Art . Nr . 37 . c , Het tekenen van Handen Wat vooral de moeilijkheid uitmaakt van het tekenen van de hand…
Art . Nr . 37 . c ,
Het tekenen van Handen
Wat vooral de moeilijkheid uitmaakt van het tekenen van de handen is de bewegelijkheid van zijn omtrekken . Deze is n.l. nooit rechtlijnig , zelfs niet bij een van zijn onderdelen , maar vertoont talrijke bochten en golvingen . Bekijk maar eens goed een van uw vingers , bijvoorbeeld , en constateer hoe grillig het verloop is van de lijnen , die hem begrenzen . Ziedaar een reden te meer om eerst te gaan
" contrueren " , alvorens tot een definitieve tekening over te gaan . Dan pas zult je er in kunnen slagen de ware omtrekken vast te leggen en zult je niet op een verkeerd spoor geraken door een of ander onderdeel buiten zijn eigenlijke grenzen te doen treden . Ook zult je de juiste onderlinge verhoudingen der onderdelen recht doen wedervaren .
De inplanting en de richting der vingers is niet bij alle gelijk . Dit houdt verband met de bolheid ( rug ) en holheid ( palm ) van de hand . De voorzijde der vingers zijn daardoor niet op precies dezelfde wijze gericht als de achterzijden en ook dat draagt er toe bij om hun tekening lastig te maken .
Begin eerst met uw eigen linker - of rechterhand nauwlettend te bekijken door hem in verschillende standen te houden . Laat een of andere vinger een bepaalde stand innemen ; uigestrekt , gebogen , afgewend in verschillende richtingen , in het verkort enz .., teken hem dan afzonderlijk met een enkele lijn , na hem , wel te verstaan , eerst een constructie gegeven te hebben ( zie fig . 12 ) . Kies dan een " pose " van de gehele hand en voer met dunne lijnen zijn constructie uit , eerst de algemene vorm , daarna de details , rug - of palmzijde , de vingers , waarbij de schematische omtrekken natuurlijk binnen de eerste schets vallen , die het totale beeld omvat . Het is wel overbodig om op de noodzaak daarvan , die hier groter is dan ooit , met klem te wijzen .
Als dit gebeurd is , teken dan de ware omtrekken in een enkele lijn met een nogal zacht potlood teneinde deze lijn afwisseling te kunnen geven , zoals het verdikken aan de schaduwzijde , op die plaatsen waar je een bepaald volume sterker wilt doen uitkomen .
Na deze eerste poging moet je niet aarzelen om nog veel meer studies te maken , vellen vol tekeningen : de platte hand , hand met uitgespreide vingers , palmzijde , rugzijde , met gevouwen duim , gesloten vuist enz . Laat het model om zijn as draaien , neem ook alle denkbare verkortingen ... Kortom , maak gebruik van zijn gewilligheid om aan al onze verlangen te voldoen .
Deze studies moet men niet van te klein formaat maken . Ieder van hen moet minstens de helft van een velletje van 21 bij 27 cm . beslaan . Slechts langzamerhand kunt je de afmetingen van uw tekeningen verkleinen , wanneer je , na de onderdelen goed bestudeerd te hebben , de totale hand wilt samenvatten door slechts de essentiéle lijnen weer te geven , zoals men dat ook doet in een schets , die immers een samenvatting dient te zijn .
Teken vervolgens handen met een bepaalde uitdrukking : uitgetoken wijsvinger , geklauwde hand , betogende hand , grijpende hand , met een ( sigaret ) tussen de vingers , een die een voorwerp oppakt enz . Indien je voor de afwisseling een rechterhand wilt tekenen , plaats dan de linkerhand voor een goed opgestelde spiegel .
