Zondag 25 juni 2006
ART . NR . 30 . c , - HET OLIEVERF SCHILDERIJ
Art . Nr . 30 . c ,
Het olieverf schilderij
In dit hoofdstuk zullen wij ons beperken tot algemene richtlijnen , want een uitvoerige bespreking van het schilderen van portretten zou tot een boekdeel uitgroeien .
Alvoren men palet en penselen ter hand neemt dient de tekening van de kop verantwoord te zijn . Ook de grenzen van de vlakken waaruit de kop is opgebouwd , dient je zuiver te markeren . Nalatigheid op dit punt zal zich uiteindelijk wreken in de kleur .
Het overbrengen van de tekening op linnen of paneel is eveneens van belang . Teken de kop eerst op gewoon papier , maak dit papier aan de achterkant zwart met houtskool , leg het geheel op het linnen of het paneel en druk met een hard potlood de tekening door . Deze manier maakt het tevens mogelijk de kop goed in het vlak te plaatsen . De eerste aanleg in verf moet op een sobere wijze gebeuren . Een neutrale tint van bijvoorbeeld gebrande sienna , ultramarijn en meer of minder wit , kan heel goed worden gebruikt . Verdun de verf en borstel luchtig de voornaamste toonwaarden - licht , halflicht en schaduw - daarbij lettend op een niet te dikke verfopdracht . Deze eerste opzet kan men laten drogen , doch het is ook mogelijk direct met de afwerking verder te gaan . Eén van deze manieren is dus mogelijk ; pas ze echter niet doorelkaar toe .
Sommigen raden aan om onderdeel voor onderdeel af te werken , en dit niet ten onrechte . Nemen wij bijvoorbeeld het oog .
Het schilderen daarvan is een moeilijk werk omdat het wit van het oog zuiver afgewogen dient te worden tegen de vleeskleur . Het laten aandrogen van de oogpartijen zou een ongewenst verfrelief kunnen veroorzaken waarvan je bij de verdere afwerking last kunt hebben . Beter is dan ook de ogen " nat in nat " - zoals dit in schilderstaal heet - in één zitting te schilderen .
Hareux raadt in zijn boek over het schilderen aan om de opzet van het geheel op de volgende wijze te vergemakkelijken : bepaal je tot een gamma van drie kleuren welke je bij uw model aantreft en breng hierin geen veranderingen . Doordat de kleuren op uw palet blijven , dienen zij als grondkleuren voor het werk . Om een voorbeeld te noemen : Je mengt de lokale
" vleeskleur " , de kleur van de lichtpartijen en de kleur van de schaduwpartijen daarvan . Met deze kleuren echter gaat je niet schilderen , doch je gebruikt ze zoals een musicus zijn stemvork . Nu gaat je van iedere partij de juiste kleur en toonwaarde observeren en je zult dan ontdekken dat je voor de ene partij wat meer rood door de grondkleur moet mengen , voor de andere partij wat meer groen , meer geel of meer blauw enz. Op die wijze vermijdt je de ongemakken van steeds wisselende belichting tijdens het werken .
Wij zullen , om een goed gegrip van deze raadgevingen te krijgen , nogmaals herhalen dat onder lokale toon en lokale kleur wordt verstaan : de eigen kleur van ieder object , welke niet beinvloedt wordt door een bijzondere verdeling van licht en schaduw .
Hareux raadt eveneens aan om de overgangen van de verschillende tinten met vele kleine streekjes te schilderen , licht in donker en donker in licht . Bij het schilderen dient de penseelstreek met de vorm mee te lopen , zoals wij laten zien in fig. 71 .
Tenslotte zegt Hareux ons , dat wanneer de kop op een flink formaat geschilderd is , iets wat wel wenselijk is , de penseelstreken van de fond zichtbaar moeten blijven , doch naarmate zij de kop naderen dienen ze wel even te " versmelten " . Er moet dus om de kop even een soort aureool onstaan , waarvan men het bestaan eerder raadt dan waarneemt . De kop zal zich daardoor uit de fond losmaken , tewijl hij aan de andere kant toch weer met het geheel verbonden blijft .
Zorg er ook voor dat de schaduwpartijen in het gezicht lichter of donkerder zijn dan de fond . Nimmer mogen zij van dezelfde waarden zijn , want daardoor krijgt je onwillekeurig een slap en monotoon geheel .
Gaat je deze methode van werken volgen , dan moeten wij je aanraden eerst eens enkele studies te maken in één kleur olieverf , zoals wij dit onder andere besproken hebben in de les " Licht en Schaduw " .
Over het schilderen met gouacheverf kunnen wij zeer kort zijn . Evenals olieverf is dit ook een dekkende verf , welke evenwel met water wordt verdund . De schildertechniek komt vrijwel overeen met die van olieverf .
