Hartelijk dank voor het schrijven van dit moois Herman!
.
kerima ellouise : woorden in wind
quote
"stilte is de ooggetuige van mijn woorden, in lawaai gaat alles verloren"
Amirek ©
.
uit de toekomst geplukt
uit de toekomst geplukt
vanop een afstand zie ik jou, je zit naast mij
ik weet niet hoe dit komt en of het zo zal zijn
misschien zijn we zacht voor elkaar, bouw je
kasteel na kasteel, rusten we uit in het zand,
adem jij jezelf in mij
en met iets van een teken, mag het een droom zijn,
vallen we uit de eenzaamheid, spoelt de zee
een woning en woorden waarin we blootsvoets
kunnen rennen, onomkeerbaar van huid
ik loop ons voorbij, zie meer vloed dan ik hoor
wij geven geen antwoord wanneer mijn handen
hoger reiken dan de zonkerima ellouise ©
geheel het leven
geheel het leven
kan je alles betasten
zoals een blij vers
of een gebroken vijver
waarin woorden zijn verdronken
het fluitje van de winter
dat met stille tonen
de brok in mijn keel overneemt
kan je
wanneer ik huil
en de dag te donker is
jouw hand leggen op de mijne
tot leven brengen
zonder wijzer en woorden worden
mij tegemoet
in een witte winterochtend
en de schroom van kleine sterren
het haar strijken
uit mijn binnenwaarts gericht gezicht
kerima ellouise ©
kringloop van schaduwen
dat het steeds minder wordt;
het kind dat zoekt naar dunne plekken
en de afbeelding van het licht, hoe het
om een glimlach weent, als vreemde, ongezien
dat het steeds meer wordt
in een beheerste vorm; grachten vol gedachten,
bovenop de stilte van het alledaagse en hoe het
tenslotte zal weten dat het schrijven moet
omdat gesproken woorden achterblijven in muren
en er nauwelijks wind is
en hoe het, haast mensenschuw, doodvermoeid,
de dagen laat regenen op afzondering
hier, nu, met de kleren op de stoel en het plakkerig zand
van kastelen in het hoofd
kerima ellouise ©

het zien van jou
Het zien van jou
Verlegen komt ze naar me toe.
Met een helder stemmetje, zegt ze:
"Vandaag durf ik je hond strelen".
Alsof de hond weet heeft van haar broosheid,
gaat hij zachtjes op haar schaduw liggen.
Een handje verdwijnt in de zwarte vacht
terwijl haar ogen blauw worden.
“Ik had ook een hond maar die is dood”.
Waarop ze meteen vervolgt: "Mijn mama ook”.
Ik zie een blad geluidloos neervallen.
Ik geef haar mijn hand.
Er moet meer zijn, toch.
*
Hoe het einde speurt
naar vlinders, vinders van uren.
Zo ook de woorden in die ene dag,
uit een trilling gekregen.
Misschien schenkt de dood iets,
meer dan het leven
dat in letters getwijfeld
een dak zoekt,
zoals bloemen van de aarde
en van kleiner licht
dan kaarsen.
kerima ellouise ©
compilatie en schuld
compilatie en schuld
de waarheid
stoot zich telkens
aan dezelfde steen
hoe schuldig kan je zijn
aan onschuld, vraag ik me af
of is het de som van dingen
die aan het eind van de leugen wacht
glazen waterlelieknoppen verdragen geen stenen
ook niet op blauwe, bevroren lippen van sprookjes
de wereld
krimpt koud in uitgedoofde handen
wanneer je vloekt om wat er geleden wordt
jij tiert refreinen van rotzooi bij elkaar, bespot
de eeuwigheid der dingen
zoals het slapen met jou
waar ik mij als golven droom, mij waag
op vleugels van een meeuw
die zich kleedt met zee en lapjes duinen
krimp, krijs, verwens desnoods
maar neem me mijn wereld niet af;
ik wil niet weten, geen leven breken
zolang wij toekomst zijn
wij
zijn een vierkante millimeter
misschien een vreemd kleinood
dat uiteindelijk verliest en vergeet
de trouw aan het allerkleinste
kerima ellouise ©

