Reisverslagen

10-09-2001
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE VOGEZEN 2001 deel 1

DE VOGEZEN

10 tot 18 september 2001

Maandag 10 september 2001

Het wordt de laatste tijd een gewoonte een halve dag vroeger te vertrekken op reis. In de voormiddag wordt de bagage ingeladen in de auto. Buiten is het zwaar bewolkt en er vallen hevige regenbuien. Na het middagmaal vertrekken we om 12.15 u – de kilometerteller geeft 9.390 km aan. Op het moment dat we vertrekken houdt het op met regenen.

12.45 u: we bereiken de Ring 0 rond Brussel. 13.30 u: we rijden door het Zoniënwoud (Vierarmenkruispunt), de zon komt er af en toe door en het blijft droog.

Halfweg tussen Brussel en Namen stoppen we aan een Q8 tankstation. Het is dan 13.27 u en hebben 108 km afgelegd. In de cafetaria verbruiken we een cola, een koffie en een stuk taart voor 204 BEF. We vertrekken terug om 14.00 u.

Net over de Belgisch-Luxemburgse grens stoppen we aan het tankstation van Capellen en tanken er 39,13 liter diesel aan 26.60 Fr/liter (tegen 31,50 Fr/liter in België) en voor een totaal van 1041 BEF of LUF. Het is dan 15.25 u en hebben 260 km gereden.

16.41 u en na 348 km: aankomst te Metz – Jouy-aux-Arches aan hotel Premiére Classe. Daar de receptie pas opengaat om 17.00 u zoeken we een MvDonald op in de buurt en verbruiken er een cola, een koffie en een koek voor 24,50 FF.

17.40 u en na 353km: we zijn terug aan het hotel en betalen voor twee overnachtingen en 2 x 2 ontbijten = 450 FF (€ 68,60). Vroeger kreeg je bij Premiére Classe een toegangscode om de deur van je kamer te openen. Dit systeem is nu vervangen door een magnetische kaart (af te geven bij het vertrek).

Ik stel tevens vast dat mijn GSM defect is (hij had een week voordien al eigenaardige kuren vertoond). Ik verwittig Marijke dat ze ons niet kan bereiken op de GSM maar dat we iedere avond naar haar zullen bellen met gebruik van onze Belgacom Cart en een oude Franse telefoonkaart (moest al lang eens opgebruikt worden). Ik besluit om morgen in Metz een andere GSM te kopen maar ik moet vaststellen dat toestellen die verkocht worden zonder abonnement (ik heb er een en moest er dus geen meer hebben) veel duurder zijn dan die met abonnement (een verkooptruc van de Franse telecommaatschappijen). Ik heb dan maar besloten de aankoop uit te stellen tot we terug thuis zijn.

19.30 u: we gaan naast de deur eten, namelijk in het Campanile-restaurant. Blijkbaar zijn de uren van de maaltijden veranderd bij Campanile (vroeger was het avondeten vanaf 19.30 u, nu vanaf 19.00 u). We eten elk een buffet hors d’oeuvre, een dessertbuffet en een fles Badoit (water), samen voor 172 FF.

Het is de eerste keer dat het zo fris is als we op reis zijn in Frankrijk (met uitzondering van onze reis naar Parijs in mei 2001). Het is dan ook te fris in de kamer. Iedere kamer heeft een elektrische verwarming en daar we deze nog nooit gebruikt hebben is het even uitkijken hoe het ding werkt. Niettegenstaande de schakelaars op de goede stand staan werkt de verwarming niet als we de kamer verlaten om te gaan eten. Bij onze terugkomst werkt plots de verwarming wel. Waarschijnlijk wordt het systeem centraal ingeschakeld.

Dinsdag 11 september 2001

6.45 u: opstaan. Buiten is het fris weer maar droog. De verwarming in de kamer is blijkbaar rond 6 u uitgeschakeld. Na het ontbijt rijden we naar het centrum van Metz. Aankomst in de parkeergarage aan de kathedraal om 09.50 u. Vooraf bezoeken we de kathedraal en ik alleen de crypte (9 FF). De kerk is vrij donker wegens de brandglasramen.

Om 10.30 u nemen we het toeristisch treintje op het plein achter de kathedraal. De rondrit duurt ca 35 minuten (er was 45 minuten opgegeven). Deze kost ons 2 x 35 FF. Daar Lea veel last heeft van haar knie is zo’n treintje de ideale oplossing om het voornaamste van de stad te zien zonder veel te lopen. Het is licht bewolkt.

In de telecomwinkels zoek ik wat naar een nieuwe GSM maar die zijn te duur wanneer men er geen abonnement bij neemt. Op de Place St. Jacques drinken we een koffie en een cola voor 34 FF. Het is dan 12.15 u. In Frankrijk koffiedrinken is naar onze normen problematisch. Ofwel vraag je een gewone koffie en krijg je een soort grote vingerhoed me een spul in waarin je je lepel kan in laten rechtstaan; ofwel vraag je een grote koffie die even sterk is dan de gewone koffie maar waarvan de hoeveelheid verdubbeld werd. Als je niet na enkele koffie’s wil lopen springen van de zenuwen kan je nog je toevlucht nemen tot een decafiné.

Op 13.00 u stappen we in een winkelstraat een sandwicherie binnen en eten er elk een belegde sandwich met kaas en hesp (36 FF) en 2 cola’s (32 FF).

Na de middag bezoek ik het Musee de la Cour d’Or, in feite een samenvoeging van een viertal musea (archeologie, oudheidkunde, schone kunsten, een zaal over de Joodse geschiedenis). Het is een vrij groot museum met een moderne opstelling. Heel wat voorwerpen en stenen herinneren aan de Romeinse tijd. (Toegangsprijs: 30 FF). Op het einde moest ik wel even de weg naar de uitgang vragen wegens de grillige structuur van het gebouw. Ondertussen bezoekt Lea wat winkels.

Om 16.00 u verlaten we Metz. De parkeergarage kost ons 43 FF.

Omdat het nog wat vroeg is rijden we het rond punt aan het hotel voorbij naar het dorpje Jouy-aux-Arches. Boven de (enige) hoofdweg van het plaatsje dwarst een Romeinse aquaduct en 100 meter van de weg af kan men nog een “Bassin Romain” zien. In de muur van de aquaduct is een doorgang gemaakt. Ik loop er even door. Bij het terugkeren let ik niet op de lage opening en stoot ik mij het hoofd. De slag is zo hevig dat ik pardoes op mijn rug val, zonder veel erg, de buil op mijn hoofd niet te na gesproken.

17.00 u: we zijn terug in het hotel. We hebben slechts 31 km gereden. Het hotel ligt amper enkele honderd meter van de oprit van de snelweg A 31 (de beste weg om van hieruit Metz te bereiken, het is slechts enkele minuten rijden naar de afrit Metz Nord).

Ostentatief zetten we het televisietoestel open terwijl we een bad nemen en de voorbereidingen treffen voor de reis van morgen. Meestal zijn reizen in het buitenland voor ons “nieuwsluwe” periodes. We beschikken over geen (Nederlandstalige) krant en de Tv-zenders zijn meestal uitsluitend Franstalig (met uitzondering van onze vier overnachtingen in de buurt van Colmar alwaar we over een Duitstalige zender konden beschikken). Na enig tijd valt het mij op dat TF 1 steeds maar weer dezelfde beelden toont van een brandend torengebouw, meer nog: beelden van datzelfde gebouw dat instort. Ik realiseer mij dat het beelden zijn van de WTC torens te New-York. Mijn aandacht is getrokken en uit de commentaar verneem ik de vier terroristische aanslagen in de VS. Dit doet me denken aan de studiedag van de Norbertijnen te Leeuwarden in mei 200. Toen verbleven we in de buurt van de stad in een Campanilehotel. Toen we het Tv-toestel aanzetten zagen we de rampbeelden van de ontploffing van de vuurwerkfabriek in Enschede.

Uit de commentaren over de aanslagen blijkt dat de Fransen beducht zijn voor een aanslag op de Tour de Montparnasse in Parijs, een bijna 100 verdiepingen tellend gebouw gelegen aan het station van Montparnasse. In mei van dit jaar (de uitstap met Godelieve en Lucien) waren we van plan de Eiffeltoren te bezoeken maar omdat het weekend was en de files wachtenden te groot stelde ik als alternatief voor de Tour de Montparnasse te bezoeken. Het uitzicht is er even mooi als van op de Eiffeltoren, het bezoek is minder duur en men is er nog beschut tegen de wind.

In Campanile gebruiken we die avond 2 x de formule Tonus (dagschotel en nagerechtenbuffet) en een ½ liter Badoit voor 172 FF.

Woensdag 12 september 2001

6.30 u: opstaan.

8.25 u en km-stand 9778: vertrek van Jouy-aux-Arches – het is bewolkt maar droog en zacht weer.

Via de N 57 (gemakkelijk te vinden want deze loopt via Jouy-aux-Arches) volgen we grotendeels de Moezel (Moselle). We rijden volgende dorpjes voorbij: Corny-sur-Moselle, Arry, Champey-sur-Moselle. In Pont a Mousson stoppen we even (8.59 u – 22 km) omdat er zich aldaar een Norbertijnenabdij bevind. De dubbele torens van de kerk doen denken aan die van Averbode.

09.04 u: rijden snelweg A 31 op richting Nancy.

Te Nancy parkeren we de auto in de parkeergarage onder de Place Thier (09.40 u – 53 km gereden). Het uithangbord van Nancy is beslist de Place Stanislas, een plein waarvan de toegangswegen kunnen afgesloten worden doormiddel van met bladgoud versierde hekkens. In twee van de vier hoeken van het plein staan beeldengroepen tegen de achtergrond van verguld hekwerk. In een winkeltje tegen het plein kopen we vier prentkaarten en twee postzegels (16 FF). Met een toeristisch treintje maken we een rondrit (2 x 35 FF) en krijgen we een goed beeld van de oude stad. In de hoek van het Stanislasplein bezoeken we een drankgelegenheid en drinken er een koffie en een fruitsap (35 FF). Bij een bakker in de buurt van het plein kopen we twee belegde sandwiches met kaas en hesp (53 FF). Het is goed weer, de zon schijnt, het is droog en de temperatuur is normaal.

Om 12.15 u zijn we aan de auto in de parkeergarage en verlaten we Nancy richting Epinal. Het is bij het buiten rijden van Nancy even zoeken maar al vlug vinden we Flavigny-s-Moselle (13.03 u). Om 13.12 u en na 82 km stoppen we op een rustplaats langsheen de weg tussen Flavigny en Crevechamps om onze sandwiches op te eten (tot 13.30 u). Daarna vervolgen we onze weg via Neuviller-s-Moselle tot aan de D 9, ter hoogte van Bayon. Daar slaan we rechts af en volgen de D 9 tot Haroue (13.45 u en 99 km gereden). Haroue is een klein dorpje met een mooi gerestaureerd kerkje en een kasteel. Het is de bedoeling dat we het kasteel bezoeken (nalatenschap van prinses Beauvau-Craon). We moeten echter wachten tot 14.00 u. Het bezoek kost ons 2 x 40 FF en kan enkel onder begeleiding. Wij, samen met een koppel Britten, zijn de enige bezoekers. Een deel van het kasteel is nog bewoond en dus niet toegankelijk. Binnen wordt een en ander stilaan gerestaureerd. Ook buiten moet er op gebied van restauratie nog heel wat gebeuren. Het bezoek begint om 14.30 u en eindigt om 15.35 u.

We zetten onze weg verder via de D 9 tot Tantonville, daar slaan we linksaf en volgen we de D 913 via St. Firmin, Diawille, via de D 413 tot de samenloop met de D 55, in Mirecourt slaan we links af via de D 166 en even daarna linksaf de D 10. Verder gaat het via Villers, Ahiville, Gugney-aux-Aulx tot Bettegny, vervolgens via St. Brice en daar rechtsaf via de D 36, St. Valhier, D 39 a en D 39 tot de D 166 om daar linksaf te slaan naar Epinal en de N 57 te volgen tot aan het Hotel Première Classe. Onderweg hebben we wel even moeten zoeken en op onze stappen terugkeren. Tussen Haroue en Epinal krijgen we al een kleine indruk van de heuvelachtigheid.

17.15 u en na 188 km gereden te hebben: aankomst aan het hotel. We betalen voor een nacht en twee ontbijten: 225 FF.

In het Campanilehotel naast de deur gebruiken we 2 x menu Tonus en een karaf van 46 cl witte wijn = 187 FF.

21.05 u: slapen

Donderdag 13 september 2001

06.30 u: opstaan (reeds wakker van 06.00 u)

Na het ontbijt vertrekken we om 08.50 u. Vandaag zullen we de Vogezen oversteken naar de Elzas. (D 11 – Cheniménil – Docelles – Le Tholy – Le Rain – D 417 naar Gerardmer).

09.26 u tot 09.56 u en na 25 km: stilstand aan de waterval van Tendon.

10.00 u en na 28 km: Col de Bonne Fontaine (677 meter hoog).

Om 10.25 u en na 41 km bereiken we Gerardmer. Gerardmer is een bekend vakantieoord gelegen aan een groot meer. Daar we al september zijn is het hier nu tamelijk rustig. In een drankgelegenheid aan de boord van het meer drinken we elk een koffie (samen 40 FF). In een krantenwinkel kopen we een Nederlandse krant De Telegraaf (12 FF) van 12 september op zoek naar wat meer informatie over de gebeurtenissen in de VS op 11 september. Op het middaguur stappen we een eetgelegenheid binnen en verbruiken er een sandwich met hotdog, een sandwich met brochette en 2 cola’s voor 57 FF.

We vertrekken in Gerardmer om even voor 13 u. We volgen verder de D 417 via de Roche du Diable en de top van de Col de la Schlucht (1130 m). Deze laatste bereiken we na 9 km klimmen en tientallen haarspeldbochten om 13.30 u en na 69 km. In de Brasserie de la Schlucht drinken we een koffie en een warme chocomelk (30 FF). We lopen even tot aan de moderne kapel die van op het altaar uitzicht heeft op de bergen. Om 14.00 u vertrekken we van de Col de la Schlucht. Het is droog maar het waait nogal fel. De afdaling gaat eveneens via de D 417 (nu richting Colmar) en is 13 km lang. Het zicht is goed en de aanblik van de dorpjes op de bergflanken en de bergen is gewoonweg prachtig. In het dorpje Munster, niet meer zover af van onze bestemming, taken we 25,60 liter diesel aan 5,27 FF/liter = 135 FF.

Eerst zoeken we de juiste weg naar het Villagehotel te Logelbach (deelgemeente van Wintzenheim). We zien het hotel steeds staan maar door de ingewikkelde wegenstructuur moeten we enkele keren het blokje rondrijden tot we de goede richting gevonden hebben. Daar het nog te vroeg is om het hotel binnen te stappen (achteraf blijkt de receptie 24 u / 24 u open te zijn) rijden we naar Colmar. Om 15.20 u rijden we de parkeergarage onder de Place Rapp binnen. We hebben dan 113 km op onze dagteller staan. De parking kost ons 10 FF en we bezoeken Colmar (de oude stad) tot 16.25 u. Tijdens ons bezoek vonden we in de rue Rapp (deze straat is gelegen rechts van het stadhuis) een restaurant dat geschikt is om er deze avond te gaan eten nl Aux Armes de Colmar. om 17.06 u en na 130 km zijn we terug aan het hotel. Hier betalen we voor vier overnachtingen en 2 x 4 ontbijten 900 FF. De wc- en doucheruimte is ruimer dan bij Première Classe en doet meer denken aan die van een Etaphotel.

Na het nemen van een douche en de nodige voorbereidingen te hebben gemaakt voor de trip van morgen, rijden we terug naar Colmar. We vinden een gewone parkeerplaats aan de Place Rapp. In restaurant Aux Armes de Colmar bestellen we een menu Pere Henri; voorgerecht: paté en croute, hoofdgerecht: sauerkraut met worst en als nagerecht: ijs. We bestellen daarbij een ½ liter Riesling en een ½ liter Badoit (263 FF).

