NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto

Klik op bovenstaande foto voor een onderwegmoment of op onderstaande foto voor een reeks fotogedichten.

Foto

Selecteer de dichter die u wenst te lezen.

Categorieën
  • Ann Tuypens (1)
  • Chauffeurke (4)
  • De Brouwer Joël (1)
  • De Clercq Wim Paul (4)
  • De Gelas Urbain (1)
  • De Saegher Francine (2)
  • De Smet Marleen (63)
  • De Vos Annie (1)
  • Delvoye Arlette (3)
  • Desmyter Gaby (15)
  • Dhaenens Ann (2)
  • Dirk (12)
  • Erika (3)
  • Geeroms Maurice (2)
  • Jason (1)
  • Johan Janssens (3)
  • Jolien De Neef (2)
  • Koenraad Rosier (1)
  • Lancksweerdt Eric (2)
  • Motte Peter (4)
  • Schrever Albert (23)
  • Sper Guy (3)
  • Steenput Wivina (4)
  • Theo Maes (2)
  • Van Cauwenberge Johan (2)
  • Van Damme Rik (12)
  • Van Raemdonck Jan (1)
  • Van Tilborgh Tristan (1)
  • Van Trimpont Marc (3)
  • Van Trimpont Willem (1)
  • Vanderstocken Arlette (3)
  • Wim Schrever (2)
  • Gastenboek
  • auq9q5
  • Äëÿ ðåãèñòðàöèè àêêàóíòîâ
  • Zelfde wensen om in herhaling te vallen, sic.
  • weekendwensen van Frankie, en een fijne jaarwissel
  • Hallo

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    E-mail

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

    Mailinglijst

    Geef je e-mail adres op en klik op onderstaande knop om je in te schrijven voor de mailinglist.


    © Niets mag overgenomen of verveelvoudigd worden op eender welke wijze zonder de schriftelijke toestemming van de auteurs.
    Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet
    Geraardsbergse gedachten en gedichten
    28-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De dingen van Peter Motte
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
















    Klik op de foto voor meer informatie. 

     

     


    Het geschrevene

    blijft, maar om het te lezen

    ontbreekt het geduld.

    (uit ‘Ik ben geen boeddhist. De bundel bevat haiku’s en tekeningen van Peter Motte en verscheen in de maand augustus 2006 in een oplage van 63 genummerde en gesigneerde exemplaren als elfde deeltje in de serie Te Water!, een reeks verschenen boekjes uitgegeven door Het Zinkend Schip naar aanleiding van de zondvloed!, een tsunami van lezingen en non-evenementen ingericht, en soms ook niet, op voortdurend wisselende tijdstippen, op alsmaar andere locaties, naar aanleiding van steeds wat anders en vaak helemaal niets. Et cetera.)

     

     


    Peter Motte

     

     


    Peter, herinner jij je nog de talrijke vriendenbezoekjes samen met jouw ouders bij mijn ouders thuis en omgekeerd? Weet jij nog hoe oud je was? Acht of negen? En hoe ik volop puberde? Hoe jij in een hoekje, zonder een woord te spreken, rustig speelde?

    Wisten wij veel dat wij -pas vele jaren later- elkaar veel zouden vertellen… meestal zonder een woord te spreken.

     

    Peter Motte werd als tienjarige gegrepen door sciencefiction en astronomie. Dat kwam door twee boeken: de roman ‘De vervloekte planeet’ door John Vermeulen, en het sterk verouderde ‘Vijf miljard jaar heelal’ door Popp-Pleticha.

     

    Aangezien mensen op ongeveer die leeftijd hun culturele voorkeuren kiezen, was het onvermijdelijk dat die invloed nooit zou verdwijnen. Het leidde tot wiskundestudies, taalstudies en letterenstudies (Germaanse filologie (Engels-Nederlands) aan de Universiteit Gent, promoveerde in 1990 tot licentiaat in de Germaanse filologie met een scriptie over de Nederlandstalige sciencefiction van 1976 tot 1987 en in 1991 tot speciaal licentiaat in de algemene literatuurwetenschap met een scriptie over Salman Rushdie).

    Ook leidde het tot de uitgaven van literaire tijdschriften, waaronder De Tijdlijn en de publicatie van verhalen, artikelen en recensies.

     

    Sinds 1998 is hij zelfstandig technisch vertaler, vooral voor de automobiel- en ICT-sector, en organiseert een eigen website, blogs en e-maildiscussielijsten. Hij zag zich lang als prozaïst en begon pas in 2003 te dichten. Dat was naar aanleiding van een initiatief van de plaatselijke bibliotheek van Geraardsbergen over haiku’s. Twee van zijn haiku’s werden geselecteerd voor de beste inzendingen.

     

     


    Een begin van inzicht

     


    Iedere schrijver wordt vroeg of laat aangevallen door de clichévragen: waarom schrijf je, en vooral: “Waar haal je het vandaan?”,
    schrijft Peter aan het eind van zijn bundel “Ik ben geen boeddhist” en hij vervolgt:

     

    Hoogmoedig reageren is een van de clichéreacties. Want schrijvers lijden al even erg aan herhaling als anderen. Ook mogelijk: zeggen dat je hard moet werken. Al wordt dat bij schrijvers soms: zeggen dat je veel moet lezen. (Onzin, natuurlijk: wie leest schrijft niet).

    Maar eigenlijk verbergen alle clichéreacties dat we het eigenlijk niet weten. En dat als we het zouden weten, of zouden vermoeden in welke richting het antwoord lag, onze reactie te ingewikkeld en te lang is om tijdens een borrelgesprek er een essay over te improviseren.

     

    Ook ik heb het lange tijd niet geweten.

     

    De oplossing kwam toevallig tijdens een groepstentoonstelling waaraan een dichteres deelnam, die ik tientallen jaren eerder voor het laatst had ontmoet.

     

    Ze had een boek uit. Ik kocht het. Ze schreef er een opdracht in. Die leed wat aan haar gewone kunstmatig aandoende opgewekte toon, maar er stonden twee interessante zinnetjes tussen: “Waarom schrijf ik? / Omdat ik niet kan zingen.”

     

    Doordat ik haar al zo lang kende, dreef het me terug naar toen ik pas begon.

     

    Het was eenvoudig, ik schreef omdat ik begon op te schrijven wat ik verzon.

     

     

    Peter heeft een hele reeks publicaties waarvoor ik graag verwijs naar zijn bibliografie http://users.skynet.be/peter.motte/de.tijdlijn/bibliopetermotte.htm

     

     

    Onderstaande gedicht ‘Het ding’ is wel zijn ding maar ook mijn ding. Ik vind het heerlijk om lezen en te laten bezinken om het daarna met een totaal ander inzicht te herlezen. Het is een gedicht dat sterk tot de verbeelding spreekt. Nee Peter, dit lijdt niet wat aan mijn gewone kunstmatig aandoende opgewekte toon, maar zoals gewoonlijk: welgemeend.

     

     


    Het ding


     

     

    Het was niet eens een ding.

    Het was een hoop,

    een rest,

    neergedruipt van rond de kaarsvlam.

    Maar het werd

    autootjes,

    en bootjes,

    en hondjes

    ‑ onze nukkige hond dwong ons tot de schuine kop ‑

    en boompjes en zelfs bomen,

    en huisjes

    ‑ want onze zus wou haar poppen onder dak.

    En, ja, ook poppen.

    Maar we noemden ze

    politieagenten,

    en bakkers,

    en brandweerlieden.

    Maar geen calavera,

    want dat kenden we niet

    ‑ en kerkhoven negeerden we nog.

    En iemand probeerde uit het gele druipsel de zon te kneden,

    maar we vonden alledrie de witte maan mooier.

     

    En toen kwam een keuze.

    Het ding zonder vorm,

    de rest,

    het afval,

    moest weg,

    als we iets anders wilden.

    Iets beters.

    We schoven de hoop naar zijn uitgestelde rustplaats,

    en ontvingen een ding,

    een pakje,

    met letters in regenboogkleuren,

    die hobbelend 'boetseerklei' spelden.

     

    De nieuwe auto's reden niet,

    de boten voeren niet,

    er werd niets meer gebouwd,

    er kon niets meer groeien,

    en niets leek nog echt

     

    Alleen de hoop had dat gekund:

    alles tonen

    wat wij verzonnen

    - in de pauze van zijn bestaan.

