vakantie

de weg is rechtevenwijdig met zichzelf
droog en stofferig
als een versleten tarmak
zomers
gebronsd en uitgelijnd
start ik gedwee en haastig
de procedure
stijg op en zweef
zomers
gedaver houdt mij wakker
vliegangst doorboort
de blauwe ongeschonden ruimte
ik geniet masochistisch
zomers
na de zee en enkele witte wolken
zie ik de kegels en cylinders
met zwempoelen en bars
nog eenmaal rond en dan landen
zomers
het aftellen kan beginnen
nog zoveel en terug naar het begin
heimwee knijpt me een beetje gaar
bruingebrand en uitgeblust maar
zomers
















