Naar de inhoud

Teken en schildercursus fritske3

TEKEN EN SCHILDERTECHNIEKEN EERSTE DEEL VANAF 14/10/06
akke.beakke.be

Archief

ART . NR . 74 . e , - FIG . 37 EN 38 - HET PORTRET

Art . Nr . 74 . e ,
Fig . 37  en  38 .  Het  Portret
Reeds  vrij  ver  doorgevoerde  ondertonen , aangebracht  op  een  dergelijke  geconstrueerde  schetstekening . 
Voltooid  werkstuk .  Zelfportret  in  pastel , zowel  krachtig  als  fijngevoelig , door  onze  oud - leerling   Martineau .

ART . NR . 74 . e , - HET PORTRET

Art . Nr . 74 . e ,

                            Het  Portret

  We  danken  het  aan  de  bereidwilligheid  van  een  onze  beste  leerlingen , de  heer  Martineau , dat  we  zijn  zelfportret  hier  kunnen  afbeelden , dat  hij  tot  stand  bracht  volgens  de  werkwijze , die  we  herhaalde  malen  beschreven  naar  aanleiding  van  de  onderwerpen  die  we  bespraken .  We  volstaan  met  de  twee  laatste  stadia  van  zijn  werk  te  laten  zien , zonder  te  vergeten  dat  een  aanvankelijke  schetstekening , met  ernst  en  zelfcritiek  tot  stand  gekomen , een  gebiedende  noodzakelijkheid  blijft .   
  Fig . 37 ,  die  het  tweede  stadium  toont , suggereerd  voldoende  een  krachtig  geconstrueerde  schets , naar  de  gewoonte  van  deze  kunstenaar  om  niets  te  verwaarlozen  of  in  het  midden  te  laten .  Voor  het  overige  verwijzen  we  je  naar  het  hoofdstuk  over  het  portret  in  gouache .  Het  voorbeeld , dat  we  daarbij  gaven  heeft  ook  hier  zijn  geldigheid  voor  wat  betreft  de  ontwikkelingsgang ;  de  toegepaste  techniek  is  in  dit  verband  niet  de  hoofdzaak . 
  Als  je  de  afbeelding  van  het  tweede  stadium  goed  bekijkt , zult  je  opmerken  dat  het  werk  hier  al  vrij  ver  doorgevoerd  is ;  de  ondergrond  is  inderdaad  reeds  geheel  voorzien  van  locale  tonen  en  enkele  overgangswaarden .  Het  karakter  werd  er  in  uitgedrukt , zoals  dat  het  geval  was  met  de  schetstekening  en  het is  door  dit  solide  en  ernstige  begin  dat , we  herhalen  het , Martineau  in  het  verdere  verloop  van  zijn  werk  de  uitdrukking  en  het  karakter  heeft  weten  te  bewaren , hetgeen , zoals  je  wel  met  ons  eens  zult  zijn , van  kapitaal  belang  is , aangezien  een  gelijkend  portret  het  wezen  moet  uitdrukken , dat  gelegen  is  in  bepaalde  bijzonderheden  en  karaktertrekken , waaraan  ieder  gelaat  nu  eenmaal  zijn  persoonlijkheid  dankt . 
  Het  aanbrengen  van  de  ondertonen , breed  en  eenvoudig  gezien , is  grotendeels  het werk  geweest  van  de  vinger  die , door  een  licht  wrijvende  beweging , al  hier  en  daar  vloeiende  overgangen  te  voorschijn  wist  te  roepen  en  een  ondergrond  schiep  die  voor  dit  stadium  van  de  arbeid  van  voldoende  betekenis  was .  De  pastellist  heeft  er  inderdaad  belang  bij  om  het  papier  bij  de  eerste  bewerkingen  niet  te  overbelasten , teneinde  alle  mogelijkheden , die  het  zachte  pastel  hem  te  bieden , in  het  laatste  stadium  te  kunnen  benutten . 
  Bekijk  nu  eens  fig . 38 , dus  het  voltooide  portret .  Uit  deze  studie  springen  karakter  en  leven  als  het  ware  te  voorschijn .  De  tekening  blijft  duidelijk  bewaard , zonder  droog  of  hard  te  zijn , wel  echter  gedaan  met  het  gemak , dat  kenmerkend  is  voor  kunstenaars , die  hun  vak  verstaan , een  vak  dat  zij  met  ware  liefde  uitoefenen .  Let  eens  op  het  frisse  coloriet , dat  zo  goed  profiteerde  van  de  delicate  en  fluwelige  materie  van  het  pastelkrijt .  Enige  krachtig  aangebrachte  toetsen  geven  de  lichtaccenten , waardoor  het  clair-obscur  zijn  juiste  betekenis  kreeg .  We  hebben  hier  te  doen  met  een  werkstuk , dat  we  blij  zijn  aan  onze  leerlingen  te  kunnen  voortzetten  en  waarvan  zij -  daarvan  zijn  we  overtuigd  -  veel  voordeel  kunnen  trekken  voor  hun  eigen  studie .

ART . NR . 75 . - HET KLEURPOTLOOD

Art . Nr . 75 .