     

    © Peter Motte

    25 december 2007 - 27 januari 2008

    28-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Motte Peter
    >> Reageer (0)
    22-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe zalig is Pasen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen











    Klik op de foto voor een uitvergroting. 


     

    Hoe zalig is Pasen


    Toen ik in het begin van de week op wandel was, liep ik ergens voorbij een winkel waar de paashaas in chocolat stond uitgestald.
    Paaseieren gelijk voetballen, en kleine eitjes lagen verspreid in de vitrine tussen chocolade konijnen, hazen, kiekens en zelfs treinen, auto’s, paarden en een chocolade Sint die ze waarschijnlijk niet verkocht kregen verleden jaar.


    De voorbijgangers werpen een blik op al het moois die er nog lekker uitziet ook.
    Een moeder moet zelfs aan de arm van hare kleine snotter sleuren met de uitvlucht dat het nog veel te vroeg is voor Pasen, en dat het slecht is voor zijn tanden en zijne lever.
    Ik stond daar plots voor die vitrine vol chocolat te denken hoe Pasen vroeger was.
    Ja Pasen, waar is de tijd naartoe dat ik op Aswoensdag een zwart kruis op mijn voorhoofd kreeg.
    Ik moest gaan biechten, en was in de kerk al vergeten waarom ik daar in dienen biechtstoel zat.


    Potverdekke, ne mens was verplicht van iets uit zijnen duim te zuigen om toch maar niet te laten opvallen dat ge daar voor niets gekomen waart.
    De kalender stond vol van die dagen waar er telkens wel iets gebeurd was, maar rond Pasen volgden de dagen elkaar op.

    De woensdag was nog maar voorbij, als witte donderdag al voor de deur stond.
    De dag van het laatste avondmaal, waar Jezus met zijn leerlingen aan tafel zat.
    Niet zomaar een avondmaal zenne!
    Nee nee, hij moet zelfs hun voeten gewassen hebben dienen avond.
    Maar ge weet hoe het gaat als ge u zo ne keer laat gaan op nen avond, er zit daar altijd ne Judas tussen die ’t spel naar de vaantjes helpt hé.
    Awel, Jezus had dat daar ook aan zijn been.
    Hij had daar het brood verdeeld en een beker wijn uitgeschonken voor al die apostels, maar daarmee was de kous niet af zenne.
    Er zat daar ne Judas tussen die hem toch wel verraden had zekerst!

    Goede vrijdag is de dag dat Jezus aan het kruis sterft.
    Eigenaardig dat ze juist die dag goede vrijdag noemen.
    Ik zou dat zwarte of trieste vrijdag genoemd hebben, maar ja wie weet hadden ze in den tijd wel ne minister van kalendernamen, en met die mannen geraakt ge daar zeker niet aan uit hé.
    De dag dat iemand onschuldig zijn kruis moet dragen, en dan nog sterft op dat zelfde kruis kunt ge toch een andere naam geven zekerst.
    Goede vrijdag, is ook de dag dat men geen vlees mocht eten.
    Jawadde zeg, bij ons was dat vroeger elke vrijdag goede vrijdag.
    ’t Was elke vrijdag vis, en als er nu eens iets was waar ik geen graten in zag, dan was het toch wel de visdag zekerst.
    ’t Is gezond had mijnen bompa gezegd, terwijl ik daar bijna blauw zag van mij juist te verslikken in zo ne graat.
    En omdat mijn oma altijd zeer begaan was met mijn gezondheid, had ze wat citroen geperst over mijne vis om hem wat meer smaak te geven.
    Ppffff jawadde, dan moest ik nog een zuurder gezicht trekken.

    De zaterdag hadden ze stille zaterdag genoemd.
    In stilte de dood van Christus herdenken die in zijn graf lag.
    En nu nog, als we iets herdenken is het meestal in stilte.
    Het is die stilte die mij zoveel plaats geeft in mijne kop om na te denken.
    En dan is er Pasen!
    Hoeveel van die kleine snotters herdenken de verrijzenis van Jezus uit het graf?
    Ze zijn zodanig verwend met alles wat rond de herdenking plaatsvindt, dat ze de essentie vergeten.

    Ik zie ze op Pasen zoeken tussen de struiken en de ornamenten in de tuin, achter een chocolatten ei, dat de klokken uit Rome zouden hebben gebracht.
    Ja, met al die fictiefilms die ze nu voorgeschoteld krijgen zouden ze het nog kunnen geloven ook.
    Allé zeg, stel u voor dat ik hier een chocolatten ei in mijnen hof vind van een klok die overvliegt.
    Of nog beter, van een paashaas die eieren legt.
    Ze kunnen ne kleine toch nogal iets laten geloven hé.
    Maar nu ik hier zo zit te denken, wat is er nu schoner dan in iets te geloven?
     
    Ja, in wat moet een mens in feite geloven?
    Wel gewoon geloven in wat ne mens sterkte geeft om door het leven te stappen.
    En is dat een kieken in chocolat of een chocolatten paasei, dan mag dat gerust hoor.
    Misschien zit men wel aan dienen chocolatten paashaas zijn oren te knabbelen, en tevens te denken waar die traditie vandaan komt
    En als alles op is, dan blijft nog alleen Pasen over.
    Een dag waar zelfs ongelovigen chocolat eten en eieren strooien.
    Ja, soms is geloven veel meer dan we zelf wel willen geloven.
    Ben ik nu te laat om ieder van u een zalige Pasen te wensen?
    Nee hoor, want ’t is veel te vroeg voor mijn kerstwensen.
    Een zalige Pasen gewenst.

    © chauffeurke

     

     

    22-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Chauffeurke
    >> Reageer (2)
    21-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe.


     

    ‘Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe’

     


    denk ik als ik een gedicht de w(ijde)w(ereld in)w(erp). Ik wil almaar beter worden en ben zelden tevreden. Daarom dank ik mijn strenge lezers om hun reacties en commentaren.

     

    Bijna iedereen heeft poëzie in zich maar niet iedereen legt met dezelfde bevlogenheid dezelfde accenten waarmee uiting wordt gegeven aan wat door het hart of hoofd wordt waargenomen.

     

    Wat levert brandstof voor een gedicht? Inspiratie? Meestal wel. Maar een ervaring die iemand ontroert of waar iemand voor openstaat kan eveneens aanzetten tot dichten. Zo zag ik laatst iemand huilen waardoor ik besefte dat tranen de zuiverste schrijfvlekken zijn. Ze laten vlekkeloos sporen na en verheffen na droogtijd het blad in spatjes pure poëzie. Zo ook in een lukrake lach ontdaan van alle remmingen heeft poëzie in vele opzichten vele gezichten.

     

    Ik heb niet de pretentie te verklaren wat poëzie is. Toch meen ik dat poëten door taal zijn bezeten en dat ze met weinig woorden spreken van wat niet spreken doet. Bovendien schrijf ik zelden wat ik zeg of zeg ik zelden wat ik schrijf. Dat samen maakt poëzie tot een merkwaardig communicatiemiddel.

     

    Poëzie beaamt en kleurt, onderlijnt of ademt sensitiviteit in & intensiviteit uit en is verder moeilijk te definiëren. Wat ik weet is dat een goed gedicht appel doet op de totale persoonlijkheid van de lezer.

    Hoe krijgt een dichter dat voor elkaar? Door wakker te schudden, beelden te tonen, te overreden of te ontroeren en door het ritme de lezer te laten meezingen binnenin. Het is overigens ook aan de lezer om uit te maken of een gedicht recht voor de raap is of door de gelaagdheid vast te stellen dat hij op het verkeerde been werd gezet.

     

    Dichters zijn niet enkel delvers maar ook durvers en denkers, soms doemdenkers die hun ervaringen sublimeren. Het is zoals met ongeluk worden geconfronteerd door diep in een ervaring of zichzelf te graven om van daaruit het geluk weer te verheffen, m.a.w. het ongeluk recht in de ogen kijken om te beseffen wat geluk is. Beroering en ontroering doen dichters dichten, lezers lezen.

     

    Kortom, met het schrijven van poëzie tel ik op, trek ik af, ventileer en doe ik aan zelfheling. Daarna vermenigvuldig ik dat wat ik wil delen met wie er voor open staat.

