 20 u naar het Griekse vasteland, meer bepaald naar Pireus, alwaar hij aankomt om 6 u in de ochtend. Om 20 u vertrekt in Pireus een andere ferryboot richting Rethymnon. Naast de haven is er ook een gewone betaalde parking. Voor het hotel loopt een weg die van de oude stad richting Fortezza (het oude fort) loopt. Naast het hotel zijn een aantal café die vooral bezocht worden door universiteitstudenten (Rethymnon is een universiteitstad). Vooral in de weekends is het er druk en een “place to be” voor de jongeren. Vanuit onze kamer en het terras hebben we zicht op de zee, een deel van de Fortezza en een deel van de nieuwe stad langsheen de kust. Wanneer de avond valt (hier is dit reeds omstreeks 20.30 u) genieten we van het uitzicht met de tintelende lichtjes. De kamer is eenvoudig, zonder veel franjes maar netjes. Op het terras zullen we dikwijls van het uitzicht op de zee en de omgeving genieten. Sinds ons ontbijt in het vliegtuig hebben we nog niets gegeten. Nadat we onze valiezen hebben leeggemaakt en ons wat ingericht hebben gaan we iets eten om de hoek van het hotel (een pita met kip en wat friet). Een winkel om wat fruit te kopen vinden we niet open. Eerst denken we dat dit komt doordat het zondag is maar later blijkt dat op de meeste dagen de winkels sluiten om 14 u en dan terug opengaan rond 17.30 om dan openblijven tot 22 u. Wel kunnen we in een klein winkeltje wat appels kopen. Eens terug in het hotel nemen we een bad en schrijf ik op het terras mijn eerste bladzijden van dit reisverslag, ondertussen genietend van de warme namiddagzon. Om 17.30 u maken we een korte wandeling in de omgeving.

Het avondeten kan men gebruiken tussen 19 u en 22 u en het ontbijt van 7.30 u tot 10 u. In dit hotel (Ideon) kan er ’s middags niet gegeten worden maar in de omgeving kunnen die welke het wensen zich lazarus eten in de talrijke restaurantjes in de smalle straatjes van de oude stad. Het avondeten bestaat uit een voorgerechtenbuffet (steeds is er soep, een pastagerecht – de spagetti is er overheerlijk – en diverse salades waaronder enkele klaargemaakt met Griekse yogurt), een hoofdgerecht dat opgediend wordt en een nagerechten buffet. Het eten is er van uitstekende kwaliteit naar de Griekse traditie. Al lachende zeg ik tegen de dienster, wanneer ze vraagt of het eten lekker is, “dat het eten niet goed is…voor onze lijn”. De dranken kan men ofwel onmiddellijk afrekenen of op het einde van het verblijf.

Na het avondeten lopen we naar het Venetiaanse haventje alwaar de kelners je proberen te overhalen iets te eten of te drinken. We laten ons in de met zachte kussens beklede rieten zetels zakken en drinken er een ijskoffie (“lait frappé”) koude koffie waarin lucht is ingeblazen waardoor hij luchtig wordt en voorzien is van ijsblokjes. Ikzelf verkies een “nescafe” – een gewone (oplos)koffie dus – dit in tegenstelling met de Griekse koffie, die zeer sterk is en uit een tas gedronken wordt die iets groter is dan een vingerhoed. De feeërieke verlichting van de restaurants en het haventje maakt het ons moeilijk om op te stappen. Maar het was een lange dag en het wordt hoog tijd dat we het bed uitproberen. Even verderop is een motorwedstrijd bezig die voor wat lawaai zorgt maar op de kamer hebben we er geen last van gezien de dubbele afsluiting tussen het terras en de kamer (een schuifdeur en een gewone deur na elkaar).

Op het terras vul ik mijn reisverslag aan, ondertussen genietend van het uitzicht op de zee. De ferryboot vertrekt deze avond met 10 minuten vertraging, om 20.10 u, naar Pireus. De volgende dagen zullen we zien dat die soms drie kwartier te laat vertrekt als er moet gewacht worden op een vrachtwagen die nog mee moet. Bij het vertrek laat de boot vier keer de misthoorn weerklinken en denken we onwillekeurig aan het liedje: ”Die weisse möwen von Pireus..” We zijn al aan het indommelen wanneer we nog even gewekt worden door het eindvuurwerk van de motorwedstrijd aan de haven. Nergens is er hier een thermometer te vinden zodat het moeilijk te weten is hoe warm het is. Blijkbaar maakt niemand zich hierover zorgen …dus wij ook niet.

Maandag 3 mei 2004 – 2de dag

6.30 u: opstaan

7.00 u: terwijl Lea nog bezig is in de badkamer loop ik even naar de aanlegplaats van de ferryboot. De parkeerplaats ernaast is betalend: € 2 overdag en € 2,5 ’s nachts.

7.15 u: we gaan ontbijten. Het ontbijt is in buffetvorm en er is van alles en nog wat: kaas, vlees, een viertal soorten brood, eieren, fruitsap, granen in allerlei soorten, cake (die zeer lekker is), enz. Het eerste Griekse woord dat over onze lippen komt is: kali méra (goedendag).

9.30 u: we gaan op verkenning in het oude stadsdeel van Rethymnon. Via internet (www.rethymnon.gr) heb ik een Duitstalige rondleiding kunnen bemachtigen. Deze brengt ons langsheen de voornaamste bezienswaardigheden: een oude stadspoort (de enige die nog is overgebleven), een minaret uit de Turkse tijd, de Rimondi fontein en diverse versierde deuromlijstingen uit de Venetiaanse periode, de 5 bronnenfontein, en de pittoreske smalle straatjes. Al gauw wordt ons duidelijk waarom de straatjes zo smal zijn. Ze brengen namelijk verfrissing. In de ochtend kan het tamelijk warm zijn op Kreta maar omstreeks de middag brengt een zachte wind wat verkoeling. De smalle straatjes krioelen van de winkeltjes. Vooral lederwaren en juwelen zijn gegeerd bij de toeristen. Wij hadden gehoord dat men net zoals in Turkije ook hier op de prijs kon afbieden maar al vlug ervaren we dat dit slechts in zeer beperkte mate kon en dan nog als men verschillende zaken samen koopt. Van het rondslenteren krijgt men dorst en in een van de straatjes vleien we ons neer op een met groen overdekt terras. Bij onze bestelling wordt hier spontaan een glas water aangeboden. De beleefheid wil dat men minstens even aan het glas nipt maar door de warmte hebben we er geen moeite mee de “beker tot op de bodem te ledigen”. Na een sanitaire stop in het hotel, de Kretenzische olijfolie die bekend staat als de beste ter wereld, doet duidelijk haar werk, doen we nog wat boodschappen. Op het terras van de kamer eten we een meegebrachte belegde sandwich en rusten wat uit. Het hotel heeft langs de achterzijde een ruime binnenplaats met een zwembad en ligstoelen. Het is er verrassend stil en rustig, dit in tegenstelling met de voorkant waar het lawaaierig is. Ik probeer het zwembad. Het water is niet verwarmd maar door de goede omgevingstemperatuur is dit ook niet nodig. Nadien genieten we nog wat aan de rand van het zwembad van de zon. Er is niemand aan het zwemmen en we zien een vleermuis die in de vlucht herhaalde keren water schept.

Rond 16 u zetten we onze wandeling verder die we deze morgen onderbroken hebben. Om terug in te pikken op de plaats waar we gestopt waren lopen we rond de Fortezza en bewonderen we de in bloei staande wilde bloemen. Mei is de maand bij uitstek om alles in bloei te zien. Tijdens onze wandeling lopen we een bakkerij binnen waar men filliadeeg maakt, dit is een zeer dunne bladerdeeg die ook tegenwoordig veel bij ons gebruikt wordt om er gerechten in klaar te maken. De vellen meten 2 meter op 2 meter en worden van elkander gescheiden door een jutedeken. De oude vrouw, blijkbaar de bazin, wenkt ons binnen om eens te kijken maar al vlug probeert ze ons reeds voorverpakte gebakjes aan te smeren. Op het einde van de wandeling zoeken we een terrasje op en drinken er een “nescafé” en een limoenensap. Nog even slenteren we rond het oude haventje en zoeken dan het hotel op voor een verfrissend bad en het avondeten.

Kali spéra (goedenavond).

Na het avondeten probeer ik enkele prentkaarten te versturen. Ik moet nogal wat zoeken naar een brievenbus. Ik vind er een in een onooglijk straatje die op 2 meter hoogte hangt. Ik riskeer mij de prentkaarten hierin te deponeren en wonder boven wonder blijken die achteraf allemaal ter bestemming gekomen te zijn.

Kali nichta (goedenacht).

Dinsdag 4 mei 2004 – 3de dag

6.30 u: opstaan. Ik maak er een gewoonte van, terwijl Lea nog bezig is in de badkamer, even tot aan de pas aangekomen ferryboot te lopen.

7.30 u: ontbijten tot 8.10 u

9.00 u: maken een wandeling langs de wat verderop (richting oosten) gelegen strand en strandpromenade. Aan het begin van de promenade vinden we de winkel van Thomas Cook. We keren terug via de oude stad en kopen er 2 handtassen en twee broeksriemen. In een bakkerij, hier staat de bakoven in de winkelruimte, kopen we een 4-tal croissants. Stilaan komt er meer en meer wind en de zon verschuilt zich af en toe achter de wolken. Soms zijn de windvlagen zeer krachtig en toch kan men in zijn zomerkledij blijven lopen daar het een warme wind betreft. Om 11.30 u hebben we (de pas aangekomen gasten) een afspraak met de hostess van Thomas Cook in de bar van het hotel. Zoals gebruikelijk geeft ze ons wat tips en kunnen we bij haar uitstappen bestellen en betalen. Ze vertelt ons weinig nieuws daar we ons zelf degelijk gedocumenteerd en voorbereid hebben op deze reis. Haar tijd is echter beperkt want ze moet reeds een half uur later in een ander hotel andere pas aangekomen gasten begroeten. Toch maken we een afspraak en betalen we een drietal uitstappen (voor donderdag een uitstap naar het zuidwesten van Kreta, voor vrijdag naar Chania en voor zaterdag een Kretenzische avond in de bergen in het midden van het eiland). Ik had eerst voor zondag plannen gemaakt om de kleine Samariakloofwandeling mee te doen maar ik vrees dat het zaterdagavond wat laat zal worden.

’s Middags eten we iets op het terras van onze kamer en ondertussen komt de poetsvrouw langs om de kamer te poetsen.

Na de middag bezoeken we de Fortezza, het oude fort van Rethymnon, dat vlakbij het hotel ligt. Voor de toegang betalen we 2 x € 3. Het is een vrij groot fort en op verschillende plaatsen is men aan restauratiewerken bezig onder andere aan de Turkse moskee.

Het is 14.30 u wanner we terug aan de uitgang zijn. Soms steken er hevige windvlagen op (ik schat zelfs windkracht 7 of 8), maar de wind voelt warm aan. Ik wil nog het archeologisch museum aan de ingang bezoeken, maar dat sluit om 15 u, dus te weinig resterende tijd. Via een omweg keren we terug naar het hotel en rusten onderweg wat uit op een terras van een restaurantje in een smalle straat. We drinken er een vers fruitsap en een koffie. Spontaan wordt ons een klein gebakje aangeboden, om te proeven, gevuld met kaas en overgoten met honing. Tevens maakt de uitbater reclame voor zijn zaak en zegt dat hij lekker verse roodbaars heeft. We geloven hem wel maar we hebben ons avondmaal in het hotel.

Eens in het hotel duik ik in het zwembad, windvlagen of niet. Voor het avondeten maken we nog een kleine wandeling in de omgeving. Normaal zouden we deze namiddag met een boot meegevaren hebben maar wegens de wind hebben we hiervan afgezien.

Na het avondeten maken we nog een wandeling in de kleine gezellige verlichte straatjes. Ondanks de zon reeds is ondergegaan is het er nog behoorlijk warm. Ondertussen is de wind nagenoeg gaan liggen waardoor het niet meer afkoelt. Terug in het hotel proberen we te slapen maar blijven we nog wat napraten tot omstreeks 23.30 u

Woensdag 5 mei 2004 – 4de dag

6.00 u: ik ben al wakker maar blijf nog wat liggen tot 7.00 u. Dit is een van de schaarse keren dat ik het tv-toestel op de kamer inschakel. In Athene zouden er 3 kleine bommen ontploft zijn, zonder gewonden.

Het is bewolkt en we hebben het vermoeden dat het zo de ganse dag zal blijven. De temperatuur is uitstekend. We besluiten een auto te huren voor één dag. We stappen naar de strandpromenade en vinden er een verhuurbedrijf van wagens en bromfietsen. Er zullen wel meer van deze bedrijfjes zijn maar we nemen het eerste de beste. We doen nog een poging om € 5 af te bieden op de prijs van € 35, wat ons niet lukt. Even voor 10 uur kunnen we vertrekken met “onze” Fiat Ceicento. In de loop van de dag zal het ons opvallen dat er tientallen van dergelijke wagentjes de Kretenzische wegen vullen. De meeste zijn huurwagentjes (ik noem ze “huurlingen”). We nemen de “snelweg “ E 75 richting van Iraklion om dan even voor Stavromenos af te slaan naar het zuiden, naar het Moni Arkadiou (het klooster van Arkadi). We bezoeken het klooster en de kerk. Net zoals op veel plaatsen is men druk bezig met restaureren. De toegangsprijs bedraagt € 2. In de kloostergang zien we een kattin die haar jong aan het zogen is. Zij is van de soort “tijgertype “, grijs met donkere en blekere strepen en doet ons denken aan onze Boldo thuis. Na het bezoek keren we terug richting van de snelweg E 75. In Kiriana stoppen we even om een boer met zijn muilezel te filmen (nadat we hem de toestemming hadden gevraagd). Muilezels worden hier door de boeren nog regelmatig gebruikt. Even verder rijden we voorbij een barakkenkamp (zigeuners?). We rijden via ons hotel en zoeken vervolgens de weg naar Armeni. Na een tweetal keer navraag te hebben gedaan vinden we de goede weg. De weg vragen aan een Kretenzer kan soms problematisch zijn. Steeds wordt je vriendelijk geholpen…ook als ze het antwoord op je vraag niet weten en er dus zomaar iets uitflappen. Nochtans hebben we hiermee nergens moeilijkheden gehad. In Armeni bezoeken we een archeologische site van een laat-Menoïsche begraafplaats. De muren van de toegangen naar de grafkamers, één van die kamers meet ongeveer 3 m op 3 m, lopen conisch smaller naar boven toe (dit doet denken aan de Egyptische piramiden). Na dit bezoek rijden we verder naar het zuiden, naar het Moni Preveli (het klooster van Preveli). Dit plaatsje ligt aan de zuidkust. Onderweg rijden we door een prachtig berglandschap. Vooral de Kourtallotiko Canion munt uit in ruwe schoonheid. De hoogste berg is daar 984 meter. Daarentegen is de hoogste berg van Kreta, de Psiloritis, 2456 meter hoog. Het landschap doet denken aan de Alpen maar de begroeiïng is totaal anders. Naaldbomen komen hier bvb nagenoeg niet voor. Het klooster van Preveli bezoeken we niet maar van op de parking heeft men een mooi uitzicht op de kust. Vervolgens rijden we enkele kilometers in de richting van het binnenland en slaan dan af naar het kustplaatsje Plakias. Dit plaatsje bestaat hoofdzakelijk uit hotels en andere verblijven voor toeristen en restaurants. Het heeft een smal strand waartegen de golven uiteenspatten. In een taverne (taberna) – de naam kafenion wordt steeds minder gebruikt – drinken we een koffie en een fruitsap (€ 2 en € 2,5). Vooral aan de kustplaatsen en –plaatsjes zijn de prijzen aan de hoge kant. Van de kust weg, in het binnenland, kan je nog goed eten voor een treffelijke prijs. Rond 16 u vatten we de terugweg naar Rethymnon aan via de zelfde weg. Dit geeft ons de gelegenheid het gebergte eens in de andere richting te bekijken. Even voor Rethymnon tank ik de auto halfvol. Huurwagens worden in de regel afgeleverd met een halfvolle tank en de huurder moet bij de teruggave de tank tot hetzelfde pijl terug vullen. Het bijvullen kost ons € 11,50. Ik rijd via het hotel, laat Lea daar uitstappen met onze spullen, en breng alleen de wagen terug. Hiervoor moet ik wel een ommetje maken wegens de eenrichtingsverkeerstraten en moet ik het avondspitsuur trotseren. Wonderwel vind ik de weg zonder verdwaald te geraken. Eens de wagen terug gegeven is het nog een goede 5 minuten stappen naar het hotel.

Na een verfrissende douche werk ik op het terras mijn reisverslag bij. Ondertussen wordt ik geplaagd door tientallen kleine dondervliegjes. Het weer is nog steeds bewolkt maar de temperatuur blijft goed. Er is dus iets op komst, maar wat weten we niet. Even worden de straten vochtig maar er valt te weinig regen om ze gans nat te leggen. Dit is trouwens de enige regendruppels die we gedurende ons 12-dagenverblijf op Kreta zullen zien. Zonder voorafgaande planning is het een aangename en interessante dag geworden waarbij we kennismaakten met de bergen van het eiland.

19.00 u: avondeten en rond 21.00 u onder de wol.

Donderdag 6 mei 2004 – 5de dag

06.00 u: ik kijk even naar buiten en zie dat de ferryboot nog niet is aangekomen. Deze heeft duidelijk een vertraging opgelopen want om kwart voor negen is die er nog niet. Ik maak, zoals gebruikelijk, een kleine wandeling en bemerk tot mijn verbazing dat alles (de auto’s, de straten, de zonneschermen, de terrassen, enz.) bedekt zijn met een laag woestijnzand. Het is onmogelijk zo in een auto te stappen en weg te rijden want het is onmogelijk om door de ruiten te kijken. Door de luchtvochtigheid kleeft het goedje nog aan alles en nog wat vast. Ik vraag na of ze dit hier gewoon zijn. Men weet mij te vertellen dat dit zich zo’n 2 a 3 keer per jaar voordoet. De ganse voormiddag wordt er gepoetst dat het een lust is. (Op maandag 17 en dinsdag 18 mei – dus anderhalve week later - komt ook in Gent het resterende zand van de woestijnstorm uit de lucht vallen. Dit merk ik wanneer ik de koer opveeg.)

07.15 u: we gaan iets vroeger ontbijten om tijdig klaar te staan om opgepikt te worden voor de uitstap. Het weer is goed, de zon schijnt en de zwoelte van gisteren is verdwenen.

08.40 u: de bus pikt ons stipt op het voorziene uur op en we rijden via de snelweg richting Chania (dus in westelijke richting). Hier en daar worden er aan hotels toeristen opgepikt die meegaan op de uitstap. Aan een bepaald hotel moeten we 10 minuten wachten op een koppel dat maar niet komt opdagen. Ten lange laatste vertrekken we zonder hen maar even later krijgt te gids op haar gsm het bericht van het reisagentschap dat we moeten terugkeren om het koppel op te pikken. Met een kleine vertraging beginnen we aan onze uitstap. Die gaat via de haven van Souda, die dienst doet als de haven van Chania en die 12 km lang is en 3 km breed. Het is tevens een NAVO-basis die, behalve de oorlogsschepen, nagenoeg volledig onder de grond steekt. Voorbij Chania en even voor Kolimbari slaan we links af en rijden via een smalle weg langsheen ravijnen in de richting van de zuidwestkust. Onderweg stoppen we even in Elon voor een plaspauze en om wat proviand in te slaan. In de bus zitten Nederlands-, Frans- en Duitstaligen zodat de gids alles drie keer moet vertellen (uiteraard spreekt ze ook nog Grieks). Bij het opstappen en met het oog op de tocht langsheen haarspeldbochten en ravijnen drukte ze de passagiers op het hart dat er in voorkomend geval kotszakjes te verkrijgen waren. Zij deed dit zo uitvoerig, en dan nog in de drie talen, dat het me niet zou verwonderd hebben als er passagiers waren die reeds een bepaalde behoefte voelden opkomen. Dicht bij de kust aan de zuidwesthoek van het eiland bereiken we het Moni Chrisoskalitisas en brengen een bezoek aan dit kraaknette en op een pittoreske plaats gelegen kloostertje. Vanaf dit klooster heeft men een panoramisch zicht op de kust en de Libische Zee. Er leven daar amper nog twee monniken (“monarchon” wil zeggen “persoon alleen”). In de (Grieks) Orthodoxe Kerk mogen de monniken niet gehuwd zijn maar kan een man enkel priester (in een parochie) worden als hij gehuwd is. Na dit bezoek rijden we nog enkele kilometer zuidelijker naar het kustplaatsje Elafonisi. Een 300 meter voor het strand laat men ons uitstappen aan de enige taverne die het plaatsje rijk is. Hier kan iets gegeten en gedronken worden. De afstand naar het strand wordt te voet afgelegd. We hebben wel onze badpakken niet mee maar pootjebaden is ook al plezant. Het zeewater voelt op bepaalde plaatsen lauw aan. Met een badpak kan men waden naar enkele kleine eilandjes voor de kust. Hier is geen gevaar om ingesloten te geraken want de Middellandse Zee heeft hier nagenoeg geen getijdenwerking. Om 15.45 u is de afspraak om terug te vertrekken. Iedereen is ruimschoots op voorhand in de bus aanwezig, behalve een Duits koppel dat waarschijnlijk de show wil stelen en hiervoor waarschijnlijk een chronometer hanteren, want minutenlang, zittend op een stuk rots, blijven ze het zand van tussen hun tenen halen. Stipt om 15.45 u, onder de verwonderde ogen van de andere ongeduldig wachtende passagiers, stappen ze eindelijk toch de bus in.

Via dezelfde weg keren we terug en stoppen we aan een vrij grote grot met druipstenen. Er is ook een kleine kerk in de grot gebouwd. Om de grot te bezoeken moeten 260 treden beklommen worden. Lea wacht beneden in de, aan de weg gelegen, taverne en ik bezoek de grot. Na nog iets gedronken te hebben gaat het richting ons hotel. In Chania stapt de vrouwelijke gids uit want die woont daar. Buiten haar goede talenkennis en het aframmelen van enkele cijfers hebben we weinig van haar opgestoken. Een beetje meer uitleg over de levensgewoonten en de volksgebruiken zou interessant geweest zijn.

18.50 u: aankomst aan het hotel.

21.30 u: slapen

De vele skeletten van huizen op Kreta

Overal op het eiland tref je tientallen betonnen skeletten van huizen aan zonder dat er andere bouwactiviteiten merkbaar zijn. Om een bouwvergunning in handen te krijgen is een Kretenzer niet vies om de gepaste (politieke) vrienden aan te spreken. Eens de bouwvergunning is afgeleverd wordt vliegensvlug het betonnen skelet van het huis opgetrokken (meestal enkel van de onderste verdieping). Eens dit is gebeurd kan volgens het Griekse recht de eigenaar niet meer tot afbraak verplicht worden zelfs al zou achteraf blijken dat de bouwvergunning ten onrechte werd afgeleverd. Eens het skelet er staat neemt men rustig de tijd om de rest van het gebouw af te werken.

Een ander fenomeen is dat je dikwijls een afgewerkte onderste verdieping van een huis ziet waar bovenop 50 cm lange betonijzers uitsteken. De uitleg is eenvoudig. Men bouwt de onderste verdieping met de fondsen die men ter beschikking heeft. Meestal ontbreekt het geld om de eerste verdieping te bouwen en wacht men, soms jarenlang, tot wanneer er weer voldoende zaad in het bakje is om verder te doen.

Toiletten

In heel wat toiletten op Kreta tref je een zelfklever boven de spoelbak aan die je vraagt om geen toiletpapier in het toilet te gooien en door te spoelen. Nog heel wat toiletten hebben een smalle afvoerpijp waardoor het niet denkbeeldig is dat het papier een verstopping zou veroorzaken. In alle toiletten treft men een afvalemmer aan. In het beste geval is het er een in kunststof en met een deksel op. In veel gevallen is het een primitieve emmer zonder deksel maar steeds voorzien van een plastiek afvalzak. Dat het in sommige weinig verluchte toiletten onfris ruikt zal wel niemand verwonderen. Wel moet er eerlijkheidshalve aan toegevoegd worden dat er heel wat beterschap merkbaar is. Net zoals in Turkije, waar de toestand van de openbare toiletten soms erbarmelijk is, zie je op plaatsen waar veel toeristen langskomen nieuwe hygiënische toiletten verrijzen. In Turkije is het zo dat veel toeroperators hun halteplaatsen uitkiezen aan de hand van het al dan niet aanwezig zijn van een net toilet. Ook op Kreta is deze tendens waarneembaar.Maar dit alles mag zeker geen reden zijn om Kreta niet te bezoeken.

Vrijdag 7 mei 2004 – 6de dag

06.00 u: opstaan.

06.50 u: ontbijten. Gezien het vroege uur is nog niet alles van het ontbijtbuffet aanwezig maar er is voldoende voorhanden.

08.20 u: op het afgesproken uur komt de bus ons ophalen aan het hotel. We nemen de richting van Chania maar voorbij Georgiupoli slaan we af naar Vamos alwaar we een bezoek brengen aan een deel van het oude dorp en een klein volkskundig museum. De bus die ons tot hier brengt is een dubbeldekker van Neckerman. We hadden ons als afgevraagd of je met dit buitenmaats voertuig wel veilig over de smalle wegen kan. Bij het binnenrijden raakt de bus, die stapvoets rijdt, de betonnen onderkant van een vooruitstekend balkon. Twee ruiten van de bovenverdieping sneuvelen en een passagier loopt door de glasscherven een kleine snijwonde op. Het is nu wachten op een nieuwe bus want met deze kan er niet verder worden gereden. Het probleem is dat het net vrijdag is en er zeer veel transfers naar de luchthavens moeten gebeuren. We moeten dus een uurtje langer wachten dan voorzien. Ondertussen lopen we een winkeltje binnen waar een vrouw aan het kantklossen is en de vruchten van haar arbeid verkoopt. In een bakkerij kopen we enkele pas uit de oven gekomen stokbroodjes. Wanneer we even later iemand naar deze bakkerij verwijzen die graag ook zo’n broodjes zou willen kopen blijken die allemaal verdwenen te zijn en wijst de bakkerin gelijkaardige broodjes aan die reeds verpakt zijn. Al gauw heb ik door dat ze de verse broodjes had laten verdwijnen om de iets minder verse toch nog aan de man te kunnen brengen. Op het terras van een kafenion geraken er sommige van ons aan het converseren met een 66-jarige Kretenzer. De man kent niet anders dan zijn taal en wij kennen de zijne niet, dus is het vooral behelpen met gebarentaal. Wonderwel lukt dit nog ook. Wanneer de vervangbus is aangekomen vertrekken we in de richting van Chania. Onze vrouwelijke gids, van Nederlandse afkomst, die reeds 12 jaar op Kreta woont en gehuwd is met een Griek, is beter op de hoogte dan die van gisteren. Wel is het spijtig dat ze haar kennis op een dergelijke monotone wijze brengt dat het op den duur lastig wordt om naar haar te luisteren. Van een ferme “zaag” gesproken. In Chania brengen we een kort bezoek aan de Venetiaanse haven. Deze is groter dan die van Rethymnon en hier mogen er geen bootjes aangemeerd liggen. Een van de straatjes in de buurt van de haven is bevolkt met winkeltjes die uitsluitend lederwaren verkopen. Chania heeft tevens een overdekte markt waar we even door lopen. Het is behoorlijk warm op dit ogenblik van de dag (namiddag) en de wind brengt nauwelijks afkoeling. Om te genieten van de prachtige omgeving van het haventje met zijn vuurtoren, strijken we neer op een van de terrasjes om er iets te drinken. De lucht is diepblauw. Voor we de bus opzoeken maken we een kleine wandeling langsheen de kaaimuren waar paardenkoetsen op toeristen wachten. Na Chania is de volgende stop het grafmonument van Eleftherios Venizelos, op het schiereiland Acrotiri, van waaruit men een prachtig uitzicht heeft op de zee en de omgeving van Chania. Deze Kretenzische politicus bracht Kreta bij Griekenland en was jarenlang Eerste Minister van Griekenland. De laatste stop van de dag is het rustige kustplaatsje Georgioupoli. Van hieruit heeft men een goed zicht op de nabij gelegen “Witte Bergen” (Katsiveli – 2453 meter – 2de hoogste berg van Kreta) die hun naam niet danken aan de sneeuw waarmee ze ’s winters bedekt zijn maar door het kalkgesteente waaruit ze bestaan.

19.00 u: aankomst aan het hotel.

Na het avondeten bellen we even naar Marijke. Boldo schijnt 4 dagen vermist geweest te zijn maar is nu terug na een telefoontje van iemand uit de buurt.

Zaterdag 8 mei 2004 – 7de dag

Afgelopen nacht was er wat lawaai in de gangen van het hotel. Blijkbaar moest iemand midden in de nacht zijn of haar leven vertellen.

07.00 u: wakker maar sta pas op om 7.30 u. Ik maak een kleine wandeling.

08.00 u: ontbijt.

Nu is reeds te voorzien dat het een warme dag zal worden. We maken nog maar eens een wandeling in de kleine straatjes van de oude stad. Dit verveelt nooit door de afwisseling. We lopen tot aan het begin van de strandpromenade maar de koffie van deze ochtend noopt ons even het hotel aan te doen. Nergens zagen we hier een openbaar toilet, ook niet op de rest van het eiland. Vervolgens zetten we onze wandeling verder en kopen een lederen riem voor Marijke naast enkele andere boodschappen (fruit en enkele flessen water).

11.00 u: installeren ons aan de rand van het zwembad van het hotel. Hier is het rustig in tegenstelling met de voorkant. Vooral de cafeetjes naast het hotel worden tijdens de weekends bevolkt door de jeugd van Rethymnon. De stoerdoende knapen doen niets liever dan met hun auto met gierende banden te vertrekken. Maar hier aan het zwembad dringt het geluid van de voorkant niet door en kan men rustig naar de azuurblauwe lucht liggen staren op een ligzetel. Een briesje laat zachtjes de takken van de palmbomen wiegen. Af en toe neem ik een duik in het zwembad. En voor de rest: “dolce farniënte”. Rond 13 u gaan we naar de kamer en eten er iets op het terras dat we meebrachten van de wandeling. De rest van de namiddag brengen door op het terras van de kamer en aan het zwembad.

17. 00 u: de bus komt ons ophalen om ons naar het dorpje Axos, aan de voet van de Kreta’s hoogste berg de Psiloritis, te brengen voor het bijwonen van een Kretenzische avond. Het dorpje ligt op een hoogte van 550 meter en de weg die er naartoe loopt is zeer bochtrijk. Het landschap is indrukwekkend. We vragen ons af hoe de buschauffeur het er zal van afbrengen wanneer het straks pikdonker zal zijn bij de terugkeer. Ondertussen geeft de gids ons enkele cijfers: Iraklion (hoofdstad van Kreta) 160.000 inwoners, Chania 80.000 inw., Rethymnon 30.000 inw. en Agios Nicolaos 10.000 inw.

18.45 u: aankomst in Axos. We stappen uit 300 meter voor de tarverne waar we moeten zijn. De bedoeling is ongetwijfeld dat we kennismaken met het dorp en om ons aan te zetten iets te kopen in de plaatselijke winkeltjes. Bij de ingang van de taverne wordt iedereen een glaasje raki aangeboden. Dit is een plaatselijk gebruik. De tarverne heeft ook een ruime winkel waar streekproducten worden verkocht zoals honing, olijfolie, enz. Er wordt weinig verkocht. De plaatselijke bevolking moet zich toch eens afvragen hoe wij, met de beste bedoeling, bvb een blik van een liter olijfolie meekrijgen met het vliegtuig. Aan de ingang wordt tevens een foto genomen tussen een in klederdracht uitgedoste jongen en meisje. Bij het vertrek zijn de foto’s te koop aan de uitgang (€ 5). In de kostprijs is de maaltijd begrepen. Ze is niet zo rijkelijk als in het hotel maar ruim voldoende (voorgerecht: een bladerdeeg gebakje gevuld met kaas, daarna een salade met Griekse yoghurt, hoofdgerecht: varkenssaté – het varkensvlees smaakt veel beter dan bij ons waarschijnlijk door de natuurlijke kweekwijze - alles met witte of rode landwijn naar believen of water. De dansgroep bestaat uit 3 jongens en 3 meisje die de traditionele dansen brengen. De muziek doet aan de Turkse muziek denken (alhoewel men dit hier niet graag hoort) maar is wel een stuk uitbundiger. De leider van de groep is een uitstekend danser en heeft een dansschool. Wat later op de avond wordt het publiek aangezet mee te dansen. Op het einde van de avond gaat het meer de populaire toer op met enkele sirtakidansen. De leider van de groep haalt nog een stunt uit door op een drinkglas te gaan staan, op een been, dat op zijn beurt op een fles en een tafel staat. Een evocatie van een (dronken) Zorba de Griek besluit de avond. Een woord hebben we bijgeleerd: “yamas”, wat wil zeggen: “gezondheid”. Om 22.30 u worden de eerder op de avond genomen foto’s verkocht en wordt de terugreis aangevat. De chauffeur heeft (gelukkig) duidelijk niet van de raki geproefd want zonder moeite loodst hij de bus door de moeilijkste bochten in het pikdonker. We komen aan in het hotel omstreeks middernacht. Beneden ons is het een drukte van jewelste in en op de terrasjes van de studentencafés.

Zondag 9 mei 2004 – 8ste dag

06.00 u: word wakker maar bemerk dat dit stadsdeel zonder stroom zit. Ik blijf nog wat liggen tot 7.30 u.

08.15 u: ontbijten. De stroompanne blijkt opgelost te zijn. Tijdens het ontbijt valt de stroom nog enkele seconden uit.

Na het ontbijt maken we een kleine wandeling en brengen de rest van de ochtend door aan het zwembad.

11.45 u: gaan naar het haventje en betalen er een boottocht naar Panormo (2 x € 17). Vooraleer we vertrekken hebben we nog de tijd om een sandwich te verorberen zittend op een bank aan het havengebouwtje.

13.00 u: vertrekt de boot richting Panormo. Alle plaatsen in de boot zijn ingenomen onder andere door een groep gehandicapten. De boot haalt een behoorlijk hoge snelheid. Even voor Panormo varen we twee grotten binnen en varen vervolgens onder een “falaise” (een natuurlijke brug in rotssteen) door. Om 14.00 u stipt komen we in Panormo aan. Hier hebben we een uur de tijd om iets te drinken of te eten. Ik bestel een rijkelijk met honing overgoten baklava. Met een tiental minuten vertraging vertrekken we terug naar Rethymnon (de gehandicapten waren even te laat). Het weer is prachtig en er hangt een heel lichte nevel die voor een broeikaseffect zorgt. Het is zelfs mogelijk om op het achterdek te blijven zitten ondanks de wind.

Terug om 17.00 u. Eens terug in het hotel brengen we de rest van de namiddag door aan het zwembad.

19.00 u avondeten. Nadien bekijken we datgene dat we tot nu toe gefilmd hebben.

21.15 u: lichten uit.

Maandag 10 mei – 9de dag

07.00 u: opstaan

08.00 u: ontbijt

09.00 u: om de hoek van het hotel is er een autoverhuurbedrijfje. Gisteren hebben we daar reeds een auto gereserveerd. We betalen € 61 voor twee dagen (eveneens een Fiat ceicento). Dit is merkelijk goedkoper dan de prijzen van het verhuurbedrijf dat door het reisagentschap wordt aangeprezen. ’s Nachts kan ik de wagen gratis parkeren op het terrein van de haven, waar de ferryboot aanlegt. Wel wordt dit terrein afgesloten van zodra de boot vertrekt en gaat pas open de volgende ochtend wanneer de boot aankomt. We doen een rondrit doorheen het achterland van Rethymnon (toeristische gids Merian p. 161 e.v.). Even buiten de stad keren we op onze stappen terug om een apotheek te zoeken om er zalf te kopen voor Lea die spierpijn heeft in haar nek. Waarschijnlijk heeft ze gisteren een kou opgelopen tijdens de boottocht. Na een tweetal keer vragen vinden we een apotheek en we kopen er een tube pijnstillende zalf(Voltaren).

Voor de tweede keer vangen we onze rondrit aan. We rijden eerst in de richting van Chania en slaan dan af naar Atsipopoulos. Rijden vervolgens via Prines, het dal van Gonia en Kato Valsamonero met zijn kleine Agios Janniskerk. De sleutel van de kerk zou op 2 minuten gaans af te halen zijn maar we vinden de deur open. Vervolgens gaat het via Kaloniktis, Roustica, Agios Konstantinos, Agios Georgios, Zouridi, Argiroupoli, Kato Poros, Asigonia. Hier zijn, op een schaduwrijk plekje met watervalletjes, een viertal tavernen gevestigd. We eten er gegrilde kip met friet. Het terugkeren doen we via Kalikrates, Argiroupoli en Episkopi. De tocht loopt via stille dorpjes met kleine kerkjes en hier en daar een klein klooster. Af en toe moeten we de weg vragen wat zonder veel problemen verloopt. In Asigonia zien we een bord staan naar Kalikrates (12 km). Even verderop staat een man op zijn balkon en wijst de weg naar dit dorpje zonder dat we hem iets gevraagd hebben. Een beetje wantrouwig volgen we toch de aangeduide weg. Al vlug blijkt dat deze weg naar een bergtop gaat via talrijke haarspeldbochten. De weg is in goede staat maar wordt blijkbaar weinig bereden en is bezaaid met stukken steen die van de bergwanden zijn afgevallen. Het is uitkijken geblazen om de onderkant van de auto niet te beschadigen. Wanneer we ongeveer 2 km van de top zijn vind ik het welletjes en keren we terug op onze stappen van zodra we een geschikte plaats vinden waar we de wagen kunnen draaien. Onderweg laten we een geitenhoeder met zijn kudde passeren. In Episkopi volgen we de “old road” naar Rethymnon. Onderweg kopen we nog enkele flessen water. Omstreeks 16.30 u parkeer ik de wagen op het haventerrein. Lea moet even gaan liggen door de pijn in de nek. Tot nu toe heeft de zalf nog maar weinig geholpen. Het schokken van de wagen zal er ook geen goed aan gedaan hebben. Ondertussen ga ik nog een partijtje zwemmen.

Na het avondeten, dat uitzonderlijk volledig in buffetvorm is, is er een Kretenzische avond in het hotel zelf. Om 20 u begint een duo muzikanten te spelen, de ene op een synthesizer en de andere op een soort van luit en een mandoline (de juiste namen zijn: lyra en bouzoukia). Twee jongens en twee meisjes geven eerst een demonstratie van Kretenzische dansen en daarna van Griekse dansen, telkens in de gepaste traditionele kledij. De Kretenzische klederdracht bestaat uit een rijbroek (meestal kakikleurig) lederen laarzen en het typisch zwart hoofddeksel, in breiwerk, met franjes aan. Zoals de vorige keer zetten de dansers ook het publiek aan tot meedansen. Wegens de pijnlijke nek van Lea moeten we omstreeks 21.30 u afhaken.

Dinsdag 11 mei 2004 – 10de dag

06.30 u: opstaan.

07.20 u: ontbijt.

08.15 u: vertrekken met de huurauto. Lea’s spierpijn is reeds veel verbeterd. Via de “snelweg” rijden we van Rethymnon richting Chania. We nemen de eerste afslag naar links na de afslag naar Georgioupoli en rijden via Vresses en de Kare Canyon doorheen een mooi en afwisselend landschap naar Chora Sfakion (Hora Sfakion). Enkele kilometer voor dit kustplaatsje is er een taverne van waaraf men een panoramisch zicht heeft op een deel van de Imbroskloof. Ook een aantal bussen met toeristen stoppen daar, waaronder een bus met Fransen. Op dit uur van de dag wordt er weinig of niet geconsumeerd. Een van de Fransen stelt zich op een stoel van het terras van de taverne om een foto te nemen. De Kretenzische uitbater schiet plots in een “Franse koleire” tegen de toerist - fotograaf omdat die met zijn schoenen de stoel bevuilt. De ware reden zal wel zijn dat een buslading vol toeristen zijn terras overspoelden, niets verbruikten en bovendien nog de stoelen bevuilden. Met veel verontschuldigingen druipen de Fransen af.

Enkele minuten later komen we aan in Chora Sfakion. Dit plaatsje is vooral bekend bij de Samariakloofwandelaars. De bekendste kloof van Kreta ligt meer westelijk, begint aan het dorpje Samaria en eindigt aan het kustplaatsje Agia Roumeli. De afstand bedraagt 18 km waarvan het laatste uur onder een blakende zon. Dit is iets voor geoefende wandelaars. Men kan echter enkel de bewoonde wereld terug bereiken door in Agia Roumeli de boot te nemen naar Chora Sfakion. Zij die het wat voorzichtiger aan willen doen kunnen in Chora Sfakion in omgekeerde richting de boot nemen tot Agia Roumeli en daar dan in tegengestelde zin de laatste 5 km van de Samariakloof doen tot aan de zogenaamde IJzeren Poort. In feite worden dit ook 10 km heen en terug. We bekijken de uren van de boot. Die vertrekt om 10.30 u, 13 u, 16.45 u en 18 u (enkele richting). We zouden nog net meekunnen en ik zou dan eventueel Lea in Agia Roumeli kunnen achterlaten om de korte kloofwandeling te toen. Ik reken even uit dat we ten vroegste hier in Chora Sfakin kunnen terug zijn omstreeks 16.30 u. We beslissen echter deze wandeling voor een volgende reis naar Kreta voor te behouden. Daarentegen strijken we neer op een terrasje van waar we de boot kunnen zien vertrekken. We kopen er tevens enkele belegde sandwichen en even voor elf uur vertrekken we. Nog in het kustplaatsje zien we een wegwijzer naar het 12 km verder gelegen Anopolis. Tientallen haarspeldbochten van de kronkelige weg brengen ons steeds maar hogerop waarbij het uitzicht mooier en mooier wordt. Ook hier is het uitkijken voor de brokstukken die op de weg liggen. Uiteindelijk bereiken we de top en het plaatsje Anopolis dat slechts enkele huizen telt. Hier rijden we een wagen, van het pick-uptype, voorbij waarvan de bestuurder via een luidspreker zijn waren aanprijst. Het is een soort rijdende winkel van potten en pannen. “Als Mozes niet naar de berg komt, laat dan de berg naar Mozes komen” denkt men hier blijkbaar.