                        Het  Kleurpotlood

                          Het  materiaal

  Van  alle  hier  behandelde  technieken  is  het  kleurpotlood  zonder  twijfel  het  handigste  en  tevens  goedkoopste  materiaal . 
  Zeer  zeker  wordt  het  gewoonlijk  beschouwd  als  het  arme  broertje  van  het  pastel , net  goed  genoeg  om  een  beetje  kleur  te  geven  aan  een  tekening  met  zwart  potlood  en  men  ziet  het  dan  ook  meer  in  handen  van  scholieren  dan  van  kunstenaars .  En  toch  vinden  deze  in  dit  loutere  kleurpotlood  een  uitdrukkingssmiddel  voor  het  uitvoeren  van  complete  kunstwerken , waarbij  het  aan  de  meest  uitenlopende  opvattingen  tegemoet  kan  komen . 
  We  zeiden  dat  dit  het  handigste  materiaal  is .  Het  is  immers  veel  minder  omvangrijk  dan  olie - ,  zelfs  dan  gouache -  of  waterverf ; de  uitrusting , die  het  omvat , neemt  zeer  weinig  ruimte  in  en  is  zeer  gemakkelijk  verplaatsbaar .  Het  staat  ons  toe  om  buiten  te  werken  onder  iedere  weersomstandigheid ;  samen  met  hem  kan  de  tekening  snel  in  veiligheid  gebracht  worden  in  het  dichtgevouwen  karton , wanneer  het  zou  gaan  regenen . 
  Het  is  bovendien  goedkoop , want  het  behoudt  altijd  zijn  kleurgevende  eigenschappen  en  vrees  voor  uitdroging  kent  het  niet .  Natuurlijk  is  het  altijd  beter  om  een  ruime  sortering  potloden  van  goede  kwaliteit  tot  zijn  beschikking  te  hebben ;  de  prijs  behoeft  daarvoor  in  ieder  geval  geen  beletsel  te  zijn . 
  Er  bestaan  dozen  met  12 , 24 , 36  en  meer  kleuren .  Die  van  24  stuks  is  reeds  voldoende , want  zijn  kleurenassortiment  is  groot  genoeg  om  bevredigende  resultaten  te  bereiken , werkelijk  complete  kunstwerken , die  rijk  aan  expressie  zijn .  Wel  echter  dienen  uw  potloden  van  zeer  goede  kwaliteit  te  zijn . 
  Voor  het  papier  bevelen  we  het  fabrikant  Canson  aan , met  fijne  korrel ;  we  zeggen , let  wel , niet  glad , want  daarop  pakt  het  potlood  niet  goed .  Maar  papier  met  een  grof  oppervlak  dient  in  ieder  geval  vermeden  te  worden  omdat  de  kleurstift  bij  het  opwrijven  tussen  de  kleurvlekjes  witte  puntjes  zou  achterlaten , die  zeer  onaangenaam  aandoen  en  de  dichtheid  en  soliditeit  van  de  kleuren  ernstig  schaden .  Voor  schetsen  kan  niet  niet  te  glad  schrijfmachinepapier  zeer  geschikt  zijn , terwijl  men  ook  gebruik  maakt  van  licht  getinte  papiersoorten , grijs  of  beige , te  kiezen  naar  de  algemene  toon  van  een  bepaald  onderwerp , waarop  lichte  tonen  zeer  gunstig  uitkomen . 
  Het  papier  kan  worden  gemonteerd , op  een  tekenkarton , dat  normale  afmetingen  bezit , zoals  men  gebruikt  voor  de  gouache .  Maar  je  kunt  natuurlijk  ook  een  raamkarton  met  knijper  gebruiken , zoals  dat  beschreven  en  afgebeeld  werd  op  plaat  I  van  Art . 70 . a .
  Vergeet  in  ieder  geval  nooit  om  tussen  het  tekenpapier  en  het  karton  enkele  andere  velletjes  te  schuiven  als  een  soort  beschermend  matrasje , anders  zal  de  geringste  oneffenheid  in  het  karton  vlekjes  op  het  werk  doen  onstaan . 
  Het  is  voorts  raadzaam  om  geen  gebruik  te  maken  van  vlakgom ;  daarmee  wrijven  op  een  aangebrachte  kleur , veroorzaakt 
" wolkjes "  van  die  kleur  en  in  ieder  geval  wordt  het  papier  dusdanig  aangepast  dat  het  de  kleurstift  niet  meer  opneemt  op  dezelfde  wijze , hetgeen  ook  weer  vlekken  met  zich  meebrengt , wanneer  men  n.l.  over  die  gegomde  plekken  heen  tekent :  de  regelmatigheid  van  de  papierkorrel  speelt  zijn  rol  bij  het  uiteindelijke  aspect  van  de  kleurtekening . 

ART . NR . 75 . a , - TECHNIEK - KLEURENPOTLOOD

Art . Nr . 75 . a , 

                                Techniek 
                          ( kleurpotlood )