     

    Marleen De Smet

     

    21-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:De Smet Marleen
    >> Reageer (0)
    15-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Guy Sper vertelt...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen












    Klik op de foto voor een uitvergroting. 



    Guy Sper vertelt...

     

     

    “De drang om te schrijven begon heel vroeg. Tijdens mijn jeugd leefde ik met het idee een boek te schrijven. ‘De Blizzard’ zou een theatraal verhaal worden over een driehoeksverhouding die tot ontknoping komt in een sneeuwstorm.

     

    Studies en het werk drongen het initiatief in de vergeethoek. Op kleine ontplooiingen na op school en enkele cursiefjes in lokale blaadjes bleef mijn talent latent.

     

    In 1996 lachte het geluk mij echter toe: ik werd werkloos!

    Ik wijdde me volledig aan mijn hobby. Ik zou sprookjes schrijven om mij in mijn fantasie te ontdoen van remmingen en legde me toe op het tekenen van illustraties bij de sprookjes.

    Na verloop van tijd bleef het tekenen, maar de schrijversmuze bleef achterwege. Het laatste wat ik toen schreef ‘God en de zwarte gaten’ was een uitlaatklep voor wat gebeurde in onze maatschappij.

    Om het muggenziften te illustreren zou ik gedichten schrijven waardoor de muze weer werd aangewakkerd.

     

    Door mijn deelname aan een paar wedstrijden en met de hulp van collega-schrijvers ging de wagen weer aan het rollen.

    Inmiddels weet ik dat dichten mijn ding is. Een late roeping maar ook een nobele taak.”

     



    Ik ontmoette Guy Sper tijdens gedichtendag 2008. Niet voor het eerst want ik kende hem van ‘ergens’. Uiteindelijk zou blijken dat we als onbekende buren om de hoek leefden in het centrum van Geraardsbergen.

     

    Tijdens gedichtendag 2008 te Geraardsbergen liet Guy bij tal van toehoorders een niet de definiëren indruk na. De manier waarop hij moeiteloos zijn gedichten proclameerde wist hen te raken. Zijn ietwat verlegen maar specifieke manier van voordragen zorgde ervoor dat zijn gedichten aan kracht wonnen.

     

    Na een eerste lezing van een drietal gedichten die Guy me toestuurde meen ik te mogen stellen dat poëzie schrijven zijn manier van ventileren is in een taal die zowel voor Jan met de hoed als voor Piet met de pet verstaanbaar blijft.

     

    Over de gedachte achter het gedicht 'iemand anders', verklaart Guy:


    'Het is een korte opflakkering van besef van egoïsme.'

     


    Iemand anders

     

     

    Waarom ben je iemand anders,

    anders dan ikzelf?

    Waarom blijf je jezelf,

    terwijl ikzelf mezelf ben?

    Komt ons samenzijn van een kant

    die kant van mezelf,

    of is er ook een kant aan jouw kant

    een kant van jezelf?

    Of begrijp ik het woordje ‘ons’ niet

    tussen jezelf en mezelf…

    onszelf?


    © Guy Sper

     

     

    15-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Sper Guy
    >> Reageer (0)
    13-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Face to face met Erika
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



















    Klik op de foto voor een uitvergroting. 

     

     


    Erika’s brieven uit Moerbeke

     

     

    Face to face

     

     

    “En?? Hoe is ’t verlopen op je blind date?” vroeg een lezeres zich af.

    “Goed, heel goed” antwoordde ik en schoot in een lach. Mijn lach moet aanstekelijk geweest zijn want de lezeres lachte mee. Waarom wist ze blijkbaar niet. Ik wel; ik lachte niet alleen omdat de ontmoeting zo ontzettend leuk was, wel om wat ik tussen de blind date en nu ben te weten gekomen.

     

    Deze vrouw is een dorpsgenoot van de schrijfster die ik ontmoette. Ze kennen elkaar niet. Als ze mekaar op ’t straat zouden tegen komen, zouden ze nochtans een goed gespreksonderwerp (brief uit Moerbeke) kunnen hebben. Maar ze hebben zelfs nu nog geen weet van elkaars bestaan.

    Nog het meest had ik binnenpret omdat ik me terug de badkamerscène, die de ontmoeting voorafging, voor de geest haalde. In gedachten zag ik me terug in de badkamer druk bezig. Vooral de onhandige inspanning die ik leverde om mijn nagels extra lang te maken bracht me aan het lachen.

     

    Aan het tearoomtafeltje zag ik dat ook deze schrijfster al eens aan haar nagels knabbelt. Tja, als de inspiratie niet wil komen, kan dat even ‘knagen’ aan de schrijver in kwestie.

    Als de woorden niet vlot genoeg komen, durf ik bovendien al eens een sigaret opsteken, hopend dat er door extra te inhaleren iets in de geest wakker geschud zou worden. Ach, dat is een vals argument. Soit. Onlangs kreeg ik een telefoontje van een andere schrijfster en om het storend lawaai in huis te ontlopen, ging ik aan de terrastafel zitten. Ik deelde deze handeling mee aan de onbekende belster. En wat zei deze? “En nu ga je een sigaretje opsteken zeker?” Juist ja. Soort kent soort.

    Het was deze vrouw die me vertelde dat Leentje, mijn blind date, ook een rookster is. Hahaha; we moeten tijdens onze afternoontje dus eigenlijk allebei met een gemis bij de koffie gezeten hebben…

    Alhoewel; niet als zodanig ervaren want het was een gezellig onderonsje. Er zijn zelfs plannen voor een tweede ontmoeting. Dat wordt alvast een nog (h)eerlijkere face to face.

     

    Zie, nu ga ik het briefje printen en herlezen. Op het terras, weliswaar met een doodversnellend dingetje in d’hand. En een stylo om verbeteringen aan te brengen. Terwijl ik naar een pen grabbel, bedenk ik dat ook schrijven schadelijk is voor de gezondheid. Want het vreet aan je nachtrust.

    “En aan ons liefdesleven” zegt mijn echtgenoot als ik me wat later, moe maar voldaan, als een ijsblok in zijn bedwarm schootje nestel.

     

    © Erika
    15 oktober 2004


     

    13-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Erika
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.nacht van de duisternis

     

     

    nacht van duisternis

     

     

    de nacht breekt open. hoor

    hoe duister zich vergaapt aan het

    wentelen van de dag. in een boomkruin

    sikkelt de maan een hangmat

    tussen kale takken. ik lig

     

    in de gloedholte, goudgeel.

     

    aan elke uiteinde wiegen wensen

    van oost naar west. ik verlies het noorden,

    word het wakkerzijn moe en zink

    dieper en dieper naar vandaag

    is morgen een herinnering

     

    © Marleen De Smet

    13-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:De Smet Marleen
    >> Reageer (0)
    08-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Soetkin Baptist - Isthar
    Klik op de afbeelding om de link te volgen










    Klik op de foto voor een bezoek aan de website van Isthar. 

     

     


    Soetkin Baptist - Isthar gaat naar Belgrado

     


     

    Ishtar is een Vlaamse Folkgroep dat pareltjes van liefdesliederen brengt uit de schatkamers van de Europese volksmuziek. Het ensemble vertolkt liederen van de 11de eeuw tot op heden waaronder Ierse ballades, Hongaarse herdersgezangen, Griekse volkswijsjes en hoofse Franse liederen.

     

    Met spanning werd uitgekeken naar de finale tot op het moment dat de beslissing viel: Isthar vertegenwoordigt België tijdens het Eurosongfestival te Belgrado.

    Soetkin Baptist, die de zang voor haar rekening neemt, groeide op in Waarbeke, een rustige deelgemeente van Geraardsbergen. Haar middelbaar onderwijs volgde ze in het Sint-Catharinacollege en is momenteel studente zang aan het Lemmensinstituut. Soetkin zong in het jeugdkoor van de kunstacademie “Innamorata di Musica”, in het schoolkoor, het kerkkoor en sinds haar achttiende bij ishtar.

     

    Het aanstekelijk deuntje in combinatie met de verzonnen tekst van ‘O julissi na jalini’ klinkt bijzonder opgewekt en wordt m.i. door instrumentale en muzikale details subtiel afgeboord.

    Maar wat bezingt Soetkin? Ongedwongen en met een flinke dosis vrolijkheid zingt ze over en voor jou, over alles en niets.
    Juist, dat maakt het zo bijzonder. Het lied nodigt uit tot zelfreflectie en daarmee doe je uiteindelijk wat je wilt. Niets wordt voorgezongen of het oor ingefluisterd. De luisteraar krijgt een geschenk en mag zelf de inhoud bepalen.

