strijk je pluimen zachte vlieger gevallen uit de ijle lucht slijp je bek en vecht je leven tussen de stromen van 't lijden door denk niet na geen problemen in de knopen der leugen lieg je eigen waarheid
opus 2
als je gebeten door het leven in je hok weer komt denk je hoe terug te bijten met je stukke tanden
dan voel je de muilbanden der conventie de strop der onmacht spant zich je voelt je zwak als een woesteling buig je hoofd en leef je dood
opus 3
dode dagen krabben je principes stuk grijpen naar je zeden en wurgen je menszijn het dier ontwaakt in al zijn glorie wil het sterven een eigen dood de dood der dappere geslagene
slot
'k grijp de dood liefkozend zacht 'k streel de knoken die mij wegleiden naar het geheimzinnige 'k lach me in stille nevel van het geweest zijn
kwaad schuilt in mijn ogen drukkend zwak als verborgen kluisters het hele circus laat me koud als een lange nacht waarin ik niets zie dan mijn onbewust vergeten
vergeten welk leed ik draag welk leed ik maak
'k voel mijn hart eenzaam eiland koraalrif vulkanisch wachten op een ongewenste uitbarsting
neem het van me weg neem het en loop zover het leven je dragen kan opdat ik je weer kan zien als een zachte herinnering
waarom geen wit doodskistje op het vlaams behang symbolisch schuldbewust berouwvol boetedoen
echte criminelen hebben geen spijt beseffen de draagkracht van hun daden niet
eigenbelang eerst
zij zijn slachtoffer als ze kritiek krijgen als ze bestraft worden
zou het dan toch zijn "heer ze weten niet wat ze doen" ? en moeten wij hen vergeven
ocharme wie zijn wij
onbenullen die niet verheven denken zoals zij zij zijn de verlossers de oplossers de slogandroppers de opvullers van leeghoofden de leegzuigers van echt gevoel
draadloze omroep verwaarloosde melancholie verdwaalde dwaasheid en sterrennacht
ach einder zo ver zie ik niet waar de toekomst groeit het verleden rust daarboven waar het stof vergrijst en ondergaat als zwarte zon trofee van mystiek de ketens kraken vrijheid roest als woord
en ieder zwijgt het gras der wijsheid groeit onkruid van dartel leven tussen tanden van de ondergang schuurt de tijd mijn lijden
niemand wist wat in hen was dat naakte vuur die witte gloed steigerend ... ziedend niemand kende de klaarte hun samenzijn dat losse spelen met geluk het dartel kussen als jonge bloemen in een wiegende wind
rozen bloeiden lippen als de twee één werden de bomen knikten hun late bladeren weg niane riep de vogel aan de rand het drong tot haar door als priemend geluk en ze lachte zoet en hij keek haar aan en beminde haar als nooit tevoren
rozen bloeiden lippen als de twee één werden en de sneeuw smolt als een blijde verwachting
hij trad de kamer binnen met een zachte kus niane droomde een maan een ster een geluk en zeven zwanen glommen statig recht haar ogen pinkelden en hij was met haar hij was zij ze waren elkaar als het begin en het einde als alles en niets als hij en zij
Morgen is het mijn verjaardag, daarom deze bedenking :
de deur van het niet kunnen sluit alles af de toekomst is als een berg zonder hellingen stroomafwaarts klimmend in stille vlucht de regen in einde van een droom
wees zacht voor de vluchteling van het werkelijk ontwaken
elke verjaardag denk je oud genoeg te zijn tot je op een dag merkt dat je reeds te oud bent