  De  techniek  van  het  kleurpotlood  is  bepaald  eenvoudig , want  hij  is  praktisch  gelijk  aan  die  van  het  gewone  tekenpotlood .  De  scherpe  punt  gebruikt  men  natuurlijk  voor  afzonderlijke  lijnen , in  het  bijzonder  bij  de  schetstekening  en  ook  voor  het  plaatsen  van  fijne  accentjes .  Bij  modeleringen  gaat  men  heen  en  weer  wrijvend  te  werk  met  min  of  meer  brede  arceringen  en  dan  maakt  men  gebruik  van  de  platte  kant  van  de  stift , die  men  dus  van  een  bepaalde  lengte  houdt , of  van  de  afgesleten , dus  enigszins  plat  geworden  punt  ( zie  fig . 39 , A ) ,  hetgeen  het  voordeel  heeft  over  een  scherp  kantje  te  blijven  beschikken , zonder  opnieuw  te  slijpen  of  van  potlood  te  veranderen .  In  deze  kleurentechniek  is  het  mogelijk  om  tonen  van  verschillende  kleur  over  elkaar  heen  te  plaatsen , waarmee  bedoeld  wordt  dat  men  over  een  reeds  geplaatste  toon  een  andere  heen  wrijft , waardoor  er  een  derde  onstaat  door  de  optische  vermenging  van  de  beide  eersten .
  Men  moet  hier  echter  goed  weten  te  onderscheiden  want , wanneer  bijvoorbeeld  bij  waterverf  een  karmijnrood  en  een  ultramarijnblauw  bij  menging , een  bepaald  paars  zullen  opleveren , zal  dat  bij  kleurpotloden  niet  op  dezelfde  wijze  in  zijn  werk  gaan .  Dan  n.l.  zal  het  paars  roder  of  blauwer  zijn , naar  gelang  je  begonnen  bent  met  het  rode  of  het  blauwe  potlood .  De  kwestie  is  dat  hier  geen  echte  vermenging  plaats  vindt , maar , zoals  we  reeds  zeiden , van  het  plaatsen  van  de  ene  kleur  over  de  andere  en  de  bovenliggende  kleur  zal  de  overhand  behouden  in  de  nieuw  onstane  toon .  Dit  moet  men  goed  voor  ogen  blijven  houden . 
  Anderzijds  moet  men  het  over  elkaar  heen  tekenen  niet  overdrijven , om  het  papier  niet  glad  te  polijsten .  Het  zou  dan  geen  kleur  meer  op  gaan  nemen  en  op  de  bewuste  plaatsen  een  glimmend  aspect  verkrijgen , die  een  onaangename  tegenstelling  vormt  met  de  andere , meer  matte  delen  van  de compositie . 
   Verschillende  toonwaarden  van  een  bepaalde  kleur  verkrijgt  men  natuurlijk  door  meer  of  minder  druk  op  het  potlood  uit  te  oefenen .
  Hoe  gaat  men  nu  te  werk , wanneer  men  uitsluitend  kleurpotloden  gebruikt  ?  Ziedaar  een  kwestie  van  persoonlijke  geaardheid , die  uitdrukking  zoekt  in  een  bepaalde  techniek .
  We  zouden  willen  aanraden  om  de  schetsopzet  uit  te  voeren  in  de  hoofdkleur  van  het  onderwerp .  Deze  wordt  dan  zo  ver  mogelijk  doorgevoerd  in  een  gamma  van  dezelfde  kleur , maar  met  een  licht  gebruik  van  het  potlood , dus  zonder  hard  te  drukken , zelfs  niet  in  de  donkerste  fragmenten , om  niet  de  mogelijkheid  te  bederven  van  het  juiste  effect  van  de  later  nog  aan  te  brengen  kleuren . 
  Op  deze  ondergrond , die  bedoeld  is  om  een  bepaalde  atmosfeer  te  scheppen , komen  dan  de  verschillende  kleuren  met  hun  waarden , die  het  werk  zijn  voltooiing  moeten  geven . 
  Om  de  gewenste  tonen  te  bereiken  kan  men , zoals  we  zagen , de  kleuren  over  elkaar  heen  zetten .  Maar  men  kan  ook  kleurstreepjes  van  verschillende  kleur  naast  elkaar  plaatsen , dus  niet  op  elkaar , een  wijze  van  doen , die  verwant  is  aan  de  tecniek  van  de  impressionistische  of  divisionistische  schilders .  Op  normale  afstand  van  de  ogen  gehouden , zullen  deze  streepjes  zich  met  elkaar  verenigen , waarbij  het  effect  een  zekere  straling  blijft  behouden .  Je  kunt  dit  overigens  beoordelen  op  het  voorbeeld , dat  we  van  deze  techniek  geven  ( fig . 41 ) .
  Om  kort  te  gaan , het  kleurpotlood  is  een  materiaal  dat  aan  het  temperament  van  een  kunstenaar  uitnemend  tegemoet  kan  komen .  Beurtelings  kan  het  immers  de  meest  solide  opbouw  tot  stand  brengen  en  de  krachtigste  accenten  en  ook  de  teerste  en  vloeiendste  overgangen  scheppen . 
  Volleigheidshalve  moeten  we  nog  vermelden  dat  er  kleurpotloden  bestaan , waarvan  de  stift  niet  een  wasbasis  heeft , zoals  die  waarover  we  in  het  voorgaande  spraken , maar  die  gebruikt  kunnen  worden  met  water  als  oplosmiddel .  Men  begint  deze  op  gewone  wijze , dus  droog , te  gebruiken , waarna  men  de  aangebrachte  kleuren  met  een  nat  penseel  verder  kan  bewerken .  Krachtige  schaduwen  kan  men  verkrijgen  door  over  het  nog  vochtige  papier  heen  te  tekenen .  Is  het  papier  geheel  gedroogd , dan  kunen  bepaalde  accenten  en  omtrekken  met  een  scherp  puntje  van  het  potlood  worden  toegevoegd . 
  Dit  procedé  heeft  natuurlijk  enige  verwantschap  met  de  aquarel .  Laat  ons  daarom  terugkeren  tot  de  gewone  potloden  en  je  twee  voorbeelden  presenteren  van  tekeningen  in  een  verschillende  techniek . 

