Art . Nr. 24 . e , Praktische Wenken . De opbouw van deze les leert je eerst stap voor stap de Natuur …
Art . Nr. 24 . e ,
Praktische Wenken .
De opbouw van deze les leert je eerst stap voor stap de Natuur te volgen ; de eerste serie tekeningen is beperkt tot het vereenvoudigd weergeven van de belangrijkste onderdelen van het landschap .
Na een studie van volledige onderwerpen komt tot uitvoering van een tekening of schilderij , waar je uw vrijheid moet durven gebruiken ; Natuurlijk niet in het wilde weg en zonder het verstand te gebruiken ; hoewel de kunstenaar het recht heeft , in bepaalde gevallen zelfs de plicht , om te wijzigen , te arrangeren ; het werkelijk landschap te herscheppen ; in een woord te " componeren " om een boeiend geheel te maken , waaruit zijn karakter en persoonlijkheid spreken . Zolang het slechts gaat om enkele wijzigingen is het gemakkelijk ; het is voldoende als men zich houdt aan de algemene wetten van vorm , structuur , perspectief en , naar gelang de omstandigheden , aan licht - en schaduwwerking . Zo kan men in een gedeelte van een schilderij als deze toevoeging nuttig is , een groep bomen plaatsen , die men elders gezien heeft , of , integendeel , een huis weglaten dat een lelijk effect geeft , een ver verwijderd element naar voren halen , als dit voor het " welzijn" van de compositie beter is . Als de schilder zijn landschap geheel uit zijn verbeelding moet opbouwen , moet hij logischerwijs beschikken over een behoorlijke documentetie ; natuurlijk geholpen door schetsen , een veelheid van studies die hij zal omwerken en veranderen . Als men werkt , hetzij naar de natuur , hetzij uit het hoofd , moet de compositie een eenheid vormen , waarmee wij bedoelen dat zij geen tegengestelde belangrijke elementen mag bevatten : deze doen elkaar schade . Een belangrijk element , dat de aandacht trekt ,met daarbij andere bijkomstige elementen als entourage , is de eerste wet die men in acht moet nemen . Het is een veel voorkomende fout , dat men het papier vol tekent met niet één , maar met verschillende landschappen die evenwel aparte eenheden vormen . Een is voldoende . Het gaat om de juiste keuze . In het algemeen moet het belangrijkste punt niet in het midden van de compositie liggen , men moet een ereplaats geven . Als men het bijvoorbeeld helemaal in een hoek zet , zal het geheel " mank " worden . Het belangrijkste punt moet met zorg worden uitgevoerd in z'n geheel , in z'n kleurwaarde ; hetzij dat lichtend naar voren komt , het licht schijnt op te vangen ; hetzij als donkere massa tegen een lichtende achtergrond . Als men een compositie in tweeén verdeelt , horizontaal , verticaal of diagonaal en men zou alle lichte elementen in de ene helft en alle gedekte elementen in de andere helft plaatsen , zou dat geen prettig effect geven , men moet het licht en de schaduw uitbalanceren door bv. een donkere massa in de lichte helft te plaatsen of omgekeerd . Vanuit dat standpunt bekeken komt niet alleen de uigestrektheid van de tegengestelde oppervlakten in het geding , maar ook hun kleurwaarde . Een klein element met een uitgesproken kleurwaarde bijvoorbeeld kan een veel grotere massa van een andere kleurwaarde in evenwicht brengen . En in ieder geval moet men een te uitgesproken symmetrie vermijden ; het ene belangrijke element moet in evenwicht worden gebracht door een ander , veel kleiner , maar opvallender ; een enkele boom bv. die door zijn vorm , zijn belichting , zijn isolement , temeer de aandacht zal trekken . Licht en schaduw verschijnen in de natuur in vele vormen en de schilder kan hun spel zelf bepalen in een weergave of een ontwerp , op voorwaarde dat hij niet vervalt in onmogelijke tegenstellingen . Dit spel licht en schaduw is bepalend voor het " effect " , waarover wij gesproken hebben in de les " Licht en Schaduw " ( Art . Nr . 14 Het Effect ) . Bij het effect van het contrast bv. zijn de verschillen groot . Maar het effect hangt nog van andere dingen af en de hoofdrichting van de voornaamste lijnen in een tekening of schilderij kunnen een kalmerende werking hebben , een bepaalde vlotheid of een dramatische spanning geven ( fig . 70 ) . Nu wij het toch over effect hebben : ieder landschap heeft zijn eigen atmosfeer . Men moet de tijd kiezen die het beste overeenkomt met het motief , waarbij men het karakter het best kan vastleggen . Men moet de elementen , bepalend voor het onderwerp , haarscherp treffen , wij zouden haast zeggen overdrijven , zoals we dat gedaan hebben bij de Notre Dame . De schilder moet er ook rekening mee houden dat zijn stemming overeenkomt met juist dit plekje en geen ander , met de tijd , de belichting ...