Eens op de top keren we terug naar beneden via dezelfde weg en ongeveer halfweg verorberen we onze sandwiches. Van hieruit heeft men een prachtig zicht op de kust en Chora Sfakion.

Eens beneden volgen we de wegwijzer naar Francokastello. De weg daarheen volgt ongeveer de kustlijn. Het plaatsje telt slechts enkele hotels en wordt overheerst door de Venetiaanse kasteelruïne. We lopen even tot op het kleine strand. Het is er zeer rustig. Vervolgens zetten we onze weg verder richting Plakias, waar we reeds eerder langskwamen. We stoppen er niet en volgen de weg naar het klooster van Preveli. Aan een taverne, met in de buurt een oude stenen boogbrug, stoppen we om een terrasje te doen. De weg vervolgen we naar Lambini en willen van hier naar Karines. Ik rij het eerstgenoemde plaatsje binnen zonder oog te hebben voor een op een betonnen muur geschilderde aanwijzing om links af te slaan naar Karines. Ik kom in de zeer smalle straatjes van Lambini terecht, amper breed genoeg om er met de wagen door te kunnen (en we rijden slechts met een kleine Fiat Ceicento). Op een bepaald moment wordt de straat zo nauw dat ik er waarschijnlijk niet door kan temeer wegens de uitstekende treden van een stenen toegangstrap van een huis. Op de trap staat een bejaarde vrouw die met veel armgezwaai mij vriendelijk probeert duidelijk te maken dat ik om naar Karines te rijden terug moet keren tot buiten het dorp en daar een andere weg nemen. Ik begrijp dat we hier niet meer verder kunnen. Ik moet het straatje achterwaarts uitrijden vooraleer ik de wagen kan keren. Net buiten het dorp vind ik de aanduiding en sla links af naar Karines. Het landschap waar we doorheen rijden is betoverend mooi en doen ons denken aan de Alpen, zij het dan met een totaal andere begroeiïng. Vooral de duizenden olijfbomen, waarvan de vruchten in het voorjaar geoogst worden doormiddel van grote netten die onder de bomen gelegd worden, domineren de vegetatie. We rijden nog even tot Patsos en dan is het stilaan tijd om terug te keren naar ons hotel. Even buiten Rethymnon tanken we € 7 (deze morgen hebben we reeds € 10 getankt – wij hebben vergeten de benzineprijzen te noteren om eens te kunnen vergelijken met onze prijzen maar ik meen dat die ongeveer dezelfde zijn met uitzondering van de diesel die er goedkoper is). Eens aan het hotel parkeer ik zoals afgesproken de wagen op het haventerrein en breng de sleutel terug naar de winkel. Deze is op dit moment van de dag gesloten (namiddagpauze) zodat ik enkele uren later moet terugkeren.

Aan de receptie liggen er mappen van reisorganisaties en in die van Thomas Cook vind ik het bericht dat onze terugvlucht vertrekt zoals voorzien om 12.10 in Iraklion. We zullen om 07.55 u afgehaald worden aan het hotel, een treffelijk uur dus. Morgen zullen we het rustig houden en in de namiddag een deel van onze valiezen klaarmaken.

De rest van de avond verloopt zoals gewoonlijk.

21.00 u: taptoe (lichten uit)

Woensdag 12 mei 2004 – 11de dag

07.00 u: opstaan.

Mijn favoriete bezigheid op reis is vroeg in de ochtend een kleine wandeling maken in de omgeving van het hotel. Ook deze keer is dit niet anders. Ik dwaal door de nog verlaten straatjes van Rethymnon en geniet van het ontwaken van de stad. Een elektronisch bord boven de laaddeur van de ferryboot geeft een temperatuur aan van 19 graden (het is nu 7.15 u – om 9.00 u zal dit 24 graden zijn).

09.00 u: gezamenlijk maken we een wandeling door de smalle straatjes en kopen nog wat voor Marijke. We nemen tevens wat mee om deze middag te eten. De rest van de voormiddag brengen we door aan het zwembad. Plots vraagt een Duitstalige dame of ik een klein vogeltje, dat in het zwembad dreigt te verdrinken, kan helpen. Ik ben de enige in zwempak. Ik ga het water in en red het kleine ding van een gewisse verdrinkingsdood. Ik zet het neer op de rand van het zwembad waarna het onder een bloembak kruipt om er zijn pluimen te laten drogen. Een tiental minuten later probeert het vogeltje de overkant van het zwembad te bereiken, waar blijkbaar het nest is in een palmboom maar komt kracht te kort en valt terug het water in. Voor een tweede keer haal ik het kleine ding uit het water en zet het nu neer onder de palmboom. Onmiddellijk wordt het geholpen door de moeder die het enkele vette wormen toesteekt. Rond 13 u gaan we naar de kamer en eten op het terras onze “picknick” op. Daarna komt het minder plezante: het maken van de valiezen. Vooral de gedachte dat het einde in zicht komt voelt niet zo goed aan. Zonder al te veel moeite krijgen we alles in de twee valiezen en de handbagage. De rest van de namiddag brengen we door aan het zwembad en we maken er nog een kort gesprek met een Finse dame en haar 13-jarige dochter. Zij vertelde ons dat de temperatuur vorige week in Finland slechts 3 graden bedroeg en de week daarvoor was het ca 20 graden. In de lente schijnt de temperatuur daar sterk af te wisselen. Op het einde van de namiddag ga ik de in de loop van de week verbruikte dranken afrekenen aan de receptie. Ik breng tevens de kluissleutel terug waarna ik de € 5 waarborg terugkrijg.

Dit is waarschijnlijk een geschikt moment om eens na te denken over het voorbije verblijf op Kreta. Gedurende gans ons verblijf was het mooi en aangenaam weer (niet te warm noch te koud). Eén namiddag was het vrij winderig maar de wind voelde warm aan. Op een avond vielen de enige regendruppels die we op de 12 dagen zagen en nog niet genoeg waren om de straten nat te leggen. De voormiddagen zijn meestal warmer dan de rest van de dag. Tegen de middag steekt een (warme) wind op die maakt dat de temperatuur over gans de dag min of meer gelijk blijft. Voor zover we er zicht op hadden zakte de temperatuur nooit onder de 18 graden, ook ’s nachts niet.

Kreta vergelijken met bvb Turkije is net zoals appels vergelijke met peren. Kreta (en waarschijnlijk ook de rest van Griekenland) heeft een uitgesproken Europese sfeer, Turkije daarentegen doet oosters aan. Grieken en Turken, die geen beste vrienden van elkaar zijn, hebben meer gemeen dan dat ze het zelf goed beseffen en willen bekennen. De Griekse en de Turkse keukens gelijken sterk op elkaar en kunnen gerust wedijveren. De Kretenzische traditionele muziek kan niet verhullen dat het eiland lange tijd bezet werd door de Turken en hiervan de invloed heeft ondergaan. Ze is echter een stuk uitbundiger en vrolijker dan de Turkse muziek. Het afdingen op prijzen wordt hier veel minder gedaan dan in Turkije, zeker in de plaatsen waar veel toeristen komen. Kreta is dubbel zo duur als zijn Turkse buur.

We zijn er ons van bewust dat we slechts een klein deel van Kreta hebben gezien en dat we er vroeg of laat nog eens moeten terugkeren. Het eiland leren kennen doe je best doormiddel van een huurwagen. Uitstappen met reisorganisaties zijn goed voor een eerste kennismaking maar al vlug is men beter af alleen met een gehuurde auto. Het komt zelfs een stuk goedkoper uit. Op die manier is ook het contact met de bevolking intenser.

Die avond betaal ik de drank bij het avondeten onmiddellijk daar ik de rest reeds afgerekend heb. Om 20 u zijn we terug op de kamer, steken nog de laatste spullen in de valiezen en gaan dan om 21 u slapen.

donderdag 13 mei 2004 – 12de dag

05.30 u: opstaan

07.00 u: ontbijten

07.55 u: stipt op tijd worden we aan het hotel opgehaald door de bus. Wij zijn de eerste die opgehaald worden en samen met ons vertrekt ook het viertal uit Boom. Via een aantal andere hotels en de snelweg rijden we naar de luchthaven van Iraklion. Het valt ons op dat er nog meer bloemen in bloei staan dan toen wij hier aankwamen.

10.00 u: aankomst op de luchthaven van Iraklion. Het is er zeer druk maar het inchecken verloopt er vrij vlot ondanks de grote stroom “terugkeerders”. Veel tijd om ons daar te vervelen hebben we niet, amper hebben we de tijd om even naar het toilet te gaan en een kop koffie te drinken.

11.30 u: we stappen in het vliegtuig, een airbus 320 van Thomas Cook. Het vliegtuig is hier pas een half uur geleden (om 11.00 u) geland na een reis vanuit Brussel. Men heeft amper de tijd om de bagage uit en in te laden en bij te tanken.

12.40 u: iets later dan voorzien stijgen we op. Het is 20 graden.

14.45 u (lokale tijd): landen we op Brussel Nationale Luchthaven. We stappen uit via de nieuwe terminal, maar deze keer gans op het einde, wat wil zeggen dat we een heel eind moeten stappen tot aan de bagageterminal. Dit heeft het voordeel dat de bagage er bijna even vlug is als wij en we niet lang moeten wachten. Na onze bagage te hebben opgehaald stappen we naar de dienst verloren voorwerpen van BIAC (aankomsthall). Bij navraag blijkt de verloren jas van Lea terecht en kunnen we die zonder veel problemen meenemen.

Op de onderste verdieping van de luchthaven is het treinstation gevestigd. We kopen een ticket en stappen om 15.50 u de trein in. Eens de trein in gang is bel ik via de gsm naar Marijke om onze aankomsttijd mede te delen in het St. Pietersstation zodat ze ons daar kan komen ophalen.

16.45 u: aankomst te Gent St.-Pieters.

Einde van een Kretenzische droom…

En om er nog eens verder over te dromen:

http://crete.dreamofgreece.com
(geluid aanzetten)

Kriti efcharisto!

(Kreta dankuwel !)



[1] De schrijfwijze van de namen van steden, dorpen en straatnamen kan nogal verschillen. De vertaling vanuit het Grieks gebeurd nogal willekeurig en meestal fonetisch. Iraklion wordt soms Hiraklion, Rethymnon wordt soms Rethymno of Rethimno, Chania wordt soms Xania of Hania.

03-05-2004 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (2)
02-05-2004
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KRETA 2004 deel 2
Klik op de afbeelding om de link te volgen






Rethymnon

02-05-2004 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
30-08-2003
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OOSTENRIJK GROSSARL 2003 deel 1

GROSSARL – OOSTENRIJK

30.8.2003 – 16.9.2003

Zaterdag 30 augustus 2003

05.00 u: opstaan.

06.15 u: vertrek, het is licht bewolkt en de temperatuur is 16 graden.

Kilometerstand 61.326

06.57 u – 66 km: rijden door Kennedytunnel te Antwerpen.

07.23 u – 115 km: rijden voorbij de afrit Geel, het is 13 graden en er hangt een lichte nevel.

07.30 u – 126 km: sanitaire stop aan baanrestaurant te Tessenderlo.

07.49 u – 137 km: zijn ter hoogte van de verkeerswisselaar E 313 – E 314.

08.06 u – 143 km: passeren de grens met Nederland. Het is 14 graden.

08.22 u – 202 km: passeren de grens met Duitsland.

08.59 u – 259 km: stoppen aan baanrestaurant te Frechen en verbruiken er samen 2 x koffie en 3 koffiekoeken (€ 8.05 u).

09.40 u – 275 km: passeren de brug over de Rijn te Keulen.

11.10 u – 429 km: sanitaire stop (geen restaurant).

11.24 u – 450 km: rijden de luchthaven van Frankfurt am Main voorbij. Het is 16 graden

11.38 u – 473 km: stoppen aan baanrestaurant te Weiskirchen tot 12.20 u.

13.08 u – 548 km: krijgen korte tijd te maken met een file tussen Werfheim en Helmstad

14.41 u – 568 km: stoppen aan het baanrestaurant Wurzburg-Süd en tanken daar 37,34 liter diesel voor € 34,13 (aan € 0,914/liter). We eten er een Chicken Bread Menu (King Burger – zoiets als een MCDonald) voor 2 x € 4,50. Vooraf maken we gebruik van het toilet. Tegenwoordig zijn de meeste baanrestaurants, in Duitsland, vooral in het zuiden, uitgerust met zelfreinigende Wc’s, uitgebaat door een firma. Het gebruik kost wel een halve euro maar dit bedrag krijg je terug als je in het restaurant iets eet of drinkt. Nadat men een halve euro in de automaat heeft gestoken kan men binnen via een draaihekje en krijg je een ticket dat je dan kan inleveren aan de kassa van het restaurant. De wc-bril wordt automatisch gereinigd, bij het reinigen draait de bril rond.

Tussen Keulen en Wurzburg kregen we bijna bestendig af te rekenen met lichte regenval. Wanneer we in de omgeving van Wurzburg aankomen begint echter de zon te schijnen. Na het middagmaal rijden we even nog op de snelweg en nemen de volgende afrit: Rottendorf, afrit nr. 72. Zonder veel moeite vinden we in het industriepark van Wurzburg het Etaphotel terug waar we vorig jaar ook overnacht hebben. Van vorig jaar weten we tevens dat enkele honderden meters verder zich een restaurant bevindt met de naam La Strada. Daar zullen we deze avond gaan eten. Het is nog te vroeg om binnen te kunnen in het hotel (de receptie opent pas om 17 u) en we rijden door naar het centrum van Wurzburg. Op een groot plein dat als parking is ingericht en gelegen is voor een reusachtig gebouw, de zogenaamde “Residenz”, parkeren we onze wagen (later betalen we € 2,50). We bekijken het gebouw even aan de buitenkant, lopen even door de prachtig aangelegde tuinen en stappen binnen in de prachtige barokkapel van de “Residenz”. We lopen door tot aan de dom die we vereren met een kort bezoek. Om 16.25 u halen we onze wagen op en proberen de weg te vinden naar het hotel. We komen echter op een ander weg uit die eveneens naar de snelweg A 3 loopt. Ter hoogte van de oprit vragen we de weg en blijkt dat we aan afrit nr. 71 staan. We moeten dus even de snelweg op en de volgende afrit nemen. Om 17.01 u komen we aan bij het Etaphotel. We betalen € 41 + 2 x € 4,90 = € 50, 80 en krijgen kamer 201 ter onzer beschikking.

In totaal hebben we die dag 616 km afgelegd.

Die avond, om 18.45 u, gaan we eten in La Strada en gebruiken er 2 x Calamari Fritti (gebakken inktvis) met een slabord, een halve liter spuitwater en een glas rode wijn. Dit kost ons € 25. Daar het Visatoestel defect is betalen we cash. De kelner vertelt ons dat ze daar in 3 maanden nog geen druppel regen gehad hebben (maar dan zeker met uitzondering van de dag dat we er waren) en dat het er zeer warm was (waar niet in Europa deze zomer!!!).

19.30 u: we zijn terug in het Etaphotel. Daar het een lange dag en vermoeiende dag was gaan we reeds om 20.45 u slapen.

Zondag 31 augustus 2003

Ik word wakker om 05.00 u maar blijf nog wat liggen tot 06.20 u.

06.20 u: opstaan, het is licht bewolkt maar droog.

06.30 u: kunnen reeds ontbijten, wat we dan ook doen.

07.45 u: we vertrekken voor het tweede deel van de reis. Gisterenavond hebben we slechts het hoogstnodige uit de wagen gehaald en er over gewaakt dat er zichtbaar in de wagen geen spullen achter bleven (dit om potentiële inbrekers niet op gedachten te brengen). Het beetje bagage dat we meenamen naar de kamer is dus vlug in de auto gestopt. De kilometerteller wijst 61.945 km aan en het is 15 graden. Ondanks het vroege uur en dat het zondag is zijn er reeds veel wagens op weg, vooral veel die komen uit de richting Munchen en dus terugkeren uit vakantie.

08.43 u – 107 km: gaan over van de A 3 naar de A 9 snelweg. Het is bewolkt.

Na 150 km krijgen we te maken met soms felle regen waardoor we wat trager moeten rijden.

09.45 u – 220 km: stilstand Holledaum raststatte tot 10.13 u, houden er een sanitaire stop en ik drink er een koffie. Het regent bijna onafgebroken.

10.52 u – 248 km: krijgen te maken met een file door versmalling van de rijbaan wegens werken.

11.11 u – 276 km: rijden op de ring van Munchen.

12.07 u – 340 km: stilstand raststatte Rozenheim. Op die plaats is er juist wat file door een ongeval wat verderop. Daar kopen we twee autosnelwegvignetten voor Oostenrijk die 2 x 10 dagen geldig zijn en samen € 15,50 kosten. We eten er een kleinigheid (€ 11.20). We vertrekken terug om 12.45 u. Bij het verlaten van de parking is de file net opgelost en het ongeval opgeruimd.

13.30 u – 410 km: passeren de grens met Oostenrijk. Het is nog steeds aan het regenen. We hebben de indruk dat de streek tussen Munchen en Salzburg een groot regenvat is want vorig jaar hadden we ook hier bij de heenreis met regen te maken.

14.00 u – 449 km: verlaten de snelweg te Bischofshofen.

14.08 u – 462 km: rijden door Sankt-Johan in Pongau. We zien dat de toppen van de bergen bedekt zijn met verse sneeuw. De Oostenrijkse radio, die ook verkeersproblemen doorgeeft, meldt dat het op de Grosglockner verplicht is van sneeuwkettingen te gebruiken. Wanneer we het Grossarldal binnenrijden zien we dat de anders zo rustige beek vrij wild is.

14.29 u – 478 km: aankomst aan het hotel Schutzenhof. We parkeren de wagen in de ondergrondse garage en gaan naar de eerste verdieping alwaar zich de receptie bevindt. We treffen er Burgl, de bazin, aan die ons verwelkomt. We krijgen kamer 16 toegewezen en zoals we gevraagd hadden, met uitzicht op het dal. Burgl zegt dat het ook hier afgelopen zomer veel te warm was zodat het bijna niet te doen was om de bergen op te wandelen. En men smeekte hier om wat regen want zonder regen geen groen. Maar dit laatste viel best mee daar de weiden er sappig groen bijliggen. Eerst brengen we onze bagage naar de kamer en schikken we alles op zijn plaats. De kamer is kleiner van oppervlakte dan die welke we vorig jaar hadden maar is veel gezelliger en heeft een grandioos uitzicht op het dorp en het dal. Aan de overzijde ligt het Elmaudal, doodlopend zijdal. Op dit uitzicht kan je uren kijken zonder je te vervelen. Steeds merk je nieuwe dingen op.

Daarna gaan we koffie drinken in de gelagzaal en ontmoeten er een koppel Duitser die hier vorig jaar ook waren en met wie ik een lang gesprek voerde tijdens de gezamenlijke wandeling met de gasten van het hotel. Zij zijn hier gisteren aangekomen. Na de noodzakelijke verfrissing gaan we omstreeks 18 u eten:

Frittatensoep (bouillon met fijn gesneden pannenkoeken)
Saladbar
Gegrild vlees met “ofenkartoffel” (aardappel in de pel)
Ijs met bosbessen

19.00 u: we zijn terug op de kamer en genieten nog wat van het uitzicht

21.00 u: we gaan slapen.

Maandag 1 september 2003

05.00 u: ik wordt wakker maar blijf nog wat liggen.

06.30 u: ik sta op en na de douche maak ik een kleine wandeling in de omgeving van het hotel.

08.00 u: Ontbijt. Alles bleef nagenoeg zoals vorig jaar. ’s Morgens kan men kiezen uit een van de twee menu’s voor het avondeten. Vorig jaar noteerde Burgl nog de keuze, nu steekt er een blad in de menukaart waarop men het gewenste gerecht kan aankruisen. Ik vul de logementfiche in (ik denk dat dit opgelegd is door de autoriteiten net zoals bij ons maar dat het hotel ook zo zijn gastenbestand bijhoudt.) De maandagmorgen krijgen de gasten ook een “morgenpost”, een blad met wetenswaardigheden waarin tevens aangekondigd wordt waar de traditionele gezamenlijke dinsdagwandeling naar toe gaat. Morgen koos Hias (de ‘wird’ – de baas van het hotel) voor de Draugsteinalm en zullen we met de wagen rijden tot aan de Heumoosalm.

Na het ontbijt gaan we naar het dorp (Grossarl). Daar tanken we eerst 33,96 liter en betalen hiervoor met de visakaart € 24,93.

In het bureau voor toerisme kopen we de Salzburgerland Carte (vorig jaar noemde deze kaart "Sommerjoker)" De bediende verwittigt ons dat de kaart iets duurder geworden is en dat de voordelen kleiner geworden zijn. Wij schatten of het lonend is de kaart te kopen en doen het na enig nadenken toch. In een van de winkels van het dorp (de Spar) doen we wat boodschappen (€ 13,26).

Daarna gaan we op zoek naar de twee maneges die het dorp telt. Aan de hand van de uitleg ons verstrekt door de dochter van het hotel, Monica, vinden we de ene manege aan de rand van het dorp. Daar vragen we wat informatie. Men verhuurt daar in feite vakantiewoningen en de gasten mogen de (enige twee) paarden gebruiken om mee te rijden. De andere paarden zijn van eigenaars die ze daar stallen. De tweede manege vinden we niet onmiddellijk terug en ik zal bij gelegenheid in de loop van de week aan Hias vragen waar deze zich juist situeert.

Na onze korte zoektocht rijden we naar de Breintenebenalm (waren daar vorig jaar reeds enkele keren) en verbruiken er een frittatensoep, een buttermilch (karnemelk), een boterham met hesp, een boterham met smout en ¼ liter most..

Vervolgens rijden we naar Sankt-Johan in Pongau om er de uurtabel van de treinen naar Salzburgstad te bekijken. Het is de bedoeling tijdens ons 14-daags verblijf eens de stad te bezoeken. Aan het loket van het station kan ik een blad verkrijgen met daarop de uurregeling van en naar Salzburg.

15.30 u – 66 km (kilometerstand 62.486): zijn terug in het hotel.

In de saunaruimte in de kelder ga ik wat fietsen op de hometrainer. Het zal de enige keer zijn dat ik dit jaar hiervan zal gebruik maken daar ik meer dan vorig jaar zal gaan wandelen.

18.15 u: avondeten:
-vermicellisoep
- saladbar
- Knödel met sauerkraut
- pannenkoekjes met bessenconfituur

Dinsdag 2 september 2003

06.40 u: opstaan

07.47 u ontbijt (normaal kan er ontbeten worden tussen 8 u en 10 u maar op enkele minuten vroeger steekt het hier niet)

09.30 u – kilometerstand 62.486: Lea blijft in het hotel en zal in de loop van de dag te voet naar het dorp gaan en daar wat rondkijken. Ikzelf vertrek (alleen in de auto) naar de Heumoosalm, achter de wagen van Hias rijdende en met in mijn zog nog een 7-tal wagen met gasten van het hotel. Even voorbij Huttschlag, aan een kapelletje, slaan we links af en rijden een kiezelweg op tot aan de Heumoosalm die op 1300 m gelegen is (geen uitbating). Daar parkeren we de auto’s en beginnen we aan onze wandeling naar de Draugsteinalm (1778 m). Het eerste deel loopt via een kiezelweg (1/3 van de wandeling) en de resterende 2/3 loopt via een steil pad. De telescopische wandelstokken die ik afgelopen winter heb gekocht bewijzen goed hun dienst. Bij het afdalen zijn ze zelfs nog nuttiger bij het afremmen. Onderweg krijgen we af te rekenen met wat lichte regenval en boven gaat zelfs de regen over in smeltende sneeuw. Halfweg het smalle pad komen we enkele jongens tegen die een drietal volwassen paarden en twee veulens naar beneden drijven. De herfst is in zicht en dus worden bepaalde dieren reeds van de alm afgedreven naar het dal toe. Na een onafgebroken klim van 1 u en 20 minuten, waarvan het laatste gedeelte vrij steil is en we regelmatig enkele ogenblikken moeten rusten, bereiken we de Draugsteinalmen op 1778 m hoogte gelegen. Beide hutten kijken met hun voorgevel naar elkaar toe. De ene, waar we gaan uitrusten en iets eten of drinken, is de Steinmannhütte en de andere, bewoond door een bejaarde dame en die vermoedelijk de moeder is van de boer van de Steinmannhütte, is de Schrambachhütte. Wanneer ik aan de hut aankom (de groep is wat gespreid want ieder houdt zich aan zijn tempo) zit de gelagzaal reeds voor de helft vol. Het zijn meestal mensen van een andere groep want ik ben bij de eersten van onze groep die bij de hut aankomt. Het houtvuur verspreidt een gezellige warme en is geen overbodige luxe om onze natte kleren (nat van de regen en van het zweet) wat te drogen. De gastenstube is ongeveer 4 meter op 4 meter.

Om iets te doen aan het plaatstekort, ik wijs er de boer op dat er nog een aantal wandelaars op komst zijn, tovert hij een klaptafeltje uit en brengt een ander tafeltje met enkele zitbanken uit een belendende kamer binnen. Iedereen kan zitten maar dan wel dicht op elkaar en als er iemand naar buiten wil voor het toilet of om een luchtje te scheppen moet de helft van de aanwezigen zich rechtstellen. Door een van de venstertjes zie ik de natte sneeuw neerdwarrelen. De sneeuwgrens ligt op dat ogenblik op ca 1500 meter. Ik houd het bij het drinken van een koffie. Traditioneel trakteert Hias zijn gasten op een snaps en een deel van de groep heeft daardoor de smaak te pakken gekregen zodat ze nog enkele snapsen meer soldaat maken. Rond 13 u begint iedereen zijn rekening te betalen. Dit duurt nogal wat want het meisje die haar grootvader helpt moet zich tussen de opeengepakte groep begeven. De tijd was te kort om mijn wollen pet boven de stoof te drogen maar mijn regenvest is dat wel. Om 13.20 u zet de groep zich in beweging en beginnen we aan de afdaling. Ik ben nagenoeg de eerste die vertrekt en ik ben pas enkel tientallen meter aan het afdalen of op de steile, met grasbegroeide helling, schuif ik uit op het natte gras. Meteen ben ik minstens vijf meter lager. Na het rechtkomen blijkt op het eerste zicht mijn kledij niet al te bevuild te zijn, ik durf er niet aan denken dat daar op die plaats juist een grote koeienvijg zou gelegen hebben. Tijdens mijn schuifaf-partij raakte ik op enkele centimeters na net de pinnekensdraad niet en werd mijn regenjas gelukkig niet beschadigd. Vanaf dan kijk ik uit mijn doppen en ben ik zeer voorzichtig op het natte gras. Bij het klimmen is het lastiger voor de ademhaling maar bij het afdalen zijn het vooral de kuitspieren en de kniegewrichten die het te verduren krijgen. En het is nog maar de eerste dag in de bergen zodat mijn spieren nog moeten wennen.

Na een uur en tien minuten dalen ben ik bij de auto, ondertussen zijn enkele vluggerds mij voorbij gestoken. De eersten wachten niet op de rest van de groep en vertrekken met hun respectievelijke wagen terug naar het hotel. Ook ik wacht niet na nog eerst even de modder van mijn schoenen en mijn wandelstokken gekuist te hebben in een beekje. De helling naar beneden is zo steil dat dit moet gebeuren in 1ste versnelling.

Rond 15 u ben ik terug in het hotel en vind ik Lea in de gelagzaal. Eerst trek ik op de kamer de klampe kleren uit en verwissel ik die voor droge. Aan de bron, met houten bak uitgehakt uit een bomstam, die op de parking voor het hotel staat, schrob ik de rest van de modder aan mijn schoenen af. Ook kuisen we de sporen van de schuifpartij af van mijn regenjas en mijn kniebroek (valt best mee). En dan terug naar de gelagzaal alwaar Burgl iedere dinsdag de gasten van het hotel, wandelaars of niet, trakteert op koffie met koeken. Hias en Burgl doen hiermee op een subtiele wijze aan klantenbinding.

Na een verfrissende douche gebruiken we het avondmaal:
-soep
-saladbar
-gevulde kalkoen (in het Duits heet dit “pute”) met wilde rijst
-bananendrink

Ik heb die dag 45 km gereden. Om 19 zijn we terug op de kamer en gaan omstreeks 21 u slapen. Nagenoeg elke dag kruipen we vroeg onder de wol want de vaak laat zich snel voelen waarschijnlijk door de zuivere lucht en het wandelen.

Woensdag 3 september 2003

06.30 u: opstaan

07.50 u: ontbijten

09.00 u: vertrekken wij, Lea en ik, vanaf het Schützenhof (ons hotel dus) te voet langs de rijbaan, die er langs passeert naar boven, naar het middenstation van de kabelbaan. Na een matige klim van ca 1 u 30 min. komen we daar aan. De kleine raststatte is nog potdicht maar wanneer we even uitrusten op de banken van de uitbating komen de uitbater aangereden en kunnen we elk een frisdrank verbruiken. We blijven er niet lang want om 11 u. werkt de kabelbaan terug zodat we naar het bergstation kunnen. De baan werkt om het uur zolang er passagiers zijn (meestal max. een 15-tal minuten – met uitzondering om 12 u want dan is het middagpauze). Voor de rit naar boven betalen we 2 x € 5. Eens boven, aan de Laireiteralm, klimmen we, voor de sport en voor het uitzicht op het nevenliggend Gasteinerdal, tot aan de voet van de Kreuzkogel. Dit klimmetje duurt toch nog een half uur. Het is mooi weer maar eens boven is het wat fris daar we wat bezweet zijn. We trekken elke een warme trui aan waardoor dit probleem is opgelost. Van hieruit kan men over de ‘graat’ naar de Fulcheck-kabelbaan en zo afdalen naar Dorfgastein. We zijn van plan dit ooit eens te doen maar dit jaar zal ons hiervoor tijd te kort schieten. Na even van het uitzicht genoten te hebben dalen we terug af naar het bergstation en de Laireiteralm. De naam ‘alm’ is wat bedrieglijk want eigenlijk is het een recent gebouwd luxueus bergrestaurant. Aan de overvloed aan ruimte in het restaurant is te zien dat dit niet berekend is voor de zomervakantie maar op de enorme toevloed van wintersporters. We verbruiken in de ‘alm’ elke een nudelsoep en enkele ‘zimmels’ (broodjes). Achteraf eet ik nog een apfelstrudel met een koffie. Om 14 u neemt Lea alleen de lift naar beneden en betaalt hiervoor € 5. Ik zal de volle afstand naar beneden te voet afleggen. Boven staat aangeduid dat kan in 2 u en 30 minuten. Ik leg de afstand af in 2 u en 5 minuten. Achteraf weet Hias mij te vertellen dat de totale afstand 10 km is. De helling is matig en loopt over een rijbaan in grint met uitzondering van een smal pad dat ik volg en die de weg wat verkort. Op het pad is de aanduiding op een bepaald ogenblik niet duidelijk en scheelt het niet veel of ik was de verkeerde richting uit. Onderweg passeer ik voorbij de uitgebate Gehwolfalm. Bij mijn aankomst in het hotel is Lea reeds op de kamer en aan het douchen. Ik neem ook een douche en wordt dan pas gewaar dat ik een flink stuk gestapt heb. Op het terras van het hotel gebruiken we elk een koffie en neem ik de gelegenheid te baat om aan Hias navraag te doen over de maneges in het dal. Hij vertelt mij dat de dochter van zijn oudste broer enkele kilometers verder in het dal een hotel uitbaat en een bescheiden eraan verbonden manege. Het hotel noemt het ‘Mayrhof’ of ‘Moar Gut’. Hias vertelt dat zijn broer de oudste was van een gezin van 13 kinderen. Hijzelf was de jongste, Met uitzondering van een broer die omkwam bij een arbeidsongeval (val van een dak) zijn allen nog in leven. Toen zijn zoon Hubert geboren werd was hij het 64ste kleinkind van zijn ouders. Al lachende zeggen we dat wanneer er een familiereünie gehouden werd dat zij dan een ruime zaal moesten afhuren. Waarop hij al lachend antwoordt dat ze dan beter een grote tent konden huren.

Om 18 u eten:
-Champignonsoep
-Saladbar
-Wienersnitzel met friet en braambessenconfituur
-verse fruitsla

Met redelijk stramme spieren ga ik die avond slapen.

Donderdag 4 september 2003

06.30 u: opstaan. Na de douche maak ik een kleine wandeling rond het hotel. Het is fris en er ligt rijm op het gras. De lucht is wolkeloos en om 07.25 u komt de zon boven de tegenover ons hotel gelegen bergen. De eerste zonnestralen vallen onze kamer binnen. Onze kamer valt goed mee, kleiner dan die van vorig jaar maar gezelliger. Ook bij donker hebben we een mooi uitzicht op het dal en de blinkende lichtjes van het dorpl. ’s Avonds vallen de laatste zonnestralen op de bergen langs de overzijde van het dal, het zijdal - Elmeudal. Het Grossarldal is noord-west georiënteerd. Bij het vallen van de duisternis zien we het ene licht na het andere in het dorp beneden ons aanfloepen.

Kilometerstand: 62.513

09.08 u: de zon schijnt volop, het is 4 graden en we vertrekken aan het hotel naar de Krimmlwaterval en naar de stuwmeren van Kaprun.

10.04 u – 48 km: rijden voorbij de dalingang naar de Grosglockner en rijden in de richting van Zell am See.

10.30 u – 77 km: rijden door Mittersil.

11.15 u – 104 km: aankomst aan de Krimmlwaterval. In de buurt van de waterval begint een “mautstrasse” (kost € 7). Ik wil betalen maar de man in de cabine vraagt wat onze bedoeling is. Wanneer ik zeg dat we op weg zijn naar de waterval wijst hij er op dat we langs de “mautstrasse” de waterval niet kunnen zien. Hij laat ons terugkeren en we parkeren de auto op de dichtst bijzijnde parking. Als ik het me goed herinner van 25 jaar geleden, toen we meereden met een bevriend Duits koppel, kon je op de “mautstrasse” even op een stopplaats parkeren (was in feite niet toegelaten) en had je daar een mooi uitzicht op de waterval. Van de parking is het enkele honderden meters wandelen tot aan de laagste trap van de waterval. Ik probeer deze te filmen maar omdat ik dit tegen licht in moet doen verwacht ik niet al te veel van de beelden. Later blijkt dat de beelden fantastisch mooi zijn meegevallen. Om naar de waterval te gaan moet er normaal € 1,5 betaald worden maar met onze Salzburgerland-kaart is het gratis. De parking kost ons € 3,5. Voor dit bedrag kan je er in feite gans de dag parkeren. Om 12.15 u vertrekken we in de richting van Kaprun.

13.05 u – 152 km: nemen te Zell am See de afslag naar Kaprun.

13.13 u – 157 km: stoppen in het dorpje Kaprun en verbruiken er in een restaurant een boterham met hesp (schinckenbrod), een kaiserschmarn en twee koffie’s (€ 13,50).

14.08 u: vertrekken naar het stuwmeer.

14.21 u - 165 km: aankomst aan het vertrekpunt naar het stuwmeer. In de buurt werd een parkeergarage van 7 of 8 verdiepingen gebouwd. Het parkeren is er gratis.

16.54 u: we betalen voor het bezoek € 10 met onze kaart (normaal € 16). De eerste fase wordt afgelegd doormiddel van een postbus. De tweede trap wordt genomen doormiddel van een grote plateaulift die op twee rails loopt en tegen de helling wordt opgetrokken. Na de lift volgt nog een rit met postbussen (iets kleiner model) naar het bovenste stuwmeer: Mooserboden (het onderste stuwmeer noemt: Wasserfallboden). De toppen van de bergen rondom de stuwmeren zijn bedekt met verse sneeuw die voor een bijzondere sfeer zorgt.

18.10 u – 230 km: aankomst aan het hotel.

18.50 u: avondeten:
-soep met gebakken deegbolletjes
-saladbar
-Zwiebelbraten (vlees met ajuin gebakken) en een deeggerecht in de vorm van kleine eitjes
-vanillecrème met chocolade overgoten

Vrijdag 5 september 2003

06.45 u: opstaan

08.00 u: ontbijt

Doen eerst enkele boodschappen in de winkel naast het dalstation van de kabellift. Het betreft een winkel van een nieuwe keten Billa. Deze winkels vind je zowat overal in Oostenrijk naast de Aldi, Lidl en Sparwinkels.

09.45 u: vertrekken met de wagen naar de Breitenebenalm alwaar we aankomen om 10.30 u. Daar laten we de wagen achter en trekken te voet verder naar de Karseggalm (volgens de bordjes ¾ u wandelen).

11.15 u: aankomst op de Karseggalm na een afwisselend gematigde en soms steile klim over een grintweg. De alm is slechts op het laatst zichtbaar daar die zich achter een bocht bevindt. Het is een van de oudste originele almen van het Grossarldal en is 300 a 400 jaar oud. De vloer bestaat uit aangestampte aarde. In het midden brandt een open houtvuur zonder enige schouw erboven. De rook dwarrelt rond in de hut en verlaat deze via openingen onder het vooruitstekend deel van het dak. Wanneer het weer noodzaakt om binnen te leven dan moet het er weinig gezond zijn. Maar de alm wordt hoofdzakelijk tijdens de zomer gebruikt en wordt er dan meestal buiten geleefd. Vanuit de centrale kamer, met het houtvuur, kan men via een smalle houten ladder naar een bovenverdieping. Het blijkt een gastenverblijf te zijn (men kan hier overnachten). De zakken gevuld met hooi liggen nog eens op een hooibodem. Volgens onze normen ziet het er weinig appetijtelijk uit om hier te overnachten te meer dat de rook ook deze verdieping binnendringt. Daar het goed weer is zetten we ons op een bank aan een tafel voor de alm in de zon. We drinken er een limonade (1/2 liter) en een koffie. De boerin zegt schertsend dat ik wat geduld moet hebben voor de koffie daar ze eerst haar “espressomachine” moet laten opwarmen. In werkelijkheid moet het houtvuur eens aangewakkerd worden en moet daarop het water aan de kook worden gebracht. De alm is gelegen op 1603 meter. Ik wil een prentkaart van de alm kopen maar krijg ze gratis bij onze dranken. Vanaf hier zien we de Unterwandalm liggen. We stappen op en volgen het bijna vlak pad naar deze alm die op nagenoeg dezelfde hoogte ligt. De wandeling ernaar duurt ca 30 minuten. In de Unterwandalm drinken we een mineraal water en een “buttermilch”. De boerin is er bezig met kaas maken. De uitgelekte basisstof duwt ze in een vorm waarop dan een gewicht geplaatst wordt. Meestal is de kaas die op de almen gemaakt wordt droog en korrelig. We maken even gebruik van het toilet (bij wonder is het een net modern toilet) en vertrekken dan na een 15-tal minuten terug naar de wagen aan de Breitenebenalm via de Karseggalm.

13.30 u aankomst aan de Breitenebenalm. Daar verbruiken we elk een frittatensoep met wat brood. De temperatuur is uitstekend.

14.45 u: we verlaten de alm en rijden naar beneden. In het dorp is er een car-wash en daar laten we onze wagen reinigen (€ 6). Daarna gaat het richting daleinde (of Huttschlag) om het hotel van de broer van Hias te zoeken. We denken het enkele kilometer verder gevonden te hebben maar zijn het niet zeker. We zullen nog verder navraag doen bij Hias. Later zal blijken dat Mayrhof in het plaatselijk dialect uitgesproken wordt als Moar Gut. Zij hebben er maar enkele paarden die door de hotelgasten mogen gebruikt worden. Het ernaast gelegen hotel Alpenhof is van een andere broer van Hias. Uit een gesprek met Hias blijkt dat het Alpengebied niet zo geschikt is voor paardrijden ondanks dat hier de wieg stond van de bekende “haflingerpaarden”.

18.00 u: avondeten
-Knoblauchcremesuppe
-salat vom Buffet
-Fischfilet natur mit Sauerrahmsosse (zureroomsaus) dazu Petersilienkartoffel
-gebackene Apfelringe mit Zimtzucker und Sahne

Vanaf nu scheur ik iedere dag het menu af van de andere helft waarop de keuze moet aangestreept worden. Dit is veel gemakkelijker en ik kan de tekst juister overnemen. Burgl is benieuwd waarom ik dit doe maar ik leg haar uit dat ik iedere reis een dagboek bijhoud.

Totaal gereden die dag: 47 km.

21.00 u: slapen

Zaterdag 6 september 2003

06.50 u: opstaan.

08.00 u: ontbijt.

09.00 u: we vertrekken naar Alpendorf Sankt-Johan-im-Pongau). Kilometerstand 62.792 km

10.00 u: nemen de kabellift te Alpendorf. Alpendorf is een wijk van Sankt-Johan-im-Pongau en ligt op de weg naar Grossarl. Het is een vrij nieuwe wijk met luxueuze hotels.

10.20 u: na het middenstation bereiken we het bergstation van de kabellift. Van daar wandelen we naar de Buchauhutte. Dit is geen echte alm maar een mooi bergrestaurant. We komen er aan om 11.00 u en drinken er iets. Vanaf daar is het amper een kwartier wandelen naar de Gernkogel (1787 m) en de Gerkogelhutte. In deze laatste gaan we niet binnen. We wandelen rond een mooi bergmeertje dat voorzien is van een vlot en een stalen kabel om zichzelf naar de overkant te trekken. Daarna keren we terug naar het bergstation van de kabellift. Daar blijkt dat de daaraan palende “stube” gesloten is. Een 200 meter verder ligt de Obergassalm, een bescheiden echte alm. We drinken er een koffie en eten er een “wurtstenbrod” (met die worst wordt een soort salami bedoeld).

