pijn
van mijn pijn
ik kronkel en zucht
mijn spieren als kapotte roeispanen
mijn botten kraken
golven tegen steigers
hulpeloze schokbrekers
ik trek het dekbed wat hoger
warmte heelt de zeer
zegt men
ik krnokel en draai
door de baai
van verbijstering
ook het dekbed liegt
één troost
men ziet mij niet