Vandaar dan ook de zegswijze : " een landschap is een geestestoestand " .
In ieder geval , als je op jacht gaat naar motieven reken dan niet op het toeval . Als je dat doet komt je s'avonds met broddelwerk thuis . Je doet er goed aan eerst uw terrein te onderzoeken om in uw geheugen of in een aantekenboekje de ligging van interessante onderwerpen vast te leggen . Teken ook aan welke tijd het geschikst is om elk van die onderwerpen in studie te nemen . Als de zon schijnt , kijk dan of je een schaduwplekje kunt vinden , zodat je niet verblind wordt door het zonlicht dat op uw papier valt . Herlees nogmaals de raadgevingen van de schilder Schultz - Dal . Begin met eenvoudige onderwerpen en voor de rest moet je eerst de onderdelen van het landschap bestuderen : terrein , bomen , fabrieken enz ... Als je aan een onderwerp toekomt , kies dan geen buitensporige dingen . Het overkomt de beginner trouwens vaak dat hij de onderwerpen niet ziet , terwijl zij in overvloed aanwezig zijn , letterlijk bij elke stap voor zijn neus oprijzen . Of beter , hij ziet niet wat hij ervan kan maken , omdat hij een objectieve kijk heeft , geen subjectieve , nog niet in zijn eigen taal vertaald . Went je dus aan het subjectieve zien door de voorbeelden van grote schilders te bekijken . De vele afbeeldingen in deze cursus tonen je al hoe je een landschap moet zien .
Maak vooral veel eenvoudige schetsen op klein formaat om het belangrijkste te leren zien en goed te kunnen opzetten . Een hulpmiddel dat men in verband hiermee nooit moet vergeten , is uw motiefzoeker , welke je in staat stelt het juiste gedeelte van een motief vrij te maken van zijn omgeving . Wat uw uitrusting betreft , daarmee bent je al bekend , want in de les " Licht en Schaduw " is dit beschreven en wij zullen er hier niet onnodig op terugkomen .
Als je zich beslist wilt wapenen tegen tegen de zon , neem dan een parasol mee die je in de grond kunt zetten . Vergeet ook de punaises ( duimspijkers ) niet om uw papier mee op het karton te prikken , want de wind kan al even hindelijk zijn als de zon .
Maar voordat je de natuur intrekt zult je deze les immers goed bestudeerd hebben . Alleen dan zijn waardevolle resultaten te verwachten . Bestudeer en ontleed de verschillende illustraties en probeer de technieken te begrijpen . Wees nimmer tevreden met een voorlopig resultaat ; zelfs niet in uw schetsen . Bezie de natuur en besef wat je ziet , want je kent deze belangrijke grondslagen , is het niet : leren kijken om te zien - weten op te houden . Wij wensen je een prettige studie en veel succes !!
Art . Nr . 25 . a , De Gewassen tekening en Aquarel . Het spreekt vanzelf dat de gewassen tekening , uitgevoerd in één …
Art . Nr . 25 . a ,
De Gewassen tekening en Aquarel .
Het spreekt vanzelf dat de gewassen tekening , uitgevoerd in één kleur waterverf , niet zo moeilijk is als de aquareltechniek .
Wij gaan eerst eens zien welke materialen wij nodig hebben ;
Palet of een witglakt blik
Een tube waterverf ( naar keuze : ivoorzwart , lampenzwart , sepia , Van Dijckbruin of Sienna ) .
Een drietal penselen van marter - of dashaar waarvan een ( dikte van de buik ca. 13 mm , 9 à 10 mm , en een dunner 6 à 7 mm .
Een waterpotje .
Een tekenbord of een zelfgemaakt dik tekenkarton .
Enige vellen aquarelpapier van niet te dunne kwaliteit met een fijne korrel .
En een schilderstoeltje .
De techniek .
