Hartelijk dank voor het schrijven van dit moois Herman!
.
kerima ellouise : woorden in wind
Gastgedicht van Herman Buys: als dichter zelfs
als dichter zelfs
heb ik misschien geschreven
wat ik niet zeg
niet durf zeggen
omdat een nacht zo eindeloos stil is
niet omdat ik bevreesd ben iets te voelen
maar omdat ik niet kan schrijven
een woord is immers geen verhaal
en een verhaal geen nacht, zo stil en diep
als een nacht van zwijgen kan zijn
waar woorden mijn gevoelens niet kunnen slijpen
zo, dat de donkerte de morgen kan zien
want elk gevoel bezit zijn eigen ziel
een ziel die ik nooit durf kwetsen
Herman Buys ©
collecte van de nacht
de dood brengt gedichten
naar een sterveling
ik ga met een schaal rond
en collecteer het afscheid
nog steeds
van woorden en een vader
steen en stilte
harde sporen in huid
en knieën
en het dode leven van alledag
uitgerend
kerima ellouise ©

zwart of zoet
zwart of zoet
najaarsregen, een wankele tafel
waarop menig woord werd doorwoeld,
een halve kop koude koffie, naamloze suiker onaangeroerd
ik mijmer over wat ik bezit en schets u een beeld
u mag zich er vrij in bewegen
biedt het ruimte om mij te zien
en wat ik achterlaat
hoort u het waggelen van mijn pen
op de manke tafel terwijl de regen tegen het raam
mijn kwetsbaarheid wast
nadat ik, nooit losgeraakt
van het eenzame, zonder verwachting,
naar de koude koffie kijk
of denkt u aan die keer dat u uw lief omsloot
tezamen met de zachtheid van de regen
of aan de warme houten tafel en het kaartenhuis
dat u samen met grootvader bouwde, de muren immer
van wijken wisten
misschien geeft u terug inhoud
aan de halve kop, het verhaal dat een goede vriend vertelde
waarop de tijd geen effect had
wij kijken naar elkaar in dit korte gedeelte
er is ruimte genoeg
kerima ellouise ©



Geert Beeckman, kerima ellouise
schemerrook
-het zal nooit meer hetzelfde zijn-
ik probeerde
de stem te ontvreemden,
dichter bij mijn hart
maar alles was al gezegd
voor mijn raam
dekten schemer en rook
de avond toe
alsof het een simpel gebeuren was
van één, alleen
kerima ellouise ©

achter de bocht van vloed
wij zochten regels
die we ademen konden
een waanzinnige liefde om
afstand te dragen, ons staande
te houden in elkaars lichaam, en uit
zoals de slaap van vogels naar zee
die nooit afscheid nemen van poëzie
van zon en uur, almaar meer
hoe verzonnen wij de echtheid
het ruiken van de duinen, de vele manieren
van gemis en hoe je het litteken op mijn wang
uit verlangen liet bestaan
wij zochten woorden die wij niet vonden
het laatste van elkaar
kerima ellouise ©

raamvers
en de pijn
wat doen we met de pijn
generfd tot in de muren van dit huis
het lijkt alsof wij nooit bestonden
en misschien moeten wij het maar zo laten
of zal ik langs de ramen gaan
en dichters vragen
maar vragen zijn
vervelend en dichters houden niet
antwoorden
waarin dromen zinloos ijlen omdat moeder of vader
enkel in steen sprak
en nooit een bloem beschreef
op het ontvederd zaad
dus wat doen we met de pijn
deze pijn, deze dood
kerima ellouise ©

lege stoelen
het licht heeft zich bevrijd
en heeft mij een volle schaduw nagelaten
ik zou je kunnen vragen
hoe het is
om op papier in duisternis
te verblijven
jouw tegenspraak is zwak
ook van het lot dat dwarrelt
rond woorden van eindeloze eenzaamheid
die dode vlinders begraven
achter het roestig hek dat niemand aanraken wil
behalve de nacht
immer de nacht
hij beroert met zijn lippen
de vleugels
het sterven in schaduw
is hem onbekend
hoe zou het zijn
kerima ellouise ©

herfst is niet de reden
zij vertelde over de zwaarte van het huishouden
over het 's nachts wakker schrikken
van zonderlinge vragen
sommige gevuld met dood;
zelfgedachten
bovenop het andere
dat bedekt werd met het zwijgen
zij vertelde over nachten vol regen
en dat ze het niet erg zou vinden
om uit te vloeien over tafel
in een inktvlek ofzo, gelijkend
op de nacht
zij vertelde, de woorden schoongeblazen,
maar verzweeg dat het huis het houden niet meer hield
en het houden in het huis gestold was
kerima ellouise ©

de incisie van oktober
ik weet nog hoe zij daar stond
met beton in haar handen
hoogzwanger
het snauwen van hem
was geen vergissing
zij staarde voorbij gebalde vuisten
’n gescheurde jurk, stevig
vastgebonden
aan de brokstukken van ’t onmenselijke
tussen modderpoelen en het gehavend huis
gekromd bouwde zij een muur, het gewicht
vol gesis onder geweld
van woorden
zij deelde een kind
op de grond van haar bestaan
ik zag het grauwe licht
om vier uur
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012, kunstenaar Maria Stams