Daar het ondertussen donker is geworden hebben we wat problemen om de weg terug te vinden maar na enkele straten hebben we de goede richting. We komen aan het hotel aan om 21.15 u. We hebben die dag 142 km afgelegd.

23.30 u: slapen.

Vrijdag 14 september 2001

06.30 u: opstaan.

08.10 u; vertrek – km-stand 10.106 – lichte regenval – in de voormiddag buiig maar na de middag meer zon.

Via de N 83 rijden we naar Houssen en voorbij Guermar via de A 35 – E 25 naar Obernai. Het is dan 09.09 u en hebben 47 km gereden. Obernai is een mooi stadje met veel vakwerkhuizen. Vandaag en ook de volgende dagen valt het ons op dat de meeste dorpen en stadjes in de Vogezen en de Elzas prachtig versierd zijn met bloemen. Ook Obernai doet hiervoor niet onder. We betalen 10 FF parkeergeld en kopen in een winkel voor 23 FF fruit.

Vanaf hier volgen we een route die we in een oude toeristische gids vonden. Om er geen snelheidwedstrijd van te moeten maken hebben we de route over twee dagen gespreid. Dit kon gemakkelijk door het feit dat het punt waar de helft van de route bereikt wordt in de buurt van ons hotel ligt.

Hierna volgt de wegbeschrijving:

Om 10.23 u en na 64 km bereiken we Mont St. Odile en het aldaar gelegen klooster. Het klooster werd gesticht door St. Odile op het einde van de 7de eeuw. Hij overleed in 720. De bedevaartplaats werd door veel keizers en pausen bezocht. Van hier uit heeft men een prachtig uitzicht op de omgeving. Wel begint het te regenen op het moment dat we daar zijn. We zetten onze tocht verder om 10.45 u

Om 12.03u en na 111 km bereiken we het kasteel Hohköningsburg. ook hier heeft men een mooi uitzicht op de omgeving. Van hieruit is te zien dat in de Elzasvlakte de zon schijnt. We verbruiken 29 Ff voor een wandelstok, 2 FF voor het toilet en 11 FF voor een koffie. Hier komen ganse busladingen toeristen toe. Het kasteel bezoeken we niet en we verlaten de plaats om 12.30 u.

Zoals aangegeven in de routebeschrijving maken we een zijsprongetje naar het klein wijndorphe St.-Hippotyte. We besluiten er het middagmaal te gebruiken in het restaurant Au Rouge de St. Hippolyte. Lea bestelt worst met aardappelen en ik filet van gevogelte met spätsler (dit zijn kleine stukjes deegwaren die in kokend water gedompeld geweest zijn) en dit voor 136 FF (frisdrank in begrepen). We verlaten het restaurant om 13.52 u.

14.19 u a 14.47 u – 137 km: stop te Ribeauvillé (Rappoltsweier).

Tot 15.52 u – 142 km: stop te Riquewihr (Reichenweier). Dit stadje loopt proppensvol toeristen. Het heeft nog zijn versterkte muren. Hier zijn we toe aan een dessert. Op verschillende plaatsen hadden we het gerecht “Tarte Flambe” (Flammenkuche) zien aangekondigd staan. We denken dat dit een zoet gerecht is, maar de naam bedriegt. We bestellen in een restaurant elk een ‘Tarte Flambé” en krijgen tot onze verwondering een soort van pizza voorgeschoteld. Het gerecht smaakt goed maar amper enkele uren na het middageten hadden we toch liever iets zoets gegeten. De twee Flammenkuchen en twee koffie’s kosten ons 144 FF. Blijkbaar laat de toeristische trekpleister zich in de zakken van de bezoekers voelen.

Onderweg, bijna aan het einde van onze rondrit van die dag, stappen we een Intermarche binnen en kopen er 6 flesjes water, 4 appelflappen en 1 koffiekoek voor 22 FF. Via Ingersheim keren we terug naar Logelbach.

Het hotel bereiken we om 16.50 u en na 164 km (km-stand 10.276). Naast het hotel is er een zelfbediening-carwash. Ik spuit er de modder af van de wagen (15 FF).

Wegens de onverwachte overdaad eten we die avond sober op onze kamer de appelflappen en de koffiekoek op.

20.15 u: slapen.

Zaterdag 15 september 2001

06.00 u: opstaan. Ik maak een kleine wandeling rondom het hotel.

08.00 u – km-stand 10.276. Het is mooi weer maar licht nevelig en fris. We rijden terug naar Ingersheim alwaar we gisteren onze rondrit hebben afgebroken. Via Turckheim en vervolgens de D 11 rijden we naar Les Trois-Epis (Drei Aerhem). Het is dan 8.23 u en hebben 13 km afgelegd. Les Trois-Epis is een bedevaartplaats maar op dit uur van de dag is er nog maar weinig beweging te bespeuren in het dorpje dat op de top van een heuvel gelegen is. Via de Bärenstall, waarvan we geen enkele aanduiding vonden, en de Col du Wettstein (880 m) bereiken we om 09.00 u (27 km) het oorlogsmonument La Ligne. Het betreft een bewaard gebleven loopgracht (vergelijkbaar met de Dodengang te Diksmuide) uit de 1ste Wereldoorlog. Hier lag in 1915 de Duits-Franse frontlijn. Te zien aan de opschriften op de witte kruisen werden hier 15 a 20 jaar geleden nog militairen uit de 1ste Wereldoorlog begraven. In de omgeving van de loopgraven zouden er volgens waarschuwingsbordjes nog munitie en mijnen liggen.

09.23 u – 36 km: we bereiken het Lac Blanc, een meer gelegen op een hoogte van 1050 meter. Buiten een bus met Duitsers zijn we hier de enige bezoekers. De heuvels die het meer omsluiten geraken steeds meer omhuld in de wolken en wanneer we een iets hogere hoogte bereiken zitten we volledig in de mist. Een zijweg brengt ons naar het Lac Noir, gelegen op 950 meter hoogte. Hier moeten we terugkeren op onze stappen daar er geen doorgaande weg is.

09.40 u – 42 km: we bereiken de Col du Calvaire op een hoogte van 1134 meter. Het is mistig en er valt wat lichte regen. We volgen de Route des Crête, ook Vogesen-Kammstrasse genoemd. Deze weg werd tijdens de 1ste wereldoorlog aangelegd op ca 1000 meter hoogte als dwarsverbinding achter het Franse front. Hier moeten we de mooie vergezichten missen wegens de dichte mist (zicht 50 a 100 meter). We moeten trouwens tamelijk traag rijden door de beperkte zichtbaarheid en de talrijke haarspeldbochten.

10.29 u – 76 km: ongeveer 7 km voor de top van de Grand Ballon stoppen we even aan hotel-restaurant Wolf. De naam is goed gekozen want voor de ingangsdeur ligt een kanjer van een Duitse schaper de deur te bewaken. We verbruiken aldaar een warme chocomelk en een grote koffie (33 FF).

83 km: we bereiken de top van de Grand Ballon. Die ligt op een hoogte van 1360 meter (sommige bronnen spreken van meer dan 1400 meter). Eens we over de in de mist gehulde top zijn en we enkele 100 meters zijn afgedaald wordt de mist stilaan ijler. 11.20 u a 11.46 u: komen aan op de Hartmansweilerkopf (de Fransen noemen hem Vieille Armand) alwaar zich ook een Memoriaal 1914 – 1918 bevind ter nagedachtenis aan de 30.000 gesneuvelden. Achter het memoriaal bevind zich een uitgestrekt soldatenkerkhof. Het bezoek aan het memoriaal kost ons 2 x 12 FF.

12.30 u – 114 km: we komen aan in het stadje Thann en blijven er tot 13.25 u. In een bescheiden eetgelegenheid, uitgebaat door een Chinees koppel, eten we een sandwich merquez (pikante worst) en een sandwich met tonijn. We leren daar het verschil kennen tussen een gewone sandwich en een sandwich Americain. Deze laatste is een sandwich met friet. Samen met een cola en een fanta kost ons dit 47 FF.

Via de N 66 / E 12 en de N 83 keren we terug naar het hotel te Logelbach. Het is 14.03 u als we daar aankomen en hebben 158 km gereden. De kamer is echter nog niet klaar gemaakt maar geen nood want we willen nog naar Colmar voor een bezoek aan de stad. We vertrekken om 14.45 u. Colmar heeft een mooie oude stadskern met heel wat vakwerkhuizen. Ook hier zijn de huizen veelvuldig versierd met bloemen. In een parfumwinkel kopen we een geschenk voor Marijke (229 FF). We hebben de indruk dat het hier iedere dag markt is op de vele pleintjes van de stad want toen we hier twee dagen geleden waren was het er eveneens markt. In Café Leffe (met het embleem van brouwerij Leffe uit België) drinken we een koffie en een fruitsap (33 FF). Rond 18.30 u opent restaurant Aux Armes de Colmar in de rue Rapp (waar we voor twee dagen ook gegeten hebben) zijn deuren en stappen we binnen voor het avondmaal. Lea had bij ons eerste bezoek een gerecht zien opdienen in een grote ovalen stenen pot met deksel. De ovalen potten kunnen in alle souvenirwinkels in de streek gekocht worden. We doen navraag bij de patron welk gerecht dit was. Het blijkt Baeckaoffe (uitgesproken: bakeufe) te zijn, een één-pot-gerecht bestaande uit een drietal soorten vlees (o.a. varkens- en schaapvlees), groenten (vooral wortelen) en aardappelschijfjes. Een frisse salade wordt als aanvulling geserveerd. We drinken erbij een ½ liter Pinot blanc en een ½ liter Badoit. Als dessert bestellen we een Kougelhoff (een ijstaart in de vorm van een halve bol: een kogelhoop) overgoten met marc van Gewurzstraminer.

De wagen hadden we in de parkeergarage onder de Place Rapp geparkeerd en bij ons vertrek betalen we 30 FF. Om 21.00 u zijn we terug in het hotel. De terugweg, die ingewikkelder is dan de weg naar de stad toe, beginnen we nu al wat beter te kennen.

In totaal hebben we 168 km gereden. We gaan slapen om 22.00 u.

Zondag 16 september 2001

06.45 u: opstaan.

08.32 u – km-stand 10.444. Het is zwaar bewolkt en op het moment van ons vertrek is het nog droog. Onderweg begint het te regenen. We nemen de kortste weg naar Thann via de N 83 en de N 66.

09.24 u – 45 km: aankomst te Thann. Tanken 29,72 liter diesel voor 153 FF. We wachten nog even in het stadje onder het drinken van een koffie. We hebben namelijk ervaren dat in deze streek het meestal stopt met regenen en eventueel gaat opklaren rond 11.00 u. Om 10.00 u vertrekken we. Via de Route Joffre gaat het naar Masevaux en daar rechtsaf via de D 466 naar de Ballon d’Alsace. Ons vermoeden dat het in de loop van de voormiddag terug zou opklaren blijkt te kloppen. Het zicht is tamelijk goed hoewel de hoogste bergtoppen bedekt zijn met wolken. Net voor we de top van de Ballon d’Alsace bereiken krijgen we met mist af te rekenen. De top bereiken we om 11.10 u en na 87 km. De thermometer van de wagen geeft een signaal (gebeurt telkens als de temperatuur onder de 5 graden zakt). Het is amper 4 graden. We stoppen even en lopen een souvenirwinkeltje binnen. Lang duurt onze stop daar niet want mijn korte hemdsmouwen zijn niet gecshikt om het in deze temperatuur lang uit te houden.

We verlaten de Ballon d’Alsace langs de D 465 richting Saint-Maurice-s-Moselle en vervolgens gaat het via de E 512 naar Bussang. Hier bevind zich het ‘Theatre du Peuple”, gebouwd in 1895. Om het theater te bereiken moeten we de grote weg even verlaten en het dorpje Bussang binnenrijden. We volgen de schaarse richtingaanwijzers naar het theater en moeten daarvoor langsheen een smal weggetje rijden. Op het einde kom ik terug op de E 512 uit. We waren dus het theater voorbijgereden. We keren terug en na ca 100 meter bemerken we het houten gebouw, verstopt tussen het groen en de bomen. Ik parkeer de wagen op een drassige weide lang de overzijde van de straat die aangeduid staat als parkeergelegenheid voor de bezoekers van het theater. In het theater is men blijkbaar druk doende aan de voorbereidingen van een opvoering. Een van de medewerkers, een oudere man, zegt dat we even binnen een kijkje mogen nemen. Het theater is volledig in hout opgetrokken en straalt een bijzondere sfeer uit. Het rugpaneel achteraan op de scène, waar normaal het decor staat, kan bij goed weer volledig geopend worden zodat de bomen en het groen dan als decor fungeren. Onze stop duurt van 11.44 u tot 12.00 u en na 103 km gereden te hebben.

We zetten onze weg verder. In plaats van de D 512 te volgen komen we per vergissing op de D 13 bis terecht. Een vergissing die we ons niet beklaagd hebben. Te Wildenstein stoppen we aan de Auberge du Bramont. De auberge is gelegen op een plaats met een prachtig uitzicht op de vallei en de bergen. We gebruiken er het middagmaal van 12.40 u tot 13.30 u en na 130 km, bestaande uit een brochette, een forel, een cola en een spuitwater (159 FF).

Om 13.41 u bereiken we de Col du Gamont (656 m) en om 13.58 u en na 158 km de Col du Grosse Pierre (955 m). We komen aan in Gerardmer om 14.11 u. Hier stoppen we niet daar we reeds in dit vakantieoord waren en ook hier korten we een deel van de vooropgestelde route in. We rijden rechtstreeks naar Bruyeres.

Om 15.14 u en na 205 km rijden we Saint-Dié binnen. Even buiten St-Dié willen we een dessert gebruiken in een auberge. We zien een aanduiding naar Auberge du Moulin. Het betreft hier een zogenaamde ferme-auberge (boerderij en tevens auberge). Hiervoor moeten we een zeer smal en steil weggetje van 400 meter lang oprijden. Het is dan 15.22 u en na 211 km gereden te hebben. Hier moeten we van een kale reis terugkeren. Fransen hebben namelijk de gewoonte op zondag zeer lang uit te slapen en daarna de rest van de dag in een of andere eetgelegenheid door te brengen. Het is meestal een stuk in de namiddag wanneer ze aan tafel gaan en kunnen hun eetfestijn zo rekken tot 6 of 7 uur ’s avonds. De meeste restaurants zitten op zondag dikwijls vol en is het een onmogelijke zaak als toevallige passant er een of ander dessert te gebruiken.

16.00 u (tot 16.35 u): we bereiken de top van de Col du Bonhomme. In een restaurant aldaar gebruiken we 2 x koofie en 2 x een stuk bosbessentaart (79 FF). Terwijl we binnen zijn begint het hevig te regenen en later te hagelen. Na enkele minuten ligt de weg en de omgeving er wit bij.

17.10 u – 261 km: aankomst aan het hotel.

Om 19.00 u gebruiken we een lichte maaltijd in de ‘Buffalo Grill” (een nieuw soort restaurantketen in de zin van de McDonalsrestaurants). We verbruiken er een steak, een gerecht met kip, elk een stuk taart, een cola en een biertje voor 167 FF.

Maandag 17 september 2001

06.30 u: opstaan.

07.54 u – km-stand 10.706. Het is bewolkt en slechts 10 graden. De bagage is reeds voor het ontbijt in de auto geladen.

De Col du Bonhomme (949 m) rijden we over om 8.29 u en na 27 km. Het regent en er hangt mist.

Via St-Dié en de N 59 bereiken we Raon-l’Etappe om 09.19 u en na 71 km.

09.55 u – 90 km: tussen Allarmont en Vexaincourt stoppen we aan een winkeltje van juwelen gemaakt van mineralen. een hangertje met bladgoud kost ons 70 FF.

10.09 u – 99 km: Col du Donon (727 m). Hier stoppen we tot 10.34 u voor het drinken van ene koffie en een warme chocolademelk (25 FF).

11.11 u: we rijden door Mulbach en het begint op te klaren. Om 11.38 u en na 136 km komen we in de buurt van het kasteel en de waterval van Nideck. Vanaf de parking tot het kasteel en de waterval is het nog 20 a 25 minuten lopen. We zien hier vanaf wegens de drassigheid van het pad door de regenval van de laatste dagen.