Bij de gewassen tekening komt het er dus op aan , dat wij een voorwerp in toon zetten door middel van een penseel met water en een zekere hoeveelheid verf . Hoe meer de verf verdund wordt , des te lichter wordt de tint ; hoe minder de verf verdund wordt , des te donkerder wordt deze .
Daar wij slechts de beschikking hebben over één kleur , moeten wij dus alle kleuren van ons onderwerp herleiden tot grijze , gaande van heel licht tot heel donker . Voorts dienen wij er aan te denken dat alle tinten in de gewassen tekening ( en ook in de aquarel ) in zekere mate doorschijnend moeten blijven , in tegenstelling tot andere technieken , zoals gouache of olieverf , waarin wij " dekkend " werken . Vermijdt dus te allen tijde dikke verfpartijen . Bij de gewassen tekening en de aquarel doet het witte papier dienst als wit . Bij dekkende technieken wordt het wit als verstof wel gebruikt om de tint van een kleur lichter te maken .
De volgende waarschuwing bij deze tecniek en de aquarel is dat je nooit een nog vochtige tint mag overschilderen met een andere . Wacht tot de eerste droog is , anders onstaan er kringen en vlekken welke je niet meer herstellen kunt .
Toch is het wel mogelijk een tint in een natte partij te zetten , doch dan moet de toonwaarde daarvan zoveel krachtiger zijn dat de laatste mooi kan uitvloeien . Men kan op die manier op bepaalde plaatsen enige versterkingen aanbrengen die aan de randen ineenvloeien met de waarde die zij versterken . Met deze manier van werken dienen wij evenwel voorzichtig te zijn want een teveel aan dergelijke effecten doet een te bont onsamenhangend geheel onstaan , ook al zijn de handelingen goed uitgevoerd .
Maar hoe dan ook , wanneer je een tint over een andere moet zetten of in een andere wilt laten vloeien , doe het voorzichtig . Wrijf niet te hard met het penseel op de eerste tint , anders gaat de waarde daarvan verloren .
Ook wanneer twee tinten scherp tegen elkaar moeten komen te staan , wacht dan tot de eerste droog is alvoren de tweede aan te brengen . Een uitzondering is het natuurlijk wanneer je beide tinten ineen wilt laten vloeien , waarbij dan gezorgd moet worden voor een groot contrast tussen deze beide tinten .
Het is mogelijk om tijdens het werken een tint in kracht te laten afnemen . Je zet de eerste streek neer , dop dan het penseel met de punt even in het water en zet de volgende streek neer welke natuurlijk mooi bij de eerste moet aansluiten . Dit kunt je enige malen herhalen totdat het vlak waarmee je bezig bent zijn juiste verloop heeft . Iedere keer dat je het penseel in het water dop moet je er een paar draaiende bewegingen op het palet mee maken opdat de verf en het water gemengd worden . Dat deze methode een vlug werken vereist behoeven wij je wel niet te zeggen . Wacht men even te lang dan kan de tint al aangedroogd zijn en al ons werk is voor niets geweest . Natuurlijk kunnen wij ook omgekeerd te werk gaan en zwakere tinten langzamerhand versterken door in opeenvolgende streken steeds meer verf aan het penseel te nemen . Op welke wijze kunnen wij nu zien of het papier voldoende droog is wanneer wij beginnen of het werk voortzetten ? Houdt het tekenkarton horizontaal , neig het hoofd enigzins en kijkt zo langs de opervlakte van het papier tegen het licht in . Glimt het oppervlak niet meer dan is het water voldoende in het papier getrokken en kunnen de volgende tinten opgezet worden zonder dat zij zullen " uitlopen " .
Nog een belangrijk punt : in een gewassen tekening ( en aquarel ) dringen bepaalde kleurstoffen diep in het papier . Dit komt door de aard van de verschillende kleurstoffen . De " zware " kleuren , bijvoorbeeld gele oker , dat het water meer vasthoudt dan dat het er zich mee vermengt , dringen haast niet in het papier . Andere kleurstoffen welke zich meer met het water verbinden dringen tegelijk met het water in het papier . Drogen deze tinten op dan worden zij lichter van kleur en het afnemen van de kleurkracht wordt sterker naarmate het papier tijden het werken natter wordt gehouden .
