Wellustelingen....
Episode...
17... |
Zijn daarachter mijn bewondering en mogelijke afgunst te zoeken? Stel ik mij domweg aan alsof ik niet de vader en hij niet de zoon is, maar ik veeleer een sanguinistisch aanhangsel van hem met mijn zoon in de juistere rol van paternalisme?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Begrijp dus mijn gemengde gevoelens van krenterige vreugde en onderdrukte prikkelbaarheid, toen hij met de grootste onderscheidingen zijn titels in Gent en Boston behaalde en het vrij vlug bracht tot Europees verantwoordelijke van een belangrijke Amerikaanse verzekeringsmaatschappij, een goed, blijkbaar gelukkig (!?) huwelijk sloot, een kast van een villa betrok in Keerbergen en die liet renoveren
Francis legde de lat steeds hoger, startte ook een eigen zaak op: dienstverlening à la carte, dus hoofdzakelijk beheer van zwart kmo-geld, overname van kleine accountantbureaus, beursspeculaties, adviseur van vastgoedyups.
Naar buiten uit - zijn bedrijvigheden in het vage even terzijde gelaten -een heer van stand, een klasbak hors série, die zijn moneybijbel aan zijn kniebuigende omgeving dicteerde alsof het reële sprookjes waren. Moest er al eens aan de noodbel getrokken, de netwerkvrienden hielpen met de glimlach. Thats what friends are for!
Zie mij dan, beste lezer, de afstandelijke toeschouwer-vader, in-tevreden en fier ondanks alles, tegenover de onkreukbare uitstraling van zijn zoon. Doch vader was inmiddels evenmin bij de pakken blijven zitten.Vader had ondertussen De Klapper geschapen, het populairste weekblad van de groep ooit. Samen met de krant vetmester van de uitgeverij.
Toen de oplagetteller na anderhalf jaar boven de 70.000 sprong, liet ik alle nevenactiviteiten vallen en volgden de royalties conform de stilzwijgende normen binnen de groep.
Er was absoluut geen reden om mij een loser te voelen. Leuk villaatje, firmawagen en de eigen gedroomde bordeauxkleurige Rover, plus een kei van een zoon. Voor de buitenwereld was ik echt een geluksvogel met beslist goed gespekte bankrekeningen.
Maar mijn huwelijksleven, van binnen uit gezien?
Ma douceur de vivre werd eerst uitsluitend gecelebreerd aan mijn werktafel. In een achterkamertje, waar ik de eerste jaren mijn stationsromannetjes uittikte en er telkens opnieuw mijn hongerige hartenkreet in uitschreeuwde naar een eigen beleefde, passionele en hechte liefdesrelatie. Grote afschuw en schaamte van mijn eega voor dit soort werk! Wel haar goedkeurend knikje bij het nakijken van onze bankrekening.
Dit wil ik eerst en vooral onderstrepen: mijn huwelijk met Gerda was in feite voor mij een schijnhuwelijk en voor haar een noodoplossing, een soort noodliefde. Een sacrale tussenfase, de tussenfase waarin zij wachtte op haar god.
Eens getrouwd en al vlug vader, wou ik weer van haar af. En zij van mij. Liefde tussen ons was als een surrogaat van gewoonte en onverschilligheid. Wederzijds gedogen met geforceerde glimlachjes van welzijn voor de naaste omgeving. Op hoog- en feestdagen gekruid met de voor haar verplichte vier- minuten- plafond-kijken.
Gerda had absoluut geen behoefte aan seks, laat staan aan eigen genot, ondanks mijn schuchtere pogingen ooit in een periode die wittebroodsweken heet. Op zich geen extreem geval. Er lopen beslist, nu nog, massas jonge vrouwen rond die onder andere niet eens weet hebben van de weldoende waarde van hun clitoris. Gerda was er zo eentje ontdekte ik te laat. Verdomme! Komt daarbij dat ze op jonge leeftijd haar devoot zieltje aan de goddelijke beschermheer had verpand.
Wordt vervolgd
|