Halfeen. Max wachtte op de parking van Darcy. De Mégane niet te bespeuren. Natuurlijk zou ze komen. Trouwens, met mobieltjes had niemand nog een valabel excuus. Haar vader zal toch niet
? Hij had haar sedert woendag niet meer gehoord. Wou wel bellen, maar dan was daar zijn verwittigend denkduiveltje: slow down, dont move too fast, old chap. Materiaal ophalen of afleveren bij klanten zat ook in haar takenpakket. Gebeurde meermaals per week, had zij hem verteld. Dus dat kon het zijn. Shit, het verkeer op dit uur zat al evenmin mee.xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Eindelijk, la voilà. Ze had zijn Audi herkend en wuifde hem vrolijk toe.
Zo meteen zou hij zich spiegelen in de groene pretlichtjes van haar ogen, haar discreet parfum ruiken en de prikkelende weldaad van haar aanwezigheid ten volle ondergaan. Wat een vrouw! Die wiegende stap. Dat prachtig blauwzwart haar, zwierig dansend rond haar fijngevormd gelaat en dat gave gebit in dat vranke mondje. Nee, Max, niet vergelijken met zuster Synforosia thuis. Thuis is de Sahara, nog twee meter en je wordt overspoeld door de Niagara, maande denkduiveltje.
Hallo, here I am!
Dag Marianne, je ziet er schitterend uit. Je wagen
waar staat je Folieke?
Ik heb vanmorgen de trein genomen. Je brengt me toch wel naar het station?
Ze legde haar roestbruine regenmantel en paraplu netjes op de achterbank. Het viel hem op dat ze opnieuw haar crèmekleurige Escada jasje droeg, geen jeans zoals woensdag, maar een halflange, hazelnootkleurige suède rok met split tot net boven de knie. Ze nestelde zich in de zetel. Zelfs het zwarte leder zuchtte van genot bij de aanraking van dit goddelijke lichaam, dacht Max
En nu
en route!. Wil je de oude steenweg nemen?
Zij beval en Max gehoorzaamde, ook aan zijn denkduiveltje dat hem aanraadde niet naar dat lange, gebruinde been met fijngevormde enkel te kijken, noch naar de lichtroze gelakte teennagels en zeker niet naar die knie en die half ontblote aantrekkelijke dij met zijn hand vlakbij. Pook vasthouden, vriend, de hand aan de pook en het oog op de weg.
Hier ergens moet het zijn, Max, beetje afremmen. Voilà, daar, de oprit met de hoge dennen. Oprijden en dan achteraan, Max. Daar is de parking.
Een kleine villa met rieten dak, enkele vensterdeuren vooraan, maar geen ingang, denkelijk opzij. Een wagen op de parking, een Jaguar in de openstaande garage. Achteraan een zware eikenhouten deur met kijkkastje, afgesloten met traliewerk. Daaronder, heel discreet, een koperen plaatje met Maison Magnolias Sonnez s.v.p./Bellen a.u.b.
Nee, Marianne, dit toch niet meteen. Een vrouw zoals jij toch niet. Daareven nog de Niagara, nu de afgrond, zo leek het hem. Een diep donker gat, ijskoud met stalagmieten die zijn lichaam priemden. Hij volgde haar zonder een woord. Hij hoorde haar vaag cognac en koffie vragen. Ze bleef staan op de eerste traptrede, keek hem uitdagend aan. Liet een sleutel voor zijn neus bengelen en zong hees lispelend:
Happy birthday, mister editor, happy birthday to you.
Omstreeks tien uur kwam hij die avond thuis. Liet de Audi op de oprit staan en de malse lenteregen zijn huid koelen. Maakte enkele tapdanspasjes in de hal en zong luid:
what a glorious day, I am happy again.
Im singing and dancing in the rain
Papiripidoe paah!
en klakte met de hielen.
Awel, ben je maboel geworden, ketterszoon! Er was zeker weer iets te doen aan de overkant. t Zou me niet verwonderen, juist vandaag. Dat vermaledijde gazettenvolk!
De krijsende kraaienstem van Gerda, dat afschuwelijk donkere haarnetje tot vlak boven de wenkbrauwen, die benige neus en daarop de hoornen bril. Als een wandelende tak in blauw flanel bovenaan de trapleuning. Max kon het niet aan. Nu zeker niet.
Jij, jij, verderf van mijn leven, de wereld treurt en bidt. En jij..., Heer vergeef hem, hij weet niet wat hij doet, jij zingt en jij danst, jij
Zij volgde hem naar de keuken, briesend, stampvoetend.
Ook zin in tapdansen? spotlachte hij.
Jij schoft, jij ketter, Heer waarom, waarom moet ik dit aanhoren?
Haar handen trilden en de houten bollen aan het touw van de paternoster, een familie- erfstuk, kletterden tegen elkaar.
Olé, olé, antwoordde hij en wenkte een denkbeeldige stier met de keukenhanddoek.
Onze Lieve Heer is vandaag gemarteld en gekruisigd, moest je het nog niet weten. Het is Goede Vrijdag, hoor je mij, Judas, Goede Vrijdag!
Veel meer dan dat, Gerda, schetterde zijn stem in triomf, het is de beste, de schitterendste, de meest waanzinnige vrijdag ooit, zeker voor mij. Hop, naar je kapel, jij, en ik naar bed.
Wordt vervolgd
|