     

    Voor mezelf verzon ik de titel “O juli na juni” omdat het me denken doet aan het zomerse juligeklinkel van klokjesbloemen, onbezorgde madeliefjes & fladderende vlinders. Haar stemtimbre brengt me echter terug naar de sfeer die uitging van ‘Dominique’ van Soeur Sourire, hoewel die vergelijking zeker niet voor alles opgaat.

    Luisteren naar Isthar is pure nostalgie. Het lied meezingen? Tot 20 mei krijg je de tijd om het onder de tong te krijgen.


     

    O julissi na jalyni,
    O julissi na dytini
    O bulo diti non slukati
    Sestrone dina katsu.

    O julissi na ti buku
    O julissi na katinu
    Dvoranu mojani bidna
    Marusi naja otcha tu

    Pokoli sestro moja kona
    Pokoli meni dita boja
    Jalina pitsu marusinja
    Kolosali krokodili

    O julissi na jalyni,
    O julissi na dytini
    O bulo diti non slukati
    Sestrone dina katsu.

    O julissi na ti buku
    O julissi na katinu
    Dvoranu mojani bidna
    Marusi naja otcha tu

    Fluitsolo

    Pokoli sestro moja kona
    Pokoli meni dita boja
    Jalina pitsu marusinja
    Kolosali krokodili

    O julissi na jalyni,
    O julissi na dytini
    O bulo diti non slukati
    Sestrone dina katsu.

    O julissi na slukati
    O julissi na kotchali
    Od nu je dvorian ne si bili
    Precko sti budo najali

    O julissi na ja

    O julissi na jalyni,
    O julissi na dytini
    O bulo diti non slukati
    Sestrone dina katsu.

     

    08-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (2)
    06-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Erika's blind date
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


















    Klik op de foto voor een uitvergroting. 

     



    Erika’s brieven uit Moerbeke

     

     

    Vraag me niet naar de dag dat ik haar voor het eerste ontmoette. Ik weet het niet meer. Wij droegen onze boekentas naar dezelfde school en zaten in groene schort op dezelfde banken met dezelfde juffen in het vizier. Op één of andere manier contacteerden we elkaar jaren later. Vraag me niet hoe of naar aanleiding van wat. Ook dat vergat ik. Maar die namiddag dat ik haar dartel als een schoolmeisje weer begroette, vergeet ik niet.

     

    Erika De Bruyne schrijft cursiefjes. Erika schreef “Parels om ons heen” een tijdloos boekje vol cursiefjes van en voor alle tijden waar je als lezer regelmatig naar teruggrijpt. De cursiefjes werden één voor één gepubliceerd in “De Beiaard” een weekblad van Zuid-Oost-Vlaanderen en belichten de triviale zaken vanuit verschillende standpunten. Haar komma’s zijn knipogen, haar punten ironisch, haar dubbelpunten licht satirisch of kritisch en haar slotregels relativerend met in de marge een humoristische pointe. Regelmatig valt er een nieuw cursiefje door het netvlies waar ik gewoonlijk naar uitkijk.

     

    Talent hebben voor iets, zoals schrijven is geen verdienste,

    het is een gave die je meekrijgt.

    Daarvoor zeg ik ‘dank’ aan mijn vader.

     

    Met die gave iets kunnen doen is vooral een verdienste

    van diegenen die bij je wonen, zij die het verdragen.

    Daarvoor zeg ik ‘dank’ aan mijn huisgenoten,”

     

    zegt Erika in het voorwoord. Maar is er meer:

     

    “Mijn vader schreef graag, ik schrijf graag.

    Met andere woorden: ik erfde de ‘pen’ van mijn papa.

    Vandaar dat dit boek begint bij het eerste gepubliceerde briefje over mijn vader”

     

    Dat is wat van Erika uitgaat. Je kunt er grotendeels Geraardsbergen mee verwarmen.

     

     

    blind date  

     


    Een lezer wou me eens zien. Niet zomaar een lezer, een schrijfster. Een blind date.

    Het gaf me kriebels in de buik en spasmen in het maagdarmstelsel. Het gesprek zou wel los lopen, dat had ik gehoord aan haar stemtimbre door de telefoon. Maar wat zou ik in  hemelsnaam aantrekken voor een vreemde vrouw? Verdorie, een blind-date met een kandidaat droompartner was gemakkelijker geweest; dan trok ik fijne lingerie aan, daarover een soepel vallend kleedje met een diep decolleté en hoge hakken.

     

    Wat heeft dat mens me aangedaan!

    Is het een natuurliefhebster; hou ik het best bij puur en naturel?

    Is het een opgetutte madam; moet ik nagellak op?

    Is het een gewoon iemand; trek ik m’n doordeweeks jasje over mijn dagelijkse kleren?

    Een ganse voormiddag was ik druk bezig in de badkamer.

    Nagellak op, nagellak af, onopvallende nagellak dan maar.

    Schmink op, schmink af, enkel wat eyeliner en lippenstift blijven.

    Broek aan, broek uit, kleed aan, kleed uit, toch maar weer een broek.

    T-shirt aan, T-shirt uit, bloesje aan.

    Ringen op, ringen af, enkel de 2 stille getuigen van de liefde blijven.

    Elke vrouw vecht zo’n duel met de kleerkast wel eens uit om uiteindelijk toch de gemakkelijke broek en het favoriete bloesje aan te trekken.

     

    Op de afspraakplaats zie ik meteen aan haar joviale lach dat dit de spontane vrouw is, waarmee ik aan de telefoon reeds een fijne babbel had. Als een dartele hinde springt ze in mijn auto “hé, zeg, Erikaatje, eindelijk, tof zeg” en ze smakt een kus op mijn wang.

    Gehaast voor de regen of blij om mij te zien? Om het even, haar enthousiasme voelt echt én goed aan. De toon van de namiddag is gezet; vrolijk, spontaan, lief.

     

    Wij zijn oktobermeisjes, weegschalen, en kunnen niet kiezen tussen de vele tearooms. We proberen het nieuwste. Het ene vrije tafeltje maakt kiezen, wikken en wegen, overbodig.

    Zij praat en luistert en praat en giechelt. Ik luister aandachtig… en soms ook niet.

    Een zinnetje aan de tafel naast ons fascineert me ‘daar ga ik een stukje over schrijven’ denk ik.

    “Zie,” zegt de oudere vrouw tegen de dienster “ik was mijnen boven aan het doen en zei tegen mijn eigen: zie, als ik nu niet ophoud en eerst en vooral ’t stad inga, heb ik niets meer aan mijne vrijdag.”

    Terwijl mijn tafelgenote praat, bedenk ik reeds enkele zinnen voor het stukje.

    En nu, terwijl ik hier zit te schrijven en het cursiefje, met als aanzet dat ene zinnetje, zou willen neerschrijven, denk ik -met veel genoegen- aan mijn blind-date.

    Ik kan het beeld van dat stadsmadameken aan de tafel naast ons niet meer voor de geest halen.

    Mijn pen schrijft een totaal ander briefje.

    En u, lezer, leest het misschien weer anders.

    Ach, het doet er niet toe, als u er maar met genoegen aan terugdenkt.

     

    © Erika

    26 september 2004 

     

    06-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Erika
    >> Reageer (3)
    05-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Krakelingen 2008 - Albert Schrever

     

    Krakelingen 2008

     

     

    Ons lentefeest is weer voorbij:

    elk wacht nu op een warme mei

    en op de zomer en de zon

    die pas de winter overwon.

     

    In fraaie groepen trok de stoet

    per kar, te paard maar meest te voet

    door de straten van de stad

    die aardig wat bezoekers had.

     

    Dit jaar stond Hunnegem centraal

    in dit eeuwenoud verhaal.

    Van bij de stichting van de stad

    volgden we het kloosterpad.

     

    En boven op de Oudenberg

    -onder de bergen slechts een dwerg-

    dronk de magistraat weer wijn met vis

    zoals het eeuwenlang traditie is.

     

    Daarna was onze overheid

    zoals elk jaar ook weer bereid

    haar vele gasten te bedenken

    met mastellen als geschenken.