Alleen door ervaring zult je leren hoeveel meer kracht je bepaalde tinten moet geven omdat zij na droging hun juiste waarde behouden . Tijden de eerste oefeningen behoeft je daar nog niet zo op te letten . Mocht een tint te licht uitvallen zijn zet er dan gerust even een donkerder overheen .
De Aquarel
Voor het schilderen met waterverf gebruiken wij dezelfde materialen als voor de gewassen tekening , waarbij dan de kleuren komen welke op het einde van de les , Art .Nr . 25 genoemd zijn . Ieder hokje van ons palet vullen wij met een van deze kleuren , waarbij steeds dezelfde volgorde wordt aangehouden . Ons eerste werk is het aanbrengen van algemene kleur van het voorwerp , doch dan wel in de lichtste tint . Meteen daarna geven wij de diepere tinten aan . Pas echter op , wij zeiden diepere tinten , maar geen schaduwen !
Art . Nr . 25 . b , Gouache Thans gaan wij ons bezighouden met een nieuwe techniek en wel het schild…
Art . Nr . 25 . b ,
Gouache
Thans gaan wij ons bezighouden met een nieuwe techniek en wel het schilderen met een dekkende waterverf : de gouache . Je zult begrijpen dat deze werkwijze veel verschilt met het aquarelleren , waar iedere streek doorschijnend was , terwijl bij de gouache een dekkende streek onstaat . Wij hebben hier al eens eerder over gesproken , doch het kan stellig geen kwaad het nog eens te herhalen .
Techniek
Hoewel de aquarel door zijn techniek veel frisheid en helderheid laat zien , mist hij vaak , vooral in de lichte tinten , de nodige stevigste . Dit is heel begrijpelijk . Wij werken immers met veel water om juist de doorschijnendheid van de kleur te kunnen behouden . De gouache , evenals de olieverf , is volkomen dekkend . Dit komt door de samenstelling van de verf en door het gebruik van wit in verschilende mengingen . De kleuren en tinten geven dan ook altijd een zekere dichtheid , een gebondenheid te zien , in alle delen van het werk . Toch moet men in deze techniek heel voorzichtig omgaan met het wit in de mengingen . Teveel wit geeft de kleuren een krijtachtig aanzien en doet veel van het effect verloren gaan . Een gouache behoeft niet overal een dikke verflaag te vertonen . Sommigen partijen zijn met meer water geschilderd ; andere weer wat steviger . Dit hangt ook van het onderwerp af .
Uit hetgeen wij hierboven hebben gezegd kunnen wij leren dat een aquarel zoveel mogelijk in één keer geschilderd moet worden , terwijl de gouache meerdere bewerkingen toestaat .
Materiaal
Een palet . Dit kan gemaakt zijn van porcelein , van witgelakt metaal of van wit plastic . Een voldoende aantal diepe uithollingen is wel noodzakelijk .
Een drietal dasharen penselen , dezelfde soort dus welke wij bij het aquarelleren gebruiken en twee of drie platte kwasten ( zoals voor olieverf gebruikt worden ) in de nr . 6 , 8 of 12 . Deze kwasten dienen voor de partijen welke wat dikker geschilderd moeten worden .
Een tekenbord of tekenkarton , waarop wij ook onze aquarellen maken .
Enige velen Ingrespapier ( wit , lichtoker en lichtgrijs ) .
De volgende kleuren gouache - of plakkaatverf in tuben : ultramarijn donker , ceruleumblauw , vert émeraude , Paul veronese groen ( of dekgroen ) , vermiljoenrood ( of scharlakenrood ) , karmijn , kraplak purper , citroengeel , cadmiumgeel donker , gebrande sienna , ivoorzwart , permament wit ( of titaanwit ) .
Een waterpotje .
Een vouwstoeltje .
Tot slot nog een belangrijke raadgeving . Meng in het begin de kleuren goed dooreen op uw palet , zodat een egale mengkleur onstaat . Wanneer je gevorderd bent in deze techniek zult je echter ondekken veel voordeel te kunnen hebben van een minder egale menging . Loop daar echter niet op vooruit ; houdt je voorlopig aan onze raad .
Art . Nr . 25 . c , Het Schilderen met Olieverf Een vergelijking met de voorgaande technieken Tot nu toe hebben …
Art . Nr . 25 . c ,
Het Schilderen met Olieverf
Een vergelijking met de voorgaande technieken
Tot nu toe hebben wij twee verschillende technieken behandeld waarmee wij in staat zijn een groot aantal onderwerpen weer te geven . De aquareltechniek is , en door de aard van het gebruikte materiaal en door het tempo waarin gewerkt moet worden , het aangewezen middel om een impressie van een bepaald onderwerp te geven .
