Art . Nr . 74 . e , Fig . 37 en 38 . Het Portret Reeds vrij ver doorgevoerde ondertonen , aangebracht op een dergelijke geconstrueerde schetstekening . Voltooid werkstuk . Zelfportret in pastel , zowel krachtig als fijngevoelig , door onze oud - leerling Martineau .
We danken het aan de bereidwilligheid van een onze beste leerlingen , de heer Martineau , dat we zijn zelfportret hier kunnen afbeelden , dat hij tot stand bracht volgens de werkwijze , die we herhaalde malen beschreven naar aanleiding van de onderwerpen die we bespraken . We volstaan met de twee laatste stadia van zijn werk te laten zien , zonder te vergeten dat een aanvankelijke schetstekening , met ernst en zelfcritiek tot stand gekomen , een gebiedende noodzakelijkheid blijft . Fig . 37 , die het tweede stadium toont , suggereerd voldoende een krachtig geconstrueerde schets , naar de gewoonte van deze kunstenaar om niets te verwaarlozen of in het midden te laten . Voor het overige verwijzen we je naar het hoofdstuk over het portret in gouache . Het voorbeeld , dat we daarbij gaven heeft ook hier zijn geldigheid voor wat betreft de ontwikkelingsgang ; de toegepaste techniek is in dit verband niet de hoofdzaak . Als je de afbeelding van het tweede stadium goed bekijkt , zult je opmerken dat het werk hier al vrij ver doorgevoerd is ; de ondergrond is inderdaad reeds geheel voorzien van locale tonen en enkele overgangswaarden . Het karakter werd er in uitgedrukt , zoals dat het geval was met de schetstekening en het is door dit solide en ernstige begin dat , we herhalen het , Martineau in het verdere verloop van zijn werk de uitdrukking en het karakter heeft weten te bewaren , hetgeen , zoals je wel met ons eens zult zijn , van kapitaal belang is , aangezien een gelijkend portret het wezen moet uitdrukken , dat gelegen is in bepaalde bijzonderheden en karaktertrekken , waaraan ieder gelaat nu eenmaal zijn persoonlijkheid dankt . Het aanbrengen van de ondertonen , breed en eenvoudig gezien , is grotendeels het werk geweest van de vinger die , door een licht wrijvende beweging , al hier en daar vloeiende overgangen te voorschijn wist te roepen en een ondergrond schiep die voor dit stadium van de arbeid van voldoende betekenis was . De pastellist heeft er inderdaad belang bij om het papier bij de eerste bewerkingen niet te overbelasten , teneinde alle mogelijkheden , die het zachte pastel hem te bieden , in het laatste stadium te kunnen benutten . Bekijk nu eens fig . 38 , dus het voltooide portret . Uit deze studie springen karakter en leven als het ware te voorschijn . De tekening blijft duidelijk bewaard , zonder droog of hard te zijn , wel echter gedaan met het gemak , dat kenmerkend is voor kunstenaars , die hun vak verstaan , een vak dat zij met ware liefde uitoefenen . Let eens op het frisse coloriet , dat zo goed profiteerde van de delicate en fluwelige materie van het pastelkrijt . Enige krachtig aangebrachte toetsen geven de lichtaccenten , waardoor het clair-obscur zijn juiste betekenis kreeg . We hebben hier te doen met een werkstuk , dat we blij zijn aan onze leerlingen te kunnen voortzetten en waarvan zij - daarvan zijn we overtuigd - veel voordeel kunnen trekken voor hun eigen studie .