     

    En toen de dag ten einde liep

    en de zon reeds rustig sliep

    stak men de pekton trots in brand:

    nu is de lente in het land!

     

    © Albert Schrever

     

     

     

    05-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Schrever Albert
    >> Reageer (0)
    02-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.maart


     

     

    maart

     

     

    in mijn denktuin sluiert dageraad

    de borders als bruiden,

    zompige aarde lijkt doods

    maar beweging onder de grond

    slokt voeten met wellustige geluiden

     

    hef het hoofd, denk ik dan

     

    boven kopzorgen klapwieken

    wilde ganzen een V van vlucht en vrijheid,

    sla je maartse mantel open en vlieg

    naar het hoekpunt van blijheid

     

    pril lentelicht scheert een blos langs

    een door winter verbleekt gezicht

     

    © Marleen De Smet

     

    02-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:De Smet Marleen
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gaby gaat te velde
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

     


     

     

     

     








    Foto: © Gaby Desmyter

     

     

     

    Wat voorbij de rondingen ligt,

    wat gezaaid is in broednesten

    van nog op te warmen aarde,

    ademt stil in nissen van geheim.

     

    Laten we de deukvoet rusten

    Laten we tippetenen op de tonen

    van slaapvogels,

    onhoorbaar ver nabij.

     

    Straks draait en slaat de zon

    alles in ons tot nieuw vuur.

     

    En zie je:

    ik soes jou dan mijn droom.

     

    © Gaby Desmyter

     

    02-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Desmyter Gaby
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Joël De Brouwer - duivenmelker schrijft gedichtjes
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     









    Joël De Brouwer

     

     

    Een duivenmelker schrijft gedichtjes.

     

    Een beetje uitgekeken op zijn duivenkot te Lierde, nam Joël De Brouwer enkele jaren geleden deel aan een poëziewedstrijd in datzelfde dorp. Joël verhuisde naar Geraardsbergen, zocht een nieuwe hobby en werd gegrepen door het poëtisch beestje. Sinds een drietal jaren rijmt hij er gretig op los. ‘Verleiding’ werd gepubliceerd in zijn dichtbundel ‘Woorden en Tranen”.

     

     

     

    Verleiding

     

     

    je ogen waren neergeslagen,

    je blik zedig van me afgewend.

    Een gevoel van tederheid hield me gevangen,

    toen je verlangend naar me keek.

    Je toverde een glimlach op je lippen,

    onbeweeglijk bleven je frêle handen.

    Een roze blos verscheen op je tere wangen,

    één enkele traan sierde je gelaat.

    Ik wou je voor altijd omwarmen,

    innig verbonden in een eindeloze strijd.

    Verleiding, een hevig verlangen,

    een schemerzone tussen droom en werkelijkheid.

     

    © Joël De Brouwer

    02-03-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:De Brouwer Joël
    >> Reageer (0)
    19-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Krakelingen - The Times 1991
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     







    Foto:
    ©Dirtyharry71



    Krakelingen – The Times 1991

     

    Met dank aan Albert Schrever



    In de rubriek "... and moreover" van de prestigieuze Britse krant "The Times" publiceerde columnist Matthew Parris een tijd geleden een verslag van het Krakelingenfeest dat hij, eerder toevallig, op 22 februari 1981 had meegemaakt. We geven de samenvatting van de vertaling: een "onschuldige" Bel­genmop vol verwon­de­ring over een vreemd ritu­eel...

     

    "Ik ken een goede Belgische grap die eigenlijk een waar ver­haal is. Het gebeurde een tijd geleden toen ik van Luxemburg naar Oostende reed. De lucht was koud en grijs. Zoals altijd in België was het aan het regenen en het land­schap was vlak en vormeloos en het deed me aan het vagevuur denken. Die monotonie werd enkel gebroken door een kleine heuvel aan de horizon. Omdat we dringend wilden eten verlieten we de autoweg en we vonden een stadje aan de voet van die heuvel...

     

     Duivels

     

    "Toen ik uit mijn wagen stapte botste ik bijna tegen een duivel aan. Als het geen duivel was, dan was het een kleine Belg in een rood nylon pak, met een zwarte kap, hoorns en een staart. Ik keek rond en zag een dozijn duivels rondlopen met zwaaiende staarten. Er was iets vreemds aan dat stadje...

     

    "Overal doken demonen op tot grote vreugde van de stede­lingen die, net als wij, normaal gekleed waren. Sommige dui­vels gingen winkelen, andere zaten bier te drinken en nog andere stonden frieten met mayonaise te eten. Het viel ons moeilijk met die schepsels te praten maar we begrepen dat ze deelnamen aan een ceremonie. Er stond iets te gebeuren...

     

    "Gevolgd door een massa burgers trokken de duivels naar de heuveltop waar blijkbaar de hele stad was samengestroomd. De heuveltop was vlak en er stonden misschien wel duizend mensen en duivels rond een podium geschaard. Daarop stonden een dozijn mannen in hun grijs pak rond een grote bokaal goudvis­jes...

     

    "Onder het gejoel van de duivels dronken de mannen een glas water met een goudvis uit. Op elke dronk volgde een nieuw gejuich. Dat zijn onze mandatarissen, maakte een omstander me duidelijk in gebrekkig Engels. Onvoorstelbaar was het gejuich toen de burgemeester zijn visje dronk...

     

    Spartelend visseltje

     

    "Daarna was het de beurt aan iemand die zich blijk­baar niet op zijn gemak voelde. Na enig aarzelen werkte hij toch het spartelend visseltje binnen waarna de massa bijna wild werd. Lieve hemel, zei een van mijn reisgenoten, ik herken hem. Ik ben er zeker van dat het Wilfried Martens is, de eerste minis­ter...

     

    "Daarna begonnen al die grijze heren koeken naar de massa te gooien. Huilend sprongen de duivels rond en grepen ze naar die broodjes. Na dit evenement vertrokken de grijze mannen in zwarte wagens. Ook de massa verdween en wij reden door naar Oosten­de."

     

    Toen Parris in 1991 zijn column schreef heeft hij vruch­teloos gezocht naar het plaatsje waar die vreemde traditie plaatsvond:

     

    "Ik heb verscheidene landkaarten bestudeerd om dit stadje te vinden maar blijkbaar is het van de kaart verdwenen. Maar toen be­stond het nog, aan de voet van een heuvel...”

     

    Dat Geraardsbergen niet van de kaart is verdwenen zal ook nu weer blijken op zondag 24 februari op het feest van de eeuwenoude Krakelingenworp.                                    

     

    © Albert Schrever

     

    19-02-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Schrever Albert
    >> Reageer (0)
    12-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Guido Gezelle ontving relaas over Krakelingenfeest
    Klik op de afbeelding om de link te volgen








    Guido Gezelle ontving relaas over Krakelingenfeest

     

    Met dank aan Albert Schrever



    Op maandag 22 februari 1858 schreef de jonge Engelse bekeer­ling Michael J. Buckleigh vanuit het jozefietenklooster in Ge­raardsbergen een brief naar het Klein Seminarie in Roese­la­re. Omdat dit Engelstalig schrijven een relaas bevat van het Krakelingenfeest 1858 - a curious custom- en omdat het boven­dien gericht is aan Guido Gezelle gaan we er even op in.

     

    In de "Kroniek van de jonge Gezelle 1854-1858" (Tielt, 1993) schrijft dr. Johan Van Iseghem dat Gezelle, die geruime tijd het verlangen koesterde missionaris in Engeland te wor­den, een drukke correspondentie voerde met Engelsen.

     

    Een van die correspondenten was de Engelse bekeerling Buckleigh, die poësisleraar Gezelle had leren kennen in het Klein Seminarie in Roeselare en die zelf hoopte leraar Engels te worden bij de Ge­raards­bergse jozefieten: "Ik ben zeer blij U te kunnen vertel­len dat ik hier goede en beminnelijke vrien­den heb gevonden die me met de grootste beminnelijkheid behan­delen en die zeer bezorgd zijn om mijn welzijn. Wat een geluk dat God me hier bracht. Ik zou hier altijd willen blijven maar aangezien er hier reeds twee uit­ste­kende le­raars Engels zijn vindt de algemene overste dat ik beter naar een andere kloos­ter -mis­schien in Leuven- verhuis. Indien ik daarheen ga, kan ik er misschien ook lessen volgen aan de universiteit. Prefect pater Firmin is een goede vriend voor mij, net als pater Ildephonse, de generale over­ste, en de hele communauteit. Ik verblijf hier bij de leraars en woon in het koor de missen bij."