12.08 u – 153 km: Col du Valsberg (652 m).

We rijden de wijk La Hoube van Dabo binnen en vinder er een geschikt restaurant om het middagmaal te gebruiken tot 13.14 u. Het restaurant kijkt uit op de merkwaardige rots waarop de kapel van St-Leon staat. Eerst kunnen we de kapel niet zien door de mist doch na een tijdje verdwijnen de wolken. Lea bestelt een dagschotel bestaande uit preskop als voorgerecht, sauerkraut met worst als hoofdgerecht. Ik bestel een soep en een kalkoengegrecht (samen 163 FF).

13.23 u: aankomst aan de kapel van St. Leon met prachtig uitzicht op de omgeving. De kapel zelf, waarvoor toegangsgeld moet betaald worden, bezoeken we niet. Op weg naar Lutzelbourg en Phalsbourg rijden we nog een hellend vlak (scheepslift) voorbij. Net zoals bij de Belgische scheepsliften moet men er hier ook een toeristische attractie van maken om het geheel economisch leefbaar te houden. Veel schepen worden er hier niet verplaatst met de lift.

Het is nog te vroeg om de autosnelweg op te rijden en ons hotel in Jouy-aux-Arches nabij Metz op te zoeken. We maken een omweg. Van Phalsbourg rijden we naar Petit Pierre alwaar we even uitstappen. We vertrekken daar om 15.11 u en na 207 km gereden te hebben. Hadden we in de Vogezen alle mogelijkheden om een auberge of iets dergelijks te vinden, in deze buurt hebben we alle moeite om op maandag een café open te vinden. Tenslotte vinden we op het dorpsplein van Sarre-Union een tooghangerscafé alwaar we vlug een koffie naar binnen werken. Het is dan 15.56 u en hebben 232 km gereden.

Verder gaat het via de N 61, de N 56 en even voor St. Avold rijden we de A 4 op richting Metz. Daar moeten we 2 FF en even verder 22 FF peage betalen.

17.20 u – 338 km: aankomst aan het hotel Premiére Classe te Jouy-aux-Arches (hetzelfde alwaar we de 1ste en de 2de nacht verbleven). We betalen voor 1 nacht en 2 ontbijten 225 FF. We krijgen een kamer op het gelijkvloers toegewezen en ik kan de wagen net voor de deur parkeren, wat het in en uitladen vergemakkelijkt.

De km-teller wijst 11.044 km aan.

In het Campanilerestaurant naast de deur gebruiken we 2 x een menu Tonus en een karaf (46 cl) roséwijn voor 194 FF.

Dinsdag 18 september 2001

07.38 u: alle bagage is reeds voor het ontbijt ingeladen en we vertrekken richting Gent.

Na 43 km krijgen we te maken met een file (net voor de Frans-Luxemburgse grens) van 8.12 u tot 8.30 u. Het probleem zit hem niet bij de grens maar wel bij de eerste afrit op Luxemburgs grondgebied (blijkbaar gaan veel Fransen uit het grensgebied daar werken). Vanaf km 50 kan er weer vlot gereden worden.

08.52 u – 66 km: we rijden Luxemburgstad voorbij.

09.25 u: vertrekken van de parking te Capellen (Lux) na een tankbeurt van ca 40 liter diesel voor 1100 BEF of LUF.

Verder nog slechts een kleine file op de Brusselse ring.

12.00 u – 342 km: rijden de snelweg af te Drongen-Baarle.

km-stand: 11.386 km.

Conclusie

Gedurende negen dagen hebben we 1.996 km afgelegd.

Het weer in de Vogezen was, tegenover het weer in België, vrij goed. De laaghangende bewolking beperkte af en toe het zicht. Regen viel er meestal ’s nachts. De vlakte van de Elzas was overwegend zonnig. De temperaturen waren langs de lage kant doch voelden normaal aan door het feit dat het bijna windstil was.

Het landschap van de Vogezen is prachtig. De streek combineert op het gebied van bouwstijl en gastronomie het beste van Duitsland en Frakrijk.

Niettegenstaande de Elzas vroeger Duits gebied was hebben we er nagenoeg geen Duits horen praten, met uitzondering van de Duitse toeristen. Toen ik aan de waard van het restaurant Aux Armes de Colmar vroeg of hij Duits sprak (zijn menukaart was tweetalig Frans/Duits- kreeg ik een beslist ‘non’ te horen. Ik ben dan maar bij die ene poging gebleven. Blijkbaar is de verfransing van dit gebied nog sneller gegaan dan bij ons in de Oostkantons waar men nu nog overwegend Duits spreekt.

Tijdens onze tochten in de heuvels van de Vogezen reden we dikwijls op verlaten wegen. Uitgerekend tijdens deze reis ging onze GSM stuk, nu we hem het meest nodig konden hebben. Ik heb ook geen idee hoe de bereikbaarheid (dekking) van een GSM is in dit gebied.

10-09-2001 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
09-09-2001
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE VOGEZEN 2001 deel 2
Klik op de afbeelding om de link te volgen






Colmar

09-09-2001 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
01-05-2001
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PARIJS 2001

PARIJS

1 TOT 6 MEI 2001

Dinsdag 1 mei 2001

Opstaan om 05.15 u. Vertrekken naar Godelieve en Lucien om 06.30 u. Kilometerstand 1.296. Temperatuur: ca. 12 graden.

Via de E40 en de E17 rijden we naar de grens met Frankrijk. Tussen 8.15 u en 8.45 u stoppen we te d’Assevillers (Peronne) voor het gebruiken van een ontbijt. Even voor Parijs betalen we 77 FF peage. Parijs bereiken we na 305 km omstreeks 10 u. Ik vergis me nog maar eens, zoals vorig jaar, van afrit en kom op de periferique terecht. We nemen de volgende afrit en keren terug op onze stappen. Vervolgens nemen we de afrit Porte de Bagnolet en komen op het goede kruispunt terecht. Vanaf nu is het een koud kunstje om het hotel te bereiken (inslaan in het straatje rechts van het Novotel, op het einde linksaf, aan het rond punt rechtdoor, aan het kruispunt ter hoogte van het hotel even recht door en het volgende kruispunt linksaf, op het einde van deze straat even terugkeren en de parking van Ibis en Etaphotel binnenrijden.) We verlaten de ondergrondse parking via de voetgangersingang die uitkomt naast de ingang van het hotel. We kunnen pas over onze kamers in Etaphotel beschikken vanaf 12 u. Eerst gaan we naar het metrostation Gallieni en kopen daar alvast onze 5-daagse abonnementen voor de metro (voor de 4 abonnementen betalen we 700 FF). In een klein warenhuis in de buurt kopen we wat croissants voor het middageten en een pakje boter(15 FF). Onze bagage halen we tijdens het wachten eveneens uit de wagen en we wachten aan de receptie tot de receptioniste stipt om 12 u in gang schiet. We krijgen de kamers 453 (voor ons – kijken uit op de achterzijde van het gebouw) en 456 (voor Godelieve en Lucien – kijken uit op de voorzijde) toegewezen. We betalen voor de twee kamers, de vijf overnachtingen en de 5 x 4 ontbijten samen 3.280 FF. Na de bagage naar de kamer te hebben gebracht en er ook gegeten te hebben vertrekken we met de metro naar de Arc de Triomphe. Na er even te hebben rondgekeken rijden we gebruikmakend van de RER naar de Grande Arche. In de McDonalds aldaar drinken we een koffie en een cola (12 FF). Om naar het panorama boven op de Grande Arche met de lift te gaan betalen we 2 x 33 FF (vermindering op vertoon van het metroabonnement.) Het zicht boven is uitstekend, dit in tegenstelling met het mistige weer van vorig jaar. Eens terug beneden lopen we de Esplanade te voet naar beneden en nemen daar de metro naar Trocadero. Van daar heeft men een goed uitzicht op de Eiffeltoren. We keren terug naar het hotel via de metro lijn 6 tot Nation, de lijn 2 tot Pere Lachaise en de lijn 3 tot het eindstation Gallieni. We zijn terug in het hotel om 18 u. Tijdens een van de ritten met de metro kunnen we genieten van een poppenspeler. Om 19.30 u gaan we eten in het nabij gelegen Campanile. We eten er samen 3 x speciaal buffet (93FF x 3), 1 x formule tonus (82 FF), 2 x een karaf van 46 cl rode wijn (31 FF x 2) en een ½ liter plat water (14,50 FF): samen 434 FF.

Rond 21.30 u gaan we slapen.

Woensdag 2 mei 2001

Opstaan om 6 u en ontbijten om 7.30 u. We verlaten het hotel om 8.45 u en rijden we met de metro naar Les Invalides. Het museum en de dom zijn nog niet open en tijdens het wachten drinken we in de cafetaria elk een koffie (voor de 2: 15 FF). De ingang voor het Legermuseum en het bezoek aan de dom waarin Napoleon begraven ligt kost ons 2 x 40 FF. Eerst bezoeken we het museum en vervolgens de dom.

Met de metro gaat het dan naar het Forum Des Halles en brengen we een bezoek aan het winkelcentrum. Daar vinden we een geschikte plaats om er sandwiches te eten ( 2 met tonijn = 86 FF en 1 met mozzarellakaas = 37 FF.) We eten van 12 u tot 12.45 u. Na de middaglunch nemen we de metro naar de Catacomben. Ter plaatse stellen we vast dat deze wegens restauratie gesloten zijn. We verplaatsen ons dan maar naar het Rioolstelsel en betalen voor een bezoek hieraan 2 x 25 FF. Daarna nemen we de metro naar de Galerie Drouot waar we even in de verkoopzalen rondlopen. Te voet gaan we naar de Galeries Lafayette en kopen er een geschenkje voor Marijke (parfum – 225 FF). Tevens bewonderen we het prachtige gebouw waarin het warenhuis is ondergebracht. We pogen nog in de buurt de Opera te bezoeken doch hiervoor zijn we te laat. We keren dan maar terug naar het hotel alwaar we in de buurt enkele inkopen doen in de Auchan (8 cola’s van 50 cl en enkele potjes yoghurt, samen 45,85 FF.)

Het avondeten in Campanile kost ons voor 2 personen 205,5 FF.

Donderdag 3 mei 2001

Opstaan om 06.15 u en ontbijten om 07.30 u.

Omstreeks 9 u vertrekken we van het hotel. Het regent vrij hevig en zal dit de ganse voormiddag blijven doen. We stappen uit de metro aan de halte Bir Hakeim in de buurt van de Eiffeltoren. Wegens het regenweer drinken we eerst een koffie en een warme chocomelk in een café in de buurt van de halte. De Seine staat abnormaal hoog en de wegen langs beide zijden van de stroom staan deels onderwater. Het verkeer is er niet toegelaten. De Batobus is blijkbaar niet in gebruik daar de zes aanlegsteigers onderweg door het hoge water niet bruikbaar zijn. We nemen dan maar een ander boot. Deze kost ons 2 x 50 FF. Na de boortocht op de Seine, die bovendien sterk is ingekort wegens te sterke stroming van het water, bezoeken we de Notre Dame. Pas op het middaguur zal het ophouden met regenen maar het blijft bitter koud voor de tijd van het jaar. Na de Notre Dame wandelen we het Joods kwartier achter het stadhuis van Parijs binnen en in de pitazaak waar we vorig jaar een avondmaal gebruikten bestellen we nu een middagmaal (2 x Pita Mergues = 2 x 40 FF en 2 x 15 FF voor het drinken). Na het middageten lopen we even lang het Centre Pompidou en maken vervolgens een wandeling rond het eiland in de Seine waarop de Notre Dame staat. Het anders zo mooie parkje op het uiteinde van het eiland staat nu deels onderwater. Het oud cafeetje dat we vorig jaar aandeden zit stampvol zodat we er niet meer bij kunnen. De overdekte bloemenmarkt doen we aan waarna we besluiten het wassenbeeldenmuseum Grevin te gaan bezoeken. Ook daar moeten we vaststellen dat het museum gesloten is wegens restauratie. We lopen dan maar de winkelgalerijen in de buurt door (aan weerszijden van de Boulevard Hausmann). Tenslotte keren we terug naar het hotel alwaar we om 19.30 u zoals gebruikelijk het avondmaal gebruiken in Campanile.

Vrijdag 4 mei 2001

Opstaan om 6.15 u en gaan eten om 7.20 u.

Om 8.30 u vertrekken we met de metro naar Montmartre en stappen uit aan de halte Blanche. Te voet wandelen we de helling op naar Place du Tertre en brengen een kort bezoek aan de Sacre Coeurbasiliek. Te voet dalen we de Square Wilette af en gaan we naar de metrohalte Anvers. Van daar rijden we naar de Basiliek van Saint-Denis, de begraafplaats van heel wat Franse koningen en koninginnen. Het bezoek aan het koor met de graven in de basiliek kost 2 x 36 FF. In de buurt is het er zeer druk daar het net marktdag is. We zoeken een eetgelegenheid en we vinden er een die geschikt is in een klein Grieks-Turks restaurant. We verbruiken er voor 2 personen 76 FF. Na het middageten stappen we terug in de metro en rijden we naar de Opera. Het prachtige gebouw bezoeken we er voor 2 x 30 FF. Buiten is het nog steeds bitter koud voor de tijd van het jaar. Met de metro gaat het vervolgens naar de Gare du Nord om even de sfeer van het groot station op te snuiven en de aankomst en vertrek van de TGV’s eens te bekijken. We zijn terug in het hotel om 16.45 u.

Het gebruikelijke avondmaal in Campanile kost ons slechts 164 FF voor twee personen daar we achteraf vaststellen dat de kelner zich vergist heeft en één menu en een fles water niet heeft aangerekend.

Om 21.30 u gaan we slapen. Het heeft de ganse dag niet geregend maar het was wel koud.

Zaterdag 5 mei 2001

Opstaan om 6.15 u en ontbijten om 7.20 u.

Omstreeks 8.30 u vertrekken we naar de Porte de Clignancourt meer bepaald naar de marché au pouches. Daar lopen we tussen de kleine antiekzaakjes tot omstreeks 11 u. Op terugweg naar de metrohalte drinken we in een McDonalds een koffie en een warme chocomelk voor 14 FF. Met de metro gaat het dan naar de halte St Germain des Prez in de buurt van de Moulin Rouge en wandelen van daar naar de Jardin de Luxemburg. Op het einde van het park vinden we op weg naar het torengebouw, de Tour de Montparnasse, een geschikte gelegenheid om te eten (3 sandwiches en 2 frisdranken = 104 FF). Ook vandaag is het bitter koud en wanneer we na het eten wat opgewarmd zijn brengen we een bezoek aan het kerkhof van Montparnasse. We lopen even langs de graven van Serge Gainsbourg, Adolphe Pegoud en Saint-Sance. Met de metro gaat het dan naar de Eiffeltoren met de bedoeling deze te bezoeken maar eens daar aangekomen bemerken we dat niettegenstaande het koude weer er een ellenlange rij staat aan te schuiven voor een bezoek. Het koude weer is niet van die aard om een langdurige aanschuifbeurt gezellig te maken en zien we dus af van een bezoek. We keren daarop terug met de metro naar de Tour de Montparnasse en bezoeken er de 56ste en de 59ste (hoogste verdieping in openlucht). Normaal kost dit bezoek 49,50 FF/per persoon maar met ons metrobiljet mag er per betalende bezoeker één persoon gratis naar binnen. Op de 56ste verdieping genieten we van het prachtige uitzicht op Parijs en kunnen we ons gelukkig prijzen dat we dit kunnen doen vanachter het raam. Op de Eiffeltoren zou het daarentegen een stuk frisser geweest zijn. Even lopen Lucien en ik tot op de 59ste verdieping in open lucht en verwonderen we er ons over dat het hier niet harder waait. In de cafetaria op de 56ste verdieping drinken we 2 grote koffies en verbruiken we 2 stukken flantaart voor 80 FF.

Het avondeten in Campanile kost ons 205 FF voor twee personen.