14.00 u: nemen we de kabellift naar beneden.

14.20 u – 14 km: zijn aan de auto op de parking aan het dalstation van de berglift en vertrekken richting Wagrain.

14.46 u – 27 km: aankomst te Wagrain aan de kabellift “Flaying Mozart”. De bedienaar zegt dat we eigenlijk een minuut te laat zijn om nog mee te mogen maar hij kijkt dit door de vingers (de laatste “bergfahrt” stopt om 14.45 u). Aan het bergstation van de kabellift ligt de Kogelalm waar we een eis, een grote en een kleine almdudler verbruiken.

16.55 u: we zijn terug beneden (laatste ‘talfahrt’ tussen 16.30 u en 17.00 u). Op de weg tussen Wagrain en Sankt-Johan zijn er werken aan de gang waar men slechts beurtelings mag rijden en heel wat vertraging meebrengt.

17.43 u – 55 km: zijn terug aan het hotel.

18.00 u: avondeten:
-Eierflockensuppe
-Salat vom Buffet
-Jägerschnitzel dazu Kroketten
-Pfirsichkompott mit Schlag

30-08-2003 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
29-08-2003
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OOSTENRIJK GROSSARL 2003 deel 2

Oostenrijk Grossarl 2003 deel 2

Zondag 7 september 2003

09.10 u: na het ontbijt nemen we de kabellift naar de Laireiteralm (bergstation). De zon schijnt volop en we zijn de enigen die op het terras van dit ochtendspektakel genieten (bij de volgende dienstbeurt van de lift komt er veel volk naar boven). We hebben vandaar een prachtig uitzicht op de besneeuwde toppen van het Tauerngebergte. We bellen we met de gsm naar Marijke.

11.00 u: nemen de lift naar beneden. Na even het hotel te hebben aangedaan rijden we door naar de Breitenebenalm alwaar er enkel activiteiten plaatsvinden in het kader van de “Bauernherbst” (Boerenherfst). Deze bauernherbst is de laatste jaren in Salzburgerland ingevoerd en dient als een soort van kapstok waaraan een aantal volksfestiviteiten van bescheiden aard vasthangen. De herfst, hier bedoeld men de periode tussen eind augustus en begin oktober, is waarschijnlijk de stilste toeristische periode van het jaar en die heeft men waarschijnlijk hiermee wat leven willen inblazen. ’s Morgens ben ik nog informatie gaan inwinnen bij “Die Alte Post”, een hotel in het dorp van Grossarl, waarvan de uitbater tevens de eigenaar is van de Breitenebenalm. Ik vroeg of er soms geen pendeldienst met een taxi was voorzien, maar dit bleek niet zo. We zijn dan maar zoals gewoonlijk met de auto naar de alm gereden. Wanneer we aan de alm aankomen is de parkeerruimte reeds behoorlijk gevuld en het wordt al even passen om een geschikt plaatsje te vinden zonder straks ingesloten te worden. Daar het al een tijdje geleden is dat het daar geregend heeft waait het stof van de grintweg die naar de alm loopt hoog op en zit onze auto onder een grijze poederlaag.

13.00 u: het ruime terras is behoorlijk gevuld en er worden tafels en banken bijgezet. Het orkestje begint te spelen en bestaat uit twee bugels, een klarinet, een trekharmonica, een harp en een bastuba. Daarnaast treedt om beurten met het orkest een “dreigesang” op. We verbruiken er een nudelsoep, een “butermilch”, een spuitwater en elk een bord koud gebakken vlees met brood.

15.00 u: omstreeks dit uur rijden we terug naar beneden naar het hotel en vervolgens naar het hotel Moar Gut om er wat inlichtingen in te winnen ivm het logement en het gebruik van de paarden. Het logement valt nogal duur uit. Mij lijkt het hotel vooral gericht te zijn op gezinnen met kleine kinderen.

Terug aan het hotel hebben we 35 km gereden.

Avondeten:
-Rindssuppe mit Frittatenroulade
-Salad vom Buffet
-“Hirtenspiess” mit Kräuterbutter dazu Pommes frites
-Tropicana (sinaasappelsap met vanilleijs)

Maandag 8 september 2003

Kilometerstand 62.882 km.

09.04 u: vertrek naar Werfen. Het is bewolkt met toch nog veel zon, het is 13 graden. In het dorp van Grossarl tanken we 30,72 liter voor € 21,93 (€ 0,714/liter).

10.07 u – 36 km: aankomst te Werfen en parkeren de wagen op een parking onder aan het kasteel Hogenwerfen. Om het kasteel te bereiken moet nog een redelijk stukje geklommen worden of kan men een taxi nemen. Wij gaan te voet en zijn aan de ingang even voor 11 u. Voor de demonstratie van de valkeniers moeten we wachten tot 11.15 u. Maar eens het spektakel begonnen is blijkt het meer dan de moeite. De demonstratie duurt zowat een klein half uur en toont een hele reeks roofvogels die vrij kunnen rondvliegen en toch steeds naar hun trainer terugkeren. De grootste vogel is de gier. Wanneer die wordt losgelaten doet die een korte vlucht boven het kasteel maar gaat al gauw op het dak zitten. De commentator legt uit dat de huidige weersomstandigheden verre van ideaal zijn voor de vogels. Er is te weinig wind en te weinig thermiek.

Na de voorstelling gaat het nog maar eens omhoog naar het bovenste deel van het kasteel dat na de oorlog de politieschool van Salzburgerland huisveste. Daar werd tevens een spannende oorlogsfilm opgenomen. Op de binnenkoer geeft een “nar” een solovoorstelling waarna de rondleiding in het kasteel kan beginnen. Bij het begin kunnen de niet-Duitssprekenden een toestelletje krijgen die de uitleg in verschillende talen geeft, ook in het Nederlands.

13.20 u: einde van de rondleiding. In het restaurant van de burcht eten we een gulaschsoep en een frittatensoep. In de souvenirwinkel kopen we twee prentkaarten. Het weer blijft droog alhoewel het bewolkt is. We gaan vervolgens naar onze auto en vertrekken naar Werfenweng om 14.07u.

14.23 u – 46 km: aankomst te Werfenweng. We nemen de kabellift (ook gratis met de Salzburgerland Card – normaal € 12). Aan het bergstation stappen we het ernaast gelegen restaurant binnen en bestellen er voor Lea een gemend ijs en voor mij een kaiserschmarn. Het ijs in Oostenrijk is zeer lekker en vrij goedkoop. Ik neem nogal eens een kaiserschmarn omdat dit gerecht meestal een lichte maaltijd kan vervangen. Toen we het restaurant binnenkwamen waren we de enige bezoekers en vertelde de uitbaatster dat ze bijna nog niemand over de vloer gehad had die dag. Maar we zaten nog maar amper vijf minuten neer of de een na de andere wandelaar komt het etablissement  binnen en nog geen tien minuten later zit er zoveel volk in de zaak dat de vrouw alle moeite heeft om iedereen binnen een behoorlijke tijd te bedienen. Ik moet nog eventjes wachten op mijn consumptie maar als de vrouw met het bord kaiserschmarn verschijnt vallen onze monden open van verbazing. Op een extra groot bord ligt een extra grote portie. De vrouw onze verbazing merkende vraagt aan Lea of zij ook een bestek wil om een beetje mee te helpen. We doen beiden ons uiterste best om de portie naar binnen te werken maar moeten het uiteindelijk opgeven en een restje op het bord laten liggen. Dit zijn zo van die voorvallen die men zich jaren later nog zal herinneren.

Bij het terugkeren naar ons logement krijgen we ter hoogte van Sankt-Johan een regenvlaag te verwerken. Het is de eerste regen sinds vorige week dinsdag.

16.41 u – 84 km: zijn terug in ons hotel.

Avondeten:
-Rindssuppe mit Teigwaren
-Salat vom Buffet
-Gulasch vom Hirschkalb met Preiselbeeren dazu Serviettenknödel uns Apfelrotkraut
-Melonencocktail

Dinsdag 9 september 2003

06.45 u – opstaan.

07.50 u – ontbijt.

Het is dinsdag dus is er vandaag de wekelijkse wandeling onder leiding van Hias. Het weer ziet er, ondanks de negatieve voorspellingen, zeer goed uit.

09.15 u: we verzamelen op de parking voor het hotel en Hias vraagt of ik een koppel uit Nederoostenrijk wil meenemen. Ik vraag voor de grap of ze wel voldoende vertrouwen hebben in een “flachländer”, waarop de man antwoordt dat zij zelf ook in een vlakke streek wonen. In colonne rijden we achter Hias, eerste in de richting van het begin van het dal en vervolgens in de wijk Schied de bergen op. Aan het klimmen lijkt geen eind te komen. We rijden steeds op een tarmacweg. Eens we aan de parkeerplaats aankomen lijken de huisjes in het dal piepklein, dus zitten we al op een behoorlijke hoogte. De parkeerplaats ligt op een helling en is begroeid met gras dat op dat moment wat vochtig is. Met ons drieën geraak ik niet de helling op wegens het doordraaien van de wielen op het natte gras. Mijn beide passagiers stappen uit en dan lukt het wel. Via een grintweg gaat het langzaam stijgend naar de Viehhausalm (1 u ½). Onderweg komen we de afslag tegen naar de Mooslehenalm die we links laten liggen. Ik kom als eerste van de groep op de alm aan en drink een mineraal water en een koffie. Ondertussen is ook de rest van de groep aangekomen. We kunnen buiten zitten want de zon komt rijkelijk van achter de wolken gluren. Sommigen van de groep kunnen zelfs in hun T-shirt zitten. Hias komt naast mij zitten en geeft wat uitleg over de omringende bergen. Waldy, de hond van Hias, is steeds van de partij bij iedere wandeling. Hij is van het type “wandelende sigaar” met korte pootjes. Eens Hias een “bretljause” bestelt wekt dit bij de anderen van de groep schijnbaar de appetijt op en de ene na de andere bestelt ook iets om te eten. Ik bestel net zoals mijn 70-jarige overbuur aan de tafel, die uit Beieren (Dl) afkomstig is, een “spekjause”, een boterham waarop niet minder dan 5 repen lekkere gerookte spek liggen. De korstjes worden met veel ijver door Waldy naar binnen gewerkt. Ook de andere gasten volgen mijn voorbeeld en samen met hetgeen hij van Hias heeft gekregen kan Waldy een tijdje voort. Hias vraagt aan een van de vrouwelijke gasten of ze wil weten welk weer het morgen zal zijn, waarop ze van ja antwoord. “Wel” zegt hij “dan moet je dat toestelletje eens bekijken” en wijst naar een kastje aan de voorgevel van de alm. Op het deurtje vooraan staat, in het Duits,: “Als je wilt weten welk weer het morgen zal zijn, trek dan dit deurtje open”. De nietsvermoedende vrouw trekt goedgelovig aan het touw van het deurtje dat daardoor voorover openvalt en tot haar verrassing een kwak water over haar neergooit. Algemeen gelach van de ganse groep was het gevolg hiervan.

13.00 u: we betalen onze rekening en na het drinken van een snaps op kosten van Hias vertrekken we terug naar beneden. Enkele honderd meters verder wijkt een pad af van de grintweg en brengt ons via een kortere weg naar de Mooslehenalm. Aan de hand van het aantal snaps die ook daar uitgeschonken worden op rekening van Hias blijkt het dat we met 26 personen zijn (hijzelf inbegrepen). Verder drink ik daar een mineraal water. Bij mij aan tafel zitten mijn passagiers, het koppel uit Nederoostenrijk. De man vertelt dat hij nog in Saoudi Arabië gewerkt heeft en hij daarvoor een 7-tal inspuitingen moest krijgen in een week tijd vooraleer te vertrekken. Hierdoor is hij 5 jaar allergisch geweest voor alcohol. Maar nu had hij daar schijnbaar geen last meer mee te zien aan de halve liter bier en de snaps die hij naar binnen werkt. Drie kwartier later stappen we op en gaan we naar de plaats waar onze wagen staat. Ik moet maar even wachten op het koppel dat met mij meerijdt en dan gaat het in 1ste versnelling de berghelling af. Met uitzondering van het smalle pad kan deze wandeling ook door Lea gedaan worden. Later op de week zullen we samen deze wandeling eens overdoen. Eens in het hotel worden we traditioneel getrakteerd door Burgl op koffie met koeken. Buiten, op het terras, horen we plots een trekharmonica spelen. Een van een groep Duitsers schijnt de muzikant te zijn. Maar vlug heb ik door dat de man helemaal niet kan spelen en het instrument dat hij voor de borst houdt een nepharmonica is waaruit een reeks volkse deuntjes weerklinken.

Totaal aantal km: 19 km

Avondeten:
-Kürbiscremesuppe
-Salat vom Buffet
-Gebackenes Hendlfilet dazu Rahmkartoffel
-Himbeerjoghurt

Woensdag 10 september 2003

07.00 u: opstaan. Tijdens het douchen valt de douchekop uit elkaar met een fontein tot tegen het plafond voor gevolg maar voor de rest zonder veel erg. Ik meld dit aan Burgl en ’s avonds is er reeds een nieuwe geïnstalleerd.

09.16 u – kilometerstand 62.986, het is regenachtig, bewolkt en 14 graden.

We vertrekken naar Badgastein.

09.40 u – 16 km: Sankt-Johan.

09.43 u – 19 km: rijden door Schönbergtunnel.

09.49 u – 24 km: rijden door Mauttunnel (lengte 208 meter)

09.58 u – 36 km: Dorfgastein.

10.07 u – 44 km: Bad Hofgastein.

10.17 u – 52 km: aankomst te Badgastein aan het Felsenbad (een termalbad met een watertemperatuur van max 36 graden). Met onze kaart hebben we gratis toegang tot het bad.

12.20 u: vertrek naar de Strohlehenalm te Dorfgastein. Deze alm is ons bekend van voor meer dan 25 jaar en toen nog uitgebaat door de familie Herbst, nu door de achterkleinkinderen. Toen wij daar regelmatig kwamen was de huidige uitbaatster nog niet eens geboren. De tijd gaat snel...

12.50 u – 72 km: aankomst op de Strohlehenalm alwaar we iets eten.

13.56 u: vertrekken van de Strohlehenalm.

14.31 u - 97 km: rijden de afslag naar Grossarl voorbij naar Hallein.

15.57 u – 140 km: aankomst te Hallein. Daar gaan we nazicht doen hoe we de trein moeten nemen naar Salzburgstad. In een winkel kopen we een zonnebril en drinken we iets in een patisserie.

17.07 u – 222 km: aankomst aan het hotel. We hebben een 16-tal kilometer teveel gereden daar we een afrit gemist hebben en moeten terugkeren zijn.

Avondeten:
-Rindssuppe
-Salat vom Buffet
-Schweineruckenstaek in Gorgonzolarahmsosse dazu Röstinchen
-Eispalatschinken

Donderdag 11 september 2003

07.00 u: opstaan

08.00 u: ontbijten tot 09.00 u

09.15 u: vertrek naar Berchtesgaden. Waren eerst van plan naar het zwembad te gaan in Dorfgastein maar wanneer we goed kijken blijkt die reeds enkele dagen gesloten te zijn. Daar het regenachtig is besluiten we naar Berchtesgaden te rijden en wel via de kortste weg. Eerder deze week, toen we door Hallein reden zagen we een wegwijzer naar dit stadje. De toeristische route naar Berchtesgaden zullen we een andere keer, bij goed weer, volgen. Vooraleer we vertrekken doen we enkele boodschappen in de winkel Billa, naast het dalstation van de berglift. Het is zwaar bewolkt maar nog geen regen. We rijden via Sankt-Johan, Bishofshofen en de snelweg A 10 naar Hallein alwaar we de borden naar Berchtesgaden volgen. Onderweg krijgen we te maken met zware neerslag gepaard gaande met hevige windstoten. Tot we in Berchtesgaden zijn blijft het regenen en op de weg naar de Köningssee stoppen we aan een gasthof om iets te drinken. We verbruiken er elk een koffie en als we de rekening vragen vallen we bijna om van het verschieten. Er wordt ons € 10,20 (411 Bef) gevraagd. Van een kostelijke uitspatting gesproken. We rijden vervolgens tot aan de parking van de Köningsee maar daar het nog regent keren we terug zonder de parking op te rijden. Vervolgens brengen we een bezoek aan Berchtesgaden zelf na onze auto in een ondergrondse garage geparkeerd te hebben (in het centrum gelegen). Op diverse plaatsen in het stadje herkennen we een aantal punten waar we meer dan 25 jaar geleden ook waren zoals de waterput en de beschilderde gevels (als herinnering aan de gesneuvelde soldaten uit WO II). Lea is al geruime tijd op zoek naar een witte bloes van het type dat je alleen in Duitsland kan vinden. In een winkel vindt zij haar gading. We betalen de rekening met onze Visakaart. We besluiten de toeristische bezienswaardigheden van het stadje op een andere keer te bekijken als het wat beter weer is. Omstreeks 11.00 u houdt het op met regenen. We rijden terug naar Hallein en eten er iets in de verbruikzaal waar we gisteren ook waren. Daarna gaat het terug naar het hotel alwaar we om 15.30 u aankomen.

In totaal hebben we 175 km gereden.

Avondeten:
-Goldwürfelsuppe
-Salat vom Buffet
-Gedünstete Rindsroulade mit Butternudeln
-Schokoladenmousse

Na het avondeten willen we naar de Ötzlsee gaan, gelegen aan het daleinde. Daar heeft vanavond een korte avondwandeling plaats (met lantarens) en de naam van het spektakel laat vermoeden wat er te zien zal zijn: de “Ötzlsee in flammen”. Was het weer in de vooravond wat verbetert, wanneer wij het hotel buitenstappen begint het terug te regenen. Daar de attractie bij regenweer niet doorgaat en eventueel naar morgen wordt verlegd, besluiten we van niet te gaan (ook de dag nadien regent het ’s avonds zodat het spektakel waarschijnlijk volledig afgelast is geworden).

Niemand denkt hier blijkbaar nog aan de aanslagen in New York van 11 september 2001. Mensen vergeten snel...

Vrijdag 12 september 2003

06.45 u: opstaan

07.45 u: ontbijt

Kilometerteller 63.384

08.43 u: vertrek richting Hallein. Het regent.

10.15 u: we nemen de trein te Hallein (€ 3,10 x 4) richting Salzburg Hbf. Daar we toch over autosnelwegvignetten beschikken komt het waarschijnlijk goedkoper uit tot in Hallein te rijden en hier de trein te nemen naar Salzburgstad om zo de drukte van het stadsverkeer te vermijden.

10.40 u: aankomst Salzburg Hbf. Van daar gaat we te voet naar het oude stadsdeel. Het regent de ganse dag fel, enkel tussen 10.30 u en 12 u houdt het wat op. Bij het oversteken van de Salzach zien we dat er veel stroming op de rivier zit. De dom van Salzburg kan enkel bezocht worden mits betaling en om principiële redenen gaan we er niet binnen (ik vind dat toegangsgeld niet kan in een kerk). Met onze Salzburgerland Card nemen we het tandradspoor (funiculaire) naar het kasteel Hoghensalzburg. We bezoeken er het kasteel en de er in ondergebrachte musea. Van op het kasteel heeft men een mooi uitzicht over de oude en de nieuwe stad en de omgeving. Dit ondanks de regen. Op het einde van het bezoek aan het kasteel verbruiken we in de “gaststatte” van het kasteel elk een soep (kruidencremesoep), elk twee worsten met mosterd en een broodje, een fanta en een mineraal water.

Met de funiculaire gaat het terug naar beneden en gaan we naar de aanlegsteiger van de boten op de Salzach. Die varen wegens de te sterke stroming niet. We besluiten dan maar terug te keren en onderweg naar het station is het hevig aan het regenen. Dank zij onze regenkledij kunnen we echter doorstappen en een droger oord in het station opzoeken. In de gauwte drink ik in het station een koffie om me wat op te warmen (de regen maakt het wat killig).

14.51 u: vertrek van de trein naar Hallein.

15.15 u: aankomst te Hallein na aan de 5 haltes onderweg gestopt te hebben.

Onze wagen hebben we op een vrije parkeerplaats aan het station van Hallein achtergelaten. De rit Grossarl – Hallein heeft een afstand van 60 km.

15.25 u: vertrek naar Grossarl

16.30 u – 120 km: aankomst aan het hotel. Eerst verbruiken we hier elk een apfelstrudel en koffie. Monica, de dochter des huizes, wijst er ons op dat er morgen enige festiviteiten doorgaan op de Maurachalm ter gelegenheid van de almabtrieb (de koeien die van de almen in de bergen naar het dal gebracht worden). Daar er morgen ook festiviteiten zijn in Dorfgastein zijn we echter van plan daar naartoe te gaan en zullen we proberen tijdig terug te zijn om de almabtrieb nog te kunnen zien in het dal ter hoogte van de Wimmbrucke.

Avondeten:
-Rindssuppe met Gemüsestreifen
-Salat vom Buffet
-Forelle “Müllerin” dazu Petersilienkartoffeln
-Apfeltasche mit Vanillesause

Zaterdag 13 september 2003

06.45 u: opstaan

07.50 u: ontbijt

09.00 u: rijden naar het dorp om er enkele boodschappen te doen (o.a. een tafelkleedje) en tanken er 36,31 liter voor € 26,14. We halen wat geld uit de automaat die zich echter binnen in een bankruimte bevindt en om daar binnen te geraken moet men zijn bankkaart in een leestoestel steken. Bij mij lukt dit niet (verkeerd ingestoken?). Tot wanneer een andere gebruiker binnengaat zodat we mee naar binnen kunnen glippen. De rest verloopt zonder problemen. Na een stop aan het hotel vertrekken we om 10.45 u naar de Strohlehenalm in de Gasteinervallei.

11.45 u – 40 km: aankomst aan de Strohlehenalm. Eten er 1 x spekbrod, 1 x schinckenbrod, een buttermilch en een koffie. Het weer blijft regenachtig, nu en dan is het droog maar af en toe regent het lichtjes.

13.00 u – 45 km: aankomst te Dorfgastein. Blijkt dat de festiviteiten wegens de regen afgelast zijn. We keren terug naar ons hotel.

14.00 u – 83 km: zijn terug in het hotel.

15.30 u: drinken een koffie en een thee waarna we vertrekken naar de Wimmbrucke om de almabtrieb van de Maurachalm te zien. We rijden aan de Wimmbrucke de helling op richting Maurachalm alwaar we ons halfweg parkeren omdat we denken verderop moeilijkheden te hebben met het naar beneden komend verkeer en de koeien. De weg is te smal om snel even rechtsomkeer te maken. Terwijl we aan het wachten zijn zien we tientallen auto’s de helling afrijden en we maken ons de bedenking dat we beter ook naar de alm hadden gereden in de plaats van naar Dorfgastein. Zo te zien moet de alm met de wagen gemakkelijk bereikbaar zijn want er kwam zelfs een bus naar beneden gereden. Wanneer het naar beneden rijden van de wagens wat stilvalt denken we dat het stilaan tijd is om naar beneden te rijden tot aan de Wimmbrucke. Eens beneden blijkt de parking reeds goed gevuld te zijn en moeten we ons dubbel opstellen. De almabtrieb schijnt veel belangstelling te kennen wat te zien is aan de talrijke toeschouwers. Na een 20-tal minuten zien we in de verte de troep koeien aankomen. De oudste koeien zijn versierd met religieuze afbeeldingen op hun kop en dragen zware koebellen.

Avondeten:
-Panadlsuppe
-Salat vom Buffet
-Champignonschnitzel dazu kroketten
-Topfennockerl aug glühweinsose

Zondag 14 september 2003

06.45 u opstaan

07.50 u ontbijt

09.00 u – kilometerstand 63.608: vertrek om de wandeling naar de Viehhausalm over te doen met Lea. De laatste dag breekt aan.

We rijden de helling op tot aan de parkeerplaats.

09.25 u: beginnen aan de wandeling. Er is aangegeven dat de wandeling naar de Viehhausalm 1 u ¼ in beslag neemt. Er hangt lage bewolking en tijdens het klimmen lopen we regelmatig door de mist. Het weer betert echter en tegen de middag schijnt de zon volop.

10.25 u: aankomst aan de Viehhausalm. Wij zijn vroeg waardoor wij de eerste bezoekers zijn. Ik loop naar het terras maar om daar te zitten is het te fris. De boerin komt uit haar keuken en stelt voor dat we in de gelagzaal plaats nemen, wat we ook doen. Een stoofje houdt de koude buiten en het bleekhouten interieur doet gezellig aan. We bestellen een buttermilch en een koffie. De boer komt bij ons zitten en verwondert er zich over dat Lea suiker in haar karnemelk doet. Van mijn vorig bezoek weet ik dat de boer en de boerin graag samen zingen, eens kijken of ze dit nu ook zullen doen, wij zijn nog steeds de enige bezoekers. De boerin komt erbij zitten en we beginnen een gesprek over “koetjes en kalfjes”. De boerin is 76 jaar oud en de boer is er 78. Ze hebben 8 kinderen en 16 kleinkinderen waarvan een hen helpt bij het bedienen op de alm. Tijdens de zomer blijven ze op de alm wonen en slapen tot eind september of wanneer het weer het toelaat zelf tot een stuk in oktober. De broer vraagt aan Lea of zij samen met hem wil zingen. Ondertussen is de boerin erbij komen zitten en beginnen ze samen een mooi lied te zingen. Het is een ode aan Salzburgerland en zijn bergen. Ze hebben nog maar pas gedaan met zingen of de eerstvolgende bezoekers komen binnen. Voor ons is het tijd (11.30 u) om op te stappen en we beloven aan de boer en de boerin volgend jaar “bij leven en welzijn” terug te komen. Ik heb het zingen van het Salzburgerlied opgenomen op video en zal proberen tegen dan het lied mee te zingen.

12.30 u: aankomst op de Heumoosalm. We hebben de rijweg (in grint) genomen en niet het smalle en oneffen wandelpad. Onderweg komen we tientallen wandelaars tegen die waarschijnlijk onderweg zijn naar de Viehhausalm. De boerin hier zegt dat er binnen nog plaats is en omdat het nog wat fris is gaan we op haar voorstel in. Binnen zitten er een 4-tal (Duitse) wandelaars en buiten een tiental. Daar eten we elk een kleine “bretljause”, een almdudler en een koffie.

13.30 u: aankomst aan de parking en rijden naar beneden. Na een sanitaire stop in het hotel rijden we terug naar het dorp met de bedoeling de wagen in de selfcarwash te doen. Maar die blijkt op zondagnamiddag niet te werken. De wagen is behoorlijk vuil door het grijze stof op de grintwegen, door het patineren op het vochtige gras op de parkeerplaats en toen we gisteren over de weg reden richting Sankt-Johan was de plaats waar er wegwerkzaamheden bezig zijn behoorlijk modderig.

Voor de laatste keer rijden we nog eens tot het einde van het dal. De zon schijnt nu volop. Terug in het hotel rekenen we af zodat we enkel hetgeen dat we vandaag verbruikt hebben nog deze avond aan Monica moeten betalen. Tevens maken we reeds een afspraak voor volgend jaar (vanaf zondag 5 september tot en met zondag 19 september (vertrek op maandag 20 september 2004). Eens dit achter de rug gaan we naar de kamer onze koffers pakken en brengen reeds zoveel als mogelijk naar de auto. Enkel hetgeen we nog nodig hebben blijft nog op de kamer.

Avondeten:
-Rindssuppe met Frittaten
-Salat vom Buffet
-Grillteller mit Kräuterbutter dazu Ofenkartoffel
-Vanilleeis mit schokososse

Op het einde van de maaltijd brengt Hias ons de traditionele afscheidssnapsen (ook de eerste avond, bij onze aankomst, kregen we elk een welkomstsnaps) en neemt Monica afscheid van ons daar we ze morgen niet meer zullen zien. Wanneer we naar de kamer gaan is het de beurt aan Hias om afscheid te nemen.

Maandag 15 september 2003

06.30 u: opstaan

07.45 u: ontbijt

08.26 u – kilometerstand 63.658 km – 4 graden: het vertrek naar huis is aangebroken. Hetgeen nog rest wordt naar de auto gebracht en we nemen met spijt afscheid van Burgl. Er is geen wolkje aan de lucht. Te Sankt Johan zien we een carwash en laten daar de wagen wassen voor € 3.

09.16 u – 41 km: Zettenbergtunnel (527 meter lang)

Volgende tunnels na 43 km (596 meter), 9.20 u -46 km (2004 meter), 9.22 u - 48 km (1384 m)

09.30 u – 64 km: Hallein

09.41 u – 81 km: passeren de grens met Duitsland.

10.01 u – 122 km: rijden voorbij de Chiemsee.

10.25 u tot 10.56 u – 162 km: stop te Ischenberg aan een raststatte.

Op de ring rond Munchen nemen we even de verkeerde weg, rijden de volgende afrit af en keren terug zodat we op de goede weg terechtkomen (Aan Munchen moeten we richting Nurnberg volgen via de A 99).

11.41 u – 234 km: we verlaten de ring rond Munchen. Het is 17 graden.

13.42 u – 371 km: stilstand parking en raststatte Nurnberg. Nemen een licht eetmaal tot 13.42 u

16.00 u – 495 km: aankomst te Wurzburg-sud en aan Etaphotel. Hadden onderweg tussen Nurnberg en Wurzburg een behoorlijke file die ons heel wat tijd liet verliezen en waardoor het praktisch onmogelijk was door te rijden in een rit. Even voorbij het Etaphotel is er een MCDonaldsrestaurant waar we iets drinken.

17.00 u: receptie van het Etaphotel gaat open en wij betalen een overnachting en twee ontbijten voor € 50,80. Kilometerstand 64.153 (495 km). Na de douche gaan we te voet naar het restaurant La Strada en eten er terug Calamari Fritti. Hun Visakaarttoestel schijnt nog steeds niet te werken zodat we cash betalen.

19.45 u: zijn terug in het Etaphotel en gaan die avond vroeg slapen.

Dinsdag 16 september 2003

06.00 u: opstaan

06.30 u: ontbijt

07.00u: vertrek – rijden na 6 km de snelweg op richting Frankfurt.

08.02u – 89 km: rijden door een lange tunnel te Assaffenburg maar vragen ons voor de zoveelste keer af voor wat die tunnel daar gemaakt is.

08.11 u – 111 km: Weiskirchen en file

08.34 u – 123 km: terug file

09.09 u – 180 km: stilstand te Comburg tot 09.25 u voor een sanitaire stop en om iets te drinken.

10.54 u – 341 km: stilstand te Frechen tot 11.10 u voor sanitaire stop en wat te drinken.

12.45 u - 456 km: zijn reeds in België, enkele kilometer voor de wisselaar E 313 – E 314 en stoppen aan het kleine baanrestaurant voor het eten van een belegd stokbrood. Mijn bodywarmer (vest) hang ik aan mijn stoel omdat het te warm is. We zijn reeds voorbij de verkeerswisselaar als ik merk dat ik mijn vest vergeten ben met daarin mijn gsm en mijn bril. Even paniek. Bij de volgende afrit rijden we af de snelweg en keren terug. Het is wel even opletten aan de wisselaar dat ik op de goede snelweg terecht kom om dan vervolgens terug van de snelweg te rijden en terug te keren. Een 20-tal minuten later ben ik terug in het restaurant en blijkt dat de diensters mijn vest ik bewaring hebben gehouden.

14.40 u – 622 km: we zijn thuis.

We tanken vol (€ 0,759/liter) 41 liter voor € 31,14.

Eindstand kilometerteller: 64.776

Totaal afgelegd aantal kilometers: 3450 km (tegen 3500 km in 2002)

Totaal aantal kilometers heenreis: 1094 km

(tegen 1122 km in 2002 – reden toen even om langs de Romantische strasse)

Totaal aantal kilometers terugreis: 1117 km (vergisten ons twee keer van snelweg, moesten terugkeren om vergeten vest op te halen en overnachtten in Wurzburg) (tegen 1032 kmi n 2002)

Totaal aantal dagen: 18 dagen waarvan 4 dagen voor de heen en terugreis (tegen 16 dagen in 2002 waarvan 3 dagen voor de heen en terug reis)

Totaal aantal liters diesel verbruik( (vol bij start en aankomst): 179,33 liter

Totaal kostprijs diesel: € 138,28 (=5.578 Bef)

Gemiddeld verbruik: 5,20 liter per 100 km

Website van het hotel: www.schuetzenhof.at
e-mailadres van het hotel:info@schuetzenhof.at

29-08-2003 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
28-08-2003
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OOSTENRIJK GROSSARL 2003 deel 3
Klik op de afbeelding om de link te volgen





Kasteel van Werfen



28-08-2003 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
19-03-2003
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TURKIJE 2003 deel 1

AntalyaTurkije

19 – 30 maart 2003

Wat vooraf ging

De laatste jaren maken we er een (onopzettelijke) gewoonte van om op reis te gaan op een tijdstip dat internationale gebeurtenissen de publieke opinie beroeren. Zo waren we in Leeuwarden (Nl) toen in Enschede de vuurwerkfabriek ontplofte; in de Vogezen (Fr) toen op 11 september 2001 de aanslag werd gepleegd op de WTC-torens in New-York, in Bretagne (Fr) toen Pim Fortuyn werd vermoord terwijl Jacques Chirac een overwinning behaalde op het extreem rechtse Front National (2002) en moesten we een eerste poging om naar Bretagne te gaan uitstellen omdat de wegen in Frankrijk geblokkeerd waren door stakende vrachtwagenchauffeurs (2000).

Onze reis naar Antalya Turkije hebben we geboekt op 21.11.2002. Toen was er nog geen sprake van of geen vermoeden dat er een tweede Golfoorlog op til was. Onze reis was nog niet goed geboekt of de Amerikaanse president Bush begon dreigende taal te spreken tegenover Saddam Hoesein. Hoe dichter de datum van de afreis (19 maart) naderde hoe meer het duidelijk werd dat een oorlog niet meer te vermijden was. Meer nog. Het werd als maar duidelijker dat het begin van de oorlog net na onze vertrekdatum zou vallen. Er zou geen twijfel geweest zijn over de veiligheid in Turkije ware het niet dat er sprake was dat dit land kans maakte betrokken partij in het conflict te worden door zijn luchtruim open te stellen voor de Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. Op het laatste ogenblik besliste het Turkse parlement (zelfs tot tweemaal toe) hiervoor geen toestemming te geven. Dit punt van twijfel viel dus weg. Maar gerustgesteld waren we niet. Voor alle zekerheid nam ik enkele keren contact op met Jetair waar ik steeds hetzelfde stereotype antwoord te horen kreeg: in geval het risico te groot wordt zou de reisorganisatie voor een alternatief zorgen. Wel begreep ik dat in deze kwestie het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van doorslaggevende aard was. En het reisadvies op de website van het Ministerie (www.minbuza.be) was gunstig voor Turkije maar de laatste bijwerking ervan dateerde van 23.1.2003. Voor alle zekerheid verzond ik op zondagavond 16 maart nog een e-mail met de vraag om een bevestiging van het gunstig reisadvies. Aangezien we in de loop van maandag niets meer hoorden van het ministerie hadden we nagenoeg beslist niet te vertrekken en als alternatief naar Oostduinkerke te gaan (thuis blijven zagen we niet zitten). In dit geval zouden we dus wel het betaalde bedrag volledig verloren hebben. Op dinsdag 18 maart, de dag voor ons vertrek, liep om 12.20 u een bericht binnen, op mijn e-mail, van het Ministerie van Buitenlandse Zaken waarin benadrukt werd wat het westen van Turkije, met inbegrip van Cappadocië, geen enkel probleem was om er naartoe te reizen. Binnen de vijf minuten beslisten we om toch maar te vertrekken. De drang om te gaan was te groot, te meer dat we wisten waar we zouden terechtkomen en de omgeving bij ons bekend was (In 2001 waren we reeds in hetzelfde hotel in Antalya). De valiezen stonden reeds enkele dagen klaar en ondanks onze twijfels hadden we ze niet leeggemaakt. Dus hadden we enkel nog wat laatste voorbereidingen te doen zodat we ’s anderendaags konden vertrekken.

Woensdag 19 maart 2003

We staan op om 5 u en om 6.30 u brengt Marijke ons naar het Sint-Pietersstation. De rechtstreekse trein naar de luchthaven vertrekt om 7.15 u. Om 8.15 u komen we aan in het station Zaventem – Nationale Luchthaven. Het station is gelegen onder de luchthavengebouwen. Tijdens de week is het zekerder met de trein te reizen om niet in een file terecht te komen en zo te laat op de luchthaven aan te komen. Eerst gaan we naar de balie van Jetair om het klassieke reistasje af te halen. Daar verwijst men ons tevens naar incheckbalie 1.8. Wij zijn, gezien het vroege uur (we moesten maar ten laatste om 9.15 u ter plaatse zijn), een van de eersten om in te checken. Men vraagt ons of we een plaats aan het venster willen hebben. Doordat we bij de eersten zijn hebben we de keuze. We krijgen de zetels 1 E en 1 F toegewezen, dit wil zeggen op de eerste rij. Wel hadden we ons afgevraagd of wij niet alleen zouden staan aanaanschuiven aan de incheckbalie maar na een kwartier is het reeds duidelijk dat het vliegtuig compleet vol zit.

Achter ons in de rij staat een Turks gezin waarvan enkel de man zal meereizen omdat zijn moeder erg ziek is. Zij woont in de buurt van Ankara. Waarschijnlijk omdat hij pas enkele dagen geleden een plaats op het vliegtuig zocht moest hij via Antalya vliegen en de rest van de reis met de autobus afleggen. De (jonge) Turkse vrouw praat honderd uit, in correct Nederlands, over het waarom haar man naar Turkije gaat en zij niet kan meegaan. Zij volgt nog avondlessen en ook door haar werk kan ze niet weg.

De rest van de passagiers zijn duidelijk allemaal Belgische toeristen.

Na het inchecken drinken we nog een koffie en eten een kleinigheid. De pascontrole en de veiligheidscontrole passeren we zonder problemen en we moeten nog even wachten in de wachtplaats aan de instapplaats aan kaai A 32. Ik ga nog vlug even naar het toilet, iets wat men liefst zo weinig mogelijk doet in het vliegtuig wegens de beperkingen. Terwijl ik in het toilet ben hoor ik via de oproepinstallatie reeds de melding dat de passagiers van ons vliegtuig mogen instappen. Het is dan 10.15 u. Ik had een toilet moeten gebruiken dat wat verder afgelegen was daar het nabij gelegen toilet niet toegankelijk was. De gang op het einde van de kaai was enkel toegankelijk voor de passagiers van het er vertrekkende vliegtuig. Toen bemerkte ik dat het vliegtuig als bestemming Atlanta (V.S.) had en om veiligheidsredenen (de op til zijnde oorlog in Irak) hadden enkel de passagiers van het vliegtuig toegang tot dit gedeelte van de kaai.

Ons vliegtuig is van het type 737, vrij klein, met 3 + 3 zetels op een rij. Het vertrek is voorzien om 10.45 u. Om 11.10 u komen we los van de grond. We zitten op de eerste rij waardoor we wat meer beenruimte hebben en ook de klaptafeltjes zitten iets ruimer (die komen uit de armleuning i.p.v. dat ze gehecht zijn aan de voorgaande stoel). Het weer is goed, er zijn wolken en de temperatuur is ca 13 graden. Er hangt  een lichte nevel boven de grond maar we kunnen volop het landschap zien en dit tot we ver voorbij de Alpen zijn.

Op de stoel naast Lea zit een praatgrage jonge vrouw die blijkbaar met een vriendin op reis is. Haar bestemming is eveneens Antalya maar blijft daar slechts enkele dagen want op zondag keert ze terug naar huis. Door het praten verkort voor Lea de vliegtijd (zij is nog altijd niet heel gerust in het vliegen).

Om 12.15 u (E.T. = Europese Tijd) of 13.15 u T.T. (Turkse Tijd) vliegen we over de besneeuwde toppen van de Alpen.

Ca. om 15.30 u (plaatselijke tijd) landen we, na een vlucht van ca 3.45 u, op de luchthaven van Antalya na eerst nog even over de Middellandse Zee te hebben gevlogen om de juiste aanvliegroute de vinden. Bij onze vorige reis naar Antalya was het reeds donker bij de landing (het was februari en we waren enkele uren later vertrokken). Zonder problemen pikken we onze valiezen van de rolband en kopen we een visum (€ 10 per persoon) voor Turkije. Dit is echter een loutere financiële kwestie en heeft weinig te zien met veiligheid of controle op het binnenkomen van het land. Vervolgens passeren we de pascontrole. Aan de uitgang van de luchthaven treffen we de hostesses van Jetair aan die ons naar het busje, iets verderop, verwijzen. Voor ons is dit niet nieuw. Het kleine busje is een must want grote bussen kunnen niet binnen in Kaleici, het oude stadsdeel van Antalya, wegens de zeer smalle straatjes. In het busje zitten drie koppels, ons inbegrepen. Een koppel zal verblijven in een ander hotel in Kaleici en het andere koppel in hetzelfde hotel als wij. Onderweg vertellen we al het een en ander over het hotel en onze ervaring van twee jaar geleden. Het is ca 17 u als we in het hotel aankomen, van de luchthaven naar het hotel is het maar 15 minuten rijden. Ook het inchecken in het hotel is niet nieuw voor ons. We krijgen de kamer Sinan Pasa toegewezen (de kamers hebben hier gaan nummers maar namen van pasja’s of haremvrouwen) De pasa-kamers zijn ruimer en beschikken over een jaccuzzibad (wel bij te betalen bij de boeking). De ervaring van twee jaar geleden had ons geleerd dat het beter is op te leggen voor een kamer met jaccuzzibad, niet zozeer voor het bad zelf maar voor de ruimere kamers. Tevens krijgen we een kaartje (soort van bankkaart) waarmee de dranken en andere extra’s in het hotel kunnen betaald worden. Een personeelslid draagt onze valiezen naar boven en dit is nog best ook want samen wegen ze 33 kg (normaal mogen ze 15 kg wegen per persoon, dus hadden we 3 kg teveel mee, maar op enkele kilo’s wordt er niet gekeken). Bij de terugvlucht mag men 20 kg per persoon meenemen, kwestie van de commercie wat te bevorderen. MNG, waarmee we vlogen, is trouwens een Turkse luchtvaartmaatschappij. Het drinkgeld voor het dragen van de valiezen kunnen we pas de volgende dag geven want we hebben geen muntstukken in Euro bij en moeten we nog Turkse Lira’s wisselen. Onze kamer is gelegen in de achterbouw van het hotel dat bestaat uit een drietal Ottomaanse huizen die prachtig gerestaureerd zijn. Uit het raam van onze kamer kijken we uit op een stemmig binnenkoertje. In de kamer ligt een plankenvloer, zijn er twee ingemaakte kleerkasten, is er airconditioning , een kleine TV met een Nederlands-Vlaamse satellietzender, enkele Franstalige en Duitstalige zenders naast de Turkse zenders.

