Maandag 29 mei 2006
ART . NR . 26 . - HET HOOFD .
Art . Nr . 26 ,
Het Hoofd .
Inleiding .
Sinds onheugelijke tijden heeft de weergave van het hoofd en het gelaat de kunstenaars levendig geboeid . Daar is ook alle reden voor . Is het niet in de eerste plaats het gelaat , waardoor een man of een vrouw zich van anderen onderscheidt en daardoor zijn persoonlijkheid doet uitkomen ?
Afgezien van bepaalde kleinigheden , verschilt de ene arm niet zoveel van de andere ; in hoofden en gezichten daarentegen is er een zeer grote verscheidenheid , welke afhangkelijk is van de persoonlijkheid . Immers de ziel , het wezen , het karakter spreken uit iedere gelaatstrek .
Hoe vanzelfsprekend het uiteindelijk is , dat voor het verschijnen van de fotografie de portretkunst een grote bloei kende , zelfs sedert de opgang van dit procédé - en afgezien van zijn verschillende voortreffelijkheden - behouden toch de schilder - en tekenkunst hun superioriteit . Het fototoestel heeft slechts een glazen oog zonder ziel . De kunstenaar echter werkt met zijn gevoel en misschien meer nog dan bij andere onderwerpen komen hart en verstand hier aan te pas . Het zijn inderdaad zijn gevoeligheid en mensenkennis welke de portretschilder leiden bij zijn werk . Maar waar het hier gaat om een uiterst moeilijk onderwerp - en dat is het juist wat hem prikkelt - moet de kunstenaar meer dan ooit met verstand te werk gaan . Hij moet zijn werk doen in een verstandelijke volgorde .
Een beetje geluk bij het op papier zetten , een juist gekozen houding : van opzij , van voren of driekwart gezien en een belichting die het hoofd goed doet uitkomen , moeten gepaard gaan met de nodige bekwaamheid om het uit te voeren . Sommigen verwaarlozen met opzet de gelijkenis . Moet men daarin onmacht , gebrek aan zelfkritiek of snobisme zien ? Zeker , wij dienen het temperament van de kunstenaar te respecteren , doch de eerlijke oprechtheid tegenover het model mag niets afdoen aan de charme en de sfeer welke in ieder waar meesterwerk zullen doorschemeren . Deze oprechtheid verbiedt echter niet een eigen visie op het model te hebben , doch deze eigen visie mag geen afbreuk doen aan het karakter , integendeel , het karakter moet daardoor juist onderstreept worden . Dan ook zal het voltooide werk een geheel eigen schepping zijn , waaruit de persoonlijkheid van de maker blijkt .
Ook al is de " theorie op zichzelf " niet voldoende om tot een goed resultaat te komen ; het is onbetwistbaar , dat kennis van de theoretische grondbeginselen voor de beginner noodzakelijk is , want het vergemakkelijkt ongetwijfeld het tekenen van de menselijke figuur en maakt dit werk des te boeiender .
Dank zij de studie van de voorgaande lessen ( het is altijd goed deze nog eens na te zien ) kent je de wetten van de perspectief , heeft je geleerd hoe je een vorm moet vereenvoudigen en op welke wijze je de dieptemaat tot ontwikkeling brengt . Je heeft geleerd de verschillende toonwaarden weer te geven en je bent vertrouwd geworden met de belangrijkste technieken . Je kunt thans dus , onder de meest gunstige omstandigheden , met de studie van het hoofd beginnen .
DE THEORIE
Ontleding van de vorm
De vereenvoudigde vorm
De eerste moeilijkheid bestaat in de wonderlijke verscheidenheid van typen welke wij in de natuur zien . Wanneer wij echter goed zien , bemerken we spoedig dat er een wezenlijke grondvorm valt waar te nemen , welke wij in alle gevallen kunnen toepassen . Deze grondvorm is heel eenvoudig . Laten wij , om te beginnen , geen rekening houden met de onderdelen ( ogen , neus , mond en oren ) waardoor het gezicht van de ene mens verschilt van dat van de andere . Hoe verschillend zij ook mogen zijn in hun verhoudingen of uitdrukkingen , alle hoofden kunnen worden teruggebracht tot eenzelfde vereenvoudigde vorm , een ovale vorm - of ruimtelijk gezien een ei -vorm met de punt naar onderen gericht . Deze vorm is het duidelijkst waarneembaar , wanneer men het hoofd van voren beziet . Het hoofd schijnt dan hoger dan breed . Van opzij gezien ( fig . 1 links boven ) buigt het bovenste deel van de ovaal aan beide kanten iets uit , zodat de grootste breedte in dit geval bijna gelijk is aan de totale hoogte .
Deze vereenvoudigde vorm zal immer de grondvorm zijn waarop wij onze tekeningen van koppen zullen laten steunen . De werkelijke vorm echter zal worden bepaald door het skelet van het hoofd , waarvan wij thans de anatomische bouw gaan bestuderen . Laten wij , wat dit betreft , vooropstellen , dat het onmogelijk is de kop zuiver te construeren , wanneer wij geen voldoende kennis hebben van het skelet en de anatomie . De tekenaar dient dit skelet in al zijn delen en vormverschijningen te kunnen weergeven : kennis van wat er onder zit is onontbeerlijk om de onderdelen van een gezicht juist te plaatsen en weer te geven en om begrip te krijgen van de vormen wanneer zij in het verkort worden gezien . Juist deze verkorte vormen doen soms zo onbegrijpbaar aan en je zult inzien , dat wij juist in zulke gevallen dienen te weten wat wij tekenen .
