Wellustelingen....
episode...
58... |
Ik reed weg om elf uur. Het motregende. Een motregen die dra overging in een bestendige, kille neerslag. Ondanks het telefoontje van mijn vrouw daalde mijn stemming onder nul toen ik bij het politiegebouw parkeerde. Een huid van leer was ik, een in boeien geslagen geest, die allesbehalve normaal functionneerde. De mokerslagen kwamen evenwel terug: de dagboeken, de revolver, de uitspraken van Pat. Van haar hing zoveel af
en van Francis! Wat als Vloesberghe merkte -en dat merkte zon ervaren man zeker- dat ik een kwelnacht achter de rug had? Dat ik misschien iets te verbergen had? Dat ik opeens ontzettend nerveus, bang, paniekerig geworden was?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Inspecteur Vloesberghe ontving me zeker niet koel, eerder minzaam, correct.
Dag, meneer Cijnens, gaat u toch zitten. Niet zon beste nacht gehad, zo te zien? U mag uw huis betreden, onze mensen zijn klaar. Wat het vrijgeven van het lichaam van uw echtgenote betreft, daar heb ik nog geen uitsluitsel over. Ik vermoed begin volgende week.
Ik vroeg benepen, trachtte kalm te spreken:
Inspecteur, zijn uw mensen
hebben uw mensen al enig spoor gevonden?
Het onderzoek is pas gestart, meneer Cijnens, u moet geduld hebben
Het wapen, inspecteur,
mag ik alstublieft weten wat er precies met Gerda is gebeurd?
Schedelfractuur, aangebracht door een stomp, zwaar voorwerp en een tweede fractuur aan de schedel. Doordat het slachtoffer vermoedelijk van de trap is geduwd of gevallen. Afgaande op de rigor mortis hebben de feiten zich voorgedaan tussen acht en twaalf uur. Vertel eens, meneer Cijnens, hebt u dinsdagochtend vòòr uw vertrek naar kantoor, een woordenwisseling gehad met uw echtgenote?
Ik zag haar s morgens vrijwel nooit. We ontbeten nooit samen.Gerda ging altijd naar de vroegmis. Vóór zij terugkwam, was ik al weg naar de redactie. In de weekends trok ze zich terug in haar kapel. Wij liepen elkaar zo weinig mogelijk voor de voeten.
Haar kapel? U bedoelt haar kamer, meneer Cijnens?
U hebt die toch gezien? Bij mij is het op zn minst al vijftien jaar geleden geleden. Na haar galblaasoperatie. Die kamer stond toen al overvol. Je kon er amper in bewegen. Heiligen beelden, zelfs onder haar bed. Bidbanken, kerkstoelen, wassen beelden onder stolpen. Allemaal onverkochte exemplaren uit de winkel van haar ouders en veel legaten van haar familie. Niemand mocht in die kamer. Niet eens de poetsvrouw . Alleen haar bidgenoten en mijn zoon uiteraard.
Beschikt u over fotos van de kunstvoorwerpen in die kamer?
Geen idee, nee. Tenware dat Francis
Nee, ik denk het niet.
Hoe is de verhouding met uw zoon, meneer Cijnens?
Goed. Bijzonder goed zou ik zeggen.
En met uw schoondochter?
Plots was ik op mijn hoede. Kwamen nu de strikvragen? Zou hij de schriftjes te berde brengen? Werd ik binnen het kwartier naar een cel gebracht?
Ik slikte moeizaam, bracht niettemin toch een perfect gelukte, ontspannen glimlach rond de mond en gaf eerlijk toe:
Met Pat heb ik nooit goed kunnen opschieten, meneer Vloesberghe. Geen makkie en natuurlijk schandalig ontzet over mijn relatie met een veel jongere vrouw. Pat is ervan overtuigd dat mijn vriendin alleen mijn geld op het oog heeft.
Ik heb met haar al gesproken. Zo, het kan dat we u nog nodig hebben. Ik weet u wel te bereiken. U kan beschikken, meneer Cijnens.
Inspecteur, voor de goede gang van zaken, dit nog: na de begrafenis zal ik bij mevrouw Dries, mijn vriendin, intrekken. Mijn huis is
ik moet overleg plegen met mijn zoon, maar dat huis, neen, ik kan daar niet langer wonen.
Vloesberghe knikte en noteerde iets op de documenten. Ik liep naar de deur.
Meneer Cijnens, momentje nog
Daar gaan wij! Columbo in Wemmel, altijd op het allerlaatste ogenblik de allerlaatste maar beslissende vraag. Ik verstijfde maar denkduiveltje kalmeerde me: doe niet onnozel, vriend. Een type van zon kaliber vergelijken met een Amerikaanse tv-kierewiet!
ik raad u echt aan om een en ander van de inboedel in bewaring te geven vooraleer u bij mevrouw Dries intrekt. En absoluut de kunstvoorwerpen laten fotograferen en zeer duidelijk omschrijven. Uw makelaar kan u daarbij adviseren.
God, mijn Heer, heb dank, heb duizendmaal dank, zou Gerda zeggen. Ik hoorde het haar roepen vanuit haar hemel bij een bord rijstpap. Dat was dan opgelost! Geen dagboeken gevonden, geen revolver! Voorlopig blijkbaar niets bezwarends tegen mij ontdekt! Wat zouden ze ook! Er was niets tegen mij te vinden. Ik had nergens enige schuld aan. Ik moest alleen Pat vòòr zijn
Ik belde Marianne. Deed het relaas van het verhoor. Ze slaakte keer op keer een zucht van opluchting.
God zij dank, sorry voor die uitdrukking, Max, zei ze maar er valt me een zware steen van het hart. De dagboeken en die revolver
Jongen, jongen, hadden ze die gevonden!
En ze zijn er nog, dat weet ik zeker. Ik moet ze vinden lieveke. Ik ben onderweg naar het huis. Ik bel je straks nog. Daag! Kusje.
En nu naar de villa, zei ik resoluut tegen mezelf, mijn zoekactie start!
Wordt vervolgd
|