mallotig
ook goeie avond
zei ik
altijd was ik vriendelijk
potsierlijk vriendelijk
strakke gezichten
wandelden voorbij
winterlandschappen
zonder ogen
er straalde wel iets
tandpastareclame
deed het wel
maar geen ogen blonken
ik was een vreemdeling
in eigen dorp
eigenlijk kende niemand mij
misscchien een enkele
ook goeie avond
zei ik
altijd vriendelijk
tot ik ontplofte
als een veranderd menselijk wezen
opgestaan uit afzondering
wandelde ik voorbij en negeerde
potsierlijke vriendelijkheid
iedereen kent me nu
dat blinkertje
met strakke ogen
glijdend in wezenloze moeheid
goeie avond
denk ik
maar zeg het niet
ik weet wel beter


























