zij, mijn schilderij

mijn penseel streelt haar palettot grootse dimensies
de horizon straalt
een kleurenspansel
dampig glinsterend als ogen
van een roofvogel
allesziend
verheven de goden nabij
spitsig grijp ik het panorama
in één spontaan gebaar
van links naar rechts
draaierig beheerst
kransen van verlangen
dumpen mij in het niets
het oneindig einde van het zijn
ik verlies haar niet
spaar haar met hoge rente
in tubes en potten
buitensporig gierig op liefde
mijn enig bezit het sparen waard
zij
het schilderij van mijn geluk