                           Voorbeelden
                                 van
               verschillende  technieken

  In  het  eerste  ( fig . 40 )  werd  de  schets  uitgevoerd  in  een  neutrale , bruine  toon  en  toen  verder  doorgevoerd  op  de  wijze  zoals  boven  werd  aangegeven .  De  arbeid  werd  toen  voortgezet  door  het  aanbrengen  van  de  grote  vlakken  in  hun  algemene  toon  en  daarna , fragment  voor  fragment , voltooid .  Daarbij  werden  strepen  en  arceringen  gebruikt , op  sommige  plaatsen  krachtig  en  op  andere  meer  samengesmolten , terwijl  de  tonen  als  zodanig  een  zekere  gelijkmatigheid  behielden . 
  In  het  tweede  ( fig . 41 )  werd  de  schets  eveneens  met  zorg  opgezet  in  een  nogal  warm  bruin .  De  grote  plans  werden  verkregen  door  lichte  wrijving  met  kleurige  tonen , maar  gelang  het  licht  en  de  schaduw  .  Maar  toen  werd  een  techniek  toegepast  met  levendige , naast  elkaar  geplaatste  streepjes  van  verschillende  kleur , die  op  een  afstand  gezien , samensmelten .  Er  is  hier  dus  sprake  van  een  soort  van  toonontbinding  op  het  papier ;  wanneer  ons  oog  een  normale  afstand  bewaart  van  het  papier , dan  verbinden  de  tonen  zich  weer , echter  niet , zonder  dat  er  zich  een  zeer  speciale  trilling  aan  het  oog  blijft voordoen . 

ART . NR . 75 . a , - FIG . 39 . - HET KLEURPOTLOOD

Art . Nr . 75 . a ,
Fig . 39 . Het  Kleurenpotlood
Verschillend  gepunte  stiften .
A )  op  papier  platgeslepen  punt  ( scherp puntje  voor  brede  lijnen  A' ) .
B )  vierkant  geslepen  ( brede  kant  voor  vlakken :  B'  -  scherp  hoekje  voor  lijnen :  B'' ) .