Van alle hier behandelde technieken is het kleurpotlood zonder twijfel het handigste en tevens goedkoopste materiaal . Zeer zeker wordt het gewoonlijk beschouwd als het arme broertje van het pastel , net goed genoeg om een beetje kleur te geven aan een tekening met zwart potlood en men ziet het dan ook meer in handen van scholieren dan van kunstenaars . En toch vinden deze in dit loutere kleurpotlood een uitdrukkingssmiddel voor het uitvoeren van complete kunstwerken , waarbij het aan de meest uitenlopende opvattingen tegemoet kan komen . We zeiden dat dit het handigste materiaal is . Het is immers veel minder omvangrijk dan olie - , zelfs dan gouache - of waterverf ; de uitrusting , die het omvat , neemt zeer weinig ruimte in en is zeer gemakkelijk verplaatsbaar . Het staat ons toe om buiten te werken onder iedere weersomstandigheid ; samen met hem kan de tekening snel in veiligheid gebracht worden in het dichtgevouwen karton , wanneer het zou gaan regenen . Het is bovendien goedkoop , want het behoudt altijd zijn kleurgevende eigenschappen en vrees voor uitdroging kent het niet . Natuurlijk is het altijd beter om een ruime sortering potloden van goede kwaliteit tot zijn beschikking te hebben ; de prijs behoeft daarvoor in ieder geval geen beletsel te zijn . Er bestaan dozen met 12 , 24 , 36 en meer kleuren . Die van 24 stuks is reeds voldoende , want zijn kleurenassortiment is groot genoeg om bevredigende resultaten te bereiken , werkelijk complete kunstwerken , die rijk aan expressie zijn . Wel echter dienen uw potloden van zeer goede kwaliteit te zijn . Voor het papier bevelen we het fabrikant Canson aan , met fijne korrel ; we zeggen , let wel , niet glad , want daarop pakt het potlood niet goed . Maar papier met een grof oppervlak dient in ieder geval vermeden te worden omdat de kleurstift bij het opwrijven tussen de kleurvlekjes witte puntjes zou achterlaten , die zeer onaangenaam aandoen en de dichtheid en soliditeit van de kleuren ernstig schaden . Voor schetsen kan niet niet te glad schrijfmachinepapier zeer geschikt zijn , terwijl men ook gebruik maakt van licht getinte papiersoorten , grijs of beige , te kiezen naar de algemene toon van een bepaald onderwerp , waarop lichte tonen zeer gunstig uitkomen . Het papier kan worden gemonteerd , op een tekenkarton , dat normale afmetingen bezit , zoals men gebruikt voor de gouache . Maar je kunt natuurlijk ook een raamkarton met knijper gebruiken , zoals dat beschreven en afgebeeld werd op plaat I van Art . 70 . a . Vergeet in ieder geval nooit om tussen het tekenpapier en het karton enkele andere velletjes te schuiven als een soort beschermend matrasje , anders zal de geringste oneffenheid in het karton vlekjes op het werk doen onstaan . Het is voorts raadzaam om geen gebruik te maken van vlakgom ; daarmee wrijven op een aangebrachte kleur , veroorzaakt " wolkjes " van die kleur en in ieder geval wordt het papier dusdanig aangepast dat het de kleurstift niet meer opneemt op dezelfde wijze , hetgeen ook weer vlekken met zich meebrengt , wanneer men n.l. over die gegomde plekken heen tekent : de regelmatigheid van de papierkorrel speelt zijn rol bij het uiteindelijke aspect van de kleurtekening .