Zondag 6 mei 2001

Opstaan om 06.30 u en eten om 7.20 u. Vooraf breng ik reeds het grootste deel van onze bagage naar de wagen. Na het ontbijt is de bagage van Godelieve en Lucien aan de beurt. Nadat we de kamer hebben vrijgemaakt en de badges aan de receptie hebben afgegeven gaan we te voet (ons metroabonnement is sinds gisteren afgelopen) naar het kerkhof Pere Lachaise. Op zondag opent het kerkhof pas om 9 u (tijdens de week om 8.30 u). We zijn 5 minuten te vroeg en van zodra de poort wordt geopend stappen we binnen om een bezoek te brengen aan de voornaamste graven. Om 11 u verlaten we het kerkhof en op terugweg naar het hotel stappen we een café binnen en drinken er een koffie en een warme chocolademelk voor 38 FF.

In het Ibis hotel betalen we de parking, voor 5 dagen 334 FF. Zonder problemen verlaten we de parkeergarage en vinden we de juiste weg naar de A3 en de A1. Het is wel druk op de snelweg doch geen filevorming. Omstreeks 12.30 u stoppen we op de stopplaats te Peronne en tanken er voor 176 FF diesel. Ook daar gebruiken we het middagmaal. Voor Lille betalen we voor peage 77 FF. Omstreeks 15 u komen we aan te Drongen alwaar ik een laatste keer tank voor 190 BEF.

BESLUIT

Voor ons zaten er slechts een tweetal nieuwigheden in de uitstap (Tour de Montparnasse, bezoek aan de Opera en bezoek aan de Basiliek van Saint-Denis). De metro blijft nog steeds een boeiende bedoening. Daar we vorig jaar in dezelfde periode vrij mooi weer hadden viel het koude en vochtige weer dit keer sterk tegen.

01-05-2001 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (0)
10-02-2001
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TURKIJE 2001 deel 1

Turkije

Antalya en Cappadocie

10 tot 17 februari 2001

Wat vooraf ging

Het was zowat 25 jaar geleden dat we beroep deden op een reisagentschap om een reis te plannen. In december 2000 stapten we het reisbureau Flash Travel in de Rondehuisjesdreef 1a te Drongen (uitgebaat door Kim Van Den Bos) binnen. We hadden toen reeds onze keuze gemaakt in een brochure van JetAir. Het zou Antalya in Turkije worden. Daarbij lieten we ons vooral leiden door de prijs (goedkoop), de te verwachte temperaturen in de maand februari, de natuurfenomenen en het culturele aspect. De reis zou doorgaan van zaterdag 10 tot zaterdag 17 februari 2001. We kiezen bewust voor een hotel buiten categorie dat gelegen is in het oude stadsgedeelte van Antalya. Daarnaast zullen we een driedaagse rondrit maken doorheen Cappadocië.

Op maandag 5 februari loop ik het reisagentschap binnen en kan ik mijn vliegtuigbiljetten en andere papieren in ontvangst nemen. Het vertrek is voorzien voor zaterdag 10 februari met het vliegtuig van 06.55 u in Zaventem. Op donderdagavond 8 februari krijgen we een telefoontje van Kim dat het vliegtuig pas zal vertrekken om 11.25 u. We moeten ter plaatse zijn om 10.00u. Indien we moesten vertrekken om 06.55 u zouden we reeds om 05.00 u moeten aanwezig zijn op de luchthaven. Een trein konden we dus niet nemen en de afspraak was dat Marijke ons met de wagen naar de luchthaven zou brengen. Godelieve zou met ons meegaan zodat Marijke niet alleen naar Gent moest terugkeren. Doordat het vliegtuig later vertrok konden we wat langer slapen en konden we gebruik maken van de spoorweg om in Zaventem te geraken.

De valiezen waren reeds in de loop van de week klaargemaakt en op onze personenweegschaal gewogen. Per persoon mag 15 kg bagage meegenomen worden. Het grootste valies weegt enkele grammen teveel en het kleinere valies enkele grammen minder dan 15 kg. We zijn dus juist aan de limiet van 30 kg voor ons twee. Naast de valiezen neemt Lea een tas als handbagage mee en ik mijn tas met videocamera.

Zaterdag 10 februari 2001 – 1ste dag

Ik heb mijn wekker om 06.00 u ingesteld maar in het vooruitzicht van de reis ben ik al wakker om 05.15 u en stap ik uiteindelijk uit bed om 05.30 u. We hebben dus nog ruim de tijd om een verfrissende douche te nemen en rustig ons vertrek voor te bereiden.

Even voor 07.00 u brengt Marijke ons met de wagen naar het Sint-Pietersstation en parkeert deze op de kiss-and-ridestrook. Marijke helpt ons om de valiezen naar het perron 11 te brengen nadat we ons treinbiljet hebben gekocht dat we betalen met mister-cash. Daar nemen we afscheid. Wegens de zaterdag is het nog vrij rustig in het station. De trein rijdt een ruime tijd op voorhand het station binnen en we kunnen op ons gemak plaatsnemen. We vertrekken om 07.24 u. We zullen dus ongeveer een uur te vroeg zijn op de luchthaven maar we hebben bewust deze trein genomen omdat die rechtstreeks naar de Nationale Luchthaven gaat zonder overstappen in Brussel. In onze wagon zitten er nog enkele andere personen die duidelijk dezelfde richting uitgaan, wat te zien is aan de labels van JetAir aan hun valiezen. Rond 09.00 u komen we aan in het station van de luchthaven, gelegen onder het luchthavengebouw. In de vertrekhal bekijken we het grote bord waarop de vertrekuren vermeld staan. Daar bemerken we al dat onze vlucht vertraging heeft en pas om 11.45 u aangekondigd is. Enkele weken terug hebben we de luchthaven verkend en kunnen dus probleemloos de balie van JetAir (bij het binnenkomen van de vertrekhal links) terugvinden. Een steward van JetAir verwijst ons naar de incheckbalies zonder echter op ons vliegtuigbiljet telkijken. We gaan maar onmiddellijk aanschuiven om onze valiezen kwijt te raken. Er staat een zeer lange rij voor de twee aangeduide balies en na enkele minuten dringt het tot mij door dat dit toch niet de goede rijen zijn waar wij staan aan te schuiven. Het nummer van de vlucht en de vliegtuigmaatschappij kloppen niet met wat er op mijn ticket staat. In die rij staat een Drongenaar aan te schuiven en ik heb nog een kort gesprek met hem. Plots verschijnt op de borden van de twee nevenliggende balies ons vluchtnummer (LFA304) en de juiste vliegtuigmaatschappij (Air Alfa). Dan maar vlug naar de andere rijen overgestapt. Wij zijn bij de eersten die kunnen inchecken en krijgen als zetelnummers 6 E en 6 F. Ik schat in dat, indien er zes zetels zijn per rij, een van onze zetels zich naast het raam zal bevinden. Onze valiezen zijn we al vlug kwijt (zonder problemen met het gewicht – op enkele grammen kijkt men nu ook weer niet) en hebben we onze instapkaart op zak. Daar we nog ruim tijd hebben lopen we een zelfbediening binnen waar enkel “vertrekkers” binnen mogen, na eerst de pascontrole gepasseerd te hebben. We drinken er elk een koffie en eten enkele broodjes (300 BEF) (we weten niet wanneer we nog iets tussen de tanden zullen krijgen). Daar ik enkel 100 en 50 US dollarbiljetten op zak heb en we in Turkije liefst met gepast geld ons visum moeten betalen (10 dollar per persoon), tracht ik nog aan een wisselloket een biljet van 50 dollar te wisselen in kleinere coupures. Dit lukt mij niet maar ik kan wel twintig dollar kopen of omwisselen met Belgisch geld. Na even naar de vertrekkende vliegtuigen te hebben gekeken passeren we de veiligheidscontrole. Ik herinner mij op dat ogenblik dat ik jaren geleden in Engeland een probleem had bij het voorbijgaan van de detectorpoort van de ferryboten. Ik had toen namelijk twee geldbeugels bij mij waarin een stalen veer zat. Bij het passeren van de poort ging het alarm af en na enig zoeken kwam ik pas tot het besef wat hiervan de oorzaak was. Ik breng dit voorval bij Lea nog eens in herinnering en vergeet daarbij dat ik in mijn broekzak net zo’n ding zitten hebben… resultaat: het alarm ging terug af. Dus jas uitgespeeld, de sleutelbos en de geldbeugel uit de zakken gehaald en ook de videocamera gaat door een speciaal detectortoestel. Uiteindelijk zijn we dan toch door de veiligheidspoort geraakt. Om de instapplaats (de poort of gate) te bereiken moeten we een eindje lopen, wat vlug gaat als men gebruik maakt van het ‘rollend voetpad”. Buiten is het zeer zonnig, geen wolkje aan de lucht en er is een goed zicht. Ganse drommen in het wit geklede mannen en vrouwen, uit een of ander Magreb-land lopen ons voorbij. Op hun kledij dragen zij een rood vlagje met links een witte ster en rechts een halve maan (het omgekeerde van de Turkse vlag). Ik vermoed dat ze op weg zijn voor een bedevaart naar Mekka. Na nog een lange tijd in de zetels te hebben gewacht mogen we het vliegtuig instappen. Ondertussen is het voorziene vertrekuur reeds lang verstreken. Het is dan 12.35 u. Bij het binnenkomen van het vliegtuig bemerken we al vlug dat Alfa Airlines een Turkse chartermaatschappij is. Per rij zijn er twee maal drie zetels. Ik zit, zoals ik vermoed had, aan het raam op de 6de rij. Van een van de laatste passagiers die aan boord komt herken ik het gezicht. Hij draagt een korte grijze baard en halflange grijze haren. Ik moet niet lang nadenken om te weten wie hij is. Ik heb geen goed cijfergeheugen maar kan mij soms jaren later nog gezichten herinneren. Na nog eens goed gekeken te hebben ben ik er zeker van dat het Fons Oerlemans is. Hij was het die jaren geleden de Atlantische Oceaan overstak met een vlot. Hij liet zich daarbij inspireren door de tocht van de Ra, een vlot bestaande uit papyrusstengels, ondernomen door Thor Heyerdahl. Een latere poging met een varende fles mislukte. Wie weet dat Oerlemans niet in hetzelfde hotel logeert van ons.

Het is 12.50 u wanneer het vliegtuig loskomt van de grond. Na ongeveer 45 minuten wordt een bescheiden voorverpakte maaltijd opgediend. Nog maar best dat het geen copieuze bedoening geworden is want de ruimte tussen de zetels is vrij smal. Wanneer ik het uitklaptafeltje naar beneden laat zit ik zowat geklemd tussen het tafeltje en mijn zetel en krijg ik een gevoel van een sardien in een blikje. Maar met enig gewriemel kan ik toch het voedsel naar binnen werken. Naast Lea zit een vrouw van Turkse origine van middelbare leeftijd. Zij zit in de zetel naast de middengang. Haar Turkse echtgenoot zit langs de andere kant van de gang. Zij is blijkbaar afkomstig van het Franssprekende gedeelte van België daar ze geen woord Nederlands kent maar haar wel probeert verstaanbaar te maken in gebrekkig Frans. Zij vertelt aan Lea dat het misschien al de 20ste keer is dat ze vliegt maar dat ze nog steeds vliegangst heeft. Zij zijn op weg naar familie in de buurt van Antalya en zullen daarna doorreizen naar Istamboel. Daar zal zij een geneesheer raadplegen omdat zij problemen heeft met haar linkeroor. Blijkbaar heeft ze, net als wij, meer vertrouwen in de dokters van eigen origine.

Na ongeveer één uur vliegen, we zien nagenoeg altijd de begane grond daar er geen wolken zijn, overvliegen we de Alpen. De aanblik van de besneeuwde bergtoppen is gewoon prachtig. De vlucht duurt 3 uur en 45 minuten. Eens de Alpen voorbij zijn is er nog weinig van de grond te zien wegens een dik wolkendek. Pas wanneer we over Turkije vliegen hebben we terug zicht op het landschap. Ondertussen verzetten we onze uurwerken (in Turkije is het één uur later) en is Lea ijverig bezig de kruiswoordraadsels in haar dik puzzelboek, die voor ze voor deze gelegenheid heeft gekocht om haar lichte vliegangst te vergeten, in het invullen. Na even rond de luchthaven van Antalya te hebben gevlogen landen we veilig en wel om 16.40 u Belgische tijd of 17.40 u Turkse tijd. Tijdens het landen was het reeds aan het deemsteren en eens op de begane grond is het volledig donker. De luchthaven van Antalya geeft een verlaten aanblik op dit uur van de dag en in dit seizoen. Het is een zeer modern gebouw dat er duidelijk op berekend is om in de toekomst veel toeristen te ontvangen. Ook moet het hier tijdens de zomer behoorlijk druk zijn. Het uitchecken verloopt vlot en ons visum (10 dollar/pp) hebben we vlug in handen. Dit laatste heeft weinig met controle op de reizigers te maken maar is eerder een commerciële zaak. Onze valiezen krijgen we zonder problemen in handen (we hadden voor alle zekerheid onze kledij over de twee valiezen verdeeld voor het geval er één valies zou zoek geraken). Aan de uitgang van het luchthavengebouw staan twee hostesses van JetAir die ons de eerste aanwijzingen geven. Het voelt hier aan alsof het een mooie warme lenteavond bij ons thuis is. Wij worden verwezen naar een klein busje (type minibus) even verderop. Eens we in het busje zitten en de bagage is ingeladen komt één van de hostesses ons verwelkomen en stopt ze ons een omslag in de handen waarop staat dat zij ons morgen om 11.15 u zal komen opzoeken in het hotel en met in de omslag het programma en vertrekuur voor de Cappadociërondreis. Ze maakt ons ook duidelijk dat we meteen miljonair geworden zijn want 1 miljoen Turkse Lira of Pond is gelijk aan 70 BEF. Het zal dus even wennen worden wat betreft het omgaan met al die nullen van het Turks geld. Na de korte begroeting vertrekken we richting hotel maar daar het reeds donker is kunnen we geen goed beeld krijgen van het moderne stadsdeel van Antalya. Uiteindelijk komen we, na een 20-tal minuten, in de oude wijk terecht van de stad die de naam draagt van Kaleici. Inzake uitzicht is deze wijk best vergelijkbaar met ons Patershol met zijn nauwe straatjes en oude, soms vervallen, huizen. Het is onmogelijk met een gewone autobus in dit stadsdeel te rijden, de straten zijn nauwelijks iets breder van een gewone wagen. Het afslaan op een van de kleine kruispuntjes vergt enige rijkunst. De smalle en karig verlichte straatjes wekken verwondering en vraagtekens op bij de acht inzittenden van het busje. Velen vragen zich af waar ze zullen terechtkomen.

Om 18.40 u stoppen we voor het hotel Alp Pasa. Het hotel heeft zijn naam niet gestolen. De eerste aanblik is gewoon overweldigend. De feeërieke verlichting en het oude maar prachtig gerestaureerde gebouw roept een romantische en oosterse sfeer op. Het hotel bestaat uit een drietal oude Ottomaanse woningen die samengevoegd werden. De kamers zijn bijna allemaal verschillend van grote en vorm. Ze hebben geen kamernummer maar dragen elk de naam van een sultan (soms moeilijk om te onthouden of wanneer men de naam om een of andere reden aan de receptioniste moet mededelen – onze kamer noemt Sultan Selim Yavuz). Vanaf de straat komt men via een van de twee toegangspoortjes op een gezellige binnenruimte in open lucht. Midden die ruimte is een klein zwembad dat ’s avond verlicht is. Ook daar (in open lucht maar onder een vooruitstekend deel) wordt het buffet klaargezet en maken de twee koks de warme gerechten klaar. Wanneer het niet te koud is kan men op deze binnenkoer eten, anders kan men terecht in het verwarmde restaurant binnen. Het valt ons onmiddellijk op dat de lichtdensiteit veel minder is dan dat wij gewoon zijn. Alle ruimtes en kamers zijn veel schaarser verlicht dan bij ons. Ook in de luchthaven liet men niet alle aanwezige lampen branden.