AQUAREL - SCHILDEREN EN DE SCHILDERTECHNIEKEN - VIERDE DEEL - ART . NR .76 . - INLEIDING

AQUAREL

Schilderen  en  de 
                          Schildertechnieken

                         VIERDE  DEEL
        
Art . Nr . 76 .
                            Inleiding

  Thans  krijgen  we  te  maken  met  een  werkwijze , die  geheel  verschillend  is  van  hetgeen  we  tot  dusver  bestudeerd  hebben .  Hij  is  zelfs  tegengesteld  aan  deze , waar  het  betreft  de  dekkende  eigenschappen , zoals  vooral  olie -  en  gouacheverf  die  bezitten .  Bij  deze  laatste  wordt  de  verf  in  meer  of  minder  dikke  en  ondoorschijnende  laagjes  aangebracht  op  de  ondergrond , waarvan , in  beginsel , niets  meer blijft  doorschijnen .  Bij  de  waterverf  daarentegen  -   we  vermelden  dit  reeds  -  moet  de  gebruikte  verf  een  bepaalde , meer  of  minder  sterke , doorschijnendheid  blijven  vertonen , zodat  de  witte  kleur  van  het  papier  op  de  een  of  andere  wijze  blijft  meespreken  bij  de  verf  ten  behoeve  van  zijn  glans  en  helderheid .  Het  is  het  in  stand  houden  van  deze  doorschijnendheid , die  de  aanstrekkelijkheid  en  frisheid  van  de  aquarel  uitmaakt  maar  er  tevens  de  moeilijkheid  van  vormt . 
  Bij  olie -  en  gouacheverf  ondergaan  de  kleuren  door  toevoeging  van  wit  in  kleinere  of  grotere  hoeveelheden  een  dienovereenkomstige  vermindering  van  hun  waarde .
  Bij  de  waterverf  bestaat  de  kleur  wit  als    zodanig  eigenlijk  niet .  Het  papier  vervangt  hem , maar  fungeert  slechts  als  reflector , zou  men  kunnen  zeggen , terwijl  water , het  hier  vereiste  verdunningsmiddel , naar  gelang  de  gebruikte  hoeveelheid , waardenverschillen  veroorzaakt :  naarmate  er  meer  water  zit  in  de  oplossing , die  het  penseel  tot  stand  bracht , is  de  waarde  van  een  bepaalde  kleur  zwakker .
  Als  gevolg  van  deze  fundamentele  verschillen  zal  men  gemakkelijk  inzien  dat  er  een  waarachtige  tegenstelling  bestaat  tussen  de  techniek  van  de  aquarel  en  die  van  de  dekkende  procedees .  Waar  bijvoorbeeld  bij  de  olieverf  het  over  elkaar  aanbrengen  van  verflagen  een  gewone  gang  van  zaken  is , is  het  bij  de  waterverf  noodzakelijk  dat  het  werkstuk  bij  voorkeur  in  één  enkele  zitting  voltooid  wordt  en  wel , als  het  enigszins  mogelijk  is  door , als  het  ware  met  één  slag , de  juiste  tonen  op  een  spontane  en  trefzekere  wijze  aan  te  brengen .  Je  zult  ook  gemakkelijk  begrijpen  dat  als  je , na  een  paarse  toon  aangebracht  te  hebben , zich  gaat  bedenken  en  hem  wilt  vervangen  door  een  gele , dat  je  dan  dit  paars , als  je  wilt , twintig  keer  achtereen  kunt  overschilderen  met  geel , maar  wat  zal  het  resultaat  zijn  ? 
  Je  zult  het  paars  gaan  vervuilen  en  een  grauw  zwarte  toon  verkrijgen 
-  geel  en  paars  zijn  complementaire  kleuren
-  maar  geel  zult  je  er  nimmer  mee  krijgen .
  In  ieder  geval  dient  men  geknoei  met  tinten  te  vermijden  en  er  zich  voor  te  hoeden  meerdere  malen  over  een  eens  geplaatste  toon  heen  te  schilderen , anders  krijgt  het  werk  een  moeizaam , overwerkt  en  ondoorschijnend  aspect , dat  een  tegenspraak  vormt  met  de  visuele  sensatie , die  de  aquarel  van  nature  dient  te  verwekken , indien  men  althans  de  aard  van  het  procedé  geen  geweld  wil  aandoen . 
  Men  zegt  vaak  dat  in  de  kunst  slechts  het  eindresultaat  er  op  aan  komt  en  zo  ziet  men  dan  ook  dat  knappe  schilders  tegenwoordig , op  een  weldoordachte  wijze  weliswaar , gebruik  maken  van  gouacheverf  in  hun  aquarellen  om  een  krachtiger  effect  te  kunnen  bereiken .  Maar  dan  blijven  het  ook  geen  echte  aquarellen  meer  en  wanneer  we  deze  techniek  willen  bestuderen , zullen  we  dit  eerst  in  zijn  " zuivere  " staat  doen , om  het  zo  eens  uit  te  drukken . 
  In  dit  verband  kunnen  we  opmerken  dat  aan  de  aquarel  wel  geweten  wordt  dat  hij  niet  de  kracht  van  een  olieverfschilderij  vermag  te  bezitten ;  zijn  aspect  zou  het  gewoonlijk  ontbreken  aan  energie , de  voorgronden  aan  stevigheid  enz .  Nu  kan  niet  ontkend  worden  dat  zijn  uitbeelding  minder  ver  doorgevoerd , minder  indringend  is  dan  bij  het  gebruik  van  olieverf .  Maar  het  resultaat  hangt  toch  grotendeels  af  van  de  geaardheid  en  het  kunnen  van  de  kunstenaar  zelf .  Onder  de  meesters  van  de  19e  eeuw ,  die  op  dit  gebied  naam  hadden , zou  men  bijvoorbeeld  aan  HARPIGNIES  niet  een  gebrek  aan  kracht  mogen  verwijten .  Zeer  zeker  wist  hij  deze  hoedanigheid  niet  tot  niet  tot  stand  te  brengen  door  vette  verflagen , maar veeleer  door  een  goede  toepassing  van  de  verschillende  waarden , die  de  tonen  te  zien  geven .  Hiermee  wil  ook  gezegd  zijn , hoezeer  de  studie  van  de  aquarel  voor  de aspirant - schilder  van  nut  kan  zijn  door  n.l.  te  dwingen  tot  een  zeer  nauwlettende observatie  van  toonwaarden . 
  De  kritiek , die  men  tot  de  waterverf  richt , is  dus  niet  geheel  gegrond , al  moet  men , van  de  andere  kant , geen  dingen  van  hem  verlangen , die  hij  nu  eenmaal  niet  geven  kan . 
  Vele  kunstenaars  hebben  de  aquarel  dan  ook  beschouwd  als  een  haastig  hulpmiddel , waardoor  men  een  tekening  op  snelle  wijze  van  wat  kleurvlekken  kan  voorzien , waarbij  de  tekening  zelf  altijd  hoofdzaak  bleef  en  de  kleur  toevoegsel  en  aanvulling .  Anderen  daarentegen , zij , die  zich  echte  waterschilders  noemen  en  technische  virtuositeit  bezitten , leggen  er  zich  op  toe  om  met  waterverf  echte  schilderijen  te  maken , waarin  het  getekende  element  geen  rol  meer  speelt , maar  alles  louter  door  de  kleur  wordt  uitgedrukt . 
  Concluderend  herhalen  we  eenvoudigweg  dat  men  een  aquarel  niet  te  ver  moet  willen  doorvoeren  en  niet  moet  trachten  uit  deze  werkwijze , die  van  nature  een  zekere  snelheid  en  doortastendheid  vereist , meer  te  halen  dan  er  in  zit ...
  De  Engelsen  zijn  de  eersten  geweest  die  gepoogd  hebben  de  techniek  van  de  waterverf , die  tot  nu  toe  eigenlijk  tot  niet  meer  geleid  had  dan  tot  het  onstaan  van  bleke  en  onbeduidende  verluchtingen , nieuw  leven  in  te  blazen .  Zij  zijn  daar  uitstekend  in  geslaagd .  Onder  hen  moet 
R.P.  BONINGTON  genoemd  worden 
( 1802 - 1828 )  een  der  grootste , wiens  artistieke  vorming  overigens  geheel  frans  was .  Dank  zij  hem  en  de  vermaarde  Fransman   GERICAULT  -  die  de  gelegenheid  had  om  in  Londen  het  werk  van  de  Engelsen  te  bestuderen  -   nam  de  aquarel  een  vlucht , die  hij  tot  dusver  niet  gekend  had .  Sedertdien  hebben  de  meeste  grote  schilders  er  met  succes  mee  gewerkt . 
  Het  is  waar  dat  de  verplichting , die  hij  aan  de  kunstenaar  oplegt  om , indien  mogelijk , in  één  greep  de  frisheid  en  de  spontaniteit  te  bereiken , waartoe  hij  in  staat  stelt , de  aquarel  in  het  bijzonder , geschikt  te  maken  om  in  de  vrije  natuur  een  vluchtige  indruk  of  een  voorbijgaand  effect  vast  te  leggen , maar  daarbij  toch  ook  de  mogelijkheid  verschaft  tot  een  aandachtige  en  geduldige  studie  in  het  atelier , zonder  nochtans  het  werk  te  gaan   "verknoeien " .  Want , zoals  reeds  gezegd , de  aquarel  heeft  vooral  waarde  door  zijn  spontaniteit . 
  Om  kort  te  gaan , de  waterverf  verschaft  ons  een  geriefelijke  werkwijze  met  een  materiaal  dat  weinig  omvangrijk  en  licht  van  gewicht  is , waardoor  we  in  staat  gesteld  worden , dingen  te  maken , die  het  oog  strelen  door  hun  helderheid , frisheid  en  doorschijnendheid , hoedanigheden  die  -  we  herhalen  dit  nog  eens  -   de  niet  te  loochenen  bekoorlijkheid  van  de  aquarel  uitmaken . 

