ik wandel in de tuin van mijn gevoelens tastend naar al wat kleurt en warmte geeft
de bomen wuiven witte wolkjes naar de zon ik ben klein en groots de wereld in het heelal denkend aan mijn bloem in de tuin van mijn verlangens
ik klungel in de jungle van mijn ziel duwend naar al wat klam en drassig is
de bomen in de zilveren lucht priemen naar grauwe vogels ik ben zo niets en alles een zwart gat in het universum dan denk ik aan mijn bloem in de tuin van mijn hoop
sito presto te gehaast om traag op gang te komen schoffer ik op glad ijs geen gevaar schrikt mij af domheid is niet glibberig maar houterig betweterig
sneeuwvlokken verblinden mijn bedoelingen zo weet ik niet welk kwaad geschiedt geweldig gewelddadig scheffer ik alles om de val is gezet zelfs woorden die ik niet ken schrijven mijn eigen dictionaire flutterig betweterig
sito presto te gehaast om na te denken brabbel ik erop los tot ik laks en wanhopig bedlegerig word wie mij niet verstaat is geschift en spreek mij nu niet tegen ik weet toch wat ik zeg of denk je anders betweter
je staat daar dan op het podium van je leven zoekend naar je tekst verdwaald in je choreografie bangelijk hunkerend naar een beoordeling met branie
elkeen staart je aan je bezwijkt voor de roem tot je in de spiegel ziet de angstige ogen
benauwd in het keurslijf van je omgeving de dwang te doen wat anderen doen na-apen wat anderen na-apen dan wachten op glorie niet uit de toon vallen
voldoen benauwd voldoen hunkerend naar wat liefde wachtend op erkenning waardering appreciatie bijval applaus
daar sta je dan voor de spiegel van je leven speurend naar jezelf beducht voor elke teleurstelling beteuterd omdat leven louter leven was opgetogen omdat leven toch pittig was
draagbaar is mijn last bewogen en stil staand in het moeras van gevoelens
ik zie de vleermuis en de spin het web cirkelt mijn denken rond duisternis kroont mijn hoofd
wanneer het licht verzwaard door stalen stralen mijn ogen doorboort wend ik mij af klim klunzig de heuvel op verdwijn in de mist een vampier op missie
mijn vingers vinden wat ik niet zocht in dit mysterie onbewogen wroet ik mij gevangen wanhopig in een vloed van gezochte woorden ik zwijg nu in een onverstaanbare wereldtaal zodat iedereen die mij begrijpt weet hoe nietig ik ben
ra ra de heer zonder grenzen wie ben ik niet willoos en gevoelloos in de oceaan van noen ik ken geb en noet ik heb mezelf doen ontstaan daar win je mee
de mens heeft een god gemaakt die de mens heeft geschapen naar zijn evenbeeld die de stilte heeft verbroken verstand en domheid ontloken
ja wee diegenen die de wetten zal schenden die in de tafels stonden gegrift slechts uitverkorenen hebben het recht te doden te laten doden te oordelen te veroordelen verscholen in de bushes en andere wilde oorden
ik ben laden en lossen moe geworden in havens van terreur aan de oevers van noen word ik willoos en gevoelloos als een gevallen god
de brug overwatert mijn geheugen elektrolyse van mijn geslacht doorboring de tram rolt steenblauw mijn liefde plat de ammoniakfles spuwt water en vermillioen blauwe bloemen blozen van schuchtere hoogmoed en lachen door een slechte radio HALLO en ik ween met een glimlach drie mooie kinderen dood de moeders schateren hoe schoon wanneer ze droevig zijn alleen met koekenbroodjes
ik klim de koorde op het water in en val tussen de wolken door ik lach op stenen lieve vrouwtjes de steen weg de fiets rijdt steigerend voort ik zie de ketting kraken en druppels van mijn geweten druipen achter mijn kiezen mijn keelgat in
mijn geheugen overwatert de brug geslacht zwemt boven de pijlers slaan stuk de dwarse zinken zacht geslacht zwemt boven
de daken schreeuwen het uit het galmt mijn stem achterna echo van het beleven grijze rook kleurt de vogels slierten van gekwetter en getjilp
een dag begint geraas sirenes gefluister doet mij stilzwijgend bang zijn
de dag begint ik ben een held ik durf alles gebalde taal maakt me groot groter grootst de kleinen onder mij krijsen verbeeld ik mij gefluister doet me stilzwijgend bang zijn
en nu een salto spartelen als een ledenpop een popzanger hees vuisten geknot een held zonder kop
ik schreeuw het uit het galmt mijn hoofd achterna echo van het besterven het duister blinkt reeds in de avond een dag ten einde
kraaien krassen brutaal achter de forten van mijn schrik dan ontwaak ik verdronken transparant op de rand van gekte en plezier
toch komt ze nog flirten alhoewel ze verbannen is verleidelijk draaiend en kerend woelend en krabbend en dan weer zalig dromend op de muur liefde in zwart en wit
ze houdt van haar vrijheid ik ben slechts een schuilplaats hulpje bij jeuksel voedstervader en portier naar de buitenwereld liefde in zwart en wit
ik ben jaloers op haar vrijheid haar spontane spinnen haar zweepstaartje haar soepele strektrekjes haar feeksachtig bultruggetje liefde in zwart en wit
het volk heeft het nieuws blad voor blad uitgerafeld en mij tegen wil en dank u bekend gemaakt met foto en Inge was natuurlijk echt natuurlijk mooier dan
en dan ik stond er bij hoeksgewijs links onderaan is het warmer gezelliger ik kreeg wel samen met haar een trap dat zie je echter niet
na de foto ging het bergafwaarts de krantenwinkel in € 0,90 ik heb geluk wc-papier is nu op rolletjes