Aan de receptie vinden we naast een Turkse receptioniste ook nog een Nederlandstalige (Vlaamstalige) jonge dame. Later vraag ik haar van waar ze afkomstig is en blijkt dat ze geboren is in Dendermonde. De uitbater van het hotel is een Turkse Nederlander die regelmatig eens over en weer vliegt naar Amsterdam. Bij het inchecken krijgen we een soort kredietkaart waarmee we onze verbruikte dranken kunnen laten registreren om dan later, bij ons vertrek, te betalen. Blijkt dat we hier niet kunnen betalen met Visakaart maar wel met een Eurocheque. Ik wissel aan de receptie 50 US dollar en krijg er niet minder dan 33,2 miljoen Turkse Lira (TL) voor in de plaats. Onze valiezen worden naar onze kamer gebracht op de tweede verdieping. Het is een kamer van middelmatige grootte waarin nog een derde enkel bed staat dat goed van pas komt om er onze valiezen op kwijt te kunnen. De kamer kijkt uit op de binnenkoer met het klein zwembad en heeft een klein balkon die langs die kant uitgeeft. Na even aan ons verblijf te hebben gewend probeer ik eerst nog, met de telefoon op de kamer, naar Marijke te bellen. Die is echter niet te bereiken, noch thuis, noch op haar GSM. Ik bel dan maar naar Godelieve en Lucien om te zeggen dat we goed zijn aangekomen. Zij zullen dan verder Marijke verwittigen. Reeds op de luchthaven had ik moeten vaststellen dat mijn GSM hier niet werkt (de mijne werkt op 1800 MHz en hier werkt men nog met 900 MHz). Lea is de eerste om een douche te nemen maar komt tot de vaststelling dat er alleen koud water uit de kraan komt (iets wat de dag nadien op mijn vraag in orde gebracht wordt). Na mijn koude douche is het hoog tijd om te gaan eten. We stappen het schaars verlicht restaurant binnen en nemen plaats aan een tafel. De twee kelners komen zich voorstellen en zeggen hoe ze heten (de namen ben ik vergeten). Eén vraagt van waar we afkomstig zijn en wanneer we zeggen Belgen te zijn (van de Vlaams-Waalse problemen heeft men hier blijkbaar nog niet gehoord), zet hij prompt een Belgisch vlaggetje op onze tafel. Dit schijnt hier in dit hotel een traditie te zijn. De kelners zijn zeer los in de omgang en maken af en toe grapjes. We drinken elke een martini (veel keuze van aperitief is er niet – bvb geen porto) en bestellen voor bij het eten elk een halve liter plat water. Het buffet staat klaar op de binnenkoer, we moeten telkens vanuit het restaurant even naar buitenlopen naar de klaarstaande schotels. Eerst is er een ruime keuze uit voorgerechten (waarvan veel rauwe groenten en ook een heerlijke soep). Vervolgens komt het warme hoofdgerecht aan de beurt (keuze uit een vijftal warme gerechten) om dan af te sluiten met de beroemde overheerlijke zoete Turkse gebakjes en nagerechten zoals die ook bij ons in Turkse bakkerijen te vinden zijn.

Na het eten maken we een korte wandeling in de betoverende smalle en schaarverlichte straatjes in de buurt van het hotel tot 21.45 u. Omdat het kraantjeswater niet drinkbaar is koop ik nog twee flessen plat water in een winkeltje in de buurt. De vrouw verstaat geen woord Engels, Frans of Duits maar met de internationale gebarentaal lukt het ook. Ik betaal voor de twee grote flessen water 500.000 TL. Na nog even onze valiezen herschikt te hebben gaan we om 22.00 u slapen.

Zondag 11 februari 2001 – 2de dag

Half slaperig hoor ik om 06.00 u van op de omliggende minaretten (en er zijn er heel wat) de oproep tot het ochtendgebed. Vroeger klom de muezzin nog zelf in de minaret maar nu gebeurd dit doormiddel van een micro onderaan de minaret waarbij dan de oproep tot het gebed doorheen luidsprekers schalt.

Om 06.30 u sta ik op en kruip onder de, nog steeds, koude douche. Pas later merk ik dat uit de kraan van de lavabo wel warm water komt. Nadat ik dit euvel die morgen kenbaar gemaakt heb zal dit ’s avonds verholpen zijn. Terwijl Lea aan de beurt is voor de frisse wasbeurt maak ik een korte wandeling in de nog stille straatjes rond het hotel. Daar de temperatuur goed is, en met een trui aan, kunnen wij buiten ontbijten. Er zijn diverse soorten brood (de soorten die bij ons ook verkrijgbaar zijn in Turkse bakkerijen), allerhande soorten toespijs, confituur, gebakken eieren, pannenkoeken, koffie en thee. Het vers geperst sinaasappelsap moet wel afzonderlijk betaald worden.

Na het ontbijt maken we een wandeling naar de oude haven van Antalya. Bij het buitenkomen van het hotel rechtsaf en amper 300 meter van het hotel verwijderd. In een van de straatjes vind ik een winkeltje met toeristische informatie. Ik vraag er naar een stadsplan van Antalya maar de man zegt mij dat hij er zonder zit. Hij verwijst mij naar een collega een straat verder. Wanneer we daar aankomen staat die reeds klaar in de deuropening met het stadsplan in de hand (ze hadden blijkbaar reeds naar elkaar getelefoneerd). Uiteraard maakt hij van de gelegenheid gebruik om wat publiciteit te maken voor de uitstappen doorheen de streek die men bij hem kan boeken. Het valt op dat iedereen hier zeer vriendelijk is, zelfs wanneer men niets koopt.

Tegen 11.00 u zijn we terug in het hotel en stipt om 11.15 u is de hostess van JetAir aanwezig. We krijgen iets te drinken aangeboden. De nieuwe gasten worden verwelkomt en krijgen wat uitleg over de stad, de bevolking, de gebruiken en voor diegenen die morgen naar Cappadocië vertrekken worden de nodige afspraken gemaakt. Onder de nieuw gasten is ook Fons Oerlemans met zijn Nederlandse echtgenote (waarmee hij de oceaantocht ondernam). Fons vraagt aan de hostess waar hij een stadsplan kan bekomen en aangezien ik de weg weet ga ik met hem op stap om hem de weg te wijzen. Uit het gesprek dat ik onderweg met hem voer blijkt dat zijn (vroegere) bekendheid hem geen parten speelt. Het is een eenvoudig man met een open verdraagzame geest die zich voor de streken die hij bezoekt interesseert. Later op de dag heb ik met hem, wanneer ik hem en zijn echtgenote in een van de straatjes tegenkom, nog een boeiend gesprek.

Het vertrekuur naar Cappadocië is vastgesteld op 07.10 u. De hostess maakt de nodige afspraken met de receptie om voor morgenochtend lunchpakketten klaar te leggen (het ontbijt begint pas vanaf 07.30 u). Ze geeft ons ook haar GSM-nummer waarop zij dag en nacht te bereiken is in geval van problemen.

Tijdens de ontmoeting met de hostess leren we een koppel (Carine en Piet) kennen afkomstig uit Lokeren. Zij gaan mee naar Cappadocië (Oerlemans niet) en we besluiten zoveel als mogelijk samen te blijven.

Ondertussen is het tijd voor het middageten. Dit wordt opgediend (dus geen buffet) en bestaat uit een slaatje, een warm hoofdgerecht (kip, groenten, rijst en enkele frietjes) en een bescheiden dessert.

Een koppel dat hier reeds een week is en de rondrit door Cappadocië meemaakte geeft ons enkele wenken: een paar extra warme sokken meedoen voor in de Houten Moskee – omdat de grond ondanks de tapijten er koud aanvoelt).

Na het middageten maken we (zonder Carine en Piet) een wandeling naar de Hadrianuspoort (genoemd naar de Romeinse keizer Hadrianus), amper 150 meter van het hotel gelegen. Deze poort is gelegen aan de voornaamste laan van Antalya: de Ataturklaan (genoemd naar de stichter van de moderne Turkse staat, in 1923, Mustafa Kemal Ataturk). Deze laan is in het midden beplant met hoge palmbomen. Er loopt een tram via deze laan (enkel spoor – van het ene eindstation tot het andere duurt de rit amper 20 minuten ondanks de lage snelheid van het tuig – tijdens de daluren is er slechts één rijtuig in omloop – tijdens de spitsuren wordt er een tweede wagen aangekoppeld).

Wanneer we de Ataturklaan oversteken bereiken we enkele straten verder de overdekte markt, hier “bazaar” genoemd. Er is daar van alles te koop: kledij, vis, prularia en ook zoete gebakjes en snoep. Iets wat wij, Noord-Europeanen, moeten gewoon worden is het afbieden wanneer we hier iets willen kopen. Het afbieden is hier een nationale sport. Nooit mag men ingaan op het eerste bedrag dat genoemd wordt. In de regel biedt men eerst de helft van het oorspronkelijk bedrag en komt men zo naar mekaar toe. Als de handelaar wat aan de taaie kant is kan het wel eens helpen de indruk te geven verder te lopen zonder te kopen. Soms komt die achter je aan en krijg je de waar voor het bedrag dat je eerst wou geven. Maar we leren snel en na een dag is het zelfs een amusante bezigheid. Daar de batterij van mijn uurwerk niet meer werkt laat ik, na het gebruikelijke bieden, deze vervangen door een handelaar in uurwerken. Na enig gerommel in een kartonnen doosje vindt hij de gepaste batterij. Dit kost mij 1,5 miljoen TL (105 BEF – dus ongeveer de helft goedkoper dan bij ons). Bij een andere handelaar koop ik een geldbeugel (wegens de negatieve ervaring op de luchthaven) en een sleuteletui, samen voor de prijs van 5 miljoen TL (350 BEF).

Bij het terugkeren drinken we aan de Ataturklaan op een terras een fanta en een Turkse koffie. Deze laatste is amper een vingerhoed groot en men moet even het koffiedik laten bezinken. Deze uitspatting kost ons samen 1 miljoen TL (70 BEF!!!). Daarna lopen we nog even door het stadspark dat uitgeeft op de Middellandse zee. De terrasjes zitten er overvol met plaatselijke inwoners en op de tafels wordt de theekan warm gehouden doormiddel van een samowaar. In de buurt van de oude haven met een prachtig uitzicht op de baai van Antalya en het Taurusgebergte genieten we op een terras van de zonsondergang. Een deel van deze drankgelegenheid bevindt zich in de oude stadsversterking. De vier consumpties (o.a. de bekende appelthee) kosten ons 2,25 miljoen TL. Eens de zon achter die bergen zakt is het vlug donker (circa 17.15 u). De temperatuur schommelde vandaag zowat rond de 20 a 21 graden en we konden het ons veroorloven in hemdsmouwen rond te lopen. Er heerst hier een echte vakantiestemming.

Bij aankomst in het hotel is een van de personeelsleden, met een Engelse sleutel in de hand, het warm water aan het herstellen. Die avond kunnen we een warme douche nemen. Aan de receptie, in het vooruitzicht van de rondreis van morgen, wissel ik 100 US dollar om. Voor het eerst krijg ik biljetten te zien van 10 miljoen TL (700 BEF).

Na het avondeten, in gezelschap van Carine en Piet, en wat nakaarten kruipen we omstreeks 22.00 u onder de wol (in feite was het een dekbed).

Maandag 12 februari 2001 – 3de dag

Om 05.10 u staan we op, nemen we een (warme) douche en maken we alles klaar voor ons vertrek naar Cappadocië. Aan de receptie reken ik het verbruik aan drank van de afgelopen dagen af bij de nachtportier. Wij moeten namelijk volledig uitchecken en bij onze terugkomst terug inchecken. Achteraf bemerk ik dat men vergeten heeft een telefoongesprek aan te rekenen. Aan de stand waar normaal het buffet of het ontbijt klaarstaat vinden we onze lunchpakketten en staat de koffie klaar. Ook Carine en Piet zijn op post. Stipt om 07.05 u komt het kleine busje voor het hotel gereden, de bagage ingeladen en vertrekken we om 07.15 u. Dit busje brengt ons even buiten de stad naar de parking van een tankstation in de buurt van het vliegveld alwaar na vijf minuten de gewone tourbus aankomt waarin we overstappen. In de bus zitten reeds diegenen die van de andere hotels komen, gelegen aan de stranden buiten Antalya. Het zijn allemaal Belgen, deels Walen en een iets groter deel Vlamingen.

Om 08.00 u verlaten we de parking en kan onze reis naar Cappadocië beginnen. Aan boord zijn er twee Turkse gidsen, de ene spreekt Nederlands en slechts een weinig Frans, de andere Frans en enkele woorden Nederlands. In de loop van de rondreis zullen we ervaren dat we het met onze gidsen zeer goed getroffen hebben. Ze besparen zich geen moeite om ons te laten kennismaken met alle aspecten van Turkije: de bevolking, de gebruiken, de godsdienst, de economische aspecten van het land en de bezienswaardigheden. Soms praten ze een uur lang. Ze doen dit wanneer we langsheen weinig interessante delen van de reisweg rijden. Uit hun eerste uitleg vernemen we o.a. dat het uitzonderlijk is dat er geen sneeuw ligt in Cappadocië (normaal ca 20 cm), dat het afgelopen zomer (in 2000) een zeer warme zomer was waarbij temperaturen gehaald werden van boven de 50 graden en dat er toen verschillende doden vielen mede door de hoge vochtigheidsgraad (ca 90 a 95 %), dat de hoogste berg van Turkije 5.135 meter hoog is (Arovrad ook Noach genoemd), dat men hier in Turkije moeilijk een betrouwbare weersvoorspelling kan maken, dat er tijdens de zomer in Antalya meestal temperaturen heersen van 40 a 45 graden en een luchtvochtigheid van 75%, Dat er achter het Taurusgebergte tijdens de zomer meestal temperaturen voorkomen van 35 graden – dat het dus ca 10 graden frisser is dan in Antalya, dat men het bevolkingsaantal van Turkije schat op 67 miljoen en dat het land ongeveer 22 keer groter is dan België.

Via het Taurusgebergte, dat Antalya omgeeft, bereiken we Isparta om 09.30 u. Van 10.00 u tot 10.20 u houden we in Egirdir een theestop (1 miljoen TL voor 4 appelthees). Dit plaatsje is gelegen aan het meer van Beysehir.

In de bus tel ik even hoeveel personen deze uitstap meemaken. Het zijn er 30. Dit wil zeggen dat er ruimte genoeg is in de bus. Wij met ons vieren hebben ons gans achteraan genesteld. Ik heb zelfs een klein tafeltje voor mij, wat handig is om er mijn nota’s op te nemen. Onze jassen en truien kunnen we kwijt achter onze zetels.

Om 11.50 u komen we aan te Beysehir en stoppen er aan de Houten Moskee voor een bezoek (van 12.00 u tot 12.30 u). De gidsen leggen uit hoe we te werk moeten gaan. Voor de ingang (in het portaal) ligt er een tapijt. Dit mag men niet met de schoenen betreden. Net voor het tapijt moet men zijn schoenen uitdoen en stapt men rechtstreeks op het tapijt (dus niet eerst op de grond en dan op het tapijt). Dan draait men zich om en neemt men zijn schoenen op die dan, hetzij op een boord in het portaal, hetzij achteraan op houten plankjes in de moskee kwijt kan. Deze regel heeft twee aspecten: 1. uit eerbied, 2. voor de netheid – diegenen die er komen bidden buigen met het voorhoofd tot op het tapijt. De vrouwen moeten ofwel een lange broek dragen of een lange rok die de benen gans bedekt en bedekken ook het hoofd doormiddel van een hoofddoek. Niettegenstaande de helderklare uitleg van de gidsen zijn er toch enkele domme onverlaten die, wanneer ze hun schoenen bij het buitenkomen willen aantrekken, deze op het tapijt zetten. Op het ogenblik dat we in de moskee zijn is het net middaggebed (de vijf dagelijkse gebedstonden duren telkens amper 10 minuten). In het midden van het dak is er een opening waar doorheen men tijdens de winter de sneeuw liet naar binnenvallen die dan in een diepe put terechtkwam. Deze sneeuw volstond doorgaans om het dorp de ganse zomer van ijs te voorzien.