ART . NR . 77 . - THEORIE - AQUAREL -

Art . Nr . 77 . 

                          Theorie - Aquarel
                                       
    In  het  voorgaande  hebben  we  op  meer  of  minder  stilzwijgende  wijze  de  aquarel  gedefinieerd .  Laten  we  thans  trachten  deze  in  een  afgeronde  formule  samen  te  vatten :  vorm  van  schilderkunst , waarbij  speciale  verven , verdund  met  water , door  de  schilder  op , gewoonlijk  wit  papier  worden  aangebracht , daarbij  een  doorschijnendheid  van  de  tonen  bewarend , hetgeen  derhalve  z.g.  empatementen  uitsluit .  
  We  zullen  thans  niet  meer  terugkomen  op  de  karakteristieke  eigenschappen  van  dit  procedé , waaraan  voldoende  aandacht  werd  besteed  in  de  voorafgaande  beschouwingen .  
Het  kan  evenwel  geen  kwaad  om  enkele  algemeenheden  van  groot  belang  in  herinnering  te  brengen .   
  Wanneer  men  met  kleur  werkt  is  een  getrouwe  weergave  van  de  intensitiet  van  de  tonen  -  anders  gezegd  hun  waarden  -  de  enige  manier  om  het  verschil  te  suggereren  tussen  de  verschillende  plans , die  in  een  of  ander  voorwerp  te  zien  zijn .  Het  is  door  deze  getrouwe  weergave  dat  men  het  effect van  de  werkelijkheid  waar  of  althans  waarschijnlijk  kan  maken , dus  de  natuur  zijn  ware  aspect  kan  geven .  Waar  het  niet  moeilijk  is  om  de  waardeverschillen  te  doen  voelen  in  een  tekening  in  zwart  en  wit , al  of  niet  " gewassen " , door  n.l.  afwisseling  te  geven  aan  de  grijzen  met  nuances  van  diep  zwart  tot  lichtgrijs , is  het  veel  minder  gemakkelijk  om  dit  te  bereiken  uitsluitend  door  kleur .  Ongetwijfeld  levert  het  geen  moeilijkheden  op  bij  de  verschillende  waarden  van  eenzelfde  kleur , rood  bijvoorbeeld .  Maar  wanneer  het  er  om  gaat  om  rood  en  groen , twee  geheel  verschillende  kleuren  dus , op  hun  waarden  met  elkaar  te  vergelijken , wordt  de  zaak  heel  wat  lastiger . 
  Dit  leidt  tot  een  tweetal  opmerkingen .  De  eerste  is  deze :  men  kan  zich  niet  met  enige  kans  op  succes  aan  de  schilderkunst  wijden  en  in  het  bijzonder  niet  aan  de  waterverfschilderkunst , waarbij  het  immers  hoogst  gewenst  is  dat  men  een  uitbeelding  tot  stand  brengt  met  één  slag , zonder  geknoei  en  overschilderingen , zonder  zich  ten  zeerste  vertrouwd  gemaakt  te  hebben  met  de  waarneming  en  de  weergave  van  kleuren  en  kleurwaarden .  De  tekening  en  vooral  de  gewassen  tekening  verschaffen  een  middel  om  dat  te  bereiken  door  middel  van  voorafgaande  oefeningen .  De  moeilijkheden  worden  dan  geleidelijk  aan  onder  ogen  gezien .  Men  werkt  eerst  in  zwart  en  wit  en , daarmee  klaar , kan  men  kleuren  ter  hand  nemen  zonder  al  te  grote  risico's . 
  De  tweede  opmerking  betreft  het  wezenlijke  van  een  onderschildering  tussen  wat  men  gewend  is  toonschilders  en  coloristen  of  kleurschilders  te  noemen .  Karl   ROBERT  drukt  het  in  zijn  boek  "  De  Aquarel "  als  volgt  uit :  " men  is  colorist  wanneer  men , terwijl  men  goed  de  eigen  hoedanigheid  van  iedere  kleur  tot  zijn  recht  laat  komen , hem  met  zijn  buren  in  een  volmaakte  harmonie  van  het  gekozen  gamma  weet  op  te  nemen ;  men  is  slechts  toonschilder  wanneer  alleen  de  harmonie  van  zijn  waarden  geslaagd  is , zonder  te  bekoren  door  de  kleuren  als  zodanig " .  En  hij  besluit  :  " Maar  indien  je  deze  kunst  van  het  werken  met  waarden  tot  grote  hoogte  opvoert , kunt  je  er  in  slagen  om  zeer  kleurrijk  te  zijn  met  een  uiterste  soberheid  van  toon , hetgeen  mij  toeschijnt  het  meest  volledige  resultaat  te  geven ... Deze  twee  zo  verschillende  scholen  kunnen  hetzelfde  doel  bereiken  langs  uiteenlopende  wegen .  We  kunnen  echter  van  nu  af  aan  zeggen  dat  degene , die  een  diepgaande  studie  van  de  waarden  prefereert  boven  de  charme  van  de  kleur  een  beter en  blijvender  doel  nastreeft .  Indien , van  een  artistiek  standpunt  bezien , zijn  werk  niet  zo  aangenaam  de  ogen  streelt  als  dat  van  de  echte  colorist , is  hij  minder  geneigd  dan  deze  om  de  natuur  tot  in  kleine  bijzonderheden  te  bekijken  en  zijn  werk  zal  er  op  winnen  door  zijn  algemeen  aspect  en  grootheid ;  materieel  bezien  heeft  hij , gegeven  de  gevoeligheid  van  waterverven , meer  kans  dat  zijn  aquarellen  de  uitgevoerde  tonen  behouden  of  minstens  dat  deze  een  eventuele  verkleuring  door  de  tijd  gelijkelijk  ondergaan , zoals  de  harmonie  als  zodanig  niet  verbroken  zal  worden ...  Het  streven  naar  waarde  is  vooral  datgene  waarop  de  inspanning  van  een  aquarellist  gericht  moet  zijn , ofschoon  men  de  onbetwisbare  aantrekkelijkheid  van  de  kleur  niet  zou  kunnen  ontkennen ...  Kennis  van  waarden  verkrijgt  men  door  studie  en  waarneming ;  hij  is  bij  wijze  van  spreken  de  resultante  van  de  redenering , en , indien  slechts  het  hanteren  van  penselen  en  het  mengen  van  kleuren  je  geheel  vertrouwd  zijn , zult  je  het  beoogde  doel  niet  missen  en  op  een  gegeven  ogenblik  een  goed  aquarellist  worden , die  zeker  is  van  zichzelf  en  van  hetgeen  hij  tot  stand  brengt ". 

