Het weer.
Het bleef overwegend droog met een afwisseling van opklaringen en wolkenvelden.
De warmte was beter draaglijk met maxima van 22 graden aan zee, 26 graden in het centrum en 28 graden in de Kempen en Belgisch-Lotharingen.
De wind waaide zwak tot matig uit west tot noordwest.
Actueel.
SPORT
Inleiding.
Lopen is nog nooit zo populair geweest. In België stonden in 2024 bijna 500.000 deelnemers aan een startlijn, een absoluut record en een stijging met 80.000 ten opzichte van het jaar daarvoor. In Frankrijk telt het ‘Observatoire du Running 2026’ 13,2 miljoen beoefenaars.
Het fenomeen raakt elk profiel: van beginners die zich aan een 5 km wagen, over de liefhebbers van de halve marathon, tot de ultralopers die honderden kilometers aaneenrijgen. Hardlopen is, met andere woorden, een massasport geworden.
Maar het probleem is dat deze democratisering zelden gepaard gaat met een medische cultuur die in verhouding staat tot de hype.
De beginner tegenover zijn grenzen.
Eerste profiel, eerste valkuil. De beginnende loper is degene die zich het snelst blootstelt aan blessures, juist omdat hij de werkelijke belasting die het lopen op het lichaam legt nog niet kent.
De knie krijgt de meeste schade te verduren: patellofemoraal pijnsyndroom, patellaire tendinopathie, het lopersknie-syndroom. Dat zijn allemaal aandoeningen die volgens de beschikbare epidemiologische gegevens tussen 31 en 40 % van de bij lopers vastgestelde blessures uitmaken. Daar komen nog scheenbeenvliesontsteking, achillespeestendinopathie en stressfracturen bij, die door de herhaalde impact van de voet op het asfalt ontstaan wanneer de belasting te snel toeneemt.
Want daar zit voor de beginner de kern van het probleem: de vaak te snelle opbouw. Het spier- en peesweefsel past zich niet in hetzelfde tempo aan als de motivatie. Wie het wekelijkse volume met meer dan 10 % verhoogt, vermenigvuldigt het blessurerisico met drie. Dat lijkt weinig, en toch is het de regel die de overgrote meerderheid van de nieuwelingen overtreedt.
De marathonloper en de hartkwestie.
De loper van een halve of hele marathon waant zich vaak veilig. Hij traint regelmatig, kent zijn lichaam, let op zijn voeding en heeft al meerdere wedstrijden achter de rug. En net daar is het soms dat vertrouwen dat hem kwetsbaar maakt. Het hartrisico bij langeafstandslopers is geen mythe: het is zeldzaam, maar reëel en bijna altijd onderschat.
De cijfers zijn bij specialisten bekend. Het aantal gevallen van plotse hartstilstand tijdens een marathon wordt geschat op 1,01 per 100.000 deelnemers, tegenover 0,27 per 100.000 bij een halve marathon. Zeldzaam dus, maar niet onbestaande. En de voornaamste oorzaak bij lopers ouder dan 35 jaar is een niet-opgespoorde onderliggende kransslagaderaandoening. De inspanningstest, aanbevolen vanaf 40 jaar voor mannen en 55 jaar voor vrouwen, blijft nochtans grotendeels onderbenut bij amateurlopers.
Nog verraderlijker: studies bij oudere marathonlopers die op lange termijn grote trainingsvolumes hebben afgelegd, brengen zones van fibrose ter hoogte van de hartspier aan het licht. Deze letsels, opspoorbaar via MRI, verhogen het risico op aritmie (een hartritmestoornis waarbij het hart te snel, te langzaam of onregelmatig klopt door een verstoring van het elektrische systeem van het hart). We weten het, lopen blijft over het algemeen goed voor het hart. Een systematische review met 230.000 personen bevestigt een daling van de sterfte door alle oorzaken bij lopers. Maar de voordelen nemen niet toe met de intensiteit. Het extra risico wél.
De ultratrailer: een uitgeputte darm.