Enkele kilometers van de Houten Moskee vandaan, in Beysehir dus, stappen we een eenvoudig restaurant binnen voor het middagmaal. In het hotel Alp Pasa hadden we vol pension maar op de rondreis is het middagmaal niet inbegrepen. In het restaurant heeft men er een goed systeem op bedacht om ons te laten kiezen uit een 5-tal gerechten. Van het Turks heeft niemand van ons kaas gegeten, laat staan dat we een menukaart kunnen lezen en begrijpen. Men zet een voorbeeld van al de te verkrijgen gerechten op één grote schotel en daarmee komen de kelners langs de tafels. Zo kunnen we op een eenvoudige wijze aanduiden wat we verkiezen. Waarschijnlijk was dit een idee van de gidsen, die deze rondrit reeds ettelijke keren deden, om alles vlot en snel te laten verlopen. Voor een bedrag van 4 miljoen TL krijgen we soep, een viertal kroketten (waarvan twee met fetakaas), ciskebab met rijst en enkele frietjes, brood naar wens en fruit als dessert. Voor de twee drankjes betalen we 500.000 TL. Dus kost ons de bescheiden (maar voldoende) maaltijd ons 9,5 miljoen TL voor twee personen (ca 600 BEF). De maaltijd duurt van 12.30 u tot 14.00 u. Voor het restaurant kopen we aan een stalletje 3 prentkaarten voor 250.000 TL(17,5 BEF). Tussen het fruit van het dessert ligt een ons onbekend voorkomende fruitsoort. Ik vraag uitleg aan onze gids en het blijkt hier om stukjes doodgewone pompoenen te gaan die in suikerwater waren gedrenkt en een beetje op gekonfijt fruit doen denken. Ik wil nog twee grote flessen plat water kopen voor op de kamer deze avond maar de flessen die op straat klaarstaan zijn van het restaurant. De buschauffeur ziet mijn vergissing, neemt het geld uit mijn hand en loopt naar een winkel in de buurt om er twee flessen water te kopen.

Omstreeks 15.30 u bereiken we de stad Konya alwaar we een sanitaire stop houden van 15 minuten. Ondertussen vertelt de gids een en ander over deze stad. Konya is een conservatieve moslimstad. Alcohol is er in de winkels of restaurants niet te krijgen. Maar in de beslotenheid van de huiselijke kring wordt er heimelijk gedronken…en veel zelfs. Van het totale verbruik in Turkije van Raki (alcoholische anijsdrank) neemt Konya ongeveer 35% voor haar rekening. Officieel kan de burgerlijke overheid geen drankgelegenheden weigeren. De Islam is hier geen staatsgodsdienst en is sinds Ataturk streng gescheiden van de staat. Wel kan de burgemeester (is hier een conservatieve moslim) drankgelegenheden verbieden in de buurt van scholen en moskeeën. Maar als men weet dat er in iedere straat bijna een school of een moskee staat ligt het voor de hand dat men hier praktisch geen drankgelegenheden vindt waar men alcohol kan verbruiken. Daar de staat geen geld ter beschikking stelt van de eredienst en ook het religieus personeel niet betaalt moeten de gelovigen zelf het geld ter beschikking stellen. En dat doen ze dan ook, wat goed te zien is aan de vele nagelnieuwe minaretten en moskeeën.

Het laatste stuk van de reis verloopt over een desolaat, verlaten en vlak steppegebied. De kleinere dorpen geven een verarmde indruk en toch zijn de daken van bijna ieder huis uitgerust met zonnepanelen en een reservoir voor warm water.

Onderweg vertellen de gidsen heel wat over de bevolking, de economie en de volksgebruiken. Zo vernemen we dat een doorsnee ambtenaar (politieagenten e.d.m.) ca 10.000 a 12.000 BEF per maand verdient. Het minimumloon in Turkije is vastgesteld op 9.000 BEF per maand. Om in een stad zoals Antalya te kunnen overleven moet men zowat 40.000 a 45.000 BEF per maand verdienen (om de huishuur en de andere kosten te kunnen betalen). Men is dus nagenoeg verplicht met twee te werken en samen te wonen of gehuwd te zijn. En dan kan men nog niets sparen. Eens men een universitair diploma of een diploma van de hoge school op zak heeft behoort men tot de toplaag van de bevolking en kan men een leefbaar inkomen verkrijgen. Anders is het gesteld op het platte land. Daar kan men, wegens de lagere levensstandaard, met een inkomen van 9000 a 10.000 BEF ruimschoots volstaan en kan men er zelfs nog behoorlijk van sparen. De soms armoedig uitziende huizen op het platte land zijn meestal voorzien van een koelkast, een televisietoestel, een elektrische wasautomaat e.d. De ogenschijnlijke weelde in de steden en de even ogenschijnlijke armoede op het platte land moeten dus gerelativeerd worden. Schijn bedriegt hier.

Het onderwijs is hier gratis. De scholieren en hogeschoolstudenten lopen allen in een soort uniform gekleed (lagere scholen in een helderblauw uniform).

Wat het bezoek aan de moskeeën betreft is het net zoals hier. Er is een duidelijk merkbare terugloop van gelovigen in de moskeeën, vooral in de steden, net zoals het kerkbezoek bij ons. Wel wordt er nog een beroep gedaan op de eredienst bij de voornaamste fasen in het leven zoals de besnijdenis, het huwelijk en het overlijden. Veel Turken noemen zich gelovig maar zijn niet meer praktiserend. Onze gidsen zijn duidelijk van het modernere type en hebben een open geest. Ze relativeren heel wat zaken i.v.m. de Islam en het geloof. Dat men de regels uit de Koran niet altijd even stipt volgt blijkt uit het volgde voorbeeld. Een jongeling wordt uitgenodigd op een feestje thuis. De gastheer zegt dat er die avond alcoholische dranken zullen verbruikt worden. Dit is voor de uitgenodigde geen probleem. Dan zegt de gastheer dat er een buikdanseres aanwezig zal zijn. Ook geen probleem. Plots zegt de gastheer dat er die avond buiten het gewone voedsel ook varkensvlees zal gegeten worden. Bijna steeds is dit het breekpunt waarop de gast zal afhaken. Niettegenstaande de regels van de Koran even streng zijn inzake het gebruik van alcohol en het eten van varkensvlees worden die regels duidelijk anders geïnterpreteerd (Dit voorbeeld komt van onze gidsen).

Hoe gaat men te werk wanneer een jongen op zoek is naar een meisje om te huwen? Eens men de twee voornaamste stappen van de volwassenheid achter de rug heeft, de besnijdenis en de legerdienst, geeft een jongen aan zijn moeder te kennen dat hij zou willen trouwen. De moeder zoekt een aantal huwelijkskandidaten waarbij ze zich onder andere laat leiden door de eerbaarheid van de kandidaten en of ze al dan niet uit een bemiddelde familie komen. Eens een aantal kandidaten gevonden zijn gaan de ouders samen met de jongen, die zich in zijn beste kostuum heeft gestoken, op familiebezoek. Na wat gegeten en gepraat te hebben wordt er thee gedronken. Dit is de belangrijkste fase van de avond. Hoe weet de jongen nu dat het meisje hem aanvaart? Simpel, de huwelijkskandidate is diegene die de thee klaarmaakt. Wanneer er suiker in de thee van de jongen is wil dit zeggen dat het meisje de jongen aanvaardt.

Ook kan men in de woning zien dat er daar huwbare meisjes wonen. Op de schouw staat dan een lege glazen fles (geen plastiek). Indien er twee huwelijkskandidates zijn staan er twee lege glazen flessen op de schouw, enz.

In Aksaray houden we een laatste stop aan een Shellstation van 17.15 u tot 17.35u. We verbruiken er drie broodjes en 2 cola’s (1,7 miljoen TL) en voor het eerst moeten we hier betalen voor het gebruik van de toiletten (150.000 TL = 10,5 BEF).

De ganse dag was het zonnig en goed weer (in de bus in hemdsmouwen, daarbuiten soms met een trui aan).

Om 18.45 u komen wij aan in het hotel waar we twee nachten zullen doorbrengen: het Hotel Altin Öz in Nevsehir (onder de s moet er nog een staartje zoals bij François hangen). Het is een 4 **** hotel. Het inchecken verloopt vlot dank zij de medewerking van de gidsen. Op onze valiezen wordt het nummer van onze kamer (102) aangebracht en die worden dan door een heuse piccolo in livrei naar de kamer gebracht. De slaapkamer is zeer luxueus en dermate groot dat men er gerust met een fiets in kan rondrijden. Ze bevat naast de ruime badkamer met ligbad en douche nog: een dubbel bed, een tafel met twee stoelen, een brede divan, twee zetels met tafeltje en een grote kaptafel. Een venster geeft uit op de straat (geen lawaai wegens de isolatie) en een kleiner raam op de centrale inkomhal. Het enige probleem is dat de verwarming hier een beetje te hoog staat en we vinden nergens een knop om deze te regelen. Dan maar het venster, op zijn Amerikaans, open gezet. Ik bel nog even naar Marijke en verneem van haar dat alles in orde is thuis.

We hebben die dag circa 650 km afgelegd.

Na de gebruikelijke kamerrituelen gaan we om 20.00u, samen met Carine en Piet, eten in het ruime restaurant. Ook hier is alles in buffetvorm. Het drinken rekenen we meteen na het eten af (twee maal spa = 2 miljoen TL). Aan een andere tafel probeert een oudere dame de kelner ertoe te bewegen de dranken per persoon af te rekenen maar er heerst daar een Babylonische spraakverwarring en het duurt minutenlang vooraleer de rekening betaald geraakt.

Na het eten praten we samen met Carine en Piet nog wat na in de bar onder het drinken van elk een appelthee (1,5 miljoen TL).

Dinsdag 13 februari 2001 – 4de dag

Ik sta op om 05.45 u. Reeds om 05.30 u werd ik gewekt door de oproep tot het morgengebed van op de omliggende minaretten. Na de gebruikelijke badkamerrituelen loop ik even tot buiten het hotel. Het voelt fris aan daar het slechts ca 0 graad is. Om 7.00 u kunnen we reeds aan het ontbijtbuffet en om 8 u zijn we paraat voor de rondrit in de buurt van Nevsehir. We zullen vandaag slechts ongeveer 70 km afleggen.

Om 08.15 u komen we aan te Uchisar. We bekijken er de vallei met de zachte tufstenen kegels waarin grotwoningen werden uitgehouwen. Dit natuurfenomeen werd veroorzaakt door de erosie. Op iedere kegel ligt een hardere basaltsteen. Wanneer de erosie verder schrijdt en de basaltsteen van de kegel valt betekent dit meestal het einde van de tufstenen kegel die dan, na een verloop van honderden jaren volledig wegslijt. Het uitzicht over de vallei, met op de achtergrond de opgaande zon, is gewoon prachtig.

Na dit bezoek stappen we terug in de bus en rijden enkele honderden meters verder om er een bezoek te brengen aan een werkhuis waar men onyxstenen verwerkt. Er wordt aldaar een en ander gedemonstreerd o.a. hoe een ei doormiddel van een draaibank wordt gemaakt en daarna gepolijst. Kleinere stenen worden in gouden hangers of ringen gezet. Er bestaan onyxstenen van verschillende kleuren en hardheden al naar gelang op welke diepte ze in de grond gevonden worden. Telkens er als demonstratie iets wordt gemaakt wordt er een vraag gesteld en diegene van de groep die het juiste antwoord weet krijgt het voorwerp gratis mee naar huis. Ook worden er hier zaken uit het zachte meerschuim gemaakt zoals pijpen. Op het einde van de rondleiding komen we in een toonzaal terecht alwaar de mogelijkheid geboden wordt de er geproduceerde zaken te kopen. Lea is geïnteresseerd in een ring en een hangertje waarin een blauwe onyxsteen werd verwerkt. We vragen de prijs hiervan en de twee zouden ons 15.000 BEF kosten. Ik herinner me opeens dat ik nog niet afgeboden heb en we komen met de verkoper uiteindelijk overeen voor een bedrag van 14.000 BEF. Er wordt ons daarbij een certificaat afgeleverd. Ondertussen, zoals dit gebruikelijk is bij een min of meer belangrijke aankoop, wordt ons een appelthee aangeboden. Ik betaal het verschuldigde bedrag doormiddel van mijn Visakaart. De ring moet echter nog aangepast worden maar dit duurt amper 5 minuten. We verlaten de werkplaats om 10.10 u.

Vervolgens gaat het naar Kaymakli alwaar we een ondergrondse stad gaan bezoeken. Deze ondergrondse stad werd eeuwen geleden uit de zachte tufstenen ondergrond uitgehouwen en bestaat uit verschillende verdiepingen. In tijden van oorlog kon de bevolking hierin schuilen en konden de ingangen afgesloten worden doormiddel van grote ronde steden die gemakkelijk van binnenuit konden verrold worden. Van buitenaf konden de ronde stenen nagenoeg niet geopend worden daar de indringers dit moesten doen in een ongemakkelijke houding en vanuit een zeer smalle gang. Om van de ene verdieping naar de andere te gaan moeten we gebukt doorheen een zeer smalle gang, de een na de andere. Bij een van die verplaatsingen loopt Lea net achter de gids aan en komt als een van de eersten in een grotere ruimte terecht. Daar zegt de gids: “en nu goed kijken naar de televisie”. Hij wijst daarbij naar een vierkante opening in de wand die op een televisie lijkt en waardoor men de achteropkomende bezoekers in een komische gebukte houding doorheen de smalle gang ziet wurmen. Met een luid gelach voor gevolg van diegenen die eerst aangekomen zijn. Het bezoek aan de ondergrondse stad duurt van 10.30 u tot 11.45 u. Aan de uitgang kopen we aan een van de traditioneel aanwezige stalletjes twee prentkaarten voor 200.000 TL.

De verdere reisroute loopt via een verlaten orthodoxe stad op de flank van een heuvel. Daar houden we even halt. Het is dan 12 u. Bij het uitsappen van de bus worden we omringd door een groep kinderen die voor de middagpauze onderweg naar huis zijn. Allen zijn netjes gekleed in hun helderblauwe uniformen. Wanneer Piet en Carine op zoek gaan naar snoep vinden ze nog enkele pakjes kauwgom in hun tassen. De handjes grijpen gretig de kauwgom. Er zijn er blijkbaar bij die over drie handen beschikken.

Het middagmaal gebruiken we in Uchisar, aan de rand van de prachtige Göremevallei. Alles verloopt hier zeer vlot wegens de buffetvorm. Het middageten samen met twee cola’s kost ons 11 miljoen TL (ca 1050 Bef). We verblijven er van 12.30 u tot 13.45 u.

Vervolgens gaat de trip naar de Göremevallei zelf alwaar we een bezoek brengen aan het openluchtmuseum. In de tufsteen werden ganse kloosters uitgehouwen. We bezoeken er enkele kleine Orthodoxe kerken. Binnenin mag men niet fotograferen noch filmen maar het is daar zowat gelijk bij ons: als de bewakers het niet zien mag men alles.

Daarna gaat de rondrit verder in de richting van Zelve. Onderweg stoppen we nog even om enkele grillig gevormde tufsteenkegels te bekijken. Aan een van de stalletjes aldaar kopen we een T-shirt voor Marijke. De verkoper geeft niet gemakkelijk af maar na een rondje hard onderhandelen krijgen we het kledingstuk mee voor de prijs van 2,5 miljoen TL.