  Het  is  juist  dit , dat  zo  geruststellend  is  voor  de  beginner  en  waarop  we  prijs  stellen , bij  de  aanvang  van  de  studie  de  aandacht  op  te  vestigen , namelijk , dat  alle  meesters , die  de aquarel  onderwezen  hebben , het  er  over  eens  zijn , dat  een  welslagen  niet  kan  uitblijven , wanneer  de  leerling  blijft  volharden  ondanks  de  tegenslagen  die , hier  nog  meer  dan  elders , de  eerste  pogingen  zo  ontmoedigend  maken .  

  Waaraan  zijn  nu  deze  tegenslagen  in  feite  te  wijten  ?   Meestal  aan  een  gebrek  aan  discipline , aan  zelftucht .  Bij  de  olieverf  kan  men  tenslotte  een  landschap  opzetten , bijvoorbeeld , waar  te  beginnen  en  op  welke  manier  dan  ook .  Zoiets  is  stellig , niet  aan  te  bevelen .  Maar , als  het  er  op  aan  komt , kan  men  een  toon  verwijderen  om  hem  door  een  andere  te  vervangen  en  men  kan  vergissingen  herstellen .  Bij  de aquarel  daarentegen  is  het  in  acht  nemen  van  een  stenge  methode  vanaf  de  allereerste  penseelstreek  een  gebiedende  eis .  Slechts  door  het  in  toepassing  brengen  van  niet  te  negeren  beginselen  kan  men  tot  bevredigende  resultaten  komen .  Welk  talent  men  ook  zou  kunnen  bezitten , het  is  niet  moeilijk  om  daarmee  geen  rekening  te  houden .  Welnu , zo  talrijk  zijn  deze  beginselen  niet  en  als  men  deze  maar  goed  in  zich  opneemt  en  vooral  strikt  naleeft , zullen  vorderingen  te  constateren  zijn  en  groter  worden , waarbij  de  verwachtingen  van  de  leerling  in  vervulling  gaan .  Zijn  grootste  vijanden  zijn  dus  het  -  zo  vaak  voorkomende  -  verlangen  om  te  snel  voorlopige  resultaten  te  willen  bereiken , in  één  woord  ongeduld  en  een  zekere  weerspannigheid , zo  zou  men  het  kunnen  noemen .  Men  kan  hier  de  oordeelkundige  uitspraak  van   BACON  verplaatsen  door  te  zeggen  :  "  Men  kan  de  aquarel  slechts  beheersen  door  aan  zijn  wetten  te  gehoorzamen  " .  
  Wat  deze  wetten  betreft ;  we  zullen  hen  in  dit  lesdeel  de  revue  laten  passeren , maar  eerst  is  het  nodig  dat  we  terug  komen  op  voorschriften , die  ook  op  andere  terreinen  gelden .  
  Allereerst  moet de  leerling  niet  de  hoop  koesteren  om , wanneer  hij  in  de  natuur  een  onderwerp  zoekt , speciaal  bij  het  landschap , snel  het  ideale  motief  te  vinden .  Vaak  moet  hij  zelfs  lang  zoeken  alvoren  te  gaan  schilderen .  Als  de  vermoeidheid  komt  en  tevens  de  teleurstelling , verliest  hij  zijn  geestdrift  en  keert  hij  met  lege  handen  huiswaarts .  Men  moet  zich  dus , vooral  in  het  begin , tevreden  weten  te  stellen  met  eenvoudige  onderwerpen , die  ondanks  -   of  misschien  juist  wel  dank  zij  -  hun  eenvoud , charme  en  schoonheid  kunnen  bezitten , hetgeen  natuurlijk  niet  wil  zeggen  dat  men  smakeloze  en  onbeduidende  onderwerpen  moet  uitkiezen , waar  men  slechts  met volkomen  onverschilligheid  tegenover  staat . 
 
