weekend

weekend
Langhoirs VictorinenDe Rederijkerskamer van Poperinge "De Langhoirs Victorinen" brengen voor u "Amlett" . Een stuk van Jan Decorte.
Een stuksken historie (Regisseur: Chris Debruyne).
lllll
Nen tijd geleden, in Denemarken, werd de koning vergiftigd door zijn broer. Kort daarachter hertrouwde de koningin-weduwe, die mede in tkomplot zat, mee diene valse moordenaar die zo doende de nieuwen koning werd.
Haren zoon Amlett weet van gans da spel niksken totdat tspook van zijn vader hem de waren toedracht komt vertellen. Amlett weet nie wa dat hij hoort en zint op wraak, maar hoe doede da, wraak…?
Samen mee zijnen maat Horatio bedenkt hij een truksken om zijn moeder en zijn stiefvader tegen de lamp te laten lopen. Maar in al zijn geweld doet hij par malheur Polonius, raadgever van de koning en vader van zijn lief, Ophélieken, dood. Da meisken, halfzot van verdriet, verdrinkt haarzelven in de beek bij tpaleis…
Haar broer Laërtes – mee nu twee sterfgevallen in de familie – bedisselt samen mee de valsen koning een planneke om Amlett dood te steken, maar alles loopt zo’n beetje in thonderd en op ’t eind zijn z’allemaal dood.
En den een en den anderen en uzelven ook vaneigens zien dat allemaal zomaar gebeuren…
(William Shakespeare)
Regisseur Chris Debruyne

St MaartenOver de ontstaansgeschiedenis van het feest zijn veel speculaties. Vaak wordt verondersteld dat het feest teruggaat op een Germaans winterfeest, maar ook een zuiver kerkelijke oorsprong is mogelijk. Wel duidelijk is dat de ontwikkeling tot algemeen, door alle gezindten gevierd, volksfeest tamelijk recent is.
De Schotse antropoloog James George Frazer veronderstelt een heidense oorsprong van het feest: het ronddragen van het (heilige) vuur zou een voorchristelijk vruchtbaarheidsritueel zijn, wijdverspreid over West-Europa. Het heidense ritueel zou dan door de kerk zijn overgenomen, vooral om het vertrouwen van de bevolking te winnen. Veel andere onderzoekers stellen echter dat er niets heidens aan het feest valt op te merken. De Duitse volkskundige Dietz-Rüdiger Moser stelt dat het feest door de kerk is geïntroduceerd. In Lucas vinden we de tekst: Niemand steekt een lamp aan en zet die in de kelder of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnentreden het licht zien (Lukas 11:33 e.v.). Deze regels uit het evangelie werden vaak op 11 november voorgedragen en in de mis besproken. Moser neemt aan dat door deze voorlezing in de mis de bevolking werd aangespoord tot een lichtjesfeest.
Moderne onderzoekers houden vaak het midden tussen beide standpunten. Sint-Maarten is een bedelfeest, en bedelfeesten waren nodig in de moeilijke wintermaanden. Bedeloptochten zoals met Sint-Maarten werden en worden (in Vlaanderen) ook gehouden met Driekoningen of met Nieuwjaar, en ook het Sinterklaasfeest heeft kenmerken van een bedelfeest
Sint MaartenIn België is de traditie in leven in West-Vlaanderen (Alveringem, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Ardooie, Veurne, Koekelare, Ichtegem, Lichtervelde, Loppem), de streek rond Aalst en een paar (deel)gemeenten van en rond Dendermonde. Mechelen en de omliggende plaatsen, waaronder Hombeek, Weerde en Peutie en plaatsen met een Sint-Martinuskerk zoals Sint-Martens-Lennik kennen een levendige traditie. Olen, Retie en Wezel -tenmidden de Antwerpse Kempen- stoken een Sint-Maarten(s)vuur. In Belgisch-Limburg vindt men tradities die gelijken op die in Nederlands-Limburg, maar ze zijn minder actueel dan in Nederland. Elders in het land wordt Sint-Maarten niet traditioneel gevierd: er zijn concerten of feesten. De vieringen vallen vaak samen met de herdenkingen van de wapenstilstand.
Over het algemeen is Sint-Maartenviering in Vlaanderen minder wijdverspreid dan in Nederland, wat echter niet wil zeggen dat de traditie in niet intensief gevierd wordt
edelstenen
gedicht
Traagzaam trekt de witte wagen
door de stille strate toen,
en 't is weenen, en 't is klagen
dat ze bin' de wijte doen!
Stap voor stap, zoo gaan de peerden,
traagzaam, treurig, stille en stom,
en zij kijken, of 't hun deerde,
dikwijls naar hun' Meester om;
naar hun' Meester, die te morgen
zijn beminde peerdenpaar,
onder 't kammen en 't bezorgen
zei de droeve nieuwemaar.
"Baai," zoo sprak hij, "Baai en Blesse,
heden moeten ... stille! fraai!
moeten wij naar de uitvaartmesse,
met den wagen, Blesse en Baai!"
En toen, na zijn hand te doppen
in 't gewijde water klaar,
zegent hij de hooge koppen
van 't onachtzaam peerdenpaar.
En hij kust en kruist ze beiden,
en "gij," zegt hij, "Blesse en Baai,
moet een lijk naar 't kerkhof leiden,
Baai en Blesse, stille! fraai!
Schuimen zoudt ge en lastig zweeten,
zoo 'k u zonder wete liet
van de mare, en zoudt verheeten,
gave ik u den zegen niet!"
En hij zelve kruist en wijdt hem,
eer hij ze in den breidel vangt,
met het water, dat bezijd hem
aan de ruwe bedspond hangt.
Want hij slaapt bij zijn beminde
peerden en bezorgt ze trouw,
trouwer als voor eigen kinde
eigen Moeder zorgen zou.
Hij besproeit, en met gewijden
pallem speerst hij peerd en stal,
om de lijkvaart te bevrijden
van gevaar en ongeval.
Ha! wie weet hoe veel gevaren
die niet hebben uit te staan,
die met peerden, - God bewaar' hen! -
die met hunne meesters gaan?
Traagzaam rijdt en rolt de wagen,
treurig door de strate voort,
en 't is krijschen en 't is klagen,
dat men onder 't dekzeil hoort.
Stap voor stap zoo gaan de peerden,
ziende naar hun' meester om;
stap voor stap, als of 't hun deerde,
traagzaam, treurig, stille ... en stom!
GUIDO GEZELLE
Allerheiligen
Allerheiligen (Sollemnitas Omnium Sanctorum in het Latijn) is een christelijk feest dat op 1 november valt en gevierd wordt onder katholieken en Anglicanen. In de Katholieke Kerk is het een hoogfeest. Ook de Oosters-orthodoxe Kerk kent het feest, maar op de eerste zondag na Pinksteren, mogelijk in navolging van de Lemuria, gevierd op 13 mei. De feestdag viert de nagedachtenis aan alle heiligen en martelaren.
Halloween
herfst
Hoort men in september de donder knallen, dan zal er met kerstmis sneeuw op hopen vallen.
September regen komt de druiven gelegen
Meeuwen op het land, storm voor de hand.
Dragen bomen lang hun blad, koude winter in het vat.
Als de rook naar de aarde slaat, weet dan dat het regene gaat.
Als de muggen dansen gaan, is het met regenen gedaan.
Oktoberweer is ook maarts weer.
Oktober nat en koel, de winter zacht en zwoel.
Zwaait de winter al in november zijn staf, zijn rijk vindt rap zijn graf.
Hoort men in september de donder knallen, dan zal er met kerstmis sneeuw op hopen vallen.