De techniek van het kleurpotlood is bepaald eenvoudig , want hij is praktisch gelijk aan die van het gewone tekenpotlood . De scherpe punt gebruikt men natuurlijk voor afzonderlijke lijnen , in het bijzonder bij de schetstekening en ook voor het plaatsen van fijne accentjes . Bij modeleringen gaat men heen en weer wrijvend te werk met min of meer brede arceringen en dan maakt men gebruik van de platte kant van de stift , die men dus van een bepaalde lengte houdt , of van de afgesleten , dus enigszins plat geworden punt ( zie fig . 39 , A ) , hetgeen het voordeel heeft over een scherp kantje te blijven beschikken , zonder opnieuw te slijpen of van potlood te veranderen . In deze kleurentechniek is het mogelijk om tonen van verschillende kleur over elkaar heen te plaatsen , waarmee bedoeld wordt dat men over een reeds geplaatste toon een andere heen wrijft , waardoor er een derde onstaat door de optische vermenging van de beide eersten . Men moet hier echter goed weten te onderscheiden want , wanneer bijvoorbeeld bij waterverf een karmijnrood en een ultramarijnblauw bij menging , een bepaald paars zullen opleveren , zal dat bij kleurpotloden niet op dezelfde wijze in zijn werk gaan . Dan n.l. zal het paars roder of blauwer zijn , naar gelang je begonnen bent met het rode of het blauwe potlood . De kwestie is dat hier geen echte vermenging plaats vindt , maar , zoals we reeds zeiden , van het plaatsen van de ene kleur over de andere en de bovenliggende kleur zal de overhand behouden in de nieuw onstane toon . Dit moet men goed voor ogen blijven houden . Anderzijds moet men het over elkaar heen tekenen niet overdrijven , om het papier niet glad te polijsten . Het zou dan geen kleur meer op gaan nemen en op de bewuste plaatsen een glimmend aspect verkrijgen , die een onaangename tegenstelling vormt met de andere , meer matte delen van de compositie . Verschillende toonwaarden van een bepaalde kleur verkrijgt men natuurlijk door meer of minder druk op het potlood uit te oefenen . Hoe gaat men nu te werk , wanneer men uitsluitend kleurpotloden gebruikt ? Ziedaar een kwestie van persoonlijke geaardheid , die uitdrukking zoekt in een bepaalde techniek . We zouden willen aanraden om de schetsopzet uit te voeren in de hoofdkleur van het onderwerp . Deze wordt dan zo ver mogelijk doorgevoerd in een gamma van dezelfde kleur , maar met een licht gebruik van het potlood , dus zonder hard te drukken , zelfs niet in de donkerste fragmenten , om niet de mogelijkheid te bederven van het juiste effect van de later nog aan te brengen kleuren . Op deze ondergrond , die bedoeld is om een bepaalde atmosfeer te scheppen , komen dan de verschillende kleuren met hun waarden , die het werk zijn voltooiing moeten geven . Om de gewenste tonen te bereiken kan men , zoals we zagen , de kleuren over elkaar heen zetten . Maar men kan ook kleurstreepjes van verschillende kleur naast elkaar plaatsen , dus niet op elkaar , een wijze van doen , die verwant is aan de tecniek van de impressionistische of divisionistische schilders . Op normale afstand van de ogen gehouden , zullen deze streepjes zich met elkaar verenigen , waarbij het effect een zekere straling blijft behouden . Je kunt dit overigens beoordelen op het voorbeeld , dat we van deze techniek geven ( fig . 41 ) . Om kort te gaan , het kleurpotlood is een materiaal dat aan het temperament van een kunstenaar uitnemend tegemoet kan komen . Beurtelings kan het immers de meest solide opbouw tot stand brengen en de krachtigste accenten en ook de teerste en vloeiendste overgangen scheppen . Volleigheidshalve moeten we nog vermelden dat er kleurpotloden bestaan , waarvan de stift niet een wasbasis heeft , zoals die waarover we in het voorgaande spraken , maar die gebruikt kunnen worden met water als oplosmiddel . Men begint deze op gewone wijze , dus droog , te gebruiken , waarna men de aangebrachte kleuren met een nat penseel verder kan bewerken . Krachtige schaduwen kan men verkrijgen door over het nog vochtige papier heen te tekenen . Is het papier geheel gedroogd , dan kunen bepaalde accenten en omtrekken met een scherp puntje van het potlood worden toegevoegd . Dit procedé heeft natuurlijk enige verwantschap met de aquarel . Laat ons daarom terugkeren tot de gewone potloden en je twee voorbeelden presenteren van tekeningen in een verschillende techniek .