Dit is het meest extreme profiel en datgene waarvoor de recente wetenschappelijke gegevens het meest verontrustend zijn. De Amerikaanse oncoloog Timothy Cannon analyseerde de colonoscopieën van 94 extreme lopers tussen 35 en 50 jaar (een colonoscopie is een medisch kijkonderzoek van de dikke darm waarbij een arts via een flexibele buis met camera de binnenkant van de darm onderzoekt). Resultaat: bijna de helft vertoonde poliepen in de dikke darm, waarvan 15 % gevorderde poliepen. Dat is een hoger percentage dan wat bij de klassieke screenings in dezelfde leeftijdsgroep wordt vastgesteld.
Het onderliggende mechanisme is gedocumenteerd. Bij een langdurige en intense inspanning leidt het lichaam de bloedstroom van de darm weg naar de aangesproken spieren. Beroofd van zuurstof kunnen de darmcellen afsterven. Het slijmvlies wordt doorlaatbaar, ontsteekt en raakt geïrriteerd. Een studie van de Monash-universiteit in Australië gaat nog een stap verder: bij ultralopers komen darmendotoxines na de wedstrijd in het bloed terecht, wat een fysiologische toestand veroorzaakt die de sepsis benadert (sepsis is een levensbedreigende, heftige afweerreactie van het lichaam op een infectie die schade aan weefsels en organen kan veroorzaken).
Deze symptomen zijn niet anekdotisch. Een studie tijdens op La Réunion in 2024 toont aan dat 94 % van de live opgevolgde lopers gastro-intestinale klachten beschreef tijdens de wedstrijd (misselijkheid, krampen, diarree, braken). Wat veel ultratrailers als normaal beschouwen, maakt deel uit van het klinische beeld. Dit punt moet aan het denken zetten.
Terug in de tijd: woensdag 29 juni 2011.
Gelopen 20 km. Chrono 1:34:00. Gestart om 18 uur voor zes rondjes Bospark. Met een temperatuur van rond de 20° was het ideaal loopweer. Ik liep gemakkelijk. Misschien had het ook te maken met het feit dat het gisteren en eergisteren zo moeilijk liep door de hitte. Na de run kwam er wel een probleempje. Toen ik wat stretchte kreeg ik opeens een kramp in de bilspier. Eerst dacht ik aan een verrekking maar achteraf denk ik nu dat het toch zal meevallen. Ik hoop het ook want in de maanden juli en augustus staan er toch heel wat mooie wedstrijden geprogrammeerd. En ik zou er toch graag een paar van lopen!
Jeroen nam zondag deel aan de 9e memorial Jos Verstockt die doorging in Lier, in het ‘Netestadion’ aan de Aarschotsesteenweg nummer 3. Deze atletiekpiste is een mondo-piste. Ze werd aangelegd in 1998 en is gekend als een ‘snelle piste’. Er werden reeds ontelbare knappe prestaties neergezet.
Deze meeting is stilaan uitgegroeid tot één van de hoogstaande open meetings en mag zich met ongeveer 650 prestaties rekenen bij de betere meetings van ons land. Vanaf 2009 werd het een B-meeting met een geldprijzenpot van zo’n 4000 euro gaande van 15 tot 60 euro per atleet. Voor de eerste maal werd er ook een voor- en naprogramma georganiseerd. Hieraan kunnen ook G-atleten deelnemen. Jeroen liep de 800 m en lukte een nieuw PR. De snelste van allemaal was Tarik Moukrime voor Pieter-Jan Hannes en Maarten Verbiest.
Atletiekmeeting Lier – 800 m – diverse categorieën – uitslag.