Het Hoofd .
Inleiding .
Sinds onheugelijke tijden heeft de weergave van het hoofd en het gelaat de kunstenaars levendig geboeid . Daar is ook alle reden voor . Is het niet in de eerste plaats het gelaat , waardoor een man of een vrouw zich van anderen onderscheidt en daardoor zijn persoonlijkheid doet uitkomen ?
Afgezien van bepaalde kleinigheden , verschilt de ene arm niet zoveel van de andere ; in hoofden en gezichten daarentegen is er een zeer grote verscheidenheid , welke afhangkelijk is van de persoonlijkheid . Immers de ziel , het wezen , het karakter spreken uit iedere gelaatstrek .
Hoe vanzelfsprekend het uiteindelijk is , dat voor het verschijnen van de fotografie de portretkunst een grote bloei kende , zelfs sedert de opgang van dit procédé - en afgezien van zijn verschillende voortreffelijkheden - behouden toch de schilder - en tekenkunst hun superioriteit . Het fototoestel heeft slechts een glazen oog zonder ziel . De kunstenaar echter werkt met zijn gevoel en misschien meer nog dan bij andere onderwerpen komen hart en verstand hier aan te pas . Het zijn inderdaad zijn gevoeligheid en mensenkennis welke de portretschilder leiden bij zijn werk . Maar waar het hier gaat om een uiterst moeilijk onderwerp - en dat is het juist wat hem prikkelt - moet de kunstenaar meer dan ooit met verstand te werk gaan . Hij moet zijn werk doen in een verstandelijke volgorde .
Een beetje geluk bij het op papier zetten , een juist gekozen houding : van opzij , van voren of driekwart gezien en een belichting die het hoofd goed doet uitkomen , moeten gepaard gaan met de nodige bekwaamheid om het uit te voeren . Sommigen verwaarlozen met opzet de gelijkenis . Moet men daarin onmacht , gebrek aan zelfkritiek of snobisme zien ? Zeker , wij dienen het temperament van de kunstenaar te respecteren , doch de eerlijke oprechtheid tegenover het model mag niets afdoen aan de charme en de sfeer welke in ieder waar meesterwerk zullen doorschemeren . Deze oprechtheid verbiedt echter niet een eigen visie op het model te hebben , doch deze eigen visie mag geen afbreuk doen aan het karakter , integendeel , het karakter moet daardoor juist onderstreept worden . Dan ook zal het voltooide werk een geheel eigen schepping zijn , waaruit de persoonlijkheid van de maker blijkt .
Ook al is de " theorie op zichzelf " niet voldoende om tot een goed resultaat te komen ; het is onbetwistbaar , dat kennis van de theoretische grondbeginselen voor de beginner noodzakelijk is , want het vergemakkelijkt ongetwijfeld het tekenen van de menselijke figuur en maakt dit werk des te boeiender .
Dank zij de studie van de voorgaande lessen ( het is altijd goed deze nog eens na te zien ) kent je de wetten van de perspectief , heeft je geleerd hoe je een vorm moet vereenvoudigen en op welke wijze je de dieptemaat tot ontwikkeling brengt . Je heeft geleerd de verschillende toonwaarden weer te geven en je bent vertrouwd geworden met de belangrijkste technieken . Je kunt thans dus , onder de meest gunstige omstandigheden , met de studie van het hoofd beginnen .
DE THEORIE
Ontleding van de vorm
De vereenvoudigde vorm
De eerste moeilijkheid bestaat in de wonderlijke verscheidenheid van typen welke wij in de natuur zien . Wanneer wij echter goed zien , bemerken we spoedig dat er een wezenlijke grondvorm valt waar te nemen , welke wij in alle gevallen kunnen toepassen . Deze grondvorm is heel eenvoudig . Laten wij , om te beginnen , geen rekening houden met de onderdelen ( ogen , neus , mond en oren ) waardoor het gezicht van de ene mens verschilt van dat van de andere . Hoe verschillend zij ook mogen zijn in hun verhoudingen of uitdrukkingen , alle hoofden kunnen worden teruggebracht tot eenzelfde vereenvoudigde vorm , een ovale vorm - of ruimtelijk gezien een ei -vorm met de punt naar onderen gericht . Deze vorm is het duidelijkst waarneembaar , wanneer men het hoofd van voren beziet . Het hoofd schijnt dan hoger dan breed . Van opzij gezien ( fig . 1 links boven ) buigt het bovenste deel van de ovaal aan beide kanten iets uit , zodat de grootste breedte in dit geval bijna gelijk is aan de totale hoogte .
Deze vereenvoudigde vorm zal immer de grondvorm zijn waarop wij onze tekeningen van koppen zullen laten steunen . De werkelijke vorm echter zal worden bepaald door het skelet van het hoofd , waarvan wij thans de anatomische bouw gaan bestuderen . Laten wij , wat dit betreft , vooropstellen , dat het onmogelijk is de kop zuiver te construeren , wanneer wij geen voldoende kennis hebben van het skelet en de anatomie . De tekenaar dient dit skelet in al zijn delen en vormverschijningen te kunnen weergeven : kennis van wat er onder zit is onontbeerlijk om de onderdelen van een gezicht juist te plaatsen en weer te geven en om begrip te krijgen van de vormen wanneer zij in het verkort worden gezien . Juist deze verkorte vormen doen soms zo onbegrijpbaar aan en je zult inzien , dat wij juist in zulke gevallen dienen te weten wat wij tekenen .