Voorbeelden van verschillende technieken
In het eerste ( fig . 40 ) werd de schets uitgevoerd in een neutrale , bruine toon en toen verder doorgevoerd op de wijze zoals boven werd aangegeven . De arbeid werd toen voortgezet door het aanbrengen van de grote vlakken in hun algemene toon en daarna , fragment voor fragment , voltooid . Daarbij werden strepen en arceringen gebruikt , op sommige plaatsen krachtig en op andere meer samengesmolten , terwijl de tonen als zodanig een zekere gelijkmatigheid behielden . In het tweede ( fig . 41 ) werd de schets eveneens met zorg opgezet in een nogal warm bruin . De grote plans werden verkregen door lichte wrijving met kleurige tonen , maar gelang het licht en de schaduw . Maar toen werd een techniek toegepast met levendige , naast elkaar geplaatste streepjes van verschillende kleur , die op een afstand gezien , samensmelten . Er is hier dus sprake van een soort van toonontbinding op het papier ; wanneer ons oog een normale afstand bewaart van het papier , dan verbinden de tonen zich weer , echter niet , zonder dat er zich een zeer speciale trilling aan het oog blijft voordoen .
Art . Nr . 75 . a , Fig . 39 . Het Kleurenpotlood Verschillend gepunte stiften . A ) op papier platgeslepen punt ( scherp puntje voor brede lijnen A' ) . B ) vierkant geslepen ( brede kant voor vlakken : B' - scherp hoekje voor lijnen : B'' ) .
Thans krijgen we te maken met een werkwijze , die geheel verschillend is van hetgeen we tot dusver bestudeerd hebben . Hij is zelfs tegengesteld aan deze , waar het betreft de dekkende eigenschappen , zoals vooral olie - en gouacheverf die bezitten . Bij deze laatste wordt de verf in meer of minder dikke en ondoorschijnende laagjes aangebracht op de ondergrond , waarvan , in beginsel , niets meer blijft doorschijnen . Bij de waterverf daarentegen - we vermelden dit reeds - moet de gebruikte verf een bepaalde , meer of minder sterke , doorschijnendheid blijven vertonen , zodat de witte kleur van het papier op de een of andere wijze blijft meespreken bij de verf ten behoeve van zijn glans en helderheid . Het is het in stand houden van deze doorschijnendheid , die de aanstrekkelijkheid en frisheid van de aquarel uitmaakt maar er tevens de moeilijkheid van vormt . Bij olie - en gouacheverf ondergaan de kleuren door toevoeging van wit in kleinere of grotere hoeveelheden een dienovereenkomstige vermindering van hun waarde . Bij de waterverf bestaat de kleur wit als zodanig eigenlijk niet . Het papier vervangt hem , maar fungeert slechts als reflector , zou men kunnen zeggen , terwijl water , het hier vereiste verdunningsmiddel , naar gelang de gebruikte hoeveelheid , waardenverschillen veroorzaakt : naarmate er meer water zit in de oplossing , die het penseel tot stand bracht , is de waarde van een bepaalde kleur zwakker . Als gevolg van deze fundamentele verschillen zal men gemakkelijk inzien dat er een waarachtige tegenstelling bestaat tussen de techniek van de aquarel en die van de dekkende procedees . Waar bijvoorbeeld bij de olieverf het over elkaar aanbrengen van verflagen een gewone gang van zaken is , is het bij de waterverf noodzakelijk dat het werkstuk bij voorkeur in één enkele zitting voltooid wordt en wel , als het enigszins mogelijk is door , als het ware met één slag , de juiste tonen op een spontane en trefzekere wijze aan te brengen . Je zult ook gemakkelijk begrijpen dat als je , na een paarse toon aangebracht te hebben , zich gaat bedenken en hem wilt vervangen door een gele , dat je dan dit paars , als je wilt , twintig keer achtereen kunt overschilderen met geel , maar wat zal het resultaat zijn ? Je zult het paars gaan vervuilen en een grauw zwarte toon verkrijgen - geel en paars zijn complementaire kleuren - maar geel zult je er nimmer mee krijgen . In ieder geval dient men geknoei met tinten te vermijden en er zich voor te hoeden meerdere malen over een eens geplaatste toon heen te schilderen , anders krijgt het werk een moeizaam , overwerkt en ondoorschijnend aspect , dat een tegenspraak vormt met de visuele sensatie , die de