rozen

recept

Herfst

literatuur
herfstlandschap

gedicht
De bladerloze bomen
De bladerloze bomen, on-
gedurig en verlegen,
staan vechtende in den voorjaarswind,
en weg- en weêrgeslegen;
ze buigen, dat de grond opheft
en dat hun wortelpezen,
hoe vaste ook en hoe verre en die-
pe zijwaards ingevezen,
begeven moeten. ’t Zoeft alom
en ’t zucht. De takken tieren
lijk wolven, die verhongerd in
de wilde bossen zwieren.
Geen mussen meer, geen vogels, die ’t
bestaan een huis te nazen,
daarin zo menige onbekende
en boze gasten razen:
ze vluchten! ’t Is al eendlijkheid,
al woede, en wilde vlagen,
die, tegen ’t taaie takgebouw
vereend, hun wijsheid wagen,
en wijken moeten. Buigen maar,
gij bomen: eer veel tijden
zal ’t uitgewaaid en verder zijn
gevlucht, dat felle strijden.
Guido Gezelle
Rainer Maria Rilke
Rainer Maria Rilke (Praag, 4 december 1875 – Montreux, 29 december 1926) was een van de belangrijkste lyrische dichters in de Duitse taal. Daarnaast schreef hij verhalen, een roman, opstellen over kunst en cultuur en ook talrijke vertalingen, onder andere uit het Frans, van literaire werken en lyriek. Zijn omvangrijke briefwisseling vormt een belangrijk deel van zijn literair nalatenschap
gedicht
Doof uit mijn ooglicht: ik zie je toch,
werp mij de oren dicht: ik kan je horen
zelfs zonder voeten nader ik je nog,
bemin je zonder lippen als tevoren.
Breek mijn beide armen: ik hou je vast
met heel mijn hart als met mijn hand,
sluit mij het hart: mijn hoofd telt alle slagen
en al wordt mijn hoofd in brand gezet
dan zal mijn bloed je verder dragen



herfst

1 reactie op dit bericht
Al bibberend kom ik je melden dat winterland zijn deuren openzet voor iedereen.