Nadat we het jaccuzzibad hebben uitgeprobeerd gaan we eten. Alles is in buffetvorm (soep, voorgerechten, hoofdgerechten en nagerechten). Het andere koppel, dat samen met ons is aangekomen en afkomstig is uit Lokeren, zitten bij ons aan tafel. Al vlug leren we hen wat beter kennen en blijkt dat hun commentaren niet zo bevorderlijk zijn voor een goed en prettig verloop van de vakantie. Daarom zullen we stilaan de volgende dagen vermijden met hen nog aan dezelfde tafel te zitten.

Het is 23 u wanneer we gaan slapen.

Donderdag 20 maart 2003

Ik word wakker om kwart voor vijf door de oproep voor het gebed door de moëzins van de omliggende minaretten (in een stad als Antalya zijn er heel wat). We dommelen nog wat in en na het nemen van een bad gaan we om 7.30 u ontbijten. Ook het ontbijt wordt in buffetvorm gepresenteerd. Van andere landgenoten, het hotel is nagenoeg volgeboekt door Belgen en enkele Nederlanders, vernemen we dat de oorlog in Irak is begonnen. Wanneer ik op zoek ben naar de boter en dit nogal luid aan Lea vraag  word ik geholpen door een vriendelijke dame. Wanneer ik haar goed bekijk bemerk ik dat ik haar ken. Ik vraag haar of ze de echtgenote is van gewezen collega Roger De Caluwè waarmee ik vroeger nog samen in het bestuur was van de politievakbond “De Politieverbroedering Gent”. Ik krijg van haar een bevestigend antwoord en een paar ogenblikken later zie ik ook Roger. Het was jaren geleden dat ik hem nog zag en uitgerekend hier, enkele duizend kilometer van huis, lopen we mekaar tegen het lijf. Nadat we ontbeten hebben komt Roger wat bij ons zitten en worden er oude en nieuwe koeien uit de gracht gehaald. In de loop van de week zullen we herhaalde malen korte gesprekken voeren, ook met het koppel waarmee ze samen op reis zijn. Tevens blijkt dat ze reeds op zondag zijn aangekomen en dat we op dezelfde dag naar huis gaan.

Na het ontbijt wandelen we tot aan de haven om te genieten van het uitzicht op de baai van Antalya en het Taurusgebergte.

Om 10.30 u hebben de nieuw aangekomen gasten een afspraak met de hostess van Jetair die wat uitleg geeft over de omgeving en de gebruiken. Wij zijn ook aanwezig alhoewel de uitleg voor ons niet meer hoeft. Wat voor ons “nieuw” is is het groot winkelcentrum dat volgens de hostess zou gelegen zijn achter het Antalyamuseum en ook nog een tweede haventje. Later zullen we beseffen dat er iets mis is met het orientatievermogen van de hostess (zie verder).

Vervolgens gebruiken we het (meestal sobere) middagmaal dat, als uitzondering tegenover de andere maaltijden, wordt opgediend. Daarna genieten we op de kamer van wat platte rust. Na een uurtje gaan we naar de markt die voor ons niet moeilijk te vinden is omdat we er twee jaar geleden ook verschillende keren waren. We kopen er enkel kiwi’s. In het terugkeren kopen we in een kleine zelfbedieningzaak enkele boodschappen. Eerst laten we de gekochte spullen in het hotel achter en gaan vervolgens, in de buurt van de geribde of gekartelde minaret, naar een postkantoortje (eigenlijk is het een container van het model dat ook door de politie en andere openbare diensten her en der wordt gebruikt). Gisteren heb ik aan de receptie van het hotel wat Euro’s omgewisseld in Turkse Lira’s. De gangbare koers van het hotel was blijkbaar niet onderhevig aan de beursschommelingen van de dag want steevast krijgt men 1.500.000 T.L. voor één Euro, daar waar de dagwaarde veel hoger staat. In het postkantoortje (bemand met slechts één personeelslid) volgt men de officiële koers en krijg ik 1.780.000 T.L. voor één Euro. Van anderen vernam ik dat de wisselkantoren op de luchthaven nog harder sjoemelen. Daar kreeg men slechts 1.450.000 T.L. voor één Euro.

Niet ver af van de postcontainer doen we een terrasje met zicht op de oude haven van Antalya (enkel pleziervaart). De zon schijnt, het is ca 15 graden, maar er staat een frisse bries. Beschut tegen de wind genieten we van de prachtige zonsondergang wanneer de zon stilaan achter het Taurusgebergte wegzakt. Eens de zon achter de met sneeuw bedekte bergtoppen is verscholen koelt het flink af en is het tijd om naar het hotel terug te wandelen. Onder weg naar het hotel (amper 5 minuten ver ) lopen we enkele winkeltjes van tapijten binnen, we zijn namelijk op zoek naar enkele kleine tapijtjes om op salontafeltjes te leggen, maar we vinden onze goesting en de gepaste maat niet. Het is trouwens nog veel te vroeg om iets te kopen.

Na het bubbelbad gaan we eten. Het (opdringerige) koppel uit Lokeren heeft een tafel weten te bemachtigen aan de brandende open haard en heeft voor ons een plaats voorbehouden (wat hen niet gevraagd was). Voor ons is het er iets te warm.

Om 23 u gaan we slapen.

Vrijdag 21 maart 2003

Na gewekt te zijn door de moëzin om kwart voor vijf dommel ik terug in. Om 7 u sta ik op en maak na het bad een wandeling in de omgeving van het hotel in de nog verlaten oude stad Kaleici. Dit is meestal het beste moment om eens rustig de omgeving te bekijken. Kaleici kan men best vergelijken met de Gentse Patershol. Op dit ogenblik staan nog heel wat oude huizen te vervallen en is er nog heel wat restauratiewerk aan de winkel. Kaleici is onlangs (zoals onze Gentse begijnhoven) door de UNESCO beschermd als werelderfgoed. Enkele ongepaste betonkolossen die er niet thuis horen zullen plaats moeten ruimen. Ik heb het vermoeden dat wanneer je over 10 jaar Kaleici zal bezoeken je een heel ander beeld zal krijgen van dit oude Antalyastadsdeel.

Na het ontbijt, om 8 u, maken we samen een wandeling in Kaleici en het aanpalende stadspark. Vanop een zitbank aan de kustlijn heb je een mooi uitzicht op de baai van Antalya met op de achtergrond de besneeuwde bergtoppen van het Taurusgebergte. De temperatuur voelt goed aan, het is ca 15 graden en weinig wind.

Voor de rest van de voormiddag blijven we op de koer van het hotel van de zon genieten (dit is het beste moment van de dag om hier te zonnen) en wachten er op de hostess van Jetair. Met haar maken we een afspraak om een uitstap te doen naar Phaselis en Myra en betalen die ook meteen (in promotie € 26). Voor de andere uitstappen kunnen we later nog een afspraak maken.

Vandaag zijn we het koppel uit Lokeren nog niet kwijt en zitten we noodgedwongen naast hen aan tafel voor het middageten. Het slaatje wordt door hen prompt afgewezen omdat er komkommers in verwerkt zijn. Zo gaat het nog enkele dagen door. Meer dan vijftig procent van de groenten en andere gerechten lusten ze niet, ... en klagen dan dat er te weinig keuze is.

Daar na het middagmaal onze kamer nog niet klaargemaakt is gaan we op zoek naar het door de hostess gesignaleerde tweede haventje. Ik had al mijn twijfels wanneer ze op een plannetje een bebouwd stadsdeel aanduidde waar zich het haventje zou bevinden. Te vergeefs zoeken we de ganse buurt af en moeten dan tot het besluit komen dat de hostess één en dezelfde haven heeft gezien ... maar van uit twee verschillende richtingen, wat een totaal ander beeld geeft.

Tijdens onze zoektocht maken we kennis met het drukke verkeer in de moderne stad. Iets wat men in Turkije blijkbaar niet kan is degelijke trottoirs aanleggen. Alle soorten tegels en bestratingen worden er door elkaar gebruikt en soms op een ongelukkige manier met mekaar verbonden. Reeds bij onze eerste kennismaking, twee jaar geleden, was het ons opgevallen dat de trottoirs vrij hoog zijn wat het opstappen er niet gemakkelijker op maakt.

Omdat we het tweede haventje toch niet vinden stappen we in de richting van het enige echte haventje om een boottocht te maken. Onderweg kunnen we aan de verleiding niet weerstaan en lopen een tapijtwinkeltje binnen. Eens binnen begint de Turkse nationale sport: het afbieden. Het tapijt dat we op het oog hebben kost aanvankelijk € 250 (10.000 Bef) en na lang afbieden komen we tot de helft van de prijs of € 125. Ook van een kleiner tapijtje kunnen we 50 % afbieden (eerst € 30) en betalen € 15. Na het afsluiten van de koop schrijft de verkoper ons een certificaat uit, men is hier nogal vrijgevig met dergelijke certificaten, en drinken we samen met hem een appelthee. Uit het gesprek dat we voeren onder het drinken van de thee weerklinkt de bezorgdheid voor de toekomst van de toeristeneconomie wegens de oorlog in Irak. Men hoopt er vurig dat niet al te veel toeristen zich zullen laten afschrikken door de gebeurtenissen in het naburig land. Wanneer we na driekwartier onderhandelen en praten de winkel verlaten krijgen we nog van de verkoper een (goedkope) kussensloop ten geschenke. Ik alleen breng de aangekochte spullen naar de kamer en keer dan terug bij Lea die inmiddels aan het haventje is aangekomen. Het is echter reeds te laat om een boottocht te maken. Wel winnen we informatie in voor een tocht naar de lagere Duddenwaterval (de hogere bezochten we tijdens onze eerste reis naar Turkije). Een boottocht in die richting kost € 20 per persoon maar de schipper doet er € 10 af voor twee personen (dus samen € 30). Daar we vandaag toch niet gaan varen bieden we niet af maar zijn vast van plan een volgende keer af te bieden tot € 10 per persoon.

Wanneer we die avond het restaurant binnenkomen zit dit reeds behoorlijk vol. Ook enkele groepen van de plaatselijke bevolking genieten van een etentje. Later zal ik vernemen dat vandaag het Islamitische nieuwjaar begint. De baas van het hotel komt ons tijdens de maaltijd vertellen dat er die avond een buikdanseres komt optreden. Wij twijfelen er aan of hij dit meent of dat hij dit slechts voor de grap zegt. We zullen we zien. Na het avondmaal gaan we naar onze kamer die boven een deel van het restaurant is gelegen. Na een half uur horen we onder onze kamer luide oriëntaalse muziek. Het was dan toch waar van die buikdanseres. Al vlug zijn we terug in het restaurant en bekijken het spektakel.

Om 23 u gaan we slapen.

Zie verder deel 2

19-03-2003 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
18-03-2003
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TURKIJE 2003 deel 2

Deel 2

Zaterdag 22 maart 2003

Opstaan om 7 u en ontbijten om 8 u. We vragen aan de receptioniste van het hotel naar de kortste weg naar een halte van een dolmus. Een dolmus is een klein busje (max. 15 personen) die een vast parcours volgt, enkele vaste stopplaatsen heeft die aangeduid zijn doormiddel van een groot bord met daarop een D en die men kan doen stoppen door gewoon de hand op te steken of door aan de chauffeur te kennen te geven dat men wil uitstappen. De vaste prijs bedraagt 750.000 T.L. per persoon. Eerst stapt men in en wanneer men achteraan zit geeft men gewoon het geld aan diegene die voor je zit tot het bij de chauffeur komt. Moet er teruggegeven worden dan volgt het geld de omgekeerde weg. Het is de bedoeling dat we vandaag eens het busstation van Antalya gaan bekijken. Aan de Adrianuspoort (een poort uit de Romeinse periode) steken we de Ataturk Caddesi (Ataturklaan) over en blijven langs de rechterkant van de moskee aan de overkant. Even verder staat een moderne bulding die de naam draagt “Antalya 2000”. Net voor dit gebouw slaan we links af en komen 100 meter verder aan de halteplaats voor dolmussen. We stappen de eerste de beste dolmus in na aan de chauffeur gevraagd te hebben of hij naar de “otocar terminali” (autobusstation) rijdt. Hij knikt bevestigend. Weinig van die dolmuschauffeurs kennen een andere taal dan het Turks maar met enkele woorden Engels kan je je wel behelpen. Het dolmusbusje rijdt kriskras door de stad. Antalya is een miljoenenstad en bestaat, naast het kleinere oude stadsdeel Kaleici, uit een groter modern gedeelte met appartementsblokken. In het begin van de trip zijn het allemaal luxeflats maar hoe meer men staduitwaarts rijdt hoe minder luxueus de gebouwen worden. Uiteindelijk belanden we in de armoedige wijken die bestaan uit huisjes gebouwd met allerhande materialen. Is het comfort van deze kadukkelijke bouwwerkjes zeer aan de lage kant, eten is er hier niet te kort. We rijden zelfs een markt voorbij die druk bezocht wordt. De wegen zijn nog onverhard en zullen waarschijnlijk bij regenweer (het kan hier zeer fel regenen) in modderpoelen herschapen worden.

Uiteindelijk komen we volledig buiten de stad aan het autobusstation terecht. We stappen echter enkele honderden meters te vroeg uit zodat we aan de in- en uitritpoort van de bussen staan. Een bewaker verwijst ons naar een groot gebouw even verderop maar schijnt voor de rest geen woord Engels te kennen. Het busstation is een hypermodern gebouw. Van daar vertrekken bussen naar al de grote steden van Turkije. De bussen worden uitgebaat door reisagentschappen die elk een balie hebben in de grote hall van het station. Bij het binnenkomen moeten we door een detectorpoort waarnaast een privè-bewakingsagent staat. De veiligheidsmaatregelen zijn duidelijk verscherpt sinds het begin van de oorlog in Irak. In het station lopen twee militairen (met witte gordel en beenkappen) te patrouilleren. Maar voor de rest brengt dit geen ongemakken te weeg en worden we vriendelijk en correct behandeld. Volgens geruchten zou Turkije binnengevallen zijn in het Koerdische deel van Irak maar dit bericht blijkt achteraf niet te kloppen. Na ons bezoek aan het busstation nemen we een dolmus die ons terugbrengt naar de Ataturklaan. We komen er aan om 11.45 u en moeten nog twee minuten lopen tot aan het hotel.

Na het middageten en een korte rustpauze op de kamer gaan we naar de haven om een boottocht te maken. Voor een tocht naar de Duddenwaterval vraagt men ons € 25 per persoon (na afbieden). Dit is ons te veel. Vooral hier aan het haventje laat de oorlog in Irak zich al voelen want volgens de mensen die de pleziervaarten uitbaten zijn er reeds minder toeristen dan normaal. Overal staan de televisietoestellen aan en volgt men het nieuws van de oorlog op de voet. Uiteindelijk nemen we een boottocht langsheen de kust in westelijke richting. Dit kost € 10 voor 2 personen. De boot vaart langsheen de grillige rotskust tot aan het museum. Daar begint het keienstrand dat een lengte heeft van 8 km. Eens terug doen we een terrasje aan van een duur restaurant, gelegen tegen de vestingmuur en boven de haven uitkijkend. We gebruiken er 2 gini’s, 2 appelthee’s en een bordje baklava (samen 34 milj. T.L.). Baklava is een typisch Turks nagerecht dat alle soorten van vormen kan aannemen maar steeds bestaat uit bladerdeeg gedrenkt in een honingsaus. Vooraleer we naar het hotel gaan maken we nog een korte wandeling waarbij we merken dat het vrij fris is.

Die avond zitten we niet meer bij Emma en ‘petoeke’ aan tafel maar naast een ander koppel. Zij is weduwe en hij is weduwnaar. Uit het geprek dat volgt blijkt dat de vrouw, die een jaar ouder is dan ons, op hetzelfde moment naar de verpleegsterschool ging van het U.Z. toen Lea er ook ging. Toch kunnen beiden zich elkaar niet meer herinneren.

Reeds om 21 u doen we die avond het licht uit.

Zondag 23 maart 2003

Ik sta op om 05.30 u nadat ik me laten wekken heb door de receptie. Na het bad doe ik een wandelingetje in de buurt van het hotel terwijl Lea zich klaar maakt. Om 06.30 u ben ik terug op de kamer en gaan we om 06.45 u eten. Normaal kan men slechts ontbijten vanaf 07.30 u maar in uitzonderlijke gevallen kan het ook vroeger. De pannenkoeken die door de kok worden gebakken zijn er dan wel nog niet maar er is voldoende ander brood en toespijs aanwezig. Omdat we niet wisten of er bij de uitstap, die we vandaag doen, eten inbegrepen was, hadden we een lunchpakket gevraagd maar achteraf bleek dit niet nodig te zijn.

Stipt om 07.35 u (zoals voorzien) stopt het busje van Jetair voor de poort van het hotel. Met dit busje rijden we naar een rendez-vouspunt tegen Kemer. Met een grote bus kan men niet binnen in Kaleici wegens de smalle straatjes. In de buurt van Kemer stappen we (een achttal personen) over op de grote bus die reeds meer dan de helft gevuld is met logés die in Kiriş verblijven. We volgen de kustweg verder in de richting van Finike en bezoeken eerst de ruïnes van het Romeinse stadje Phaselis. De hoofdstraat is nog duidelijk zichtbaar. Het theater kan plaats bieden aan ca 3000 personen. De (Nederlandstalige) gids, die ook onze twee volgende uitstappen zal begeleiden, wijst erop dat dit geen amfitheater is, zoals meestal verkeerdelijk gezegd wordt tegen een theater in halve cirkelvorm. Een amfitheater is net het tegenovergestelde, namelijk een volledig rond theater. De rijbaan van de hoofdweg ligt duidelijk veel lager dan het trottoir. Op mijn vraag wat de reden hiervoor is, krijg ik geen duidelijk antwoord. In sommige kamers zie je nog de ronde pilaren waarop de vloer rustte en waaronder de warme lucht circuleerde van de vloerverwarming. Het gymnasium lag in de buurt van een van de drie havens die het stadje telt. In het gymnasium werd aan sport gedaan. Het woord “gymne” wil zeggen “naakt” omdat men er naakt trainde.

Om 10.10 u verlaten we Phaselis. De zon schijnt volop en de temperatuur is zacht. Terwijl we verder in de richting van Finike rijden geeft de gids volgende cijfers over Turkije. Het land heeft 70 miljoen inwoners waarvan ca 20 miljoen in de drie grootste steden wonen (Istamboel: 10 milj., Ankara: 5 milj. en Izmir 3,5 a 4 milj.). Het juiste aantal inwoners kent men niet omdat de volkstelling nogal gebrekkig verloopt. Deze wordt op één bepaalde dag gehouden en dan moet iedereen thuis blijven tot de teller is langs geweest. De eerste volkstelling werd gehouden in 1926. Toen telde Turkije slechts 13.650.000 inwoners. 75 % van de bevolking woont in de steden en 25 % op het platteland. Het land telt 81 provincies waaronder Antalya waarvan de stad Antalya de hoofdstad is. In 1923 werd Ankara de hoofdstad van het land in plaats van Istamboel. Ataturk (Moustafa Kemal) voerde de strikte scheiding tussen godsdienst en staat in. De hoogste berg van het land is de Arrarad met zijn 5165 meter. Men noemt hem ook de heilige berg omdat volgens de overlevering er de ark van Noë strandde. Turkije heeft een kust met een lengte van 8330 km. Het land is 1600 km breed en 550 km van noord naar zuid. Het Europese deel noemt men Tracië (3%) en het Aziatische deel noemt men Anatolië (97%). De gids vertelt verder dat er in het zuidoosten ieder jaar een aantal doden vallen wegens de hitte, niet door de hitte rechtstreeks maar omdat men daar slaapt boven op het platte dak en om dat er nu en dan iemand naar beneden valt in zijn slaap.

Terwijl we in Phaselis rondkeken vroeg de gids ons hoe er in ons land gedacht werd over de oorlogssituatie en de veiligheid in Turkije. Nadrukkelijk zegt hij ons dat er in Turkije geen enkel probleem is. Uit dit alles blijkt de bezorgdheid voor de toeristische industrie die een van de voornaamste inkomsten is in dit (westelijk) deel van Turkije.

Even voor Finike houden we een sanitaire stop aan een rudimentair gebouwtje waar er van alles verkocht wordt en er iets kan gedronken worden (naast de thee ook vers geperst appelsien- en granaatappelsap). De toiletten zijn uitermate verzorgd, iets wat nog zeldzaam is in dit land (De mannentoiletten zijn dikwijls nog van het Franse type). Maar hier zullen de talrijke toeristenbussen voor iets tussen zitten. De stopplaats ligt op een hoogte en beneden, in de richting van de zee, zien we honderden, met plastiek afgedekte, serres met tomaten.

Enkele kilometers voorbij de stopplaats rijden we, tot aan onze eindbestemming, over een bochtrijke weg vlak naast de zee. Een spektakel op zichzelf. Uiteindelijk komen we aan in het plaatsje Demre. Vroeger noemde dit Myra. Het is de plaats waar Sint-Nikolaas leefde en overleed. Hij was er bisschop. Eerst brengen we een bezoek aan de ruïnes van het theater met ernaast een in de bergwand uitgehouwen dodenstad. Op een van de nabijgelegen rotsen zit een nauwelijks zichtbare kameleon. Hij blijft lang genoeg stilzitten om hem vast te kunnen leggen op de videofilm.

Daarna brengen we een bezoek aan de kerk waar Sint-Nikolaas werd begraven. De kerk (kilise) wordt tegen de regen beschermd door een overspanning. Op het deksel van de grafzerk waarin de heilige werd begraven zijn twee personen afgebeeld en is vermoedelijk afkomstig van een andere zerk.

Onmiddellijk naast de site is het restaurant gelegen waar we het middagmaal gebruiken. Tijdens het eetmaal verdwijnt de zon achter de wolken en dit zal zo blijven tot aan de avond.

Na het eten lopen we nog even door de weinige straten die Myra (Demre) telt en laat ik mijn schoenen poetsen door een professionele schoenpoetser. Vooraf vraag ik de prijs. Die bedraagt € 1. Voor mij is een kelner van een restaurant uit de buurt aan de beurt die na afloop op een nogal heimelijke manier een geldbiljet in de hand stopt van de schoenpoetser. Hieruit denk ik te mogen besluiten dat de poetser twee tarieven hanteert, één voor de plaatselijke bevolking en een duurder tarief voor de toeristen. Maar klagen mocht ik niet want achteraf hoorde ik dat iemand in Antalya € 5 (ca 200 fr) betaalde voor een poetsbeurt. Eerst wrijft de man rijkelijk de schoenen in met zwart schoenvet en blinkt die daarna op doormiddel van een borstel. Vervolgens smeert hij er nog een laagje boenwas op die opgeblonken worden doormiddel van een lap. Drie dagen heb ik mijn schoenen niet meer moeten poetsen, zo goed waren ze onder handen genomen.

Ondertussen was Lea stilaan in de richting van de bus gegaan en ziet aan een geïmproviseerd stalletje een reeks borden waarop op een daarvan mijn foto staat. Ik had gezien dat er tijdens ons bezoek aan het theater een man foto’s aan het nemen was. Onder de maaltijd waren die ontwikkeld en op een bord gekleefd. Het bord kost € 5.

Om 15.15 u vertrekken we terug naar Antalya alwaar we omstreeks 18 u aankomen.

De rest van de avond verloopt zoals gewoonlijk.

Daar er sprake van was dat de Turkse troepen Irak waren binnengevallen vroeg ik in de loop van de dag uitleg aan de gids. Hij benadrukt dat het bericht onjuist is. Wel zijn er reeds geruime tijd troepen van Turkije aanwezig in Noord-Irak om er de vluchtelingen te helpen. ’s Avonds meldt de TV dat de V.S. zijn troepen terugtrekt uit Turkije en dat ze dit land waarschuwen voor een eventuele inval in de streek van de Koerden.

Volgens sommige mensen die werkzaam zijn in de toeristische sector zou nu al het toerisme met 50 % verminderd zijn. Wanneer is ’s avonds eens goed rondkijk in het restaurant van ons hotel Alp Pasa dan bemerk ik dat dit volledig is bezet. Zoals gewoonlijk wordt waarschijnlijk alles wat overdreven en zal de vermindering pas goed voelbaar worden wanneer de oorlog te lang duurt.

Maandag 24 maart 2003

Opgestaan om 7 u. Ontbijten om 8 u. Na het ontbijt gaan we kiwi’s kopen op de markt. Het is vrij fris weer en rond de middag zal het amper 9 graden worden (door de frisse wind en een lichte bewolking). Voor Marijke kopen we een paar oorringen in een winkeltje van een van de straatjes die uitkomen op de Ataturklaan. Daarna gaat het terug naar het hotel alwaar we de komst afwachten van de hostess van Jetair. Ik had ondertussen, via de receptie, een nota van haar gekregen dat ze zich vergist had en ik enkele euro’s te weinig betaald had voor de uitstap naar Myra. Meteen maken we een afspraak voor nog twee uitstappen. Voor de uitstap van Perge – Aspendos – Side betalen we 2 x € 39 en voor de uitstap “Typisch Turkije” 2 x € 24.

Tijdens het middageten blijven we nog een hele tijd praten met Roger De Caluwè waarna we nog een kort dutje doen op de kamer.

Op de Ataturklaan nemen we de tram naar het eindstation dat gelegen is ter hoogte van het museum. De prijs voor een rit is wel iets duurder geworden sinds twee jaar geleden. Nu kost de tram 500.000 T.L. per persoon. Wij willen het groot winkelcentrum bezoeken waarvan de hostess eerder had gesproken. Aangezien we enige twijfels hebben over  haar oriëntatievermogen vragen we de weg aan de receptioniste. Blijkt dat dit winkelcentrum niet onmiddellijk achter het museum ligt maar wel ca 5 km verderop. Aan het eindstation van de tram nemen we een dolmus. Terwijl we naar deze staan te wachten wil een jongen ons enkele ringbroodjes met sesamzaad aansmeren. Hij blijft aandringen tot wanneer aan de overkant er een politiepatrouille op de moto voorbij komt en luid claxonneert. Ze maken hem duidelijk dat hij moest ophoepelen. Hier rijden de meeste motorpatrouilles van de politie met twee man op een moto.

Het winkelcentrum MIGROS is een zeer modern en luxueus complex. Ook hier worden we aan de ingang afgetast doormiddel van een elektronisch toestel. Wanneer ik even later aan het filmen ben word ik er door een veiligheidsagent op gewezen dat hier niet mag gefilmd worden. De vraag is: waarom ? Ik stel de vraag, later op de week, aan onze gids tijdens een van de uitstappen. Ook die vindt het al te gek dat hier niet mag gefilmd worden. In een van de winkeltjes koopt Lea nog enkele oorringen voor Marijke en voor haar wat haarspelden. Verder drinken we er een koffie en een cola. Wanneer we het winkelcentrum verlaten krijgen we terug dezelfde controle alhoewel ik mij afvraag wat voor zin dit heeft wanneer men een gebouw verlaat.

De avond verloopt zoals gewoonlijk.

Dinsdag 25 maart 2003

Ik sta op om 6 u en voel een lichte verkoudheid. We vertrekken om 8.35 u met het busje van Jetair naar de verzamelplaats om er over te stappen op een grote bus. Het is fris en er staat een flinke bries.

In Perge bezoeken we de ruïnes van de stad. Je krijgt er een goed beeld van het grondplan. De meeste zuilen en muren bestaan uit marmer. Turkije is trouwens het land van de marmer (vandaar de plaatsnaam Marmara). Ook hier is gemakkelijk de hoofdstraat terug te vinden. Naast de stad ligt het stadion dat ca 250 meter lang is. Blijkbaar hebben vroegere bezoekers-archeologen hier hun best gedaan want heel wat beelden en stenen voorwerpen van hier zijn terug te vinden in musea in Parijs, Londen en Antalya. De stad bestaat uit een Grieks en een Romeins deel.

Vervolgens rijden we naar Aspendos voor een bezoek aan een van de best bewaarde theaters. Het is nog nagenoeg volledig intact, ook de toneelmuur. De meeste toneelmuren van andere theaters zijn omvergevallen. Tijdens de twee zomermaanden worden hier nog concerten en voorstellingen gegeven. Het theater biedt plaats aan 25.000 mensen.

Net voor de ingang word ik aangesproken door een plaatselijk bewoner die mij zeer oude munten te koop aanbiedt. De prijs is vrij laag, op een bepaald ogenblik vraagt hij voor een viertal munten slechts € 5. Ik wantrouw de man want volgens mij zijn er twee mogelijkheden: 1) het zijn echte antieke munten en bij het buiten het land brengen krijg je problemen daar het in Turkije ten strengste verboden is antieke voorwerpen uit te voeren. 2) het is waarheidsgetrouwe namaak. Wanneer ik moet gissen dan denk ik eerder in de richting van namaak want de man had teveel munten bij zich om geloofwaardig te zijn.

Niet ver van het theater gebruiken we het middagmaal (prijs niet inbegrepen).

Vervolgens rijden naar de ruïne van Side. Dit is het minst interessantste deel van de uitstap. Buiten de ruïne heeft Side een lange hoofdstraat en talrijke zijstraatjes met wel honderden winkeltjes voorzien van prularia. Aan de zee zijn er enkele mooie restaurants en bevindt er zich een deel van een Grieks gebouw dat nog overeind staat. Side is ook bekend als toeristische verblijfplaats maar de hotels liggen op ongeveer 8 km hier vandaan.

Omstreeks 16 u zakken we af naar het hotel en stoppen nog een korte tijd aan een fabriek van suikerwaren. Men verkoopt er het zogenaamd Turks fruit. Het is moeilijk om hier voorbij te gaan zonder eens te proeven.

Om 18 u zijn we terug in het hotel en de rest van de avond verloopt zoals gewoonlijk.

Woensdag 26 maart 2003

Om 7 u gaan we ontbijten en om 7.50 u vertrekken we op de uitstap “Typisch Turkije” (de gids spreekt liever van “Land en Volk”). Terug hetzelfde stramien: opgehaald worden door het kleine busje, enkele hotels aandoen om anderen op te halen (onder andere onze gids aan het hotel Talya) en dan naar de verzamelplaats te Kiriş om daar over te stappen op de grote bus. Deze bus zit nagenoeg vol. We volgen een ganse tijd dezelfde route als die om naar Myra te rijden en stoppen aan dezelfde halteplaats. Na de sanitaire stop slaan we rechts af, het Taurusgebergte in. In een klein dorpje brengen we een bezoek aan de moskee. Het is een van de weinige moskees die langs de binnenzijde zo mooi versierd is met motieven (menselijke afbeeldingen zijn niet toegelaten in de Islam). Links van de poort staat een marmeren tafel. Hierop wordt bij een begrafenisplechtigheid het lijk gelegd. In de Islamitische ritus is het niet toegelaten overledenen in de moskee binnen te brengen. Niettegenstaande de gids duidelijk heeft uitgelegd hoe men moet te werk gaan om de schoenen aan de poort van de moskee uit te trekken zijn er toch enkel onverlaten die het niet gevat hebben. De schoenen moeten uitgedaan worden voor de mat aan de ingang en dan stapt men met de ongeschoeide voeten op de mat. Vervolgens neemt men zijn schoenen op en zet men die op een daarvoor bestemd boord. Bij het binnengaan houden de westerse toeristen zich meestal aan de regels maar bij het buitenkomen worden de schoenen aangetrokken wanneer men nog op de mat staat.

Ondertussen giet de zon meer en meer haar warme zonnestralen over ons heen.

Even verder bereiken we het dorpje Gökbük. Enkele honderden meters voor het dorp moet de bus achterblijven omdat de straatjes er te smal zijn. Te voet gaan we (bergaf) door het dorpje tot aan de school. De schooltijd is net afgelopen en we komen de kinderen tegen op weg naar huis. Lea (en ook enkele anderen) hadden voor deze gelegenheid wat snoep gekocht. Maar dit keer was het geen overrompeling zoals twee jaar geleden. De reden was niet ver te zoeken. De onderwijzer stond van ver zijn kornuiten gade te slaan. De enige klas van het schooltje is op de bovenverdieping van het gebouwtje gelegen en is vrij primitief ingericht (een beetje zoals hier de klassen 60 – 70 jaar geleden. De onderwijzer geeft les aan 5 studiejaren te gelijk en is bovendien nog directeur. Booitshoeke in de Westhoek had destijds ook zo’n schooltje met slechts één leraar – directeur. De kinderen dragen allemaal een helblauw uniform dat door de ouders zelf moet bekostigd worden. Ook de boeken moeten ze kopen. Ingeval de ouders dit financieel niet aankunnen is er nog het oudercomité dat kan bijspringen. Buiten de klas is er op het verdiep nog een ruime plaats die waarschijnlijk bij regenweer als speelplaats gebruikt wordt. Het derde lokaal is het bureau van de leraar – directeur dat even groot is als de klas. Nadat men in Turkije het middelbaar achter de rug heeft kan men een door de staat ingericht examen afleggen en diegenen die slagen mogen studeren aan de universiteit. Dit examen schijnt een zeer ernstige zaak te zijn want het personeel van de drukkerij waar de vragen gedrukt worden, wordt gedurende de tijd tussen het drukken en het einde van het examen, opgesloten en mag geen contact hebben met gelijk wie dan ook, ook hun familie niet. Spieken is dus uitgesloten.

Na het verlaten van het schooltje bezoeken we een kerkhof. Op sommige graven wordt nog gebruik gemaakt van de Islamjaartelling. De overledenen worden in het lijkhuisje gewassen en in een wit doek gewikkeld. In afwachting van de begrafenis worden ze nog tijdelijk in een kist gelegd maar het begraven zelf gebeurt enkel in het doek. Ze worden half op hun zijde gelegd zodat ze als het ware naar Mekka kijken (Dus niet de voeten of het hoofd richting Mekka zoals het vroeger hier gebruikelijk was met de voeten in de richting van het oosten). De doden worden meestal nog dezelfde dag van het overlijden begraven en dit wegens de soms grote hitte. Via de minaret worden de omwonenden van het overlijden verwittigd door de moëzin.

Wat verder gaan we eten in het plaatselijk restaurant, eigenlijk meer een voor de zon afgeschermde ruimte waar men kan eten. Voor alle zekerheid eten we niet van de rauwe groenten omdat we niet weten hoe die dingen gewassen werden en om alle problemen met diarree te vermijden. Ondertussen kunnen wij ons warmen aan een weldadige zon.

Donderdag 27 maart 2003

Vandaag blijven we wat langer slapen en gaan pas om 8 u ontbijten. In de voormiddag gaan we naar de markt om kiwi’s te kopen en twee T-shirts voor Marijke (echte valse Nikes). De rest van de voormiddag brengen we door op de binnenkoer van het hotel, liggend in de zon aan het zwembad. Na de middag ligt de binnenkoer in de schaduw en is het dan te fris (in deze tijd van het jaar) om hier te liggen of te zitten.

Na het middageten maken we een boottocht naar de Duddenwaterval. Door afbieden kunnen we tot € 15 per persoon gaan. Voor twee jaar bezochten we de hogere Duddenwaterval. De tocht over de zee duurt, heen en terug, twee uur. De uitbater belooft dat hij nog zou trachten andere gasten mee te nemen als dit hem zou lukken binnen de 10 minuten. Maar het blijft bij ons alleen en zijn woord getrouw start hij de motor en vaart met ons alleen uit. Eens in de buurt van de watervallen gaat het bootje vervaarlijk deinen en de jonge man die de boot bestuurt zegt niet dichter te kunnen gaan zonder dat het te gevaarlijk wordt.

Eens we terug zijn brengen we de rest van de namiddag rustig door op de binnenkoer van het hotel.

Ook de rest van de avond verloopt zonder noemenswaardige gebeurtenissen.

Vrijdag 28 maart 2003

We staan op om 7 u en gaan ontbijten om 8 u. Na het ontbijt blijven we nog wat plakken zodat het al na 9 u is als we het hotel verlaten. Het is de bedoeling zomaar eens met de tram te rijden van het begin naar het eindpunt (voor de prijs moet je het niet laten). Aan het eindpunt (oostelijke kant) zie ik een wegwijzer naar Dudden met daarbij het symbool van een waterval. We veranderen onze reisroute en willen eens de waterval die we gisteren vanuit zee zagen van boven bekijken. Ik laat een dolmus stoppen en vraag aan de chauffeur of hij naar de Duddenwaterval rijdt. Uit het gestommel van de passagier te horen denk ik niet helemaal juist te zitten maar de chauffeur zegt om toch maar in te stappen. We rijden dan in westelijke richting en ik bemerkt dat we als het ware terugkeren van waar we gekomen zijn. Niet ver van de gekartelde minaret (dus ook niet ver van ons hotel) stopt de dolmus aan een halteplaats en doet de chauffeur ons teken om uit te stappen. Ik begrijp dat we een volgende bus moeten nemen. Nog geen minuut later stopt een grote bus (zij noemen dit ook een dolmus) en de chauffeur wenkt terwijl hij enkele keren “Dudden” herhaalt. Wij stappen in en betalen dezelfde prijs als voor een kleine dolmus (2 x 750.000 T.L.). Wanneer we een tijdje aan het rijden zijn en we steeds maar volgens mijn gevoel in de verkeerde richting aan het rijden zijn valt plots mijn frank (nu Euro). Ik was uit het oog verloren dat er twee Duddenwatervallen waren. De hogere die 20 km in het binnenland ligt en de lagere die aan zee ligt. Wij waren dus onderweg naar de hogere Duddenwaterval. We besluiten maar gewoon te blijven zitten tot aan de eindbestemming en daar dan een bus of een taxi terug te nemen. Na eerst iets te hebben gedronken in een restaurant aan de ingang van de waterval gaan we op zoek naar een vervoermiddel om terug te keren. Even verder staan twee taxi’s te wachten op klanten en een van de chauffeurs prijst zich aan. Ik vraag hem de prijs om ons van hier via de Duddenwaterval (aan zee) naar ons hotel te brengen. Hij vraagt € 30 maar wij houden het op € 10. Wanneer hij niet blijkt akkoord te gaan geven we de indruk verder te gaan. Dit trucje heeft de afgelopen dagen goede diensten bewezen want telkens roept men ons terug en gaat men akkoord met onze prijs. Ook nu lukt het en brengt de chauffeur ons naar de waterval aan zee. We zeggen slechts een 10-tal minuten nodig te hebben. Hij volgt ons steeds op de voet (wantrouwig dat we het zouden afbollen zonder te betalen?). Terwijl we de watervallen bekijken vliegen er twee militaire vliegtuigen over ons heen. Ik zeg voor de grap dat het “de goeie” zijn waarop de chauffeur breedlachend zegt dat het Turkse jets zijn. Van de waterval gaat het naar Kaleici en ik vraag hem of hij het hotel Alp Pasa kent. Hij kent het niet, waarschijnlijk woont hij niet in deze buurt. Ik wil het hem ook niet aandoen dat hij met zijn taxi in de smalle straatjes van Kaleici moet rijden en toon hem de weg naar de Ataturklaan. Ik vraag hem om te stoppen aan de “Old Gate” (de Adrianuspoort) maar ook die moet ik hem tonen (een Gentenaar die een Turk wegwijs maakt in Turkije!!!). Wanneer we uitstappen hebben we ca 30 km gereden (voor €10!!!). Ik heb enkel een biljet bij van € 20 en hij zegt over geen biljet van € 10 te beschikken om terug te geven, wel een 6-tal U.S.dollars en de rest Turkse Lira’s(U.S. dollars staan trouwens al een stuk lager genoteerd). Omdat men dikwijls bij dergelijke transacties bij de neus wordt genomen zeg ik hem wat verderop te rijden zodat ik in een of andere zaak het biljet van € 20 kan wisselen. Plots vindt hij toch nog een biljet van € 10 in zijn portefeuille.

Na het middageten bezoek ik het kleine museum in de buurt van het hotel dat over het vroegere leven in Kaleici gaat. Het museum is ondergebracht in een gewezen kerk. De vloer bestaat uit gepolijste witte marmer, een pracht om naar te kijken. Ook de toegangstrappen zijn in witte ongepolijste marmer. Je durft er bijna niet op lopen. Na het bezoek haal ik Lea op in het hotel en nemen we de tram naar het eindstation aan het Antalyamuseum. Van daar wandelen we terug via de kustlijn en de aldaar aangelegde parkjes in de richting van het hotel. We hebben nog wat tijd en stappen het tapijtwinkeltje binnen waar we enkele dagen geleden reeds twee tapijtjes kochten. Wij zijn nog op zoek naar drie klein tapijtjes. De eerste keer hadden we voor het kleinste tapijtje € 15 betaald. Nu denk Lea de drie te kunnen krijgen voor € 40. Maar de verkoper herinnerde zich nog de prijs en blijft bij € 45. Terug proberen we onze truc uit door de indruk te geven dat we willen verdergaan. En nu laat hij ons gaan. Dit is een duidelijk teken dat we onder de bodemprijs zaten. We zijn dan uiteindelijk toch teruggekeerd en hebben de tapijtjes gekocht voor € 45.