aquarel van nature dient te verwekken , indien men althans de aard van het procedé geen geweld wil aandoen . Men zegt vaak dat in de kunst slechts het eindresultaat er op aan komt en zo ziet men dan ook dat knappe schilders tegenwoordig , op een weldoordachte wijze weliswaar , gebruik maken van gouacheverf in hun aquarellen om een krachtiger effect te kunnen bereiken . Maar dan blijven het ook geen echte aquarellen meer en wanneer we deze techniek willen bestuderen , zullen we dit eerst in zijn " zuivere " staat doen , om het zo eens uit te drukken . In dit verband kunnen we opmerken dat aan de aquarel wel geweten wordt dat hij niet de kracht van een olieverfschilderij vermag te bezitten ; zijn aspect zou het gewoonlijk ontbreken aan energie , de voorgronden aan stevigheid enz . Nu kan niet ontkend worden dat zijn uitbeelding minder ver doorgevoerd , minder indringend is dan bij het gebruik van olieverf . Maar het resultaat hangt toch grotendeels af van de geaardheid en het kunnen van de kunstenaar zelf . Onder de meesters van de 19e eeuw , die op dit gebied naam hadden , zou men bijvoorbeeld aan HARPIGNIES niet een gebrek aan kracht mogen verwijten . Zeer zeker wist hij deze hoedanigheid niet tot niet tot stand te brengen door vette verflagen , maar veeleer door een goede toepassing van de verschillende waarden , die de tonen te zien geven . Hiermee wil ook gezegd zijn , hoezeer de studie van de aquarel voor de aspirant - schilder van nut kan zijn door n.l. te dwingen tot een zeer nauwlettende observatie van toonwaarden . De kritiek , die men tot de waterverf richt , is dus niet geheel gegrond , al moet men , van de andere kant , geen dingen van hem verlangen , die hij nu eenmaal niet geven kan . Vele kunstenaars hebben de aquarel dan ook beschouwd als een haastig hulpmiddel , waardoor men een tekening op snelle wijze van wat kleurvlekken kan voorzien , waarbij de tekening zelf altijd hoofdzaak bleef en de kleur toevoegsel en aanvulling . Anderen daarentegen , zij , die zich echte waterschilders noemen en technische virtuositeit bezitten , leggen er zich op toe om met waterverf echte schilderijen te maken , waarin het getekende element geen rol meer speelt , maar alles louter door de kleur wordt uitgedrukt . Concluderend herhalen we eenvoudigweg dat men een aquarel niet te ver moet willen doorvoeren en niet moet trachten uit deze werkwijze , die van nature een zekere snelheid en doortastendheid vereist , meer te halen dan er in zit ... De Engelsen zijn de eersten geweest die gepoogd hebben de techniek van de waterverf , die tot nu toe eigenlijk tot niet meer geleid had dan tot het onstaan van bleke en onbeduidende verluchtingen , nieuw leven in te blazen . Zij zijn daar uitstekend in geslaagd . Onder hen moet R.P. BONINGTON genoemd worden ( 1802 - 1828 ) een der grootste , wiens artistieke vorming overigens geheel frans was . Dank zij hem en de vermaarde Fransman GERICAULT - die de gelegenheid had om in Londen het werk van de Engelsen te bestuderen - nam de aquarel een vlucht , die hij tot dusver niet gekend had . Sedertdien hebben de meeste grote schilders er met succes mee gewerkt . Het is waar dat de verplichting , die hij aan de kunstenaar oplegt om , indien mogelijk , in één greep de frisheid en de spontaniteit te bereiken , waartoe hij in staat stelt , de aquarel in het bijzonder , geschikt te maken om in de vrije natuur een vluchtige indruk of een voorbijgaand effect vast te leggen , maar daarbij toch ook de mogelijkheid verschaft tot een aandachtige en geduldige studie in het atelier , zonder nochtans het werk te gaan "verknoeien " . Want , zoals reeds gezegd , de aquarel heeft vooral waarde door zijn spontaniteit . Om kort te gaan , de waterverf verschaft ons een geriefelijke werkwijze met een materiaal dat weinig omvangrijk en licht van gewicht is , waardoor we in staat gesteld worden , dingen te maken , die het oog strelen door hun helderheid , frisheid en doorschijnendheid , hoedanigheden die - we herhalen dit nog eens - de niet te loochenen bekoorlijkheid van de aquarel uitmaken .