ik was een kind
het is stil
alsof bij iedere sneeuwvlok
een nieuwe schaduw valt
jij zit schuin tegenover mij
het brengt een soort triestheid
in de kamer
we bewegen steeds dieper in de winter
nauwelijks meer dan een ongecirkeld woord
dat in de waanzin van de wind
onbekende richtingen op vingers telt
onophoudelijk, voorbij als suikerspinnenwolken
waarin ik afwezig ben
ik sta op
de avond scheurt open
in iedere beweging
kerima ellouise ©
Illustratie: beelden in Gees, 2012
.
verborgen
ik aanvaard de reis
naar winter, er is maar één richting
en misschien alles wat ik wens
de kamer blijft binnen terwijl daken
voorbijtrekken, uit ieder huis een adem ruist
en dan de slaap hervat
welke naam zal ik geven aan het kind dat aan iedere deur
vragen stelt, over spiegels glijdt, half in het huis en enkele seconden later, half in vlokken
die ik, zonder bezeren, wil uitvouwen tot een zachte bloem
of een sneeuwengel in het allermooiste van de nacht
voor haar, eens zo open,
zodat ze weet dat de reis niet tevergeefs was
kerima ellouise ©
Illustratie: beeldige wandeling, Blankenberge, 2011

Gastgedicht van Herman Buys: als dichter zelfs
als dichter zelfs
heb ik misschien geschreven
wat ik niet zeg
niet durf zeggen
omdat een nacht zo eindeloos stil is
niet omdat ik bevreesd ben iets te voelen
maar omdat ik niet kan schrijven
een woord is immers geen verhaal
en een verhaal geen nacht, zo stil en diep
als een nacht van zwijgen kan zijn
waar woorden mijn gevoelens niet kunnen slijpen
zo, dat de donkerte de morgen kan zien
want elk gevoel bezit zijn eigen ziel
een ziel die ik nooit durf kwetsen
Herman Buys ©
collecte van de nacht
de dood brengt gedichten
naar een sterveling
ik ga met een schaal rond
en collecteer het afscheid
nog steeds
van woorden en een vader
steen en stilte
harde sporen in huid
en knieën
en het dode leven van alledag
uitgerend
kerima ellouise ©

zwart of zoet
zwart of zoet
najaarsregen, een wankele tafel
waarop menig woord werd doorwoeld,
een halve kop koude koffie, naamloze suiker onaangeroerd
ik mijmer over wat ik bezit en schets u een beeld
u mag zich er vrij in bewegen
biedt het ruimte om mij te zien
en wat ik achterlaat
hoort u het waggelen van mijn pen
op de manke tafel terwijl de regen tegen het raam
mijn kwetsbaarheid wast
nadat ik, nooit losgeraakt
van het eenzame, zonder verwachting,
naar de koude koffie kijk
of denkt u aan die keer dat u uw lief omsloot
tezamen met de zachtheid van de regen
of aan de warme houten tafel en het kaartenhuis
dat u samen met grootvader bouwde, de muren immer
van wijken wisten
misschien geeft u terug inhoud
aan de halve kop, het verhaal dat een goede vriend vertelde
waarop de tijd geen effect had
wij kijken naar elkaar in dit korte gedeelte
er is ruimte genoeg
kerima ellouise ©