     

    Net als Gezelle was Buckleigh een fervente aanhanger van de neogotiek wat in het vervolg van zijn brief aan Gezelle duidelijk wordt: "Ik verheug er mij over U te kunnen meedelen dat de kloos­terkerk in de gotische stijl zal worden getrans­for­meerd. Ik praatte erover met de prefect (tot mijn grote vreug­de spreekt hij voortreffelijk Engels) en trachtte hem het heidendom van de Renaissance te doen inzien zodat hij open­staat voor de oude architectuur van de Belgische kloosters". Die hoop werd echter niet bewaarheid want toen de kerk van de jozefieten in Geraardsbergen in 1889 werd gerestaureerd koos de overheid -om diverse redenen- voor de neobarok.

     

     

    Vreemd gebruik

     

    En dan volgt het -niet-chronologisch- verslag over dit "curious custom" (= vreemd gebruik): "Giste­ren woonde ik een vreemd gebruik bij. Dicht bij de stad is hier een heuvel waar jaarlijks een immen­se volkstoe­loop uit alle windstreken is om de burgemeester te zien drin­ken uit een 12de-eeuwse (sic!) oude beker waarin een levende vis zwemt. Samen met de andere mandatarissen gooit hij daarna vissen en broodjes in het volk en bidt hij de litanie van Onze-Lieve-Vrouw in de kapel op de heuvel. Er is ook een processie en een optreden van fanfares. De zon scheen schitte­rend en vanop de heuveltop kon ik mijlen­ver kijken over het mooie Henegouws en Brabants land­schap. De burgemeester, die hoorde dat ik een Engelsman was, nodigde mij uit ook van die wijn te drinken maar ik be­dankte. Nadien gooide ik wel brood­jes in het volk: zo een gegrab­bel zag je nog nooit. Ik stierf bijna van het lachen toen ik de toeschou­wers zag tuime­len, grabbelen en grijpen".

     

    Zoals bekend is het gebruik om vissen te gooien -geluk­kig- verdwenen. Volgens Louis Bert (Rond den Heerd, 1879, blz. 167) werden destijds nog andere versnaperin­gen gegooid: "Onbe­schrijfelijk is het ogen­blik waarop dozijnen handen, honderden haringen, krakelingen, oranjeappels, vijgen, en gans gevulde korven over hoofd en arm de berg afroeien."

     

    Burgemeester Modeste De Cock en de overige mandatarissen ontvingen de Engelsman achteraf in het stadhuis: "Daarna toon­den ze me het stadhuis waar ze me ook uitleg gaven over de archie­ven en de oude schilderijen. Als het God belieft zal ik je daar later nog meer over vertellen. Elke dag bekwaam ik me meer in het Frans­..."

     

    Tot slot spreekt Buckleigh ook nog de hoop uit dat Gezel­le naar de Oudenbergstad zal komen "to see me and this nice country" en om er meteen ook kennis te maken met die "vrome communauteit" (van de jozefieten).

     

    Hoelang Buckleigh in Geraardsbergen verbleef konden we niet achterhalen. Vast staat dat hij van 1861 tot 1862 ver­bleef in het Drievuldigheidscollege van de jozefieten in Leuven waar hij ook nog Grieks en Latijn studeerde aan de universi­teit.

     

    B. De Leeuw, P. De Wilde en K. Verbeke verzorgden de diplomatische uitgave van die brief in "De brief­wisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1599 Deel I" (Gent, 1991) met commentaar in Deel III.

     

    Of Guido Gezelle ooit de Oudenbergstad bezocht valt niet te achterhalen.                        

     

    © Albert Schrever

    12-02-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Schrever Albert
    >> Reageer (2)
    08-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fran, een Geraardsbergse dame
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

     






     

     

     


    Fran, een Geraardsbergse dame

     

     

    Francine De Saeger is een Geraardsbergse ‘dame’.

    Hoe legt den dikke Van Dale het weer uit?
    'Een dame is een vrouwelijk persoon van verfijning en hoge beschaving ofwel van gegoedheid en standing.'

    Francine heeft klasse en haar sereniteit overweldigt. Zij neemt een hoekje van mijn hart in als ik terugdenk aan het moment dat haar dochter mijn ukkepuk van 2 maand onder haar hoede nam.

     

    Onder de naam ‘Fran’ publiceerde Francine enkele jaren terug "Koken met Minne 1" en nadien "Koken met Minne 2". Daarna volgde het tweeluik: "Minnestrelend" en "Sterven met Minne".

     

    Wie Fran ziet vergist zich. Zij is niet zo stil dan je denken zou. Onderhuids is zij een spring-in-‘t-veld. Zo bekruipt haar de zin om een volgende bundel uit te werken en hoopt ze in de toekomst uit te pakken met enkele korte verhalen waaronder enkele voor kinderen zijn bestemd. Maar oohooo hier stopt het niet. Zowel maatschappelijk en sociaal voelt zij zich zeer betrokken bij de mensen die ze in haar territoria insluit. En ook stond zij me nabij tijdens de voorbereiding van een derde poging tot voordragen van poëzie. Zij zag mij ronduit klungelen. Dank voor je aanmoediging, lieverd! Jij leerde me dat voordragen musiceren is.

     

    Jawel, meermaals weet zij mij te verwonderen. De finesse en de feeling waarmee ze haar poëzie sublimeert, spreekt tot de verbeelding. Zo beschikt zij eveneens over een prachtige stem, haar zangtalent laat niemand onberoerd. Onderstaand gedicht hoor ik haar proclameren, het water komt ervan in de mond.

     

     

    Mattentaart

     

     

    Och Mattentaart! Ge stond gij daar toch niet alleen om te pronken

    omdat wij altijd al voor jou in bewondering stonden,

    zelfs lang vóór MARLEEN ons op je "tepelhofken" wees!

     

    Ik heb nu weer lang naar jou staan kijken

    en mij al dat moois laten welgevallen en...

    je bent sexy... toegegeven!

     

    Maar dat kijken alleen kon mijn verlangen naar jou niet stillen.

    Ik wou je strelen met mijn tong, proeven! Dàt zou ik willen!

     

    En daarom heb ik je stiekem... maar... met minne,

    vastgegrepen

    en

    met volle mond in jouw zaligheid gebeten!

                                                                  

    © Fran

     

     

    08-02-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:De Saegher Francine
    >> Reageer (2)
    06-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gaby dendert
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

     




     

     

      

    Foto: © Gaby Desmyter

     

     

    Gaby dendert

     

     

    Hier dendert de Dender niet.

    Wandelwalsend strijkt hij

    uitdeinend zijn brede largo’s

    op de buik van zijn contrabas.

     

    Op de mistoever

    herkauwen boten en huizen

    de dag voorbij.

    Terug is de verleden tijd.


    Onder gewelven van hemels

    spelevaart de dood springlevend

    en knuppelt kringen

    in de rimpelspiegels.

     

    © Gaby Desmyter

     

     

     

    06-02-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Desmyter Gaby
    >> Reageer (0)
    30-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gaby Desmyter open u, dichter

     

     

     

    Gaby Desmyter open u, dichter

     

     

    Lierde en Geraardsbergen hebben niet alleen een gemeenschappelijk lokaal politiekorps maar ook mensen met meerdere talenten. Hierbij denk ik meteen aan Gabriël Desmyter.

     

    Gabriël Desmyter, maatschappelijk assistent, werd in 1945 geboren in het West-Vlaamse Geluwe waarna hij zich vestigde te Lierde.

     

    In 1976 ontdekte hij Redu en bracht er sedertdien jaarlijks zijn vakanties door. Hij zag hoe het dorp er leegliep, de bakkerij en kruidenierswinkels verdwenen en hoe zijn kinderen er onbekommerd konden ravotten op straat – behalve op zondag toen de dorpsbewoners naar de kerk gingen. Zo zag hij ook de gedaantewisseling van Redu bij het ontstaan en de evolutie als boekendorp. Maar bovenal werd hij verliefd op zijn natuur, de bossen, de veldbloemen, de “dorps-adem”, het “dorps-licht”, het plattelandsleven en dit, wandelend door de seizoenen heen.