Wij willen hiermee niets ten nadele van de aquarel zeggen . Integendeel , deze techniek is juist van zoveel waarde door zijn charme en luchtigheid . De kunstenaar welke met gevoel weet te kiezen , zal juist voor bepaalde onderwerpen deze schildertechniek prefereren .
Met de gouacheverf kunnen wij meer op een onderwerp doorwerken , omdat hierin , zij het met mate , laag over laag gezet kan worden . Doch de techniek welke de meeste " doorwerking " toelaat is stellig die van het schilderen met olieverf . De materie is soepel en de wijze van het opbrengen van de verf zijn vele . Zo kunnen wij beginnen met een onderschildering en dan verder afwerken met glacis ; de verf kan in lichte streken geborsteld of in dikkere lagen opgebracht worden .
Techniek
Het luchtig borstelen met de kwast die slechts weinig verf bevat noemen wij het schilderen " en frottis ". Je zult bemerken dat voor vele begrippen in deze techniek franse woorden gebezigd worden , doch wij zullen hiervan steeds zoveel mogelijk een duidelijke omschrijving geven . Het schilderen " en pate " ( hiervoor wordt ook wel het Italiaanse woord " impasto " gebezigd ) wil zeggen dat de verf in dikkere lagen wordt opgebracht .
Het glaceren ( glacis ) is een techniek welke berust op de optische menging . Op een licht geschilderde partij wordt dan een transparante kleur geschilderd . Hiervoor komen bepaalde transparante kleuren in aanmerking welke sterk verdund met een bepaald schildermiddel over de gedroogde eerste laag worden gezet . Wij zullen je een voorbeeld geven . Je schildert een vlak met cadmiumgeel . Wanneer dit goed droog is neemt je een penseels met kraplak en schildert over dat gele vlak heen . Een sterk stralend oranje zal het resultaat zijn . Op deze wijze kunnen wij ook groen of violet " mengen " , door resp. blauw over geel en blauw over rood te schilderen ; Voorts raden wij je aan om vooral " royaal " te schilderen . Neem behalve voor de opzet die " en frottis " gedaan kan worden , steeds een voldoende hoeveelheid verf aan de kwast en schilder zoveel mogelijk met de vorm van de vlakken mee . Meng de kleuren ook altijd goed dooreen op uw palet .
Materiaal
Een eenvoudige lichte veldezel .
Een schilderkist waarin palet , penselen ( ronde en platte kwasten in de nummers 2 tot 16 ; 2 ronde penselen van koe - of martelhaar ) en de verf wordt geborgen .
Schaft je de volgende kleuren aan :
ultramarijn donker , ceruleumblauw , gele oker , cadmiumgeel donker , vert émeraude , cobaltgroen licht , gebrande sienna , kraplak donker , cadmiumrood licht , gemengd wit en ivoorzwart .
Voor het verdunnen van de verf op het palet heeft je een flesje gerectificeerde terpentijn , een flesje lijnolie en een flesje siccatief licht nodig , ( doet de verf sneller drogen ) . Voorts een ( paletdopje ) , een paletmes en een schildermesje . Voor het uithalen van ingeschoten partijen : een fleje retoucheervernis .
schilderdoeken bv . 30 X 40 , 40 X 50 en 50 X 60 cm .
En vouwstoeltje .
Het onderhoud en het bewaren
van het materiaal
Om de hoofdstukken over de schildertechnieken te besluiten geven wij je enkele belangrijke wenken over het onderhoud en het bewaren van uw materiaal . " Goed materiaal is het halve werk " is een gezegde dat nog steeds geldt . Behandel uw kostbare gereedschap dan ook zorgvuldig . De penselen voor waterverf en gouache dienen na gebruik goed schoongespoeld te worden . Sla ze uit tot er een mooie punt aan komt en zet ze weg in een potje , met de haren naar boven . Ook het palet wordt met water schoongemaakt .