Op een terras aan het haventje drinken we samen drie raki’s en een fruitsap (8,5 milj. T.L.)

In het hotel bellen we naar het thuisfront, naar Marijke om te zeggen dan alles goed is en naar Godelieve om te laten weten dat we om 9.45 u in Zaventem zullen zijn.

De rest van de avond zoals gebruikelijk.

Zaterdag 29 maart 2003

Staan op om 7 u en gaan ontbijten om 8 u. Met spijt beginnen we aan onze laatste dag.

Op 9 u gaan we nog maar eens naar de markt dit keer om een nieuwe portemonnee te kopen voor Lea en een kleinere voor mij. Daarna gaan we naar het park dat uitkijkt over de baai en de haven. Het is een vrije dag vandaag (zaterdag) en de terrasstoelen zijn al bekleed met kussens. We pauzeren even op zo’n terras en drinken er een thee. Daarna gaan we naar het hotel voor het middageten.

Om 13 u ga ik alleen naar het Turks bad of hammam dat amper enkele straten van ons hotel is gelegen. Voor een volledige behandeling betalen de klanten van Jetair € 20 (tegen normaal € 25). Eerst vertelt de baas wat er allemaal zal gebeuren. Het gebouw dateert van 1611. Vooraleer het centrale deel te betreden moet men zijn schoenen uitdoen (ook dit is gebruikelijk als men bij een Turks gezin op bezoek gaat). In een kleedhokje kan men zijn kleren uittrekken en doet men een lendendoek om. De kleren gaan in een slotvast kastje. Eerst gaat men de warme ruimte in waar de badknecht je afspoelt om het zweetproces op gang te brengen en ga je vervolgens op een witmarmeren warme zeskantige tafel liggen. Dit duurt zowat een 15 a 20 minuten. Het is er behoorlijk warm in die ruimte. Daarna trekt de badknecht een soort van washandje aan en begint daarmee de “peeling” uit te voeren. Door het wrijven wordt de oude huid verwijderd (pijnloos). Daarna wordt men afgespoeld (steeds met warm water). Vervolgens verlaat men de warme ruimte en in een kleine ruimte is het de beurt aan de masseur voor de oliemassage. Die man is een ware kunstenaar want geen spiertje laat hij onverlet. Na de oliemassage gaat het naar het voorgeborchte van de warme ruimte en begint de badknecht met een zeepmassage. Om voldoende schuim te produceren maakt hij een sopje in een bassin en schept dit dan in een rechthoekige linnen zak die hij eerst open blaast en vervolgens dichtknijpt waardoor en veel schuim naar buiten wordt geperst. Eens voldoende zeepschuim gaat hij over tot de zeepmassage. Het geheel wordt afgesloten door het afspoelen doormiddel van warm water. De thee tussendoor is inbegrepen. De totale duur van de behandeling is 2 ½ a 3 uur.

Eens terug in het hotel is het hoog tijd om de valiezen klaar te maken. Zonder problemen kunnen we er alles inkrijgen (de 5 kleine tapijtjes nemen niet al te veel plaats in).

Wanneer we klaar zijn lopen we tot aan de kustlijn om nog een laatste keer te genieten van het mooi uitzicht op de baai van Antalya en het haventje. De ondergaande zon weerspiegelt een goudkleurige tinteling op het zachtjes kabbelende water. Terwijl we op de zitbank aan het genieten zijn komt een kleine schoenpoetser zijn diensten aanbieden. Hij is nogal opdringerig. Een oudere Turk zorgt ervoor dat de jongen ons niet meer lastig valt. Zelf begint hij met ons een gesprek (deels in het Duits, deels in het Engels) en vertelt dat hij voor 12 jaar chauffeur internationaal transport was en hij het traject deed tussen Turkije en Engeland waardoor hij meerdere keren door ons land reed. Nu doet hij het wat rustiger aan en heeft hij een toeristenbusje om uitstappen mee te doen. Ik weet al wat er nu gaat komen en om hem een beetje voor te zijn zeg ik nog vlug dat we morgen naar huis terugkeren en we het spijtig vinden dat we hem niet vroeger leren kennen hebben om met hem uitstappen te doen. Toch krijgen we een visitekaartje in de hand geduwd voor het geval we nog eens zouden terugkeren of we het zouden doorgeven aan kennissen. Op de muur voor de zitbank zit een jongere Turk die zich in het gesprek mengt en vloeiend Duits spreekt. Hij vertelt dat zijn vader jarenlang werkzaam was in Duitsland en nu naar Turkije is teruggekeerd. Met zijn spaarcenten kocht hij een klein (?) appartementsblok aan de Zwarte Zeekust (noordoost Turkije). Prompt diept hij een foto op van het gebouw. Wij tellen een gelijkvloers en een 5-tal verdiepingen met telkens twee appartementen per verdieping. Het gebouw is hoofdzakelijk bewoond door familieleden en wordt deels verhuurd. Verder vertelt hij nog dat hij vader is van een tweeling en worden er prompt foto’s van de kinderen en zijn vrouw bovengehaald. Wanneer ik vraag wat hij voor de kost doet moet ik mijn vraag nog eens herhalen. Uiteindelijk is het antwoord dat hij niet werkt. Waarom zou hij? Vader zit er warm in en diens spaargeld, dat misschien niet zo veel betekenis had in Duitsland, maakt van hem hier in Turkije een begoed persoon. Zo verging het een aantal Belgische landverhuizers ook honderd jaar geleden. Er is niets nieuw onder de zon en de geschiedenis herhaalt zich.

Na afscheid genomen te hebben van de twee sympathieke Turken - we hebben er afgelopen week geen andere gezien - gaan we naar het hotel om er het avondmaal te gebruiken. Ik vergeet niet het dienstpersoneel wat geld in de hand te stoppen. Daarna ga ik naar de receptie om af te rekenen. Ik moet enkel de verbruikte dranken en het gebruik van de kluis betalen. Uitgerekend deze nacht verandert het uur van winter- naar zomeruur, ook hier in Turkije. Dit wil zeggen dat we een uur vroeger moeten opstaan. We vragen aan de receptie om ons te wekken (om 03.30 u zomertijd dwz 02.30 u wintertijd) en een luchpakket klaar te leggen. Voor de kamermeid laten we wat drinkgeld in onze kamer achter maar dit blijkt achteraf schijnbaar niet bij haar terecht te komen. Eens men zijn kamersleutel aan de nachtreceptionist heeft afgegeven en men het hotel verlaten heeft schijnt het gebruikelijk te zijn dat die op jacht te gaat in de verlaten kamers naar het achtergelaten geld.

Het Turk bad zorgt er voor dat ik mij die avond al goed slaperig voel en het geen probleem zal zijn om in slaap te vallen. Reeds om 8.30 u (wintertijd) of 9.30 u (zomertijd) kruipen we onder de wol.

zondag 30 maart 2003

Voor alle zekerheid heb ik mijn reiswekkertje laten rinkelen, Ik heb goed geslapen, Lea wat minder. We nemen nog vlug een bad en wanneer we klaar zijn bellen we naar de receptie om onze valiezen naar beneden te laten brengen. In het restaurant is er reeds koffie en kunnen we ons lunchpakket verorberen. Roger en zijn gezelschap zijn reeds voor ons in het restaurant aangekomen en wachten verder met ons op het busje. Op de binnenkoer, aan de rand van het zwembad, liggen enkele jongeren te slapen op luchtmatrassen (met toestemming van de baas?). Het busje komt met slechts 5 minuten vertraging voorgereden, de valiezen worden ingeladen en we vertrekken voor een korte rit door de nog verlaten straten in de richting van het vliegveld. In de vertrekhall van het vliegveld heerst er een drukte van jewelste (dit was voor twee jaar ook al zo). Na het inchecken, dat nog al wat tijd in beslag neemt, drinken en eten we nog een kleinigheid (er is ontbijt aan boord van het vliegtuig). Daarna nog vlug even een toilet opzoeken en kunnen we al vlug terecht in de wachtzaal na de nodige pas- en veiligheidscontroles. Een korte tijd later mogen we het vliegtuig instappen. Het blijkt een veel groter type van vliegtuig te zijn dan datgene waarmee we naar hier kwamen. Per rij zijn er 3 + 3 + 3 zetels (dus 9 op een rij en twee gangen). Ik schat dat er zowat 400 passagiers aan boord zijn. Geen enkele plaats is er vrij. De vlucht begint om 07.05 u (voorzien vertrek om 7.00 u) en we zullen in Brussel aankomen op 09.45 u. Onderweg moeten we onze klok een uur terugdraaien. Boven Turkije hangen er geen wolken maar hoe dichter bij België komen, hoe dichter het wolkendek. Bij de landing vallen de wolken nogal mee en zoals voorzien staan we omstreeks kwart voor tien op de grond. Uitstappen doen we via de nieuwe terminal. Om onze valiezen terug te krijgen moeten we een hele tijd wachten. Na een eerste reeks valiezen stopte de band en toen hij terug in gang schoot was er reeds heel wat tijd verstreken. Aan de uitgang vinden we Godelieve, die ons naar huis brengt.

Omstreeks 12.00 u steken we de sleutel op het slot van onze voordeur en is de reis afgelopen.

Achteraf bekeken was dit een van de meest ontspannende en mooiste reizen die we tot nu toe ooit maakten. Voorlopig hebben we geen plannen om nog eens naar Antalya te gaan. Spijtig, nu ik al enkele woorden Turks geleerd heb: bir su (uitspraak: bier soe = één water), ike su (uitspraak; iekee soe = twee watertjes), uç su (uitspraak: uts su = drie watertjes), docuz (uitspraak: dokoes = negen), soda = spuitwater.

Allaha ismarledik Antalya (tot ziens Antalya)

teşekkür ederim (dank u wel)

18-03-2003 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (1)
17-03-2003
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TURKIJE 2003 deel 3
Klik op de afbeelding om de link te volgen










hotel Alp Pasa in Antalya
een onovertroffen oosterse sfeer

17-03-2003 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
31-08-2002
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OOSTENRIJK GROSSARL 2002 deel 1

GROSSARL – OOSTENRIJK

31.8.2002 – 15.9.2002

Zaterdag 31 augustus 2002

6.35 u: vertrek. Het weer is goed, licht bewolkt en de temperatuur is uitstekend.

Kilometerteller: 35.455

7.09 u: rijden door de Kennedytunnel te Antwerpen en rijden vervolgens op de E 34 en de E 313

8.03 u en 162 km: passeren de grens met Nederland.

8.20 u en 189 km: passeren de grens met Duitsland. De zon schijnt volop.

8.30 u – 9.08 u en 204 km: stoppen aan het baanrestaurant te Aken (uitgave € 7)

9.38 u en 247 km: te Frechen, even voor Keulen, krijgen we een kleine file. Zien in de gracht een wagen liggen en de brandweer staat er bij

9.52 u en 251 km: einde van de file – terug vlot verkeer.

10.13 u en 288 km: doen de stopplaats te Siegburg aan. De zon schijnt en er hangt een lichte nevel, maar het zicht is goed.

11.40 u – 12.30 u en 416 km: doen de stopplaats te Medenbach aan. Eten er 2 sandwiches met kaas, 1 sandwich met koude snitsel, een koffie, een water en een stuk appeltaart (€ 16).

13.05 u en 476 km: verlaten de snelweg en rijden via de A 469 richting Miltenberg. Miltenberg ligt aan de Main waarop grote plezierboten varen. In het stadje is het juist kermis en er staat onder andere een reuzenrad. Volgens onze (verouderde) kaart loopt hier een deel van de “Romantische Strasse”.

13.49 u en 521 km: we tanken 32,05 liter diesel voor € 27,05 (€ 0,844 per liter tegen € 0,741 in België). Volgens een toeristisch bordje volgen we niet de “Romantische Strasse” maar wel de “Nibelungenstrasse”. Het valt ons op dat alle winkels gesloten zijn tot wanneer we er aan denken dat we in Duitsland zijn en alles gesloten is vanaf de zaterdagmiddag tot de maandagmorgen. Veel dorst mag men hier niet hebben want van de schaarse drinkgelegenheden die we tegenkomen vinden we er geen een open. Tevens stellen we vast dat borden, waarop het aantal kilometers naar de diverse steden wordt vermeld, zeer schaars zijn. Op 15 km van Würzburg krijgen we te maken met een plensbui. Omdat we nog wat vroeg zijn (de receptie van het Etaphotel is maar open vanaf 17 u) doen we een baanrestaurant aan langsheen de snelweg te Würzburg (€ 6,28). Rond 16.30 u zijn we aan het Etaphotel en zoeken eerst nog een geschikt restaurant in de buurt. Niet veraf vinden we een Italiaans restaurant waar tevens kan betaald worden met Visakaart. Om 16.48 u zijn we terug aan het hotel en na een 10-tal minuten gaat de receptie open. We betalen € 49,70 voor de kamer en twee ontbijten (kamer: € 40,5 en een ontbijt: € 4,60).

Totaal aantal kilometers: 644.

In de late namiddag is het wat druilerig weer. Het wordt later droog maar betrokken. Na een verfrissend bad gaan we eten in het Italiaans restaurant “La Strada” gelegen in het industriepark. De jonge man die ons bedient zegt dat hij geen Italiaan is maar een Griek. Zijn oom is de baas van de zaak maar is op dit moment naar Griekenland. Hij is tijdens de afwezigheid van zijn oom de baas, iets wat hij duidelijk laat merken. We eten respectievelijk een steak met groen pepersaus, een gegrilde steak, twee waters en een dessert tiramisu (€37,70).

Zondag 1 september 2002

5.20 u: opstaan

7.00 u: ontbijt. Het is zwaar bewolkt maar droog. Het is ca 16 graden.

7.53 u: vertrek. Kilometerstand 36.101. Op de snelweg tussen Keulen en Munchen is men op een tiental plaatsen aan het werken zonder dat deze werken voor veel hinder zorgen in de richting die wij volgen (het is trouwens weekend – dus minder verkeer – gisteren zagen we in tegengestelde richting kilometerslange files omdat het de laatste vakantiedag was). Deze werken gebeuren in het kader van de aanleg van een eigen spoor voor de hogesnelheidstrein naar Munchen.

9.36 u tot 10.00 u en 187 km: doen een stopplaats aan en drinken 1 koffie (€ 2.30).

11.08 u en 287 km: verlaten de ring rond Munchen en rijden nu richting Salzburg. Hier krijgen we te maken met een licht vertraagd verkeer.

11.25 u en 303 km: wij zijn nu een 40-tal kilometer voor Rozenheim. Wij doen een stopplaats aan en in het tankstation kopen we twee autosnelwegvignetten voor Oostenrijk. Om gebruik te mogen maken van de snelwegen is een vignet verplicht. Buiten deze snelwegbelasting blijven de “mautstrassen” (wegen waar men tol dient te betalen) ook nog eventueel te betalen. Voor een vignet dat 10 dagen geldig is betaalt men € 7,60. Dus moeten we twee vignetten nemen (2 x 10 dagen), wat ons € 15,20 kost. Uiteindelijk hebben we gedurende ons verblijf slechts twee keer gebruik gemaakt van een snelweg namelijk: de dag van onze heenreis en de dag van onze terugreis.

12.42 u en 373 km: stilstand op de stopplaats Hochfelln. We zien in de tegenovergestelde richting een grote file staan. Het is bewolkt en het regent af en toe. Hier tanken we 30,37 liter diesel voor € 25,94 (€ 0,854 per liter). In het restaurant eten we twee belegde broodjes met een cola en een water (€28,25).

Wat later passeren we de Oostenrijkse grens. Er is geen controle. Tussen Salzburg en onze bestemming rijden we door een aantal vrij lange tunnels. Ondertussen wordt het gebergte steeds maar hoger. Onderweg regent het af en toe fel maar hoe dichter we onze bestemming naderen hoe droger het wordt. In Bishofshofen (bekend van het schansspringen op nieuwjaardag) verlaten we de snelweg en vijf kilometer verder bereiken we St. Johan in Pongau (opgelet!: Oostenrijk heeft wel een achttal St. Johan’s).

14.10 u en 464 km: Van St. Johan tot Grossarl is het nog 15 km rijden via een zeer bochtige daltoegang.

14.34 u en 478 km: We bereiken ons hotel te Grossarl. Het is gelegen op een bergflank, ongeveer 150 meter boven het dal en is bereikbaar via een smalle, vrij steile verharde weg. Zonder enig probleem vonden we de toegangsweg daar de hoofdweg van het dal voorzien is van bordjes met de huisnamen op.

Aan de receptie vinden we de bazin Frau Prommegger, die ons naar onze kamer brengt (kamer nr. 10). Aangezien we zeer laat geboekt hebben krijgen we een kamer langs de achterzijde van het hotel dat tegen een steile bergwand is aangebouwd. Het is een ruime kamer met een klein kamertje als annex waarin een derde bed staat. De badkamer is ruim. De kamer is voorzien van een balkon maar van op deze heeft men geen uitzicht en kijkt men tegen de berghelling aan. Dit is geen verrassing daar we wegens het laattijdig boeken hiermee rekening hebben gehouden.

De bazin vraagt ons of we eerst iets willen drinken of we eerst onze bagage willen naar de kamer brengen. Wij kiezen voor het laatste en eens we alles uitgeladen hebben en in de kasten hebben opgeborgen gaan we in de “gastestube” een koffie drinken. We krijgen een vaste tafel toegewezen voor de ganse duur van ons verblijf.

Onder het hotel is er een garage. De voorkeur wordt eraan gegeven de wagen hierin te stallen maar wegens de beperkte ruimte (er is plaats voor een 8-tal wagens) moeten we hem dikwijls op de parkeerruimte voor de ingang van het hotel plaatsen.

Tijdens het drinken van de koffie vraagt de bazin ons een keuze te maken uit twee dagschotels. Iedere dag kan men bij het ontbijt kiezen uit twee dagschotels voor ’s avonds. Indien men geen van beiden lust kan men nog een van de gerechten van de kaart kiezen. Ontbijten kan men tussen 8 u en 10 u en het avondeten tussen 18 u en 20.30 u. Liefst heeft men dat men ook een uur afspreekt voor het avondeten, alhoewel men zich hieraan niet al te strikt moet houden.

Buiten de bazin maken we ook kennis met de baas en hun dochter Monika.

18.00 u: avondeten:
-heldere soep met repen pannenkoek in (de soep in Oostenrijk is steeds heel lekker).
-saladbar.
-bord met 4-tal soorten gegrild vlees met pikante sausjes en een aardappel in de pel met kruidenboter.
-nagerecht: ijs

Het eten is zeer verzorgd en heel wat fijner dan toen we 25 jaar geleden in het naburige dal vakantie hielden.

20.30 u: we gaan slapen.

Maandag 2 september 2002

7.00 u: opstaan en ik maak een kleine wandeling in de omgeving van het hotel.

8.00 u: ontbijt. Vervolgens rijden we naar Grossarldorp en doen er in een van de twee zelfbedieningszaken (o.a. een Sparwinkel) wat inkopen. In de Toeristische Dienst kopen we voor elk een “Sommer Joker”-kaart. Deze kaart geeft een of meerdere keren gratis toegang tot niet minder dan 162 musea, kabelbanen en zwembaden in de provincie Salzburgerland, een dag in Salzburgstad met toegang tot zowat alle culturele evenementen en openbaar vervoer in de stad, en nog een aantal evenementen waarop vermindering kan verkregen worden (o.a. de Grossglockner Hochalpenstrasse). De kostprijs per kaart is € 40 en die is 16 dagen geldig. Als je weet dat de toegang tot het termalbad van Bad Hofgastein alleen al € 13 kost, is de kostprijs van de kaart al vlug terugverdiend. In de Toeristische Dienst kopen we tevens een wandelkaart van het Grossarldal. (€ 6). Een bijgevoegd boekje handelt over de 38 uitgebate almen die het Grossarldal telt. Verder kopen we nog enkele prentkaarten en postzegels (€ 4,60). Daarna gaan we nog even terug naar het hotel. Om 13 u nemen we (niet veraf in vogelvlucht van het hotel) de kabelbaan naar de Kreuzkogel. Om 12 u uur neemt iedereen hier middagpauze, dus ook de bedienaars van de kabelbaan. Normaal werkt de kabelbaan in deze periode op zondag en woensdag maar wegens het feit dat het hier gisteren regende werd de bedrijfsdag naar vandaag verschoven. In een gasthof gelegen aan het dalstation van de lift, verbruiken we een koffie en een almdudler (€ 4). In het restaurant, gelegen naast het bergstation, eten we een Bretljause, met niet minder dan een 5-tal soorten worst of ander koud vlees (bretl : een bord of plank; jausen: de innerlijke mens versterken), Frankfurterworst, een 4-tal broodjes en 2 waters (€ 15). Na het middagmaal leggen we de 30 minuten durende wandeling af naar de top van de Kreuzkogel. Vanaf daar heeft men zowel een mooi uitzicht op het Grossarldal als het voor ons van voor 28 a 24 jaar geleden bekende Gasteinerdal. Bij onze terugkeer doen we nogmaals het restaurant aan en drinken er een koffie en een almdudler (€ 3,30). Eens terug beneden in het dal nemen we de wagen en rijden tot aan het daleinde. Het Grossarldal is vrij smal en heeft slechts twee gemeenten: Grossarl en Hüttschlag. Eens deze laatste gemeente voorbij komt men enkele kilometers verder aan het daleinde waar men niet meer verder kan met de wagen, enkel te voet. Daar is naast het restaurant Talwirt ook een klein museum gevestigd, dat  over het dal handelt. Eens terug is het hotel maak ik dankbaar gebruik van de hometrainer, die ik gisteren heb ontdekt in de kelder waar tevens een sauna is in ondergebracht. Alhoewel het toetstel zijn beste tijd heeft gehad (het zadel kan niet meer verhoogd worden) zal ik bijna iedere dag hierop een 20-tal minuten fietsen (ca 14 km).

19.00 u: avondeten:
-consommésoep met zachte rijst
-saladbar
-goulash met rode kool en een lekker smakende knödel
-dessert – fruit

20.00 u: na het eten gaan we naar de kamer. Daar het reeds aan het deemsteren is bemerken we dat er iets aan de hand is op de weg die voorbij het hotel bergopwaarts loopt. We horen zware machines aan het werk en zien spotlichten. IK ga even buiten kijken. Ik heb de indruk dat een voertuig van de helling is afgeschoven en men nu bezig is met het op te takelen met een zware kraan. Wegens de duisternis en het feit dat de weg niet verlicht is riskeer ik mij niet om dichterbij te gaan kijken. De werken duren tot omstreeks 1 ‘s nachts.

Dinsdag 3 september 2002

06.30 u: ik sta op en na de douche wil ik wel eens gaan kijken wat er gisterenavond aan de hand was. Bij het buitenkomen valt er wat nattigheid. Ik ga terug naar de kamer om mijn regenjas op te halen maar dit is een maat voor niets daar het intussen reeds  opgehouden is met motregenen. Na de volgende bocht, boven het hotel, zie ik wat er gebeurd is. Een grote graafmachine (ergens veel hoger op is men blijkbaar bezig met grote werken uit te voeren) is naast de weg de helling afgeschoven. Nu staat de machine op een aanhangwagen. Het zware stalen dak van boven de bestuurderszitplaats ligt afgebroken naast de machine op de aanhangwagen. Later doe ik navraag bij de baas van het hotel maar er was blijkbaar niemand gewond.

09.00 u – kilometerstand 36.619: we vertrekken naar Dorfgastein. Via Sankt Johan en Schwartzach, waartussen de Schönbergtunnel ligt met een lengte van 2998 meter ligt, bereiken we de Gasteinervallei. Herinneringen van meer dan 24 jaar geleden komen terug naar boven. Hier hebben we gerdurende vier vakanties, telkens van drie weken, in de vallei rondgezworven waardoor we vooral in de omgeving van Dorfgastein bijna iedere boom of weggetje kenden. Er is hier niet zo veel veranderd in die tijd. In het dorp zelf zijn er enkele huizen bijgebouwd en is er een zelfbedieningswinkel (een Spar !) bijgekomen. Het valt op dat de hotels en de huizen nog meer dan vroeger bebloemd zijn. Ook in het dal waar we nu verblijven is dit zo. Eerst doen we nazicht op de weg tussen de vallei-ingang en Dorfgastein of het nog steeds zo is dat de Strohlehenalm  per wagen (naast een andere weg voor wandelaars) bereikbaar is. Dit blijkt zo te zijn. In Dorfgastein parkeren we de wagen op de parking voor de kabelbaan, destijds een zetellift, nu met cabines uitgerust, en die een heel stuk hoger gaat, namelijk naar de top van de Fulseck. Het traject loopt over twee delen. Naast het bergstation is er geen restaurant of eetgelegenheid. Van op de Fulseck zien we de Kreuzkogel, waar we gisteren waren. Doormiddel van een korte “graat”wandeling van ca 30 minuten kan men naar de Kreuzkogel. Eens terug beneden maken we een wandeling door het dorp en herkennen we nog de meeste huizen en hotels. We willen iets gaan drinken op het achterterras van Steindlwirt (aan de voordeur staat een bord dat uitnodigt voor dit terras). Er komt echter niemand opdagen om ons te bedienen en ook een leverancier wordt niet geholpen. Na een 5-tal minuten houden we het voor bekeken en vertrekken we. Twee straatjes verder worden we wel bediend (ook na enig wachten) op een gezellig, met haag omgeven, terras. We drinken er een koffie en een almdudler (€ 4,5).

12.00 u: via de niet-verharde maar goed bereidbare weg rijden we naar de Strohlehenalm (ca 1500 m boven de zeespiegel – het dal ligt op 850 m). De zon schijnt volop en tegen de avond zijn er zelfs geen wolken meer te zien. Deze alm hebben we destijds heel wat keren bezocht en kenden we de oude boer en boerin zeer goed. Vooral de boerin was een minzame en uitermate vriendelijke vrouw (haar naam was Maria Herbst en zij overleed in 1977, haar man Aloïs Herbst overleed in 2000). We parkeren de wagen naast de alm en kijken even rond en binnen in de alm. Er is weinig veranderd. De grote koperen ketel, waaronder er vuur kan gemaakt worden, en dient om kaas te maken, is er nog steeds. Ook het grote ijzeren kookvuur is er nog. Tegen de wand hangen de twee portretten van de overleden boer en boerin. We zetten ons buiten de alm met de rug tegen de voorgevel in het zonnetje. Eerst bestellen we een snaps, kwestie van de maag wat op gang te brengen en wat later eten we elk een boterham met hesp. Wanneer de jonge vrouw ons het gevraagde komt brengen vragen we haar of zij soms familie is van de oude boer en boerin. Zij zegt, met enige trots, dat zij een achterkleinkind van hen is. Wij kunnen het niet laten lovend over haar overgrootmoeder te praten. Daarop antwoordt zij dat velen die haar gekend hebben en nu nog naar de alm komen, even geestdriftig over haar praten. Zijzelf heeft haar niet gekend want ze was slechts twee jaar oud toen Maria Herbst overleed.

Vanaf deze alm heeft men een mooi uitzicht op de Hochkönig. We betalen € 10 en wanneer we vertrekken beloven we nog eens terug te keren.

Eens terug in het dal rijden we naar Bad Hofgastein en parkeren onze wagen voor het dalstation van de Schlosalmbahn (kabelbaan). Ook met onze Sommer Jokerkaart mogen we gratis mee met deze kabelbaan. Het eerste deel is echter een tandradtreintje en het tweede deel een zeer grote cabinelift. Boven heeft men een goed zicht op het Tauerngebergte. In het restaurant aan het bergstation drinken we een koffie en een cola (€ 4,30) en keren dan terug naar beneden. Daar wandelen we nog even door het stadje om dan rond 16.15 u terug te keren naar Grossarl. Door de avondzon is de dalingang van Grossarl nog mooier.

17.00 u en 106 km: aankomst aan het hotel.

19.00 u: avondeten:
-soep
-saladbar
-cordon bleu met aardappelen
-dessert: bananendrank

Woensdag 4 september 2002

6.30 u: ik sta op en maak na het bad een wandeling via het wegje tot beneden (ca 1 km – ca 10 min. dalen en ca 15 min. stijgen). De zonsopgang is mooi en de lucht is nagenoeg wolkeloos. Om buiten het hotel te geraken moet ik gebruik maken van de kamersleutel (dus ook bruikbaar voor de deur van de hoofdingang).

7.30 u: terug in hotel

Ca 9.00 u – kilometerstand 36.726: eerst doen we enkele boodschappen in Grossarl (twee notaboekjes en twee flessen water - € 3,80).

10.00 u: vertrekken naar de Lichtensteinklamm die gelegen is ter hoogte van de dalingang, even voor Sankt Johan in Pongau. Van Grossarl tot de klamm is het 17 km. We bezoeken de klamm tot 11.55 u. Niettegenstaande we hem voor 25 jaar bezochten blijft het een spectaculaire bezienswaardigheid. Na het bezoek keren we terug naar het hotel en kopen vooraf in de Sparwinkel in het dorp 8 broodjes (zimmels) en een pakje confituurtaartjes (€ 1,18). Ook hier hebben we ons misrekend daar ook de warme bakker van het dorp sluit voor de middagpauze.

13.00 u vertrek naar Mulhbach gelegen tegenover de Hochkönig (2941m).

13.46 en 74 km (dagtotaal): aankomst te Muhlbach en nemen de kabelbaan naar de Karbachalm (1562 m). Van op het ruime terras heeft men bij mooi weer (zoals op dit ogenblik) uitzicht op meer dan 50 bergtoppen en op de nabijgelegen Hochkönig. We verbruiken er 2 Jägermeisters en 1 almdudler (€ 6). De weg terug naar Grossarl, tussen Muhlbach en Bischofshofen, is heel bochtig. Vanaf de dalingang naar Grossarl rijden we achter een dubbeldekkerbus. Deze moet vrij traag rijden wegens de vele bochten en de hoogte van de bus, waardoor die bij iedere bocht telkens overhelt.

17.00 u en 114 km: zijn terug in Grossarl en tanken 24,51 liter voor € 17,26 (= € 0,704/liter).

Voor het avondeten gebruiken we nog een aperitief (elk een Jägermeister) op het terras en genieten van de avondzon. De zijde van het dal waar zich ons hotel bevind is ’s avonds de schaduwzijde. De overzijde van het dal (zijnde het zijdal: Ellmautal) wordt tot de deemstering door de zon beschenen.

Avondeten:
-heldere soep met knödel in
-saladbar
-Schweinenruckenstaek
-bol ijs gewikkeld in een koude pannenkoek

22.00 u: slapen

Donderdag 5 september 2002

07.15 u: opstaan – afwisselend wolken en zon – kilometerstand 36.847.

09.40 u: vertrekken naar het dorp en kopen in de (enige) warme bakkerij enkele koeken voor deze middag (€ 8,40). Vervolgens rijden we in de richting van het dalbegin (richting Sankt Johan) en net voor het bochtenwerk slaan we linksaf richting Au-alm. Dit is een van de twee almen die met de wagen bereikbaar zijn. Ter hoogte van de alm Pointgrun staat echter een bord “verboden voor alle verkeer – met uitzondering van de aangelanden”. De Poingrunbauer komt net met een kruiwagen aardappel aangestapt en ik vraag hem of men met de wagen naar de Au-alm kan of mag rijden. We kregen een diplomatisch antwoord: officieel mag het niet maar velen trekken zich er niets van aan en rijden door. De weg zou goed bereidbaar zijn. Het voornaamste is dat men geen gesloten “viehsperre” (afsluiting voor het vee) voorbij rijdt. De man zegt er bij dat indien men toch voorbij het bord rijdt, men dit doet op eigen risico. Eigenlijk is dit een lapsus want uiteindelijk gebeurt iedere verplaatsing met de wagen of ander vervoermiddel op eigen risico. Vanaf Pointgrun zou het nog een uur wandelen zijn tot aan de Au-alm. Terwijl we staan te praten met de man negeren een aantal wagens met Duitse nummerplaat het verkeersbord en rijden lustig naar de alm. Aangezien we hier nog maar pas zijn nemen we het zekere voor het onzekere en keren terug naar het dal. Eens beneden nemen we de hoofdweg en rijden wat verder in de richting van de dalingang (richting Noorden). Daar slaan we de goed berijdbare weg in naar de Breitenebenalm (de tweede alm van het dal die bereikbaar is met de wagen). Ongeveer halfweg stopt de asfaltweg en gaat over op een goed berijdbare aardeweg. Net aan de overgang is een parking voor een 15-tal voertuigen en aan het begin van de aardeweg staat eveneens een bordje “verboden voor alle verkeer”. Een aantal andere borden maken daarentegen heel wat publiciteit voor een bezoek aan de alm en terwijl we een en ander bekijken zien we zeker 5 of 6 wagens ongestoord naar de alm rijden. We besluiten het er ook op te wagen en ons van “domme” te gebaren mocht er onderweg iemand iets zeggen. Te voet is het vanaf de parking nog een uur wandelen naar de Breitenebenalm – Adelhorst (=Adelaarsnest). Zonder enig probleem komen we aan bij de alm en ook daar is er een parkeerplaats voor een 15-tal voertuigen. Die staat bij onze aankomst reeds behoorlijk vol. Achter in het oudste gedeelte van de alm (de Adelhorst) is een soort museumpje ingericht. Een grote, nu ongebruikte kamer, is ingericht zoals vroeger. We drinken elk een goedsmakende nudelsuppe (heldere soep met fijne vermicelli) (2 x € 2,30).

11.45 u en 16 km: vertrekken terug naar het dal en rijden naar het hotel. Op de kamer eten we onze broodjes op en rusten daarna wat. Dan rijden we op verkenning naar het zijdal, het Ellmaudal, tot op het punt waar de voertuigen niet meer doorkunnen. In het terugkeren kopen we in het dorp nog wat fruit (€ 0,95) en rijden dan verder het dal in, via Hüttschlag, naar het daleinde. Op een parkeerplaats laten we onze wagen achter en maken een wandeling van een uur (heen en terug). Wanneer we daarna terugkeren naar ons hotel pikken we een koppel wandelaars op die aan een halte naar de bus staan te wachten. Ze waren blij verrast dat we hen, zonder dat ze erom gevraagd hadden, meenamen. Ze moesten in Grossarl zelf zijn.

73 km: terug aan hotel.

Avondeten: -
heldere soep met krokant gebakken deegballetjes
-saladbar
-rundvlees met ajuinsaus en nudels
-fijne vanillecrème

22.00 u: slapen.

Vrijdag 6 september 2002

6.15 u: ik sta op en maak een wandeling van driekwartuur in de buurt van het hotel (de wandeling Gretchenruhe).

7.45 u: ontbijt

8.45 u: vertrek richting Rauris – kilometerstand: 36.920

9.34 u en 39 km: aankomst aan de Kitslochklamm. Ook deze klam hebben we voor 25 jaar reeds gezien maar zelfs nu blijft het een spektakel. In tegenstelling met de Lichtensteinklamm moeten hier heel wat trappen beklommen worden (meer dan 400 treden). Op het einde van de klamm staat een ijzeren kruis ter herinnering aan een 8-tal kinderen die hier verongelukten, in 1974, toen een houten loopbrug instortte. Aan de uitgang drinken we een koffie en een almdudler (€ 3,50).

De Kitslochklamm is gelegen aan het begin van het Raurisdal (tussen het Grossarldal en het Raurisdal ligt het Gasteinerdal).

11.30 u: aankomst aan het dalstation van de kabelbaan van Rauris. We doen navraag of er een eetgelegenheid is boven. Het restaurant aan het bergstation, de Hochalm, is gesloten wegens renovatie maar de Heimalm aan het middenstation is open (1475 m). Aan het middenstation stappen we uit en eten er een goulachsoep en een Kaiserschmarn met zwarte bessen ( € 13.10), een koffie (€ 1,60) en een cola ( € 2,10). Op het ruime terras zitten tevens 6 Limburgse mannen waarmee we enkele woorden wisselen. We blijven in de Heimalm tot 13.00 u omdat de lift wegens de middagpauze stilligt. Wanneer de lift terug in gang schiet stappen we in richting bergstation. Gans de voormiddag was er volop zon, na de middag komen er wat meer stapelwolken opzetten maar het blijft overwegend zonnig. Aan het bergstation (1753 meter) is er een goudwasplaats. Enkele kinderen met hun ouders zijn op zoek naar goud maar of ze er ooit zullen vinden is zeer twijfelachtig. Zelfs in de goudmijn van Böckstein (tegen Badgastein), die nu gebruikt worden als heilterapie, werd er nooit goud gevonden. De Hochkönig, wiens top in de wolken steekt, is van hieruit ook goed te zien. Eens beneden doen we een kleine boodschap (bruine schoencrème - €1,50) en rijden verder het Rauriserdal in tot op het einde. Daar bevindt zich een “mautstrasse” (normaal € 9 maar met de Sommer Jokerkaart gratis). Op het einde van deze “mautstrasse” is er een ruime parking want van hier af zijn voertuigen niet meer toegelaten. Wel komt er een postbus langs die het laatste stukje traject aflegt. Wij rijden mee en moeten zelfs niet betalen. Blijkbaar is de rit in de prijs inbegrepen. Zo komen we in Kolm – Saigurn terecht waar alleen een restaurant en een tweetal huizen staan. Hier ergens in de buurt is een natuurobservatiestation gevestigd. Men kijkt hier op de eerste bergen van het Tauerngebergte die het dal afsluiten. We drinken in de gauwte een koffie en een almdudler ( € 4) en nemen dezelfde bus, na een tiental minuten, terug naar de parking.

15.55 u en 72 km: keren terug naar Grossarl.

17.12 u en 138 km: aankomst aan het hotel. Niettegenstaande Kolm – Saigurn en Grossarl op de kaart in vogelvlucht niet ver van elkaar liggen, zijn de afstanden, over de weg, tussen beide plaatsen, bedrieglijk lang.

Avondeten (niet genoteerd)

Zaterdag 7 september 2002

7.15 u: opstaan

8.00 u: ontbijt

Rijden naar het dorp en kopen er twee flessen water. Vervolgens rijden we richting Sankt Johan en even voor we dit stadje bereiken stoppen we in een luxueuze wijk ervan, namelijk Alpendorf, gebouwd na 1978, want toen bestond het nog niet.

9.00 u: vertrekken met de kabellift naar boven. Daar drinken we in een primitieve alm elk een spuitwater (€ 3) en keren om 10 u terug naar beneden. We rijden terug naar het hotel en stoppen even aan de “Alte Wacht”. Via een doorgang onder het oude houten gebouwtje moest vroeger al het verkeer dat het Grossarldal in wou. Op die manier kon men toezicht houden op wie naar binnen of naar buiten het dal wou. Een deel van de oude weg is daar nog aanwezig. In het Schützenhof (ons hotel) nemen we ca een uur rust. Hierna rijden we naar het zijdal, het Ellmaudal, tot aan de alm Lamwirt. Daar is het feest ter gelegenheid van de “schafschur” – het scheren van de schapen. In een kraampje worden wolproducten verkocht. Op een geïmproviseerd podium zetten twee plaatselijke muzikanten, de ene speelt op een gitaar en de andere op een trekharmonica (een oudere versie van de accordeon) kun beste beentje voor. We eten er een “lameintopf” (soort hutsepot van lamsvlees), een biertje, een topfstrudel (een strudel gevuld met platte kaas ipv appel) en een koffie (€ 11,30). Gans de dag was en is het mooi weer. Achter een, voor die gelegenheid opgetrokken tent (ook daar is men nooit zeker van het weer), lopen een tiental haflingerpaarden, een typisch Oostenrijks paardenras met bleke manen en staart.

15.30 u: zakken terug af naar het hotel en doen nog een kleine wandeling in de omgeving.

Voor het avondeten gebruiken we op het terras een aperitief.

Avondeten: niet genoteerd.

Zie verder deel 2

31-08-2002 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
30-08-2002
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OOSTENRIJK GROSSARL 2002 deel 2

OOSTENRIJK GROSSARL 2002

deel 2

Zondag 8 september 2002

8.35 u – kilometerstand 37.097 – vertrekken voor een bezoek aan de Grossglockner – we hebben deze dag uitgekozen wegens het voorspelde goede weer en naar we ook hopen weinig bewolking. Van deze dag hebben slechts enkele punten genoteerd want deze uitstap is te indrukwekkend op hem op een gepaste manier weer te geven.

9.10 u en 36 km: rijden voorbij Taxenbach.

Fuch aan de voet van de Grossglockner Hochalpenstrasse: we tanken voor € 16,42.

10.00 u en 64 km: bereiken de ingang van de Hochalpenstrasse en betalen er € 23,80 (zonder Sommer Joker = € 26) Het ticket is gans de dag geldig. Voor we de tol voorbijrijden drinken we nog elk een koffie.

11.30 u a 11.50 u en 79 km: rijden de smalle kasseiweg van de Edelweissspitse op. Dit is het hoogste punt van de Grossglockner Hochalpenstrasse (2571 m). In eerste versnelling gaat het bergop en later ook in eerste versnelling bergaf. Zelfs al ben je reeds een week in de bergen aan het rondtoeren en ben je al een en ander gewoon, dan nog is het benauwend hier naar boven te rijden. Op de top eten we elk een apfelstrudel en drinken we elk een mineraalwater (€ 9, 40).

13.00 u en 102 m: zijn aan de voet van de Grossglockner, meer bepaald op de Kaiser Frans Josephhöge, met zicht op de grootste gletsjer van Europa. Onze wagen parkeren we in een 5 (?) verdiepingen tellende parkeergarage. Het is er zeer druk want iedereen die via de Hochalpenstrasse komt stopt hier wel even. Ik vind er een computerscherm en volgens de uitleg zou men hiermee een foto en een berichtje per e-mail kunnen versturen. Op eerste zicht lukt dit, doch Marijke heeft thuis het berichtje niet ontvangen. We zijn net op tijd hier aan de gletsjer want er vormen zich meer en meer stapelwolken en komt de spits van Oostenrijks hoogste berg stilaan in de wolken terecht.