In het voorgaande hebben we op meer of minder stilzwijgende wijze de aquarel gedefinieerd . Laten we thans trachten deze in een afgeronde formule samen te vatten : vorm van schilderkunst , waarbij speciale verven , verdund met water , door de schilder op , gewoonlijk wit papier worden aangebracht , daarbij een doorschijnendheid van de tonen bewarend , hetgeen derhalve z.g. empatementen uitsluit . We zullen thans niet meer terugkomen op de karakteristieke eigenschappen van dit procedé , waaraan voldoende aandacht werd besteed in de voorafgaande beschouwingen . Het kan evenwel geen kwaad om enkele algemeenheden van groot belang in herinnering te brengen . Wanneer men met kleur werkt is een getrouwe weergave van de intensitiet van de tonen - anders gezegd hun waarden - de enige manier om het verschil te suggereren tussen de verschillende plans , die in een of ander voorwerp te zien zijn . Het is door deze getrouwe weergave dat men het effect van de werkelijkheid waar of althans waarschijnlijk kan maken , dus de natuur zijn ware aspect kan geven . Waar het niet moeilijk is om de waardeverschillen te doen voelen in een tekening in zwart en wit , al of niet " gewassen " , door n.l. afwisseling te geven aan de grijzen met nuances van diep zwart tot lichtgrijs , is het veel minder gemakkelijk om dit te bereiken uitsluitend door kleur . Ongetwijfeld levert het geen moeilijkheden op bij de verschillende waarden van eenzelfde kleur , rood bijvoorbeeld . Maar wanneer het er om gaat om rood en groen , twee geheel verschillende kleuren dus , op hun waarden met elkaar te vergelijken , wordt de zaak heel wat lastiger . Dit leidt tot een tweetal opmerkingen . De eerste is deze : men kan zich niet met enige kans op succes aan de schilderkunst wijden en in het bijzonder niet aan de waterverfschilderkunst , waarbij het immers hoogst gewenst is dat men een uitbeelding tot stand brengt met één slag , zonder geknoei en overschilderingen , zonder zich ten zeerste vertrouwd gemaakt te hebben met de waarneming en de weergave van kleuren en kleurwaarden . De tekening en vooral de gewassen tekening verschaffen een middel om dat te bereiken door middel van voorafgaande oefeningen . De moeilijkheden worden dan geleidelijk aan onder ogen gezien . Men werkt eerst in zwart en wit en , daarmee klaar , kan men kleuren ter hand nemen zonder al te grote risico's . De tweede opmerking betreft het wezenlijke van een onderschildering tussen wat men gewend is toonschilders en coloristen of kleurschilders te noemen . Karl ROBERT drukt het in zijn boek " De Aquarel " als volgt uit : " men is colorist wanneer men , terwijl men goed de eigen hoedanigheid van iedere kleur tot zijn recht laat komen , hem met zijn buren in een volmaakte harmonie van het gekozen gamma weet op te nemen ; men is slechts toonschilder wanneer alleen de harmonie van zijn waarden geslaagd is , zonder te bekoren door de kleuren als zodanig " . En hij besluit : " Maar indien je deze kunst van het werken met waarden tot grote hoogte opvoert , kunt je er in slagen om zeer kleurrijk te zijn met een uiterste soberheid van toon , hetgeen mij toeschijnt het meest volledige resultaat te geven ... Deze twee zo verschillende scholen kunnen hetzelfde doel bereiken langs uiteenlopende wegen . We kunnen echter van nu af aan zeggen dat degene , die een diepgaande studie van de waarden prefereert boven de charme van de kleur een beter en blijvender doel nastreeft . Indien , van een artistiek standpunt bezien , zijn werk niet zo aangenaam de ogen streelt als dat van de echte colorist , is hij minder geneigd dan deze om de natuur tot in kleine bijzonderheden te bekijken en zijn werk zal er op winnen door zijn algemeen aspect en grootheid ; materieel bezien heeft hij , gegeven de gevoeligheid van waterverven , meer kans dat zijn aquarellen de uitgevoerde tonen behouden of minstens dat deze een eventuele verkleuring door de tijd gelijkelijk ondergaan , zoals de harmonie als zodanig niet verbroken zal worden ... Het streven naar waarde is vooral datgene waarop de inspanning van een aquarellist gericht moet zijn , ofschoon men de onbetwisbare aantrekkelijkheid van de kleur niet zou kunnen ontkennen ... Kennis van waarden verkrijgt men door studie en waarneming ; hij is bij wijze van spreken de resultante van de redenering , en , indien slechts het hanteren van penselen en het mengen van kleuren je geheel vertrouwd zijn , zult je het beoogde doel niet missen en op een gegeven ogenblik een goed aquarellist worden , die zeker is van zichzelf en van hetgeen hij tot stand brengt ".