     

    Als doorwinterd fotograaf legde hij het een en ander vast met veel oog voor details en sfeer. Ter gelegenheid van diverse fotosalons stelde hij, in groepsverband, zijn werk (en Redu) voor. Zo o.m. in Haaltert (1977), Aalst (1981 en 1991), Ninove (1985 en 1994) en Lierde (1996).

     

    Ook als schrijver, dichter komt hij naar buiten. In zijn eigentijdse teksten en poëzie hebben licht, warmte, ‘graag zien’ en welzijn een zeer voorname plaats. Hij publiceert geregeld in diverse tijdschriften uit de welzijnswereld: het ASO-Berichtenblad, WeLZo, de WeLIets, Van zijn hand (samen met P. Dauwe) verscheen: het boek : “Onuitgegeven brieven uit Welzijnsland” (1995), de poëziebundel “Letterkeer  (2000) waarin foto’s én poëzie elkaar de hand geven. Hij ontving de Prijs van de Lierdese Cultuurraad (2003) en stelde in 2007 foto’s en gedichten tentoon n.a.v. de Gedichtendag 2007 in Lierde.

     

    Als welzijnswerker leerde Gabriël kijken naar mensen en situaties. Hij schreef altijd al een tekstje of gedichtje voor zijn lief Rosanne met wie hij huwde. Ook bij plezante en droevige gebeurtenissen schreef hij een passend gedicht.

     

    Vrij snel besefte hij dat schrijven hem achtervolgde, in die mate zelfs dat hij ’s nachts opstond om wat in hem opkwam te noteren. Daar bleef het echter niet bij. Bij elk gedicht ging hij op zoek naar een passend beeld of foto. Zo groeiden zijn composities waarbij woord en beeld intens op elkaar inspelen.

     

    Gaby (zo noem ik hem graag) is mijn favoriete dichter uit de streek. Wat hij schrijft getuigt van een doordacht en doorvoeld gedachtegoed. Ze lijken spontaan te zijn ontstaan maar ik geloof dat zijn talent hem noopt tot het neerzetten van een gedicht dat zuiver is en klatert als een beek. Bovendien beschikt hij over een rijke en tinkelende woordenschat.

    Neen, ik steek mijn bewondering voor Gaby niet onder stoelen of banken. Zeg nu zelf, zijn foto’s zetten aan tot zelfreflectie en tot lezen, zo ook de bondigheid van zijn gedichten. Gaby’s gedichten lezen is genieten en zacht vloeien door zijn woordenstroom.


     

     

      

     

    Foto: © Gaby Desmyter

     

     

     

    De jaren open dichtgeknoopt

    terzelfdertijd.

    Op stutstengel gezet

    voor d’eeuwigheid onbestendig.

     

    De dorens van de dag vergeten.

    Zeeploos de klimpaal

    reikend tot in hemels

    van elkaars uitgestreken strijkerslicht.

     

    © Gaby Desmyter

     

     

     


    Foto: © Gaby Desmyter

     

     

     

    En ik kijk naar jou

    met open ogen ziende blind.

    Jij bent me tot bril

    en poetst voor mij

    mijn kijkersglazen

    tot spiegels waarin jij

    misschien wel ziet

    wat w’in elkander zien:

    ons gaarne zien.

     

    © Gaby Desmyter

    30-01-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Desmyter Gaby
    >> Reageer (0)
    27-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ontwakend Vlaams landschap
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    ontwakend Vlaams landschap

     

     

    Die grond

    -ophefmakend in hoogtes en laagtes- dauwt

    het land hermelijnwit. Soepel slingert

    een beek met zachte heupslagen langs velden

    liggend als lakens op de bleek. Boerderijen dicteren

     

    wat overleven is onder wolken als borsten

    door stuwing ontbloot. De bodem beweegt en

    van slag dreunen kerkdeunen de zwoegvloek

    van mannen met klauwen aan hun lijf. Ik kende ze,

     

    niet van horen vertellen. Ik zag ze, de vrouwen

    met stevige benen, bezige bezems en

    boezems als melkbrood, zacht en rond,

    ze wortelen jonge wilgen secuur in kleigrond.

     

    Dat volk

    -opzienbarend in drift en bedaren- klapt uit de tijd

    draaiend op scharnieren van wel en wee. Raadselachtig

    het verschiet. Het landt kakelvers in mijn schaduw,

    vliegt uit en fluit een langgerekt schemerlied.

     

    © Marleen De Smet

     

    27-01-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:De Smet Marleen
    >> Reageer (0)
    18-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Achter het stuur van Chauffeurke
    Klik op de afbeelding om de link te volgen








    Klik op de foto voor een uitvergroting




    Ik sta aan het roer van mijn leven.
    Soms windstil, soms door stormen.
    Maar ik hoop ooit een haven binnen te varen

    waar het geluk aan de kade zal staan.

     

    © Chauffeurke

     



    Chauffeurke

     

     


    Wie er de streekkrant “De Beiaard” op naslaat, leest er niet naast. Naar het wekelijkse cursiefje van Chauffeurke wordt steevast uitgekeken.

     

    Sinds mijn twaalfde ken ik hem. Voor een klein stukje groeiden we samen uit de kluiten hoewel de ene van de andere niet wist in welke aarde we aardden en hoe woorden ons beheersten of hoe wij de toekomst zagen. Ook wisten we nog niet dat we elkaar later als een broer en een zus zouden gaan beschouwen. Evenmin wist ik wie zich schuilhield achter het clowneske. Chauffeurke is een grappenmaker 1ste  klas, maar hij weet verdomd goed hoe de ernst te verdoezelen. Of hij een masker draagt? Niet helemaal, hij draagt enkel een rode neus. Via een grap of een frats heeft hij aan de verstaanders veel te vertellen.

     

    Zijn roepnaam spreekt voor zich: hij is chauffeur bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Van kindsbeen was hij geboeid door taal, zijn innerlijke taal. Als kleine jongen schreef hij zijn eerste gedichtje en als hij dan strafopstel kreeg, kon hij zich niet beperkten tot drie bladzijden, hij schreef er vier of vijf. Sinds 2000 keerde hij terug naar zijn geboortedorp Deftinge waar zich toelegde op het schrijven van cursiefjes.

     

    Chauffeurke is iemand die niet achter de barricade van het leven staat. Hij staat er middenin en uit dat als een typetje met woorden en gedachten en vooral herinneringen die spontaan opborrelen of ontspruiten uit zijn fantasie in een taal die iedereen begrijpt. Op die manier draagt hij bij tot contacten tussen mensen en beweegt hij iedereen tot een lach of een traan.

     

    Toen ik hem vroeg zichzelf te beschrijven, antwoordde hij:

     

    “Ik werd geboren te Opbrakel ergens midden april 1959.

    Sinds 2000 liet ik mijn naam voor wat het was en stap ik door het leven onder de naam chauffeurke. 
    Opgegroeid in het dorp Lierde tot mijn zes jaar volgde ik daarna mijn ouders naar Brussel.
    Schoolgaand bij de broeders hebben ze mij daar een serieuze pater geschilderd.
    Op jonge leeftijd verliet ik de schoolbanken met veel vragen.
    Zo stapte ik de wereld in waar sport en werk een groot deel zouden vullen.
    De eerste acht jaren werkte ik als groot licht in een lusterbedrijf en sinds 1983 deden ze beroep op mijn diensten in het Parlement.
    Ongeschoold of toch bijna kreeg ik meer en meer interesse tot schrijven.
    Dit opende deuren en poorten waar de pen als sleutel diende.
    Ludiek baande ik mij een weg in een virtuele wereld op weg naar de realiteit.
    Humor diende niet alleen als rode neus maar was ook de rode draad in mijn leven op weg naar...
    Ernst grenst vaak aan een wereld die tussen de regels beschreven wordt.
    Op zoek naar de mens kom ik vaak mezelf tegen in een wereld van herinneringen.”



     


    Lees hieronder één van zijn levendigste herinneringen:

     

     

    “Moeder,

     

    Vandaag kom ik niet bij je langs wegens te druk.

    Gisteren stond ik nog voor je grafsteen zoals ik wel vaker doe.

    De herfstzon weerspiegelde het beeld van mijn lichaam op het zwarte graniet en in feite was het die steen die ons scheidde.

    Niet meer dan een zwarte steen is de scheiding tussen leven en dood.