13.36 u en 119 km: aankomst te Heiligenblut. Het dorpje is slechts een lapje groot en is dus in een korte tijd te bezoeken. Het interieur van het (waarschijnlijk meest gefotografeerde) kerkje is mooi. Op de terugweg noteren we dat we onder de 311 meter lange Hochtortunnel rijden en de 117 meter lange Mittertortunnel.

14.30 u en 141 km: ter hoogte van de Glocknerblick (het hoogste punt op de route buiten de Edelweissspitse) stoppen we om van het unieke uitzicht te genieten.

14.54 u en 155 km: wij zijn terug in Fuch aan de “mautstelle”

17.00 u en 227 km: wij zijn terug in het hotel. Wegens het voortdurend aandachtig rijden en de vele haarspeldbochten was dit een vermoeiende dag.

Avondeten:
-soep
-saladbar
-Hertenspies met ofenkartoffelen (d.i. aardappel in de pel)
-vruchtensap met een bol ijs in

Maandag 9 september 2002

7.00 u: opstaan.

8.00 u : ontbijt

Kilometerstand: 37.330

9.00 u: vertrekken naar het dorp om enkele boodschappen te doen ( € 13.20 ) en rijden vervolgens via Sankt Johan naar Zell am See. Onderweg rijden we terug door de 2988 meter lange Schönbergtunnel.

11.30 u: aankomst te Zell am See en parkeren er in een parkeergarage (aan € 1/uur). Tegen de aanlegsteiger van de boten die op het meer varen drinken we een water en een limonade (€ 3,50).

12.30 u: nemen de boot om een tocht op het meer te doen (duur 40 minuten). Hiervoor betalen we 2 x € 6 (ipv € 7). Het meer is 4 km lang en 1 km breed. Op een terras drinken we een stevige soep maar omdat het hier veel te druk is besluiten we niet lang te blijven.

14.00 u: verlaten Zell am See.

Via Sankt Johan rijden we naar het bloemendorp Wagrain. De titel van bloemendorp is nu wat achterhaald daar de meeste toeristische dorpjes in Oostenrijk overdadig versierd zijn doormiddel van bloemen.

16.00 u en 126 km: na even door Wagrain te hebben gewandeld rijden we door naar Kleinarl en dan verder naar het daleinde waar de Jägersee ligt, een klein meer waarvan het water zeer helder is en men gemakkelijk de bodem ervan kan zien.

17.00 u en 162 km: terug in het hotel.

Avondeten:
-heldere soep met groenten
-saladbar
-wildgebraad, peervormige kroketten en spruiten
-dessert met platte kaas

Dinsdag 10 september 2002

7.00 u: opstaan

8.00 u ontbijt

9.30 u: de baas van het hotel heeft de gewoonte iedere week, op dinsdag, als het weer goed is, een flinke wandeling te doen naar een van de almen in het dal. Vorige week heb ik niet kunnen meegaan daar ik nog last had van een voetblessure opgelopen tijdens de 4-daagse van de IJzer. Vandaag kan ik meegaan en blijft Lea in het hotel. 18 gasten van het hotel nemen deel aan de wandeling naar de Hubgrundalm in de buurt van Hüttschlag. Het weer is bewolkt maar droog. Ik rij mee met de wagen van de baas en ook nog een ander koppel neemt achteraan plaats in de wagen. Wanneer ik in de wagen wil stappen zie ik op de bodem van de wagen Waldy liggen, de hond des huizes. Ondanks zijn korte pootjes zal het beestje de ganse wandeling meemaken. Op een parkeerplaats een 100 meter boven het dal, ter hoogte van Hüttschlag, blijven de wagens achter en stappen we aan een traag tempo naar de alm (het is ca 10 u). Waarschijnlijk is het de bedoeling van deze wekelijkse wandeling de gasten onderling wat te laten verbroederen, wat duidelijk lukt in de loop van de dag. Onder het wandelen vertelt de baas het een en ander over de streek en haalt enkele anekdotes aan.

11.30 u: we bereiken de Hubgrundalm. Ondertussen trekken donkere wolken zich samen. We zijn onderweg onze gids, de baas van het hotel, kwijtgespeeld omdat hij een praatje maakte met een jager die we tegenkwamen. Maar het is geen enkel probleem om de juiste weg te vinden naar de alm. Eens in de alm drink ik een koffie en trakteert de baas van het hotel zijn gasten met een snaps (deze was gemaakt van peren). Zittend met mijn rug tegen de voorgevel en onder het uitstekend dak begin ik met mijn Duitse buurman, afkomstig uit Hamburg maar geboren in Aken, en later ook met diens vrouw een uitgebreid gesprek. Ik eet een buterbrod (snede bruin brood besmeerd met een halve vingerdikte boter) en drink daarbij een mineraalwater. Een kwartuur na onze aankomst op de alm begint het stilaan te druppelen en hoe later het wordt hoe meer het regent. Gelukkig zitten we onder het uitstekend deel van het dak zodat we droog blijven. Het was de bedoeling om nog een wandeling in de buurt te maken maar samen beslissen we van hieruit terug te keren naar beneden. Het ziet er niet naar uit dat het vlug zal ophouden te regenen. Het Duitse koppel wil echter nog alleen een stukje verder naar een hoger gelegen alm gaan.

13.15 u: we vertrekken terug naar het dal.

14.15 u: einde van de wandeling, stappen in de auto en rijden terug naar het hotel. We zijn ondertussen reeds behoorlijk nat geworden.

14.45 u: aankomst in het hotel. Ik trek anderen kleren aan en ga dan samen met Lea naar de gastestubl alwaar de bazin haar gasten trakteert op koffie met koeken (o.a. apfelstrudel, appelbeignets, e.d.).

Daarna rijden we nog even naar het daleinde om er het kleine heemkundig museum te bezoeken. Bij het terugkeren zien we heel wat schouwen van huizen roken (velen branden hier nog hout).

17.00 u: zijn terug in het hotel. Daar het wat frisser geworden is heeft men de centrale verwarming aangestoken.

Avondeten:
-soep
-saladbar
-sauerkraut met groenten gevulde knödel
-yoghurt met braambessen

Woensdag 11 september 2002

Vandaag is het een jaar geleden dat de aanslagen werden gepleegd in New York op de WTC-torens. Wij waren toen in de Vogezen.

9.04 u – kilometerstand: 37.522

10.30 u en 45 km: aankomst te Bad Hofgastein. Wij gaan zwemmen in het termalbad. Het water heeft een temperatuur van 34 graden. Men kan van binnen naar buiten zwemmen via een sluis. Op verschillende plaatsen borrelen waterstralen op die gebruikt kunnen worden als onderwatermassage.

12.30 u: we verlaten het zwembad ( hebben met de parkeermeter € 3 betaald).

We rijden vervolgens naar Dorfgastein en verder naar de Strohlehenalm waar we reeds vorige week waren. Daar verbruiken we 3 x brood met hesp, 2 x koffie en een butermilch. De bazin van de alm is bezig appelbeignets te bakken (zij noemen dit apfelradl = appelwielen). Ik bestel een portie maar het vet waarin deze gebakken werden moet waarschijnlijk niet vers geweest zijn want achteraf kreeg ik wat last in de darmen.

14.30 u: verlaten de alm en rijden nog eens naar het daleinde, naar Badgastein en naar Böckstein.

Terug in Grossarl tanken we 34,40 liter diesel voor € 24,39.

Hebben vandaag 142 km afgelegd.

Avondeten:
-soep met korstjes
-saladbar
-Champignons gefrituurd met tartaar
-pannenkoek met confituur

Donderdag 12 september 2002

7.00 u: opstaan.

8.15 u: ontbijt

08.50 u: we gaan samen op wandeling rond het hotel – nl de wandeling Gretchenruhe. Eerst moet men naar beneden via de toegangsweg van het dal naar het hotel en vandaar gaat het een 150 meter bergop in het bos om dan de eindigen met een vlak stuk. Uiteindelijk komt men uit het bos enkele tientallen meter boven het hotel. Van hier af volgen we de Hettegg-rundweg en komen uiteindelijk terecht in de wijk Schied die gelegen is vanuit het dorp gezien richting dalingang. Het is dan 11.50 u en we willen iets gaan eten in het Schiederhof, wat verder op. Na nog een kilometer gewandeld te hebben waren we nog niet aan het restaurant en keren we voor alle zekerheid terug richting dorp van Grossarl. In het restaurant gelegen naast het dalstation van de kabelbaan, het hotel Auhof, eten we 2 x koude sweinebraten (wat nogal vet is), drinken we 2 almdudlers en een mineraalwater (€ 16). Daarna wandelen we terug naar het hotel en ontdekken een kortere (maar steilere) weg er naartoe.

13.45 u: aankomst in het hotel en rusten daar wat uit.

14.15 u: nemen de wagen en rijden naar de Breitenebenalm (waar we reeds waren). Daar drinken we 2 x ¼ liter most (houdt het midden tussen het perssap van het fruit en de wijn) en een glas butermilch (€ 4,50 u). Overal in het dal schijnt de zon behalve op deze plek omdat een hardnekkige wolk de zon verschuilt.

17.15 u: zijn terug in het hotel.

Avondeten:
-soep
-saladbar
-1) groentenrijst met gegrilde kalkoen ( pute = kalkoen)
-2) worst gevulde met kaas en omwikkeld met spek, met friet
-chocolademousse (voor Lea een ijs)

Vrijdag 13 september 2002

9.00 u: vertrek naar Wagrain – kilometerstand 37.689

10.00 u: aankomst in het bergstation van de kabelbaan. De dichtst bijzijnde alm ligt op amper 10 minuten loopafstand (Hachaualm). Daar drinken we een nudelsoep en een butelmilch. Daar de kabelbaan tussen 12 u en 13.30 u stilligt wegens de middagpauze, dalen we om 11.35 u af naar benden. De totale rit duurt niet minder dan 15 minuten.

11.50 u: vertrekken via Kleinarl naar het daleinde en de Jägersee. We maken er een wandeling rond het meer (ca 1 uur) waarna we in het Gasthof Jägersee (uiteraard aan het meer gelegen) een bier, een koffie, een kaiserschmarn en een spaghetti verbruiken (€ 17). Hebben tot hier 37 km afgelegd.

14.30 u vertrekken naar Bishofshofen in de hoop er iets interessants te kunnen kopen maar komen van een kale reis thuis. Daarna rijden we naar Sankt Johan en doen enkele boodschappen in de Lidl (dit grootwarenhuis is, naast de Spar, bijna overal te vinden in Oostenrijk)

16.00 u: zijn terug in Grossarl en gezien de wagen wegens het berijden van de stoffige wegen tamelijk vuil is, laat ik hem in de automatische carwash kuisen (€ 6).

16.30 u en 101 km: terug in het hotel. We moeten stilaan aan onze terugreis beginnen denken want morgen is het de laatste dag.

Avondeten:
 -soep
-saladbar
-forel met peterselieaardappelen
-chocomousse

Zaterdag 14 september 2002

6.30 u: opstaan.

8.00 u: ontbijt

9.00 u – kilometerstand 37.790 – zoeken eerst in Grossarl naar een Duitse wegenkaart omdat ik geen recente bij heb. Hier vinden we er geen. Rijden vervolgens naar de Gasteinervallei en via Dorfgastein (35 km) en Bad Hofgastein (45 km) bereiken we Badgastein (52 km).

10.30 u a 12.00 u: gaan we zwemmen in het Felsenbad (temperatuur binnen: 32 graden, in het zwembad buiten: 34 graden).

12.00 u: rijden naar Böckstein. De bedrijvigheid aan de trein-Tauerntunnel (hier moet men zijn wagen op de trein zetten) is fel verminderd sedert de gewone Tauerntunnel is aangelegd. Verder stoppen we even aan de Heilstollen, een gewezen goudmijn waarin een zeker gehalte radon in de lucht aanwezig is en waar de temperatuur oploopt tot 41,5 graden. Het verblijf in deze stollen zou een heilzame werking hebben op o.a. reuma. Een kuur bedraagt meestal 10 beurten in een tijdspanne van 20 dagen. (Oostenrijkse en Duitse ziekenkassen betalen de kuur terug)

Net voorbij de Heilstollen begint de mautstrasse naar Sportgastein (Nassfeld). Sportgastein wordt vooral tijdens de winter druk bezocht door skiërs. De “maut” kost ons 2 x € 4.

12.10 u en 64 km: aankomst in Sportgastein aan het Valeriehaus (enige gebouw in deze, tijdens de zomer, wat desolaat aandoende vlakte, ingesloten door bergen. We verbruiken er een koffie, een klein bier, een boterham met hesp en een overheerlijke Kaiserschmarn (dit was de lekkerste die ik hier at) ( € 17). Terug in het dal koop ik in een tankstation een Duitse wegenkaart (€ 10). Het is de bedoeling rechtstreeks terug te rijden naar het hotel doch kunnen het niet laten toch nog even te stoppen in Dorfgastein. Het feit dat we onze reservatie in het begin van het jaar voor Steindlwirt niet rondkregen, ondanks 3 telefoontjes naar het hotel en 2 e-mails, ligt nog zwaar op onze maag. We stappen terug naar het overdekte achterterras waar de baas en de bazin aan het praten zijn met een ander koppel. We bestellen twee koffie’s. Als de bazin terugkomt met de koffie’s stel ik mij voor, leg het probleem uit en vraag haar hoe het komt dat er niet werd gereageerd op onze reservatieaanvraag. De bazin geeft een ontwijkend antwoord en blijft wat rond de pot draaien. Door een toeval (???) was men ons vergeten te melden dat het hotel volgeboekt was (???). Ik maak op een tactische manier een einde aan het voor haar duidelijk pijnlijk gesprek. Wanneer we na het nuttigen van de koffie de rekening vragen moeten we niet betalen, dit als een soort verontschuldiging. Dit is dan voor ons het definitieve einde van Steindlwirt in Dorfgastein. (vernamen nog dat Jozef Rieser, vader van huidige uitbater reeds overleden is maar zijn vrouw nog in leven is)

Eens terug in Grossarl tank ik, met het oog op de terugreis van morgen, vol (€ 11,90 – € 0,694/liter). Het is hier in het hotel de gewoonte dat de avond voor de afreis de rekening wordt vereffend (de dranken die daarna nog verbruikt worden kunnen dan cash betaald worden). De rekening (dranken inbegrepen) bedraagt € 1044. We proberen de rekening te vereffenen doormiddel van onze gewone betaalkaart maar zoals we reeds in het verleden meermaals hebben ervaren functioneren de toestellen, die de magneetstrips van de kaarten moeten lezen, niet goed. Bij toestellen die de chip van de kaart lezen is er bijna nooit een probleem. Na herhaald vruchteloos geprobeert te hebben de magneetstrip te lezen besluiten we naar het dorp te gaan en daar geld uit de muur te halen. Het is de eerste keer dat we dit doen en dit gebeurt (vanaf 1 september 2002) zonder kosten in de Europeese Gemeenschap (niet verwarren met Visakaart die wel nog (dure) kosten meebrengt). Aan de geldautomaat blijkt dat er per kaart en per dag maximum € 400 kan afgehaald worden. Gelukkig hebben we voldoende bankkaarten zodat we in totaal een bedrag van € 1000 kunnen afhalen. Eens terug scherts ik tegen de bazin dat we nog 14-dagen zullen moeten blijven om de vaat te doen en zo onze rekening te betalen. Eens het bedrag vereffend vraagt de bazin of alles naar wens was, wat we zonder enige terughoudendheid positief bevestigen. Wij bedanken haar voor de goede zorgen en zeggen haar dat we het volgend jaar, in dezelfde periode, willen terugkeren. We willen nu reeds reserveren en dan in het begin van 2003 bevestigen per e-mail of telefoon. Er is echter één voorwaarde: een kamer met balkon en uitzicht op het dal. We hebben moeten ervaren dat wegens de ingeslotenheid van de achterkamer we een en ander gemist hebben: de zonsopgang, de zonsondergang, het uitzicht op het dorp in het dal en in de avondlijke duisternis de lichtjes in het dal. Ze zegt dat voor volgend jaar een dergelijke kamer geen probleem zal zijn en we erop mogen rekenen.

Het laatste avondmaal:
 -soep
-saladbar
-1. Spätzele gemengd met kaas en gerookte hespblokjes (spätzele (komt van spatten) leerde ik voor het eerst kennen in de Vogezen. De ingrediënten zijn: bloem en eieren. Deze worden tot een deeg gekneed en al raspend in kokend water gegooid. Wordt opgediend ter vervanging van aardappelen of rijst. Kan zowel zonder als met kaas gegeten worden.
-2. Jägersnitsel met paddestoelen en kroketten
-fruit

Als afscheidsgebruik krijgen we een snaps van het huis aangeboden. We betalen de dranken van die avond en gaan dan naar de kamer om de koffers te pakken en al wat we niet meer nodig hebben reeds naar de wagen te brengen.

Zondag 15 september 2002

7.30 u: we proberen wat vroeger te ontbijten om zo vroeg mogelijk te kunnen vertrekken. Ook ander gasten komen reeds opdagen voor het ontbijt daar zowat de helft van het hotel naar huis vertrekt. Na het ontbijt groeten we enkele Duitse gasten ter afscheid. Nog even naar de kamer en met het weinige dat nog rest aan bagage terug naar beneden. We nemen afscheid van Frau Prommegger en vragen haar de groeten over te brengen aan dochter Monika en haar echtgenoot.

Een laaste keer leggen we de 15 km lange daluitgang af naar Sankt Johan.

8.32 u en 32 km: rijden voorbij het kasteel van Werfen. Rijden op de weg naar Salzburg tunnels door met een respectievelijke lengte van 809 m, 447 m, 596 m, 4004 m, 1384 m

9.10 u en 80 km: passeren de grens Oostenrijk – Duitsland.

9.28 u en 114 km: rijden voorbij de Chiemzee.

Ter hoogte van het Munchen Kreuz Nord krijgen we een kleine file.

10.38 u a 11.03 u en 230 km: stop aan baanrestaurant. Eten er enkele koeken, een koffie, een kaastaart en een cola (€ 7.30 u)

12.00 u en 350 km: passeren Nürnberg. Tot aan Munchen kregen we te maken met regen maar hier schijnt de zon en zal het zo blijven voor de rest van de dag.

13.22 u en 478 km: stoppen ter hoogte van Würzburg en tanken voor € 28,05 (€ 0,854/liter). We besluiten verder te rijden en hier niet te overnachten.

14.04 u en 528 km : stoppen te Rohrburg en eten er 2 x kiprollade met friet en rijst en 2 x cola (€ 21.30)

15.19 u en 597 km: zijn ter hoogte van Frankfurt.

16.39 u en 763 km: zijn ter hoogte van Keulen. Voor alle zekerheid hadden we een kamer gereserveerd in Etaphotel te Würzburg en een kamer in Etap te Keulen. Gezien het vrij vlotte verkeer en het goede weer besluiten we om in een dag naar huis te rijden.

16.55 u en 785 km: stoppen voorbij Keulen aan de stopplaats Frechen (€7).

18.05 u en 870 km: passeren de grens met België.

18.29 u en 911 km: stoppen op de stopplaats te Tessenderlo ( € 4,5).

19.21 u en 966 km; zijn op de ring van Antwerpen.

20.04 u en 1.032 km: we zijn thuis. Tanken vol voor € 27,80 zijnde 36,53 liter diesel (€ 0,761/liter)

Kilometerteller: 38.955

Eindbeschouwing

In totaal legden we 3.500 km af in 16 dagen, waarvan twee keer 1032 km voor de heen en terugreis. Buiten de regen op de heen- en terugreis, telkens tussen Salzburg en Munchen, regende het slechts één dag en was het één dag volledig bewolkt zonder regen evenwel. De temperatuur schommelde tussen de 19 en de 22 graden.

30-08-2002 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
29-08-2002
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OOSTENRIJK GROSSARL 2002 deel 3
Klik op de afbeelding om de link te volgen





Grossarl - Salzburgerland - Oostenrijk

29-08-2002 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
28-04-2002
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BRETAGNE 2002 deel 1

Bretagne

zondag 28 april tot woensdag 8 mei 2002

Zondag 28 april 2002 – 1ste dag

Kilometerstand: 24.798

6.34 u: vertrek

Het is lichtjes aan het regenen wanneer we vertrekken.

57 km – 7.11 u: we rijden de Belgisch-Franse grens voorbij.

110 km – 7.44 u: we verlaten de snelweg even voor Arras en rijden de N 50 op en volgen daarna de N 39.

211 km – 9.01 u: we rijden te Neufchâtel-en-Bray de snelweg op richting Rouen zijnde de E 402. Het is nog steeds bewolkt met lichte regenval.

234 km – tussen 9.15 u en 9.35 u: we stoppen aan een baanrestaurant op de snelweg E 402 om iets te eten en te drinken. De ganse weg hebben we bijna geen verkeer en dikwijls zijn we de enigen die op de snelweg rijden. Links en rechts staan de gele koolvelden in bloei.

Te Saint-Saëns betalen we € 5,50 peage en volgen vanaf nu richting Caen.

357 km – 10.38 u: net voor Rouen betalen we nogmaals € 5,90 peage. Het is ondertussen opgehouden met regenen.

369 km – 10.47 u: we bereiken de Pont de Normandie en rijden voor de brug de parking op. Hier drink ik een grote koffie (€ 2).

369 km – 11.43 u: we betalen de peage voor de brug (€ 5) en rijden de Pont de Normandie over. Via de A 13 rijden we naar Caen. Te Quetteville betalen we €1 peage.

421 km – 12.10 u: op de snelweg te Dozulé betalen we € 2, 70 peage.

12.20 u: even voor Caen, te Giberville, tanken we op de snelweg 33,81 liter diesel voor € 29,41 (aan € 0,870/liter). Tussen Caen en Avranches is de gewone nationale weg reeds grotendeels vervangen door een autoweg, de E401/A84 (geen snelweg, dus gratis). Enkele delen zijn nog in aanbouw onder andere ter hoogte van Villedieu-les-Poêles. Even voor we deze laatstgenoemde stad bereiken worden we voorbij gestoken door een wagen van het autobedrijf Dhaenens uit Nevele.

523 km – 13.17 u: stop te Villedieu-les-Poêles, stadje dat we reeds jaren geleden bezocht hebben (zie 2de Normandiëreis) en bekend staat als “koperstad”. In heel wat winkels worden hier koperen siervoorwerpen verkocht (die hier Dinanderie worden genoemd, naar de Belgische stad Dinand). Afwisselend zijn er wolken en flinke perioden met zon met tussen in een vlaag regen. De klokkengieterij in het stadje gaat pas open om 15 u voor bezoek. Bij ons vorig bezoek hebben we deze reeds bezocht en gaan niet wachten tot zolang. Ook de kerk is tijdens de middag gesloten zodat we geen filmbeelden kunnen maken. We maken van de gelegenheid gebruik om wat te eten: elk een sandwich en een cola (€ 9). Om 14.05 u zetten we onze reis verder.

547 km – 14.30 u: aankomst te Avranches. Ter hoogte van deze stad is de snelweg nog niet af. Wij rijden niet naar het centrum daar we hier bij onze 2de Normandiëreis reeds waren maar rijden onmiddellijk naar het stadspark van waaruit men een mooi uitzicht heeft op de baai van de Mont St. Michel. Bij ons vorig bezoek hing er een dichte mist maar ook nu kunnen we de Mont maar amper zien deze keer wegens een opkomende regenvlaag. Het park is prachtig versierd met bloemen. Overal waar we tijdens deze reis komen valt ons de overdadige bloemenpracht op. We verlaten Avranches om 15.15 u.

589 km – 15.49 u: we rijden het stadje Dol de Bretagne voorbij.

617 km – 16.20 u: aankomst aan het hotel Première Classe te Saint-Jouan-des-Guerets. Daar we maar pas om 17.00 u in het hotel kunnen stappen we langs de overzijde van de weg het restaurant van een Cora-grootwarenhuis binnen. Niettegenstaande het zondag is, is het open. We drinken er iets (€ 2,87). Om 17 u stappen we naar de receptie van het hotel en betalen er voor 4 overnachtingen en 8 ontbijten €152 (€ 30 per nacht en € 4 per ontbijt). Het avondmaal gebruiken we in het ernaast gelegen Campanilehotel (2 special buffets en 1 karaf van 46 cl rode wijn: € 31,50 – de formule special buffet bestaat uit: een voorgerechten buffet, kaasschotel, nagerechten buffet).

21.15 u: gaan slapen. Worden een twee tal keer wakker en horen de felle wind en af en toe regen.

Maandag 29 april 2002 – 2de dag

7.30 u: opstaan

8.00 u: ontbijt

Kilometerstand: 25.416

9.15 u: vertrek op rondrit. Het is droog, de zon schijnt maar er is een felle wind.

20 km - 9.43 u: aankomst in het stadje Dol de Bretagne. Bezoeken het kleine stadje met een aantal oude vakwerkhuizen, de kathedraal die een samenraapsel is van verschillende stijlen. Voor Lea kopen we in een apotheek een fles hoestsiroop. We kopen tevens twee prentkaarten. We vertrekken uit het stadje om 10.52 u. We keren terug in de richting van Saint-Jouan-des-Guerets en nemen vervolgens de D 155 naar de Mont Dol, circa 2 km verder.

25 km – 11 u: aankomst te Mont Dol, een molshoop van 65 meter die zich verheft in het omliggende vlakke landschap. Van op de heuvel heeft men een uitzicht op de Mont St Michel en de omgeving. Op de heuvel staat een kapelletje, een typische windmolen en een toren die vrij kan beklommen worden. Daarnaast is er een café-restaurant maar deze is niet open. Vervolgens rijden we via een omweg, we waren even de goede richting kwijt, richting Comburg en stoppen aan de menhir van Champ Dolent die een hoogte heeft van 9,30 m. Hier stappen we niet uit de wagen daar er op dat ogenblik een ferme regenvlaag uitvalt.

48 km – 12.25 u: rijden naar Comburg.

63 km – 12.44u: aankomst te Comburg. We zullen hier het kasteel van Comburg bezoeken. De rondleiding duurt ca 45 minuten. Vooraf gaan we in het dorp iets eten in een restaurant. Lea neemt haringfilet als voorgerecht en forel als hoofdgerecht, ik kies voor de paté en een entrecote met friet. Beiden eten we een stuk appeltaart en een koffie (samen: € 28,20).

De eerstvolgende gidsenbeurt start om 14.30 u. Om het kasteel binnen te gaan moet een vrij hoge trap beklommen worden. Het werd bewoond door de Franse schrijver Chateaubriand. Het merkwaardigste dat er te zien is is een gemummificeerde kat in een glazen kast. Deze werd gevonden op een van de zolders van het kasteel. Het bezoek aan het kasteel kost 2 x € 5.

We verlaten Comburg om 15.48 u. Er vallen enkele regendruppels, de temperatuur is goed en soms valt er een bui. Omdat we tijd genoeg hebben besluiten we nog eens naar het hotel te rijden om ons te verfrissen. Op terugweg vergissen we ons even van weg doch om 16.30 u zijn we aan het hotel.

116 km – 17.46 u: vertrek naar de Mont St Michel.

Om naar de Mont te rijden volgen we de D 4 naar Gouésniére en vervolgens de D 8 naar St Benoit-des-Ondes. We volgen de kustweg D 155 doch enkele kilometer verder krijgen we te maken met een wegomlegging zodat we op de gewone D 176 terechtkomen naar de Mont St. Michel.

170 km – 19.02 u: aankomst aan de Mont St Michel. Naast de vaste toegangsweg naar de Mont is er een ruime parking. Deze parking loopt echter onderwater bij vloed. Bij het oprijden van de parking waarschuwt een bord dat het vloed is om 21.30 u en dat dan de parking moet vrijgemaakt worden. Ik twijfel even om de parking op te rijden doch de bewaakster wenkt mij en zegt dat ik via de parking terug op de toegangsweg mag rijden om daar te parkeren. De parking kost ons € 4. We wandelen via de grote poort eventjes het enige straatje door en gaan een restaurant binnen. We zijn er ons van bewust dat de prijzen hier zeer duur zijn maar ergens moet er toch iets gegeten worden. Ik eet een galette (een Bretoense specialiteit, zijnde een zoute pannenkoek [1] ) met kaas en hesp (€ 5,90), Lea een sandwich met hesp (€ 3,90) en we gebruiken elk een frisdank (€ 3,90 per frisdrank!!!). Dit is dus een mooi voorbeeld hoe toeristen uitgemolken worden. Na de maaltijd lopen we het straatje op tot aan de abdijpoort. Het bezoek aan de abdij is dan reeds afgelopen maar het was toch onze bedoeling om deze niet te bezoeken daar we er reeds bij ons vorig bezoek waren. Nu is het hier zeer rustig. Bij ons vorig bezoek (in een maand augustus) moesten we ons als het ware naar boven wringen. De weinige bezoekers installeren zich op de trappen vanwaar ze een goed zicht hebben op de baai. De zonsondergang is prachtig alhoewel er wat wolken hangen. De baai van de Mont St Michel heeft een hoogteverschil van meer dan 18 meter tussen eb en vloed. Bij het wassen van de zee vordert het water zeer snel. Het is niet aangeraden zich op dat moment op het strand te bevinden wegens de kans om ingesloten te worden. Men zegt dat het water opkomt met de snelheid van een galopperend paard, wat wel wat overdreven is, maar men moet toch een snelle stapper zijn om het water vooruit te zijn. Eens de vloed bijna zijn hoogste punt bereikt heeft keren we terug naar beneden en wachten nog een kwartiertje in onze wagen tot wanneer het donker genoeg is om de verlichte Mont St Michel te kunnen bekijken. Om 21.45 u keren we terug naar het hotel.

220 km – 22.35 u aankomst aan het hotel.

23.00 u – slapen

Dinsdag 30 april 2002 – 3de dag

Kilometerstand: 25.635

7.00 u: opstaan. Het is zwaar bewolkt en er staat een strakke wind

8.00 u: ontbijt

9.00 u: voor we vertrekken doen we nog enkele kleine boodschappen in het Cora-grootwarenhuis recht tegenover het hotel (3 flessen plat water, 2 videocassettes voor de camera, 6-tal appels = € 15,27). Tevens tanken we daar ( 25,22 liter diesel = € 18.55 / € 0,727 per liter)

9.55 u: vertrek naar Dinan (niet te verwarren met Dinard dat er ook in de buurt ligt).

28 km: aankomst te Dinan. We parkeren in een ondergrondse parkeergarage waarvoor de € 1,40 betalen. De stad bezit een mooie oude stadskern. Om 12.15 u vertrekken we uit de stad.

30 km – 12.29 u aankomst aan de ruïne van de Benedictijnenabdij van Lehon. In de kerk zijn heel wat graven te zien van belangrijke personen. Na een kort bezoek keren we terug naar Saint-Jouan-des-Guerets en het hotel om iets te eten in het restaurant van de Cora.

58 km: aankomst aan het restaurant. We verbruiken er voor € 8,37. We blijven daar tot 14.00 u.

66 km – 14.16 u aankomst aan de stuwdam van de Rance. Het betreft hier een stuwdam van de getijdencentrale van Saint-Malo en werkt dus volgens het principe van eb en vloed. Op het ogenblik dat we daar zijn wakkert de wind nog wat aan. Na even over de stuwdam te zijn gewandeld vetrekken we om 14.30 u. Omdat we het vermoeden hebben dat onze uitgestippelde rondrit van morgen wat te lang zou kunnen zijn rijden we nu het deel te oosten van St. Malo.

Via St. Malo en de kustweg D 201 rijden we naar de Pointe de Grouin.

95 km – 15.34 u: aankomst aan de Pointe de Grouin. Men heeft er een mooi uitzicht op de grillig gevormde kust. Op dat ogenblik begint het pas goed te regenen en zal het niet meer ophouden tot ’s avonds. Er is aldaar een restaurant maar wanneer we er willen binnenstappen om iets te drinken wordt de deur voor onze neus gesloten. We vertrekken aldaar om 16.00 u. We zetten onze weg verder via de D 201 en vervolgens de D 355 waarbij we Cancale (bekend van de oesters) voorbijrijden. Uiteindelijk komen we aan het station van St. Malo terecht en stappen er een gelegenheid binnen om er iets te drinken (een koffie en een thee).

122 km – 17.18 u aankomst in het hotel.

19.00 u: eten in Campanile (€ 34).

Woensdag 1 mei 2002 – 4de dag

Kilometerstand: 25.758

6.45 u: ik sta op maar omdat het feestdag is kan er maar om 8.00 u ontbeten worden. Ik maak een wandeling tot aan de kerk van Saint-Jouan-des-Guerets. Schuin tegenover de kerk is er een bakkerij maar die is nog niet open wegens de feestdag. Voor de deur is een vader met zijn twee zoontjes aan het wachten om eten te kopen en vraagt aan mij wanneer de bakkerij opengaat. Ik moet hem uiteraard het antwoord schuldig blijven. De twee zoontjes hebben elk een plastieken bassin bij zich die gevuld is met bosjes meiklokjes en die duidelijk bedoeld zijn om te verkopen om enkele spaarcenten te verdienen. Ik koop een bosje voor Lea, wij zijn vandaag 31 jaar getrouwd.

8.00 u: ontbijt.

8.41 u: vertrekken naar St. Malo. De zon schijnt volop, het is goed weer maar wat aan de frisse kant.

9 km – 9.00 u: aankomst te St. Malo. We parkeren ons (gratis) buiten de muren van St. Malo in de buurt van de Grand Porte. Er is plaats te over en dit waarschijnlijk wegens de feestdag. Eerst begeven we ons intra muros (binnen de muren) waarbij we dwars door de stad lopen. De kathedraal is nog niet open en we lopen verder tot aan de stadsmuur. Via de wandelweg op de muren lopen we volledig omheen te stad. Aan de chateau van de “Duchesse Anne” bezoeken we een terras (€ 6,40) en genieten er van de zon. Het straatje achter de stadsmuur tussen de Grand Porte en het kasteel Duchesse Anne lijkt met zijn vele restaurants een beetje op de Brusselse Beenhouwerstraat. We zullen deze avond hier terugkeren om eens “lekker” te eten. Na een bezoek aan de kathedraal vertrekken we om 11.00 u. We zullen nu de kust verkennen ten westen van St. Malo. Via Dinard en de kustweg D 786 bereiken we St. Lunaire. Tijdens de eerste wereldoorlog was hier in het toenmalig hotel “St. Lunaire et de Longschamps” een militair hospitaal ingericht. Heel wat gewonde Belgische soldaten werden hier verzorgd. In mei 1918 verbleef hier Florimond Pynaert uit Landegem na gewond te zijn door een Yperietbom. Zijn oorlogsverhaal werd gepubliceerd in het tijdschrift “Het Land van Nevele”. Volgens dit verhaal zou er achter de kerk een Belgisch Militair kerkhof zijn. Het is mijn bedoeling hiernaar op zoek te gaan. Het kleine kerkje Saint-Lazaire is gesloten en het kerkhof is blijkbaar opgeruimd. Aan enkel jongeren, die daar meiklokjes aan het verkopen zijn, vraag ik naar het kerkhof. Ze vertellen mij dat het gewone kerkhof enkele honderd meter verderop ligt maar van militaire graven weten ze niets. Wel verwijzen ze naar een oudere dame die daar op dat moment voorbij komt. Ik spreek de dame aan en die weet onmiddellijk waarover ik het heb. Ze vertelt mij dat de graven van de Belgische militairen opgeruimd zijn en dat de stoffelijke overschotten na de eerste wereldoorlog werden overgebracht naar België. Het gebouw van het vroegere hotel dat toen als militair hospitaal werd gebruikt bestaat nu nog maar is een banaal appartementsgebouw waarvan de appartementen aan toeristen verhuurd worden. Einde van de speurtocht dus. We vervolgen via de kustweg en onderweg bewonderen we de prachtige en grillig gevormde kust van Bretagne. Overal bloeit de gele brem en overheerst de kleuren van het landschap.

43 km – 12.23 u: Pointe du Chevet

54 km – 13.40 u: Notre Dame-le-Guildo: ik eet er een pizza van zeevruchten en Lea een sandwich met hesp, en twee frisdranken (€ 16,50).

83 km – 14.28 u: bezoek aan Fort La Latte. Om het fort te bereiken moet eerst nog een stukje gewandeld worden. De toegang kost ons 2 x € 3,70.

91 km – tot 16.00 u: Cap Frehel. Op de rotspunten voor de Cap Frehel zitten honderden vogels. In het restaurant aldaar drinken we een koffie en een gini (€ 5). We vervolgen verder de kustweg.

104 km – 16.25 u: we bereiken Erquy en besluiten daar onze vooropgestelde route af te breken en terug te keren naar het hotel via de kortste weg.

150 km – 17.17 u: aankomst aan het hotel.

Na een verfrissende douche vertrekken we naar Saint-Malo en parkeren er de wagen op dezelfde plaats als deze morgen. We bekijken de menukaarten van de verschillende restaurants en denken een goede keuze gemaakt te hebben daar waar er veel volk zit, wat achteraf een ferme vergissing was. We stappen het restaurant Des Rempart in de rue Jacques Cartier binnen en bestellen als voorgerecht zeevruchten, als hoofdgerecht een duo van vis “en papillotte” klaargemaakt, een dessert, een koffie en een halve liter Muscadet de Sevres. Het voorgerecht valt al om te beginnen ferm tegen. Er ligt van alles twee stuks op het bord maar de eetbare hoeveelheid is toch aan de magere kant, ik schat de verhouding 5 % eetbaars en 95 % afval. Het hoofdgerecht bestaat uit twee soorten vis klaargemaakt in een dikke aluminiumfolie. Het probleem hier is dat je de friet van onder de geopende folie moet tevoorschijn toveren. En dit alles op een veel te krappe tafel. Het geheel kost ons € 40,50.

Een tegenvaller dus.

175 km – 20.30 u: aankomst aan het hotel.

Donderdag 2 mei 2002 – 5de dag

06.45 u: ontbijt. Bagage reeds ingeladen voor het ontbijt.

07.45 u: vertrek naar Morlaix.

83 km – 8.29 u: rijden St. Brieuc voorbij. In de buurt van deze stad is het een stuk drukker. Vanaf St. Brieuc volgen we de kustweg. In Binic tanken we voor € 20,23 ( € 0,82/liter).

114 km – 9.48 u: via Plouha bereiken we het dorpje Kermaria. Het kleine kerkje is gesloten maar een bordje verwijst ons naar de “gardien” die even verderop woont. Een koppel toeristen en een eenzame Duitse toerist (we zullen hem die avond in het Campanile terugzien) willen ook het kerkje bezoeken. Ik volg de pijlen naar de woning van de “gardien” en bel aan. De tuin van het huis is dermate afgeschermd dat men er niet naar binnen kan kijken. Vanuit de tuin roept een vrouwenstem of “het is om de kerk te bezoeken” en op ons “ja” zegt ze dat we alvast naar de kerk mogen terugkeren en dat ze zal komen openen. Na enkele minuten gewacht te hebben in het portaal van de kerk, met tal van oude houten beelden, komt de vrouw openen. Het kerkje van Kermaria is vooral bekend om zijn fresco’s die de Danse Macabre (de dodendans) voorstellen. Alle lagen van de bevolking worden erop afgebeeld beginnende van de voornaamste, in dit geval de Paus, vervolgens de Keizers, de Koningen, enz. tot aan de armen. Spijtig genoeg zijn delen van de fresco’s in de loop der tijden uitgewist. Verder is in de kerk nog een schedelkist (een zogenaamd fiertel) aanwezig. We kopen aan de vrouw-bewaakster een prentkaart en laten haar de rest van de 2 euro. Een bordje maakt duidelijk dat de vrouw dit werk vrijwillig doet. Terwijl we binnen zijn valt er een regenbui. Dit zal de laatste regen zijn die we tot het einde van de reis zullen zien. Eens we buiten komen straalt de zon en zien we in de verte de spierwitte wolken.

128 km – 10.19 u: aankomst aan de abdijruïne van Beauport. Het betreft hier een gewezen Norbertijnenabdij. Het bezoek kost ons 2 x € 4,50. Van op de bovenverdieping kan men de zee zien.

11.16 u: stilstand te Ploubazlanec en bezoeken op het kerkhof de Mur des Disparus (de muur van de vermisten op zee). Tal van borden herinneren hier aan een aantal scheepsrampen, vooral bij de Ijslandvaart. Bij een bakker kopen we koeken om die later ergens op een rustige plek op te eten (de zon schijnt mild).

139 km – 12 u: dit doen we aan de Pointe de l’Arcouest, met zicht op de Ile de Bréhat. Ik doe navraag voor een boottocht naar het eiland: eerst vaart de boot rond het eiland (45 min.) legt vervolgens aan op het eiland en dan de trip naar het vaste land, alles voor de prijs van € 11 per persoon. De ganse trip moet minstens enkele uren in beslag nemen, dus voor ons te lang want we moeten nog in Morlaix geraken deze avond.

161 km – 12.44 u: rijden voorbij Treguier

184 km – 13.43 u: stilstand te Perros-Guirec en volgen dan verder de kustweg.

202 km – 14.26 u: stoppen ter hoogte van Ile Grande, rijden vervolgens via Lannion, wijken van het vooropgestelde parcours af en rijden naar Locquirec.

240 km – 15.27 u aankomst te Locquirec. De zon schijnt daar zo heerlijk dat we aan de verleiding niet kunnen weerstaan een tijdlang door te brengen op een terras (twee tafeltjes verder zitten twee luidruchtige koppels Nederlanders). Dit kost ons € 6,10.

264 km – 16.30 u: aankomst aan het Campanilehotel te Morlaix. De kamer is een stuk ruimer en comfortabeler dan de kamers in bv Première Classe, enz. Ze beschikken over een normale badkamer. Het raam is veel ruimer en laat meer licht naar binnen. Iedere avond staan twee plastiek kopjes klaar met zakjes oploskoffie en een elektrische waterkoker (met spiraal).