Het olieverf schilderij
In dit hoofdstuk zullen wij ons beperken tot algemene richtlijnen , want een uitvoerige bespreking van het schilderen van portretten zou tot een boekdeel uitgroeien .
Alvoren men palet en penselen ter hand neemt dient de tekening van de kop verantwoord te zijn . Ook de grenzen van de vlakken waaruit de kop is opgebouwd , dient je zuiver te markeren . Nalatigheid op dit punt zal zich uiteindelijk wreken in de kleur .
Het overbrengen van de tekening op linnen of paneel is eveneens van belang . Teken de kop eerst op gewoon papier , maak dit papier aan de achterkant zwart met houtskool , leg het geheel op het linnen of het paneel en druk met een hard potlood de tekening door . Deze manier maakt het tevens mogelijk de kop goed in het vlak te plaatsen . De eerste aanleg in verf moet op een sobere wijze gebeuren . Een neutrale tint van bijvoorbeeld gebrande sienna , ultramarijn en meer of minder wit , kan heel goed worden gebruikt . Verdun de verf en borstel luchtig de voornaamste toonwaarden - licht , halflicht en schaduw - daarbij lettend op een niet te dikke verfopdracht . Deze eerste opzet kan men laten drogen , doch het is ook mogelijk direct met de afwerking verder te gaan . Eén van deze manieren is dus mogelijk ; pas ze echter niet doorelkaar toe .
Sommigen raden aan om onderdeel voor onderdeel af te werken , en dit niet ten onrechte . Nemen wij bijvoorbeeld het oog .
Het schilderen daarvan is een moeilijk werk omdat het wit van het oog zuiver afgewogen dient te worden tegen de vleeskleur . Het laten aandrogen van de oogpartijen zou een ongewenst verfrelief kunnen veroorzaken waarvan je bij de verdere afwerking last kunt hebben . Beter is dan ook de ogen " nat in nat " - zoals dit in schilderstaal heet - in één zitting te schilderen .
Hareux raadt in zijn boek over het schilderen aan om de opzet van het geheel op de volgende wijze te vergemakkelijken : bepaal je tot een gamma van drie kleuren welke je bij uw model aantreft en breng hierin geen veranderingen . Doordat de kleuren op uw palet blijven , dienen zij als grondkleuren voor het werk . Om een voorbeeld te noemen : Je mengt de lokale
" vleeskleur " , de kleur van de lichtpartijen en de kleur van de schaduwpartijen daarvan . Met deze kleuren echter gaat je niet schilderen , doch je gebruikt ze zoals een musicus zijn stemvork . Nu gaat je van iedere partij de juiste kleur en toonwaarde observeren en je zult dan ontdekken dat je voor de ene partij wat meer rood door de grondkleur moet mengen , voor de andere partij wat meer groen , meer geel of meer blauw enz. Op die wijze vermijdt je de ongemakken van steeds wisselende belichting tijdens het werken .
Wij zullen , om een goed gegrip van deze raadgevingen te krijgen , nogmaals herhalen dat onder lokale toon en lokale kleur wordt verstaan : de eigen kleur van ieder object , welke niet beinvloedt wordt door een bijzondere verdeling van licht en schaduw .
Hareux raadt eveneens aan om de overgangen van de verschillende tinten met vele kleine streekjes te schilderen , licht in donker en donker in licht . Bij het schilderen dient de penseelstreek met de vorm mee te lopen , zoals wij laten zien in fig. 71 .
Tenslotte zegt Hareux ons , dat wanneer de kop op een flink formaat geschilderd is , iets wat wel wenselijk is , de penseelstreken van de fond zichtbaar moeten blijven , doch naarmate zij de kop naderen dienen ze wel even te " versmelten " . Er moet dus om de kop even een soort aureool onstaan , waarvan men het bestaan eerder raadt dan waarneemt . De kop zal zich daardoor uit de fond losmaken , tewijl hij aan de andere kant toch weer met het geheel verbonden blijft .
Zorg er ook voor dat de schaduwpartijen in het gezicht lichter of donkerder zijn dan de fond . Nimmer mogen zij van dezelfde waarden zijn , want daardoor krijgt je onwillekeurig een slap en monotoon geheel .
Gaat je deze methode van werken volgen , dan moeten wij je aanraden eerst eens enkele studies te maken in één kleur olieverf , zoals wij dit onder andere besproken hebben in de les " Licht en Schaduw " .
Over het schilderen met gouacheverf kunnen wij zeer kort zijn . Evenals olieverf is dit ook een dekkende verf , welke evenwel met water wordt verdund . De schildertechniek komt vrijwel overeen met die van olieverf .
