Het is juist dit , dat zo geruststellend is voor de beginner en waarop we prijs stellen , bij de aanvang van de studie de aandacht op te vestigen , namelijk , dat alle meesters , die de aquarel onderwezen hebben , het er over eens zijn , dat een welslagen niet kan uitblijven , wanneer de leerling blijft volharden ondanks de tegenslagen die , hier nog meer dan elders , de eerste pogingen zo ontmoedigend maken .
Waaraan zijn nu deze tegenslagen in feite te wijten ? Meestal aan een gebrek aan discipline , aan zelftucht . Bij de olieverf kan men tenslotte een landschap opzetten , bijvoorbeeld , waar te beginnen en op welke manier dan ook . Zoiets is stellig , niet aan te bevelen . Maar , als het er op aan komt , kan men een toon verwijderen om hem door een andere te vervangen en men kan vergissingen herstellen . Bij de aquarel daarentegen is het in acht nemen van een stenge methode vanaf de allereerste penseelstreek een gebiedende eis . Slechts door het in toepassing brengen van niet te negeren beginselen kan men tot bevredigende resultaten komen . Welk talent men ook zou kunnen bezitten , het is niet moeilijk om daarmee geen rekening te houden . Welnu , zo talrijk zijn deze beginselen niet en als men deze maar goed in zich opneemt en vooral strikt naleeft , zullen vorderingen te constateren zijn en groter worden , waarbij de verwachtingen van de leerling in vervulling gaan . Zijn grootste vijanden zijn dus het - zo vaak voorkomende - verlangen om te snel voorlopige resultaten te willen bereiken , in één woord ongeduld en een zekere weerspannigheid , zo zou men het kunnen noemen . Men kan hier de oordeelkundige uitspraak van BACON verplaatsen door te zeggen : " Men kan de aquarel slechts beheersen door aan zijn wetten te gehoorzamen " . Wat deze wetten betreft ; we zullen hen in dit lesdeel de revue laten passeren , maar eerst is het nodig dat we terug komen op voorschriften , die ook op andere terreinen gelden . Allereerst moet de leerling niet de hoop koesteren om , wanneer hij in de natuur een onderwerp zoekt , speciaal bij het landschap , snel het ideale motief te vinden . Vaak moet hij zelfs lang zoeken alvoren te gaan schilderen . Als de vermoeidheid komt en tevens de teleurstelling , verliest hij zijn geestdrift en keert hij met lege handen huiswaarts . Men moet zich dus , vooral in het begin , tevreden weten te stellen met eenvoudige onderwerpen , die ondanks - of misschien juist wel dank zij - hun eenvoud , charme en schoonheid kunnen bezitten , hetgeen natuurlijk niet wil zeggen dat men smakeloze en onbeduidende onderwerpen moet uitkiezen , waar men slechts met volkomen onverschilligheid tegenover staat .