wanneer bloemen geuren in de nacht
wanneer ik aan jou denk
dan wordt langzaam alles zachter
de muren
de stoel waarop ik zit
de houten tafel
het lijkt alsof ze mee wiegt
met mijn gedachten
de vaas met een enkele bloem
glimlacht naar me
alsof ze weet
dat ik de blaadjes zou willen
afplukken
één voor één
ze hoort het me zeggen
hij houdt van me
hij houdt niet van me
hij houdt van me
net zolang
tot de tafel vol ligt
met rozerood
bladeren die ik in mijn handpalm leg
en die ik zachtjes zoen
één voor één
hij houdt van me
ik neem het boek
leg het open
en plak de bladeren
naast jouw gedicht
Zie ook: http://www.youtube.com/wa...v=IGP4MuwwPuo&feature=youtu.be
kerima ellouise ©

in het huis
al het werkelijke dat ik je gaf
is geworden tot overbodigheid
en nu ik mezelf kleed
met gedempte wind, de uren van herfst
overhoop haal
verliest elk geluid een naam
mijn naam
die als een afgewezen groet
tussen houten lippen hangt
verzwakt
door de duizend splinters
van huiverige gezichten
ik val, onzichtbaar, uit dit geheel
mijn handen te koud
te klein
om vast te houden
kerima ellouise ©
foto: kunstenaar Veerle De Smet, "gekruisigd"

immer aanwezig
rituelen behartigen zijn houvast
als bevestiging van de dag
en avond
het is zijn spel
waar schaduwen niet lijken
te bestaan en hindernissen ontweken worden
door de onmacht van het zien
toon mij dan jouw huilen, jouw lachen
jouw honger
schreeuw ik hem toe
jouw spreken, jouw stem
of de grootte van jouw wereld
laat me zien
waarom zo weinig jou lijkt te raken
en de dag steeds herbegint
in een ondoordringbare omtrek
kerima ellouise ©
Illustratie: beelden in Gees 2012, kunstenaar Hartwig Doden

het onvermogen van het hart
het ene na het andere rouwproces gilt
in wat eens mijn thuis was
alles wacht op een teken van leven
ook jij
het lawaai neemt toe
en toch lijk je op de stilte
ik knik
dezelfde avond nog
en ontvlucht iedere kamer
waarin het zicht op mezelf
ondraaglijk is
kerima ellouise ©

de volheid van een cirkel
ze zijn zo
gelijk verschillend
de dichters in het gedorste avondlicht
het vuur draagt gezichten
soms verborgen in een nachtverhaal
dat dromen stolt
tot onbegrepen stenen
waarop het handschrift rilt en rolt
maar ik hoor ook
kleuren knetteren, gedachten die hangen
als madeliefjes aan een hals
een warme borst
waait nog voorzichtig uit
dan is het stil
iedereen slaapt
behalve de dichters, bijna barstend
verschillend gelijk
kerima ellouise ©

vele nachten, dagenlang
een wolk snijdt de maan doormidden
de man opent zijn ogen
welk deel van jouw land ken ik,
vraag ik
waaraan ben je gestorven
aan de waarheid, de wind
witgepoederd door de enorme stilte
van de eenzaamheid
ik vraag waar je bent
en voel het afgesneden deel
de kamer is vol gegons
wanneer je me zwijgend ontmoet
we schrikken van het eigen beeld
kerima ellouise ©

regen en ruïne
er is geen loslaten zonder liefde,
zegt de ochtend
terwijl hij met een lemmet
mijn huid opensnijdt
ik leg mezelf te vondeling
op veel te kleine bloemen
samen met het geluid
dat ik liefheb
de avond zal van zwakheid spreken
wanneer ik mijn mond
opensper
om regen zichtbaar te maken
kerima ellouise ©

gastgedicht van Ron Vonk: "kussengedicht"
Kussengedicht
'n dialoogje met de liefde
’n dialoogje met de liefdejouw ogen
wanneer ze mijn wereld
raken
zachter in verbazing, jij mens;
man van duizend dromen
je kleurt me
in het klaverveld, het verlangen
welwillend bevrijd
ik fluit naar herfst
en hoe hij ruist en reikt
naar stille rust
naar de vogel en zijn maatje
die samen het antwoord
voltooien
in de warme ruimte
van hun nest
jij, man
jij gelooft me wanneer ik zeg
dat ik midden in jou
vlieg
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012, kunstenaar Christien Dutoit

alleen 's nachts
alleen 's nachts
ik nodig olifanten uit
dikbuikig
in cirkels rond mijn lichaam
hoor alles dreunen
op het linoleum van de leegte
wijsvingers breken maanlicht
meedogenloos
in het spoor dat ze achterlaten
slapende kamers
en striemen worden geklemd
tussen slagtanden en een bloedend hart
ik begraaf mezelf
onder aarde en bladeren
en blijf nog even bij de eerste schreeuw
stil
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012,
kunstenaar Rob van der Ven