    Stilzwijgend prevel ik de woorden in mijn binnenste en dat is het zoveelste stille gesprek dat ik nu sinds jaren met je voer.

    Wel duizend vragen heb ik ondertussen al gesteld maar sinds zeven jaar moet ik mezelf de antwoorden fluisteren.

    Zelfs met de zon in mijn rug voelt mijn schaduw koel en kil op je steen.

    Ik schik de bloemen van pa en kennissen en door het jaar zal mijn boeket er terug eenzaam staan.

    Met twee en toch zo eenzaam!

    Jij eenzaam in de dood en ik in een leven waar ik je mis.

    In een doolhof van onbeantwoorde vragen slenter ik tussen de graven waar dode bladeren onder mijn stappen de stilte doorbreken.

    Op zoek naar een beeld van hoe je was zie ik je als moeder en probeer ik het beeld van de laatste weken te vergeten.

    Op wandel met de ziekte slenterde je uitgemergeld tot aan je dood.

    Pijnlijk telkens ik er aan denk en toch probeer ik mijn wonde te helen door de mooie herinneringen te delven uit gelukkiger tijden.

    Moeder, vandaag kom ik niet bij je langs wegens te druk.

    Misschien zouden anderen mijn verdriet niet begrijpen na al die jaren.

    Misschien wil ik het wel alleen dragen zoals ook jij voor vele dingen alleen stond in het leven.

    Moeder, volgende zondag kom ik terug bij je langs!

    Ik kom dan de bloemen herschikken en je terug een paar vragen stellen.

    Och…ik weet wel dat ik geen antwoord zal krijgen en misschien is het wel mijn straf voor al die keren dat ik je geen antwoord gaf.

    Toch blijf ik volharden, in stilte.

    Moeder, verdriet is niet altijd zichtbaar!

    Soms sta ik aan je graf in de regen en mengen druppels zich met mijn tranen.

    Ze plenzen met duizenden anderen op je steen en doen hem nog meer blinken, daar waar het een dof en mat gebeuren in mijn leven was.

    Moeder, vandaag kom ik niet bij je langs wegens te druk. Maar ook uit schrik dat je graf teveel op dat van anderen zou lijken.

    Dezelfde kleur, dezelfde bloemen onder hetzelfde verdriet.

    Nee moeder ik wil je apart houden, ook in de dood!

    Ver van het Allerheiligengewoel zal ik vandaag aan je denken zoals elke dag.

    Moeder, vandaag kom ik niet bij je langs want het is Allerheiligen.

    Een dag die ik liever zou vergeten en daarom blijf ik nog meer aan je denken op alle andere dagen.

    Zoals met kerstmis waar je steeds een pakje voor mij had gelegd onder die boom met oude bollen die al jaren dienst deden.

    Zoals met Nieuwjaar waar we elkaar steeds het beste wensten en waar het de enige malen waren dat we elkaar kusten.

    Zoals met Pasen waar je het leuk vond om zelf de eieren te verstoppen voor je kleinkinderen en ze toch nog de tips gaf om ze te vinden.

    Zoals…zoals elke dag die geen speciale naam had, maar waar jij hem zo speciaal maakte met de persoon die je was.

    Moeder, vandaag kom ik ni…, het valt me moeilijk te zeggen dat ik niet kom, maar weet dat ik er morgen weer zal zijn.

    Kijkend naar een foto waar je al lachend naar het leven kijkt, weerspiegelt mijn bedroefd gezicht.

    Waarom moest jij vertrekken naar die wereld van al die anderen die zoveel verdriet achter lieten?

    Waarom is het heengaan niet voor iedereen gelijk?

    Waarom verlaten we niet allemaal samen deze wereld?

    Misschien omdat er anders niemand meer zou zijn om ons te begraven en het verdriet te dragen?

    Moeder, vandaag kom ik niet bij je langs wegens te druk.

    Maar weet dat ik ook niet bij bompa en bij grootmoeder ga.

    Weet dat ik ook niet bij mijn goede vriend Rogéke ga.

    Weet gewoon dat ik vandaag naar het leven kijk dat ons elke dag wat dichter bij jou brengt.

    Moeder, morgen is een nieuwe dag en dan sta ik terug aan je graf met duizend vragen.

    Stilzwijgende gesprekken tussen jou en mij.

    Moeder, vandaag sluit ik mijn gesprek af zoals we het steeds samen hebben gedaan.

    Moeder, tot straks…”

     

    ~*~

     

    Als een ketting
    hangt mijn leven aan elkaar.
    Soms gebonden,
    en dan weer gebroken.
    Maar ik blijf verbonden
    tot ik de juiste schakel vind.

     

    © chauffeurke

    18-01-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:Chauffeurke
    >> Reageer (0)
    12-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.denderbrug
    Klik op de afbeelding om de link te volgen











    (foto: Yitse)

     

     

    denderbrug

     

     

    de bocht voor de brug ligt in een komma

    hij houdt met mededogen gebogen

    de adem in, en hier stop je

    hier hou je halt, hier ga ik verder

    tot aan het punt dat ik me omdraai

     

    met in een handzwaai het weten

    hoe de schreeuw binnenin

    het stemtimbre de keel schor schuurt

    ja, om het voorgevoel 


    van het absolute willen blijven

    applaudisseert een merelmadam

    met precisie van kletsende regen

    op de macadam, zo trekt verwijdering

    het dichterbij dichter bij dichter

     

    © Marleen De Smet

    12-01-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Categorie:De Smet Marleen
    >> Reageer (0)


    Zin in een bezoekje bij bekende Geraardsbergenaars? Klik op de respectievelijke afbeeldingen.

    Zicht op Geraardsbergen
    (site van Steven De Schuiteneer & Chris De Nooze)


    Foto

    Site van Geraardsbergen


    Foto

    Klik op onderstaande foto
    voor een bezoek aan de interessante blog
    van André Vander Kelen
    met foto's van Désiré Declercq.


    Foto

    Klik op onderstaande foto
    voor een bezoek aan de interessante blog
    van André Vander Kelen met stereoscopische kaarten
    uit de collectie van Désiré Declercq, gevolgd door
    nog wat documentjes ivm Geraardsbergen.


    Foto

    Jan Lion blogt met Het Nieuwsblad
    over het reilen en zeilen
    van Geraardsbergen


    Foto

    Mannekens Pis van Geraardsbergen,
    het enige echte en oudste Manneken van België.

    Foto

    De Geraardsbergse mattentaart.

    Foto

    Sofie Vander Heyden
    mezzosopraam


    Foto

    Muziektalent van Geraardsbergse bodem

    William Souffreau


    Foto

    Jim Cole got soul.


    Foto

    … en Dean natuurlijk…
    Foto

    Isthar - divine love songs
    (Soetkin Baptist)

    Foto

    Breng een gezoekje aan de blog van Roland Bourgoignie, Galmaardse dorpsdichter 2007 (klik op onderstaande foto).


    Foto

    Chauffeurkes cursiefjes
    als mens achter de gewone mens


    Foto

    Geschied- en heemkundige kring Gerardimontium
    Foto

    Alles over Geraardsbergen via Geraardsbergen.2link.be.
    Voor meer info, klik op onderstaande foto.


    Foto

    Op Tournee vzw, voorzitster Kristien en assistent
    Foto

    nog interessante links
  • Wim Schrever
  • Peter Motte
  • Karel De Pelsemaeker

    Geraardsbergse links
  • B & B De Korrele

    De weerman
  • De weerman

    Nieuws HLN
  • Familie Santens koopt voor tweede maal grote fraudezaak af: minnelijke schikking van 980.000 euro overeengekomen met fiscus
  • Slapende agent moest jonge collega opleiden
  • Waterspektakel bij KSV Oudenaarde lokt een pak verontwaardiging uit
  • Twee jaar effectieve celstraf voor geradicaliseerde broer en zus
  • Binnenkort kunnen ook studenten mantelzorgstatuut aanvragen
  • Sam, Heidi en Bart De Wever lachen om de "superkut" van Lynn Wesenbeek
  • Beschadigd wegdek van N10 in Kaggevinne tijdelijk hersteld
  • "Onlogisch en oneerlijk dat burgemeesters tegelijk loon en uitkering krijgen"
  • Prof. Maus: "Elke Vlaming zou Turteltaks moeten terugeisen"
  • Daarom is 'sproeiverbod' nodig: kwart meer water verbruikt



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!