22.00 u: na de gebruikelijke avondrituelen en het avondmaal in Campanile gaan we slapen.

Zie verder deel 2


[1] Een specialiteit van Bretagne zijn de pannenkoeken. De zoute noemt men doorgaans “galette” en de zoete “crêpe”. De galetten (en ook de andere pannenkoeken) worden flinterdun gebakken en tot een rechthoek geplooid. Het deeg van de galetten is donker. Meestal worden ze gevuld met allerlei vleeswaren en ander beleg zoals bvb hesp, kaas, champignons, uien, enz. Een maaltijd bestaande uit een gevulde galette is echter aan de karige kant en komt nogal droog over.

28-04-2002 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
27-04-2002
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BRETAGNE 2002 deel 2

Bretagne 2002 deel 2

Vrijdag 3 mei 2002 – 6de dag

6.15 u: opstaan en ontbijten

8.24 u: vertrek voor een bezoek aan het stadje Morlaix. De zon schijnt volop en er zijn nagenoeg geen wolken.

8.44 u: aankomst te Morlaix. Het stadje wordt gedomineerd door een groot spoorwegviaduct. Vroeger konden de voetgangers via de eerste verdieping van het viaduct, maar om veiligheidsredenen werd de toegang afgesloten. We beklimmen een helling tussen de huizen in en moeten dan naar beneden via een heel smal trapje. In een winkel kopen we een fles parfum voor Marijke (€ 34).

11.00 u: vertrek op rondrit. Via de D 46 rijden we langs St. Jean du Doigt en Plougasnou naar de Pointe de Primel.

51 km – 11.44 u: aankomst aan de Pointe de Primel. Daarna gaat het verder langs Terenez naar de Tumulus (of Cairn) de Barnenez

65 km – 12.12 u: aankomst aan de Tumulus van Barnenez, een megalithische grafstede. De toegang tot de site kost 2 x € 4. Na het bezoek moeten we terug naar Morlaix omdat er geen rechtstreeks verbinding ligt naar Carantan.

14.00 u: aankomst te Roscoff. Van hier vertrekt er een boot naar Ile de Batz, amper enkele kilometer van Roscoff verwijderd. De boottocht heen en terug kost € 6. We vertrekken met de boot van 14.30 u. De overtocht duurt amper 15 minuten. Bij het vertrek is het vloed en ligt de boot aangemeerd in het haventje. Bij de terugkeer is het eb en moet de boot aanleggen aan een betonnen aanlegsteiger. Op het Ile de Batz maken we een korte wandeling en de zon nodigt uit tot een terrasje. Onder een zonnescherm van het terras van een kleine bar drinken we elk een frisdrank (2 x € 1,80). De uitbaatster vertelt ons dat een van de bewoners van het eiland een Belgische landbouwer is die met een plaatselijke schone getrouwd is. Met de boot van 16.00 u keren we terug naar Roscoff.

16.25 u: vertrek naar het hotel. Onderweg zien we velden vol met bloemkolen (worden reeds geteeld) en artisjokken.

141 km – 17.00 u: aankomst aan het hotel.

Eten zoals gebruikelijk in Campanilerestaurant.

Zaterdag 4 mei 2002 – 7de dag

6.45 u: opstaan

8.00 u: ontbijten (tijdens weekend enkel vanaf 8 u)

8.45 u: vertrek

10 km – 08.58 u: aankomst te St. Tégonec. We bezoeken de “enclos paroissial” met een van de bekendste calvaries uit de streek. Bretagne is hiervoor bekend. Een “enclos paroissial” is de ruimte binnen de kerkhofmuur. Het bevat naast de kerk meestal ook nog een dodenhuisje, een calvarie, de begraafplaats en een knekelput. Binnen de muren was enkel de kerkelijke overheid juridisch bevoegd (tot aan de Franse Revolutie en dit was ook zo in onze streken). Een misdadiger kon zich dus gemakkelijk verschuilen wanneer hij kon vluchten binnen een “enclos”. We bemerken dat de kerk in de steigers staat maar de deur van het dodenhuisje staat open en twee dames zijn aan het poetsen. In het dodenhuisje is, in de kelder, een graflegging, de kerkschat en een grote groep houten beelden. Wanneer ik aan een van de dames vraag of de kerk toegankelijk is, krijg ik een uitgebreide uitleg. De kerk werd in 1998 geteisterd door een brand. Op de dag van de plechtige communie waren enkele kinderen komen spelen in de kerk en hadden een van de brandende kaarsen uit een ijzeren staander gehaald en op het altaar geplaatst. Met een kinderpistooltje hebben ze naar de kaars geschoten. Een vonk kwam terecht tussen twee plankenvloeren in en heeft daar een ganse nacht liggen smeulen. Pas om 8 ’s anderendaags morgen heeft de brand uitbreiding genomen en werd een deel van de kerk vernield. Delen van de kerk die niet werden aangetast door het vuur hadden daarentegen zwaar te lijden van het bluswater. Ieder jaar organiseren de vaders van de jeugdige brandstichters twee “pardon”-processies. De calvarie voor de kerk dateert van 1610.

Via de gewone weg bereiken we Guimiliau en bezoeken er eveneens de “enclos paroissial”. Het interieur van de kerk is ooks het bezoeken waard. We kopen een boekje met foto’s en uitleg over de ‘enclos” ( € 1,50)

21 km – 9.55 u: stop te Lampaul-Guimiliau met bezoek aan de “enclos” en de calvarie. Kopen hier eveneens een boekje.

57 km – 11.17 u: rijden over de Pont de Terenez en naderen stilaan het schiereiland Crozon. In Landevennec wijken we even af van het parcours.

131 km – 12.36 u: bereiken het uiterste punt van het schiereiland Crozon nl de Pointe des Espagnols. Aan de overzijde ligt de haven van Brest. Hier en daar zien we militaire installaties en is het verboten te fotograferen. In de buurt van de Pointe des Espagnols zien we een boerderijtje en op een bord wordt aangegeven dat men hier kan eten. Bij navraag blijkt dit enkel in de twee zomermaanden te kunnen. Maar de boerin verwijst ons vriendelijk naar Camaret waar we zeker iets zullen vinden om te eten.

137 km – 13.13 u: stop te Camaret en verbruiken er elk een sandwich en een cola (samen € 9,60).

151 km – 13.57 u: Crozon – tanken 28,33 liter diesel voor € 20,99 (€ 0,741/liter).

170 km – 14.17 u: rijden de Menez-Hom (menez is Bretoens voor berg of mont) op die een hoogte heeft van 330 meter. Hier zijn een tiental para-gliders aan het werk.

214 km – 15.48 u.: stop te Brasparts.

224 km – 16.10 u : stop op de Montagne St. Michel (in het Bretoens: Menez Mikael) die een hoogte heeft van 380 meter. Op de top staat er een kapel, uit natuursteenblokken gebouwd, maar zonder meubilair.

270 km – 17.15 u: aankomst aan het hotel.

Zondag 5 mei 2002 – 8ste dag

7.00 u: opstaan

8.00 u: ontbijt. Voor morgen en overmorgen hadden we een kamer gereserveerd in Première Classe te Cesson-Sévigné in de buurt van Rennes. Daar het comfort in de Campanilehotels beter is besluiten we ook, indien mogelijk, te Rennes in een Campanile te logeren (en waarschijnlijk in de toekomst altijd indien er een dergelijk hotel beschikbaar is). We vragen aan de gerant om te bellen en voor twee nachten te reserveren in Campanile te Rennes -Chantepie, wat hij onmiddellijk doet.

9.05 u: vertrek – op de wegen is het zeer stil want de meeste Fransen blijven thuis om naar de stembus te gaan. Vandaag wordt de tweede ronde van de presidentsverkiezingen gehouden. Pas tegen het einde van de dag zal het verkeer op gang komen.

16 km – 9.45 u: Plougonven – bezoek aan de “enclos paroissial” en de calvarie.

79 km – 11.26 u: stilstand te Carhaix-Plouguer. Vervolgens via de D 769 naar Huelgoat.

101 km – 12.10 u a 13 u: te Locmaria – Berrien, gelegen op een zijweg en 800 meter van de D 769, middageten in een gezellige crêperie. We eten er: (Lea) een galette met champignons en uien en (ik) een galette met gerookte zalm en vervolgens een crêpe Normande, en elke een cola. De galetten en de Normandische pannenkoek zijn lekker maar zeker niet overdadig. Dit alles kost € 22,05.

103 km – tot 13.21 u: stilstand te Huelgoat. We bezoeken even de kloof met reusachtige stenen. De site doet ons denken aan bepaalde natuurfenomenen in het Groot-Hertogdom Luxemburg. Hier besluiten we de rondrit af te breken en via het hotel te St-Martin-des-Champs naar de kust te rijden, meer bepaald naar Carentec en dit wegens het goede weer en de stralende zon, afgewisseld met spierwitte wolken. Op een rustig terras, met zicht op de kleine baai van Carentec, achter een glazen windscherm, genieten we van elke een ijs en daarna van elk een frisdrank (€ 14,10). Bij het terugkeren vinden we in de buurt van Carentec een carwash om de wagen eens met een hogedrukspuit af te spuiten. Toen we enkele dagen geleden naar het eiland Batz voeren hadden de meeuwen daar hun best gedaan om onze wagen te versieren.

198 km – 1715 u: aankomst aan het hotel. Buiten de verslagen over de uitslagen van de presidentsverkiezingen op de televisie hebben we in de buurt weinig gemerkt van deze gebeurtenis.

Rekenen ’s avonds nog af in het hotel om ’s anderendaags geen problemen te hebben (in de loop van de dag weigerde een toestel mijn visakaart maar achteraf bleek dit aan het toestel te liggen en niet aan de kaart)

Maandag 6 mei 2002 – 9ste dag

6.00 u: opstaan.

6.30 u: eten

7.41 u: vertrek naar Rennes. Op de snelweg die we volgen is er geen abnormaal druk verkeer, enkel in de buurt van de spaarzame steden die we onderweg voorbijrijden, is het wat drukker.

88 km – 8.34 u: rijden voorbij St-Brieuc.

109 km – 9.03 u: aankomst de Lamballe. Deze stad stond op het programma van een van onze rondritten de vorige dagen maar moesten de rit wegens tijdstekort inkrimpen. Hier is de grootste paardenstoeterij van Frankrijk gevestigd. In de gidsen stond dat deze iedere dag te bezoeken is (vanaf 10 u) maar dit blijkt niet te kloppen. Hier bemerken we dat de stoeterij enkel te bezichtigen is op woensdag, zaterdag en zondag. Voor de rest is Lamballe een onbelangrijke rustige provinciestad. Op dit uur is er nog niets open, dus zetten we onze reis verder.

158 km – 10.39 u: we verlaten even de snelweg (in feite is het een autoweg, vandaar dat er geen stopplaatsen op deze wegen voorhanden zijn) om in het dorpje Montauban een koffie en een thee te drinken.

205 km – 11.27 u: aankomst aan het hotel Campanile te Rennes – Chantepie. Rennes bezit een ringautosnelweg (men noemt ze hier de Rocade). Doormiddel van het schetsje in het boekje van Campanile vinden we zonder problemen het hotel. In tegenstelling met de andere hotelketens die we gewoon zijn en waarvan de receptie enkel open is na 17.00 u, kan je hier de ganse dag door terecht. We krijgen onmiddellijk een kamer toegewezen en kunnen aan het uitladen van de bagage beginnen. Daarna verlaten we het hotel en rijden naar het centrum van Rennes.

230 km – 12.30 u a 15.30 u: bezoek aan Rennes. Onmiddellijk valt hier de drukte op en de pompeuze gebouwen. Het centrum wordt van west naar oost doormidden gesneden door een kanaal waarvan het grootste deel overdekt is en als parking gebruikt wordt (een beetje zoals onze Reep). Wij komen uit zuidelijke richting maar om de noordzijde van het kanaal te bereiken moet ik ettelijke keren blokje omrijden wegens de overal aanwezige eenrichtingsstraten. Uiteindelijk vind ik in de rue de Kleber een ondergrondse parkeergarage (hoe men op de parking van het overdekte kanaal komt weet ik nu nog steeds niet). Buiten enkele grote officiële gebouwen en enkele vakwerkhuizen is de stad weinig interessant en overmatig druk (het wordt een stuk kalmer na 14.00 u wanneer iedereen terug aan het werk is). Boven een bakkerij in een straat die uitgeeft op het centrale plein (Place de la Mairie) eten we elke een sandwich en drinken we elk een cola. De winkels liggen zowat over alle straten van de binnenstad verspreid, een centrale winkelstraat kent Rennes niet. In de buurt van de Halles Centrales bezoekt Lea even een warenhuis terwijl ik buiten op de bank van een bushokje wacht.

15.30 u: verlaten het stadscentrum en rijden terug naar het hotel. Onderweg krijgen we te maken met een wegomlegging maar deze geeft geen noemenswaardige problemen. Bovendien valt me de borden op die de richting aangeeft naar het Ecomuseum van Rennes. Wij volgen deze borden en blijkt dat het hier om een soort van kinderboerderij gaat.

245 km – 17.30 u: in het dorpje Chantepie is er amper 500 meter van het hotel een Intermarche. Ik tank daar 29, 7 liter diesel voor € 21.77 (€ 0,749/liter). Naast het hotel loopt er een weg en langs de overkant ervan is een terrein met winkels. Minstens drie ervan zijn zogenaamde “overstock”-winkels. Een tweetal van deze winkels doen wij aan.

De kilometerteller staat op 27.060.

We vernemen, via de TV, de moord op de Nederlandse extreem rechtse politicus Pim Fortuyn. De laatste jaren gebeurt er wel altijd iets bijzonder tijdens onze reizen (korte reis naar Leeuwarden – ontploffing van de vuurwerkfabriek te Enschede, reis naar de Vogezen – de aanslagen op o.a. te WTC-torens te New-York).

Dinsdag 7 mei 2002 – 10de dag

8.49 u: vertrek op rondrit.

87 km – 10.50 u: in de buurt van Concoret stoppen we even om een oude en dikke boom (meer dan 9,5 meter omtrek) te bekijken. Volgens het bordje zou hij 1000 jaar oud zijn, maar wij hebben hierover onze bedenkingen.

101 km – 11.29 u: stop aan abdij La Joie Notre-Dame. Deze is gelegen op een rustige idyllische plaats. Het is een levende abdij die goed onderhouden is. De witgeverfde muren schitteren door de zon. Wij zijn er de enige bezoekers. Wanneer we de kapel van de abdij willen binnenstappen bemerken we een nota op de toegangsdeur dat er “aanstaande woensdag” (dus de dag nadien) een uitvaartdienst zal gehouden worden voor een overleden zuster. We stappen we kapel binnen en blijkt dat het overleden nonnetje opgebaard ligt midden in de kerk. Zonder ze te kunnen zien horen we andere zusters al biddend een dodenwake houden.

118 km – 11.53 u tot 13 u: te Paimpont eten we elk een belegde sandwich en drinken elk een cola.

203 km – 14.37 u: aankomst aan de Roche aux Fées en bezoeken er het bezonderste megalietbouwsel van Bretagne.

243 km – 15.34 u: aankomst aan het kasteel Sévigne. Een bordje aan de toegang maakt duidelijk dat de gids bezig is met een rondleiding in het kasteel en dat de volgende gidsenbeurt zal beginnen om 16.30 u. Wij besluiten niet te wachten en door te rijden naar de laatste bestemming van die dag.

205 km – 17.05 u: aankomst in het stadje Vitré. Het is een nog grotendeels door een muur omgeven middeleeuws stadje met smalle steile straatjes en oude vakwerkhuizen. Daarnaast bezit het stadje een kasteel (nu stadhuis en museum). Bij het bezoek aan de kerk valt op dat de deuren van het gebouw in een opvallende kleur is geschilderd. Op een terrasje drinken we iets. Na dit bezoek nemen we de kortste weg naar het hotel en doen nog enkele boodschappen om mee te nemen naar huis in de Intermarche (€ 21,65 u). ’s Anderendaags is het 8 mei en in Frankrijk is dit een feestdag (“Feest van de overwinning” – oorlog ’40-’45). We tanken aan de pomp van Intermarche 23,61 liter diesel voor € 17.68.

285 km – 18 u: aankomst aan het hotel.

Woensdag 8 mei 2002 – 11ste dag

Kilometerteller: 27.341

6.00 u: opstaan en bagage in wagen geladen.

8.00 u: ontbijt (vroeger kon niet wegens de feestdag).

8.40 u: rekenen af in hotel en vertrekken.

Tussen Rennes en Avranches is men nog op verschillende plaatsen bezig een snelweg of autoweg aan te leggen. Ter hoogte van Avranches zien we in tegenovergestelde richting een kilometers lange file. Het is feestdag vandaag en ook morgen (O.L.Heer Hemelvaart). Op vrijdag zal er dus een brug gemaakt worden zodat de Fransen 5 dagen verlof kunnen nemen. De uittocht in de richting van de Bretoense kust is volop bezig. In de richting die wij  volgen rijden we dikwijls als enigen.

Ter hoogte van Saint-Lo (Normandië) terug een kilometerslange file in tegenovergestelde richting. Tussen Avranches en Saint-Lo wordt er nog op een tweetal plaatsen aan de nieuwe snelweg gewerkt.

129 km – 10 u: rijden voorbij St. Lo.

208 km – 10.41 u: tussen Caen en de Pont de Normandie betalen we € 2,70 peage.

270 km – 11.42 u: Pont de Normandie, betalen € 5.

361 km – 12.34 u: Bosmenil even stilgestaan op stopplaats maar het restaurant (het enige op deze snelweg?) zit overvol.

429 km – 13.18 u: einde snelweg te Abbeville. vanaf hier is het gewone weg naar de omgeving van Rijsel (Lille)

445 km – 13.30 u a 14.08 u: stilstand aan het restaurant La Cabane Bambou te Brailly-Cornehotte (tussen Abbeville en Hesdin). We eten er elk een entrecote met friet en drinken elk een cola (€ 22.60). Tanken daar tevens (het is een café, een restaurant en een pompstation in één) 31,01 liter voor € 25,70.

482 km – 14.40 u: St. Pol sur Tornoise.

566 km – 16.00 u: rijden over de Frans-Belgische grens.

620 km – 16.30 u aankomst te Gent

Kilometerstand: 27.961

Samenvatting

Gedurende 11 dagen legden we 3.162 km af. Het weer was uitstekend, veel zon en een normale temperatuur voor de tijd van het jaar (ca 14 graden). Slechts één namiddag, en dan nog na 15 u, regende het.

27-04-2002 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
26-04-2002
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BRETAGNE 2002 deel 3
Klik op de afbeelding om de link te volgen





de "enclos paroissale" van Guimiliau

26-04-2002 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
10-02-2002
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KEULEN CARNAVAL 2002

CARNAVAL IN KEULEN

10 – 11 FEBRUARI 2002

Zondag 10 februari 2002

We staan op om 06.00 u en vertrekken even na 7 uur. De temperatuur is zacht voor de tijd van het jaar (ca 13 graden), wat winderig, licht bewolkt en droog. Zo zal het de ganse dag blijven. Rond de middag piept hier en daar de zon eventjes door de wolken. Ook op zondag zal het droog blijven en pas bij het terugkeren naar huis, tussen Keulen en Aken, krijgen we regen die soms overvloedig is.

De afstand tussen Gent en Keulen bedraagt 275 km. Daar het zondag is hebben we de autosnelweg nagenoeg voor ons alleen. We rijden via Antwerpen, Genk en verder over Nederland. Onze eerste stop houden we te Heerlen (NL) op een autostopplaats en gebruiken er een ontbijt. Na een kleine drie kwartuur rijden we verder maar in Frechen houden we een sanitaire stop. We zien dan reeds de torens van de Dom van Keulen in de verte. Een twintigtal minuten later vertrekken we voor het laatste stukje snelweg. Even, na de Rijn te zijn overgereden, komen we aan het kreuz (klaverblad) Gremberg. Daar moeten we van de A4 en nog even de A 559 volgen richting vliegveld. De eerstvolgende afrit na het “kreuz” moeten we de snelweg afrijden (Gremberghoven). Aan het einde van de afrit moeten we naar links alwaar een straat te vroeg links inslaan. In de verte zien we het Etaphotel reeds staan. We keren terug naar de hoofdweg en aan de derde straat moeten we links inslaan. Op de hoek staat een KFC-eethuis (Kentucky Fried Chicken). Aan het hotel blijven we even staan om nazicht te doen naar de dichtst bijzijnde halteplaats van de trein. Het is dan ongeveer 11 uur. In het hotel kunnen we pas binnen vanaf 17 u We rijden vervolgens terug naar de af- en oprit van de snelweg Gremberghoven, rijden die voorbij en slaan de eerste straat rechts in. We komen in een woonwijk met appartementsblokken terecht. We volgen gewoon de straat en na even rechts te hebben afgeslagen komen we automatisch aan de treinhalte Gremberghoven (in feite konden we ook de straat net voor de op- en afrit rechts ingeslaan en onmiddellijk daarna de eerste straat links ingeslaan). Het betreft hier geen station maar een halteplaats. Die is te bereiken via aan vrij hoge trap in het viaduct (plaats is duidelijk aangegeven doormiddel van een grote S = snelbahn – soort stadstrein). Het betreft hier de lijn S 12 (te onthouden om terug te keren en in Köln Hbf de juiste trein te vinden – die stopt steeds op perron 10). Eens de steile trap te zijn opgeklommen bemerken we dat er op het perron twee biljettenautomaten staan. Op hetzelfde moment zijn er ook een viertal oudere allochtonen op het perron die verwoede pogingen doen om een treinkaartje uit de automaat te wurmen. Net als wij ook willen proberen een treinkaartje te kopen verwittigen ze ons dat het toestel kapot is en dat zij zelfs hun geld niet terugkregen. We zullen dus het kaartje op de trein moeten kopen. Er stoppen hier twee treinen per uur, dus om het half uur één. Om kwart voor twaalf stappen we op de trein en kopen aan de treinbewaker twee 24-uur kaartjes waarmee we zoveel als we willen kunnen rijden in en rond Keulen binnen de 24 uren. Wel zullen we onze laatste rit van morgennamiddag nog afzonderlijk moeten betalen daar die buiten de 24 uren valt. Acht minuten later en drie haltes verder komen we aan in Köln Hbf. In het station is het uitermate druk. Meer dan zestig procent van de mensen is ofwel verkleed of draagt een of ander carnavalhoofddeksel. Diegenen die gewoon gekleed zijn, zoals wij, vallen eerder op. We zijn van plan een deel van het parcours van de Rosenmontagstoet te verkennen om ons een goede plaats uit te zoeken. Even wippen we de Dom binnen maar er is op dat ogenblik een dienst bezig zodat we slechts even achteraan kunnen rondkijken. Op het plein naast de Dom staan er kermiskramen opgesteld en zelfs een reuzenrad. Af en toe zien we een groep verklede kinderen of jongeren op het parcours voorbij lopen. Om 11 u begon namelijk de Schull- und Veedelszöch (school- en vendelstoet). Van een echte stoet is er op dat moment nog geen sprake. We lopen nog wat verder het parcours af in de richting van de startplaats (Clodwigplaz) en komen onderweg op de Heumarkt (Hooimarkt) terecht. Daar vinden we een geschikte gelegenheid om iets te eten. We bestellen er twee frisdranken en twee belegde sandwiches (met koude snitzel). Het is zowat kwart na één als we aankomen op het kruispunt Pipinstrasse met de Hohestrasse. We zien hier de Veedelszöch de brede Pipinstrasse oversteken. Hier blijven we staan en zullen er blijven tot de ganse stoet is voorbij getrokken. We hebben algauw door dat ook in deze stoet met grote hoeveelheden snoep wordt gegooid. Het wordt dus grabbelen naar hartelust. Gelukkig zijn er in mijn regenjas grote zakken maar reeds na een half uur zijn die behoorlijk gevuld. We hebben een ruime reistas bij ons en ik vul dan maar de snoep van mijn zakken in de tas. Wanneer rond 16.00 u de stoet is voorbij getrokken hebben we reeds een behoorlijke lading snoep in onze reistas steken. Stilletjes aan zakken we terug af richting station. Van Keulen gaat het dan per trein terug naar Gremberghoven. Onze wagen hadden we aan de opstapplaats achtergelaten (op een breed voetpad waarop het toegelaten is te parkeren). Voor we naar het hotel rijden gaan we mijn oude kazerne te Westhoven opzoeken. Ik verbleef daar van 1 december 1966 tot 31 mei 1967. De kazerne is hier vlak in de buurt gelegen. Er is hier heel wat bijgebouwd want destijds was alles nog nagenoeg een open, met struikgewas begroeide, vlakte. Door de gewijzigde situatie rijden we de toegangsweg voorbij maar net op tijd zie ik het. We keren wat verder terug en rijden de toegangsweg in. 100 meter verder staat er een bordje “privaatweg”. We stoppen dus maar. Wel hangt hier nog een Belgische vlag aan de mast. Ik kan, na me even georiënteerd te hebben, het gebouw waar ik sliep, ontdekken. De tram die vroeger voor de kazerne liep en waarmee we naar Keulen reden, is nu verdwenen (is nu een breed fietspad geworden). De vroegere kaal aandoende omgeving is nagenoeg volgebouwd. Buiten de kazerne zelf kan ik hier nog weinig herkennen.

Omstreeks 17.15 u zijn we aan het hotel en betalen we 51,70 € voor een overnachting en twee ontbijten. We krijgen kamer 238 toegewezen (op het einde van de gang). Na het nemen van een douche verlaten we het hotel en zijn van plan om in het KFC-eethuis te eten (bij gebrek aan beter i n de onmiddellijke buurt). Tussen de foldertjes die in een rek in de inkomhal van het hotel te vinden zijn merk ik er een van een restaurant niet ver uit de buurt. Ik vraag de weg aan de uitbaatster van het hotel aan de hand van het plannetje op de folder. Ondertussen is het donker geworden en het is hier nog net als vroeger: schaars verlicht. Na even zoeken, en nadat ik blijkbaar wat te traag reed volgens de goesting van een Duitser, die me dit duidelijk kwam maken toen we stonden te wachten voor een verkeerslicht, vonden we het restaurant. Een deel van de gelagzaal was ingericht als café en de rest als restaurant. Al gauw heb ik door dat we terecht zijn gekomen bij gewezen Kroaten of zoiets, wat te zien is aan de spijskaart. We bestellen een gourmet voor twee personen en vooraf een ossenstaartsoep. Wanneer de vleesschotel wordt opgediend vallen we bijna achterover van de hoeveelheid. Het vleesgerecht is zo overvloedig dat we een deel moeten laten staan. En dit alles voor ca 1500 BEF (2 frisdranken, 2 soepen en een gourmet voor twee personen).

Daarna rijden we naar de treinhalte Gremberghoven en rijden nog even naar Keulen, kwestie van onze maaltijd wat te laten zakken. Rond de Dom heerst nog een kermissfeer door de helverlichte kermiskramen maar het publiek trekt stilaan naar huis. Ook wij blijven niet lang rondlopen en het is kwart na negen wanneer we terug op onze kamer zijn in het hotel. Rond elf uur gaan we slapen.

Maandag 11 februari 2002

Rond 7 uur staan we op en na het ochtendtoilet gaan we ontbijten. Veel werk voor het inladen in de wagen hebben we niet, want veel hebben we niet mee. Rond halftien vertrekken we naar de stopplaats Gremberghoven en laten daar de wagen achter. We nemen het hoogstnoodzakelijke mee in onze reistas naast de twee vouwstoeltjes die we speciaal voor deze gelegenheid hebben gekocht. Eens we aankomen in Köln Hbf bemerken we reeds de drukte. Nog meer dan gisteren spoeden verklede personen zich naar de uitgang van het station. We begeven ons rechtstreeks naar onze uitgekozen plaats aan het kruispunt Pipinstrasse – Hohestrasse. Op de ene hoek is er een balkon waaronder wij in geval van regen kunnen schuilen. Alhoewel er reeds heel wat groepen voorbijtrekken langsheen het parcours, op weg naar hun voorbehouden plaatsen op de tribunes, is het hier nog tamelijk rustig. Wij kunnen onze vouwstoeltjes nog op de rand van de stoep plaatsen en zo het begin van de Rosenmontagstoet afwachten. Aan de startplaats vertrekt de stoet om 11 minuten voor 11 uur. Wanneer hij bij ons voorbijtrekt heeft hij een goed derde van het parcours afgelegd. De politie te paard neemt de leiding van de stoet. Het is dan 11.30 u. Wij vouwen onze stoeltjes dicht en al vlug groeien de toeschouwers aan. Niet tegenstaande wij op een tamelijk smalle stoep staan (ca 1 meter), staan hier 4 rijen mensen. Nog meer dan gisteren worden hier massa’s snoep uitgestrooid en kan het gegrabbel beginnen. Vier uur na de opening van de stoet komt de laatste wagen, die van prins carnaval, voorbij. Het is geleden van deze morgen dat we gegeten hebben. Nadat de stoet voorbij is getrokken duiken we vlug een drankgelegenheid binnen om iets te drinken (ook dit hadden we nog niet gedaan sinds het ontbijt) en om naar het toilet te gaan. Vervolgens gaan we via de kortste weg naar het station. Onderweg zien we, op afstand, hier en daar het parcours van de stoet. Hoe dichter we tegen het station komen hoe compacter de massa wordt. In het station tracht ik nog een treinkaartje te nemen aan een automaat maar ik kan het codenummer voor Gremberghoven niet vinden en kan dus ook de bestemming niet ingeven. We zullen dan maar een kaartje nemen op de trein maar op het moment dat we de trein instappen lees ik op een kleefbiljet op de deur van de trein dat men moet voorzien zijn van een geldig biljet. Ik vraag aan een toezichter of ik op de trein een biljet kan kopen en die antwoord mij kortweg “einsteigen”. Een toezichter hebben we op de trein niet gezien, dus hebben we dan maar zwart gereden. Te Gremberghoven vinden we onze wagen terug en vullen de verzamelde snoep in één zak. Die is nagenoeg vol en thuis zullen we tot de vaststelling komen dat we meer dan 5 kg snoep en koekjes verzameld hebben. Via de A 4 rijden we richting Aken en even buiten Keulen stoppen we aan het baanrestaurant van Frechen. Daar eten we, Lea een worst en ik een varkenshammetje, beiden met gebakken aardappelen en een slaatje. Zoals gebruikelijk in baanrestaurants zijn de prijzen aan de hoge kant. Het is ca 18.00 u wanneer we terug vertrekken richting Aken. Ondertussen begint het goed te regenen en is het donker geworden. Even voor Aken neem ik de verkeerde snelweg en kom ik in de stad terecht. De duisternis en de regen maken het er niet gemakkelijk op. Toch komen we zonder veel problemen door de stad en volgen de wegwijzers “Kelmis”. Op die manier en na een omweg van zeker een half uur komen we op de snelweg naar Luik terecht. Even voor Luik stoppen we nog even om wat te drinken in het baanrestaurant boven de snelweg. Ook ter hoogte van Luik vergis ik mij van snelweg en dreig hier ook in het centrum van de stad terecht te komen. Aan de eerstvolgende uitrit sla ik af en keer op mijn stappen terug zodat we slechts enkele minuten verloren hebben. Via Brussel bereiken we Gent omstreeks 21.15 u. We hebben in totaal 595 kilometer afgelegd.

10-02-2002 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
10-09-2001
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE VOGEZEN 2001 deel 1

DE VOGEZEN

10 tot 18 september 2001

Maandag 10 september 2001

Het wordt de laatste tijd een gewoonte een halve dag vroeger te vertrekken op reis. In de voormiddag wordt de bagage ingeladen in de auto. Buiten is het zwaar bewolkt en er vallen hevige regenbuien. Na het middagmaal vertrekken we om 12.15 u – de kilometerteller geeft 9.390 km aan. Op het moment dat we vertrekken houdt het op met regenen.

12.45 u: we bereiken de Ring 0 rond Brussel. 13.30 u: we rijden door het Zoniënwoud (Vierarmenkruispunt), de zon komt er af en toe door en het blijft droog.

Halfweg tussen Brussel en Namen stoppen we aan een Q8 tankstation. Het is dan 13.27 u en hebben 108 km afgelegd. In de cafetaria verbruiken we een cola, een koffie en een stuk taart voor 204 BEF. We vertrekken terug om 14.00 u.

Net over de Belgisch-Luxemburgse grens stoppen we aan het tankstation van Capellen en tanken er 39,13 liter diesel aan 26.60 Fr/liter (tegen 31,50 Fr/liter in België) en voor een totaal van 1041 BEF of LUF. Het is dan 15.25 u en hebben 260 km gereden.

16.41 u en na 348 km: aankomst te Metz – Jouy-aux-Arches aan hotel Premiére Classe. Daar de receptie pas opengaat om 17.00 u zoeken we een MvDonald op in de buurt en verbruiken er een cola, een koffie en een koek voor 24,50 FF.

17.40 u en na 353km: we zijn terug aan het hotel en betalen voor twee overnachtingen en 2 x 2 ontbijten = 450 FF (€ 68,60). Vroeger kreeg je bij Premiére Classe een toegangscode om de deur van je kamer te openen. Dit systeem is nu vervangen door een magnetische kaart (af te geven bij het vertrek).

Ik stel tevens vast dat mijn GSM defect is (hij had een week voordien al eigenaardige kuren vertoond). Ik verwittig Marijke dat ze ons niet kan bereiken op de GSM maar dat we iedere avond naar haar zullen bellen met gebruik van onze Belgacom Cart en een oude Franse telefoonkaart (moest al lang eens opgebruikt worden). Ik besluit om morgen in Metz een andere GSM te kopen maar ik moet vaststellen dat toestellen die verkocht worden zonder abonnement (ik heb er een en moest er dus geen meer hebben) veel duurder zijn dan die met abonnement (een verkooptruc van de Franse telecommaatschappijen). Ik heb dan maar besloten de aankoop uit te stellen tot we terug thuis zijn.

19.30 u: we gaan naast de deur eten, namelijk in het Campanile-restaurant. Blijkbaar zijn de uren van de maaltijden veranderd bij Campanile (vroeger was het avondeten vanaf 19.30 u, nu vanaf 19.00 u). We eten elk een buffet hors d’oeuvre, een dessertbuffet en een fles Badoit (water), samen voor 172 FF.

Het is de eerste keer dat het zo fris is als we op reis zijn in Frankrijk (met uitzondering van onze reis naar Parijs in mei 2001). Het is dan ook te fris in de kamer. Iedere kamer heeft een elektrische verwarming en daar we deze nog nooit gebruikt hebben is het even uitkijken hoe het ding werkt. Niettegenstaande de schakelaars op de goede stand staan werkt de verwarming niet als we de kamer verlaten om te gaan eten. Bij onze terugkomst werkt plots de verwarming wel. Waarschijnlijk wordt het systeem centraal ingeschakeld.

Dinsdag 11 september 2001

6.45 u: opstaan. Buiten is het fris weer maar droog. De verwarming in de kamer is blijkbaar rond 6 u uitgeschakeld. Na het ontbijt rijden we naar het centrum van Metz. Aankomst in de parkeergarage aan de kathedraal om 09.50 u. Vooraf bezoeken we de kathedraal en ik alleen de crypte (9 FF). De kerk is vrij donker wegens de brandglasramen.

Om 10.30 u nemen we het toeristisch treintje op het plein achter de kathedraal. De rondrit duurt ca 35 minuten (er was 45 minuten opgegeven). Deze kost ons 2 x 35 FF. Daar Lea veel last heeft van haar knie is zo’n treintje de ideale oplossing om het voornaamste van de stad te zien zonder veel te lopen. Het is licht bewolkt.

In de telecomwinkels zoek ik wat naar een nieuwe GSM maar die zijn te duur wanneer men er geen abonnement bij neemt. Op de Place St. Jacques drinken we een koffie en een cola voor 34 FF. Het is dan 12.15 u. In Frankrijk koffiedrinken is naar onze normen problematisch. Ofwel vraag je een gewone koffie en krijg je een soort grote vingerhoed me een spul in waarin je je lepel kan in laten rechtstaan; ofwel vraag je een grote koffie die even sterk is dan de gewone koffie maar waarvan de hoeveelheid verdubbeld werd. Als je niet na enkele koffie’s wil lopen springen van de zenuwen kan je nog je toevlucht nemen tot een decafiné.

Op 13.00 u stappen we in een winkelstraat een sandwicherie binnen en eten er elk een belegde sandwich met kaas en hesp (36 FF) en 2 cola’s (32 FF).

Na de middag bezoek ik het Musee de la Cour d’Or, in feite een samenvoeging van een viertal musea (archeologie, oudheidkunde, schone kunsten, een zaal over de Joodse geschiedenis). Het is een vrij groot museum met een moderne opstelling. Heel wat voorwerpen en stenen herinneren aan de Romeinse tijd. (Toegangsprijs: 30 FF). Op het einde moest ik wel even de weg naar de uitgang vragen wegens de grillige structuur van het gebouw. Ondertussen bezoekt Lea wat winkels.

Om 16.00 u verlaten we Metz. De parkeergarage kost ons 43 FF.

Omdat het nog wat vroeg is rijden we het rond punt aan het hotel voorbij naar het dorpje Jouy-aux-Arches. Boven de (enige) hoofdweg van het plaatsje dwarst een Romeinse aquaduct en 100 meter van de weg af kan men nog een “Bassin Romain” zien. In de muur van de aquaduct is een doorgang gemaakt. Ik loop er even door. Bij het terugkeren let ik niet op de lage opening en stoot ik mij het hoofd. De slag is zo hevig dat ik pardoes op mijn rug val, zonder veel erg, de buil op mijn hoofd niet te na gesproken.

17.00 u: we zijn terug in het hotel. We hebben slechts 31 km gereden. Het hotel ligt amper enkele honderd meter van de oprit van de snelweg A 31 (de beste weg om van hieruit Metz te bereiken, het is slechts enkele minuten rijden naar de afrit Metz Nord).

Ostentatief zetten we het televisietoestel open terwijl we een bad nemen en de voorbereidingen treffen voor de reis van morgen. Meestal zijn reizen in het buitenland voor ons “nieuwsluwe” periodes. We beschikken over geen (Nederlandstalige) krant en de Tv-zenders zijn meestal uitsluitend Franstalig (met uitzondering van onze vier overnachtingen in de buurt van Colmar alwaar we over een Duitstalige zender konden beschikken). Na enig tijd valt het mij op dat TF 1 steeds maar weer dezelfde beelden toont van een brandend torengebouw, meer nog: beelden van datzelfde gebouw dat instort. Ik realiseer mij dat het beelden zijn van de WTC torens te New-York. Mijn aandacht is getrokken en uit de commentaar verneem ik de vier terroristische aanslagen in de VS. Dit doet me denken aan de studiedag van de Norbertijnen te Leeuwarden in mei 200. Toen verbleven we in de buurt van de stad in een Campanilehotel. Toen we het Tv-toestel aanzetten zagen we de rampbeelden van de ontploffing van de vuurwerkfabriek in Enschede.

Uit de commentaren over de aanslagen blijkt dat de Fransen beducht zijn voor een aanslag op de Tour de Montparnasse in Parijs, een bijna 100 verdiepingen tellend gebouw gelegen aan het station van Montparnasse. In mei van dit jaar (de uitstap met Godelieve en Lucien) waren we van plan de Eiffeltoren te bezoeken maar omdat het weekend was en de files wachtenden te groot stelde ik als alternatief voor de Tour de Montparnasse te bezoeken. Het uitzicht is er even mooi als van op de Eiffeltoren, het bezoek is minder duur en men is er nog beschut tegen de wind.

In Campanile gebruiken we die avond 2 x de formule Tonus (dagschotel en nagerechtenbuffet) en een ½ liter Badoit voor 172 FF.

Woensdag 12 september 2001

6.30 u: opstaan.

8.25 u en km-stand 9778: vertrek van Jouy-aux-Arches – het is bewolkt maar droog en zacht weer.

Via de N 57 (gemakkelijk te vinden want deze loopt via Jouy-aux-Arches) volgen we grotendeels de Moezel (Moselle). We rijden volgende dorpjes voorbij: Corny-sur-Moselle, Arry, Champey-sur-Moselle. In Pont a Mousson stoppen we even (8.59 u – 22 km) omdat er zich aldaar een Norbertijnenabdij bevind. De dubbele torens van de kerk doen denken aan die van Averbode.

09.04 u: rijden snelweg A 31 op richting Nancy.

Te Nancy parkeren we de auto in de parkeergarage onder de Place Thier (09.40 u – 53 km gereden). Het uithangbord van Nancy is beslist de Place Stanislas, een plein waarvan de toegangswegen kunnen afgesloten worden doormiddel van met bladgoud versierde hekkens. In twee van de vier hoeken van het plein staan beeldengroepen tegen de achtergrond van verguld hekwerk. In een winkeltje tegen het plein kopen we vier prentkaarten en twee postzegels (16 FF). Met een toeristisch treintje maken we een rondrit (2 x 35 FF) en krijgen we een goed beeld van de oude stad. In de hoek van het Stanislasplein bezoeken we een drankgelegenheid en drinken er een koffie en een fruitsap (35 FF). Bij een bakker in de buurt van het plein kopen we twee belegde sandwiches met kaas en hesp (53 FF). Het is goed weer, de zon schijnt, het is droog en de temperatuur is normaal.