Olieverfkwasten en - penselen vereisen meer zorg . Eerst wordt de achtergebleven verf er zoveel mogelijk uitgedrukt . Rol de kwast in een doekje en knijp hem tussen duim en wijsvinger schoon . Daarna kunt je twee manieren volgen . 1e . Je spoelt de kwast geheel schoon in petroleum of terpentine en droogt hem daarna met een lapje . 2e . Neem een beetje zachte zeep aan de kwast en draai hem in de holte van uw hand tot alle verf eruit verdwenen is . Daarna goed naspoelen in lauw water . Ook de moderne synthetische wasmiddelen geven goede resultaten .
Het palet wordt na beéindiging van het werk meteen schoongemaakt . Hiervoor gebruikt je het paletmes . De laatste restjes verf veegt je met een doekje met terpentine weg . Om het palet mooi glanzend te houden verdient het aanbevolen dit na het schoonmaken in te wrijven met een beetje lijnolie . Mocht er na het schilderen nog verf op het palet overblijven , dan behoeft je dit niet weg te gooien . Neem deze resten met het paletmes op en zet ze op de bodem van een diep bord ; Laat nu wat water in het bord lopen en uw verf blijft zacht voor de volgende studie.
Waterverf kan men ten allen tijde blijven gebruiken . Deze verf lost namelijk altijd weer op . Bewaar uw waterverf in een blikken doosje om het indrogen in de tube tegen te gaan en zet het weg op een koele plaats . Ingedroogde gouacheverf is meestal onbruikbaar . Slechts enkele kleuren blijven wat zachter en kunnen dan nog worden opgelost . Mocht je restjes gouacheverf overhouden en heeft je een blikken of porseleinen palet met diepe uithollingen , giet dan een beetje water in deze holletjes zodat de verf zacht blijft .
Houdt de hals en de dopjes van de tuben schoon . Dit gelt zowel voor olieverf als voor water - en gouacheverf . Gaan de dopjes toch vastzitten verwarm deze dan even en je kunt ze gemakkelijk losdraaien . Probeer nimmer een vastzittend dopje met kracht los te draaien anders springt de tube kapot .
Kleurpotloden
Een prettige en praktische techniek , omdat hij slechts een beperkte uitstraling vraagt , is het werken met kleurpotloden . Wij gaan met deze potloden om als met de contépotloden , waarover wij in de les Licht en Schaduw uitvoerig hebben gesproken . Vaardig bebruikt , zijn de kleurpotloden een zeer uitdrukkingsvol materiaal . Men moet evenwel niet opzien tegen een groot assortiment kleuren . Een doos met 24 kleuren is toch wel het minste om mee te beginnen . Koop vooral potloden van goede kwaliteit en van een merk waarvan je altijd losse potloden bij kunt kopen . Door meer of minder op het potlood te drukken kunt je een zeer groot aantal schakeringen van iedere kleur verkrijgen . Door twee of meer kleuren over elkaar te zetten verkrijgt je vele mengkleuren . Meng echter op deze wijze niet meer dan drie kleuren samen , want anders ontstaat er een te dikke laag op het papier en dat geeft glimplekken . Trouwens , op te gladde plekken kunt je ook niet verder werken .
Hier hebben we nog een andere werkwijze waarbij de mengkleur verkregen wordt door een optische menging . Wanneer wij om beurten een geel en een blauw streekje plaatsen en wij bezien zo'n vlakje op enige afstand , dan zal zich voor ons oog een groen gaan vormen . Ook bij het olieverfschilderen kennen wij een dergelijke techniek , namelijk het " pointileren " . Het waren vooral de franse schilders Seurat en Signac welke op deze wijze werkten , doch ook Toorop heeft een periode van pointilistisch schilderen gekend .
Materiaal
Zoals wij hierboven zeiden vereist het materiaal weinig zorg . Een doos kleurpotloden van goede kwaliteit , een tekenkarton en een vouwstoeltje is alles wat wij nodig hebben . Wij werken op gewoon wit tekenpapier met een fijne korrel . Glad papier is voor deze techniek niet te gebruiken . Leg altijd een paar vellentjes papier op het tekenkarton , zodat je een enigszins verende onderlaag heeft . Dat werkt prettiger .
Hiermede zijn wij dan aan het einde gekomen van de les over kleuren . Tijdens het betoog zal het je duidelijk geworden zijn dat U alleen goede resultaten kunt verwachten wanneer je met ijver en volharding blijft werken . Met de kleuren heeft je een uitdrukkingsmiddel in handen om tot de meest natuurlijke uitbeelding te komen . De " vreugde van het schilderen " ligt thans binnen uw bereik , mits je serieus studeert .