al vroeg in het voorjaar schreef ik dit punt diep in mijn buik ik wachtte op een geluid of een ander teken van leven helaas brak het niet open zoals u ziet
paarden stijgen uit het weiland nog vol van nacht ik laat ze voorbij draven en zie hoe een bizarre zeewind kronkelt langs het zout dat bij volle maan werd gewonnen
basaltrivieren banen zich een weg langs de ondergrondse waanzin van mijn ziel
het waaien houdt op zoals het beeld van het water waarin de tijd verglijdt
ik bezit niets zelfs niet het stille gemurmel van mijn droom, naar dood geschreven
ik droomde dat je in mij geloofde het was zichtbaar zoals een traan zachtjes slaapt op de wang van een kind dat aan het huilen wordt gebracht door een lieveheersbeestje gestorven in een smoezelig doosje waarop rode stippen dansten en een zachte zoen
het was in mij misschien slechts met een paar woorden maar meer dan ooit
het kind, het beestje, de dans op het doosje waarin één zwavelstokje verlangde naar licht en hoe het zou zijn om te glinsteren gelukzalig als een Avondster