Een ander gevaar schuilt in het zich niet rustig de tijd gunnen . Zeer zeker moet een aquarel op snelle en gedurfde wijze aangepakt worden , omdat men er voortgang mee moet maken zonder in ieder stadium op zijn werk terug te komen , maar dit werk zal niet beheersd mogen worden door een onberedeneerde haast , zelfs verre van daar ! Welnu , het is noodzakelijk - anders zal men er niet kunnen komen - om de voorafgaande cotructietekening , die altijd van het grootste belang is , niet te verwaarlozen . Niet dat deze ver doorgevoerd behoeft te worden , maar hij moet bondig en degelijk zijn , want het is op dit stevige , ofschoon lichte , geraamte dat men de kleuren laat rusten . Maar er is meer . Indien je zich enerzijds moet hoeden voor gevaarlijke overhaasting , moet je toch anderzijds vrij snel kunnen werken , want de effecten in de natuur wachten niet op u en het licht verandert snel . Je moet dus in staat zijn om de juiste tonen samen te stellen zonder herhaalde probeersels en tijdverlies . De kennis derhalve van het palet en van de tonen , die door menging van de verschillende kleuren verkregen worden , is hier , en wel meer dan ooit , een eerste vereiste en je dient zich in dit opzicht voldoende te oefenen alvorens te willen gaan schilderen . Laten we eens zien wat de aquarellist FAGES hiervan zegt : " Het mengen van de kleuren is de beruchte hindernis waarover velen struikelen ; hierdoor worden zij ervan weerhouden om te gaan schilderen en worden zij er toe gebracht om verhandelingen te gaan raadplegen , waarin de samenstelling wordt gegeven voor het mengen van de kleuren van bomen , rotsen enz... Deze zijn in feite nutteloos , want men kan het mengen veel vlugger leren dan men denkt " . We zouden hieraan willen toevoegen dat het gaan opzoeken in een boek naar wijze , waarop men bepaalde tonen verkrijgt , ronduit belachelijk is , waar immers de natuur zelf vlak voor uw ogen te zien is . Dit is toch werkelijk ongerijmd , want kan men geloven dat de natuur zijn gelen , groenen en blauwen altijd op dezelfde manier samensteld en dat het licht , waardoor hij beschenen wordt , een onveranderlijke eigenschap geeft aan de kleuren gedurende alle uren , dagen en jaargetijden en dat in alle streken van de aarde ? Oefent je dus door wat uw eigen ogen u te zien geven , tracht " er oog op te krijgen " en geeft je zich beslist niet op een gemakzuchtige wijze over aan slaafse voorschriften . En nu een laatste raadgeving . We hebben reeds te verstaan gegeven dat de beste methode om zich voor te bereiden op de praktijk van de waterverf bestaat , in het uitvoeren in één kleur waterverf van gewassen tekeningen . Een gewassen tekening is eigenlijk niets anders dan een monochrome of sepia aquarel . Je neemt daarvoor zwarte waterverf en je gaat dan volgens dit procedé verschillende onderwerpen uitvoeren . De techniek is hetzelfde als van de eigenlijke aquarel en over deze techniek zullen we het nog hebben . Op deze wijze zult je nuttige oefeningen kunnen maken , terwijl je zich slechts over toonwaarden behoeft te bekommeren .
In een tweede stadium van voorbereiding is het een aanbevelenswaardige oefening om , na zich vertrouwd te hebben gemaakt met het palet , copieëren , navolgingen - hier bedoeld als middel en niet als doel - te maken van goede olieverfschilderijen ( en niet , als het enigszins kan , van reproducties , die wel meer of minder goed kunnen zijn , maar toch ook altijd een zekere leegheid vertonen ) . Dit zal je er toe dwingen om te vereenvoudigen , te transporteren en de gewenste toon te bereiken zonder empatementen , uitsluitend door de betekenis van de waarde , waarbij de doorschijnendheid , die immers de hoofddeugd van de aquarel is , volledig bewaard wordt .
Als je dat gedaan hebt , zult je werkelijk zo ver zijn om in de natuur zelf te gaan werken .