Onze laatste stop is het tapijtenpaleis (zo noem ik het wegens de grote luxueuze zalen vol met tapijten) van Zelve. Hierin is een school gevestigd waar de meisjes en vrouwen uit de omgeving de stiel van het tapijtknopen aanleren. Het tapijtknopen door de “afgestudeerden” gebeurt thuis. We krijgen er enkele demonstraties te zien van het tapijtknopen. We leren hieruit dat er drie soorten tapijten bestaan: wol op een ondergrond van wol, wol op een ondergrond van katoen en zijde op een ondergrond van zijde. Volgens de perfect Nederlands sprekende gids van de school bestaat een tapijt van zijde op wol niet. De zijdedraad zou in dit geval de wollen ondergrond doorsnijden. Ook wordt er gedemonstreerd hoe de zijdedraden gesponnen worden. Tenslotte worden we in een grote ruimte gebracht waar men ons tientallen tapijten toont die aldaar kunnen aangekocht worden. Ik bemerk dat deze tapijten gelood zijn en vraag aan de gids waarom. Het antwoord is simpel: wanneer deze tapijten uitgevoerd worden is dit het bewijs voor de douane dat het geen oude tapijten zijn. Het is namelijk ten strengste verboden antiek uit te voeren. Het mooiste tapijt dat we te zien krijgen, onder het drinken van de gebruikelijke appelthee, is er een van een bekende tapijtweverfamilie uit de buurt. Deze familie haalde ooit het Guinesrecordboek met het hoogste aantal knopen per vierkante centimeter. Op het tapijt is een soort boom van Jesse afgebeeld en bovenaan is de naam van deze familie aangebracht. De kostprijs: 1.5 miljoen… maar dan Belgische frank. Er werd aan dit tapijt ongeveer 12 maand gewerkt.

Het bezoek aan deze instelling duurt van 16.30 u tot 17.55 u. Ondertussen is het reeds donker geworden en is het tijd om ons hotel in Nevsehir op te zoeken. We komen aldaar aan om 18.30 u.

Wanneer ik even mijn rekening maak blijkt dat we tot nu toe amper ongeveer 2.225 BEF hebben uitgegeven (buiten de 20 US dollar voor de visums en de 14.000 BEF voor de sierraden). Die avond wissel ik aan de receptie van het hotel een biljet van 50 dollar om in Turkse Lira.

In de namiddag kreeg Lea wat problemen met diarree maar door wat gepaste medicatie is het euvel ’s anderendaags opgelost. Het is niet duidelijk wat hiervan de reden is (wat opgewonden? een lichte besmetting?). Om die reden blijft Lea op de kamer terwijl ik met het koppel Carine en Piet ga tafelen tot omstreeks 21.00 u. Die avond is er mogelijkheid om een Turkse avond bij te wonen. De bus, waarmee we de rondrit maken, zal de geïnteresseerden, een kwartier ver, ter plaatse brengen. Omstreeks middernacht zal er teruggekeerd worden naar het hotel. Gezien de omstandigheden en omdat we stilaan wat vermoeid geraken besluiten we hieraan niet deel te nemen. Om 22.00 u gaan we slapen na eerst nog even de videobeelden, die we tot nu toe gefilmd hebben, bekeken te hebben.

Woensdag 14 februari 2001 – 5de dag

Een wekker heeft men hier niet echt nodig. Het wekken gebeurd meestal door de luide klanken die van de omliggende minaretten komen (rond 05.30 u). Om 05.30 u sta ik op en na een douche loop ik even tot buiten het hotel. Er valt natte sneeuw die wanneer hij op de grond terechtkomt overgaat naar regen. Na het ontbijt, om 07.15 u, worden de koffers naar beneden gebracht door een piccolo. Het is wel even uitkijken geblazen dat onze koffers in de juiste bus terechtkomen. Er is hier namelijk nog een andere groep landgenoten die met een gelijkaardige bus en met dezelfde Turkse reisorganisatie (Tantur) op rondreis zijn. Maar alles verloopt vlot en Lea is ook van haar diarree verlost. Om 08.14 u vertrekken we voor een trip van ongeveer 550 km terug naar Antalya. Even buiten Nevsehir kunnen we genieten van een prachtig besneeuwd landschap. Nog voor ons vertrek is het opgehouden met regenen.

Van 09.45 u tot 10.35 u bezoeken we de karavanserai van Sultanhani. Dit was een overnachtingplaats voor de karavanen. Even voordien zijn we reeds enkele vervallen karavanserai voorbijgereden. Deze van Sultanhani is volledig gerestaureerd. De verkleurde stenen zijn origineel en de witte stenen zijn afkomstig van de restauratie. Terwijl de groep bijna volledig buiten is ontdekken Piet en ik in de hoek van het binnenplein, naast de poort, een ruimte waar niemand naar binnen ging. Het was nochtans een van de voornaamste ruimten van het ganse gebouw. Binnenin zien we een stenen verhoging met er achter een goot die uitgeeft in de buitenmuur. Wij komen tot de slotsom dat dit een gemeenschappelijk toilet geweest is en de afvalstoffen via de goot en de buitenmuur buiten het gebouw werden gevoerd.

Wanneer we buiten de poort van de karavanserai komen staat er een klein meisje dat probeert wollen sokken te verkopen. Ze heeft op haar hoofd een soort hoofddeksel dat aan de smurfen doet denken. Ze is zo schattig dat Lea het niet kan laten haar een bankbiljet toe te stoppen.

Langs de overzijde van de straat stapt de ganse groep een drankgelegenheid binnen en wij bestellen er een appelthee en voor Lea een cola (het is echte Coca-Cola). De coca wordt uit een koelkast gehaald en ik vraag aan de kelner, met tussenkomst van onze gids, een niet gekoelde coca. Wanneer onze gids het antwoord van de kelner hoort begint hij onbedaarlijk te lachen. Hij vertelt ons dat de koelkast in feite niet werkt en dat de blikjes coca die buiten liggen nog kouder zijn wegens de nachtelijke vriestemperaturen. Dan heeft Lea maar de koude, zogezegd niet-gekoelde, drank opgedronken.

Om 11.50 u komen we aan in de stad Konya en we zullen er blijven tot 13.00 u. We bezoeken er het Mevlanamuseum dat ondergebracht is in het gewezen klooster van de draaiende Derwisjen. De orde is gesticht door de Islamfilosoof Mevlana. Daar de orde zeer conservatief was werd ze door Ataturk afgeschaft en verboden. Nu kan men enkel nog de draaiende Derwisjen aan het werk zien tijdens het festival dat ieder jaar in december wordt gehouden. De uitvoerders gaan echter niet meer zo ver dat ze in trance gaan. In het hoofdgebouw van het museum bevind zich de begraafplaats van Mevlana en zijn opvolgers. Alhoewel het geen moskee is worden uit respect ook hier de schoenen uitgedaan. Terug bemerk in enkele onverlaten uit onze groep die plomp met hun schoenen op het voor het gebouw liggend tapijt gaan staan. Het deel waarin Mevlana begraven ligt is bekleed met goud en is indrukwekkend. Het museum bezit tevens een stukje baard van Mohammed. Heel wat bedevaarders naar Mekka komen hier vooraf even bij de relikwie bidden. Recht tegenover het museum ligt de begraafplaats van Konya. Wij lopen er even binnen. Net zoals in andere steden komen we hier enkele bedelende vrouwen tegen.

In een restaurant aan de rand van de stad gebruiken we het middagmaal dat bestaat uit een pangerecht van rundvlees (soort van platte wok). We betalen hiervoor met inbegrip van de drank 9,5 miljoen TL.

Het laatste stuk van onze trip loopt via het hoge Taurusgebergte. De hellingen zijn zo steil dat onze bus het soms moeilijk heeft. Hoe hoger we klimmen des te meer sneeuw er op de hellingen ligt. Op het hoogste punt van onze route stoppen we even en wordt er een heus sneeuwballengevecht gehouden. Onder de sneeuw is de grond nogal modderachtig en zorgt er voor dat sommigen met goed bevuilde schoenen de bus moeten instappen. De grond is hier meestal roodbruin gekleurd wegens het hoog bauxietgehalte. Wij rijden dan ook enkele aluminiumfabrieken voorbij.

Onze laatste stop houden we aan een tankstation tussen 16.10 u en 16.25 u. Daar het gebruikelijk is de gidsen en de chauffeur wat drinkgeld toe te stoppen en ik slechts bankbiljetten bij heb met een hogere waarde, wissel ik wat in kleinere coupures.

De eersten die hun bestemming bereiken worden aan hun hotel afgezet. Het betreft hier het Hotel Dedeman, een viersterrenhotel, buiten Antalya gelegen. Het is daar een ware heksenketel. Blijkbaar is hier een of ander hoogwaardigheidbekleder op bezoek want het krioelt er van de politiemannen en officiële wagens (met een vlagje op).

Omstreeks 20.00 u komen we aan in ons hotel, Alp Pasa, in de wijk Kaleici van Antaya, nadat we onderweg overgestapt zijn in een klein busje. Bij onze aankomst laat de vermoeidheid zich goed voelen. Terug worden onze valiezen naar onze kamer gebracht door een personeelslid. Dit keer logeren we in een kamer (Yasmina) die rechtstreeks uitgeeft op het binnenplein en hoeven we geen trappen te doen. Eens binnen in de kamer vallen we van de ene verbazing in de andere. Het is een zeer klein kamertje en we hebben alle moeite om er onze twee grote valiezen in kwijt te kunnen. Maar met een beetje goed wil lukt het toch en we zullen er wel aan wennen. Maar wat me het meest stoort is dat wanneer ik de badkamer goed bekijk de tegels aan de wand en de vloer nog vol hangen met verse voegcement. Nu gaat er bij mij een licht op. Net voor ons vertrek had ik gezien dat men deze kamertjes aan het opkalfateren was (herschilderen en de badkamers voorzien van nieuwe wandtegels). Ik ga mijn beklag maken aan de receptie en moet alle registers opentrekken om de receptioniste duidelijk te maken wat er aan de hand is. Terwijl we aan het avondmaal bezig zijn toont men toch zijn goede wil en wordt er een poging gedaan het meeste voegcement te verwijderen. Ik neem mij voor om morgen de hostess van JetAir op haar GSM op te bellen en mijn beklag te doen.

Die avond gaan we onmiddellijk na het avondeten slapen.

Donderdag 15 februari 2001 – 6de dag

We staan op om 7.30 u en nemen vooraf een douche. Dit ritueel hadden we gisterenavond overgeslagen wegens de vermoeidheid. Om 08.45 u gaan we samen ontbijten en hierna bel ik, het is dan even na 9.00 u, naar de hostess van JetAir om haar het probleem voor te leggen. Zij verwijst me naar de receptie van het hotel en wanneer het probleem niet opgelost kan worden zal zijzelf tussenkomen. Zij moet toch naar het hotel komen om de nieuwe gasten, die gisteren vanuit België aankwamen, te begroeten. Gisteren had ik nog geprobeerd een andere kamer te krijgen maar alle kamers waren bezet. Aan de receptie heb ik het geluk door een vriendelijke dame te woord gestaan te worden die perfect Duits spreekt. Zij verontschuldigt zich en zegt dat onze kamer pas gisteren in de namiddag kon afgewerkt worden en dat men de voegcement nog niet met een vochtige doek mocht reinigen. Zij belooft ons ten stelligste dat alles in de loop van de dag in orde zal komen (wat dan ook gebeurd). Ook de gebroken spiegel in de badkamer zal vervangen worden.

In de voormiddag maken we een wandeling in de buurt en naar de haven. Daar we met Carine en Piet afgesproken hebben gezamenlijk een of andere bezienswaardigheid te bezoeken maken we van de gelegenheid gebruik een verkenning te doen. We ontdekken een taximaatschappij die uitstappen doet naar de Dûdenwatervallen. Bij onze terugkomst aan het hotel willen Carine en Piet net vertrekken naar de bazaar waar wij reeds eerder deze week waren. We besluiten met hen mee te gaan. Daar gaan we ons terug te buiten aan de nationale sport, namelijk het afbieden. Wij kopen er een pull waarvoor men eerst 11 miljoen TL vroeg doch waarvoor we een prijs kunnen bedingen van 6,5 miljoen TL. Regelmatig vragen de verkopers ons van waar we afkomstig zijn. Wanneer een verkoper hoort dat we van België komen noemt hij prompt de naam Eddy Wally. Blijkbaar is de Ertveldse voice of Europ hier ook bekend.

Tijdens het middagmaal spreken we met Carine en Piet af de uitstap naar de Düdenwatervallen te ondernemen. Het is droog weer en het is licht bewolkt. Voor morgen is er kans dat het gaat regenen. Dus is het nu het moment om de uitstap te doen. Na het middageten nemen we een half uurtje platte rust en vertrekken we aan het hotel om 14.15 u met onze compagnons. Een bord aan de taxistandplaats geeft aan dat het 30 Duitse mark kost voor de uitstap naar de Düdenwatervallen. We vragen hoeveel het kost voor de rit met inbegrip van de Kursunluwatervallen. De chauffeur zegt dat het 18 miljoen TL is. Na enig afbieden komen we overeen dat de rit ons 17 miljoen TL zal kosten (voor de vier personen). Met drie volwassene achteraan in de taxi is het wat eng, maar het gaat. De chauffeur vraagt ons waar we eerst naartoe willen en wij zeggen dat hij eerst het minst mooie van de twee mag aandoen. Het simpele antwoord van de man is dat beiden even mooi zijn. We besluiten dan maar eerst de Düdenwatervallen te bezoeken. Even buiten Antalya bereiken we dan de voornoemde watervallen en wacht de chauffeur op ons geduldig op een parkeerplaats. Hij maakt ons duidelijk dat we ons niet moeten haasten. We genieten uitgebreid van het natuurfenomeen en drinken bij het buitenkomen een thee.

Vervolgens gaat het met de taxi naar de heel wat verder afgelegen Kursunluwatervallen. De chauffeur maakt een omweg via een primitief dorpje waar heel wat serres met tomaten staan. Onderweg zien we hier en daar meer dan mensenhoge cactussen staan langs de weg. Na een uitgebreid bezoek aan de watervallen vinden we de geduldig wachtende chauffeur terug op de parking aan de ingang. Hij vraagt ons welke van de twee watervallen het mooiste is en ook wij moeten het antwoord schuldig blijven. Ik vraag op de terugweg even te willen stoppen om een grote cactus te kunnen filmen maar hij zegt dat hij via een andere weg zal terugkeren. Speciaal voor ons keert hij even terug om aan het gevraagde te kunnen voldoen. Het is al 17.45 u wanneer de man ons aan het hotel laat uitstappen. Ik besluit hem zijn geduld en dienstvaardigheid te belonen en betaal met plezier de eerst gevraagde 18 miljoen TL. Zijn tevredenheid is zo van zijn gezicht af te lezen.

Na een verfrissende douche gebruiken we bij het avondeten een fles rode Turkse wijn. De prijs hiervoor is 5,5 miljoen TL.

Vrijdag 16 februari 2001 – 7de dag

We staan op om 07.00 u en gaan ontbijten om 07.45 u. Vandaag is het wat frisser dan de vorige dagen. We moeten vaststellen dat we tot nu toe nog geen enkele druppel regen gehad hebben. En we zullen Turkije verlaten zonder nog regen te zien. Toen het ’s nachts regende in Nevsehir was het reeds opgehouden wanneer we met de bus op pad gingen. Vandaag is het bewolkt en over het Taurusgebergte hangen wat donkere wolken. Tegen de middag zullen er drie druppels vallen maar die maken niet eens de straten nat. Toen we afgelopen dinsdag op rondreis waren zou het hier in Antalya met bakken uit de lucht gevallen hebben. Dit is dus duidelijk aan ons voorbij gegaan.

Om 9.00 u nemen we de tram in de richting van het Antalyamuseum. Daar is het ene eindstation van de tram. Deze rijdt op een enkel spoor en slechts op een plaats, halfweg, werd een dubbel spoor aangelegd om de tram, die uit de andere richting komt, te laten kruisen. Tijdens de daluren rijdt hier slechts één tram op gans het traject en dan meestal een stel dat slechts uit één wagon bestaat. Tijdens de spitsuren wordt er nog een wagon aangekoppeld en zo nodig kan er nog een tweede stel rijden in tegenover gestelde richting. De kostprijs voor een rit is 150.000 TL (ca 10 BEF). Hoe men dit financieel kan rond krijgen is mij een raadsel. Neem nu bijvoorbeeld een stel dat uit twee wagons bestaat. Dit heeft een bestuurder en bovendien is er in iedere wagon een ontvanger. De tram rijdt zeer langzaam en zelfs dan duurt het volledige traject van het ene eindstation naar het andere slechts een twintigtal minuten.