1 Moukrime Tarik – HERV – 1:49:92 – jun - 1992
2 Hannes Pieter-Jan – OLSE – 1:52:02 – jun – 1992
3 Verbiest Maarten – ACHL – 1:52:40 – sen – 1982
4 Baeten Stijn – BONH – 1:55:08 – schol – 1994
5 Bierinckx Vincent – ACHL – 1:55:22 – sen – 1990
6 Slachmuylders Niels – OPW – 1:55:41 – sen – 1988
7 Van Es Stein – DUFF – 1:56:25 – sen – 1983
8 Heremans Tom – BONH – 1:56:55 – jun – 1993
9 Rottiers Thomas – HAMM – 1:57:33 – sen – 1990
10 Frans Dave – ACBR – 1:57:55 – sen – 1985
11 Jongenelen Koen – Zwat – 1:57:72 – sen – 1989
12 Melotte Niels – AVT – 1:58:69 – jun – 1993
13 Van Hoof Kor – VS – 2:00:47 – mas – 1973
14 Latinne Reynaldo - DCLA – 2:00:84 – jun – 1992
15 Schollaert Jordy – HAMM – 2:00:96 – schol – 1994
16 De Schrijver Dimitri – HAMM – 2:01:60 – sen – 1990
17 Pauly Mickael – HERV – 2:02:05 – schol – 1994
18 Vriens Lukas – ACHL – 2:03:27 – sen – 1989
19 Van Herck Yirco – ARAC – 2:03:53 – jun – 1992
20 Dumont Nicolas – HERV – 2:04:09 – schol – 1995
21 Brebels Joost – BREE – 2:06:03 – cad – 1996
22 Eysackers Rik – WIBO – 2:06:07 – sen – 1991
23 Gryp Lieven – VAC – 2:06:18 – mas – 1964
24 Nauwelaerts Wouter – WIBO – 2:06:69 – sen – 1991
25 Van Beek Rob – ARAC – 2:06:73 – AC – 0000
26 Lyssens Brecht – ROBA – 2:06:92 – cad – 1996
27 Smolders Jo – GENK – 2:08:79 – schol – 1994
28 Geentjens Hannes – ACHL – 2:10:01 – cad – 1996
29 Bierinckx Laurent – ACHL – 2:10:16 – schol – 1995
30 Biesemans Toon – DUFF – 2:10:17 – sen – 1991
31 Janssen Dries – ACHL – 2:12:02 – cad – 1996
32 Swartele Tom – Hamm – 2:12:61 – schol – 1995
33 Bellemans Koen – ROBA – 2:12:72 – AC – 0000
34 Patoor Jeroen – AVLO – 2:12:77 – schol – 1995
35 Thielemans Darco – VAC – 2:13:17 – schol – 1995
36 De Munck Maarten – AVLO – 2:14:53 – cad – 1996
37 Rottiers Thomas – HAMM – 2:14:80 – sen – 1990
38 Hiele Robin – AVKA – 2:15:43 – schol – 1995
39 Perdieus Siebe – DCLA – 2:15:77 – cad – 1997
40 Peeters Joris – ARAC – 2:16:40 – mas – 1965
41 Lauwers Marc – RAM – 2:17:71 – mas – 1964
42 Baert Jens – OLSE – 2:17:85 – AC – 0000
43 Vlaminckx Sander – Lyra – 2:18:59 – cad – 1997
44 Sake Nicolai – ABES – 2:19:27 – cad – 1996
45 Hiele Wannes – AVKA – 2:20:95 – cad – 1997
46 Engels Vincent – LYRA – 2:10:15 – cad – 1997
47 De Backer Niels – LYRA – 2:21:24 – schol – 1995
48 De Wit Niels – LYRA – 2:21:40 – cad – 1997
49 Verstraete Wouter – NED – 2:21:76 – AC – 0000
50 Schuermans Tijs – Bree – 2:21:89 – cad – 1997
51 De Bruyn Matthijs – BONH – 2:22:04 – cad – 1996
52 Hombroeckx Arne – ROBA – 2:23:48 – cad – 1996
53 Van Tchelt Gilian – ACHL – 2:31:31 – cad – 1997
De run vandaag.
Lopen of bingo spelen. Wat mij betreft is de keuze snel gemaakt. Maar het kan allemaal tot excessen leiden. En de gevolgen daarvan zijn blijkbaar niet te onderschatten. Soms moet je er wel eens de rem opzetten. Dat is duidelijk. Maar niet altijd gemakkelijk.
Details run: 8km000 – 13 rondjes Finse piste – 0:40:36 – 5.04/km – 477 c – 21,7° - 111/117 - 173 pasfrequentie – 64,5 kg. Intervaloefening: (12 x 300) R 300.