Om 12.15 u zijn we aan de auto in de parkeergarage en verlaten we Nancy richting Epinal. Het is bij het buiten rijden van Nancy even zoeken maar al vlug vinden we Flavigny-s-Moselle (13.03 u). Om 13.12 u en na 82 km stoppen we op een rustplaats langsheen de weg tussen Flavigny en Crevechamps om onze sandwiches op te eten (tot 13.30 u). Daarna vervolgen we onze weg via Neuviller-s-Moselle tot aan de D 9, ter hoogte van Bayon. Daar slaan we rechts af en volgen de D 9 tot Haroue (13.45 u en 99 km gereden). Haroue is een klein dorpje met een mooi gerestaureerd kerkje en een kasteel. Het is de bedoeling dat we het kasteel bezoeken (nalatenschap van prinses Beauvau-Craon). We moeten echter wachten tot 14.00 u. Het bezoek kost ons 2 x 40 FF en kan enkel onder begeleiding. Wij, samen met een koppel Britten, zijn de enige bezoekers. Een deel van het kasteel is nog bewoond en dus niet toegankelijk. Binnen wordt een en ander stilaan gerestaureerd. Ook buiten moet er op gebied van restauratie nog heel wat gebeuren. Het bezoek begint om 14.30 u en eindigt om 15.35 u.

We zetten onze weg verder via de D 9 tot Tantonville, daar slaan we linksaf en volgen we de D 913 via St. Firmin, Diawille, via de D 413 tot de samenloop met de D 55, in Mirecourt slaan we links af via de D 166 en even daarna linksaf de D 10. Verder gaat het via Villers, Ahiville, Gugney-aux-Aulx tot Bettegny, vervolgens via St. Brice en daar rechtsaf via de D 36, St. Valhier, D 39 a en D 39 tot de D 166 om daar linksaf te slaan naar Epinal en de N 57 te volgen tot aan het Hotel Première Classe. Onderweg hebben we wel even moeten zoeken en op onze stappen terugkeren. Tussen Haroue en Epinal krijgen we al een kleine indruk van de heuvelachtigheid.

17.15 u en na 188 km gereden te hebben: aankomst aan het hotel. We betalen voor een nacht en twee ontbijten: 225 FF.

In het Campanilehotel naast de deur gebruiken we 2 x menu Tonus en een karaf van 46 cl witte wijn = 187 FF.

21.05 u: slapen

Donderdag 13 september 2001

06.30 u: opstaan (reeds wakker van 06.00 u)

Na het ontbijt vertrekken we om 08.50 u. Vandaag zullen we de Vogezen oversteken naar de Elzas. (D 11 – Cheniménil – Docelles – Le Tholy – Le Rain – D 417 naar Gerardmer).

09.26 u tot 09.56 u en na 25 km: stilstand aan de waterval van Tendon.

10.00 u en na 28 km: Col de Bonne Fontaine (677 meter hoog).

Om 10.25 u en na 41 km bereiken we Gerardmer. Gerardmer is een bekend vakantieoord gelegen aan een groot meer. Daar we al september zijn is het hier nu tamelijk rustig. In een drankgelegenheid aan de boord van het meer drinken we elk een koffie (samen 40 FF). In een krantenwinkel kopen we een Nederlandse krant De Telegraaf (12 FF) van 12 september op zoek naar wat meer informatie over de gebeurtenissen in de VS op 11 september. Op het middaguur stappen we een eetgelegenheid binnen en verbruiken er een sandwich met hotdog, een sandwich met brochette en 2 cola’s voor 57 FF.

We vertrekken in Gerardmer om even voor 13 u. We volgen verder de D 417 via de Roche du Diable en de top van de Col de la Schlucht (1130 m). Deze laatste bereiken we na 9 km klimmen en tientallen haarspeldbochten om 13.30 u en na 69 km. In de Brasserie de la Schlucht drinken we een koffie en een warme chocomelk (30 FF). We lopen even tot aan de moderne kapel die van op het altaar uitzicht heeft op de bergen. Om 14.00 u vertrekken we van de Col de la Schlucht. Het is droog maar het waait nogal fel. De afdaling gaat eveneens via de D 417 (nu richting Colmar) en is 13 km lang. Het zicht is goed en de aanblik van de dorpjes op de bergflanken en de bergen is gewoonweg prachtig. In het dorpje Munster, niet meer zover af van onze bestemming, taken we 25,60 liter diesel aan 5,27 FF/liter = 135 FF.

Eerst zoeken we de juiste weg naar het Villagehotel te Logelbach (deelgemeente van Wintzenheim). We zien het hotel steeds staan maar door de ingewikkelde wegenstructuur moeten we enkele keren het blokje rondrijden tot we de goede richting gevonden hebben. Daar het nog te vroeg is om het hotel binnen te stappen (achteraf blijkt de receptie 24 u / 24 u open te zijn) rijden we naar Colmar. Om 15.20 u rijden we de parkeergarage onder de Place Rapp binnen. We hebben dan 113 km op onze dagteller staan. De parking kost ons 10 FF en we bezoeken Colmar (de oude stad) tot 16.25 u. Tijdens ons bezoek vonden we in de rue Rapp (deze straat is gelegen rechts van het stadhuis) een restaurant dat geschikt is om er deze avond te gaan eten nl Aux Armes de Colmar. om 17.06 u en na 130 km zijn we terug aan het hotel. Hier betalen we voor vier overnachtingen en 2 x 4 ontbijten 900 FF. De wc- en doucheruimte is ruimer dan bij Première Classe en doet meer denken aan die van een Etaphotel.

Na het nemen van een douche en de nodige voorbereidingen te hebben gemaakt voor de trip van morgen, rijden we terug naar Colmar. We vinden een gewone parkeerplaats aan de Place Rapp. In restaurant Aux Armes de Colmar bestellen we een menu Pere Henri; voorgerecht: paté en croute, hoofdgerecht: sauerkraut met worst en als nagerecht: ijs. We bestellen daarbij een ½ liter Riesling en een ½ liter Badoit (263 FF).

Daar het ondertussen donker is geworden hebben we wat problemen om de weg terug te vinden maar na enkele straten hebben we de goede richting. We komen aan het hotel aan om 21.15 u. We hebben die dag 142 km afgelegd.

23.30 u: slapen.

Vrijdag 14 september 2001

06.30 u: opstaan.

08.10 u; vertrek – km-stand 10.106 – lichte regenval – in de voormiddag buiig maar na de middag meer zon.

Via de N 83 rijden we naar Houssen en voorbij Guermar via de A 35 – E 25 naar Obernai. Het is dan 09.09 u en hebben 47 km gereden. Obernai is een mooi stadje met veel vakwerkhuizen. Vandaag en ook de volgende dagen valt het ons op dat de meeste dorpen en stadjes in de Vogezen en de Elzas prachtig versierd zijn met bloemen. Ook Obernai doet hiervoor niet onder. We betalen 10 FF parkeergeld en kopen in een winkel voor 23 FF fruit.

Vanaf hier volgen we een route die we in een oude toeristische gids vonden. Om er geen snelheidwedstrijd van te moeten maken hebben we de route over twee dagen gespreid. Dit kon gemakkelijk door het feit dat het punt waar de helft van de route bereikt wordt in de buurt van ons hotel ligt.

Hierna volgt de wegbeschrijving:

Om 10.23 u en na 64 km bereiken we Mont St. Odile en het aldaar gelegen klooster. Het klooster werd gesticht door St. Odile op het einde van de 7de eeuw. Hij overleed in 720. De bedevaartplaats werd door veel keizers en pausen bezocht. Van hier uit heeft men een prachtig uitzicht op de omgeving. Wel begint het te regenen op het moment dat we daar zijn. We zetten onze tocht verder om 10.45 u

Om 12.03u en na 111 km bereiken we het kasteel Hohköningsburg. ook hier heeft men een mooi uitzicht op de omgeving. Van hieruit is te zien dat in de Elzasvlakte de zon schijnt. We verbruiken 29 Ff voor een wandelstok, 2 FF voor het toilet en 11 FF voor een koffie. Hier komen ganse busladingen toeristen toe. Het kasteel bezoeken we niet en we verlaten de plaats om 12.30 u.

Zoals aangegeven in de routebeschrijving maken we een zijsprongetje naar het klein wijndorphe St.-Hippotyte. We besluiten er het middagmaal te gebruiken in het restaurant Au Rouge de St. Hippolyte. Lea bestelt worst met aardappelen en ik filet van gevogelte met spätsler (dit zijn kleine stukjes deegwaren die in kokend water gedompeld geweest zijn) en dit voor 136 FF (frisdrank in begrepen). We verlaten het restaurant om 13.52 u.

14.19 u a 14.47 u – 137 km: stop te Ribeauvillé (Rappoltsweier).

Tot 15.52 u – 142 km: stop te Riquewihr (Reichenweier). Dit stadje loopt proppensvol toeristen. Het heeft nog zijn versterkte muren. Hier zijn we toe aan een dessert. Op verschillende plaatsen hadden we het gerecht “Tarte Flambe” (Flammenkuche) zien aangekondigd staan. We denken dat dit een zoet gerecht is, maar de naam bedriegt. We bestellen in een restaurant elk een ‘Tarte Flambé” en krijgen tot onze verwondering een soort van pizza voorgeschoteld. Het gerecht smaakt goed maar amper enkele uren na het middageten hadden we toch liever iets zoets gegeten. De twee Flammenkuchen en twee koffie’s kosten ons 144 FF. Blijkbaar laat de toeristische trekpleister zich in de zakken van de bezoekers voelen.

Onderweg, bijna aan het einde van onze rondrit van die dag, stappen we een Intermarche binnen en kopen er 6 flesjes water, 4 appelflappen en 1 koffiekoek voor 22 FF. Via Ingersheim keren we terug naar Logelbach.

Het hotel bereiken we om 16.50 u en na 164 km (km-stand 10.276). Naast het hotel is er een zelfbediening-carwash. Ik spuit er de modder af van de wagen (15 FF).

Wegens de onverwachte overdaad eten we die avond sober op onze kamer de appelflappen en de koffiekoek op.

20.15 u: slapen.

Zaterdag 15 september 2001

06.00 u: opstaan. Ik maak een kleine wandeling rondom het hotel.

08.00 u – km-stand 10.276. Het is mooi weer maar licht nevelig en fris. We rijden terug naar Ingersheim alwaar we gisteren onze rondrit hebben afgebroken. Via Turckheim en vervolgens de D 11 rijden we naar Les Trois-Epis (Drei Aerhem). Het is dan 8.23 u en hebben 13 km afgelegd. Les Trois-Epis is een bedevaartplaats maar op dit uur van de dag is er nog maar weinig beweging te bespeuren in het dorpje dat op de top van een heuvel gelegen is. Via de Bärenstall, waarvan we geen enkele aanduiding vonden, en de Col du Wettstein (880 m) bereiken we om 09.00 u (27 km) het oorlogsmonument La Ligne. Het betreft een bewaard gebleven loopgracht (vergelijkbaar met de Dodengang te Diksmuide) uit de 1ste Wereldoorlog. Hier lag in 1915 de Duits-Franse frontlijn. Te zien aan de opschriften op de witte kruisen werden hier 15 a 20 jaar geleden nog militairen uit de 1ste Wereldoorlog begraven. In de omgeving van de loopgraven zouden er volgens waarschuwingsbordjes nog munitie en mijnen liggen.

09.23 u – 36 km: we bereiken het Lac Blanc, een meer gelegen op een hoogte van 1050 meter. Buiten een bus met Duitsers zijn we hier de enige bezoekers. De heuvels die het meer omsluiten geraken steeds meer omhuld in de wolken en wanneer we een iets hogere hoogte bereiken zitten we volledig in de mist. Een zijweg brengt ons naar het Lac Noir, gelegen op 950 meter hoogte. Hier moeten we terugkeren op onze stappen daar er geen doorgaande weg is.

09.40 u – 42 km: we bereiken de Col du Calvaire op een hoogte van 1134 meter. Het is mistig en er valt wat lichte regen. We volgen de Route des Crête, ook Vogesen-Kammstrasse genoemd. Deze weg werd tijdens de 1ste wereldoorlog aangelegd op ca 1000 meter hoogte als dwarsverbinding achter het Franse front. Hier moeten we de mooie vergezichten missen wegens de dichte mist (zicht 50 a 100 meter). We moeten trouwens tamelijk traag rijden door de beperkte zichtbaarheid en de talrijke haarspeldbochten.

10.29 u – 76 km: ongeveer 7 km voor de top van de Grand Ballon stoppen we even aan hotel-restaurant Wolf. De naam is goed gekozen want voor de ingangsdeur ligt een kanjer van een Duitse schaper de deur te bewaken. We verbruiken aldaar een warme chocomelk en een grote koffie (33 FF).

83 km: we bereiken de top van de Grand Ballon. Die ligt op een hoogte van 1360 meter (sommige bronnen spreken van meer dan 1400 meter). Eens we over de in de mist gehulde top zijn en we enkele 100 meters zijn afgedaald wordt de mist stilaan ijler. 11.20 u a 11.46 u: komen aan op de Hartmansweilerkopf (de Fransen noemen hem Vieille Armand) alwaar zich ook een Memoriaal 1914 – 1918 bevind ter nagedachtenis aan de 30.000 gesneuvelden. Achter het memoriaal bevind zich een uitgestrekt soldatenkerkhof. Het bezoek aan het memoriaal kost ons 2 x 12 FF.

12.30 u – 114 km: we komen aan in het stadje Thann en blijven er tot 13.25 u. In een bescheiden eetgelegenheid, uitgebaat door een Chinees koppel, eten we een sandwich merquez (pikante worst) en een sandwich met tonijn. We leren daar het verschil kennen tussen een gewone sandwich en een sandwich Americain. Deze laatste is een sandwich met friet. Samen met een cola en een fanta kost ons dit 47 FF.

Via de N 66 / E 12 en de N 83 keren we terug naar het hotel te Logelbach. Het is 14.03 u als we daar aankomen en hebben 158 km gereden. De kamer is echter nog niet klaar gemaakt maar geen nood want we willen nog naar Colmar voor een bezoek aan de stad. We vertrekken om 14.45 u. Colmar heeft een mooie oude stadskern met heel wat vakwerkhuizen. Ook hier zijn de huizen veelvuldig versierd met bloemen. In een parfumwinkel kopen we een geschenk voor Marijke (229 FF). We hebben de indruk dat het hier iedere dag markt is op de vele pleintjes van de stad want toen we hier twee dagen geleden waren was het er eveneens markt. In Café Leffe (met het embleem van brouwerij Leffe uit België) drinken we een koffie en een fruitsap (33 FF). Rond 18.30 u opent restaurant Aux Armes de Colmar in de rue Rapp (waar we voor twee dagen ook gegeten hebben) zijn deuren en stappen we binnen voor het avondmaal. Lea had bij ons eerste bezoek een gerecht zien opdienen in een grote ovalen stenen pot met deksel. De ovalen potten kunnen in alle souvenirwinkels in de streek gekocht worden. We doen navraag bij de patron welk gerecht dit was. Het blijkt Baeckaoffe (uitgesproken: bakeufe) te zijn, een één-pot-gerecht bestaande uit een drietal soorten vlees (o.a. varkens- en schaapvlees), groenten (vooral wortelen) en aardappelschijfjes. Een frisse salade wordt als aanvulling geserveerd. We drinken erbij een ½ liter Pinot blanc en een ½ liter Badoit. Als dessert bestellen we een Kougelhoff (een ijstaart in de vorm van een halve bol: een kogelhoop) overgoten met marc van Gewurzstraminer.

De wagen hadden we in de parkeergarage onder de Place Rapp geparkeerd en bij ons vertrek betalen we 30 FF. Om 21.00 u zijn we terug in het hotel. De terugweg, die ingewikkelder is dan de weg naar de stad toe, beginnen we nu al wat beter te kennen.

In totaal hebben we 168 km gereden. We gaan slapen om 22.00 u.

Zondag 16 september 2001

06.45 u: opstaan.

08.32 u – km-stand 10.444. Het is zwaar bewolkt en op het moment van ons vertrek is het nog droog. Onderweg begint het te regenen. We nemen de kortste weg naar Thann via de N 83 en de N 66.

09.24 u – 45 km: aankomst te Thann. Tanken 29,72 liter diesel voor 153 FF. We wachten nog even in het stadje onder het drinken van een koffie. We hebben namelijk ervaren dat in deze streek het meestal stopt met regenen en eventueel gaat opklaren rond 11.00 u. Om 10.00 u vertrekken we. Via de Route Joffre gaat het naar Masevaux en daar rechtsaf via de D 466 naar de Ballon d’Alsace. Ons vermoeden dat het in de loop van de voormiddag terug zou opklaren blijkt te kloppen. Het zicht is tamelijk goed hoewel de hoogste bergtoppen bedekt zijn met wolken. Net voor we de top van de Ballon d’Alsace bereiken krijgen we met mist af te rekenen. De top bereiken we om 11.10 u en na 87 km. De thermometer van de wagen geeft een signaal (gebeurt telkens als de temperatuur onder de 5 graden zakt). Het is amper 4 graden. We stoppen even en lopen een souvenirwinkeltje binnen. Lang duurt onze stop daar niet want mijn korte hemdsmouwen zijn niet gecshikt om het in deze temperatuur lang uit te houden.

We verlaten de Ballon d’Alsace langs de D 465 richting Saint-Maurice-s-Moselle en vervolgens gaat het via de E 512 naar Bussang. Hier bevind zich het ‘Theatre du Peuple”, gebouwd in 1895. Om het theater te bereiken moeten we de grote weg even verlaten en het dorpje Bussang binnenrijden. We volgen de schaarse richtingaanwijzers naar het theater en moeten daarvoor langsheen een smal weggetje rijden. Op het einde kom ik terug op de E 512 uit. We waren dus het theater voorbijgereden. We keren terug en na ca 100 meter bemerken we het houten gebouw, verstopt tussen het groen en de bomen. Ik parkeer de wagen op een drassige weide lang de overzijde van de straat die aangeduid staat als parkeergelegenheid voor de bezoekers van het theater. In het theater is men blijkbaar druk doende aan de voorbereidingen van een opvoering. Een van de medewerkers, een oudere man, zegt dat we even binnen een kijkje mogen nemen. Het theater is volledig in hout opgetrokken en straalt een bijzondere sfeer uit. Het rugpaneel achteraan op de scène, waar normaal het decor staat, kan bij goed weer volledig geopend worden zodat de bomen en het groen dan als decor fungeren. Onze stop duurt van 11.44 u tot 12.00 u en na 103 km gereden te hebben.

We zetten onze weg verder. In plaats van de D 512 te volgen komen we per vergissing op de D 13 bis terecht. Een vergissing die we ons niet beklaagd hebben. Te Wildenstein stoppen we aan de Auberge du Bramont. De auberge is gelegen op een plaats met een prachtig uitzicht op de vallei en de bergen. We gebruiken er het middagmaal van 12.40 u tot 13.30 u en na 130 km, bestaande uit een brochette, een forel, een cola en een spuitwater (159 FF).

Om 13.41 u bereiken we de Col du Gamont (656 m) en om 13.58 u en na 158 km de Col du Grosse Pierre (955 m). We komen aan in Gerardmer om 14.11 u. Hier stoppen we niet daar we reeds in dit vakantieoord waren en ook hier korten we een deel van de vooropgestelde route in. We rijden rechtstreeks naar Bruyeres.

Om 15.14 u en na 205 km rijden we Saint-Dié binnen. Even buiten St-Dié willen we een dessert gebruiken in een auberge. We zien een aanduiding naar Auberge du Moulin. Het betreft hier een zogenaamde ferme-auberge (boerderij en tevens auberge). Hiervoor moeten we een zeer smal en steil weggetje van 400 meter lang oprijden. Het is dan 15.22 u en na 211 km gereden te hebben. Hier moeten we van een kale reis terugkeren. Fransen hebben namelijk de gewoonte op zondag zeer lang uit te slapen en daarna de rest van de dag in een of andere eetgelegenheid door te brengen. Het is meestal een stuk in de namiddag wanneer ze aan tafel gaan en kunnen hun eetfestijn zo rekken tot 6 of 7 uur ’s avonds. De meeste restaurants zitten op zondag dikwijls vol en is het een onmogelijke zaak als toevallige passant er een of ander dessert te gebruiken.

16.00 u (tot 16.35 u): we bereiken de top van de Col du Bonhomme. In een restaurant aldaar gebruiken we 2 x koofie en 2 x een stuk bosbessentaart (79 FF). Terwijl we binnen zijn begint het hevig te regenen en later te hagelen. Na enkele minuten ligt de weg en de omgeving er wit bij.

17.10 u – 261 km: aankomst aan het hotel.

Om 19.00 u gebruiken we een lichte maaltijd in de ‘Buffalo Grill” (een nieuw soort restaurantketen in de zin van de McDonalsrestaurants). We verbruiken er een steak, een gerecht met kip, elk een stuk taart, een cola en een biertje voor 167 FF.

Maandag 17 september 2001

06.30 u: opstaan.

07.54 u – km-stand 10.706. Het is bewolkt en slechts 10 graden. De bagage is reeds voor het ontbijt in de auto geladen.

De Col du Bonhomme (949 m) rijden we over om 8.29 u en na 27 km. Het regent en er hangt mist.

Via St-Dié en de N 59 bereiken we Raon-l’Etappe om 09.19 u en na 71 km.

09.55 u – 90 km: tussen Allarmont en Vexaincourt stoppen we aan een winkeltje van juwelen gemaakt van mineralen. een hangertje met bladgoud kost ons 70 FF.

10.09 u – 99 km: Col du Donon (727 m). Hier stoppen we tot 10.34 u voor het drinken van ene koffie en een warme chocolademelk (25 FF).

11.11 u: we rijden door Mulbach en het begint op te klaren. Om 11.38 u en na 136 km komen we in de buurt van het kasteel en de waterval van Nideck. Vanaf de parking tot het kasteel en de waterval is het nog 20 a 25 minuten lopen. We zien hier vanaf wegens de drassigheid van het pad door de regenval van de laatste dagen.

12.08 u – 153 km: Col du Valsberg (652 m).

We rijden de wijk La Hoube van Dabo binnen en vinder er een geschikt restaurant om het middagmaal te gebruiken tot 13.14 u. Het restaurant kijkt uit op de merkwaardige rots waarop de kapel van St-Leon staat. Eerst kunnen we de kapel niet zien door de mist doch na een tijdje verdwijnen de wolken. Lea bestelt een dagschotel bestaande uit preskop als voorgerecht, sauerkraut met worst als hoofdgerecht. Ik bestel een soep en een kalkoengegrecht (samen 163 FF).

13.23 u: aankomst aan de kapel van St. Leon met prachtig uitzicht op de omgeving. De kapel zelf, waarvoor toegangsgeld moet betaald worden, bezoeken we niet. Op weg naar Lutzelbourg en Phalsbourg rijden we nog een hellend vlak (scheepslift) voorbij. Net zoals bij de Belgische scheepsliften moet men er hier ook een toeristische attractie van maken om het geheel economisch leefbaar te houden. Veel schepen worden er hier niet verplaatst met de lift.

Het is nog te vroeg om de autosnelweg op te rijden en ons hotel in Jouy-aux-Arches nabij Metz op te zoeken. We maken een omweg. Van Phalsbourg rijden we naar Petit Pierre alwaar we even uitstappen. We vertrekken daar om 15.11 u en na 207 km gereden te hebben. Hadden we in de Vogezen alle mogelijkheden om een auberge of iets dergelijks te vinden, in deze buurt hebben we alle moeite om op maandag een café open te vinden. Tenslotte vinden we op het dorpsplein van Sarre-Union een tooghangerscafé alwaar we vlug een koffie naar binnen werken. Het is dan 15.56 u en hebben 232 km gereden.

Verder gaat het via de N 61, de N 56 en even voor St. Avold rijden we de A 4 op richting Metz. Daar moeten we 2 FF en even verder 22 FF peage betalen.

17.20 u – 338 km: aankomst aan het hotel Premiére Classe te Jouy-aux-Arches (hetzelfde alwaar we de 1ste en de 2de nacht verbleven). We betalen voor 1 nacht en 2 ontbijten 225 FF. We krijgen een kamer op het gelijkvloers toegewezen en ik kan de wagen net voor de deur parkeren, wat het in en uitladen vergemakkelijkt.

De km-teller wijst 11.044 km aan.

In het Campanilerestaurant naast de deur gebruiken we 2 x een menu Tonus en een karaf (46 cl) roséwijn voor 194 FF.

Dinsdag 18 september 2001

07.38 u: alle bagage is reeds voor het ontbijt ingeladen en we vertrekken richting Gent.

Na 43 km krijgen we te maken met een file (net voor de Frans-Luxemburgse grens) van 8.12 u tot 8.30 u. Het probleem zit hem niet bij de grens maar wel bij de eerste afrit op Luxemburgs grondgebied (blijkbaar gaan veel Fransen uit het grensgebied daar werken). Vanaf km 50 kan er weer vlot gereden worden.

08.52 u – 66 km: we rijden Luxemburgstad voorbij.

09.25 u: vertrekken van de parking te Capellen (Lux) na een tankbeurt van ca 40 liter diesel voor 1100 BEF of LUF.

Verder nog slechts een kleine file op de Brusselse ring.

12.00 u – 342 km: rijden de snelweg af te Drongen-Baarle.

km-stand: 11.386 km.

Conclusie

Gedurende negen dagen hebben we 1.996 km afgelegd.

Het weer in de Vogezen was, tegenover het weer in België, vrij goed. De laaghangende bewolking beperkte af en toe het zicht. Regen viel er meestal ’s nachts. De vlakte van de Elzas was overwegend zonnig. De temperaturen waren langs de lage kant doch voelden normaal aan door het feit dat het bijna windstil was.

Het landschap van de Vogezen is prachtig. De streek combineert op het gebied van bouwstijl en gastronomie het beste van Duitsland en Frakrijk.

Niettegenstaande de Elzas vroeger Duits gebied was hebben we er nagenoeg geen Duits horen praten, met uitzondering van de Duitse toeristen. Toen ik aan de waard van het restaurant Aux Armes de Colmar vroeg of hij Duits sprak (zijn menukaart was tweetalig Frans/Duits- kreeg ik een beslist ‘non’ te horen. Ik ben dan maar bij die ene poging gebleven. Blijkbaar is de verfransing van dit gebied nog sneller gegaan dan bij ons in de Oostkantons waar men nu nog overwegend Duits spreekt.

Tijdens onze tochten in de heuvels van de Vogezen reden we dikwijls op verlaten wegen. Uitgerekend tijdens deze reis ging onze GSM stuk, nu we hem het meest nodig konden hebben. Ik heb ook geen idee hoe de bereikbaarheid (dekking) van een GSM is in dit gebied.

10-09-2001 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
09-09-2001
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE VOGEZEN 2001 deel 2
Klik op de afbeelding om de link te volgen






Colmar

09-09-2001 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
01-05-2001
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PARIJS 2001

PARIJS

1 TOT 6 MEI 2001

Dinsdag 1 mei 2001

Opstaan om 05.15 u. Vertrekken naar Godelieve en Lucien om 06.30 u. Kilometerstand 1.296. Temperatuur: ca. 12 graden.

Via de E40 en de E17 rijden we naar de grens met Frankrijk. Tussen 8.15 u en 8.45 u stoppen we te d’Assevillers (Peronne) voor het gebruiken van een ontbijt. Even voor Parijs betalen we 77 FF peage. Parijs bereiken we na 305 km omstreeks 10 u. Ik vergis me nog maar eens, zoals vorig jaar, van afrit en kom op de periferique terecht. We nemen de volgende afrit en keren terug op onze stappen. Vervolgens nemen we de afrit Porte de Bagnolet en komen op het goede kruispunt terecht. Vanaf nu is het een koud kunstje om het hotel te bereiken (inslaan in het straatje rechts van het Novotel, op het einde linksaf, aan het rond punt rechtdoor, aan het kruispunt ter hoogte van het hotel even recht door en het volgende kruispunt linksaf, op het einde van deze straat even terugkeren en de parking van Ibis en Etaphotel binnenrijden.) We verlaten de ondergrondse parking via de voetgangersingang die uitkomt naast de ingang van het hotel. We kunnen pas over onze kamers in Etaphotel beschikken vanaf 12 u. Eerst gaan we naar het metrostation Gallieni en kopen daar alvast onze 5-daagse abonnementen voor de metro (voor de 4 abonnementen betalen we 700 FF). In een klein warenhuis in de buurt kopen we wat croissants voor het middageten en een pakje boter(15 FF). Onze bagage halen we tijdens het wachten eveneens uit de wagen en we wachten aan de receptie tot de receptioniste stipt om 12 u in gang schiet. We krijgen de kamers 453 (voor ons – kijken uit op de achterzijde van het gebouw) en 456 (voor Godelieve en Lucien – kijken uit op de voorzijde) toegewezen. We betalen voor de twee kamers, de vijf overnachtingen en de 5 x 4 ontbijten samen 3.280 FF. Na de bagage naar de kamer te hebben gebracht en er ook gegeten te hebben vertrekken we met de metro naar de Arc de Triomphe. Na er even te hebben rondgekeken rijden we gebruikmakend van de RER naar de Grande Arche. In de McDonalds aldaar drinken we een koffie en een cola (12 FF). Om naar het panorama boven op de Grande Arche met de lift te gaan betalen we 2 x 33 FF (vermindering op vertoon van het metroabonnement.) Het zicht boven is uitstekend, dit in tegenstelling met het mistige weer van vorig jaar. Eens terug beneden lopen we de Esplanade te voet naar beneden en nemen daar de metro naar Trocadero. Van daar heeft men een goed uitzicht op de Eiffeltoren. We keren terug naar het hotel via de metro lijn 6 tot Nation, de lijn 2 tot Pere Lachaise en de lijn 3 tot het eindstation Gallieni. We zijn terug in het hotel om 18 u. Tijdens een van de ritten met de metro kunnen we genieten van een poppenspeler. Om 19.30 u gaan we eten in het nabij gelegen Campanile. We eten er samen 3 x speciaal buffet (93FF x 3), 1 x formule tonus (82 FF), 2 x een karaf van 46 cl rode wijn (31 FF x 2) en een ½ liter plat water (14,50 FF): samen 434 FF.

Rond 21.30 u gaan we slapen.

Woensdag 2 mei 2001

Opstaan om 6 u en ontbijten om 7.30 u. We verlaten het hotel om 8.45 u en rijden we met de metro naar Les Invalides. Het museum en de dom zijn nog niet open en tijdens het wachten drinken we in de cafetaria elk een koffie (voor de 2: 15 FF). De ingang voor het Legermuseum en het bezoek aan de dom waarin Napoleon begraven ligt kost ons 2 x 40 FF. Eerst bezoeken we het museum en vervolgens de dom.

Met de metro gaat het dan naar het Forum Des Halles en brengen we een bezoek aan het winkelcentrum. Daar vinden we een geschikte plaats om er sandwiches te eten ( 2 met tonijn = 86 FF en 1 met mozzarellakaas = 37 FF.) We eten van 12 u tot 12.45 u. Na de middaglunch nemen we de metro naar de Catacomben. Ter plaatse stellen we vast dat deze wegens restauratie gesloten zijn. We verplaatsen ons dan maar naar het Rioolstelsel en betalen voor een bezoek hieraan 2 x 25 FF. Daarna nemen we de metro naar de Galerie Drouot waar we even in de verkoopzalen rondlopen. Te voet gaan we naar de Galeries Lafayette en kopen er een geschenkje voor Marijke (parfum – 225 FF). Tevens bewonderen we het prachtige gebouw waarin het warenhuis is ondergebracht. We pogen nog in de buurt de Opera te bezoeken doch hiervoor zijn we te laat. We keren dan maar terug naar het hotel alwaar we in de buurt enkele inkopen doen in de Auchan (8 cola’s van 50 cl en enkele potjes yoghurt, samen 45,85 FF.)

Het avondeten in Campanile kost ons voor 2 personen 205,5 FF.

Donderdag 3 mei 2001

Opstaan om 06.15 u en ontbijten om 07.30 u.

Omstreeks 9 u vertrekken we van het hotel. Het regent vrij hevig en zal dit de ganse voormiddag blijven doen. We stappen uit de metro aan de halte Bir Hakeim in de buurt van de Eiffeltoren. Wegens het regenweer drinken we eerst een koffie en een warme chocomelk in een café in de buurt van de halte. De Seine staat abnormaal hoog en de wegen langs beide zijden van de stroom staan deels onderwater. Het verkeer is er niet toegelaten. De Batobus is blijkbaar niet in gebruik daar de zes aanlegsteigers onderweg door het hoge water niet bruikbaar zijn. We nemen dan maar een ander boot. Deze kost ons 2 x 50 FF. Na de boortocht op de Seine, die bovendien sterk is ingekort wegens te sterke stroming van het water, bezoeken we de Notre Dame. Pas op het middaguur zal het ophouden met regenen maar het blijft bitter koud voor de tijd van het jaar. Na de Notre Dame wandelen we het Joods kwartier achter het stadhuis van Parijs binnen en in de pitazaak waar we vorig jaar een avondmaal gebruikten bestellen we nu een middagmaal (2 x Pita Mergues = 2 x 40 FF en 2 x 15 FF voor het drinken). Na het middageten lopen we even lang het Centre Pompidou en maken vervolgens een wandeling rond het eiland in de Seine waarop de Notre Dame staat. Het anders zo mooie parkje op het uiteinde van het eiland staat nu deels onderwater. Het oud cafeetje dat we vorig jaar aandeden zit stampvol zodat we er niet meer bij kunnen. De overdekte bloemenmarkt doen we aan waarna we besluiten het wassenbeeldenmuseum Grevin te gaan bezoeken. Ook daar moeten we vaststellen dat het museum gesloten is wegens restauratie. We lopen dan maar de winkelgalerijen in de buurt door (aan weerszijden van de Boulevard Hausmann). Tenslotte keren we terug naar het hotel alwaar we om 19.30 u zoals gebruikelijk het avondmaal gebruiken in Campanile.

Vrijdag 4 mei 2001

Opstaan om 6.15 u en gaan eten om 7.20 u.

Om 8.30 u vertrekken we met de metro naar Montmartre en stappen uit aan de halte Blanche. Te voet wandelen we de helling op naar Place du Tertre en brengen een kort bezoek aan de Sacre Coeurbasiliek. Te voet dalen we de Square Wilette af en gaan we naar de metrohalte Anvers. Van daar rijden we naar de Basiliek van Saint-Denis, de begraafplaats van heel wat Franse koningen en koninginnen. Het bezoek aan het koor met de graven in de basiliek kost 2 x 36 FF. In de buurt is het er zeer druk daar het net marktdag is. We zoeken een eetgelegenheid en we vinden er een die geschikt is in een klein Grieks-Turks restaurant. We verbruiken er voor 2 personen 76 FF. Na het middageten stappen we terug in de metro en rijden we naar de Opera. Het prachtige gebouw bezoeken we er voor 2 x 30 FF. Buiten is het nog steeds bitter koud voor de tijd van het jaar. Met de metro gaat het vervolgens naar de Gare du Nord om even de sfeer van het groot station op te snuiven en de aankomst en vertrek van de TGV’s eens te bekijken. We zijn terug in het hotel om 16.45 u.

Het gebruikelijke avondmaal in Campanile kost ons slechts 164 FF voor twee personen daar we achteraf vaststellen dat de kelner zich vergist heeft en één menu en een fles water niet heeft aangerekend.

Om 21.30 u gaan we slapen. Het heeft de ganse dag niet geregend maar het was wel koud.

Zaterdag 5 mei 2001

Opstaan om 6.15 u en ontbijten om 7.20 u.

Omstreeks 8.30 u vertrekken we naar de Porte de Clignancourt meer bepaald naar de marché au pouches. Daar lopen we tussen de kleine antiekzaakjes tot omstreeks 11 u. Op terugweg naar de metrohalte drinken we in een McDonalds een koffie en een warme chocomelk voor 14 FF. Met de metro gaat het dan naar de halte St Germain des Prez in de buurt van de Moulin Rouge en wandelen van daar naar de Jardin de Luxemburg. Op het einde van het park vinden we op weg naar het torengebouw, de Tour de Montparnasse, een geschikte gelegenheid om te eten (3 sandwiches en 2 frisdranken = 104 FF). Ook vandaag is het bitter koud en wanneer we na het eten wat opgewarmd zijn brengen we een bezoek aan het kerkhof van Montparnasse. We lopen even langs de graven van Serge Gainsbourg, Adolphe Pegoud en Saint-Sance. Met de metro gaat het dan naar de Eiffeltoren met de bedoeling deze te bezoeken maar eens daar aangekomen bemerken we dat niettegenstaande het koude weer er een ellenlange rij staat aan te schuiven voor een bezoek. Het koude weer is niet van die aard om een langdurige aanschuifbeurt gezellig te maken en zien we dus af van een bezoek. We keren daarop terug met de metro naar de Tour de Montparnasse en bezoeken er de 56ste en de 59ste (hoogste verdieping in openlucht). Normaal kost dit bezoek 49,50 FF/per persoon maar met ons metrobiljet mag er per betalende bezoeker één persoon gratis naar binnen. Op de 56ste verdieping genieten we van het prachtige uitzicht op Parijs en kunnen we ons gelukkig prijzen dat we dit kunnen doen vanachter het raam. Op de Eiffeltoren zou het daarentegen een stuk frisser geweest zijn. Even lopen Lucien en ik tot op de 59ste verdieping in open lucht en verwonderen we er ons over dat het hier niet harder waait. In de cafetaria op de 56ste verdieping drinken we 2 grote koffies en verbruiken we 2 stukken flantaart voor 80 FF.

Het avondeten in Campanile kost ons 205 FF voor twee personen.

Zondag 6 mei 2001

Opstaan om 06.30 u en eten om 7.20 u. Vooraf breng ik reeds het grootste deel van onze bagage naar de wagen. Na het ontbijt is de bagage van Godelieve en Lucien aan de beurt. Nadat we de kamer hebben vrijgemaakt en de badges aan de receptie hebben afgegeven gaan we te voet (ons metroabonnement is sinds gisteren afgelopen) naar het kerkhof Pere Lachaise. Op zondag opent het kerkhof pas om 9 u (tijdens de week om 8.30 u). We zijn 5 minuten te vroeg en van zodra de poort wordt geopend stappen we binnen om een bezoek te brengen aan de voornaamste graven. Om 11 u verlaten we het kerkhof en op terugweg naar het hotel stappen we een café binnen en drinken er een koffie en een warme chocolademelk voor 38 FF.

In het Ibis hotel betalen we de parking, voor 5 dagen 334 FF. Zonder problemen verlaten we de parkeergarage en vinden we de juiste weg naar de A3 en de A1. Het is wel druk op de snelweg doch geen filevorming. Omstreeks 12.30 u stoppen we op de stopplaats te Peronne en tanken er voor 176 FF diesel. Ook daar gebruiken we het middagmaal. Voor Lille betalen we voor peage 77 FF. Omstreeks 15 u komen we aan te Drongen alwaar ik een laatste keer tank voor 190 BEF.

BESLUIT

Voor ons zaten er slechts een tweetal nieuwigheden in de uitstap (Tour de Montparnasse, bezoek aan de Opera en bezoek aan de Basiliek van Saint-Denis). De metro blijft nog steeds een boeiende bedoening. Daar we vorig jaar in dezelfde periode vrij mooi weer hadden viel het koude en vochtige weer dit keer sterk tegen.

01-05-2001 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)


Inhoud blog
  • NORMANDIË 1993 deel 2
  • NORMANDIË 1993 deel 1
  • NORMANDIË 1995 deel 2
  • NORMANDIË 1995 deel 1
  • NOORD-FRANKRIJK 1996 deel 2
  • NOORD-FRANKRIJK 1996 deel 1
  • ZEVENDAAGSE NAAR DE KASTELEN VAN DE LOIRE 1997 deel 2
  • ZEVENDAAGSE NAAR DE KASTELEN VAN DE LOIRE 1997 deel 1
  • BOURGONDIË 1998 deel 2
  • BOURGONDIË 1998 deel 1
  • MONSCHAU 1999 deel 2
  • MONSCHAU 1999 deel 1
  • PARIJS 2000
  • GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG 2000
  • TURKIJE 2001 deel 3
  • TURKIJE 2001 deel 2
  • TURKIJE 2001 deel 1
  • PARIJS 2001
  • DE VOGEZEN 2001 deel 2
  • DE VOGEZEN 2001 deel 1
  • KEULEN CARNAVAL 2002
  • BRETAGNE 2002 deel 3
  • BRETAGNE 2002 deel 2
  • BRETAGNE 2002 deel 1
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2002 deel 3
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2002 deel 2
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2002 deel 1
  • TURKIJE 2003 deel 3
  • TURKIJE 2003 deel 2
  • TURKIJE 2003 deel 1
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2003 deel 3
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2003 deel 2
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2003 deel 1
  • KRETA 2004 deel 2
  • KRETA 2004 deel 1
  • HOUFFALIZE 2004
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2004 deel 3
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2004 deel 2
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2004 deel 1
  • TURKIJE 2005 deel 3
  • TURKIJE 2005 deel 2
  • TURKIJE 2005 deel 1
  • VIERDAAGSE VAN DE IJZER 2005
  • GROSSARL 2005 deel 3
  • GROSSARL 2005 deel 2
  • GROSSARL 2005 deel 1
  • Hotel Torre Artale - Trabia - Sicilië - Italië
  • Reis naar Sicilië - Italië 2006
  • De Pyreneeën
  • Lourdes en de Pyreneeën
  • Antalya Turkije 2006
  • Antalya Turkije 2006
  • Grossglockner 3798 m
  • Sankt-Martin bei Lofer - Oostenrijk
  • Kas Turkije 207
  • Kas - Turkije 2007
  • Kusadasi Turkije 2008
  • Kusadasi Turkije 2008
  • Bernau - Zwarte Woud
  • Bernau - Zwarte Woud
  • Bornholm - Denemarken
  • Tenerife 2010
  • Antalya Turkije 2011
  • Malta 2011
  • Tenerife 2012
  • Nieuw
  • Welkom op deze blog
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per jaar
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005
  • 2004
  • 2003
  • 2002
  • 2001
  • 2000
  • 1999
  • 1998
  • 1997
  • 1996
  • 1995
  • 1993
    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

    Blog als favoriet !
    Gastenboek
  • Op bezoek geweest
  • http://coachfactoryoutlet.luxury-best.com
  • Tiffany And Co S
  • Lieve groetjes
  • Vrolijk pasen

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!