Geert Beeckman, kerima ellouise
schemerrook
-het zal nooit meer hetzelfde zijn-
ik probeerde
de stem te ontvreemden,
dichter bij mijn hart
maar alles was al gezegd
voor mijn raam
dekten schemer en rook
de avond toe
alsof het een simpel gebeuren was
van één, alleen
kerima ellouise ©

achter de bocht van vloed
wij zochten regels
die we ademen konden
een waanzinnige liefde om
afstand te dragen, ons staande
te houden in elkaars lichaam, en uit
zoals de slaap van vogels naar zee
die nooit afscheid nemen van poëzie
van zon en uur, almaar meer
hoe verzonnen wij de echtheid
het ruiken van de duinen, de vele manieren
van gemis en hoe je het litteken op mijn wang
uit verlangen liet bestaan
wij zochten woorden die wij niet vonden
het laatste van elkaar
kerima ellouise ©

raamvers
en de pijn
wat doen we met de pijn
generfd tot in de muren van dit huis
het lijkt alsof wij nooit bestonden
en misschien moeten wij het maar zo laten
of zal ik langs de ramen gaan
en dichters vragen
maar vragen zijn
vervelend en dichters houden niet
antwoorden
waarin dromen zinloos ijlen omdat moeder of vader
enkel in steen sprak
en nooit een bloem beschreef
op het ontvederd zaad
dus wat doen we met de pijn
deze pijn, deze dood
kerima ellouise ©

lege stoelen
het licht heeft zich bevrijd
en heeft mij een volle schaduw nagelaten
ik zou je kunnen vragen
hoe het is
om op papier in duisternis
te verblijven
jouw tegenspraak is zwak
ook van het lot dat dwarrelt
rond woorden van eindeloze eenzaamheid
die dode vlinders begraven
achter het roestig hek dat niemand aanraken wil
behalve de nacht
immer de nacht
hij beroert met zijn lippen
de vleugels
het sterven in schaduw
is hem onbekend
hoe zou het zijn
kerima ellouise ©

herfst is niet de reden
zij vertelde over de zwaarte van het huishouden
over het 's nachts wakker schrikken
van zonderlinge vragen
sommige gevuld met dood;
zelfgedachten
bovenop het andere
dat bedekt werd met het zwijgen
zij vertelde over nachten vol regen
en dat ze het niet erg zou vinden
om uit te vloeien over tafel
in een inktvlek ofzo, gelijkend
op de nacht
zij vertelde, de woorden schoongeblazen,
maar verzweeg dat het huis het houden niet meer hield
en het houden in het huis gestold was
kerima ellouise ©

de incisie van oktober
ik weet nog hoe zij daar stond
met beton in haar handen
hoogzwanger
het snauwen van hem
was geen vergissing
zij staarde voorbij gebalde vuisten
’n gescheurde jurk, stevig
vastgebonden
aan de brokstukken van ’t onmenselijke
tussen modderpoelen en het gehavend huis
gekromd bouwde zij een muur, het gewicht
vol gesis onder geweld
van woorden
zij deelde een kind
op de grond van haar bestaan
ik zag het grauwe licht
om vier uur
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012, kunstenaar Maria Stams

wanneer bloemen geuren in de nacht
wanneer ik aan jou denk
dan wordt langzaam alles zachter
de muren
de stoel waarop ik zit
de houten tafel
het lijkt alsof ze mee wiegt
met mijn gedachten
de vaas met een enkele bloem
glimlacht naar me
alsof ze weet
dat ik de blaadjes zou willen
afplukken
één voor één
ze hoort het me zeggen
hij houdt van me
hij houdt niet van me
hij houdt van me
net zolang
tot de tafel vol ligt
met rozerood
bladeren die ik in mijn handpalm leg
en die ik zachtjes zoen
één voor één
hij houdt van me
ik neem het boek
leg het open
en plak de bladeren
naast jouw gedicht
Zie ook: http://www.youtube.com/wa...v=IGP4MuwwPuo&feature=youtu.be
kerima ellouise ©

in het huis
al het werkelijke dat ik je gaf
is geworden tot overbodigheid
en nu ik mezelf kleed
met gedempte wind, de uren van herfst
overhoop haal
verliest elk geluid een naam
mijn naam
die als een afgewezen groet
tussen houten lippen hangt
verzwakt
door de duizend splinters
van huiverige gezichten
ik val, onzichtbaar, uit dit geheel
mijn handen te koud
te klein
om vast te houden
kerima ellouise ©
foto: kunstenaar Veerle De Smet, "gekruisigd"