  Een  ander  gevaar  schuilt  in  het  zich  niet  rustig  de  tijd  gunnen .  Zeer  zeker  moet  een  aquarel  op  snelle  en  gedurfde  wijze  aangepakt  worden , omdat  men  er  voortgang  mee  moet  maken  zonder  in  ieder  stadium  op  zijn  werk  terug  te  komen , maar  dit  werk  zal  niet  beheersd  mogen  worden  door  een  onberedeneerde  haast , zelfs  verre  van  daar  ! 
Welnu , het  is  noodzakelijk  -  anders  zal  men  er  niet  kunnen  komen  -   om  de  voorafgaande  cotructietekening , die  altijd  van  het  grootste  belang  is , niet  te  verwaarlozen .  Niet  dat  deze  ver  doorgevoerd  behoeft  te  worden , maar  hij  moet  bondig  en  degelijk  zijn , want  het  is  op  dit  stevige , ofschoon  lichte , geraamte  dat  men  de  kleuren  laat  rusten .  
   Maar   er  is  meer .  Indien  je  zich  enerzijds  moet  hoeden  voor  gevaarlijke  overhaasting , moet  je  toch  anderzijds  vrij  snel  kunnen  werken , want  de  effecten  in  de  natuur  wachten  niet  op  u  en  het  licht  verandert  snel .  Je  moet  dus  in  staat  zijn  om  de  juiste  tonen  samen  te  stellen  zonder  herhaalde  probeersels  en  tijdverlies .  De  kennis  derhalve  van  het  palet  en  van  de  tonen , die  door  menging  van  de  verschillende  kleuren  verkregen  worden , is  hier , en  wel  meer  dan  ooit , een  eerste  vereiste  en  je  dient  zich  in  dit  opzicht  voldoende  te  oefenen  alvorens  te  willen  gaan  schilderen .  Laten  we  eens  zien  wat  de  aquarellist   FAGES   hiervan  zegt : 
" Het  mengen  van  de  kleuren  is  de  beruchte  hindernis  waarover  velen  struikelen ; hierdoor  worden  zij  ervan  weerhouden  om  te  gaan  schilderen  en  worden  zij  er  toe  gebracht  om  verhandelingen  te  gaan  raadplegen , waarin  de  samenstelling  wordt  gegeven  voor  het  mengen  van  de  kleuren  van  bomen , rotsen  enz...  Deze  zijn  in  feite  nutteloos , want  men  kan  het  mengen  veel  vlugger  leren  dan  men  denkt " .   We  zouden  hieraan  willen  toevoegen  dat  het  gaan  opzoeken  in  een  boek  naar  wijze , waarop  men  bepaalde  tonen  verkrijgt , ronduit  belachelijk  is , waar  immers  de  natuur  zelf  vlak  voor  uw  ogen  te  zien  is .  Dit  is  toch  werkelijk  ongerijmd , want  kan  men  geloven  dat  de  natuur  zijn  gelen , groenen  en  blauwen  altijd  op  dezelfde  manier  samensteld  en  dat  het  licht , waardoor  hij  beschenen  wordt , een  onveranderlijke  eigenschap  geeft  aan  de  kleuren  gedurende  alle  uren , dagen  en  jaargetijden  en  dat  in  alle  streken  van  de  aarde  ?
  Oefent  je  dus  door  wat  uw  eigen  ogen  u  te   zien  geven , tracht  " er  oog  op  te  krijgen "  en  geeft  je  zich  beslist  niet  op  een  gemakzuchtige  wijze  over  aan  slaafse  voorschriften  . 
  En  nu  een  laatste  raadgeving .  We  hebben  reeds  te  verstaan  gegeven  dat  de  beste  methode  om  zich  voor  te  bereiden  op  de  praktijk  van  de  waterverf  bestaat , in  het  uitvoeren  in  één  kleur  waterverf  van  gewassen  tekeningen .  Een  gewassen  tekening  is  eigenlijk  niets  anders  dan  een  monochrome  of  sepia  aquarel .  Je  neemt  daarvoor  zwarte  waterverf  en  je  gaat  dan  volgens  dit  procedé  verschillende  onderwerpen  uitvoeren .  De  techniek  is  hetzelfde  als  van  de  eigenlijke  aquarel  en  over  deze  techniek  zullen  we  het  nog  hebben .  Op  deze  wijze  zult  je  nuttige  oefeningen  kunnen  maken , terwijl  je  zich  slechts  over  toonwaarden  behoeft  te  bekommeren .  

  In  een  tweede  stadium  van  voorbereiding  is  het  een  aanbevelenswaardige  oefening  om , na  zich  vertrouwd  te  hebben  gemaakt  met  het  palet , copieëren , navolgingen  -  hier  bedoeld  als  middel  en  niet  als  doel  -  te  maken  van  goede  olieverfschilderijen  ( en  niet , als  het  enigszins  kan , van  reproducties , die  wel  meer of  minder  goed  kunnen  zijn , maar  toch  ook  altijd  een  zekere  leegheid  vertonen ) .  Dit  zal  je  er  toe  dwingen  om  te  vereenvoudigen , te  transporteren  en  de  gewenste  toon  te  bereiken  zonder  empatementen , uitsluitend  door  de  betekenis  van  de  waarde , waarbij  de  doorschijnendheid , die  immers  de  hoofddeugd  van  de  aquarel  is , volledig  bewaard  wordt .  
  
  Als  je  dat  gedaan  hebt , zult  je  werkelijk  zo  ver  zijn  om  in  de  natuur  zelf  te  gaan  werken . 


 

Meer van Teken en schildercursus fritske3

↑ Terug naar de berichten