Voor ons komt een netgeklede heer zitten. Hij begint ronduit te vertellen (in het Engels). Het blijkt een gepensioneerd leraar te zijn van een hogeschool (geen universiteit). Hij heeft een woning in Istamboel en ook een optrekje in Antalya. Tijdens de winter verblijft hij hier en tijdens de zomer in Istamboel. Tijdens de zomer vindt hij het in Antalya te warm (vorige zomer was het hier meer dan 50 graden!) en zouden dan de temperaturen in Istamboel dragelijker zijn. Waarschijnlijk net zoals alle stedelingen vindt hij zijn stad Istamboel de mooiste stad ter wereld. Volgens hem heeft deze stad niet alleen interessante gebouwen maar ook nog een behoorlijke brok natuur. Op mijn vraag welke lessen hij doceerde antwoordt hij o.a. Engels (was duidelijk te horen wegens zijn correcte uitspraak). Aan het eindstation stapt hij samen met ons uit en wijst ons de goede richting aan voor het museum. Hij drukt ons op het hart dat we beslist eens Istamboel moeten bezoeken.

Ter plaatse besluiten we het museum in de namiddag te bezoeken. We lopen wat verder van het stadscentrum vandaan en komen dan aan de eerste grote hotels die zicht hebben op het strand en de Middellandse Zee. Wel moeten de hotelgasten, wanneer ze naar het strand willen een afdaling doen van ongeveer een 50-tal meter.

Daar de tram toch zo goedkoop is rijden we vervolgens het ganse traject af tot aan het andere eindstation. Daar is er niets merkwaardigs te zien. In een drankgelegenheid drinken we elk een citroenthee (de appelthee is blijkbaar uitgeput). Ook hier hebben de kelners dezelfde gewoonte zoals overal in Turkije (ook in onze hotels hebben we dit moeten ervaren). Eens men gedaan heeft met eten, vooral als je bord leeg is, is het blijkbaar een nationale sport om het bord zo vlug als mogelijk af te dienen. Op een keer zat Piet nog met mes en vork in de hand het laatste restje voedsel te kauwen wanneer reeds zijn bord werd weggenomen. We maakten er op de duur een spelletje van om te raden hoeveel seconden het zou duren vooraleer de borden werden afgediend.

Vervolgens nemen we de tram in de andere richting en stappen af aan de Hadrianuspoort op de Ataturklaan. We slenteren wat door de winkelstraatjes en komen terecht aan de geribde of gekartelde minaret. Ik kan het niet laten de grote moskee aan de overzijde even binnen te stappen na eerst de schoenen te hebben uitgetrokken. Het is er net gebedstonde en de imman is bezig een soort donderpreek aan het afsteken (althans dit veronderstel ik want ik begrijp er geen jota van). Eens buiten vertelt mij een handelaar dat het vandaag een “heilige dag” is, een van de tientallen die de Islam kent.

Onderweg naar hier komt er, schijnbaar toevallig, een wandelaar naast ons lopen. Hij vraagt ons vanwaar we afkomst zijn (dit doet men hier steeds of men gist ernaar – ze kennen hier maar twee nationaliteiten: Duitsers en Belgen). De vriendelijke man begint ronduit te vertellen tot hij plots zegt dat hij in de straat, waarin wij lopen, een zaak heeft van lederen kledij. Even verder wijst hij zelfs zijn winkel aan. Hij nodigt ons uit hem een bezoek te brengen en met hem de gebruikelijke appelthee te drinken. Wij wijzen dit beleeft maar beslist af en verzinnen een smoes. Het is namelijk zo dat zolang men nog geen thee drinkt met een handelaar die ook nog geen verwachtingen heeft dat je iets zal kopen. Je kan dan nog altijd gewoon de winkel verlaten of niet ingaan op zijn uitnodigingen. Hij zal je dan ook niets kwalijk nemen. Eens je aan de theeceremonie bent heb je wel al enige verwachtingen uitgelokt nopens een mogelijk aankoop en dan kan het wel eens dat de handelaar iets minder vriendelijk wordt wanneer je zonder kopen of ten minste zonder bieden de winkel verlaat. Het zakeninstinct van de Turken is onnavolgbaar.

Na het middagmaal, om 12.30 u, vertrekken we terug met de tram naar het Antalyamuseum. De ingang kost ons, voor twee personen, 6 miljoen TL. Het museum is hoofdzakelijk gewijd aan archeologische vondsten van Griekse en Romeinse oorsprong. Buiten de gewoonlijke kleine voorwerpen bezit het museum een drietal zalen vol met witstenen reuzengrote beelden en ook een zaal met prachtige witstenen sarcofagen. In een andere zaal zijn een reeks iconen te zien en het laatste deel gaat over de Turkse volkscultuur. Na nog eerst iets gedronken te hebben in de cafetaria van het museum keren we met de tram terug naar het hotel. Het is dan 17.00 u. Carine en Piet zijn er ook reeds en zitten de komst van de hostess van JetAir af te wachten die ons zal mededelen wanneer onze vlucht morgenochtend vertrekt. Een half uurtje later daagt de hostess op en vernemen we dat onze vlucht, zoals oorspronkelijk gepland, om 06.30 u zal vertrekken en te Brussel zal aankomen om 09.15 u. Dit wil zeggen dat we morgen vroeg uit de veren zullen moeten. Het vertrek aan het hotel wordt vastgesteld op 03.40 u. We hadden eigenlijk in stilte gehoopt dat, zoals vorige week, wij ook wat later konden vertrekken. Twee koppels vernemen echter dat ze pas om 12.30 u zullen opstijgen. Eerst dachten we dat ze meer geluk hadden dan wij maar wanneer we vernemen dat hun vlucht eerst nog een tussenlanding zal maken in Istamboel en dat ze dus heel wat langer onderweg zullen zijn, prijzen we ons gelukkig. Zij zullen pas om 17.30 u landen in Brussel.

Vervolg: zie TURKIJE 2001 deel 2

10-02-2001 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (1)
09-02-2001
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TURKIJE 2001 deel 2

Vervolg van TURKIJE 2001 deel 1

Eens we op de hoogte zijn van wat er morgen zal gebeuren gaan we naar onze kamer om onze valiezen zo goed als mogelijk klaar te maken. Morgenochtend zullen we daar niet meer de tijd en de goesting voor hebben. Nog voor het avondmaal reken ik af bij de receptie. De rest van hetgeen we nog aan dranken zullen verbruiken zal ik met cash geld betalen. Het is wel even cijferen om juist toe te komen met het Turks geld. Teveel dollars of Belgisch geld omwisselen is uit den boze daar men in principe met het Turks geld het land niet uitmag en ook omdat niemand geneigd is buiten Turkije dit geld om te wisselen. Wel leren we uit de situatie dat we, indien we deze reis nog eens mochten overdoen, we net zo goed Belgisch geld kunnen meenemen (dit bespaart één keer omwisselen) en dat men best enkele biljetten van 1000 BEF achterhoudt tot op het einde van de reis. Wanneer men op het einde nog geld moet omwisselen met biljetten van 2000 BEF en men heeft bijvoorbeeld slechts een tegenwaarde nodig van 1000 BEF krijgt men toch de volle 2000 BEF uitgewisseld. Eens men daar vreemde valuta in de hand heeft lossen ze die niet graag meer. Daar ik mijn rekening niet kan betalen doormiddel van mijn Visakaart betaal ik met een Eurocheque. Eerst dacht ik op de cheque het bedrag (een goeie 1000 BEF) in Turkse Lira te vermelden maar de receptioniste wil het bedrag in Belgische Frank zien.

Samen met Carine en Piet gebruiken we ons “laatste avondmaal”. We stoppen de voornaamste kelner wat in de hand. Het was hij die in de loop van de week zo spitsvondig was, dat wanneer ik het juiste woord in het Engels niet vond voor “spuitwater”, voor de dag kwam met het woord “jaccuzziwasser”. Onder het eten komt de Duits sprekende dame van het hotel afscheid nemen en tracht er ons toe aan te zetten nog maar eens terug te komen naar Antalya (liefst dan in hetzelfde hotel).

Na het avondeten besluiten we maar onmiddellijk te gaan slapen wegens het vroege vertrekuur van morgen.

Zaterdag 17 februari 2001 – 8ste en laatste dag

Wij staan op om 02.45 u, plaatselijke tijd, dit is 01.45 u Belgische tijd. Ik kruip nog vlug even onder de douche en stoppen dan de laatste bagage in onze koffers. Op de binnenkoer staat ons lunchpakket klaar aan de buffetstand en de nachtportier heeft voor verse koffie en thee gezorgd. Het busje komt stipt om 03.40 u voorgereden en na een snelle rit doorheen de verlaten straten van Antalya komen we aan op het vliegveld om 04.15 u. Toen we hier een week geleden aankwamen gaf de luchthaven een verlaten indruk. Nu heerst hier een drukte van jewelste. Buiten ons vertrekken er verschillende andere vliegtuigen onder andere enkele richting Duitsland. Na het inchecken en na de controleposten voor nazicht van onze identiteitskaarten en visums te zijn gepasseerd drink ik nog een koffie. Nog een geluk dat Lea geen drinken moet hebben want met hetgeen mij noch rest aan Turkse Lira’s kan ik amper nog één enkele koffie kopen. Daarna heb ik nog slechts een biljet van 500.000 TL en een muntstukje van 25.000 TL over. Die houd ik bij mij als herinnering aan deze reis. Vervolgens gaan we nog maar eens door een veiligheidscontrole (hier moet men tweemaal door het poortje stappen), dit keer zonder dat bij mij het alarm afgaat. In de wachtzaal zie ik collega Walter De Bundel zitten. Die was 14 dagen in Side. Ik wissel kort enige woorden met hem. Na een korte tijd wachten mogen we de trap af maar moeten we eerst nog in een bus die ons naar het vliegtuig brengt. Dit keer vliegen we met de Turkse chartermaatschappij ONUR. Stipt op tijd, om 06.30 u, komen we los van de grond. De vlucht zal normaal 3 uur en 45 minuten duren. Eens we Turkije verlaten sluit het wolkendek zich en is er van de begane grond niets meer te zien. Ondertussen gebruiken we het bescheiden ontbijt. Wanneer we Brussel naderen, we zijn stipt op tijd, meldt de piloot dat de landing 10 a 15 minuten later zal plaatsgrijpen dan gepland. Circa 20 minuten blijven we boven het gesloten wolkendek van Brussel rondcirkelen. Later zullen we te weten komen dat op datzelfde ogenblijk uitgerekend Prins Filip en Prinses Mathilde moesten landen bij hun terugkomst uit Thailand. Kwestie van enige prioriteiten te leggen. Om 09.35 u zij we terug op de begane grond. Zonder enige problemen vinden we op de transportband onze valiezen terug en passeren we de grenscontrole. Bij de uitgang van de aankomsthal zegt Lea nog dat we hier naar niemand moeten uitkijken daar we met niemand afgesproken hebben. Plots horen we toch naar ons roepen. Godelieve en Lucien zijn op het onverwachts ons komen afhalen. In een van de restaurants van de luchthaven drinken we samen iets, worden de eerste reisverhalen verteld en brengen Godelieve en Lucien ons wat later naar huis. Het is net 12.00 u wanneer we de sleutel in het slot van onze voordeur steken. Om 14.00 u zijn onze valiezen reeds uitgeladen, kunnen we een dutje doen en dromen van de draaiende Derwisjen.

Besluit

Onze 8-daagse reis naar Turkije is voor 100% geslaagd maar was in feite veel te kort. Aan heel wat bezienswaardigheden, vooral deze van Griekse oorsprong, zijn we niet eens toegekomen.

Aan een reis naar dit land begin je best met een open geest en moet je vooral je vooroordelen thuis laten. Dit geldt trouwens niet alleen voor Turkije alleen maar ook voor alle andere landen. De inwoners zijn uitermate vriendelijk. Vriendelijke handelaars moet je echter sceptisch benaderen want achter hun lachend gezicht verschuilen ze een doorgedreven handelszin. Zij moeten trouwens hun waren aan iemand kwijt kunnen. Eens je het afbieden onder de knie hebt wordt het zelfs een leuke bezigheid.

De levensstandaard in Turkije is lager dan bij ons. Dit heeft voor gevolg dat het een relatief goedkoop land is om het als toerist te bezoeken. Op het ogenblik dat wij dit verslag maken vernemen we dat de Turkse Lira met 30% gedevalueerd is. In de toekomst zal het er voor ons nog goedkoper op worden.

Turkije is nagenoeg klaar om de grote toeristenmassa’s te ontvangen. Nu al is het beter de drukte te vermijden en het land buiten het hoogseizoen te bezoeken.

Op 6 maart 2001, amper twintig dagen na onze terugkeer, wordt ik in het ziekenhuis
opgenomen wegens een hartinfarct...

09-02-2001 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (1)
08-02-2001
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TURKIJE 2001 deel 3
Klik op de afbeelding om de link te volgen







De Hadrianuspoort aan de Ataturklaan in Antalya

08-02-2001 om 00:00 geschreven door David Maes


>> Reageer (1)


Inhoud blog
  • NORMANDIË 1993 deel 2
  • NORMANDIË 1993 deel 1
  • NORMANDIË 1995 deel 2
  • NORMANDIË 1995 deel 1
  • NOORD-FRANKRIJK 1996 deel 2
  • NOORD-FRANKRIJK 1996 deel 1
  • ZEVENDAAGSE NAAR DE KASTELEN VAN DE LOIRE 1997 deel 2
  • ZEVENDAAGSE NAAR DE KASTELEN VAN DE LOIRE 1997 deel 1
  • BOURGONDIË 1998 deel 2
  • BOURGONDIË 1998 deel 1
  • MONSCHAU 1999 deel 2
  • MONSCHAU 1999 deel 1
  • PARIJS 2000
  • GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG 2000
  • TURKIJE 2001 deel 3
  • TURKIJE 2001 deel 2
  • TURKIJE 2001 deel 1
  • PARIJS 2001
  • DE VOGEZEN 2001 deel 2
  • DE VOGEZEN 2001 deel 1
  • KEULEN CARNAVAL 2002
  • BRETAGNE 2002 deel 3
  • BRETAGNE 2002 deel 2
  • BRETAGNE 2002 deel 1
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2002 deel 3
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2002 deel 2
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2002 deel 1
  • TURKIJE 2003 deel 3
  • TURKIJE 2003 deel 2
  • TURKIJE 2003 deel 1
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2003 deel 3
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2003 deel 2
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2003 deel 1
  • KRETA 2004 deel 2
  • KRETA 2004 deel 1
  • HOUFFALIZE 2004
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2004 deel 3
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2004 deel 2
  • OOSTENRIJK GROSSARL 2004 deel 1
  • TURKIJE 2005 deel 3
  • TURKIJE 2005 deel 2
  • TURKIJE 2005 deel 1
  • VIERDAAGSE VAN DE IJZER 2005
  • GROSSARL 2005 deel 3
  • GROSSARL 2005 deel 2
  • GROSSARL 2005 deel 1
  • Hotel Torre Artale - Trabia - Sicilië - Italië
  • Reis naar Sicilië - Italië 2006
  • De Pyreneeën
  • Lourdes en de Pyreneeën
  • Antalya Turkije 2006
  • Antalya Turkije 2006
  • Grossglockner 3798 m
  • Sankt-Martin bei Lofer - Oostenrijk
  • Kas Turkije 207
  • Kas - Turkije 2007
  • Kusadasi Turkije 2008
  • Kusadasi Turkije 2008
  • Bernau - Zwarte Woud
  • Bernau - Zwarte Woud
  • Bornholm - Denemarken
  • Tenerife 2010
  • Antalya Turkije 2011
  • Malta 2011
  • Tenerife 2012
  • Nieuw
  • Welkom op deze blog
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per jaar
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005
  • 2004
  • 2003
  • 2002
  • 2001
  • 2000
  • 1999
  • 1998
  • 1997
  • 1996
  • 1995
  • 1993
    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

    Blog als favoriet !
    Gastenboek
  • solar
  • Op bezoek geweest
  • Lieve groetjes
  • Vrolijk pasen
  • xxx

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!