Nog steeds naar model werkend , kunt je daarna overgaan tot verder doorgevoerde studies , met modelleringen . Een correcte weergave van omtrekken en vormen zal thans worden aangevuld door een nauwlettende weergave van volumes en toonwaarden . Hierbij zult je nog meer profijt kunnen trekken van de anatomische beschouwingen , die wij je gaven : hoogtes , dieptes en afplattingen veroorzaken licht - en schaduwpartijen , dus genuanceerde waarden .
Oefen je er in door deze eerste twee series van oefeningen ( tekeningen in lijnomtrekken en studies met modelé ) uit te voeren door aan huisgenoten te vragen model te zijn . Uw handen hebben hun eigen karakter . Die van anderen verschillen daarvan , minstens in een of ander onderdeeltje . Zij kunnen benig of dik zijn , kort of slank , hun vingers kunnen puntig , afgerond of hoekig zijn aan de toppen enz . De handen van een leegloper zijn geheel anders dan die van een arbeider , die door het werk gevormd zijn , soms zelfs misvormd , zoals ook ziekten dat kunnen doen , in het bijzonder rheumatiek . Sommige handen zijn verzorgd en andere verwaarloosd . Indien het menselijk uiterlijk bedriegelijk kan zijn , dan geldt dit toch niet voor de handen . Bestudeer hen dus geregeld . Maakt er voordurend studies van , want , wanneer je te eniger tijd een bepaald soort van persoon wilt onderbrengen in een of andere compositie , die je gemaakt heeft , dan kunt je uit uw eigen documentatie putten en kunt je uw type op gunstige wijze aanvullen door aan zijn armen handen te tekenen , die zijn levensechtheid zullen kunnen vergroten .
De platen III , IV en V laten dit allemaal duidelijk zien .
De Schets.
Na uitvoering van de voorgaande studies zult je kunnen overgaan tot de snelle schets , want je zult uw onderwerp thans goed onder de knie hebben : de schets , dat zeiden wij , is een syntheze . Deze moet echter niet aan de ontleding , de analyse , voorafgaan . Indien je uw schetsboek ter hand neemt op straat , in de trein , tram of café , beperk dan uw getekende notietie tot de handen , in plaats van een hele figuur te willen maken . Tracht hun houdingen en bewegingen als in een momentopname vast te leggen . Hetzelfde model kan je gelegenheid bieden tot talrijke schetsen , wanneer hij bijvoorbeeld een gesprek met handgebaren onderstreept . Tracht daarbij de natuurlijkste en " sprekendste " houdingen te pakken , diegene dus die de uitdrukking van de persoon in kwestie versterken of zelfs die , alleen al op zich , de gevoelen verraden , die hem bezielen op het ogenblik dat je hem obseveert ( zie platen VI en VII ) .
Een uitstekende gewoonte is ook om , zelfs bij het schetsen van gehele figuren , zonder hen ooit te verstoppen , je er toe te dwingen de handen uit te beelden in hun grote vormen door schematische lijnen , dus zonder afzonderlijke vingers te tekenen hen te beschouwen alsof zij in wanten staken . Men ontleedt hen dan in hun drie voornaamste delen , te weten het lichaam ( rug of palm ) , de vier vingers bijeen en de duim , waarbij deze zich opent of sluit alsof hij met een scharnier bevestigd was .
Aangezien het gemakkelijker is om een arm aan een hand vast te maken dan omgekeerd , kunt je , na snel de hoofdlijnen van het lichaam geschetst te hebben ( wij verwijzen je hier naar het lesdeel Het Schetsen van Personen in deze cursus ) beginnen vanuit de handen , waarvan je het gebaar goed hebt weten te treffen . Hun houdingen en aspecten zijn zo afwisselend dat er vaak maar weinig voor nodig is om een slechte aanhechting te maken . Bovenbedoelde voorzorg is dus zeer aan te bevelen , nog daargelaten het feit dat , als je met de tekening der armen begonnen bent , de aansluitende hand zich soms in het verkort zal vertonen , niet alleen lastig om weer te geven , maar ook onaangenaam of onbegrijpelijk voor het oog .
Nogmaals de Tekening
Wanneer je eenmaal het soort van handen gekozen hebt en in overeenstemming hebt gebracht met een bepaald persoon , zult je deze op expressieve en levendige wijze moeten weergeven en het is dan dat je , bijvoorbeeld bij illustraties of humoristische tekeningen , die je maakt , een even goede toneelspeler als tekenaar zal dienen te zijn . Je kunt dan voor de spiegel zelf de verschillende gebaren en uitdrukkingen nabootsen , die je uw figuren geven wilt , totdat uw houding goed weergeeft wat je hen wilt laten " zeggen " .
Ingewikkelder zijn handen die op de een of andere wijze samenwerken : een handdruk , applaudiserende handen , in elkaar gevouwen handen , achter de rug gevouwen handen , handen die een of ander werktuig hanteren
( bezem , schop , houweel enz. ) , die van een klokkenluider , van een vrouw , die naait of breit , de was wringt , handen die men bezig is te wassen enz . Ziedaar een aantal studieobjecten , die even boeiend als leerzaam zijn .
Ook gehandschoende handen moeten bestudeerd worden . Of de handschoenen nu van wol of leer zijn , peau de Suéde , voor de wintersport , gevoerd enz . en onverschillig of het wanten zijn van een oude jonkvrouw uit de province of de luxe handschoenen van een elegante vrouw , met omslagen , met geborduurde randen , opstiksel en wat al niet ... ( zie plaat VIII ) .
Zonder het werk van anderen letterlijk te copieren , kunt je toch profijt trekken van de wijze , die ieder kunstenaar eigen is om handen uit te beelden , om er van te nemen , wat je nuttig lijkt : elegante , maar nogal conventionele handen van modetekeningen , spits en golvend , altijd met een opgeheven pinkje , schematische handen met slechts enkele expressielijnen uitgevoerd , zeer gedétailleerde handen , misvormde handen , karikaturaal gezien , handen met karakter ...
Als je werkelijk een eigen manier om handen weer te geven wilt verkrijgen , bestudeer dan hun anatomie , verdiep je in het mechanisme van hun bewegingen , en maak er veel studies en schetsen van , hetgeen beslist geen vervelend werkje is . Integendeel het is zeer boeiend , want het leven zelf drukt zich in en door handen uit en , al is het waar dat het moeilijk is , het is in ieder geval een moeilijkheid , die een echte goede tekenaar dient te overwinnen .
Het is hier van belang om terug te grijpen naar de studie van de arm en onderarm , bekeken onder de meest verschillende hoeken en verkortingen : vrouwenarmen , lenig en sierlijk , gespierde mannenarmen , gespannen door een of andere arbeid ofwel in rust , mollige kinderarmen enz .
Wat wij vooral van u verwachten , dat zijn gemodelleerde studies , waarbij de volumes , tevoorschijn geroepen door de inwendige anatomie ( beenderen , spieren , pezen enz . ) maar gelang de belichting duidelijke tegenstellingen van licht en schaduw verwekken met krachtige accenten , waardoor de meest kenmerkende hoogten en diepten tot hun recht komen ; fijne toonverzwakkingen , delicate waarden waaronder niettemin de onderliggende structuur voelbaar blijft , deze zullen de verbindende overgangen vormen , die het modelé zullen aanvullen , waardoor een samenhangend geheel zal ontstaan .
In een volgend hoofdstuk zullen wij het hebben over de mouwen van kleding en over hun plooien , die altijd in nauw verband staan met het volume en de stand van de ledematen , die zij bedekken . Het naakt , dat vroeger bestudeerd werd , is niet alleen interessant in zichzelf , door de plastische effecten , die het meebrengt , maar ook door alle hulp , die het ons geeft , om leven te verschaffen aan geklede figuren , zoals in actie als in ruststanden .